Oosterbrinkweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlagen
Tekst van het document
Oosterbrinkweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen
Bijlage 2
Bodem
Bijlage 3
Luchtkwaliteit
Bijlage 4
Water
"Oosterbrinkweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
1
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1637-0002
20-04-2022
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1580-0002
3-2-2021
Dronkelaarseweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1611-0002
26-5-2021
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Essenerweg XVII, partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1459-0002
8-2-2023
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Garderbroekerweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1726-0002
26-4-2023
Garderbroekerweg-Kapweg, partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0203.1692-0002 2012
8-2-2023
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kapweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1623-0002
6-10-2021
Oosterbrinkweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie
NL.IMRO.0203.1515-0002
22-3-2023
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening Molenbiotopen
NL.IMRO.0203.1598-0002
21-4-2021
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Sleedoornweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1626-0002
6-10-2021
Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1596-0002
18-3-2021
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
2
"Oosterbrinkweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Analyse luchtkwaliteit en stofhinder Oosterbrinkweg 22 Kootwijkerbroek 23 februari 2023
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Verantwoording Titel
Analyse luchtkwaliteit en stofhinder Oosterbrinkweg 22 Kootwijkerbroek
Opdrachtgever
Bylaer advies- en tekenbureau
Projectleider
Hans van Breugel
Auteur(s)
Luc Verhees
Projectnummer
1287360
Aantal pagina’s
8
Datum
23 februari 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Inhoud 1
Situatieschets en vraagstelling .................................................................................................. 4
2
Resultaten en conclusie luchtkwaliteit ....................................................................................... 5
3
Stofhinder .................................................................................................................................. 7
Bijlage 1
Wettelijk kader
Bijlage 2
WHO advieswaarden
3/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
1 Situatieschets en vraagstelling De aanleiding voor het opstellen van voorliggend luchtkwaliteitsonderzoek is de herontwikkeling van de locatie Oosterbrinkweg 22 te Kootwijkerbroek, waar uitbreiding van het verhard oppervlak in het verleden is gerealiseerd (zie figuur 1.1), en waar nu een bestemmingsplanwijziging voor noodzakelijk is. De inrichting levert de volgende diensten:
Zand- en grindhandel (Afval)container transport en verhuur Aannemer grond-, straat- en sloopwerken
Handel in (gebruikt) straatmaterialen Verhuur van autolaadkraan Transport (met vloeistofdichte containers)
Weegbrug
Figuur 1.1 Inrichtingsplan Oosterbrinkweg 22 Kootwijkerbroek
Het aantal m2 verhard oppervlak van de inrichting wordt met 1.495 m2 uitgebreid van 3.546 m2 naar 5.041 m2. De uitbreiding van het verhard oppervlak geeft ook ruimte voor uitbreiding van bovengenoemde activiteiten van de inrichting. Het bevoegd gezag vraagt om een luchtkwaliteitsonderzoek. Aangetoond moet worden dat concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ten gevolgde van de activiteiten van de inrichting de wettelijke grenswaarden niet overschrijden. Zie hiervoor hoofdstuk 2.
4/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Tevens vraagt het bevoegd gezag te toetsen aan de richtafstand voor stofhinder uit de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering. Dit komt in hoofdstuk 3 aan de orde. De stoffen/componenten die in het kader van toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen worden beschouwd zijn PM10, PM2,5 en stikstofdioxide (NO2). PM10 en PM2,5 is de benaming voor fijnstofdeeltjes in de lucht (PM: Particulate Matter) die kleiner zijn dan respectievelijk 10 en 2,5 micrometer. Tabel 1.1 geeft de wettelijke grenswaarden en de WHO advieswaarden. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. Bijlage 2 geeft uitleg over de WHO advieswaarden. Tabel 1.1 Overzicht van wettelijke grenswaarden van de beschouwde stoffen Stof
Type norm
NO2
Jaargemiddelde concentratie
PM10
Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde in Nederland en EU
WHO advieswaarden
40 µg/m3
10 µg/m3
40 µg/m3
15 µg/m3
3
Etmaalgemiddelde concentratie PM2.5
Jaargemiddelde concentratie
50 µg/m mag max. 35x / jaar worden overschreden 25 µg/m3
5 µg/m3
2 Resultaten en conclusie luchtkwaliteit Voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 is er momenteel vrijwel nergens in Nederland meer sprake van overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden in tabel 1.1. De jaargemiddelde concentratieniveaus in de omgeving van de inrichting1 bedragen voor zichtjaar 2021: NO2: 10 tot 13 µg/m3 PM10: 16 tot 19 µg/m3 PM2.5: 8 tot 10 µg/m3 Het aantal PM10 overschrijdingsdagen bedraagt 6 à 7 dagen per jaar. De concentratieniveaus in de omgeving van de inrichting liggen dus zeer ruim onder de wettelijke grenswaarden (zie tabel 1.1). De inrichting ligt aan de binnenweg maar dichtbij twee doorgaande wegen; de N800 en de N310. De verkeersintensiteit op deze wegen ter hoogte van de Oosterbrinkweg is respectievelijk 2.990 motorvoertuigen (mvt) per gemiddeld etmaal en 5.631 mvt/etmaal (bron NSL). De bijdrage aan de jaargemiddelde NO2 concentratie (de maatgevende stof voor wegverkeer) bedraagt 1,8 µg/m3 voor de NSL toetspunten langs de N800. Deze toetspunten liggen op 10 meter van de wegrand. Wanneer circa 3.000 mvt/etmaal 1,8 µg/m3 toevoegt aan de jaargemiddelde NO2 concentratie, dan wordt de grenswaarde van 40 µg/m3 bereikt bij ongeveer 45.000 mvt/etmaal2. Het is uitgesloten dat de uitbreiding van de inrichting aan de Oosterbrinkweg 22 leidt tot een extra verkeersgeneratie van 45.000 mvt/etmaal.
1
Bron: de officiële cijfers van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht. Zie https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ De grenswaarde bedraagt 40 µg NO2/m3 en de achtergrondconcentratie ter plaatse 13 µg NO2/m3. Dit geeft een verschil van 27 µg NO2/m3. Als bij elke 3.000 mvt/etmaal de jaargemiddelde NO2 concentratie met 1,8 µg/m3toeneemt dan wordt de grenswaarde overschreden bij circa (40 - 27) / 1.8 *3000 = 45.000 mvt/etmaal 2
5/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
De uitbreiding van de inrichting aan de Oosterbrinkweg 22 zou ook kunnen leiden tot een toename van de inzet van mobiele werktuigen. Voor emissies vanuit (mobiele) werktuigen is NO2 de maatgevende stof. Met de rekensoftware Geomilieu3 (versie 2022.41) is berekend bij welke hoeveelheid dieselverbruik een overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarde van NO2 wordt bereikt op de woningen van de buren. Dit is het geval wanneer 30 grote shovels met een vermogen van 360 kW (bouwjaar 2010) 365 dagen per jaar 12 uur per dag op het terrein actief zijn (met gemiddelde belasting; 35 % van het maximale vermogen). Dit geeft een dieselverbruik van 3,2 miljoen liter per jaar. Pas bij deze hoeveelheden en aantallen wordt de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 op de woningen van de buren overschreden (aan beide kanten op circa 50 meter van de inrichting). Ook een dergelijke inzet van mobiele werktuigen is uitgesloten. De conclusie is dat de concentratieniveaus van luchtverontreinigende stoffen bij de inrichting ruim onder de wettelijke grenswaarden liggen, en ook bij een uitbreiding van de inrichting ruim onder de grenswaarden blijven. De WHO advieswaarden worden bij de inrichting wel overschreden (voor zichtjaar 2021, zie ook bijlage 2).
Deze overschrijdingen zijn niet toe te schrijven aan de activiteiten van de inrichting; de achtergrondconcentratieniveaus liggen in de Gelderse Vallei voor zichtjaar 2021, voor alle drie de beschouwde stoffen, al boven de WHO advieswaarde. Volgens de prognoses van het RIVM nemen de concentratieniveaus richting de toekomst af, onder andere door voortgaande elektrificatie van het wegverkeer en door strengere emissie-eisen aan wegverkeer, scheepvaart, veehouderijen en industrie. Voor 2030 is de verwachting dat in grote delen van Nederland aan de WHO-advieswaarde voor NO2 en PM10 wordt voldaan. Voor PM2,5 is dit nog niet het geval. Een individuele inrichting zoals aan Oosterbrinkweg 22 in Kootwijkerbroek kan echter niet tot nauwelijks invloed uitoefenen op het voldoen aan de WHO advieswaarden.
3
De berekeningen zijn uitgevoerd met de STACKS+ module voor luchtkwaliteitsberekeningen van het softwarepakket Geomilieu, versie 2021.2. Geomilieu (en daarmee de STACKS+ module) is door het ministerie van I&W goedgekeurd4 voor berekeningen conform standaardrekenmethode 1 (wegen binnen de bebouwde kom), standaardrekenmethode 2 (snelwegen en wegen in open gebied) en standaardrekenmethode 3 (punt- en oppervlaktebronnen) uit de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007. In Geomilieu zijn steeds de meest recente emissiefactoren voor het wegverkeer en de meeste recente achtergrondconcentraties (ook wel Grootschalige Concentratiekaarten Nederland; GCN) opgenomen
6/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
3 Stofhinder In de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering4 worden geeft richtafstanden voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Dit zijn afstanden tussen de milieubelastende activiteit (de grens van het bedrijf) en de gevoelige functies (in dit geval de gevels van woningen aangezien het hier een bestaande situatie betreft5). In principe is het zo dat als aan de richtafstand wordt voldaan er geborgd is dat er ter hoogte van de gevoelige functies een goed woon- en leefklimaat is. Voor elke categorie bedrijven wordt per milieuaspect een richtafstand gegeven. Voor de zand- en grindhandel aan de Oosterbrinkweg 22 is geclassificeerd als groothandel in zand en grind b.o. > 200 m3, met SBI code 46735. De richtafstanden hierbij zijn: Geur: 0 meter Stof: 30 meter Geluid 100 meter Gevaar: 0 meter Dit betekent dat voor stof binnen 30 meter van de inrichtingsgrens in principe geen gevoelige objecten (woningen) gesitueerd mogen zijn. Toetsing Oosterbrinkweg 24; ten oosten van inrichting De afstand tussen de woning en de inrichtingsgrens is meer dan 30 meter. Een goed woon- en leefklimaat is hier geborgd.
4
Zie https://vng.nl/artikelen/bedrijven-en-milieuzonering In het geval van een bestemmingplan dat woningbouw mogelijk maakt betreft het de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. 5
7/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Toetsing Oosterbrinkweg 20; ten westen van inrichting De afstand tussen de woning en de grens van de inrichting ten zuiden van de woning is groter dan 30 meter. Het zwaartepunt van de bedrijfsactiviteiten welke stofoverlast kunnen veroorzaken zal hier plaatsvinden. De afstand tussen de woning en de grens van de inrichting aan de oostzijde van de woning is kleiner dan 30 meter. Aan deze zijde is echter de bedrijfswoning van de inrichting gelegen en zullen geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden. Als aan de oostzijde de afstand tussen de woning en de inrit voor de zand- en grindhandel wordt gemeten, dan wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Voor de woning aan de Oosterbrinkweg 20 is een goed woon- en leefklimaat hiermee geborgd.
8/8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Bijlage 1
Wettelijk kader
Uit de ‘Wet luchtkwaliteit’ (hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer) volgt dat een milieuvergunning voor een project of activiteit vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit verleend kan worden, indien aangetoond is dat in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: De grenswaarden voor luchtkwaliteit worden niet overschreden (zie tabel B1.1) Indien de grenswaarden wel worden overschreden: de luchtkwaliteit verslechtert niet door de
voorgenomen activiteit of er vindt per saldo, inclusief eventuele maatregelen, een verbetering van de luchtkwaliteit plaats De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De grens voor niet in betekende mate is 3 % van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Dit komt overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 1,2 μg/m3
De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit)
Tabel B1.1 Overzicht van wettelijke grenswaarden van de beschouwde stoffen Stof
Type norm
NO2
Jaargemiddelde concentratie
PM10
Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde in Nederland en EU 40 µg/m3 40 µg/m3 3
Etmaalgemiddelde concentratie PM2.5
Jaargemiddelde concentratie
50 µg/m mag max. 35x / jaar worden overschreden 25 µg/m3
Het toepasbaarheidsbeginsel (artikel 5.19 lid 2 van de Wet milieubeheer) geeft aan waar de luchtkwaliteit niet beoordeeld hoeft te worden, namelijk: Op locaties die zich bevinden in gebieden die niet publiekelijk toegankelijk zijn en waar geen
vaste bewoning is Op terreinen waarop een of meer inrichtingen zijn gelegen, waar bepalingen betreffende gezondheid en veiligheid op arbeidsplaatsen van toepassing zijn Op de rijbaan van wegen en de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang tot de middenberm hebben
Ten aanzien van de overige stoffen waarvoor in de Wm grenswaarden zijn opgenomen6, zijn in de laatste decennia nergens in Nederland normoverschrijdingen opgetreden en vertonen de concentraties een dalende trend7. Dit beeld wordt bevestigd door metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Daarom worden voor deze overige stoffen in principe nooit meer projectspecifieke verspreidingsberekeningen uitgevoerd.
6
zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen, lood, ozon, arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen en stikstofoxiden CBS, PBL, Wageningen UR (2013), www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen 7
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Bijlage 2
WHO advieswaarden
Voor de beschouwde stoffen/componenten zijn er naast de wettelijke grenswaarden ook de advieswaarden van de World Health Organisation (WHO). Zie tabel B2.1. De advieswaarden zijn gezondheidskundige grenzen voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht en zijn fors lager dan de wettelijke grenswaarden. Tabel B2.1 Overzicht van wettelijke grenswaarden en WHO advieswaarden van de beschouwde stoffen Stof
NO2
Type norm
Grenswaarde in
WHO
Voorstel nieuwe
Nederland en EU
advieswaarden
grenswaarden per 2030
40 µg/m3
10 µg/m3
20 µg/m3
-
-
40 µg/m3
15 µg/m3
Jaargemiddelde concentratie Daggemiddelde concentratie
PM10
Jaargemiddelde concentratie Daggemiddelde concentratie
PM2.5
50 µg/m3, mag max. 35x per jaar worden overschreden
Jaargemiddelde concentratie Daggemiddelde concentratie
-
25 µg/m3
5 µg/m3
-
-
50 µg/m3, mag max. 18x per jaar worden overschreden 20 µg/m3 45 µg/m3, mag max. 18x per jaar worden overschreden 10 µg/m3 25 µg/m3, mag max. 18x per jaar worden overschreden
Voor grote delen van Nederland geldt dat nog niet voldaan wordt aan de in september 2021 aangescherpte WHO advieswaarden. Figuren B1 t/m B3 (bron: RHDHV) laten zien dat PM2.5 de meest kritische component is. In 2020 werd nergens in Nederland aan de WHO advieswaarde voor PM2.5 voldaan. Voor 2030 wordt verwacht dat dit alleen in het noorden van Nederland het geval zal zijn. PM10 is de minst kritische component waarvoor in 2030 wordt verwacht dat in het grootste deel van Nederland aan de WHO advieswaarde wordt voldaan. Voor NO2 werd in 2020 vrijwel alleen in noord Nederland aan de WHO advieswaarde voldaan, en in 2030 naar verwachting in een groter deel van Nederland maar nog niet in de Randstad, enkele overige stedelijke gebieden en in West Brabant. Individuele inrichtingen, projecten, gemeenten en ook provincies kunnen niet tot slechts beperkt invloed uitoefenen op het voldoen aan de WHO advieswaarden. Een vergaande daling van de concentratieniveaus tot onder de WHO advieswaarden kan alleen bereikt worden door het doorvoeren van vergaande maatregelen op nationale schaal, zoals de initiatieven in het Schone Lucht Akkoord (SLA), en op internationale schaal. Binnen het SLA hebben de Rijksoverheid, provincies en gemeenten afspraken gemaakt om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren en de gezondheidsschade door luchtverontreiniging in 2030 te halveren.
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Daartoe worden extra maatregelen genomen, vooral rondom grote steden en in de buurt van intensieve veehouderijen. In het SLA zijn en worden de meest effectieve en efficiënte maatregelen opgenomen die de komende jaren verder zullen worden uitgewerkt. Naast lokale maatregelen worden (generieke) nationale maatregelen getroffen om de emissies in de sectoren (weg)verkeer, landbouw, scheepvaart, industrie, huishoudens en luchtvaart af te laten nemen. Voor wegverkeer betreft het vooral de inzet op strengere Europese emissie-eisen en stimuleren van zero-emissie voertuigen. Vooral deze landelijke maatregelen zullen positief bijdragen aan het verlagen van de emissies en concentraties. De effecten van lokale en regionale maatregelen zijn doorgaans beperkt. In tabel B2.1 worden tevens de door de Europese commissie op 26 oktober 2022 voorgestelde aangescherpte grenswaarden gegeven. Deze nieuwe grenswaarden zouden uiterlijk in 2030 in moeten gaan8. Voor de nieuwe grenswaarden geldt dat deze naar verwachting in 2030 vrijwel overal in Nederland worden gehaald. In figuren B2.1 tot en met B2.3 wordt de voorgestelde nieuwe grenswaarde in de middel-/donkerblauwe gebieden overschreden.
Figuur B2.1 Gebieden in Nederland met een jaargemiddelde NO2 concentratie onder de WHO advieswaarde (groen) en boven WHO advieswaarde (blauw) voor zichtjaren 2020 en 2030 (volgens GCN 2021)
Zie onder andere https://www.schoneluchtakkoord.nl/actueel/nieuws-schone-lucht-akkoord/algemeen/voorstelnieuwe-eu-richtlijn-luchtkwaliteit/ 8
Kenmerk
R002-1287360VLU-V02-srb-NL
Figuur B2.2 Gebieden in Nederland met een jaargemiddelde PM10 concentratie onder de WHO advieswaarde (groen) en boven WHO advieswaarde (blauw) voor zichtjaren 2020 en 2030 (volgens GCN 2021)
Figuur B2.3 Gebieden in Nederland met een jaargemiddelde PM2.5 concentratie onder de WHO advieswaarde (groen) en boven WHO advieswaarde (blauw) voor zichtjaren 2020 en 2030 (volgens GCN 2021)
Waterparagraaf Oosterbrinkweg 22 te Kootwijkerbroek 29 november 2022
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Verantwoording Titel
Waterparagraaf Oosterbrinkweg 22 te Kootwijkerbroek
Opdrachtgever
Bylaer advies- en tekenbureau
Projectleider
Hans van Breugel
Auteur(s)
Merel van den Berg
Tweede lezer
Erwin Stamsnijder
Foto voorblad bron
Cyclomedia 2022
Projectnummer
1287360
Aantal pagina’s
19
Datum
29 november 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2
Algemene locatiegegevens ....................................................................................................... 5
3
Geohydrologische situatie ......................................................................................................... 6
4
3.1
Uitgangspunten .................................................................................................................. 6
3.2
Maaiveldhoogte .................................................................................................................. 6
3.3
Bodemopbouw ................................................................................................................... 7
3.4
Doorlatendheid ................................................................................................................... 7
3.5
Grondwaterstanden ............................................................................................................ 8
3.6
Oppervlaktewater ............................................................................................................... 9
3.7
Riolering ........................................................................................................................... 10
3.8
Infiltratiemogelijkheden .................................................................................................... 10
Beleid, uitgangspunten en toets waterbelangen ..................................................................... 12 4.1
5
Beleid ............................................................................................................................... 12
4.1.1
Europees beleid ........................................................................................................ 12
4.1.2
Nationaal beleid ........................................................................................................ 12
4.1.3
Provinciaal beleid ...................................................................................................... 13
4.1.4
Beleid waterschap Vallei en Veluwe ......................................................................... 14
4.1.5
Beleid Gemeente Barneveld ..................................................................................... 14
4.2
Digitale watertoets en uitgangspunten ............................................................................. 15
4.3
Toets waterbelangen ........................................................................................................ 16
4.3.1
Oppervlaktewater/A- en B-watergangen ................................................................... 16
4.3.2
Ontwatering/grondwaterfluctuatiezone...................................................................... 16
4.3.3
Waterberging............................................................................................................. 18
4.3.4
Overige belangen ...................................................................................................... 18
Samenvatting waterparagraaf ................................................................................................. 19
Bijlage 1
Situatietekening
Bijlage 2
Boorplannen
Bijlage 3
Boorstaten
Bijlage 4
Rioleringstekening
Bijlage 5
Digitale watertoets
3/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
1 Inleiding De aanleiding voor het opstellen van de waterparagraaf is de herontwikkeling van de locatie Oosterbrinkweg 22 te Kootwijkerbroek waar uitbreiding van het verhard oppervlak in het verleden is gerealiseerd (zie figuur 1.1 en bijlage 1) en waar nu een bestemmingsplanwijziging voor noodzakelijk is. Ten aanzien van de herontwikkeling is het gewenst om de mogelijkheden, wensen en eisen voor de waterhuishoudkundige inrichting na te gaan en een watertoets uit te voeren. Het een en ander is samengevat in onderhavige waterparagraaf.
Figuur 1.1 Inrichtingsplan Oosterbrinkweg 22 Kootwijkerbroek gemeente Barneveld
4/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
2 Algemene locatiegegevens De locatie (bebouwing en bedrijfsterrein) heeft een oppervlakte van circa 5.040 m2 en is in gebruik als opslagterrein voor bouw- en grondstoffen. De locatie is grotendeels verhard met stelcon platen, zoals te zien in figuur 2.1.
Figuur 2.1 Overzicht onderzoekslocatie
Tot 2013 (op basis van bron: luchtfoto tijdreis) heeft het bedrijf alleen aan de zuidoostzijde van het perceel een inrichting als opslagterrein gehad, wat was verhard met stelcon platen. De zuidwestzijde was tot dan toe onverhard (gras). In de oude situatie (voor het extra bedrijventerrein voor opslag aan de zuidwestzijde) was sprake van 3.546 m2 verhard terreinoppervlak. In de nieuwe situatie is sprake van 5.041 m2 verhard terreinoppervlak, waarbij het uitgebreide bedrijfsterrein/opslagplaats aan de zuidwestzijde 1.495 m2 betreft. In figuur 1.1 en in bijlage 1 is een tekening opgenomen van het bedrijfsterrein.
5/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
3 Geohydrologische situatie 3.1
Uitgangspunten
Voor de geohydrologische situatie zijn gegevens gebruik uit het actueel hoogtebestand 3 (AHN3), het DINOloket, het verkennend bodemonderzoek van Grondvitaal B.V. (2022), mbs Moerdijk Bodemsanering B.V. (2007) en Geofox (2001). Relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 2 en 3. In onderstaande paragrafen is de daaruit afgeleide geohydrologische situatie geschematiseerd.
3.2
Maaiveldhoogte
Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Kootwijkerbroek en ligt ten zuiden van de Oosterbrinkweg 22. Uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN3) blijkt dat het plangebied een maaiveldverloop in zuidwestelijke richting heeft (figuur 3.1). De hoogste delen liggen aan het gebouw aan de noordzijde van het perceel, op circa +19,1 m NAP. De zuidwestzijde van het perceel is het laagst gelegen met een maaiveldniveau van gemiddeld circa +18,6 m NAP. Daarmee kent de locatie een hoogteverschil van 0,5 m.
Figuur 3.1 Maaiveldhoogte huidige situatie (AHN3)
6/19
Kenmerk
3.3
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Bodemopbouw
Op basis van het Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS) van Dinoloket is een beeld gekregen van de regionale bodemopbouw. Het oost-west dwarsprofiel is weergegeven in figuur 3.2. De oranje/donkerrode laag is een scheidende leemlaag (formatie van Drente) van 42 m dik. Boven op deze scheidende leemlaag is een relatief dik zandpakket van 19 m (gele lagen in het
Plangebied
dwarsprofiel, formatie van Boxtel) aanwezig.
Figuur 3.2 Regionale bodemopbouw (blauwe stippellijn = afbakening plangebied) (bron: Dinoloket, REGIS)
In het plangebied is door mbs Moerdijk Bodemsanering B.V. (15 januari 2007) bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van deze ondiepe boringen (tot 2,5 m -mv diep) bestaat de bodem uit matig fijn zand. In het plangebied is ook door Grondvitaal B.V. (21 juli 2022) bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde grondboringen is tot 3,5 m -mv overwegend matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen in kleuren variërend van donkerbruin (bovengrond) tot lichtgrijs (ondergrond). In bijlage 3 zijn boorprofielen van de boringen van beide onderzoeken opgenomen.
3.4
Doorlatendheid
Op basis van het REGISII-model (www.dinoloket.nl) is de doorlatendheid van de ondiep aanwezige zandlagen van de formatie van Boxtel geschat op 5 tot 10 m/d.
7/19
Kenmerk
3.5
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Grondwaterstanden
Op 4 juli 2022 (relatief droge periode) is in peilbuis 01 een grondwaterstand gemeten van 1,89 m -mv (circa +17,0 m NAP)1. Door mbs Moerdijk Bodemsanering B.V.2 zijn de grondwaterstanden gemeten (19 december 2006) en is een gemiddelde grondwaterstand van circa 1,9 m -mv geanalyseerd (zie tabel 3.3). Tabel 3.1 Peilbuisgegevens onderzoek mbs Moerdijk Bodemsanering B.V. Peilbuis
Datum
Filterstelling
Grondwaterstand
Grondwaterstand
Maaiveld m
m -mv
m NAP
m -mv
NAP
PB10
19-12-2006
1,5-2,5
16,80
1,80
18,60*
PB101
19-12-2006
1,5-2,5
16,70
1,90
18,60*
PB102
19-12-2006
1,5-2,5
16,70
1,90
18,60*
PB103
19-12-2006
1,4-2,4
16,80
1,80
18,60*
PB104
19-12-2006
1,5-2,5
16,60
2,00
18,60*
PB01**
04-07-2022
2,5-3,5
16,77
1,89
18,66
* Maaiveldhoogte gebaseerd op AHN **Peilbuis geplaatst en gemeten bij onderzoek Grondvitaal B.V.
Ter plaatse van het plangebied zijn een aantal peilbuizen van DINOloket aanwezig waarin de grondwaterstand is gemeten. De locaties van de peilbuizen liggen op een afstand van 1.675 tot 1.825 meter in de buurt van Kootwijkerbroek. Tabel 3.2 Peilbuizen DINOloket Peilbuis
Meetperiode
Maaiveldhoogte
Filterstelling m
m NAP
NAP
GHG m NAP
GG m
GLG m NAP
NAP
Grondwaterstanden in de buurt van Kootwijkerbroek B32F0061-1
1963-2019
+18,0
4,77-3,77
+17,4
+17,0
+16,6
B32F0061-2
1963-2019
+18,0
-4,69- -5,69
+17,3
+17,0
+16,7
B32F0201-1
1958-2005
+16,7
15,16-14,66
+16,3
+15,9
+15,5
B32F0200-1
1952-1958
+16,5
Onbekend
+16,5
+16,2
+15,8
B32F0169-1
1951-1971
+17,0
-33,92- -41,12
+16,5
+16,2
+15,9
B32F0061-3
1963-2019
+18,0
-28,70- -29,70
+17,3
+17,0
+16,7
Grondwaterstanden in de buurt van Stroe B32F0166
1997-2012
+19,5
6,86-5,02
+18,0
+17,7
+17,4
B32F0848
2012-2020
+19,3
16,23-15,23
+17,3
+16,9
+16,5
B32F0770
2001-2011
+18,1
17,03-16,03
+17,6
+17,1
+16,7
1
Verkennend bodemonderzoek, projectnummer 2229066, 21 juli 2022, Grondvitaal B.V., geraadpleegd op 21-11-2022 Nader bodemonderzoek, kenmerk: 643.01.061.r1, 15 januari 2007, mbs Moerdijk Bodemsanering B.V., geraadpleegd op 21-112022 2
8/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Op basis van de meetreeksen uit tabel 3.4 en de AHN-hoogtekaart valt op te maken dat de grondwaterstroming westelijk gericht is. De grondwaterstand varieert sterk in het gebied als gevolg van de wisselende grondwaterstanden, verschillende filterdieptes en wisselende maaiveldniveaus. Op basis van de eenmalige metingen op de onderzoekslocatie en de langdurig gemeten grondwaterstanden in het Dinoloket worden de volgende grondwaterstanden representatief geacht voor deze locatie. Representatief hoog (RHG): 1,0 m-mv (+17,6 m NAP) Representatief laag (RLG): 1,9 m-mv (+16,7 m NAP) Op basis van de klimaateffectatlas van stichting CAS is de globale kwel en/of infiltratie berekend. De infiltratie tussen de deklaag en de watervoerende laag voor het plangebied betreft 0,1 tot 0,5 mm/dag. De infiltratiesituatie blijkt ook uit de stijghoogtemetingen tussen ondiep en dieper gesitueerde peilbuizen.
3.6
Oppervlaktewater
Aan de westzijde en aan de noordzijde van het plangebied is een C-watergang aanwezig met het kenmerk ‘WL_64955. Deze watergang watert onder vrij verval af in zuidelijke richting op de andere watergang met kenmerk ‘WL_20937’. Het peilgebied van het plangebied heeft kenmerk: ‘GPG_1087’ en valt onder de Grote Beek.
Figuur 3.3 Situering plangebied ten opzichte van het oppervlaktewater (bron: legger waterschap Vallei en Veluwe)
9/19
Kenmerk
3.7
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Riolering
Op het bedrijventerrein zijn twee hemelwaterkolken aanwezig.
Figuur 3.4 Rioleringstekening
Een hemelwaterstraatkolk aan de noordoostzijde heeft een afmeting van 600 bij 600 mm, ligt op het midden van het oostelijk bedrijventerrein en watert af op het hemelwaterriool na de oliewaterafscheider. De andere hemelwaterstraatkolk is 300 bij 300 mm (zie figuur 3.4 en bijlage 4) en ligt in het midden van het bedrijventerrein. Het hemelwater wordt hierbij met een hemelwaterriool afgevoerd richting de westelijk gelegen c-watergang. Een groot deel van het westelijke bedrijventerrein heeft een afvoer onder vrij verval over maaiveld richting de c-watergang. Hierbij stroomt het water onder de keerwand door.
3.8
Infiltratiemogelijkheden
In figuur 3.5 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren in de bodem en de keuze van een bepaalde infiltratietechniek (op basis van de heersende grondwaterstand en de doorlatendheid van de bodem) weergegeven. Het betreft hier een algemene kwantitatieve beslismethodiek.
10/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Figuur 3.5 Mogelijkheden voor infiltratie hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, mei 2002)
Op basis van de geohydrologische situatie en de beslismethodiek voor infiltreren, bestaat er geen beperking voor infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid wordt ruim voldoende geschat (5-10 m/d) en ook de representatief hoge grondwaterstand is voldoende diep à 1,0 m -mv. Op basis hiervan wordt het goed mogelijk geacht om infiltratie van hemelwater toe te passen. De infiltratievoorzieningen kunnen zijn een infiltratieveld, infiltratieput, infiltratiekoffer/krat, IT-riolering en/of een wadi. Het toepassen van een open verharding wordt gezien het gebruik als op- en overslaglocatie niet geadviseerd.
11/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
4 Beleid, uitgangspunten en toets waterbelangen 4.1
Beleid
Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid. In de watertoets zijn de geldende beleidskaders van het plangebied beschreven. 4.1.1
Europees beleid
Kaderrichtlijn Water Internationaal wordt gestreefd naar duurzame en robuuste watersystemen. Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. Het doel van de KRW is verbetering van de (ecologische) kwaliteit van het oppervlaktewater. Bij ontwikkeling dient het streven naar duurzame en robuuste watersystemen centraal te staan, waarbij een goede ecologische en chemische waterkwaliteit wordt gerealiseerd. Voor een bestemmingsplan gelden, in relatie met de KRW, diverse aandachtspunten: scheiden van schoon en vuil water, op diepte houden van wateren, een natuurvriendelijke inrichting en onderhoud van oevers en het voorkomen en aanpakken van verontreinigingsbronnen van hemelwater. Daarnaast geldt vanuit de KRW het algemene uitgangspunt dat er geen achteruitgang in de toestand van de (ecologische) waterkwaliteit mag optreden. 4.1.2
Nationaal beleid
WB21/NBW Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn de drietrapsstrategieën: voor waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren) en voor waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden en zuiveren). Voor het bestemmingsplan gelden specifiek de volgende aandachtspunten: In gebieden die op termijn nodig worden geacht voor waterberging, mag geen bebouwing komen
In gebieden met dikke veenpakketten, mogen geen ruimtelijke besluiten worden genomen die leiden tot bodemdaling De ruimte dient zodanig te worden bestemd, dat door inrichting en gebruik geen vervuiling optreedt naar grond- en oppervlaktewater Ruimtelijke ingrepen zijn waterneutraal, of hebben zelfs een verbetering van het bestaande watersysteem tot gevolg
12/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Met de Waterwet hebben het rijk, waterschappen, provincies en gemeenten moderne wetgeving in handen om integraal waterbeheer te realiseren, om te zorgen voor waterveiligheid en om watervervuiling, wateroverlast en watertekorten tegen te gaan. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het rijk, als de beheerder van de Rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatsten zijn daarnaast ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Tot slot zijn de zorgplichten van de gemeenten opgenomen in de waterwet. Nationaal Waterplan In het Nationaal Waterplan zijn algemene beleidsuitgangspunten opgenomen, waaronder het streven naar: 1. Duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer 2. 3.
Ruimte voor water en meebewegen met en gebruik maken van natuurlijk processen Het in samenhang aanpakken van opgaven voor wonen, werken, mobiliteit, recreatie, landschap en natuur, water en milieu
Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie Het Deltaprogramma bevat sinds 2018 een Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. De kern van de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. In 2020 moet klimaatadaptatie zijn vertaald naar beleid. Overheden gaan ervoor zorgen dat schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt en letten daarop bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen en wegonderhoud. 4.1.3
Provinciaal beleid
Bodem en waterprogramma 2022-2027 Het bodem en waterprogramma is de uitwerking van de ambities voor bodem en water vanuit de provinciale omgevingsvisie. De zeven ambities, waar klimaatbestendig en waterrobuust onderdelen van zijn, geven hier richting aan en de spelregels geven hier werking aan. Utrecht heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn en wil een 50 % afremming van de bodemdaling. Dit betekent dat zij goed voorbereid en toegerust is op de gevolgen van wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Onderdeel hiervan is zorgen voor een veerkrachtig en duurzaam water-, natuur- en bodemsysteem en het aspect klimaatbestendig in alle beslissingen meenemen. Naast klimaatadaptatie is waterkwaliteit ook een belangrijke ambitie en doel vanuit de KRW, waarbij het hebben en houden van schoon oppervlaktewater en een duurzame drinkwatervoorzieningen moet zijn geborgd. Er is ook een belangrijke opgave voor meer biodiversiteit in de stad door aandacht voor onder andere natuur in woonwijken, bij de bouw en renovatie van werklocaties en het Gelderse erfgoed.
13/19
Kenmerk
4.1.4
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Beleid waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) 2022-2027 Het waterschap Vallei en Veluwe heeft de zorg voor het regionale watersysteem. Hierbij hoort een optimale bescherming tegen overstromingen, een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Het begrip ‘water denken’ staat hier centraal. In het BOP is het gebied, de maatschappelijke thema’s en samenwerking met partners meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma’s. Het waterschap wil bijdragen aan een duurzame en waardevolle leefomgeving. Voor nieuwe ontwikkelingen in stedelijk gebied ligt de focus voornamelijk op waterinclusief bouwen. Onder waterinclusieve stedelijke ontwikkeling verstaan we stedelijke ontwikkeling die naast de woonfunctie die het krijgt ook een gezond watersysteem bevat en daarmee als ontwikkeling een bijdrage levert aan de kwaliteit van de leefomgeving. Waterinclusief is het optimaal meenemen van alle aspecten van water in de stad. Een water inclusieve stedelijk ontwikkeling is een klimaatadaptieve stad welke bestand is tegen het veranderend klimaat. Er moeten daarin maatregelen genomen worden tegen hittestress en de gevolgen van hevige regenval en langdurige droogte. Daarmee staat waterinclusief ook voor een robuust en veerkrachtig watersysteem.
Afwegingen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten daarom gemaakt worden vanuit de ondergrond en het watersysteem. Keur waterschap Vallei en Veluwe De Keur gaat over het gebruik en onderhoud van water, oevers en dijken. In de Keur staan de regels en uitgangspunten van waterschap Vallei en Veluwe: ‘wat mag wel (en wat niet).’ 4.1.5
Beleid Gemeente Barneveld
Vanuit het gemeentelijk rioleringsprogramma en de digitale watertoets geldt dat de gemeente Barneveld voorschriften heeft opgenomen met betrekking tot de waterhuishoudkundige inrichting te weten;
Ter bescherming van de volksgezondheid is voor afvalwater de trits schoonhouden – scheiden – zuiveren te hanteren Ter voorkoming van wateroverlast en droogte is voor hemelwater de trits vasthouden – bergen – afvoeren te hanteren Bij een toename van >50 m2 verhard oppervlak (dak + terrein) is het verplicht waterberging op eigen terrein te realiseren. Deze waterberging dient dan een inhoud te hebben van minimaal 30 mm maal het nieuw verhard oppervlak. Waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden in de vorm van infiltratiekratten, grindkoffer, of een wadi of laagte in de tuin Hemelwater mag niet worden aangesloten op het drukriool. Indien hemelwater wordt afgevoerd naar een watergang, dient de afvoer voorzien te zijn van een uitstroomvoorziening/taludbescherming (Zie de Algemene Regels en de Legger van Waterschap Vallei en Veluwe voorregels omtrent uitstroomvoorzieningen)
Er wordt grondwaterneutraal gebouwd; grondwater wordt niet permanent afgevoerd via drainage maar de grond wordt opgehoogd als dat nodig is
14/19
Kenmerk
4.2
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Digitale watertoets en uitgangspunten
Op basis van eerder opgestelde waterstructuurplannen is een overzicht gemaakt van de uitgangspunten voor de waterhuishouding waaraan het plan moet voldoen. Daarnaast is een digitale watertoets gedaan (zie bijlage 5) waaruit eveneens uitgangspunten voor de waterhuishouding zijn verkregen. Hieronder is een beknopte samenvatting gegeven van deze bronnen.
Afvalwater en hemelwater worden apart van elkaar ingezameld en behandeld Voor hemelwater wordt de trits ‘Vasthouden – Bergen – Vertraagd afvoeren’ gehanteerd De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, tenzij het
redelijk is om dit te verlangen van de bewoners of bedrijven Bij stedelijke herontwikkeling dient hemelwater gescheiden van het afvalwater te worden aangeboden. Bij voorkeur wordt hemelwater bovengronds afgevoerd; enerzijds om water
zichtbaar te maken en anderzijds om foutieve aansluitingen te voorkomen Met het oog op toekomstige klimaatontwikkelingen eist de gemeente dat er minimaal 30 mm waterberging gerealiseerd moet worden voor al het nieuwe verhard oppervlak binnen het
plangebied Een waterbergingsvoorziening mag met maximaal 2,0 l/s/ha (17 mm/dag) afvoeren naar oppervlaktewater
Vanuit het waterschap Vallei en Veluwe wordt op basis van de Keur een vrijstelling verleend op het verbod van het lozen van hemelwater, dat via nieuw verhard oppervlak (van maximaal 0,15 ha is 1.500 m2) buiten de bebouwde kom, loost in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Vanuit gemeente Barneveld geld een waterbergingsopgave à 30 mm bij toename van >50 m2 verhard oppervlak
Vanuit Waterschap Vallei en Veluwe geld een waterbergingsopgave à 60 mm bij toename van >1.500 m2 verhard oppervlak. Bij een kleinere toename is het negatieve effect klein en geld vanuit het Waterschap geen noodzaak voor het nemen van maatregelen
Er wordt grondwaterneutraal gebouwd; grondwater wordt niet permanent afgevoerd via drainage maar de grond wordt opgehoogd als dat nodig is Bij dit herontwikkelingsplan dient de ontwateringsdiepte te voldoen aan de volgende eisen
-
Woningen met kruipruimte Wegen
1,0 m beneden vloerpeil (30 cm hoger dan as weg) 0,7 m beneden kruin van de weg
15/19
Kenmerk
4.3
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Toets waterbelangen
4.3.1 Oppervlaktewater/A- en B-watergangen Net naast het plangebied liggen watergangen. In paragraaf 3.6 is aangegeven dat deze watergangen C-watergangen betreft. De C-watergangen zijn gelegen aan de noordzijde van het plangebied en aan de westzijde van het plangebied. Er is geen demping en/of aantasting van het talud van de watergang voorzien in het plangebied. De ontwikkeling zal daarmee geen negatieve invloed hebben op het toekomstig onderhoud van de watergangen zelf.
Figuur 4.1 Kaart met watergangen van digitale watertoets (plangebied blauw). Oranje watergangen betreffen cwatergangen
4.3.2 Ontwatering/grondwaterfluctuatiezone Het plangebied raakt een grondwaterfluctuatiezone. Dit betekent dat voor het toevoegen van bebouwing en verhard oppervlak rekening gehouden dient te worden met de verwachtte stijging van de grondwaterstanden in deze zone. Normaliter is hiervoor afstemming met de Provincie Gelderland benodigd.
16/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
De grondwaterfluctuatiezone is een aangewezen zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Het is raadzaam om bij nieuwbouw of het toevoegen van verhard oppervlak, rekening te houden met deze verwachting grondwaterstandstijging. Dit om te voorkomen dat in de toekomst grondwateroverlast wordt ervaren. Ter controle op eventuele grondwateroverlast (met toekomstige stijging) is de huidige ontwateringsdiepte (1,0 m) vergeleken met de gewenste ontwateringsdiepte (0,7 m). Hieruit is gebleken dat in de huidige situatie wordt voldaan aan de gewenste ontwateringsdiepte. Ook is de huidige ontwateringsdiepte ruim voldoende om eventuele verhoging van de grondwaterstand in de toekomst op te vangen. Tot slot ligt alleen het noordelijkste deel van het plangebied in de grondwaterfluctuatiezone. Het nieuw verhard oppervlak valt net niet binnen de grondwaterfluctuatiezone en beïnvloed deze zone ook niet. Strikt formeel valt de onderzoekslocatie ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging buiten deze zone.
Figuur 4.2 Kaart met grondwaterfluctuatiezone van digitale watertoets (plangebied blauw)
17/19
Kenmerk
4.3.3
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Waterberging
Ten aanzien van het verhard oppervlak vindt een toename plaats van 1.495 m2. Dit betreft minder dan de 1.500 m2 en leidt daarmee niet tot een watercompensatieopgave (noodzaak tot waterberging) vanuit het Waterschap Vallei en Veluwe. Voor de gemeente Barneveld geldt wel een watercompensatieopgave. Hiervoor is de eis dat, per vierkante meter verhard oppervlak dat erbij komt (>50 m2), er 30 mm per vierkante meter aan waterberging moete worden gerealiseerd. Aangezien sprake is van een toename van verhard oppervlak geldt in deze situatie de waterbergingseis van 30 mm per nieuwe vierkante meter verhard oppervlak. Op basis van een toename van het verhard oppervlak à 1.495 m2 moet circa 45 m3 waterberging worden gerealiseerd. Kanttekening hierbij is dat de waterbergingsopgave geld voor de huidige wet- en regelgeving. Aangezien de verharding van het terrein reeds is gerealiseerd rond 2013, wordt geadviseerd in gesprek te gaan met de Gemeente Barneveld om te overleggen of de huidige waterbergingseis nageleefd dient te worden. Het kan namelijk zo zijn dat de waterbergingseis in 2013 anders was (geen bergingseis) en dit vanwege de bestemmingsplanwijzing met terugwerkende kracht, ook mogelijk aangehouden kan worden.
Mocht blijken dat de waterberging conform de huidige regelgeving moet worden toegepast, dan wordt vanwege de beperkte ruimte geadviseerd om een waterberging toe te passen in de vorm van infiltratiekratten. De infiltratiekratten kunnen op de bestaande straatkolk (300 bij 300 mm) worden aangesloten en worden aangebracht op een niveau van 1,0 m -mv. De bestaande hemelwaterafvoer kan dan dienen als overstortniveau richting het oppervlaktewater. Bij de keuze van de kratten dient rekening gehouden met de boven belasting met stelcon platen en machines die plaats kan vinden. Gezien de aanwezige stelcon platen wordt dit echter op voorhand niet problematisch geacht. Gezien de op- en overslag van bouwstoffen wordt te allen tijde geadviseerd een robuuste zandvang in de straatkolk(en) voor de infiltratiekratten toe te passen. Aangezien ter plaatse van de uitbreiding geen gebruik gemaakt wordt van uitlogende bouw- en grondstoffen zijn aanvullende maatregelen niet noodzakelijk. 4.3.4 Overige belangen Ten aanzien van overige belangen (zie digitale watertoets, bijlage 5) zal het plan geen negatieve invloed hebben (niet van toepassing en/of binnen het plangebied gesitueerd).
18/19
Kenmerk
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
5 Samenvatting waterparagraaf De aanleiding voor het opstellen van de waterparagraaf is de herontwikkeling van de locatie Oosterbrinkweg 22 te Kootwijkerbroek waar uitbreiding van het verhard oppervlak in het verleden is gerealiseerd en waar nu een bestemmingsplanwijziging voor noodzakelijk is. Hiervoor is een waterparagraaf opgesteld en is de watertoets doorlopen. Uit het resultaat is gebleken, ten aanzien van de nabijgelegen C- watergangen en de grondwaterfluctuatiezone, als gevolg van de ontwikkeling geen negatieve invloed en/of knelpunten worden verwacht. Ten aanzien van overige belangen (zie digitale watertoets, bijlage 5) is negatieve invloed uitgesloten (niet van toepassing en/of binnen het plangebied gesitueerd). Wel dient rekening gehouden te worden met de vigerende waterbergingsopgave à 30 mm, waarmee formeel een waterberging à 45 m3 moet worden gerealiseerd. Mogelijk dat deze bergingsopgave vanwege de bestemmingsplanprocedure met terugwerkende kracht nog anders wordt geïnterpreteerd, wat aanvullend met gemeente Barneveld moet worden overlegd. Mocht blijken dat de waterberging conform de huidige regelgeving moet worden toegepast, dan wordt vanwege de beperkte ruimte geadviseerd om het hemelwater ter plaatse van de uitbreiding af te voeren naar een waterberging in de vorm van infiltratiekratten met een nood overstort naar de C-watergang.
19/19
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Situatietekening
20/19
BEBOUWING BESTAANDE SITUATIE RENVOOI Agrarisch gebied
W INK R B ER
EG
ST OO
20 16
24
Groen - tuin Bebouwing
22
Bomen Grens van bouwperceel Verharding bestaand ca. 3546 m2 Verharding nieuw ca. 1495 m2
N
BYLAER Advies- en tekenburo 4 november 2022
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Boorplannen
21/19
RENVOOI Boring tot 0,5 m. -mv.
20
22
Boring tot 1,0 m. -mv Boring tot 2,0 m. -mv. Boring met peilfilter Begrenzing onderzoekslocatie Gebouwen Te bouwen gras
grind
klinkers / tegels
puin
beton / asfalt
oppervlaktewater
02 containers
07
08
06
01
09
10
05
keerwand
04
12
11
03
0
GRONDVITAAL BV
3881 SN PUTTEN
BODEMONDERZOEK / ASBESTINVENTARISATIE
TEL. 0341 491323 / FAX 491806
VOORTHUIZERSTRAAT 256
Opdrachtgever:
dhr. H. Huisman
Adres:
Oosterbrinkweg 22, 3774 BW Kootwijkerbroek
Oosterbrinkweg 22, 3774 BW Kootwijkerbroek
Locatieadres:
juli 2022
Datum: GET.
OVERZICHT BOORPUNTEN
20 m
4m
ACB
FORMAAT
A3
Projectnummer: SCHAAL:
1 : 400
2229066
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Boorstaten
22/19
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
40
2
50
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
30
Volledig puingranulaat, Ramguts
Volledig puingranulaat, Ramguts
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
3 90
4
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
100 4 120
5
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
5 150
150
6
6
200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, Zuigerboor
200
200
250
300
350
350
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
klinker
8
Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtgrijs, Edelmanboor
1 50
50
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
klinker
8
Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
2 90
100
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor
4
150
5
200
200
Grondvitaal BV Projectnummer: 2229066 Projectnaam: Oosterbrinkweg 22, Kootwijkerbroek
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
klinker
8
Edelmanboor
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
braak
1
40
2
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor
15
30
50
beton Edelmanboor
15
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
1
Volledig puingranulaat, Ramguts
2 50
0
0
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
09
Boring:
10
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0
0
beton
0
Edelmanboor 15
1 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
klinker
8
Edelmanboor
20
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 50
50
0
50
50
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
4-7-2022
Datum:
4-7-2022
Boormeester:
M.C. van der Heijden
Boormeester:
M.C. van der Heijden
0 1
0
klinker
8
Edelmanboor
20 30
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
0
klinker
8
Edelmanboor
15
Volledig puingranulaat, Edelmanboor
2 50
0
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Volledig puingranulaat, Ramguts
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 80
Grondvitaal BV Projectnummer: 2229066 Projectnaam: Oosterbrinkweg 22, Kootwijkerbroek
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 2
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Rioleringstekening
23/19
Sloot
BEPLANTING
Straatkolk 600 x 600 mm
Nieuw aan te leggen beplanting h.o.h. ca. 1,5 mtr. A
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.
B C
beplantingshoogte in cm. 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100 80 - 100
Grauwe wilg Salix cinerea Geoorde wilg Salix aurita Rode kornoelje Cornus sanguinea Meidoorn Crataegus monogyna Wilde Kamperfoelie Lonicer perclymenum Klimop Hedra Helix Gewone vlier Sambucus nigra Meidoorn Crataegus monogyna Sleedoorn Prunus spinosa Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus Wilde Lijsterbes Sorbus aucuparia Sporkehout Frangula alnus
Olieopslagtank 5000 ltr. Vetvangput 980 x 8000 mm
RENVOOI Bebouwing, bestaand
afsc
en oud
hot
derh n on
e ven
ing
ta Bes
and
e
lant bep
ha and
Erfverharding, klinkers
h
afsc
hot
Erfverharding, stelconplaten Beplanting, bestaand
Straatkolk 300 x 300 mm
-
Beplanting, nieuw
200 mm
hot
afsc
3
hot
Tuin
afsc
1
Weiland 2
Kadastrale grens
1
afsc hot
4
8
12 5+ 6 te rw kee and bev
10 9
12 7
10 9
10
8
7 11
9 12
11
1
10
8 3
12
10 11
7 -
200 mm
12
10
11 9
12
al
n
er o wat
Status:
REVISIE
Bylaer advies- en tekenburo Project:
7
7
Bezinkput
m
11
8
C
0m
9
7
Olieafscheiden
8
8
4
B
7
10
2
9
Controleput
je v
vri der
7
12
unt te p
A
s
g hoo
8
9
DWA riolering
9 12
11 8
2
HWA riolering
8 10
12 8
1
12
12 7
gen
3
Bebouwingsgrens
11
11
esti
1
Bebouwing
7
9
hot
Bestemmingsplangrens
8
9
8
gen
4
7
10 12
afsc
Bestemmingsvlakgrens
10
11
e er d ond t in r e i h sloo opt er lo oor de t a w dd wan
Kadastrale grens
7
12
2
10
7
3
2
P = Parkeren op eigen terrein
8 9
UITBREIDING VERHARDING CA. 1495 m2
WIJZIGING BESTEMMINGSPLAN OOSTERBRINKWEG 22, KOOTWIJKERBROEK
9 Onderdeel:
SITUATIETEKENING
Opdr.gever:
Henk Huijsman, Oosterbrinkerweg 22, 3774BW, Barneveld
Getekend:
A.H. Kleijer
Wijziging:
Getekend:
Datum:
Schaal:
1:200
-
-
-
Tekeningnr.:
16058-T01
-
-
-
Datum:
22-10-2022
-
-
-
Archimedesstraat 8 3772 CP Barneveld Tel.: 0342 - 46 49 43 E-mail: Info@Bylaer.nl www.bylaer.nl
Kenmerk
Bijlage 5
R001-1287360BRG-V01-mfv-NL
Digitale watertoets
24/19
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 12-01-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
korte procedure
2.
Advies Algemeen
3.
Advies grondwaterfluctuatiezone
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
12-01-2022, 14:59
P agina 1 van 7
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging betreft van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Wordt er in de huidige s ituatie wateroverlas t ervaren binnen het plangebied? nee
3.
Gaat u verhard oppervlak toevoegen? ja