Oud Milligenseweg-Apeldoornsestraat_Toelichting_Bijlage 16 Landschappelijke inpassing Apeldoornsestraat 78-80.pdf
Tekst van het document
Landschapsplan Hoeve Oud Milligen Inrichtingsplan Deelnemernr: Naam: Straat: Postcode, plaats:
PA2019OudMilligen Dhr. A. Strijbis Apeldoornsestraat 78-80 3886 MP
E-mail: Telefoonnr: Afwijkend postadres:
nvt
Opsteller plan:
Eward Timmerman
Datum:
3-05-2021
Versie
def
Stichting Landschapsbeheer Gelderland Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal 026 35 37 444 info@landschapsbeheergelderland.nl www.landschapsbeheergelderland.nl
Inrichtingsplan De familie Strijbis is bezig met een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Om te voldoen aan de planologische procedure vraagt de gemeente Barneveld onder anderen voor een landschappelijke inpassing van deze ruimtelijke ontwikkeling en het versterken van het omringende landschap. Stichting Landschapsbeheer Gelderland is gevraagd hiervoor een passend advies voor uit te brengen. Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (het Kampenlandschap op de overgang met het Heidelandschap (bijlage 2)) en de bijbehorende cultuurhistorische erfprincipes (bijlage 3) gekoppeld aan uw eigen wensen en ideeën. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten. De basis voor het plan is aangeleverd door Roordink architecten BNA en borduurt verder op het Beplantingsplan Hoeve Oud Milligen dat in 2015 door Stichting Landschapsbeheer Gelderland is opgesteld. Ook is er gekeken naar de ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (de locatie is gelegen in het deelgebied Garderen (gebiedsnummer 93)). Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) • • • •
ontwikkeling natuurlijke bossen en bosranden ontwikkeling bos met houtproductie ontwikkeling heide en droge, schrale graslanden ontwikkeling migratiemogelijkheden naar de Gelderse Vallei via de Voorthuizer Poort en andere verbindingen
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone • • • • • • •
ontwikkeling natuurlijke bosranden ontwikkeling droge, schrale graslanden ontwikkeling migratiemogelijkheden naar de Gelderse Vallei via de Voorthuizer Poort en andere verbindingen ontwikkeling ecologische waarden van cultuurgrond in de ontginningen ontwikkeling cultuurhistorie en beleefbaarheid verminderen barrièrewerking N344 en N797 landschappelijk inpassen verblijfsrecreatie en andere bedrijven
Versterken van de landschappelijke kwaliteit Het perceel ligt in het Kampenlandschap op de overgang met het Heidelandschap. In dit oude cultuurlandschap wisselen robuuste bosstructuren (lanen, bossen, houtwallen en singels) en agrarische cultuurgronden (essen, hooilanden, heidevelden en erven met boomgaarden) elkaar af. Openheid en beslotenheid wisselen elkaar af. Deze kernkwaliteit wordt verder versterkt door het erf zo in te richten dat het aansluit op de karakteristieken van de streek. Heggen, hagen en solitaire bomen zorgen voor structuur en gelaagdheid op het
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
2
erf. De gebouwen worden zo meer onderdeel van het landschap en staan niet op zichzelf. Met de soortkeuze is ook rekening gehouden met de traditionele erfopbouw in de streek. Zo is de gewone beuk een typische soort op het voorerf, op het achtererf werd er vaak gekozen voor een meer landschappelijke soort zoals de haagbeuk, veldesdoorn en als een haag een kerende functie had werd er gekozen voor meidoorn. De boomgaard, boomgroepen en bosjes vormen een natuurlijke overgang (mantel/zoom) naar de bosrand en robuuste houtopstanden. De kruidenrijke vegetatie in de weide vormt weer een natuurlijke overgangszone met het naast gelegen bouwland. Deze variatie in, opbouw en gelaagdheid, in soortengebruik en beheer hebben een belangrijke ecologische waarde en versterken het historische beeld. Ten westen van de ontwikkeling is ecologische corridor aangelegd, hierdoor wordt de ‘groene’ infrastructuur verbeterd. Voor veel dieren vormen wegen en grote agrarische percelen lastige barrières. Door deze barrières op te heffen/ te verminderen worden migratiemogelijkheden voor veel dieren versterkt. Deze corridor is in 2019 al aangelegd.
Leeswijzer In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de cultuurhistorische waarde van dit element op uw terrein. Daarnaast is er een uitwerking gemaakt resulterend in een lijst van aan te leggen soorten en aantallen. Ten aanzien van de uitvoering, welke u zelf gaat organiseren, wil ik u wijzen op onze website www.landschapsbeheergelderland.nl waar, naast aanleg, ook de beheeraspecten van de diverse landschapselementen middels instructiefilmpjes te zien zijn.
Beplanting De beplanting ten behoeve van de landschappelijke versterking bestaat uit de volgende landschapselementen; • Knip- en scheerheggen [nr. 1 t/m 17] • Vrij uitgroeiende struweelhaag [nr. 18 ] • Vogelbosje en geriefbosje [nr. 19,20,21 ] • Solitaire boom, laanboom of bomengroep [nr. 22 t/m 30] • Houtwal en houtsingel [nvt] • Elzensingel en elzenhakhoutsingel [nvt.] • Hoogstamboomgaard [nr. 31 ] • Knotbomen [nvt] • Leibomen [nvt] • Poel [nvt] • Kruidenrijk Talud [nr. 32] • Kruidenrijk grasland [33]] • Lage struikbeplanting [nr. 34] • Ecologische corridor [nr. 35]
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
3
1. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs de westzijde van gebouw E. Hierdoor ontstaat er een meer natuurlijke scheiding tussen terras en weide.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 35 meter 4 stuks per meter 140 haagbeuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringde landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Knip- en scheerheg Inmiddels zien we dat veel heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
4
2. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur rond het terras achterzijde gebouw C. Hierdoor ontstaat er een meer natuurlijke scheiding tussen terras en weide.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 65 meter 4 stuks per meter 260 haagbeuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
3. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag rond de boomgaard. De haag sluit aan bij het historische beeld van een hoogstamboomgaard en bied tal van dieren schuil- en nestgelegenheid
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 140 meter 4 stuks per meter 560 Eenstijlige meidoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
5
4. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de achterzijde van het parkeerterrein. De haag vormt samen met de bomen (nr.26) en groene overgang tussen bouwland en parkeerplaats.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 60 meter 4 stuks per meter 240 Eenstijlige meidoorn/ veldesdoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
5. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur tussen de parkeervakken.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter x 4 4 stuks per meter 480 haagbeuk/ veldesdoorn 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
6
6. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs de voorzijde van gebouw C. De hagen 6 t/m 16 zorgen voor meer beslotenheid en afbakening van de verschillende gebruiksfuncties.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 15 meter 4 stuks per meter 60 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
7. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag langs de buitenzijde van het terras van gebouw A.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 40 meter 4 stuks per meter 160 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
8. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs de voorzijde van het terras van gebouw A.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter 4 stuks per meter 120 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
7
9. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de voorzijde van het gebouw A.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
10.
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 8 meter 4 stuks per meter 32 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs de voorzijde van gebouw D.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
11.
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 40 meter 4 stuks per meter 160 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag rond de fietsenstalling en deels langs de entree.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 25 meter 4 stuks per meter 100 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
8
12.
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haagstructuur langs west zijde van gebouw B.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
13.
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 10 meter 4 stuks per meter 40 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de buitenzijde van het terras gebouw B.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
14.
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 meter 4 stuks per meter 120 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de oostzijde van het perceel. Het zicht op gebouw B en de parkeerplaats wordt gebroken.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 60 meter 4 stuks per meter 240 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
9
15.
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur langs de buitenzijde van de lounge van gebouw E
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
16.
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 15 meter 4 stuks per meter 60 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Knip- en scheerheg
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Haag structuur bij de entree van gebouw E.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 7 meter 4 stuks per meter 28 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
10
17.
Struweel(haag)
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een robuuste scheiding tussen privéterrein en parkeerterrein. De beplanting langs de parkeerplaatsen kan geschoren worden en kan variëren in hoogte.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 30 1 Plantrijen, hoeken extra aanzetten (1,50 x 1.50) 2 stuks per meter 75 75 x liguster 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De Struweelhaag hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen. Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
11
18.
Struweelhaag
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De in-/ uitrit van de parkeerplaats verder landschappelijke versterken door onder de bestaande bomenrij de struiklaag verder te ontwikkelen. De beplanting breek het zicht op de geparkeerde auto’s en zorgt voor een meer gesloten groene corridor tussen bos en parkeerplaats.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 55 meter 2 Plantrijen 2 stuks per meter 220 30 x Hazelaar 30 x veldesdoorn 25 x Eenstijlige meidoorn 35 x sleedoorn 25 x Gelderse roos 25 x vuilboom 25 x hulst 25 x lijsterbes 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
12
19.
Vogelbosje/ geriefbosje
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein In de noord-oost hoek van het perceel een bosje aanleggen. Het bosje breekt het zicht vanaf de Apeldoornsestraat op de ontwikkeling. Er staan drie grote linde bomen die behouden dienen te worden. De linde bomen vormen de rand van het bosje, er zullen vooral struikvormers op de voorgrond geplant worden. Zo ontstaat er een mooie gelaagdheid aan de voorzijde van het perceel (mantel zoom vegetatie).
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 25 meter 35 meter 485 m2 Vierkantsverband 1,50 m x 1,50 m 215 30 x vuilboom 30 x hazelaar 30 x lijsterbes 30 x Gelderse roos 30 x veldesdoorn 20 x hulst 20 x brem (langs de rand) 15 x kardinaalsmuts 10 x hondsroos 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Vogelbosjes of Bijenbosjes kom je vaak tegen op het erf. Een vogelbosje of bijenbosje is een bosje die voornamelijk uit struiken bestaat en vaak niet groter is dan 500 m² met een gemiddelde oppervlakte van 200 m². De soorten die in het bosje aangeplant worden, zijn vooral besdragende struiken als meidoorn, gelderse roos en lijsterbes om vogels aan te trekken of struiken met gevarieerde bloeitijden die aantrekkelijk zijn voor bijen. Een vogelbosje wordt gebruikt als broedplaats en Geriefbosje schuilplaats door zowel vogels als klein zoogdieren. Daardoor voegt een vogelbosje veel toe aan de ecologische diversiteit op en rondom het erf. Geriefhoutbosjes zijn vaak vrijliggende elementen in het landschap. Vaak komt u ze tegen in een overhoekje tussen de weilanden, al dan niet omgeven door een sloot. De sloot deed dan dienst als veekering. Een geriefhoutbosje is vaak groter dan 500 m² en werd vroeger aangeplant om in geriefhout, hout voor dagelijks gebruik, te voorzien. Een geriefhoutbosje was vroeger vaak een monocultuur van bijvoorbeeld eik, es, wilgen of elzen. Doordat een
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
13
geriefhoutbosje voor de houtvoorziening op eigen erf meestal niet meer van toepassing is, worden tegenwoordig vaak vogelbosjes aangeplant om iets meer variatie te krijgen. Geriefhoutbosjes kunnen door de rust die er heerst en de geringe betreding veel betekenen voor planten en dieren. Ook landschappelijk zijn geriefhoutbosjes van groot belang. Ze doorbreken de vlakke horizon en zorgen voor afwisseling in het landschap.
Mantel-zoom vegetatie ……………………………………………………………………………………………………………………… Voor houtsingels/ bosjes of andere (kleinere en grotere) boselementen is het zeer waardevol om een gevarieerd ecologische beheer toe te passen en om op de juiste plaatsen een mantel-zoom vegetatie te ontwikkelen. Een mantel-zoom vegetatie bestaat uit 3 onderdelen die een natuurlijke overgang maken van de gras,- en kruidenlaag, de struikenlaag en het opgaande bos. Deze overgangen zijn zeer waardevol, zeker wanneer deze door de zon beschenen worden. ( wanneer de mantelzoom zone oost-west gericht ontwikkeld wordt is dit het meest interessant)
Mantel-zoom vegetatie
Bij aanleg van bosjes/houtwallen kan door het gebruik van de diversiteit van soorten (struikvormers/boomvormers) de basis worden gelegd voor een goede mantelzoom vegetatie. Een eenvoudige ingreep daarbij is het plaatsen van een raster op 2 meter buiten de aanplant. Er ontstaat dan vanzelf ruigte/ kruiden wat samen met de aanplant de basis vormt voor de mantelzoom vegetatie. De opbouw van de mantelzoomvegetatie wordt versterkt door het toepassen van hakhoutbeheer.
Hakhoutbeheer ……………………………………………………………………………………………………………………… Bij dit hakhoutbeheer worden de bomen en struiken om de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte te worden afgezet.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
14
20.
Vogelbosje/ geriefbosje
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein In de zuidoost hoek van de parkeerplaats de hoek dicht zetten met opgaande beplanting.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
21.
Zie ontwerpkaart 6 meter 5 meter 30 m2 Vierkantsverband 1,50 m x 1,50 m 15 5 x vuilboom 5 x Eenstijlige meidoorn 5 x Gelderse roos 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Vogelbosje/ geriefbosje
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Ten westen van de welness een bosje creëren. Het bosje zorgt voor privacy en luwte langs de achterzijde van gebouw E.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
Zie ontwerpkaart 10 meter 6 meter 60 m2 Vierkantsverband 1,50 m x 1,50 m 27 2 x haagbeuk (10-12 cm) minimaal 6 meter uit gevel planten 5 x vuilboom 5 x hulst 5 x Gelderse roos 5 x hazelaar 5 x liguster 60 -80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
15
22.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom bij gebouw B.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 6 meter uit bebouwing 1 1 x haagbeuk/ veldesdoorn 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op Solitaire boom bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
16
23.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het ‘centrale achtererf”.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
24.
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8 – 10 meter uit de bebouwing 1 1 x rode beuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een bomenrij langs de parkeerplaats. De bomen breken het zicht op de ontwikkeling vanaf de Apeldoornsestraat.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 6- 8 meter uit elkaar 3 3 x haagbeuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
17
25.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het perceel.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
26.
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8-10 meter uit de bebouwing 1 1 x Walnoot 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Bomenrij
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Langs de achterzijde van de parkeerplaats een aantal bomenplanten die het terrein vanaf de achterzijde in het groen zetten. Een groene verbinding tussen bos en boomgaard.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 70 meter Nvt Plantafstand 10- 15 meter 4 4 x zomer eik 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
18
27.
Boomgroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Op de parkeerplaats enkele boomgroepen planten. De bomen zorgen voor schaduw en breken het stenige karakter van de parkeerplaats (vakken met grastegels/ grasklinkers bestraat).
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
28.
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 8 meter 14 14 x haagbeuk/ veldesdoorn 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Boomgroep
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Beeldbepalende boom op de parkeerplaats.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 6- 8 meter 1 1 x gewone beuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
19
29.
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Beeldbepalende boom achter gebouw A.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
30.
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8 meter uit de bebouwing 1 1 x Walnoot 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Solitaire boom
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Fruitboom ten westen van gebouw D
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8 meter uit de bebouwing 1 1 x Stoofpeer 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
20
31.
Hoogstamboomgaard
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Tussen parkeerplaats en gebouw C een hoogstam boomgaard aanleggen.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig
: : : : : : : : :
Zie ontwerpkaart 70 meter 15 meter Plantafstand 8 -10 meter 14 Zie rassentabel hoogstam Zie informatievellen in de bijlage
Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de natuurwaarde van de boomgaard. Rassentabel:
Hoogstamboomgaard
Ras appels
hand/stoof
smaak
bloeitijd
pluktijd
Houdbaarheid
ziektes
Brabantse bellefleur* Keuleman
hand/keuken hand/moes hand/moes /verwerking hand moes/keuken
zachtzuur zuur
laat midden
oktober okt
zeer goed zeer goed
ongevoelig
zuur zachtzuur zoet
vroeg laat laat
eind september begin sept oktober
zeer goed goed zeer goed
gevoelig ongevoelig ongevoelig
hand hand hand/stoof hand stoofpeer stoof hand
zoet/sappig sappig zoet sappig zoet zoet zoetzuur
midden vroeg vroeg midden laat laat vroeg
begin sept oktober september oktober oktober oktober oktober
slecht goed redelijk goed zeer goed zeer goed zeer goed
gevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig
wit blauw
vroeg vroeg
half aug eind juli
Schone van boskoop Sterappel Zoete Veen peer Conference* Emile d'Heyst* Heerenpeer Jodenpeer Pondspeer Provisiepeer Winterbergamot pruim Dubbele Boerenwitte* Eldense Blauwe
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
ongevoelig ongevoelig
21
32.
Kruidenrijk talud
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Kruidenrijk talud inzaaien met mengsel G1 Cruydt Hoeck.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Aanleg en beheer Overig
: : : : : :
(zie inrichtingsschets) 60 m variabel m 850 m2 Ontwikkelingsdoel Schraal kruiden rijke vegetatie Nvt
Ecologische en/of cultuurhistorische waarde Vooral in de maanden juni en juli zijn er voor bijen en andere insecten weinig bloemen voor het verzamelen van stuifmeel en nectar. De meeste inheemse bomen en struiken zijn dan al uitgebloeid. In deze periode kunnen we bijen en insecten goed helpen door de ontbrekende schakels in de zogeheten bloeiboog aan te vullen. De bloeiboog is de – bij voorkeur aanééngesloten- periode van voedselaanbod voor bestuivers. Het betreft hier zowel stuifmeel als nectar. Door specifieke bomen en struiken aan te planten en door middel van ecologisch beheer kunnen we de bloeiboog completer maken. Het inzaaien van kleine randen of overhoeken op of om het erf, kan bijdragen aan een gesloten bloeiboog. Het is hierbij van belang dat een inheems, meerjarig zaadmengsel wordt gebruikt. Want deze plantensoorten zijn voor wilde bijen en vlinders een geschiktere voedselbron dan de zogenaamde ‘carnavalsmengsels’ met plantensoorten die van nature niet in ons land voorkomen.
33.
Kruidenrijke weide
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein De weide tussen hotelvleugel en boomgaard inzaaien met mengsel G1 Cruydt Hoeck.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Aanleg en beheer Overig
: : : : : :
(zie inrichtingsschets) 45 m variabel m 1450 m2 Ontwikkelingsdoel Schraalgrasland Nvt
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
22
Kruidenrijk beheer van het talud en weide ………………………………………………………………………………………………………………………
Ecologische en/of cultuurhistorische waarde De manier waarop hooiland wordt beheerd, is belangrijk voor plant en dier. Bij SLG streven we naar een extensief beheer waarbij zoveel mogelijk kruiden in het grasland tot bloei komen. Wij onderscheiden hierin twee beheertype, te weten maaien en afvoeren en sinusbeheer. Maaien en afvoeren Na het maaien van het grasland wordt het maaisel eerst Sinusbeheer gedroogd, gehooid en daarna verwijderd. Door 1 tot 2 keer per jaar te maaien en steeds af te voeren krijg je een soortenrijkere vegetatie. Door het maaisel te laten drogen voordat het afgevoerd wordt, kunnen zaden nog narijpen en op de bodem vallen. Door gefaseerd te maaien en 10 tot 25% van de vegetatie te laten staan houd je rekening met blijvende schuilgelegenheid voor de aanwezige fauna.
bron: www.CruydtHoeck.nl
Sinusbeheer Sinusbeheer is een alternatieve manier van gefaseerd maaien, waarbij vrijheid en flexibiliteit sleutelwoorden zijn. In het kort komt sinusbeheer erop neer dat je als beheerder zelf bepaalt waar, wanneer en hoe vaak je maait, met als richtlijn dat bij elke maaibeurt ca. 40% van de oppervlakte blijft staan. Advies is om het maaisel af te voeren; dit verhoogt in de meeste situaties sterk de soortenrijkdom van de vegetatie.
Sinusbeheer in een notendop • Laat bij iedere maaibeurt +/- 40% van de begroeiing staan; • Maai een slingerend maaipad van ca. 2 meter breed en voer het maaisel af; • Maai na enige tijd de binnenzijde van het pad en voer het maaisel af. Het pad zelf en de buitenzijde blijft ongemaaid. • Deze twee stappen kunnen, wanneer een terrein of het weer daarom vraagt, meerdere keren per jaar (meestal 2x) herhaald worden.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
23
Eerst een sinuspad maaien (1), een paar weken later de binnenzijde van het pad maaien (2); dit proces herhaalt zich (3) Afbeeldingen: Jurgen Couckuyt Voor de ontwikkeling van vegetatie is het tijdstip van maaien van belang. Maaiadvies is afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem en de reeds aanwezige vegetatie. Is de bodem niet extreem voedselrijk en is de begroeiing reeds soortenrijk, dan kunt u de eerste maaibeurt uitstellen tot na 15 juni. Daarmee houdt u de aanwezige soortenrijkdom in stand. Heeft u echter een hoogproductieve soortenarme grasbegroeiing, dan is verschralen wenselijk. Dat bereikt u door vaker te maaien (met afvoeren van maaisel) en door de eerste maaibeurt vroeg in het seizoen uit te voeren, bijvoorbeeld in de tweede helft van mei. Maar check wel of er weidevogels broeden die u zou kunnen verstoren. Voor meer informatie over sinusbeheer kunt u terecht op www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
24
34. Getrapt talud middels betonnen keerwandjes met lage struikachtige beplanting/ bodembedekkers ………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Enkele struikvormers afgewisseld met laagblijvende bodembedekkers in de terrasbedden planten.
Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort
: : : : : :
Maat Aanleg en beheer Overig
: : :
35.
Zie ontwerpkaart variabel Totaal 6 meter Plant afstand van de struiken 2-3 meter 30 10 x brem 10 x aalbes 5 x Gelderse roos 5 x rode kornoelje 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Nvt
Ecologische corridor
………………………………………………………………………………………………………………………
Op uw terrein Ontwikkeling van een wildakker/ kruidenrijke vegetatie met het mengsel B1 Cruydt Hoeck. Het eerste jaar niet maaien ( de vegetatie in de winter laten staan) en in het tweede jaar in het vroege voorjaar (eind februari) maaien en afvoeren en deze cyclus gefaseerd doorzetten (1 x per drie jaar door zaaien of omvormen naar een bloemrijk grasland nr. 33).
Locatie Lengte Breedte Oppervlakte Aanleg en beheer
: : : : :
Overig
:
(zie inrichtingsschets) 125 m 25 m 3125 m2 Ontwikkelingsdoel hoge kruidenrijke vegetatie/ ruderale soorten (30-200 cm) Nvt
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
25
Beplantingslijst ……………………………………………………………………………………………………………………… Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren. Hoeve Oud Milligen Nederlandse naam Bosplantsoen 2 jarig maat 60-80 Veldesdoorn Krent Haagbeuk Rode kornoelje Hazelaar Eenstijlige meidoorn Brem Kardinaalsmuts Beuk (groen) Wilde liguster Sleedoorn Vuilboom Aalbes Hondsroos Lijsterbes Gelderse roos Hulst Boompalen Boompalen Boombeschermer Laanbomen Haagbeuk Walnoot Zomereik Beuk (Groen) Beuk (rood) Fruitbomen Appel Appel Appel Appel Appel Peer Peer Peer Peer Peer Peer Peer Peer Pruim Pruim
Maat
Aantal
Acer campestre Amelanchier lamarckii Carpinus betulus Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus monogyna Cytisus scoparius Euonymus europaeus Fagus sylvatica Ligustrum vulgare Prunus spinosa Rhamnus frangula Ribes rubrum Rosa canina Sorbus aucuparia Viburnum opulus Ilex aquifolium
60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 C-2
780 65 400 5 65 590 30 15 1120 80 35 65 10 10 55 70 50
Onbehandeld Anti knab
8x250 78
43 15
Carpinus betulus Juglans regia Quercus robur Fagus sylvatica Fagus sylvatica 'Purpurea
10-12 10-12 10-12 10-12 mk 10-12 mk
20 2 4 1 1
Brabantse Bellefleur Keuleman Schone van Boskoop Sterappel Zoete Veen Conference* Emile d'Heyst* Heerenpeer Jodenpeer Jut Pondspeer Provisiepeer Saint Remy Dubbele Boerenwitte Eldense Blauwe
hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
26
Bijlage 1 Plankaart ………………………………………………………………………………………………………………………
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
27
raa est
el Ap
t
ns oor
Bijlage 1: Inrichtingsplan
d
voor akkoord de gemeente: datum.........................
................................... rde
Ga ren
voor akkoord Fam Simon datum...........................
GDR03R 05080G0000
80
78
......................................
orn
o eld
Ap pad fiets
t raa est
ns oor
eld Ap
halt bus
ng tga voe
re
pba
rkla
l
paa
terras
9.
fietsen
weide
10.
22.
A
30.
entree restaurant
berging t.b.v. bedrijfswoning
ort
po
rt
foo
ers
/Am
en
D privéterrein
4
o Vo
18. 3
17.
terras
terras
18. 29. terras
erf
5 kort parkeren
10
boomgaard
5.
MF-gebouw
fietsen
parkeerplaatsen uitvoeren in gras-betontegels
berging
F
entree MF-gebouw
10
bestaande boom
23.
28.
parkeren
terras
6.
5.
aan te planten boom
14.
13.
7.
terras
entree B&B
B
12.
restaurant
erf
8
naar Wittenberg
B&B-gebouw
entree B&B
24.
aan te leggen groen
entree hotel
itrit in-/u en 's g auto rradin o o bev
7
terras
gelagkamer
keuken
uiz rth
11.
8.
2
18.
19.
e
ee xn
pad fiets
itrit in-/u ers iets
/f ers
16.
25.
C
entree
gazon/ kruidige vegetatie
naar a
kkers
lounge
/weila
nden
15.
lift
verharding
terras terras
31.
lobby
terras
receptie
terras
5.
hotelkamers
10
zitweide
10
10
hotelkamers
27
E
2.
26
ecologische corridor
kruidenrijk talud
hotelgebouw
10
32.
Landschappelijke inpassing Hoeve Oud Milligen
1.
27. 5.
verdiepte
21. welness
3. 17
4. 35.
kruidenrijk grasland
20. bankje
33. 34.
26.
weide
0
20
Schaal
30
40
50 m
: 1:1000
Project : Landschappelijke inpassing Deelnemernr : PA2019OudMilligen Naam : Dhr. A. Strijbis Adres : Apeldoornsestraat 78-80 PC, Plaats : 3886 MP Garderen Opsteller Plan : E. Timmerman Datum : mei 2021 Versie : def.
N O
W zorg voor ons landschap
Z
Bijlage 2 Gebiedskenmerken Kampenlandschap/ Essenlandschap
Kenmerkende structuren zijn, de openheid op de akkercomplexen en het verdichten van het overige landschap door toevoeging van lanen, erf- en kavelbeplanting.
Algemeen Kenmerkend voor hogere zandgronden zijn de kernen en een groot complex van oude bouwlanden bij het dorp. Scherpe overgang naar de lagere gebieden. Kenmerken van oude bouwlanden zijn de bolle ligging, grote open percelen met randbeplantingen (houtwallen), laanbeplantingen en steilranden. Bebouwing Kenmerkend voor de hogere zandgronden zijn de bebouwingslinten (tegenwoordig vaak kernen). Grondgebruik Bouwland. Beplanting Houtwallen, laanbeplanting, bosjes. Langs dreven (brede landwegen) en wegen: bomen zoals eiken, beuken, lindes en kastanjes. Hagen langs onverharde wegen. Geen beplanting op de enken. en waar planten Wat waar planten? De meest voorkomende streekeigen boom- en struiksoorten voor de dekzandruggen en oude bouwlanden en de plek op het erf en in het landschap waar u ze het beste aan kunt planten.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
28
Houtwal en houtsingel: Zomereik aangevuld met ruwe berk en lijsterbes, en struiken zoals meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, hondsroos, vuilboom, Gelderse roos en inheemse hulst langs een perceel. n de omgeving van beken: Grauwe wilg, zwarte els, authentieke zwarte populier en inlandse vogelkers. Struweelhaag: Gecombineerde doornenhaag van meidoorn, sleedoorn, egelantier en hondsroos als perceelsrand. Of een gemengde haag met hazelaar, vogelkers, Gelderse roos, veldesdoorn, rode kornoelje, meidoorn, sleedoorn, kardinaalsmuts en hondsroos. Geriefhoutbosje: Schietwilg, gewone es, inheemse zwarte populier, zwarte els, hazelaar en berk. Knotbomen: Schietwilgen en zwarte elzen in natte gebieden, zomereiken en gewone essen in drogere gebieden. Hoogstamboomgaard: Hoogstamfruitbomen met appel (Goudrenet, Notarisappel, Zoete Bloemée), peer (Clapps favourite, Beurré Hardy), pruim (Reine Claude, D’Anthan, Reine Victoria) omhaagd door meidoorn. Haag rond of bij de voortuin: Meidoorn, veldesdoorn, haagbeuk, liguster. Haag rond of bij de fruitgaarde/moestuin: Meidoorn of veldesdoorn. Solitaire bomen op het erf: Fruitbomen, zomereik, linde, tamme kastanje, berk, walnoot of kers (meikers).
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
29
Bijlage 3 Boerenerven Traditioneel gebruik Van oudsher stonden boerderijen en boerenerven in dienst van de agrarische bedrijfsvoering. Alles wat te vinden was op en rond het erf had een functie. Nut ging altijd voor sier en niets was toevallig. De boerenerven verschillen per regio. De grondsoort en de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering had grote invloed op de inrichting van het erf en de keuze van bomen en struiken. Maar ook de godsdienst drukte onbewust een stempel op het erf. Katholieke erven in het rivierengebied stonden vol bloemen, terwijl in de protestantse gebieden van de achterhoek het erf veel eenvoudiger was ingericht, zonder uitbundige bloemen. Opbouw van een boerenerf Ook de taakverdeling tussen de boer en boerin heeft een belangrijke invloed gehad op de traditionele erfinrichting. De taken waren duidelijk verdeeld en daarmee de grond rondom de boerderij ook. De vrouw had de verantwoordelijkheid over het woongedeelte, het daar dichtbij liggende terrein met de bleek, de moestuin, de huisweide, eventueel de siertuin met boerenerf met een voor en achter structuur bloemperken en de boerenboomgaard. Op de boerderij werd dat meestal “voor” genoemd en “voor” was het domein van de boerin.
Voor deze delen van het boerenerf was een goede zichtbaarheid vanuit het woonhuis vereist, omdat in de boomgaard bijvoorbeeld de jonge kalveren liepen, die extra aandacht nodig hadden. De man had de verantwoordelijkheid voor de dieren, de wagens, de werktuigen en het bedrijfsgedeelte. Kortom, hij had de zorg voor “achter”. “Voor” is van oorsprong meestal een stuk groener dan “achter”. Voor staan de meeste bloemen, struiken en bomen. Ook speelde aan de voorkant het laten zien dat het goed ging, een belangrijke rol. Daarom werden daar later parkbomen zoals de treurbeuk, de paardekastanje, de rode beuk, (lei)linden en sierstruiken, kortom, de wat meer luxe soorten, aangeplant. Het voorste deel van het boerenerf was meer gericht op het gezin en had een bepaalde beslotenheid. Aan de achterkant moest men ruimte hebben om met paard en wagen te manoeuvreren en later met steeds groter wordende tractors. “Achter” stonden ook de schuren. De boer was er de hele dag te vinden. Hij hield zich bezig met het bewerken van het land, de verzorging van het vee óf met onderhoud en reparaties aan machines en bedrijfsgebouwen. “Achter” werden de zakelijke contacten met de omgeving afgehandeld, koop en verkoop van zaken vonden vooral daar plaats. Aan de achterkant lag ook de verbinding met de bij het bedrijf behorende percelen.
De beplanting aan de achterkant bestond meestal uit bomen en struiken die ook in de omgeving voorkwamen. De beplanting achter was hoog, los en afwisselend en bestond uit singelachtige beplantingen. Ook kwamen vaak solitaire bomen voor.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
30
Voor en achter worden nog altijd door een denkbeeldige lijn tussen de verschillende gebouwen van elkaar gescheiden. Deze lijn kan globaal over het gehele erf worden doorgetrokken, waardoor de functionele scheiding tussen wonen en werken goed zichtbaar wordt. Variatie Vanwege de functionaliteit van veel landschapselementen was er van oudsher veel beplanting op en rondom het erf aanwezig. Dit zorgde voor een grote variatie aan beplanting en beplantingsstructuren. Landschapsbeheer Gelderland streeft er dan ook naar deze structuren weer terug te brengen op erven, aan de hand van onze 4 lagen benadering. Dit houdt in dat we zowel kruiden, hagen, hoogstamfruit en singels met hoge bomen graag op erven zien. Dit vergroot de biodiversiteit en biedt veel kansen voor vogels en zoogdieren.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
31
Bijlage 4 Algemene plant informatie Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang.
Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
32
Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden. Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten "blijvers" te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden.
Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen. Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep. Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen. Tevens is het raadzaam om voor het juiste onderhoud de cursus landschappelijke beplantingen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland te volgen.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
33
Fruitbomen Algemeen Cultuurhistorisch bekeken stonden er altijd fruitbomen rond een boerderij, en dan altijd hoogstamvruchtbomen. Dit zijn geënte vruchtbomen - dit is een methode om fruitbomen te kweken - waarvan de kruin hoger is dan 1.80 meter. De entplaatsen zijn duidelijk te herkennen aan een verdikking op de stam met extra schorsvorming. Hoogstamvruchtbomen hebben relatief veel ruimte nodig om hun karakteristieke vorm te kunnen bereiken. Een plantafstand van minimaal 8 x 8 meter is dan wenselijk. De naam labels kunt u het beste (het eerste jaar) aan de boom laten zitten zodat u later nog weet wat waar staat.(de labels worden met de tijd wel vaal) Een schetsje biedt uitkomst. Aanleg Voor de aanleg van een nieuwe beplanting dient u de grond voor te bewerken, zodat de beplanting voorspoedig zal aanslaan. De bodem moet goed doorwortelbaar zijn en voldoende voedingsstoffen en vocht bevatten. De plantplaats dient onkruidvrij gemaakt te zijn en een eventuele graszode moet worden weggestoken. Vervolgens graaft men een plantgat met de afmetingen van 70 x 70 x 70 cm. De onderkant van het plantgat net voor het planten even los spitten. Dan van de te planten boom eventuele lange of gebroken wortels terugsnoeien en voorzichtig in het plantgat plaatsen. De entplaatsen dienen altijd boven de grond te blijven na planten.
Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u wat zwarte grond of wat compost mengt met de vrijgekomen grond waarmee u het gat weer dichtgooit. Gebruik hiervoor geen mest of kunstmest. De grond een beetje aandrukken, niet te hard, u verdicht de grond, wat nadelig is voor de boom. De boompaal plaats u (voordat de boom geplant wordt) aan de windzijde, meestal het zuidwesten. De paal zorgt er voor dat de boom niet om- of scheef waait. De boompaal hoeft niet verduurzaamd te zijn aangezien deze maar een drie tot vier jaar mee hoeft te gaan. De boom is dan echter sterk genoeg om het alleen te redden. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan zodat er nog 1,50 a 1,75 meter boven de grond uit steekt. Denk aan kabels en leidingen!!! De boomband in een achtvorm (niet te strak) rond de boom plaatsen en aan de paal vastspijkeren. De afstand tussen de boom en de paal ongeveer een voetbreedte (10-15 cm). Bevestig de band aan de bovenkant van de paal. Wanneer u beschadiging door konijnen, muizen, katten of door maaimachines kunt verwachten dan dient u een zogeheten boomhuls om de stam te plaatsen. Dit is een vrij goedkope manier om uw bomen goed te beschermen. Na plaatsing dient u de grond rond de boom vrij te houden van onkruid en gras.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
34
Onderhoud De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de bomen gezorgd worden, Dit houdt in:
-
Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid)
-
Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, konijnen, hazen enz door de bomen te omgazen of op een andere manier te beschermen (bedenk dat m.n. geiten op hun achterpoten kunnen staan en dus vrij hoog schade kunnen aanbrengen.
-
Het snoeien van fruitbomen is geen gemakkelijke zaak, het is niet mogelijk om hier een volledige handleiding te geven. Het volgen van een speciale cursus kan raadzaam zijn. Deze wordt jaarlijks ook door Stichting Landschapsbeheer Gelderland verzorgd.
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
35
Heggen en Hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, mei- en sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag. Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt.
Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni). De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.
Voor plantinstructie: www.landschapsbeheergelderland.nl
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
36
Bijlage 4. Inhoud van mengsel Bloemenmengsel G1 - Bloemrijk graslandmengsel voor alle (behalve zware en natte) gronden: Achillea millefolium - Duizendblad Barbarea vulgaris - Gewoon barbarakruid Centaurea jacea - Knoopkruid Crepis biennis - Groot streepzaad Daucus carota - Peen Echium vulgare - Slangenkruid Erodium cicutarium - Gewone reigersbek Galium mollugo - Glad walstro Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid Hieracium umbellatum - Schermhavikskruid Hypericum perforatum - Sint Janskruid Hypochaeris radicata - Gewoon biggenkruid Jasione montana - Zandblauwtje Leontodon autumnalis - Vertakte leeuwentand Leucanthemum vulgare - Gewone margriet Lotus corniculatus - Gewone rolklaver Luzula campestris - Gewone veldbies Malva moschata - Muskuskaasjeskruid Oenothera biennis - Middelste teunisbloem Plantago lanceolata - Smalle weegbree Prunella vulgaris - Gewone brunel Ranunculus acris - Scherpe boterbloem Rhinanthus minor - Kleine ratelaar Silene dioica - Dagkoekoeksbloem Tragopogon pratensis subsp. pratensis - Gele morgenster Trifolium arvense - Hazenpootje
Uitgebreide beschrijving G1 BloemenmengselBloemenmengsel G1 voor alle (behalve zware en natte) gronden - Bloemrijk graslandmengsel voor alle (behalve zware en natte) gronden - Online bestellen bij Cruydt-Hoeck
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
37
Bijlage 5. Inhoud van mengsel B1 Kleurrijk mengsel ruderale soorten - Kleurrijk mengsel ruderale soorten: Anchusa officinalis - Gewone ossentong Anthemis arvensis - Valse Kamille Anthemis tinctoria - Gele kamille Berteroa incana - Grijskruid Carum carvi - Karwij Cichorium intybus - Wilde cichorei Daucus carota - Peen Dipsacus fullonum - Grote kaardebol Echium vulgare - Slangenkruid Erodium cicutarium - Gewone reigersbek Fumaria officinalis - Gewone duivenkervel Geranium dissectum - Slipbladige ooievaarsbek Glebionis segetum - Gele ganzenbloem Isatis tinctoria - Wede Leucanthemum vulgare - Gewone margriet Malva moschata - Muskuskaasjeskruid Malva sylvestris - Groot kaasjeskruid Matricaria chamomilla - Echte kamille Melilotus albus - Witte honingklaver Melilotus officinalis - Citroengele honingklaver Oenothera biennis - Middelste teunisbloem Oenothera glazioviana - Grote teunisbloem Onopordum acanthium - Wegdistel Papaver dubium - Bleke klaproos Papaver rhoeas - Grote klaproos Raphanus raphanistrum - Knopherik Reseda lutea - Wilde reseda Reseda luteola - Wouw
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
38
Securigera varia - Bont kroonkruid Sinapis arvensis - Herik Tripleurospermum maritimum - Reukeloze kamille Verbascum densiflorum - Stalkaars Verbascum phlomoides - Keizerskaars Vicia sativa subsp. angustifolia (syn. Vicia sativa subsp. nigra) - Smalle wikke Vicia villosa - Bonte wikke
Uitgebreide beschrijving B1 Bloemenmengsel B1 Kleurrijk mengsel ruderale soorten Kleurrijk mengsel ruderale soorten - Online bestellen bij Cruydt-Hoeck (cruydthoeck.nl)
Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan
39