CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oostbroek I_Toelichting_Bijlage 5 Archeologie proefsleuvenonderzoek, Raap, november 2020.pdf

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostbroek I in Kootwijkerbroek6.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAAP-RAPPORT 4791

Plangebied Oostbroek Gemeente Barneveld Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Colofon Titel: Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Versie: 02-11-2020 Auteur: J. Vosselman MA Projectcode: BAOB3 Bestandsnaam: RAAPrap_4791_BAOB3_20201102 Autorisatie: drs. H.B.G. Scholte Lubberink

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Samenvatting In opdracht van de gemeente Barneveld heeft RAAP van in oktober 2020 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek in de gemeente Barneveld. Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met voorgenomen woningbouw die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten. Er zijn tijdens het onderzoek tien proefsleuven gegraven met een omvang van respectievelijk 4 bij 25 m. Op een onderzoeksgebied van 1,2 ha komt dit op een dekkingsgraad van circa 8,3% , wat over het algemeen voldoende wordt geacht voor het opsporen van de in de plangebieden verwachte vindplaatsen. Conform de verwachting op basis van het voorafgaande bureauonderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied sporen aangetroffen van het agrarisch gebruik van het gebied. H oewel de sporen het resultaat zijn van het doorlopend gebruik van het gebied vanaf de eerste ontginning tot op heden, kunnen de aangetroffen sporen worden ingedeeld twee fases: de periode van de eerste ontginning tot de 18e eeuw en de periode daarna. Hoewel het onderzoek enkele interessante inzichten heeft opgeleverd voor de ontwikkeling van het onderhavige perceel, wordt de vindplaats op inhoudelijke gronden, met name zeldzaamheid en informatiewaarde, als niet-behoudenswaardig gewaardeerd.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied geen behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Barneveld, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[3]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Inhoud Samenvatting ................................................................................................................................... 3 Inhoud ............................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 5 1.2 Kwaliteitsborging ................................................................................................................................. 5 1.3 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.4 Archeologische verwachting ................................................................................................................. 7 1.5 Doelstellingen en onderzoeksvragen ..................................................................................................... 9

2 Methoden .................................................................................................................................... 10 2.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 10 2.2 Werkputten ........................................................................................................................................ 10 2.3 Documentatie en registratie ................................................................................................................ 10 2.4 Behandeling van sporen, vondsten en monsters .................................................................................. 10 2.5 Uitwerking ......................................................................................................................................... 10

3 Resultaten ................................................................................................................................... 12 3.1 Bodemopbouw van het plangebied ...................................................................................................... 12 3.2 Sporen en structuren .......................................................................................................................... 14 3.3 Vondsten ........................................................................................................................................... 17 3.4 De vindplaats ..................................................................................................................................... 18

4 Conclusie en advies ..................................................................................................................... 20 4.1 Conclusie .......................................................................................................................................... 20 4.2 Selectieadvies ................................................................................................................................... 20 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 20

Literatuur ....................................................................................................................................... 21 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices.................................................................... 22

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[4]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1 Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van de gemeente Barneveld heeft RAAP van in oktober 2020 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek in de gemeente Barneveld (figuur 1). Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met voorgenomen woningbouw die een bedreiging kunnen vormen voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten. Het plangebied Oostbroek betreft een terrein van circa 5,7 ha ten oosten van de bebouwde kom van Kootwijkerbroek. In april 2020 heeft RAAP hier een bureau - en verkennend booronderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat het grootste deel van het plangebied vanwege een lage en natte landschappelijke ligging een lage archeologische verwachting heeft (Boshoven, 2020). In het noorden echter ligt een dekzandwelving waarop veldpodzolgronden zijn aangetroffen. In dit gebied van circa 1,2 ha bestaat een kans op het aantreffen van archeologische resten. Het onderhavige proefsleuvenonderzoek richt zich op deze zone.

1.2 Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de erfgoedwet. Onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal zullen worden overgedragen aan het depot van de provincie Gelderland. Voorafgaand aan het onderzoek is, conform de KNA een Programma van Eisen (PvE) opgesteld (Westra, 2020). Dit PvE diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de arc heologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4. 1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[5]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 1. De ligging van het plangebied en het onderhavige onderzoeksgebied.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[6]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1.3 Administratieve gegevens Plangebied

Oostbroek

Opdrachtgever

gemeente Barneveld

Bevoegde overheid

gemeente Barneveld

Plaats

Kootwijkerbroek

Gemeente

Barneveld

Provincie

Gelderland

Coördinaten

174.614/462.451

Oppervlakte plangebied

5,7 ha

Oppervlakte onderzoeksgebied

1,2 ha

Toponiem

Kerkweg

Periode veldwerk

oktober 2020

Projectleider

J. Vosselman MA

Projectmedewerkers

J. Hubers; W. Hoek

Specialisten

M.L. Schabbink (gebruiksaardewerk); H.J. Hesseling (pijpaarde)

Onderzoeksmeldingsnummer

4905022100

Bewaarplaats documentatie en eventuele vondsten

RAAP Oost en op termijn ARCHIS, E-Depot en het provinciaal Depot (in geval van vondsten)

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.4 Archeologische verwachting Het onderzoeksgebied is gelegen op een oost-west georiënteerde dekzandwelving, te midden van een relatief lage en natte vlakte. Op deze welving kunnen zich resten uit de steentijd manifesteren: vuursteenconcentraties en sporen, zoals haardkuilen. Ook kunnen zich in deze zone nederzettingen bevinden uit de periode bronstijd tot en met late middeleeuwen (Boshoven, 2020). Uit de nieuwe tijd worden met name agrarische sporen verwacht; er zijn geen aanwijzingen dat in deze periode bebouwing binnen het gebied stond. Het gebied is in de loop van de nieuwe tijd - of op zijn vroegst in de late middeleeuwen - ontgonnen en in gebruik genomen. Op de kaart van De Man 1802-1812 en op de kadastrale minuut 1832 ligt het plangebied in ieder geval in een reeds ontgonnen gebied, Esse genaamd (figuur 2).

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[7]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 2. Het onderzoeksgebied geprojecteerd op de de kadastrale minuut 1832 (onder).

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[8]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

1.5 Doelstellingen en onderzoeksvragen De doelstelling van het proefsleuvenonderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein dan wel de archeologische vindplaats. Daarnaast dient van eventuele vindplaatsen de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwa liteit te worden vastgesteld. Daartoe zijn in het PvE de volgende onderzoeksvragen gesteld, die in de volgende hoofdstukken worden beantwoord: 1.

Hoe ziet de bodemopbouw eruit in het onderzoeksgebied? Wat is de aard van de aangetroffen bodems?

2.

Is in (alle delen van) het gebied sprake van een intact bodemprofi el? In welke delen van het plangebied is sprake van een recentelijk verstoord bodemprofiel?

3.

Is de bodemkundige situatie overeenkomstig de verwachting op basis van het vooronderzoek? Waarom wel/niet?

4.

Welke post-depositionele processen hebben plaatsgevonden? In hoeverre is sprake van erosie en aantasting of verstoring van archeologische resten door dit soort processen?

Sporen, structuren en vondsten 5.

Zijn in het onderzoeksgebied archeologische artefacten, sporen en/of structuren aanwezig? Zo ja: a. Wat is de exacte aard, omvang, datering, gaafheid, conservering, het karakter en de inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten (grondsporen en mobilia)? b. Wat is de functionele interpretatie van de aangetroffen vondsten, sporen en structuren? c. Zijn er vondsten, sporen of structuren aanwezig uit meerdere perioden? Zo ja, is een relatie te leggen tussen deze verschillende fasen (continuïteit)?

6.

Is er sprake van opvallende artefacten die op basis van hun aard en datering belangrijke informatie verschaffen over de oudtijds op het terrein uitgevoerde activiteiten?

7.

Is er sprake van opvallende concentraties aardewerk en/of (vuur)stenen artefacten of andersoortige mobilia? Zo ja, beschrijf de horizontale en verticale spreiding daarvan en de mogelijke relatie met grondsporen. Waardering

8.

Is er sprake van een behoudenswaardige vindplaats, wat is de omvang en diepteligging van de archeologische resten en wat zijn de belangrijkste argumenten voor de waardering ?

9.

Is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk en wat dient, gezien het resultaat van het voorliggende proefsleuvenonderzoek, de aard en omvang van een dergelijk onderzoek te zijn?

10. Om wat voor type struct(u)ur(en) gaat het en wat is de oriëntatie, (max.) afmeting, constructie (dak, wanden, vloer), datering, conservering en (functionele) indeling van deze struct(u)ur(en)?

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[9]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

2 Methoden 2.1 Algemeen Zoals uit het vooronderzoek is gebleken, is de kans groot dat binnen het plangebied archeologische resten aanwezig zijn. Omdat met behulp van booronderzoek geen inzicht kan worden verkregen in de precieze aard en herkomst van de vondsten is verder booronderzoek weinig zinvol. Om inzicht te krijgen in de aard van de vindplaats en om vast te stellen of er daadwerkelijk archeologische sporen binnen het plangebied aanwezig zijn, is proefsleuvenonderzoek een meer geschikte methode.

2.2 Werkputten Er zijn tijdens het onderzoek tien proefsleuven gegraven met een omvang van respectievelijk 4 bij 25 m (figuur 3). Op een onderzoeksgebied van 1,2 ha komt dit op een dekkingsgraad van c irca 8,3%, wat over het algemeen voldoende wordt geacht voor het opsporen van de in de plangebieden verwachte vindplaatsen. Er is overal één vlak aangelegd, in de top van de C-horizont. Een overzicht van de ligging van de werkputten en de profiellocaties is afgebeeld in figuur 3.

2.3 Documentatie en registratie De werkputten zijn digitaal ingemeten met een RTK-GPS met een conform KNA-eis OS02 maximale afwijking van 3 cm in zowel het horizontale als verticale vlak. De sporen zijn in een doorlopende reeks over de hele opgraving genummerd en worden aangeduid met een S (bijv. S2). Spoor - en vondstgegevens zijn in het veld ingevoerd in de Odile database. De profielen zijn gedocumenteerd middels één kolomopname per proefsleuf, die zijn gefotografeerd, ingemeten en beschreven in de Odile database. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 2. In het algemeen geldt dat sporen en vondsten zijn gedocumenteerd conform specificaties OS04 en OS05 van de BRL4000.

2.4 Behandeling van sporen, vondsten en monsters Om sporen te traceren en sporenclusters zo goed mogelijk te kunnen begrenzen, is het vlak waar nodig tijdens de aanleg handmatig opgeschaafd. Vondsten zijn per spoorvulling verzameld. Vondsten die niet aan antropogene sporen konden worden gekoppeld, zijn per laag verzameld. Er zijn geen sporen aangetroffen die zich leenden voor monstername.

2.5 Uitwerking Documentatie van het onderzoek is na afloop van het onderzoek gecontroleerd. Conform het PvE was het niet noodzakelijk om een evaluatierapport op te stellen. Na afloop van de basisuitwerking van de veldgegevens is gestart met het opstellen van de rapportage. Gedet ailleerde spoor- en vondstinformatie is te raadplegen in het e-depot.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[10]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 3. Ligging proefsleuven en locaties profielopnames.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[11]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

3 Resultaten 3.1 Bodemopbouw van het plangebied Onderzoeksvragen 1 t/m 4 Zoals reeds aangegeven, ligt het onderzoeksgebied op een oost-west georiënteerde dekzandwelving. Doordat het vlak is aangelegd in de top van het dekzand, kan aan de hand van de gedocumenteerde vlakhoogtes het natuurlijk reliëf worden weergegeven (figuur 4). Te zien is dat de overgang naar de lagere delen van het landschap aan weerszijden van de dekzandwelving is aangesneden in het noordwesten (werkputten 3-5) en het zuidwesten (werkputten 6 en 7). De bodemopbouw binnen het plangebied is reeds in kaart gebracht middels het voorafgaande booronderzoek. De bodem zou bestaan uit een (deels) intacte podzol, bestaande uit een B - of BChorizont. De aanwezigheid van een deels intacte bodem wordt bevestigd door de resultaten van het onderhavige onderzoek. Onder de recente bouwvoor, die waarschijnlijk bestaat uit opgebrachte plaggenmest, zijn (de restanten) van A- en E- B-horizonten te herkennen, al dan niet met elkaar vermengd/verploegd (AE, EB, AEB-horizont etc.; figuur 5).

Figuur 4. Hoogtekaart op basis van de geïnterpoleerde vlakhoogtes.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[12]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Laagnr.

Interpretatie

100

recente bouwvoor/plaggen

101

Begraven bouwvoor/Ap-horizont

102

AE-horizont

104

AB-horizont

103

Bioturbatielaag

202

E-horizont

200

EB-horizont

201

B-horizont

203

Bg-horizont

400

C-horizont/vlak

Tabel 2. Binnen het onderzoeksgebied waargenomen horizonten.

Figuur 5. Kolomopname profiel werkput 8.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[13]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

3.2 Sporen en structuren Onderzoeksvragen 5 t/m 7 en 10 Conform de verwachting op basis van het bureauonderzoek zijn er binnen het onderzoeksgebied sporen van het agrarisch gebruik in de nieuwe tijd aangetroffen. Oudere sporen zijn tijdens het onderzoek niet waargenomen. Een allesporenkaart zonder spooraanduiding is opgenomen in figuur 7 en met spooraanduiding als kaartbijlage 1. In het noordwesten (werkputten 4 en 5) en het zuidwesten (werkputten 6 -8) zijn twee sloten aangesneden, die ook al op de kaart van De Man 1802-1812 en de kadastrale minuut 1832 staan weergegeven (S1 en S2). Deze sloten bleven vrij lang in gebruik. Hoewel de zuidelijke sloot pas vanaf de jaren 1950 niet meer op de topografische kaarten voor komt, is deze echter op een luchtfoto van de RAF uit 1944 al niet meer zichtbaar. In werkput 8 is een noord-zuid georienteerde sloot aangetroffen, die een vergelijkbare vulling en diepte kent (S4). Hoewel deze op geen van de geraadpleegde topografische kaarten vanaf het begin van de 19 e eeuw wordt weergegeven, is de sloot wel te herkennen op de luchtfoto van de RAF. Deze sloot behoort derhalve oorspronkelijk tot hetzelfde perceleringssysteem als de sloten S1 en S2. Bij de sloot S2 is goed te zien dat deze op de grens van de noorde lijk gelegen dekzandwelving naar de lagere beekvlakte in het zuiden is gesitueerd.

Ten noorden van de sloot wordt de natuurlijke ondergrond gevormd door eem matig siltig ijzerrijk dekzand; ten zuiden van de sloot bevinden zich sterk siltige, bijna kleiige beekgronden. In de werkputten 8 en 9 zijn drie noord-zuid georienteerde greppels (S5-7) en één oost-west georienteerde dubbele greppel aangetrofffen (S8), die met elkaar in verband staan. De vulling en vorm van deze sporen zijn vergelijkbaar. Opvallend is de geringe restdiepte van slechts enkele centimeters (figuur 8).

Figuur 6. Het plangebied op een luchtfoto van de RAF d.d. 19 september 1944 (library.wur.nl).

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[14]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 7. Allesporenkaart.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[15]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

In de meest noordwestelijke proefsleuven waren onder de huidige bouwvoor sporen van de eerste ontginning van het terrein te herkennen. Het betreft rijen spitsporen, die met name in werkput 5 nog duidelijk aanwezig waren. Ook in werkput 6 zijn dergelijke sporen te herkennen (S3), al kennen deze een hogere dichtheid en doen deze wat groffer aan. In de werkputten 9 en 10 is een bundel karresporen aangetroffen (S 10). Deze zijn oost -west georienteerd en lopen evenwijdig aan en direct te zuiden van greppel S8. Verspreid over het onderzoeksgebied zijn sterk gevlekte paalsporen aangetroffen, die zich zeer s cherp aftekenen tegen de natuurlijke ondergrond (S11). Deze sporen teken den zich al direct onder het maaiveld en hoog in de recente bouwvoor af. Het betreft hier weidepalen die onderdeel waren van een omheining. Gezien hun stratigrafische ligging kennen deze paalsporen een vrij late datering.

Figuur 8. Coupes door de greppels S5-8.

Figuur 9. Spitsporen in de werkputten 5 (links) en 6 (rechts)..

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[16]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Figuur 10. Karresporen in werkput 10.

3.3 Vondsten Tijdens het onderzoek zijn drie vondsten gedaan; alle in werkput 6. De vondsten kennen alle een datering in de 17e tot 18e eeuw. Ook in de sloot S3 zijn kleine fragmenten rood geglazuurd aardewerk en rood baksteen aangetroffen. Deze waren echter dusdanig sterk verweerd en gefragmenteerd, dat ze niet zijn verzameld.

Vondst

Beschrijving

spoor

Datering

1

Roodbakkend geglazuurd aardewerk – oor van een papkom

Bouwvoor S100

1650-1750

2

Pijpenkop – ketel met zesbladige roos en ster op hiel als vormmerk. Overgangstype van dubbelconisch naar trechtervorm.

Sloot S2

Eind 17e eeuw

3

Roodbakkend geglazuurd Nederrijns aardewerk – wandscherf van een bord. Sterk verweerd

Spitspoor S3

1650-1750

Tabel 3. Vondsten.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[17]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

3.4 De vindplaats Onderzoeksvraag 8

3.4.1 Interpretatie van de vindplaats Conform de verwachting op basis van het voorafgaande bureauonderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied sporen aangetroffen van het agrarisch gebruik van het gebied. Hoewel de sporen resultaat zijn van het doorlopend gebruik van het gebied vanaf de eerste ontginning tot op heden, kunnen de aangetroffen sporen worden ingedeeld in ruwweg twee fases. De eerste ontginning van het onderzoeksgebied kan niet met zekerheid worden gedateerd, zowel op basis van direct beschikbare historische bronnen, noch op grond van vondstmateriaal uit het onderhavige onderzoek. Aangenomen wordt dat dit ergens in de eerste helft van de nieuwe tijd zal hebben plaatsgevonden. In deze periode zal eerst de hogere en droger gelegen dekzandwelving zijn ontgonnen. Hiervan zijn de spitsporen in werkput 5 nog te herkennen. In deze periode zal tevens getracht zijn deze zone te ontwateren. Hiervan resten in dat geval nog de greppeltjes S5-8. Mogelijk fungeerden deze ook als scheiding tussen percelen. De direct ten zuiden van de dekzandwelving gelegen beekvlakte zal in deze beginperiode nog bestaan uit heidegronden, zoals ook het gebied ten noorden nog ver in de nieuwe tijd bestond uit heide. De doorgaande route van west naar oost (richting het huidige Kootwijkerbroek) zal door deze heidevelden en ten zuiden langs de landbouwgronden op de dekzandwelving hebben geleid.

Hiervan resten nog karresporen. De verdere ontginning van het gebied zal mogelijk ergens vanaf 1700 hebben plaatsgevonden. In ieder geval tonen historische kaarten vanaf circa 1800 een gewijzigde situatie. Binnen het gebied worden sloten aangelegd om een groter en bovendien lager gelegen gebied te kunnen ontwateren. Spitsporen ten zuiden van sloot S2 tonen aan dat in deze periode ook de heidegronden ten zuiden van de dekzandwelving worden ontgonnen. De vondsten uit het onderzoek zijn aangetroffen in sporen die behoren tot deze fase en bevestigen de datering in de periode 17e - 18e eeuw.

3.4.2 Algemene waarderingssystematiek Voor de waardering is de KNA-systematiek ‘Waarderen van vindplaatsen’ gevolgd (KNA versie 4.0, specificatie VS06; www.sikb.nl). Daarbij worden numerieke waarden toegekend aan de verschillende waarderingsaspecten. Afhankelijk van de score is een vindplaats wel of niet behoudenswaardig ( tabel 4). De vindplaatsen worden eerst op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Ze worden op basis van hun fysieke kwaliteit als behoudenswaardig (opgraven of beschermen) aangemerkt indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (5 of 6 punten) scoren. Bij een middelmatige tot lage score (4 punten of minder) wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria geke ken om te bepalen of het terrein toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria ‘hoog’ wordt gescoord, wordt de vindplaats in principe ook behoudenswaardig geacht. Dit ‘vangnet’ heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, buiten de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden eveneens gewaardee rd op hun inhoudelijke kwaliteit.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[18]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Een afweging vindt plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria: zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Belevingswaarde (schoonheid en herinneringswaarde) is slechts van belang voor zichtbare archeologische monumenten en is derhalve voor onderhavig onderzoek niet relevant. Bij een bovengemiddelde score van 7 punten of meer voor de eerste drie criteria, wordt de vindplaats als behoudenswaardig aangemerkt.

3.4.3 Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten gaafheid en conservering. De gaafheid van de vindplaats is goed. Behoudens een aantal verstoringen in werkput 1, vermoedelijk resten van perskuilen, zijn er geen grote verstoringen aanwezig. Bovendien blijkt de oor spronkelijke podzolbodem in veel gevallen nog (deels) intact. De vondstdichtheid binnen de vindplaats is gering, zoals verwacht kan worden in een dergelijk agrarisch perceel. Hoewel de enkele fragmenten aardewerk in veel gevallen sterk verweerd en gefragmenteerd zijn, zijn ze herkenbaar genoeg om uitspraken te doen over de aard en datering van het materiaal.

3.4.4 Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit bestaat uit de deelaspecten zeldzaamheid, info rmatiewaarde en ensemblewaarde. Het gebruik van het plangebied in de laatste eeuwen is puur agrarisch. De aangetroffen sporen en de vindplaats als geheel scoort derhalve laag op zeldzaamheid. Wel geeft het een interessante inkijk in de ontwikkeling van het onderhavige perceel; daarom scoort het op informatiewaarde middelhoog. Voor de ensemblewaarde in relatie tot percelen in de omgeving en het huidige dorp Kootwijkerbroek kan een hoge score worden toegekend. Hoewel het onderzoek enkele interessante inzichten heeft opgeleverd, wordt de vindplaats als niet behoudenswaardig gewaardeerd. waarde

criteria

scores hoog

beleving

fysieke kwaliteit

schoonheid

wordt niet gescoord

herinneringswaarde

wordt niet gescoord

gaafheid

3

conservering inhoudelijke kwaliteit

midden

laag

2

zeldzaamheid

1

informatiewaarde

2

ensemblewaarde

3

representativiteit

n.v.t.

Tabel 4. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5 uit de KNA).

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[19]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

4 Conclusie en advies Onderzoeksvragen 8 en 9

4.1 Conclusie De in paragraaf 1.5 genoemde onderzoeksvragen zijn in de voorafgaande hoofdstukken beantwoord. Concluderend kan het volgende worden gesteld: Conform de verwachting op basis van het voorafgaande bureauonderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied sporen aangetroffen van het agrarisch gebruik van het gebied. Hoewel de sporen het resultaat zijn van het doorlopend gebruik van het gebied vanaf de eerste ontginning tot op heden, kunnen de aangetroffen sporen worden ingedeeld twee fases: de periode van de eerste ontginning tot de 18e eeuw en de periode daarna. Hoewel het onderzoek enkele interessante inzichten heeft opgeleverd voor de ontwikkeling van het onderhavige perceel, wordt de vindplaats op inhoudelijke gronden, met name zeldzaamh eid en informatiewaarde, als niet-behoudenswaardig gewaardeerd.

4.2 Selectieadvies Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied geen behoudenswaardige vindplaats aanwezig is. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Barneveld, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[20]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Literatuur Boshoven, E.H., 2020. Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-rapport 4489. Weesp. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Westra, F.P., 2020. PROGRAMMA VAN EISEN RAAP-PVE 2296 Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek Gemeente Barneveld Archeologisch proefsleuvenonderzoek. RAAPprogramma van eisen 2296. Weesp.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[21]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices Figuren: Figuur 1. De ligging van het plangebied en het onderhavige onderzoeksgebied.

6

Figuur 2. Het onderzoeksgebied geprojecteerd op de de kadastrale minuut 1832 (onder).

8

Figuur 3. Ligging proefsleuven en locaties profielopnames.

11

Figuur 4. Hoogtekaart op basis van de geïnterpoleerde vlakhoogtes.

12

Figuur 5. Kolomopname profiel werkput 8.

13

Figuur 6. Het plangebied op een luchtfoto van de RAF d.d. 19 september 1944 (library.wur.nl).

14

Figuur 7. Allesporenkaart.

15

Figuur 8. Coupes door de greppels S5-8.

16

Figuur 9. Spitsporen in de werkputten 5 (links) en 6 (rechts)..

16

Figuur 10. Karresporen in werkput 10.

17

Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.

7

Tabel 2. Binnen het onderzoeksgebied waargenomen horizonten.

13

Tabel 3. Vondsten.

17

Tabel 4. Scoretabel waardestelling van de vindplaats (tabel 5 uit de KNA) .

19

Bijlagen: Kaartbijlage 1. Allesporenkaart. Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Profielbeschrijvingen

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[22]

Plangebied Oostbroek te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Kaartbijlage 1. Allesporenkaart.

RAAP-rapport 4791 / versie 02-11-2020

[23]

Bijlage 1. Tijdschaal Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Recente tijd

- 1945 C

Nieuwe tijd

- 1850

B

- 1650

A

- 1500

Laat B Laat A

Vroeg

Middeleeuwen

D: Ottoonse tijd

C: Karolingische tijd B: Merovingische tijd

A: Volksverhuizingstijd Laat

Romeinse tijd

Midden

Vroeg Laat

IJzertijd

Midden

Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg Laat

Neolithicum (Nieuwe Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Midden Vroeg Laat

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Jong B Jong A Midden

Oud tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2014

- 1250 - 1050 - 900 - 725

- 525 - 450

- 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000

- 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700

- 12.500 - 16.000

- 35.000 - 250.000

Bijlage 2. Profielbeschrijvingen

Boring: BAOB3_1 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 1, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174593.257, Y-coördinaat in meters: 462622.836, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.84, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.84 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 48, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 48 / 16.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 48, Ondergrens laag in cm: 58, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 101 58 / 16.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 58, Ondergrens laag in cm: 72, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak

siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 102 72 / 16.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 72, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 90 / 15.94

bron: Baob3.geojson - 02-11-2020 11:17:10

Boring: BAOB3_2 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 2, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174566.99, Y-coördinaat in meters: 462613.104, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.8, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.80 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 50 / 16.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 102 60 / 16.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont

Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 201 70 / 16.10 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 80 / 16.00

Boring: BAOB3_4 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 4, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 70 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174513.393, Y-coördinaat in meters: 462594.189, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.65, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.65 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 35 / 16.30 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 42, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 101 42 / 16.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 42, Ondergrens laag in cm: 46, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig,

Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: E-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 202 46 / 16.19 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 46, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 70 / 15.95

bron: Baob3.geojson - 02-11-2020 11:17:10

Boring: BAOB3_5 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 5, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 45 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174485.264, Y-coördinaat in meters: 462592.549, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.54, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.54 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 26, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 26 / 16.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 26, Ondergrens laag in cm: 34, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 101 34 / 16.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 34, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak

siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 45 / 16.09

Boring: BAOB3_6 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 6, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 64 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174477.488, Y-coördinaat in meters: 462557.467, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.41, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 36, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 36 / 16.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 36, Ondergrens laag in cm: 54, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 103 54 / 15.87 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 54, Ondergrens laag in cm: 64, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald:

fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 64 / 15.77

bron: Baob3.geojson - 02-11-2020 11:17:10

Boring: BAOB3_7 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 7, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 64 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174511.912, Y-coördinaat in meters: 462564.433, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.51, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 37, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 37 / 16.14 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 37, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: oranje-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: AB-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 104 50 / 16.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 58, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: oranje-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont

met roestvlekken Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 203 58 / 15.93 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 58, Ondergrens laag in cm: 64, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 64 / 15.87

Boring: BAOB3_8 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 8, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 52 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174538.645, Y-coördinaat in meters: 462571.132, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.64, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 26, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 26 / 16.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 26, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 101 35 / 16.29 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig,

Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: EB-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 200 40 / 16.24 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 52, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 52 / 16.12

bron: Baob3.geojson - 02-11-2020 11:17:10

Boring: BAOB3_9 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 9, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 80 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174561.014, Y-coördinaat in meters: 462575.011, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.77, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 36, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 36 / 16.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 36, Ondergrens laag in cm: 52, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 101 52 / 16.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 52, Ondergrens laag in cm: 66, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig,

Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: EB-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 200 66 / 16.11 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 66, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 80 / 15.97

Boring: BAOB3_10 Kop algemeen: Projectcode: BAOB3, Boornummer: 10, Beschrijver(s): JV, Datum: 26-10-2020, Doel boring: geologie, Einddiepte boring in cm: 60 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 174589.034, Y-coördinaat in meters: 462577.005, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.77, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 16.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 32, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 100 32 / 16.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 32, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 102 40 / 16.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 48, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: EB-horizont

Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 200 48 / 16.29 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 48, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Puin onbepaald: fragmenten, Spoornummer: 400 Einde boring 60 / 16.17

bron: Baob3.geojson - 02-11-2020 11:17:10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4f40c755-e0b5-46b4-bc04-3fafe0b24143