CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oostbroek I_Toelichting_Bijlage 23 Nota Zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostbroek I8.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I Het college van Barneveld heeft het bestemmingsplan “Oostbroek I” (nr. 1333) in voorbereiding. Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 104-106 woningen. Het ontwerp bestemmingsplan en de daarop betrekking hebbende stukken hebben ter inzage gelegen van 11 december 2020 tot en met 21 januari 2021. Een ieder is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen. Er zijn 10 zienswijzen ingekomen in de periode dat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage lag. Hieronder staan de samenvatting en de beoordeling van de zienswijzen.

1.

CvK Hervormde gemeente Kootwijk – Kootwijkerbroek Veluweweg 84 3774 BN Kootwijkerbroek

Datum ontvangst: 20 januari 2021 Datum dagtekening: 20 januari 2021 Registratienummer: 1158122

a. Zienswijze Indiener geeft aan dat de zienswijze betrekking heeft op het kaartmateriaal Ruimtelijke plannen ter hoogte van Rehobothstraat 19 en Bijlage 1 “Masterplan Kootwijkerbroek oost” In de stukken wordt een fietspad aangegeven dat loopt van de Rehobothstraat tot aan het eind van de uitloper van de Kerkweg. Indiener wijst er op dat dit een eigen weg betreft en het voornemen bestaat deze af te sluiten voor doorgaand verkeer m.u.v. wandelaars, het pad is hiermee niet meer geschikt voor fietsers. De reden hiervoor is dat er voor de aanwonenden veel overlast bestaat door passerende fietsers en brommobielen. Indiener verzoekt hiermee rekening te houden in de verdere planvorming. Gemeentelijke reactie Het beoogde pad maakt onderdeel uit van de langzaam verkeer structuur in en rond Kootwijkerbroek. Er staan geen hekwerken, borden of slagbomen waardoor het pad een openbaar karakter heeft. Wij betreuren het dat er veel overlast ontstaat door (brom) fietsers. Het stuk maakt echter geen deel uit van het plangebied van Oostbroek I en zal niet leiden tot een aanpassing van het plan. Overigens komt aan de noordzijde van Oostbroek een fietspad. De verwachting is dat weinigen de route van indiener zullen kiezen uitgezonderd een enkeling uit Hoevedorp, want verder is er geen logische bestemming om voor deze route te kiezen.

Het fietspad door Oostbroek zal straks ook voor Hoevedorp de meest aantrekkelijke route worden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.

P.P.A. Bodden

Datum ontvangst:

21 januari 2021

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 1

Hekkelman advocaten Postbus 1094 6501 BB Nijmegen namens bewoners/ eigenaren van het perceel Kerkweg 27 3774 BR Kootwijkerbroek

Datum dagtekening: 20 januari 2021 Registratienummer: 1158128

a. Zienswijze Indiener geeft allereerst een beschrijving van de oliehandel de locatie en de verleende milieuvergunning uit 2008. Daarbij geeft hij aan wat de mogelijkheden zijn voor de opslag van vluchtige brandstoffen (klasse K1) en andere (K2 en K3) stoffen welke worden geleverd aan bedrijven en voor een kleiner deel aan particulieren. Indiener geeft aan dat dit met vrachtwagens gebeurt. Indiener geeft een passage weer vanuit de milieuvergunning en de activiteiten die binnen deze inrichting plaats vinden. Ook geeft indiener aan dat de omgeving waarin het bedrijf is gelegen als 'buitengebied' gekwalificeerd wordt. Met realisatie van de planologische mogelijkheden waarin het ontwerpbestemmingsplan voorziet, zal het bedrijf binnen de bebouwde kom komen te liggen. De bedrijfsactiviteiten verdragen zich daar geenszins mee. Daarmee is bij de besluitvorming onvoldoende rekening gehouden. Daarnaast zijn cliënten tevens woonachtig aan de Kerkweg 27. Bij de besluitvorming is ten onrechte geen rekening gehouden met hun woon- en leefklimaat. Voorts had als eerste stap een plan-MER moeten worden opgesteld. Reeds hierom kan het bestemmingsplan niet worden vastgesteld. Indiener geeft aan dat dit in het vervolg van de zienswijze zal worden toegelicht.

Gemeentelijke reactie Aangezien indiener de samenvatting van hierboven in onderstaande passages per onderdeel toelicht zullen we per onderdeel een gemeentelijke reactie geven. Conclusie De bovenstaande samenvatting van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Indiener geeft het volgende aan: Uit de plantoelichting en het akoestisch rapport bij het ontwerpbestemmingsplan volgt dat uitsluitend onderzoek is gedaan naar geluidshinder ten gevolge van wegverkeerslawaai. In het kader van een goede ruimtelijke ordening had echter tevens onderzoek moeten worden verricht naar de geluidbelasting ten gevolge van andere geluidsbronnen in de omgeving, zoals die op het bedrijf van indiener. Gewezen kan worden op (onder meer) het aan- en afrijden van (zware) voertuigen, laad- en losactiviteiten, tankactiviteiten en diverse garagewerkzaamheden. Op het perceel bevindt zich bovendien een wasplaats voor voertuigen (welke naast geluid tevens spuitnevel veroorzaakt). Daarnaast zijn er verschillende geluid producerende toestellen en installaties aanwezig, waaronder een aggregaat en een compressor. Met het voorgaande is ten onrechte geen rekening gehouden. Dit is met name kwalijk vanwege de zeer korte afstand tussen het perceel van cliënten en de voorziene woningen.

Daarbij komt dat aan de vergunning van cliënten geluidsnormen als vergunningvoorschrift zijn opgenomen. Ten onrechte is niet bezien of op de nieuwe woningen voldaan kan worden aan

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 2

deze geluidsvoorschriften. Indiener vreest dan ook dat zij door de (planologische mogelijkheid tot de) bouw van de woningen worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Gemeentelijke reactie Indiener heeft gelijk als hij stelt dat het uitvoeren van wegverkeerslawaai alleen niet voldoende is, en tevens de vervoersbewegingen onderzocht moeten worden. Wij hebben daarom dit onderzoek laten uitvoeren. Doel van het onderzoek is het bepalen en toetsen van de door Davelaar Oliehandel BV veroorzaakte geluidniveaus ter plaatse van de nieuwe woningen. Uit het onderzoek blijkt dat er in de onderzochte situatie niet wordt voldaan aan de standaard geluideisen bij de nieuwe woningen binnen het plan. Het is praktisch en technisch niet mogelijk om door middel van maatregelen te voldoen aan deze eisen. Om de huidige bedrijfsvoering van Davelaar Oliehandel BV niet te belemmeren zullen maatwerkvoorschriften in de vergunning opgenomen worden. Daarnaast hebben wij in het bestemmingsplan de hierna weergegeven aanvullende regels opgenomen om ervoor te zorgen dat bij en in de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, namelijk: •

De geluidwering van de oostgevels van de woningen, ter hoogte van de rekenpunten 003 t/m 006 en 013 en de noordgevels ter hoogte van de rekenpunten 008 en 009, dienen een geluidwering van minimaal 25 dB te bedragen;

•

Rond de achtertuin van de woningen, ter hoogte van rekenpunt 008, dient een gesloten L-vormig scherm (hoogte 2 m, massa 10 kg/m2) te worden geplaatst. Dit scherm wordt door middel van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan vastgelegd.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

c. Zienswijze Indiener geeft aan dat de afstand van het LPG vulpunt (Veluweweg 60) tot het plangebied circa 230 meter bedraagt in plaats van de, in de toelichting aangegeven 320 meter. Daarnaast wordt aangegeven dat in de plantoelichting het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten van indiener niet zijn betrokken bij de beoordeling van de externe veiligheid. Gezien de bedrijfsactiviteiten die bestaan uit de opslag en het verhandelen van zeer giftige en brandbare stoffen, het gestelde dat dat meerdere malen per dag tankwagens vol brandbare vloeistoffen het perceel van cliënten op- en afrijden alsmede de verkeersbewegingen met laden en lossen inclusief ophalen van gasflessen had dit moeten worden betrokken bij de externe veiligheid. Dit omdat de ontsluiting van het bedrijf dwars door (toekomstig) woongebied loopt. Gemeentelijke reactie Op de Veluweweg 60 is een tankstation met aflevering van LPG gevestigd. Het vulpunt zit aan de noordzijde van de Veluweweg en de afstand van het LPG vulpunt tot het plangebied bedraagt 320 meter. Het plan valt buiten het invloedsgebied van 150 m voor het tankstation. Een nadere beschouwing is daarom niet noodzakelijk.

Voor wat betreft het vervoer van de gevaarlijke stoffen betreft het hier op gebied van externe veiligheid een beperkt aantal transporten leidend tot een beperkt risico waarvoor een extra verantwoording voor het risicoaspect niet noodzakelijk is. De standaard voorzieningen ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid is hier voldoende en zullen bij de bouwplannen en inrichtingsplannen worden getoetst aan de Handreiking

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 3

Bluswatervoorziening en bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes.

Overigens wordt de opslag van brandbare vloeistoffen en gasflessen geregeld in de PGS-30 en PGS-15. Er gelden hier voor interne veiligheidsafstanden tot de inrichtingsgrens. Deze afstand borgt de veiligheid voor optredende risico’s naar de omgeving. De afstand van de opslag tot de woningen bedraagt meer dan 50m. Dit is ruim groter dan de maximale afstanden genoemd in de PGS-30 en PGS-15 voor dit soort opslagen (5m en 10 m voor open opslag gasflessen). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. d. Zienswijze Indiener geeft aan dat niet alle van belang zijnde veehouderijen in de beoordeling zijn betrokken. Daarnaast lijkt ten onrechte niet gerekend te zijn met de meest recente vergunningen. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt geschreven dat ten aanzien van de milieuvergunning voor de Essenerweg 90 heeft geldt dat 'deze zich in beperkte mate uitstrekt over het plangebied Oostbroek'. Er is niet inzichtelijk gemaakt wat dit voor betekenis heeft voor het woon- en leefklimaat op de voorziene woningen. Ten aanzien van het perceel aan de Kerkweg 25 wordt in de toelichting overwogen dat ter plaatse geen agrarische activiteiten meer ontplooid zullen worden nu het perceel door een ontwikkelaar is aangekocht. Dit is echter geenszins geborgd. Rekening had (nog altijd) moeten worden gehouden met de vergunde activiteiten ter plaatse.

Gemeentelijke reactie Het agrarische bedrijf op de Essenerweg 90 betreft een paardenhouderij. Op 20 augustus 2010 is een melding in het kader van het Besluit landbouw milieubeheer geaccepteerd voor het houden van 15 pony’s en 5 paarden. Op basis van de geurverordening van de gemeente Barneveld dient de minimale afstand tussen een dergelijke veehouderij (waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld en het totale aantal dieren zonder geuremissiefactor niet meer dan 56 stuks bedraagt) en een geurgevoelig object minimaal 50 meter te bedragen. De afstand tussen de rand van het bouwvlak en de dichtstbijzijnde woonbestemming bedraagt 50 meter. Aangezien er aan de vereiste afstand wordt voldaan is sprake van een

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 4

aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen. Voor de volledigheid hebben we dit verduidelijkt in de toelichting in paragraaf 5.6. Voor wat betreft het perceel Kerkweg 25 heeft indiener gelijk dat er rekening had moeten worden gehouden met de bestaande mogelijkheden. Om deze reden hebben we ervoor gekozen om binnen het plangebied een geurzone neer te leggen waarbinnen geen geurgevoelige objecten/ woningen mogen worden opgericht. Door middel van een wijzigingsbepaling in het bestemmingsplan wordt geregeld dat deze 'milieuzone- geurzone' wordt verkleind of komt te vervallen, op het moment dat de bedrijfsactiviteit die de geurzone veroorzaakt geen belemmering meer geeft. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting in het bestemmingsplan aan te passen. e. Zienswijze Indiener stelt dat niet is aangetoond dat het ontwerpbestemmingsplan geen significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Anders dan in de toelichting op het bestemmingsplan is geschreven, is (in ieder geval in de aanlegfase) de stikstofdepositie wel degelijk hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Gesteld wordt dat met een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden van maximaal 0,05 mol/ha/jaar in de aanlegfase 'wordt voldaan aan de redeneerlijn die op Rijksniveau is vastgesteld'. Dit standpunt kan niet worden gevolgd.

Sinds de - kort gezegd - PAS uitspraak van de Afdeling komt geen betekenis meer toe aan de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar. Bovendien gold die drempelwaarde enkel voor projecten en dus niet voor plannen. Enkel op basis van de constatering dat de stikstofdepositie niet boven de 0,05 mol/ha/jaar komt, kan niet worden geconcludeerd dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Zoals uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie ook volgt, moet het risico op significante gevolgen met name worden beoordeeld in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000-gebied waarop een plan of project betrekking heeft.3 In dit geval is geenszins inzichtelijk gemaakt waarom ondanks de toename van de stikstofdepositie, significante gevolgen toch kunnen worden uitgesloten. Op grond van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: 'Wnb'), in samenhang gelezen met artikel 2.7 Wnb had een passende beoordeling moeten worden gemaakt. 2. Ook de stikstofdepositie in de gebruiksfase is onvoldoende in kaart gebracht. Geschreven wordt dat de verkeersgeneratie is bepaald op basis van kengetallen van het CROW. Onvoldoende inzichtelijk is gemaakt welke normen precies zijn gebruikt (uitgesplitst naar type woning e.d.). Bovendien is onduidelijk of is uitgegaan van een worstcasescenario.

Gemeentelijke reactie Wij hebben naar aanleiding van de zienswijze het aspect stikstof nog eens goed bekeken. In dit kader is onderzoek uitgevoerd naar de depositie van stikstof als gevolg van stikstofemissies die ontstaan door de beoogde woningbouw. Dit onderzoek is als bijlage 9 aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. In de berekening van de beoogde situatie wordt uitgegaan van een aanleg- en gebruiksfase. Voor de aanlegfase geldt ten tijde van dit onderzoek op basis van provinciale afspraken dat er geen sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden wanneer de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase kleiner dan of gelijk is aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal twee jaar op een overbelast stikstofgevoelig habitat. Met een depositie van 0,01 mol/ha/jaar tijdens de aanlegfase wordt er in de onderhavige situatie voldaan aan deze vuistregel.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 5

Daarnaast geldt er voor activiteiten tijdens de aanlegfase een vrijstelling op basis van de aangenomen wet Stikstofreductie en natuurverbetering. Het streven is dat deze wet op 1 juli 2021 in werking treedt. Ondanks deze ontwikkelingen zijn de emissies als gevolg van de activiteiten tijdens de aanlegfase in dit onderzoek wel beschouwd. Op basis van de berekende stikstofemissies gedurende de aanleg- en gebruiksfase, blijkt dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in beginsel niet kunnen worden uitgesloten. Om die reden zijn de bestaande emissies in de referentiesituatie vergeleken met de emissies van de beoogde situatie. Hieruit volgt dat er geen hexagonen in Natura 2000gebieden zijn met een berekend verschil hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het stand-still beginsel kunnen significante gevolgen op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Gezien de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden zijn geen andere milieuverstoringen te verwachten, zoals verstoring door trillingen, geluid en/of licht of aan bodem en grondwater. Op basis daarvan geldt geen verplichting om een passende beoordeling te maken en hoeft er in het kader van het bestemmingsplan geen plan-MER te worden opgesteld. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting in het bestemmingsplan aan te passen.

f.

Zienswijze

Indiener geeft aan dat niet is uitgesloten dat het plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied en dat derhalve voor het plan een passende beoordeling had moeten worden gemaakt. Op grond van artikel 7.2a, lid 1 van de Wet milieubeheer (hierna: 'Wm') had in dat kader ook een milieueffectrapport (plan-MER) moeten worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.beoordeling volstond derhalve niet. Indien een dergelijke vormvrije m.e.r.-beoordeling al volstond (hetgeen dus niet het geval is) moet worden opgemerkt dat de verrichte vormvrije m.e.r.-beoordeling te summier is. Zo is niet ingegaan op alle relevante milieuaspecten. Andere milieuaspecten zijn niet toereikend beoordeeld. Er is geen toereikende integrale beoordeling gemaakt van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu in relatie tot de criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Daarnaast is door het bevoegd gezag geen m.e.r-beoordelingsbesluit genomen. Reeds voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan had een m.e.r.-beoordelingsbesluit dienen te worden genomen. Derhalve is niet voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b van het Besluit m.e.r. neergelegde verplichting de daar genoemde artikelen uit de Wet milieubeheer toe passen.

Gemeentelijke reactie Voor wat betreft hetgeen aangegeven wordt over de passende beoordeling verwijzen we naar de beantwoording onder 2e. Het uitvoeren van een plan-m.e.r. is niet aan de orde. De indiener van de zienswijze geeft aan dat in de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling niet is ingegaan op alle relevante milieuaspecten. Helaas geeft de zienswijze niet aan welke relevante milieuaspecten buiten beschouwing zijn gelaten. Tevens stelt de indiener van de zienswijze dat het college ten onrechte geen m.e,r,-beoordelingsbesluit heeft genomen. Ten behoeve van dit plan is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd, deze is bijgevoegd als bijlage 15 bij het ontwerpbestemmingsplan. In deze m.e.r.-boordeling is getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectrapportage. De conclusie is dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen optreden en dat derhalve een

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 6

milieueffectrapportage niet nodig is. Naar ons oordeel zijn alle relevante milieuaspecten in deze beoordeling betrokken. Indiener stelt voorts dat er door het bevoegd gezag geen m.e.r-beoordelingsbesluit is genomen. Reeds voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan had een m.e.r.-beoordelingsbesluit dienen te worden genomen. Derhalve is niet voldaan aan de in artikel 2, vijfde lid, onder b van het Besluit m.e.r. neergelegde verplichting de daar genoemde artikelen uit de Wet milieubeheer toe passen. Hierover merken wij het volgende op. Het besluit op een m.e.r.-beoordeling kan worden beschouwd als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel stelt dat een beslissing inzake een procedure ter voorbereiding op een besluit niet vatbaar is voor bezwaar en beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbenden los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Artikel 7.17, tweede en vierde lid, van de Wet milieubeheer geven aan op basis van welke informatie het bevoegd gezag, in dit geval het college van Burgemeester en Wethouders, een besluit moet nemen. Middels deze toelichting op het bestemmingsplan heeft tevens een m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst en akkoord bevonden.

Deze toelichting kan dan ook tevens worden beschouwd als m.e.r.beoordelingsnotitie. Analoog aan artikel 7.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer dient een besluit op een m.e.r.- beoordeling genomen te worden in het stadium voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbesluit. Dit maakt het mogelijk dat het College in één vergadering besluit over de m.e.r.- beoordeling en om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Beide zaken liggen dan tegelijk ter inzage. Tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit staat geen bezwaar en/of beroep open, maar indirect kan er via een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan wel op gereageerd worden. Overigens blijft het aantal te realiseren woningen ver onder de drempelwaarde. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. g. Zienswijze Indiener stelt dat niet is onderzocht wat de effecten van de planologische mogelijkheden waarin het ontwerpbestemmingsplan voorziet, zijn op de bestaande woningen en bestaande bedrijfsactiviteiten. Zo is de verkeersgeneratie die ontstaat ten gevolge van het ontwerpbestemmingsplan niet inzichtelijk gemaakt, en is niet bezien wat voor effect dit heeft op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat op de bestaande woningen.

In het akoestisch onderzoek, dat als bijlage 14 bij het de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, is enkel ingegaan op de geluidbelasting binnen het plangebied en derhalve niet op de geluidbelasting op de bestaande woningen. Ook is niet inzichtelijk gemaakt wat voor gevolgen deze extra verkeersgeneratie heeft op de luchtkwaliteit ter plaatse. Indiener verwacht veel hinder te zullen vinden ten gevolge van de extra verkeersgeneratie. Gemeentelijke reactie In het akoestisch onderzoek behorend bij het bestemmingsplan is in de bijlagen bij het rapport een uitdraai van de gehanteerde verkeersgegevens weergegeven. Het gaat hierbij om de verkeersgegevens voor het jaar 2030 welke beschikbaar gesteld zijn door de gemeente Barneveld en gebaseerd op de verkeerskaart (versie 1.0), zoals geprognosticeerd door Goudappel Coffeng, voor de situatie na realisatie van de nieuwe woningen in Kootwijkerbroek. Ook de percentages vrachtverkeer zijn geprognosticeerd.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 7

In de berekeningen is dus rekening gehouden met de verkeersgeneratie van het plan. Aangezien de afstanden van de woningen binnen het nieuwbouwplan op een zelfde orde grootte afstand zijn gelegen als de bestaande woningen en er vanwege de Kerkweg geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde optreden op de nieuwbouw, is er voor de Kerkweg 27 eveneens geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde aan de orde en is daarmee een goed woon en leefklimaat geborgd. Op gebied van luchtkwaliteit kan worden gesteld dat het plan Niet in Betekende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Er worden minder dan 1500 woningen gebouwd. Een onderzoek naar de bijdrage van het plan is daarom niet noodzakelijk. Daarnaast wijst de achtergrondconcentratie ter hoogte van het plangebied uit dat ruim kan worden voldaan aan de grenswaarden van 40 microgram/kubieke meter voor NO2 en PM10 en aan 25 microgram/kubieke meter voor PM2,5 .

Op gebied van de luchtkwaliteit is een goed woon- en leefklimaat dus geborgd en draagt het plan niet in betekende mate bij. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

h. Zienswijze Indiener vindt dat de verkeersveiligheid onvoldoende in kaart is gebracht en hiermee het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid is. Er ontstaat volgens indiener op de Kerkweg een zeer verkeersonveilige situatie. De Kerkweg is aangewezen als 'de hoofdweg in het plangebied' en als 'centrale verzamelas in de wijk' en ook wordt aangegeven dat op de Kerkweg ruimte voor de fietser is gereserveerd is. Indiener verwacht op de Kerkweg veel naar schoolgaande fietsers, die vanuit het zuidoostelijk gelegen deel van het plangebied via de Kerkweg naar de

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 8

nabijgelegen school fietsen. Indiener vindt deze functie in relatie tot het zware verkeer met gevaarlijke stoffen van het bedrijf zich geenszins te verhouden tot elkaar. Gemeentelijke reactie De Kerkweg wordt afgewaardeerd van 50 km/uur naar een 30 km/zone erftoegangsweg. De inrichting van de weg past straks bij het snelheidsregime: beperkte rijbaanbreedte (max. 5,5 meter, klinkerverharding, gelijkwaardige kruispunten. Op een erftoegangsweg maken verkeersdeelnemers gemengd gebruik van dezelfde rijbaan. Door de lage maximumsnelheid en passende inrichting van de weg kunnen fietsers veilig gebruik maken van dezelfde weg als gemotoriseerd verkeer. Incidenteel zwaar (bestemmings-) verkeer zal voor -of achter fietsers moeten blijven omdat de inrichting van de weg niet uitnodigt tot inhalen. Wij verwachten daarom geen verkeersonveilige situaties ten tijde van schoolverkeer i.c.m. incidenteel zwaar (bestemmings-) verkeer. Ook komt er een vrij liggend twee richtingen fietspad naar de achteringang van de school. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. i.

Zienswijze

Indiener vreest voor parkeerhinder. Op grond van artikel 13.2 van de planregels geldt voor 'nieuwe ontwikkelingen' dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn conform van de Nota Parkeernormen 2020 of wijzigingen daarvan. Onder nieuwe ontwikkelingen' wordt blijkens deze planregel verstaan 'bouwactiviteiten waarbij de bruto vloeroppervlakte toeneemt of gebruik dat nog niet bestaat op de dag van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingplan'. Allereerst zij opgemerkt dat een dynamische verwijzing naar parkeernormen in een bestemmingsplan niet is toegestaan ten aanzien van gebruikswijzigingen die passend zijn binnen de bestemming. Zulks is in strijd met artikel 3.2.1, lid 2, aanhef en onder a van het Besluit ruimtelijke ordening. Daarnaast is de omschrijving van 'nieuwe ontwikkelingen' niet helder. Onduidelijk is bijvoorbeeld of daaronder tevens de woningen worden verstaan, die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt. Indien dat niet het geval is, is ten aanzien van die woningen niet geborgd dat wordt voldaan aan de Nota Parkeernomen. Gemeentelijke reactie Dynamische verwijzen is toegestaan op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening.

De Afdeling bestuursrechtspraak geeft aan dat het mogelijk is om te bepalen middels een zogenaamde dynamische verwijzing dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met het gewijzigde beleid. De gebruikte Nota Parkeernormen 2020 geeft in paragraaf 2.2 duidelijk aan in welke gevallen de nota van toepassing is; “Deze Nota Parkeernormen is van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, nieuwbouw- of verbouwplannen, waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is.” Daarmee ziet de nota niet op gebruikswijzigingen die passend zijn binnen de bestemming. Hiervoor is immers geen vergunning noodzakelijk. De genoemde ‘nieuwe ontwikkelingen’ die indiener aangeeft, betreffen daarmee ook de nieuw te bouwen woningen (nieuwbouw) die het bestemmingsplan “Oostbroek I” mogelijk maakt.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 9

Het plan zoals voor ligt voldoet aan de Nota Parkeernormen. Recent is overigens de vorige versie geëvalueerd en hieruit is gebleken dat de normen goed aansluiten bij de praktijkvraag. Daarnaast willen we eventuele parkeerhinder voorkomen en hebben kritisch gekeken naar de mogelijkheden. We hebben naar aanleiding hiervan, middels een voorwaardelijke verplichting (artikel 14.1.3 van de regels) een extra borging toegevoegd om zo tevens het behoud van de parkeerplaatsen op eigen terrein te waarborgen. Op deze manier zullen er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden en behouden blijven. Conclusie De zienswijze geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen en een extra voorwaardelijke verplichting toe te voegen. j.

Zienswijze

In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan wordt volstaan met de opmerking dat het plangebied niet in het Gelder Natuur Netwerk (hierna; 'GNN') ligt. In de 'Natuurtoets nieuwbouwwijk Oostbroek te Kootwijkerbroek in Gelderland', die als bijlage 10 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, wordt volstaan met de pmerking dat toetsing aan het Natuur Netwerk Nederland (hierna: 'NNN') niet nodig is, nu geen sprake is van ruimtebeslag op gronden die deel uitmaken van het NNN en de 'externe werking' in Gelderland niet hoeft te worden getoetst. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat ook in een dergelijk geval in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden bezien of het ontwerpbestemmingsplan gevolgen heeft op gronden gelegen in het NNN. Indiener verwijst naar een uitspraak van 17 april 2019. Gemeentelijke reactie De opmerking dat externe werking niet hoeft te worden getoetst ligt genuanceerder dan in de zienswijze verwoord. Er wordt in de rapportage van Tauw aangegeven dat beschermingsregime van het GNN in de provincie Gelderland geen externe werking kent en geconcludeerd dat er geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. Het gebied ligt op ongeveer 2,6 km afstand van GNN.

In de aangehaalde uitspraak betrof het een ontwikkeling van windmolens op zeer korte afstand, namelijk 50 meter afstand van GNN waarbij de Raad heeft verzuimd de eventuele beïnvloeding van het plan op de kernkwaliteiten van het GNN/de GO te betrekken. Het betreft hier de realisatie van woningen op zeer ruime afstand. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. k. Zienswijze Indiener is van mening dat niet is inzichtelijk gemaakt dat is voldaan aan de 'Beleidsregels hogere grenswaarden Wet geluidhinder Barneveld'. In het rapport 'Bouwplan Oostbroek in Kootwijkerbroek Akoestisch Onderzoek Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai' is hier slechts zijdelings op ingegaan. Zo is - bijvoorbeeld - niet getoetst aan artikel 3 van het voornoemde beleid. Gemeentelijke reactie Voor het beoordelen van het aspect ‘geluid’ is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door SPA. Er is in het onderzoek niet puntsgewijs expliciet aandacht geschonken aan alle artikelen. Artikel 3 geeft het volgende aan:

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 10

Hierbij kan gesteld worden dat voldaan wordt aan in ieder geval twee van de gestelde punten uit artikel 3. • Oostbroek betreft een uitbreidingsplan aan de oostzijde van Kootwijkerbroek. De betreffende woningen voldoen hiermee aan het gestelde onder 6. •

Daarnaast kan gesteld worden dat de woningen een plaats opvullen tussen bestaande bebouwing. Zowel aan de zuid- als aan de westzijde is woonbebouwing aanwezig. Ook op geringe afstand liggen aan de oostzijde woonpercelen. Daarnaast maken de woningen onderdeel uit van het grotere plan Oostbroek waarbij ten noorden van de woningen tevens bebouwing zal ontstaan. Hiermee voldoet het aan het gestelde onder 3.

Geconcludeerd wordt dan ook dat het weliswaar niet puntsgewijs aandacht wordt geschonken aan het geluidsbeleid maar dat wel voldaan wordt aan dit beleid. In het bestemmingsplan is verduidelijkt hoe is omgegaan met de beleidsregels. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan in de toelichting aan te vullen.

l.

Zienswijze

In het kader van het behoefteonderzoek dient de regio waarbinnen vraag en aanbod tegen elkaar worden afgezet, te worden afgebakend. Van geval tot geval moet worden bezien welk regionaal schaalniveau past bij de ontwikkeling waarin het bestemmingsplan voorziet. De raad dient in de plantoelichting gemotiveerd toe te lichten waarom welke regio-afbakening is toegepast. In de toelichting op het voorliggende ontwerpbestemmingsplan, is dit volgens indiener ten onrechte nagelaten. Bovendien dient bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een actuele regionale behoefte, de vraag naar woningen te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod. Daarbij dient (onder meer) de plancapaciteit inzichtelijk te worden gemaakt. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is de bestaande plancapaciteit van de afgebakende regio niet in kaart gebracht. Daarmee is niet inzichtelijk gemaakt of deze plancapaciteit inderdaad lager ligt dan het aantal woningen waaraan behoefte bestaat. Gemeentelijke reactie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 11

Uit een actueel onderzoek (Stec 2020) blijkt dat er in de regio Foodvalley een additionele uitbreidingsbehoefte is van 28.300 tot 32.800 woningen tot 2040. Daarnaast is er sprake van een actueel woningtekort van 5.800 woningen. Het tekort in de regio is daarmee hoger (4,5%) dan landelijk gemiddeld (3,8%). Er wordt een behoorlijk tekort aan plannen in Foodvalley geconstateerd. De ontwikkeling van Oostbroek is daarmee nodig om zowel lokaal als regionaal bij te dragen in het terugdringen van dit woningtekort. (Bron: Woningbehoefte regio Foodvalley. De actuele woningbehoefte en de inhaalvraag in beeld. Stec: september 2020). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

3.

Noordanus & Partners Datum ontvangst: 19 januari 2021 Rentmeesters en adviseurs BV Datum dagtekening: 18 januari 2021 Ing. M.R. (Maarten) Wilschut Registratienummer: 1157950 Postbus 30 6666 ZG Heteren Namens bewoners en eigenaars van gronden aan en nabij de Essenerweg 98 en de Kootwijkerbroekerweg 78-80 te Kootwijkerbroek a. Zienswijze Indiener geeft aan een agrarisch bedrijf te runnen. Gronden nabij Essenerweg 98 zijn in de nabijheid van het plangebied en het bouwblok is op 390 meter afstand gelegen. Indiener maakt zich zorgen over het voortbestaan van de (agrarische) bedrijfsactiviteiten op zijn locatie, met inachtneming van de op 5 november 2012 bij beschikking door de provincie Gelderland verleende Natuurbeschermingswet vergunningen (zaaknummer 2012-000159 en 2012-000155). Er wordt vanuit gegaan dat zijn vergunningen en de daarbij behorende dieraantallen (voor de locatie Essenerweg 98: 184 melk- en kalfkoeien, 44 stuks vrouwelijk jongvee en 1.432 vleesvarkens en voor de locatie Kootwijkerbroekerweg 78 - 80: 23.000 vleeskuikens en 953 vleesvarkens) en milieuaspecten zijn meegenomen in de planvorming en dat na de realisatie van het plan de capaciteit van zijn bedrijf volledig in lijn mag blijven met de vergunde situatie.

Derhalve gaat de indiener van de zienswijze ervan uit dat hij niet belemmerd wordt in zijn bedrijfsvoering door de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk, waarvan hij graag een bevestiging ontvangt. Gemeentelijke reactie Gezien de ligging van de bedrijven zijn deze niet beoordeeld. Voor de volledigheid is alsnog de geurbelasting in beeld gebracht en hieruit blijkt dat de woningen geen belemmering vormen voor de agrarische bedrijven. De beoordeling is in de toelichting van het bestemmingsplan in paragraaf 5.6 opgenomen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan in de toelichting aan te vullen. b. Zienswijze Daarnaast wenst indiener een bevestiging dat zijn locatie conform de Structuurvisie Buitengebied Barneveld onderdeel uitmaakt en blijft uitmaken van het agrarisch bedrijvenlandschap, waarbij intensieve landbouw de belangrijkste gebruiksvorm is van dit deelgebied, gericht op passende schaalvergroting waarbij productieruimte beschikbaar komt voor toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en de mogelijkheid hebben daarin te investeren. Gemeentelijke reactie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 12

Het bestemmingsplan brengt geen wijzigingen aan in de Structuurvisie en geeft ook geen belemmeringen aan de percelen van indiener. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

c. Zienswijze Ten aanzien van de agrarische bedrijfsactiviteiten kan vanuit een woonwijk met (rand)stedelingen veel meer en zwaarder weerstand verwacht worden dan van enkele bewoners van woningen in het landelijk gebied. Zeker in het licht van de huidige publieke opinie rond intensieve agrarische bedrijfsvoering. De indiener is daarom bezorgd over de uitbreiding van de bebouwde kom van Kootwijkerbroek en vraagt zich af tot waar de ambities van de gemeente reiken. Hij gaat er dan ook vanuit dat er niet nogmaals een nieuwe woonwijk gebouwd wordt nabij zijn bedrijven zodat de bebouwde kom nog dichterbij komt. Gemeentelijke reactie Op dit moment geven de Structuurvisie kernen en buitengebied aan hoe wij aankijken tegen dorpsuitbreidingen. Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat er nog verder in oostelijke richting zal worden uitgebreid dan het huidige plan. Het plan is daarop ook ingericht qua inrichting en oriëntatie. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

d. Zienswijze Indiener verwacht een grote toename van verkeersbewegingen over de Essenerweg. Het verkeer voor de nieuwe woonwijk wordt in hoofdzaak onder andere ontsloten via de Essenerweg, zoals in de toelichting op het ontwerp bestemmingsplan staat beschreven. De weg is nu reeds al tijdens de spitsuren behoorlijk druk, waar deze verkeersintensiteit de bereikbaarheid van en naar het bedrijf van belemmert. Het duurt vaak even voordat bijvoorbeeld landbouwvoertuigen de openbare weg kunnen betreden. Indiener dient namelijk gebruik te maken van de openbare weg om zijn landbouwpercelen te kunnen betreden. Een toename van verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van de woonwijk zou een significante verslechtering van de bereikbaarheid betekenen aangezien verwacht kan worden dat het overgrote deel van deze extra verkeersbewegingen tijdens spitsuren ontstaat. Indiener gaat er derhalve vanuit dat er in de plannen voldoende rekening is gehouden met de toename van verkeer en dat de bereikbaarheid van en naar zijn bedrijf niet verslechterd wordt door de realisatie van de woonwijk. Gemeentelijke reactie Wij zijn er ons van bewust dat er een toename is van de verkeersbewegingen, ook op de Essenerweg. Doordat het plangebied Oostbroek tweezijdig ontsloten wordt zal niet alle verkeer de Essenerweg kiezen als hoofd ontsluitingsroute.

De wijk Oostbroek wordt in beide richtingen goed bereikbaar door het opwaarderen van de Kerkweg. De toename van verkeer op de Essenerweg leidt naar verwachting niet tot bereikbaarheidsproblemen of onevenredige hinder voor het oprijden tijdens spitsmomenten. Het kruispunt Essenerweg – Kerkweg wordt heringericht om de oversteekbaarheid voor zowel autoverkeer als fietsers te verbeteren. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 13

4.

De eigenaar/bewoner van het perceel Bersebastraat 1 3774 CN Kootwijkerbroek

Datum ontvangst: 13 januari 2021 Datum dagtekening: 13 januari 2021 Registratienummer: 1157188

a. Zienswijze Indiener maakt maak bezwaar tegen plan en met name dat er niet geluisterd is naar 32 van de 44 inzendingen die er ingediend zijn naar aanleiding van de inspraak procedure. Het betreft het advies om een rondweg buiten de wijk om te realiseren als zijnde ontsluitingsweg. Indiener betreurt het ten zeerste dat hier geen gehoor aan gegeven is en geeft aan dat het niet zo mag zijn dat een realisatie hiervan zomaar in de wind geslagen wordt omdat het veel geld kost en dit mag nooit mag voorgaan op de veiligheid van een mens. Gemeentelijke reactie In de inspraak hebben wij de hieronder staande reactie gegeven: De Kerkweg maakt onderdeel uit van een totale stedenbouwkundige opzet. Wij zijn ons ervan bewust dat de ontsluiting op een zorgvuldige manier moet worden vormgegeven. Wij zullen de Kerkweg daarom ook op een manier inrichten dat deze onaantrekkelijk wordt om als sluiproute te fungeren. Daarbij is het wel duidelijk dat de weg wel gebruikt zal gaan worden door bijvoorbeeld de nieuwe bewoners van de wijk ‘Oostbroek’ en door verkeer dat nu ook reeds gebruik maken van de bestaande Kerkweg als verbinding tussen de Essenerweg en de Veluweweg en vice versa. Verkeersonderzoek toont aan dat de Kerkweg geen doorgaande functie heeft. Gezien het aantal voertuigen is de nut en noodzaak van een rondweg/ ontsluiting aan de westzijde van het plangebied niet aanwezig.

We hebben gekozen voor de Kerkweg als centrale verzamel-as van de wijk. Dit zoals ook verwoord in het door de raad vastgestelde Masterplan Kootwijkerbroek uit 2017, welke de basis heeft gelegd voor dit bestemmingsplan. We hebben aangegeven dat we verkeerskundig, stedenbouwkundig als ook financieel geen meerwaarde zien in het aanleggen van een rondweg om deze nieuw te bouwen wijk heen. Ten slotte stellen wij dat door de gekozen inrichting er een veilige verkeersstructuur ontstaat. Er is dus geen enkele sprake van het gestelde dat de kosten voorrang hebben gekregen op het aspect veiligheid. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

5.

De eigenaar/bewoner van het perceel Datum ontvangst: 13 januari 2021 Bersebastraat 1 Datum dagtekening: 13 januari 2021 3774 CN Kootwijkerbroek Registratienummer: 1157356 Namens: Eigenaar/ bewoner van het perceel: Bersebastraat 27 3774 CN Kootwijkerbroek a. Zienswijze Indiener betreurt dat er niet ter harte wordt genomen dat een rondweg veel veiliger is zodat verkeer de wijk uit kan via deze weg en geeft aan dat het lijkt wel of de ingediende opmerkingen naar aanleiding van de inspraak procedure avond er helemaal niets toe doen. De Kerkweg aanpakken en toegankelijker maken met alles wat dit met zich meebrengt kost ook veel geld dus per saldo is een rondweg de beste optie. De geluiden vanuit Plaatselijk belang onderstrepen dit volgens indiener.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 14

Voordeel is dat de Kerkweg langs de beek zo blijven kan en is het veiliger is voor fietsers en schoolgaande kinderen en voor bestemmingsverkeer. Mocht er toch niet naar de bevolking geluisterd worden geeft indiener de suggestie om de inrichting aan te passen met wachtstroken of drempels zodat er geen snelheid opgebouwd kan worden. Gemeentelijke reactie Voor de beantwoording verwijzen wij naar het gestelde onder 4. Daarbij vullen we aan dat verkeersonderzoek aan toont dat de voorgestelde inrichting van de Kerkweg niet zal leiden tot onaanvaardbare verkeersdrukte en onveiligheid. De toegestane snelheid van de weg zal 30km/uur bedragen. De bijbehorende inrichting zal bijdragen aan de veiligheid van de weggebruikers. De Kerkweg wordt niet breder dan minimaal noodzakelijk: 5 à 5,5 meter breed. Daarnaast wordt er klinkerverharding toegepast wat een remmend effect heeft. Deze verharding versterkt de verblijfsuitstraling en nodigt niet uit tot hard rijden. Er worden gelijkwaardige kruispunten toegepast: dat wil zeggen dat op alle kruispunten voor gemotoriseerd verkeer van rechts voorrang heeft. Ook zal een aantal kruispunten worden uitgevoerd als verhoogd kruispuntplateau (drempel op een kruispunt). Op deze manier zorgen we voor een verkeersveilig gebied. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Wel zal in de uitvoering gekozen worden voor maatregelen die bijdragen aan een verkeersveilig gebied.

6.

De eigenaar/bewoner van het perceel Bersebastraat 1 3774 CN Kootwijkerbroek Namens: Eigenaar/ bewoner van het perceel: Kerkweg 16b 3774 BR Kootwijkerbroek a. Zienswijze Deze zienswijze is identiek aan zienswijze 5

Datum ontvangst: 13 januari 2021 Datum dagtekening: 13 januari 2021 Registratienummer: 1158354

Gemeentelijke reactie Voor de beantwoording verwijzen wij naar de beantwoording onder 5. Conclusie Zie conclusie onder 5 7.

De bewoner/eigenaar van het perceel: Datum ontvangst: 20 januari 2021 Kerkweg 14 bis, Datum dagtekening: 19 januari 2021 3774 BR Kootwijkerbroek Registratienummer: 1158059 a. Zienswijze Indiener geeft aan dat er gezien het aantal inspraak-reacties over de ontsluiting, dit een belangrijk punt is voor aanwonenden van de Kerkweg en andere belanghebbenden. Ook is het opvallend hoeveel overeenstemming er is in de ideeën in deze reacties en indiener verzoekt om hier rekening mee te houden. Dit idee betreft de ontsluiting om de wijk heen te realiseren en het gedeelte van de Kerkweg langs de Barneveldse Beek te laten zoals het is. Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 15

Dit levert volgens indiener een veiligere fiets en wandelroute op en gaat sluipverkeer tegengaan. Gemeentelijke reactie Wij begrijpen dat de ontsluiting een belangrijk punt is voor omwonenden. Wij hebben echter gekozen om geen ontsluiting aan de buitenkant van de wijk te realiseren. Wij kiezen met reden voor de opzet van de wijk zoals ook verwoord in de gemeentelijke reactie onder 4. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. b. Zienswijze Indiener vraagt zich af waarom er voor aanpassingen van de Kerkweg wordt gekozen waarbij indiener aangeeft dat er destijds gesteld is dat ook m.b.t. toekomstige plannen voor het oostelijk deel aan de Kerkweg, geen aanpassingen aan de Kerkweg nodig zouden zijn. De ontsluiting naar de Veluweweg en Essenerweg zouden voldoende zijn. Onduidelijk is waarom nu toch voor aanpassingen van de Kerkweg wordt gekozen.

Gemeentelijke reactie De Kerkweg was vroeger een ouderwets landweggetje maar is dat al lange tijd niet meer. Ontwikkelingen als Hoevedorp en nu Oostbroek vragen om een degelijke ontsluiting. Vanaf de Veluweweg is de Kerkweg reeds opgewaardeerd ten behoeve van Hoevendorp en voor Oostbroek is het nu tevens noodzakelijk dat er een goede ontsluitingsweg komt. Van het gestelde dat aanpassingen aan de Kerkweg niet nodig zouden zijn ten behoeve van de realisatie van de wijk Oostbroek is ons niets bekend. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. c. Zienswijze Indiener geeft aan dat het mooi zou zijn als hier meer in overleg met belanghebbenden naar gekeken wordt en hij zodoende niet voor voldongen feiten gesteld wordt. Gemeentelijke reactie Wij hebben geprobeerd een zo helder en transparant mogelijk proces te voeren waarin in de inspraak veel reacties zijn gekomen met het verzoek om de ontsluitingsweg niet door de wijk, maar om de wijk heen te leggen. Vanzelfsprekend hebben wij daar serieus naar gekeken maar is om redenen (zie ook de beantwoording op de inspraak en de beantwoording hier onder 4) daar niet voor gekozen. Het feit dat er een keuze wordt gemaakt die niet overeenkomt met het gevraagde betekent niet dat er voor een voldongen feit gestaan wordt maar dat de afweging anders gemaakt is.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. d. Zienswijze Indiener geeft als aanwonende en eigenaar van een gedeelte van de Kerkweg aan dat er nog veel onduidelijkheid is over de voorgenomen aanpassingen aan de Kerkweg. Uit het gepresenteerde plan is niet op te maken hoe de Kerkweg er concreet uit zou moeten gaan zien. Indiener geeft aan dat meer informatie ook zeer welkom is en hoort graag meer. Gemeentelijke reactie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 16

De inrichting van de Kerkweg is weergegeven in paragraaf 5.14 van de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast geeft het uitgewerkte bomenplan aan dat aan de zuidzijde van de Kerkweg groen wordt aangeplant. Het bomenplan is ter volledigheid toegevoegd als bijlage aan de toelichting Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Wel is de toelichting verduidelijkt en is een bomenplan toegevoegd. e. Zienswijze Indiener vraagt de plannen en ideeën/alternatieven die aangedragen zijn i.v.m. ontsluiting, nog eens te heroverwegen. Gemeentelijke reactie In de beantwoording onder 4 hebben we aangegeven waarom we niet kiezen voor een rondweg achtige ontsluiting aan de oostzijde van de wijk. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 8.

De bewoner/eigenaar van het perceel Kerkweg 16a 3774 BR Kootwijkerbroek

Datum ontvangst: 20 januari 2021 Datum dagtekening: 20 januari 2021 Registratienummer: 1158089

a. Zienswijze Indiener vindt het heel jammer dat er niet gekozen wordt voor de aanleg van een rondweg omdat het hier heel erg druk zal gaan worden, er ook veel doorgaand verkeer zal komen wat er nu ook al is, en dat met al die fietsers die langs komen, veel kinderen die naar school gaan, dit zorgt voor onveilige situaties. Ook vindt indiener het te betreuren dat de opmerkingen naar aanleiding van de inspraak procedure allemaal zomaar terzijde worden geschoven. De Kerkweg toegankelijk maken voor al dat verkeer dat er gebruik van zal gaan maken kost ook veel geld (D.w.z. aanschaf van privé weg, Beek omleggen, kabels in de grond omleggen enz.) dus per saldo zal het weinig uit maken ten opzichte van een rondweg. Mocht er toch niet naar de bevolking worden geluisterd richt het dan zo in dat er goede drempels of wachtstroken komen zodat er zeker niet hard gereden kan worden. Gemeentelijke reactie Voor de beantwoording waarom niet gekozen wordt voor een rondweg, veiligheid, kosten en snelheidsbeperkende maatregelen verwijzen wij naar de beantwoording onder 4 en 5. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 9.

Plaatselijk belang Kootwijkerbroek Datum ontvangst: 15januari 2021 p.a: Datum dagtekening: 25 januari 2021 Zr.J.H.D. Vermeulenstraat 4 Registratienummer: 1157588 3774 JW Kootwijkerbroek a. Zienswijze Plaatselijk belang geeft aan verheugd te zijn met het feit dat de plannen voor Oostbroek inmiddels in een vergevorderd stadium zijn gekomen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 17

Gemeentelijke reactie Wij zijn zelf ook blij dat er vooruitgang is in de planvorming voor Oostbroek. b. Zienswijze Indiener maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid in de wijk voor met name voetgangers en fietsers. Dit is des te prangender daar de beide basisscholen in Kootwijkerbroek dan wel tegen dan wel vlakbij de nieuwe wijk liggen zodat het merendeel van de leerlingen straks door de nieuwe wijk heen naar school moeten. Graag verneemt Plaatselijk belang hoe de veiligheid van met name de jonge fietsers geoptimaliseerd wordt. Gemeentelijke reactie In de beantwoording van zienswijze 2a geven we aan dat we door middel van de inrichting een veilige situatie creëren voor (jonge) fietsers. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. c. Zienswijze In de situatie zoals gepland wordt de Kerkweg verbreed (dus aantrekkelijker voor auto’s) met fietsers op de rijbaan en wordt de maximumsnelheid teruggebracht naar 30 kilometer per uur, voor voetgangers komen er gescheiden paden. Graag herinneren we u aan uw toezegging om het plan voor te leggen hoe de Kerkweg verkeersveilig wordt ingericht Gemeentelijke reactie Wij hebben een aantal 3D impressies visualisaties gemaakt welke wij met u gedeeld hebben. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. d.

Zienswijze De verbrede Kerkweg zou een sluiproute kunnen worden voor verkeer dat van de Essenerweg naar de Veluweweg wil gaan, en vice versa. Op dit moment (en ook straks) zijn de alternatieven voor deze verkeersstroom: A. Essenerweg-Kosterijweg-Veluweweg: dit is (deels) ook 30 kilometer gebied en dus geen aantrekkelijk alternatief en geeft nu al protesten wegens overlast, als dat leidt tot maatregelen zal dat de druk op de Kerkweg vergroten B. Essenerweg uitrijden, het dorp door en dan rechtsaf de Veluweweg op: dat is een langere en drukkere route en dus niet aantrekkelijker dan een stukje (Kerkweg) 30 kilometer te moeten rijden. Het gevaar van het ontstaan van een sluiproute is dus niet denkbeeldig, graag vernemen wij hoe u dat denkt te voorkomen. Indiener geeft aan dat het alternatief een ontsluitingsweg is aan de oostkant buiten de geplande wijk voor het gemotoriseerde verkeer dat de wijk ingaat en voor het doorgaande verkeer en de Kerkweg alleen voor voetgangers en fietsers te bestemmen. Daarbij geeft indiener aan dat zij beseft dat de realisatie hiervan veel vertraging en kosten met zich meebrengt, waar niemand op zit te wachten. Omdat het anderzijds kan, dat het t.z.t.

toch noodzakelijk wordt, vraagt indiener concreet om reeds nu dit risico te onderkennen en bij de aanleg en inrichting van de wijk er rekening mee te houden dat een dergelijke voorziening toch noodzakelijk wordt en op die manier onnodige toekomstige kosten vermeden worden.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 18

Gemeentelijke reactie Zoals aangegeven in de beantwoording onder 4 en 5 is er op basis van het Masterplan Kootwijkerbroek een uitwerking gedaan voor de opzet van deze wijk. We hebben aangegeven dat we verkeerskundig, stedenbouwkundig als ook financieel geen meerwaarde zien in het aanleggen van een rondweg om deze nieuw te bouwen wijk heen. Wij gaan er van uit dat door de inrichting de route langs de Kerkweg geen aantrekkelijke sluiproute zal worden. De eventuele kosten noch een mogelijke vertraging hebben geleid tot (vasthouden aan) de gekozen opzet. Tevens zal door de gekozen inrichting een veilige verkeersstructuur ontstaan. Er is op dit moment geen sprake van de noodzaak van een toekomstige ringstructuur om Kootwijkerbroek. Er wordt op dit moment dan ook geen rekening gehouden met een dergelijke voorziening. Overigens staat de inrichting van de wijk een nieuwe route (in de verre toekomst niet in de weg) Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

10.

De bewoners, eigenaren van het perceel: Kerkweg 19 3774 BR Kootwijkerbroek

Datum ontvangst: 19 januari 2021 Datum dagtekening: 19 januari 2021 Registratienummer: 1158055

a. Zienswijze Indiener vraagt aandacht voor de ontsluiting over de Kerkweg waarbij hij aangeeft dat duidelijke transparante argumentatie voor het voorstel voor een alternatieve route langs de westzijde ontbreekt. Gemeentelijke reactie Wij wijzen u graag naar de beantwoording onder 4 (en 5) Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

b. Zienswijze Indiener zou graag concreet horen welke verkeersremmende maatregelen bedoeld worden Gemeentelijke reactie Voor de maatregelen die zullen worden getroffen verwijzen wij u graag naar de beantwoording onder 5a. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. c. Zienswijze Indiener geeft aan dat veel gronden in bezit zijn van projectontwikkelaars en ziet graag een oplossing voor ontsluiting als toekomstige ontwikkelingen plaatsvinden en ziet dit graag meegenomen in het ontwerp. Gemeentelijke reactie

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 19

Onduidelijk is wat indiener bedoelt dat veel gronden in bezit zijn van ontwikkelaars. Wij zien overigens dit beeld ook niet als wij kijken naar de actuele eigendomssituatie. Daarnaast is er op dit moment geen sprake van toekomstige ontwikkelingen die zouden moeten leiden tot aanpassingen van dit ontwerp. Zoals ook bij de beantwoording onder 9 gesteld, is er op dit moment geen sprake van de noodzaak van een toekomstige ringstructuur om Kootwijkerbroek. Er wordt op dit moment dan ook geen rekening gehouden met een dergelijke voorziening. Overigens staat de inrichting van de wijk een nieuwe route (in de verre toekomst niet in de weg) Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. d. Zienswijze In het zuidelijk gedeelte van het plangebied zijn extra groenstroken bij de Kerkweg geplaatst. Bij het te verbreden gedeelte ziet indiener dit niet terug. Indiener vraagt zich af wat de reden hiervoor is en of deze hier worden toegevoegd. Gemeentelijke reactie In het bestemmingsplan Oostbroek I is de te verbreden Kerkweg opgenomen inclusief de te verplaatsen watergang. Het gebied ten zuiden van deze watergang maakt geen onderdeel uit van het plangebied en blijft voor dit moment ongewijzigd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. e.

Zienswijze Indiener vraagt om een parkeerverbod voor vrachtwagens langs de Kerkweg. Gemeentelijke reactie Het parkeren van vrachtwagens is geen onderdeel dat geregeld kan worden in het bestemmingsplan. Dit is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierin is al geregeld dat er geen vrachtwagens binnen de bebouwde kom mogen parkeren (met uitzondering van de bedrijventerreinen). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. f. Zienswijze Indiener zou graag inzicht verkrijgen in de detaillering van de beek en met name de aansluiting van de bestaande beek op de te verleggen beek. Dit met de reden dat een gedeelte van de weg lijkt te gaan over de gronden die in eigendom zijn van het waterschap maar in gebruik zijn bij de eigenaar van Kerkweg 19 (en waar ook in het verleden jarenlang recognitie is betaald) Gemeentelijke reactie De bestaande watergang van het Waterschap ter hoogte van Kerkweg 19 wordt straks in de nieuwe situatie door middel van een (verlengde betonnen) duiker aangetakt op de te verleggen watergang in het plan Oostbroek. Dit heeft geen consequenties voor het huidig gebruik door de eigenaar van Kerkweg 19. Zie ook de onderstaande tekening.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 20

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Nota Zienswijzen bestemmingsplan Oostbroek I pagina 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ae228b37-058b-4d48-b6cc-ead7eca015ac