Oostbroek I_Toelichting_Bijlage 17 Waterhuishoudkundig- en rioleringsplan Sweco, september 2020.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 343927 Referentienummer: SWNL0265845 Datum: 09-09-2020
Waterhuishoudkundig plan Kootwijkerbroek Oost
Definitief
Opdrachtgever: Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD
Sweco Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle Postbus 1364 8001 BJ Zwolle
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V.
Tessa Andringa
Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
T +31 88 811 67 36 M +31 6 11 77 90 74
Verantwoording Titel
Waterhuishoudkundig plan
Subtitel
Kootwijkerbroek Oost
Projectnummer
343927
Referentienummer
SWNL0265845
Revisie
Definitief
Datum
09-09-2020
Auteur
Tessa Andringa / Remco Visser
E-mailadres
tessa.andringa@sweco.nl
Gecontroleerd door
Remco Visser
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Yska de Leeuw
Paraaf goedgekeurd
2 (25)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
1.1
Opdracht .................................................................................................................. 4
1.2
Leeswijzer ................................................................................................................ 4
2
Gebiedsbeschrijving ............................................................................................. 5
2.1
Ligging plangebied .................................................................................................. 5
2.2
Maaiveldhoogte ....................................................................................................... 5
2.3
Bodemopbouw ......................................................................................................... 6
2.4
Grondwater .............................................................................................................. 8
2.5
Waterstructuur ....................................................................................................... 10
2.6
Riolering ................................................................................................................. 11
3
Uitgangspunten ................................................................................................... 13
3.1
Regenwaterberging en -afvoer .............................................................................. 13
3.2
Weg- en vloerpeilen ............................................................................................... 14
3.3
Civiel- en cultuurtechnische eisen ......................................................................... 15
3.3.1
Oppervlaktewater ................................................................................................................ 15
3.3.2
Bodempassage ...................................................................................................................15
3.3.3
Grijsgoten............................................................................................................................16
3.3.4
Drainage .............................................................................................................................16
3.4
Riolering ................................................................................................................. 17
4
Ontwerp hemelwatersysteem ............................................................................. 18
4.1
Principe inrichting .................................................................................................. 18
4.2
Ontwerp waterberging en hemelwaterafvoer ........................................................ 18
4.2.1
Afwateringsgebieden en weg- en vloerpeilen......................................................................18
4.2.2
Wadi ontwerp ......................................................................................................................19
4.2.3
Ontwerp greppels................................................................................................................ 20
4.2.4
Ontwerp AquaBASE en drainage ........................................................................................ 21
4.2.5
Uitwerking berging particulier terrein ...................................................................................21
4.3
Aandachtspunten ................................................................................................... 22
5
Rioleringsontwerp ............................................................................................... 24
5.1
Principe inrichting .................................................................................................. 24
5.2
Ontwerp ................................................................................................................. 24
5.3
Aandachtspunten ................................................................................................... 25
Bijlage 1
Boringen
Bijlage 2
Ontwerp waterhuishouding en riolering
Bijlage 3
Oppervlaktes
Bijlage 4
Berekening knijpconstructie
Bijlage 5
Dwarsprofielen
3 (25)
1
Inleiding
1.1 Opdracht Gemeente Barneveld is bezig met de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk aan de oostzijde van Kootwijkerbroek. Sweco is sinds 2016 (destijds Grontmij) betrokken bij het project om de wateraspecten van de nieuwe woonwijk in beeld te brengen en zo het stedenbouwkundig plan in te vullen. Inmiddels is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt van Fase1. Dit plan is gebaseerd op randvoorwaarden die zijn benoemd in 2016 en waarvan geüpdatete versie, in overleg met gemeente Barneveld en Waterschap Vallei en Veluwe, nu voor u ligt. De randvoorwaarden zijn uitgewerkt in ontwerpuitgangspunten, een globaal ontwerp van het watersysteem en de ruimtelijke consequenties van dit ontwerp in het masterplan watersysteem Kootwijkerbroek (SWNL0263561, 9 juli 2020). Voorliggend waterhuishoudkundig plan betreft een nadere uitwerking van het ontwerp van het watersysteem en een rioleringsontwerp. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een gebiedsbeschrijving opgenomen. Hierin is de maaiveldhoogte, het (grond)watersysteem en bodemopbouw van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten voor het ontwerp opgenomen. Hoofdstuk 4 beschrijft het ontwerp met een toelichting over waterberging en afwatering en hoofdstuk 5 beschrijft het ontwerp van de riolering.
4 (25)
2
Gebiedsbeschrijving
2.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van Kootwijkerbroek. Het gebied is 5,5 hectare groot en wordt omsloten door woningen aan de Rehoboth- en Bersestraat aan de westzijde, door de Essenerweg aan de zuidzijde, een watergang aan de oostzijde en de Kerkweg aan de noordzijde. De Kerkweg doorsnijdt het plangebied.
Figuur 2-1- ligging plangebied (geel)
2.2 Maaiveldhoogte Figuur 2-2 geeft de maaiveldhoogte weer op basis van de AHN3 (2018). De maaiveldhoogtes in het gebied variëren van circa NAP+16,4 m tot NAP+17,2 m. De hoogste delen ligging in het zuiden nabij de bebouwing en de Kerkweg en de laagste delen langs de watergangen aan noordwest- en oostzijde. In het uitgezoomde vlak rechts bovenin de figuur is duidelijk te zien dat maaiveldhoogtes in het gebied in oostelijke richting verder oplopen.
5 (25)
Figuur 2-2- Maaiveldhoogte (AHN3, 2018)
2.3 Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie is gebruik gemaakt van: · bodemkaart van Nederland; · gegevens uit REGIS II (TNO, 2008) voor de beschrijving van de ondergrond; · 6 handboringen tot circa 4,0 m-mv (Grontmij, 25 augustus 2014). Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem in het plangebied grotendeels uit veldpodzolgronden bestaande uit leemarm en zak lemig fijn zand. Het oostelijk deel van het plangebied bevat lemig fijn zand (bekeerdgronden). In het plangebied zijn op 6 locaties handboringen verricht. Voor elke boring is de bodemopbouw beschreven, zie bijlage 1. In Figuur 2-3 zijn de locaties van de boringen en peilbuizen weergegeven.
6 (25)
De bodem bestaat tot 21,2 m beneden het maaiveld uit een fijn tot grof zand van de Formatie van Boxtel. Hieronder ligt de 1e scheidende laag. Deze dikke laag is 3,5 m dik en bestaat uit zandige klei en/of kleiig zand van de Formatie van Boxtel. Tabel 2-1 geeft het volledige overzicht van de geohydrologische opbouw van de bodem voor het plangebied. Tabel 2-1:
Overzicht van de geohydrologische opbouw van de bodem
Bovenkant [m – mv]
Onderkant Laag [m + mv]
Samenstelling
KD [m/dag]
C-waarde [dagen]
0 21,2 24,8 27,4 29,3 61,3 67,6
21,2 24,8 27,4 29,3 61,3 67,6 164,9
Fijn tot grof zand Zandige klei en/of kleiig zand Fijn tot grof zand Zandige klei en/of kleiig zand Fijn tot grof zand Zandige klei en/of kleiig zand Fijn tot grof zand
348 86 254 2398
450 120 390 -
Deklaag 1e slecht doorlatende laag 1e watervoerende pakket 2e slecht doorlatende laag 2e watervoerende pakket 3e slecht doorlatende laag 3e watervoerende pakket
Figuur 2-3 - boring en grondwatermeetpunten
7 (25)
Figuur 2-4- grondwatertrappen (links) en bodemtype (rechts)
2.4 Grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (zie Figuur 2-4, links) zijn grondwatertrappen III en VI aanwezig in het plangebied. Deze staan samengevat in onderstaande tabel. Grondwatertrap III VI
GHG (cm-mv) <40 40-80
GLG (cm-mv) 80-120 >120
In 2016 is een analyse gedaan van de grondwaterstanden in het gebied. Er zijn geen recentere meetgegevens beschikbaar, daarom wordt gebruik gemaakt van de analyse uit 2016. Voor de beschrijving van het grondwatersysteem is gebruikt gemaakt van: · afgeleide GHG en GLG van de 6 handboringen (Grontmij, 25 augustus 2014); · gemeten grondwaterstanden uit Dinoloket (TNO); · gemeten grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied (gemeente). Tijdens het veldwerk (Grontmij, 25 augustus 2014) zijn voor de planlocatie de gemiddeld hoogste (GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bepaald op basis van de hydromorfe kenmerken van de bodem (roestafzettingen en grijze vlekken). Daarnaast zijn in de periode van oktober 2014 tot juni 2015 de grondwaterstanden in het plangebied gemeten. De grondwaterstanden van de omgeving van het plangebied zijn opgevraagd in Dinoloket.
8 (25)
De freatische grondwaterstanden worden bepaald door een constante kwel vanuit de Veluwe en een combinatie van factoren zoals neerslag, verdamping, bodemopbouw en oppervlaktewaterpeilen. De stromingsrichting van het grondwater is westelijk gericht. Tabel 2-3 geeft een overzicht van de GHG. De GHG is een gemiddelde van de jaarlijks 3 hoogste grondwaterstanden. De waarden “hmax=” betreft de hoogste grondwaterstand die in het plangebied is gemeten in de periode van oktober 2014 tot juni 2015. Op basis van deze gegevens wordt de GHG ingeschat op NAP+16,00 m. Tabel 2-3: GHG van de peilbuizen, gesorteerd op oost naar west. Peilbuis
Afgeleide GHG
Opmerking
B32F0061 Kwb02 B32F0201 Kwb06 Kwb04 Kwb01 Kwb05 Kwb03 B32H1205 F32F0768 B32H1290 B32H1206 B32H1207
17,43 16,08 (hmax=16,26) 16,39 15,76 (hmax=16,33) 15,84 (hmax=16,39) 15,64 (hmax=16,13) 16,03 (hmax=16,39) 16,01 (hmax=15,92) 15,97 15,95 15,92 15,92 15,62
Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 01-11-’63 t/m 08-04-’13. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 28-03-’58 t/m 25-05-’05. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen. Afgeleid uit de hydromorfe kenmerken van de boringen. Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 07-01-’05 t/m 12-11-’11. Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 16-06-’01 t/m 12-11-’11. Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 05-12-’12 t/m 23-04-’15. Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 06-04-’02 t/m 12-11-’11. Afgeleid uit gemeten grondwaterstanden, periode 07-01-’05 t/m 12-11-’11.
Figuur 2-4 geeft de grondwaterstanden in het plangebied weer voor de periode van oktober 2014 tot juni 2015. De netto neerslagsom per week is toegevoegd in de vorm van staven. Dit is de som van neerslag minus verdamping per week. Uit het verloop van de grondwaterstanden is te zien dat de grondwaterstand een relatie heeft met neerslag. De hoogste grondwaterstand is te verklaren door de hevige regen op 21 februari 2015. Bij meteostation Harskamp is 26,6 mm geregisterd.
9 (25)
Figuur 2-4: Verloop van de grond- en rivierstanden
2.5 Waterstructuur De watergangen in het plangebied vallen onder de Legger van Waterschap Vallei en Veluwe. In de legger is de onderhoudsplichtige aangegeven per categorie: · A-watergangen: onderhoudsplicht berust veelal bij waterschap Vallei en Veluwe. · B-watergangen: onderhoudsplicht berust bij de eigenaren van de aangrenzende percelen, het waterschap controleert dit met de schouw. · C-watergangen: onderhoudsplicht berust bij de eigenaren van de aangrenzende percelen, het waterschap controleert niet actief. Figuur 2-5 geeft een overzicht van de categorieën uit de legger. Op de rand van het plangebied liggen drie watergangen met een C-status. Aan de westzijde ligt een watergang met B-status die in noordelijke richting loost op een watergang met een A-status, ook bekend als de Kleine Beek. In de B-watergang aan de westzijde van het gebied zorgt een stuw voor een peilscheiding. De stuw wordt gevormd door een RVS buis van 125 mm in een houten damwand, zie Figuur 2-6. De b.o.b. van de buis heeft een hoogte van NAP 15,50 m. De kruin van de stuw ligt op NAP+15,90m. Op circa 500 m ten noorden van de Veluweweg zorgt een vaste stuw voor een peilscheiding. De kruinhoogte van de stuw is 14,85 m.
10 (25)
Figuur 2-5 - Legger watersysteem
Figuur 2-6 - stuw met knijpconstructie RVS-buis 125 mm
2.6 Riolering In Figuur 2-7 is de huidige riolering nabij het projectgebied weergegeven. Het overgrote deel van de kern Kootwijkerbroek is voorzien van een gemengd rioolstelsel. In een gemengd rioolstelsel wordt zowel het afvalwater als het regenwater van het gebied ingezameld. Onder vrij verval stroomt het water naar het rioolgemaal Drieenhuizerweg, waar het water via een persleiding wordt gevoerd af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Ede, hierna te noemen RWZI. Bij hevige regen kan niet al het water naar de RWZI worden afgevoerd, een deel van het water stort dan over naar het oppervlaktewater. De wijken nabij Schoonbeekhof (Essenerweg VIII) zijn recent aangelegd en voorzien van een gescheiden rioolstelsel (rioleringsgebied Kulturhus). Het hemelwater wordt via een hemelwaterleiding direct op de watergang ten zuiden van de Bersebastraat geloosd. In het buitengebied zijn de woningen aangesloten opdrukriolering. De drukriolering loost het water op het gemengde stelsel van de kern Kootwijkerbroek. Ook in direct ten zuiden van het plan ligt in de Kerkweg en Essenerwegdrukriolering voor het buitengebied. Figuur 2-1 geeft de ligging van de stelsels weer.
11 (25)
Figuur 2-7 - Huidige riolering
12 (25)
3
Uitgangspunten
In dit hoofdstuk zijn de ontwerpuitgangspunten voor het watersysteem beschreven. Deze zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Gemeente Barneveld (2019-01-01 – Standaard ontwerp en materiaaleisen v2019-01.pdf ) en Waterschap Vallei en Veluwe. Afhankelijk van de inrichting van het stedenbouwkundigplan, kunnen aanvullende uitgangspunten gehanteerd worden. 3.1 Regenwaterberging en -afvoer Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Het hemelwater van de nieuwe verhardingen dient bij voorkeur geïnfiltreerd te worden en als dit bodemkundig niet haalbaar is, is bergen in het oppervlaktewatersysteem een optie. Het watersysteem in het stedelijk gebied moet tot een neerslaggebeurtenis die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100) blijven functioneren. Dat wil zeggen dat het water binnen de oevers moet blijven. Waterschap Vallei en Veluwe bepaalt de benodigde berging op basis van een ontwerpbui T=100. Bij deze bui valt er 87 mm in 24 uur. Een deel van het hemelwater blijft achter op de verhardingen en verdamping, dit betreft de interceptie circa 3mm. Daarnaast infiltreert een deel van het hemelwater, bij een grondsoort van leemachtig fijn zand is dit gemiddeld over 24 uur 5,5 mm/uur. Het hemelwater van de nieuwe verhardingen mag niet versneld worden afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem. De toegestane afvoer is bij grondwatertrap VI 1,34 l/s/ha.
Dit betekent dat de toename van de nieuwe verhardingen gecompenseerd dient te worden door de aanleg van waterbergings- en/of infiltratievoorzieningen. Op basis van het stedenbouwkundig ontwerp (KWB-Oostbroek--STB-BASIS-ontwerp-FaseI-april-2020.dwg) is het verhard oppervlak bepaald. Hierbij is uitgegaan van 65% particuliere verharding op de kavels exclusief de woningen en schuren. In Tabel 3-1 is een overzicht weergegeven van het verhard oppervlak. Zie ook bijlage 3 voor een uitgebreider overzicht. Het totale verhard oppervlak in het plangebied is 28.701 m². Alle genoemde oppervlaktes zijn exclusief het gebied ten westen van de Kerkweg en zuiden van de Schoonbeekhof. Voor dit gebied hoeft geen waterberging gerealiseerd te worden omdat voor dit gebied waterberging is berekend bij de vergunningaanvraag van plan Essenerweg VIII. Dit gebied watert via een HWA systeem onder de Schoonbeekhof af in westelijke en vervolgens noordelijke richting. Op basis van het verhard oppervlak is de bergingsbehoefte berekend, zie Tabel 3-2. Rekening houdend met de interceptie, afvoer en infiltratie is er een bergingsopgave van 1.882 m³. Tabel 3-1. Overzicht verhard oppervlak
Type Weg en parkeren Trottoir en fietspad Particulier (woning en tuin) Sportveld Totaal
Verhard oppervlak [m²] 6.794 5.174 17.200 448 28.701
13 (25)
Tabel 3-2. Benodigde berging
Neerslag som (op verhard oppervlak en wadi) Interceptie Afvoer Infiltratie Benodigde berging
Toelichting 87 mm
Volume [m³/ 24 uur] 2.787
3 mm 1.34 l/s/ha 5.5 mm/uur
96 370 436 1.882
3.2 Weg- en vloerpeilen De weg- en vloerpeilen worden door een aantal aspecten bepaald. Voor de waterhuishouding is van belang dat zoveel mogelijk grondwaterneutraal wordt gebouwd. De GHG is bij het ontwerp van vloer- en wegpeilen leidend. De volgende normen zijn van toepassing bij het bepalen van de hoogteligging van het plangebied: · woningen met kruipruimte 0,70 m · woningen zonder kruipruimte 0,30 m · tuinen en openbaar groen 0,50 m · primaire wegen 0,90 m · secundaire wegen en woonstraten 0,70 m Aanbevolen wordt om het vloerpeil 0,30 m boven wegpeil aan te leggen om de afwatering van het terrein te kunnen waarborgen en wateroverlast te voorkomen. Op basis van de ontwateringseisen en een GHG van NAP+16.00 m geldt een minimaal wegpeil van NAP+16,90 en een minimaal vloerpeil van NAP+17,20. Drooglegging is het verschil tussen oppervlaktewaterpeil en maaiveldhoogte. Bij normaal waterpeil hanteert de gemeente een drooglegging van 1,00 – 1,20 meter. Om te voldoen aan de vereiste ontwateringsdiepten is ophoging van het maaiveld noodzakelijk. In figuur 3.1 zijn de verschillende normen schematisch in dwarsprofiel weergegeven.
14 (25)
vloerpeil
+0,3 m
en funderingsniveau
drooglegging 1,2 m
straatpeil
0,0 m
kruipruimte
-0,5 m
ontwateringsdiepte 0,7 m
zandaanvulling grondwaterstand -0,7 m max. opbolling 0,3 m draindiepte
-1,0 m
Open waterpeil
-1,2 m
Drain
Figuur 3-1
Principe van ontwatering en drooglegging
3.3 Civiel- en cultuurtechnische eisen 3.3.1 Oppervlaktewater · De toekomstige waterhuishoudkundige situatie benadert de natuurlijke situatie zoveel mogelijk. Hoogteligging, bodemopbouw en huidige waterlopen zijn hiervoor de basisingrediënten. · Oppervlaktewaterlichamen dienen onderhouden te kunnen worden, in geval van een onderhoud vanaf de oever geldt een minimale breedte van de onderhoudsstrook van 5 meter. · Een waterdiepte in watervoerende watergangen van 0,10 – 0,30 m. · Bij stilstaand water dient minimaal 1,0 m waterdiepte aanwezig te zijn. · Op plaatsen waar waterdiepte niet kan worden gegarandeerd, worden bij voorkeur droogvallende greppels aangelegd. · Waar mogelijk, toepassing plas-/drasbermen. · Milieuhygiënische belasting van het milieu zoveel mogelijk beperken door het gebruik van uitloogbare stoffen zoals zink en koper te vermijden en afspoeling van nutriënten naar oppervlaktewater te beperken. 3.3.2 Bodempassage Voor het ontwerp van bodempassages hanteert de gemeente standaard ontwerpeisen. · In de bodempassage zorgt een onderliggend, goed doorlatend grondpakket met een drain voor een ledigingstijd < 24 u. · De bodempassages worden vlak aangelegd om een gelijkmatig over het oppervlak verdeelde infiltratie te bewerkstelligen.
· Geen ondergrondse aansluitingen op de bodempassage (behoudens in die situaties waar bovengronds afvoeren niet tot de mogelijkheden behoort, bijvoorbeeld lange achterpaden). · De bodempassages bestaan uit gras, hierbij is het van belang dat het gras machinaal gemaaid en afgevoerd kan worden. Ook dient een goed toegankelijke inrit voor het maaien aanwezig te zijn. · Helling: 1:3 – 1:4 (1:4 in verband met multifunctioneel gebruik van de wadi; de wadi’s dienen ook als speellocatie). · Minimale bodembreedte: 3,00 m.
15 (25)
· · · · ·
Basisdiepte: 0,50 m (minimaal 0.30 m tot slokopniveau + 0.20 m waakhoogte). Ontwatering van wadibodem: minimaal 0,30 m. Maximale diepte: 0,70 m. Leeglooptijd wadi: 24 uur. Drainzandpakket: tot GLG met een max. pakketdikte van 1.00 m.
Bijkomende eisen: · Slokops, inspectie- en welputten worden afgewerkt, zodat gras ongehinderd kan worden gemaaid. · Welputten moeten 5 cm boven de wadibodem worden aangebracht. · In het ontwerp moeten de slokops zo dicht mogelijk bij de openbare weg geplaatst worden i.v.m. bereikbaarheid t.b.v. onderhoud. · 1 slokop per 40 m3 met een minimum van 2 slokops per wadi. · In de nazorgperiode (tot 1 jaar na aanleg) het gras doorprikken ter bevordering van de infiltratie. · Het aanbrengen van een overloopconstructie welke moet worden aangesloten op open water of op het infiltratieriool onder de wadi. Indien beide niet aanwezig zijn, moet er een overloopmogelijkheid zijn op een naastgelegen wadi, een regenwaterriool of in het uiterste geval een “agrarisch” maaiveld. Op basis van de ontwateringseis geldt dat de wadibodem op minimaal NAP+16,3 m moet liggen. Het waterschap rekent met een gemiddelde infiltratiecapaciteit van de bodem. Aangenomen wordt gedurende een bui de infiltratiecapaciteit van de bodem lineair afneemt en dat er na 24 neerslag geen infiltratie meer plaatsvindt. 3.3.3 Grijsgoten De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. · Achterpaden worden gerioleerd. Indien in de detaillering blijkt dat het achterpad zonder overlast oppervlakkig naar de weg kan afwateren, is dit een optie.
· In principe geen obstakels in het wegprofiel, die de vrije afvoer van water belemmeren. · Indien langs de weg een bodempassage is gesitueerd, wordt de weg op één oor naar de bodempassage gelegd. 3.3.4 Drainage De standaard uitgangspunten van de gemeente Barneveld zijn van toepassing. · Bij het toepassen van drainage dient te worden nagegaan of er sprake is van ijzerhoudend grondwater. Indien dat zo is, dient de drainage onder de grondwaterspiegel te worden aangebracht en via een zwanenhals of put uitstromen in greppel of watergang. · Rekening houden met benodigde ontwateringsdiepte. · Openbaar terrein: drainage in het zandbed van de weg, minimale diameter 125 mm oplopend naar 160 mm, diepte 1,0 m beneden wegpeil. · Particulier terrein: drainage in de achterpaden, diameter 125 mm, diepte 0,7 m beneden geldend adviespeil. · Maximale lengte drainagestrengen 50 m in verband met onderhoud. · Geen haakse bochten in de drainagestrengen. · Ter plaatse van haakse bochten doorspuit-/controleputten aanbrengen. · Drainage mag uitsluitend op oppervlaktewater of greppel afwateren. Kruising van drainage door beplanting als ‘blinde buis’ uitvoeren in verband met wortelgroei.
16 (25)
3.4 Riolering Nieuwe rioleringen worden uitgevoerd als een gescheiden stelsel. Dit betekent twee aparte leidingen: vuilwaterafvoer (vwa) en hemelwaterafvoer (hwa). Het hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds afgevoerd via verhardingen en goten. Dit geldt ook voor het hemelwater dat op de daken van huizen en achterpaden valt. type rioolstelsel: gescheiden stelsel
hwa-stelsel
vwa-stelsel
Niet van toepassing
10 l / u per inwoner (2,5 inw / woning)
Ontwerpafvoer
·
Afvoer gedurende 12 uur per dag
Bergingseis
·
12 uur vwa-productie
Minimale berging
Hydraulische eis
· ·
bui08 (Leidraad Riolering, module C2100)
Minimaal 0,20 m waking
bui09 (Leidraad Riolering, module
Geen water op straat
Niet van toepassing Niet van toepassing
C2100) Niet van toepassing
· ·
bui10 (Leidraad Riolering, module C2100)
Geen schade/overlast
Maximaal 50%
vullingsgraad
Maten, materialen
· · ·
· ·
Minimale dekking op de buitenbovenkant buis
1,20 m
1,20 m
Minimale buisdiameter
Ø 250 mm
Ø 250 mm
Buisverhangen: Eerste 150 m Minimum afschot Gemiddeld afschot
1:500 1:1000 1:750
1:250 1:500 1:400
Onderlinge verticale afstand bij
0,20 m
0,20 m
70 m
70 m
kruisen van riolen maximale strenglengten
In overleg met gemeente zijn de volgende aanvullende eisen geformuleerd. · Maximale bob-diepte is 4 m -mv · Riolen zoveel mogelijk in het midden van de rijbaan, putten zoveel mogelijk naar het einde van de erven zodat de huisaansluiting op de buis komen en niet op de put. · Riolen niet in het voetpad. Gevolg is langere huisaansluitingen en aan de achterzijde van woningen · Riolen in de erven zoveel mogelijk starten met minimale ontwerpdiepte.
17 (25)
4
Ontwerp hemelwatersysteem
4.1 Principe inrichting Om wateroverlast te voorkomen, is het noodzakelijk om woonwijken klimaatrobuust in te richten. Naast het realiseren van waterberging, is het daarom ook van belang om nieuwe wijken zo in te richten dat water altijd naar een laag gedeelte kan stromen. Zo is wateroverlast en schade aan de woningen te minimaliseren. Het waterhuishoudkundig ontwerp is weergegeven in bijlage 2. Bij de ontwikkeling van Kootwijkerbroek Oost is rekening gehouden met het aanleggen van wadi’s, greppels en een overstroombare zone langs de noordwestelijke watergang. Daarnaast is rekening gehouden met het aanbrengen van waterberging in de fundering van de woonwegen. De Kerkweg is hierin niet meegenomen omdat deze alleen is te benutten voor de Kerkweg zelf en geen anders afstromend oppervlak is aan te sluiten. Het plangebied is verdeeld in afstroomvlakken naar de verschillende bergingsvoorzieningen. De grote meerderheid van het gebied watert af naar de nieuwe bergingsvoorzieningen. Omdat een aantal percelen aansluiten op bestaand gebied is het niet mogelijk deze geheel af te wateren naar de bergingsvoorzieningen binnen het plangebied. Gevolg is dat een klein gedeelte van het gebied, afwatert op naastgelegen Cwatergangen en de Kleine Beek. Hemelwater wordt zoveel mogelijk bovengronds afgevoerd en opgevangen in waterbergingen. In het gebied worden vijf wadi’s gerealiseerd.
Daarnaast liggen er bermsloten langs de Kerkweg en zijn de wegen in de woongebieden voorzien van waterbergende wegfundering. Hemelwater dat op de percelen valt wordt tot minimaal 1m³ op eigen terrein geborgen, het overschot wordt op de perceelsgrens aangeboden. Vanaf hier stroomt het oppervlakkig over waterpasserende bestrating naar de waterbergende fundering. Daarnaast zal ook via drainage water afgevoerd worden naar de wadi’s of greppels. De greppels en wadi’s staan met elkaar in verbinding zodat een robuust watersysteem ontstaat (communicerende vaten). Uiteindelijk zal overtollig water dat niet meer geborgen kan worden overstorten naar de noordwestelijke wadi; het overloopgebied. Bij normale neerslagsituaties zal het water infiltreren en deels afgevoerd worden. Bij extreme neerslagsituaties wordt het water geborgen in de wadi’s voordat het via de geknepen afvoer in de bestaande stuw in noordwestelijke richting afgevoerd wordt. De achterzijde van de woningen aan de oostkant van het plangebied wateren af op de bestaande watergangen. De berging is meegenomen in de greppels en wadi’s binnen het plangebied.
Bergingsopgave Berging op particulier terrein (1m³ per woning) Berging in wegfundering Berging in wadi’s en sloten Bergingsoverschot
Berging [m³] 1.882 106 460 1.485 169
4.2 Ontwerp waterberging en hemelwaterafvoer 4.2.1 Afwateringsgebieden en weg- en vloerpeilen De droogleggingseisen en de GHG van NAP+16,00m vormt de basis voor de hoogte uitwerking. Daarnaast is ook rekening gehouden met de aansluiting op omliggend gebied, de wens voor zo min mogelijk grondverzet en met de afwatering.
18 (25)
Omdat er gebruik gemaakt wordt van waterberging in de wegfundering wordt voor de afwatering uitgegaan van een afschot van 3‰. De Kerkweg, die van noord naar zuid door het plangebied loopt, komt op NAP+16,90m te liggen. De wegpeilen van de woonstraten liggen tussen circa NAP+16,90m en NAP+17,15m. De vloerpeilen tussen NAP+17,15m en NAP+17,30m. In de ontwerptekening in bijlage 2 is een gedetailleerdere uitwerking van de hoogtes weergegeven. 4.2.2 Wadi ontwerp In het ontwerp zijn 4 wadi’s en een overloopgebied opgenomen. In de onderstaande Tabel 4-1 zijn de globale afmetingen van de wadi’s weergegeven. Op de kaart met het ontwerp in bijlage 2 is de ligging van de wadi’s zichtbaar. Hierop zijn ook globaal de afwateringsgebieden weergegeven en is dus te zien welk gebied op welke wadi afwatert. Tabel 4-1 Berekening van de berging in wadi's – nummers corresponderen met aanduiding in ontwerp (bijlage2) Omschrijving
Overloopgebied [1] Wadi midden west [2] Wadi midden oost [3] Wadi zuidoost [4] Wadi zuidwest [5] Totaal
lengte
bodembreedte
Bodem
Talud
bergings-
Beschikbare
(m)
gem. (m)
opp (m2)
1:
Diepte* (m)
berging (m3)
110
9.1
965
3.5
0.40
469
90
6.5
650
4
0.40
298
110
3.8
418
4
0.40
242
85
2.1
179
3
0.30
78
40
10.5
420
3
0.40
193 1.292
* de diepte van de wadi is minimaal 0,20 m dieper ten opzichte van de rand van de verharding.
De wadi’s in het plangebied, met uitzondering van het overloopgebied, hebben een bodemhoogte van NAP+16,30m of NAP+16,40m en hebben een diepte van 0,50 of 0,60m inclusief waakhoogte. Roostergoten (40x44cm (bxh)) tussen de wadi’s en greppels zorgen voor een evenredige verdeling van het water tussen de wadi’s. Globale afmetingen en beschibkare berging is weergegeven in Tabel 4-1 dwarsprofielen zijn opgenomen in bijlage 5. Het overloopgebied (1) ligt naast de bestaande watergang en krijgt een bodem op minimaal NAP +15,50 m of iets lager (tot NAP +15,35 m) indien dit gewenst is voor de ontwikkeling van een plasdras vegetatie ter vergroting van de biodiversiteit. Het overloopgebied ligt lager dan de andere wadi’s en ontvangt via een overstortconstructie het water vanuit wadi midden west. De overstortconstructie bestaat uit een put (800x800mm) voorzien van een roosterdeksel en zandvang (500mm) op NAP+16,70 m hoogte. De put is met een overstortleiding (Ø300mm) verbonden met het overloopgebied. Zie ook de detailtekening in Figuur 4-1. Tussen het overloopgebied en de bestaande watergang ligt een verhoogde groenstrook op NAP+15,90, zie ook de detailtekening in Figuur 4-2. Op deze manier wordt het overloopgebied gescheiden van de bestaande watergang en wordt het water binnen het plangebied vastgehouden. De groenstrook is 5 meter breed en dient zo tevens als onderhoudsstrook.
Afvoer vanuit het plangebied vindt aan de zuidzijde plaats doormiddel van een roostergoot van 40 cm breed en 44 cm hoog waardoor het overloopgebied verbonden is met de bestaande watergang. Bij extreme neerslagsituaties loopt het water vanuit het overloopgebied over de onderhoudsstrook naar de bestaande watergang. De bestaande watergang voert via de bestaande knijpstuw in noordelijk richting af.
19 (25)
De bestaande knijpconstructie in de stuw wordt daarvoor iets vergroot naar RVS Ø145mm zodat ook het extra oppervlak dat via de knijpconstructie afwatert volgens de afvoernorm kan afwateren (zie ook de berekening van de diameter in bijlage 4).
Figuur 4-1 - detail verbinding wadi midden west met overloopgebied en bestaande watergang
Figuur 4-2 Principe ontwerp berging overloopgebied 1
4.2.3 Ontwerp greppels Langs de Kerkweg liggen greppels, hierin wordt het water vanaf de Kerkweg opgevangen. De greppels hebben een bodembreedte van 50 cm, een talud van 1:1.5 en een bergingsdiepte van 50 cm. Dit geeft bij een waking van 20 cm een breedte op insteek van 2,7 m. Zie ook onderstaande Tabel 4-2 en het dwarsprofiel in bijlage 5. De greppel langs de zuidzijde van de Kerkweg is niet meegenomen in de berekening aangezien deze is meegenomen in het vergunde plan Essenerweg VIII. Tabel 4-2 - Greppel afmetingen Omschrijving
lengte
bodembreedte
Bodem
Talud
bergings-
(m)
gem. (m)
opp (m2)
1:
Diepte* (m)
Kerkweg O
140
0.5
70
1.5
0.30
Beschikbare berging (m3) 88
Kerkweg NW
80
0.5
40
1.5
0.30
51
Kerkweg W
105
0.5
53
1.5
0.30
66
20 (25)
4.2.4 Ontwerp AquaBASE en drainage Om aan de bergingsopgave te voldoen is berging in de fundering van de woonwegen meegenomen in het ontwerp. De woonwegen hebben een oppervlak van ca. 3.753 m², dit betreffen alle wegen met uitzondering van de Kerkweg. Het voorstel is om gebruik te maken van AquaBASE. In de onderstaande berekening (Tabel 4-3) volgt dat hierin 460 m3 water is te bergen. Tabel 4-3. Berging wegfundering Berging in fundering Dikte fundering 0.35 m Holle ruimte 35% Berging per m2 0.1225 m3/m2 Verhard noordwest 1490 m2 Verhard midden 963 m2 Verhard zuid 1300 m2 Totaal weg 3753 m2 Berging 460 m3
Overtollig water vanaf de kavels wordt bovengronds aangeboden op openbaar gebied. Hier zal het via de waterpasserende verharding naar de waterbergende fundering stromen. AquaBASE is voorzien van een kolken en drainage. De kolken dienen als ontluchting van de waterbergende fundering en bij hevige neerslag dienen de kolken als noodoverloop als de AquaBASE vol zit. 60 centimeter onder de fundering wordt drainage aangebracht met een overstortput ter hoogte van de bovenkant van het AquaBASE granulaat. De drainage heeft een diameter van 125 of 160 mm en watert af richting de wadi’s en greppels. Zie ook onderstaande principeschets.
4.2.5 Uitwerking berging particulier terrein De gemeente voert het beleid dat bij nieuwbouw een waterbergingsvoorziening op particulier terrein wordt aangelegd. Deze voorzieningen hebben een minimaal volume van één kubieke meter, maar bewoners kunnen ervoor kiezen om een grotere berging aan te leggen. Daarnaast is het wettelijk verplicht een bladvang in de regenpijp te plaatsen. In de praktijk blijkt dit niet overal te gebeuren. Daarom adviseren wij erop toe te zien dat regenpijpen worden voorzien van een bladvang. Bij zware belasting van het stelsel biedt een bladvang de mogelijkheid regenwater te laten uittreden. Door een grindkoffer rondom deze regenpijpen te plaatsen heeft het water aanvullend de mogelijkheid te infiltreren en niet tot overlast te leiden. Optioneel is ook een overloop naar de weg mogelijk om een teveel aan water af te voeren. Een principeschets van de berging plus grindkoffer is te vinden in Figuur 4-3. De infiltratievoorziening dient boven de GHG aangelegd te worden, oftewel boven NAP+16,00m.
21 (25)
De dekking op de kratten is afhankelijk van de belasting minimaal 30 tot minimaal 70 cm. In verband met de doorlatendheid van de bodem dient tot minstens 1 meter diepte drainerend zand aangelegd te worden rondom de kratten. De voorgeschreven dimensies vereisen een minimale diepte van voortuinen van 2,5 m. Gevolg van dit voorschrift is dat bouwblokken met een kleinere diepte meer naar het midden van de kavel verplaatst moeten worden of dat de berging aan de achterzijde plaatsvindt. De uitwerking van de berging per woning is maatwerk. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn 106 woningen voorzien. Bij een bergingsvolume van één kubieke meter per woning, is er dus 106 m³ berging op particulier terrein.
>0.3m
weg
Optioneel; spuwputje t.b.v. overloop naar weg Voorzien van deel IT-buis
Figuur 4-3 - principe-ontwerp hemelwaterafvoer particulier terrein
4.3 Aandachtspunten Enkele wadi’s hebben een talud van 1:4 in verband met multifunctioneel gebruik; de wadi’s dienen ook als speellocatie. De bergingsdiepte is vergroot naar 0,40 m om te voldoen aan de bergingseis. Een deel van het gebied watert af in oostelijke en zuidelijke richting op bestaande greppels. Dit betreffen C-watergangen die in beheer zijn bij de omwonenden. Om te zorgen dat het water goed weg kan stromen is het belangrijk dat deze greppels goed onderhouden worden. Hierover dienen afspraken gemaakt te worden met de verschillende (toekomstige) beheerders. Een mogelijk beeld van de overloopzone is in figuur 4.4 weergegeven, dit betreft een wadi binnen de gemeente Dalfsen.
22 (25)
Figuur 4-4 - Mogelijk beeld overstromingszone (wadi gemeente Dalfsen, foto R.L. Visser)
23 (25)
5
Rioleringsontwerp
5.1 Principe inrichting Er wordt een gescheiden stelsel aangelegd, bestaande uit een dwa- en een hwa-stelsel. Het dwa-stelsel is in drie gebieden op te delen. Dwa-stelsel Kootwijkerbroek Oost Het dwa wordt bij een centraal geplaatst rioolgemaal ingezameld en via een persleiding afgevoerd naar het dwa-riool pp ø 250 mm in de Rehobothstraat (put 25076). Dwa-afvoer van de woningen aan de Essenerweg De twee meest zuidelijke woningen aan de Essenerweg worden aangesloten op de drukriolering. De woningen worden aangesloten op de pompunit van Essenerweg 90 (put 74800). Onderzocht moet worden of de aansluiting mogelijk is in verband met de diepte van de huidige pompput. Dwa-afvoer van de woningen aan de Schoonbeekhof De woningen aan de Schoonbeekhof nabij de Rehobothschool worden aangesloten op het bestaande dwa riool in de Schoonbeekhof. 5.2 Ontwerp Het rioleringsplan staat weergegeven in bijlage 2. Bij het ontwerp is rekening gehouden met mogelijke toekomstige ontwikkelingen van woningbouw. Afvalwaterproductie · 86 grondgebonden woningen: 2,5 inwoners/woning à 10 liter/uur = 2,15 m³/uur. · 8 levensloopbestendige woningen: 2,5 inwoners/woning à 10 liter/uur = 0,2 m³/uur. · 40 woningen Kootwijkerbroek Oost fase 2 (toekomstige ontwikkeling): 2,5 inwoners/woning à 10 liter/uur = 1 m³/uur. · 50 woningen (toekomstige ontwikkelingen): 2,5 inwoners/woning à 10 liter/uur = 1,25 m³/ uur.
· 25 woningen (waarvan 10 nieuwbouw) huidig drukriool Kerkweg noordzijde: 2,5 inwoners/woning à 10 liter/uur = 0,625 m³/uur. Per etmaal bedraagt de dwa-productie van de woningen: 12 uur maal 5,23 m³/uur = 62,7 m³ waarvan 28,2 m³ uit Kootwijkerbroek Oost fase 1 en de overige 34,5 m³ uit verwachte toekomstige ontwikkelingen en de bestaande woningen die zijn aangesloten op het drukriool. De rioolstrengen hebben een uitwendige diameter van 250 mm (inwendig 235 m) Het stelsel voldoet daarmee aan de maximale vullingsgraad van 50%, zie onderstaande berekening. Maximale uurafvoer = = ∗ Waarbij gemiddelde afvoer: en
=
is de piekfactor (maximaal 3):
Hieruit volgt:
,
= 1.45 /
,
= 1.5 +
.
= 3.57.
> 3 dus
= 3.
= 1.45 ∗ 3 = 4.35 /
Afvoer bij volledig gevuld riool = . = = 0.22 Hieruit volgt
= 20 / = 0.32, ofwel een vullingsgraad van 32%.
24 (25)
Met een totale lengte van 930 meter bedraagt de inhoud van het dwa-stelsel binnen het plangebied van Kootwijkerbroek Fase 1 40,35 m³. Tijdens een storing van het rioolgemaal kan een dagproductie van 28,2 m³ in het dwa-stelsel ruimschoots worden geborgen. Aansluiting drukriool Kerkweg Aan de noordzijde van de Kerkweg komt een ontvangstput voorzien van een dichte deksel. Het bestaande drukriool loost op deze put middels een onderwaterlozing. Deze ontvangstput is buiten de beschermingszone van de naastliggende watergang geplaatst en wordt met een 20 meter lange PVC leiding aangesloten op het nieuwe riool in de Kerkweg. Rioolgemaal Het rioolgemaal wordt geplaatst aan de oostzijde van de Kerkweg in het groen nabij wadi midden oost [3]. De afvalwaterproductie in het plangebied en toekomstige ontwikkelingen is met 5,2 m³/h gering. Uitgaande van een minimale transportsnelheid van 0,7 m/s is het vereiste doorstroomoppervlak van de persleiding 5,2m³/uur / 0,7 m/s = 2063 mm², oftewel 51 mm. Het gemaal dient uitgevoerd te worden met twee pompen. Gemeente Barneveld hanteert een minimale diameter voor persleidingen van ø75 mm en is daarmee in dit plan bepalend voor de benodigde totale pompcapaciteit. Gebaseerd op een minimale transportsnelheid van 0,7 m/s volgt dat benodigde pompcapaciteit (0.25*p*80mm*80mm)*0.7m/s *3600s = 12,7 m³/h bedraagt.
De betonnen pompput is (inwendig) 1500x3000mm groot. De lengte van de benodigde persleiding is 276 meter. De bob van inkomend riool is NAP+13,95 m. De persleiding loost op het bestaande stelsel in de Rehobothstraat: Putnummer 25076 Putdekselhoogte NAP +16,55 m Dwa-riool pp ø 250 mm Bob-waarde NAP +15,02 m 5.3
Aandachtspunten
· Huisaansluitingen liggen voor sommige woningen door de achtertuinen. · Woningen langs de kerkweg worden aangesloten op het riool in de Kerkweg. Dit betekent dat de huisaansluitingen onder een greppel door gaan. De huisaansluitingen dienen minimaal 50 cm onder de greppelbodem te liggen.
50 cm
25 (25)
Bijlage 1
Boringen
Projectnummer: Projectnaam:
339719-02 Bodemtechnisch onderzoek
Boring:
B01
Boring:
B02
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174601,05 462609,36
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174763,43 462543,74
0
0
berm Zand, matig fijn, matig siltig, sterk humeus, zwak wortelhoudend, K-waarde: 0,4, donkerbruin, Edelmanboor, bouwvoor
0
0
-25
Zand, matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, K-waarde: 3, geelbeige, Edelmanboor, vrij los intact
-40
50 -65
gras Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak roesthoudend, brokken zand, K-waarde: 0,2, roodbruin, Edelmanboor, bouwvoor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, brokken zand, resten wortels, K-waarde: 0,8, grijsbruin, Edelmanboor, iets geroerd
50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, K-waarde: 0,3, bruinrood, Edelmanboor, vast intact inspoeling
100
-75
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, K-waarde: 0,9, grijsbeige, Edelmanboor, siltig compact 100 -115
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, laagjes zand, resten wortels, sporen hout, K-waarde: 0,5, donkergrijs, Zuigerboor, compact
-135
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, K-waarde: 0,5, grijsbeige, Edelmanboor, vast siltig
150
150
-170
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, matig roesthoudend, K-waarde: 0,9, grijsbeige, Edelmanboor, siltig 200
200
-220
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, laagjes zand, K-waarde: 0,5, donkergrijs, Zuigerboor, compact gelaagd
-230
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, K-waarde: 1,5, grijsbeige, Zuigerboor, compact 250
250
300
300
350
350 -360
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, K-waarde: 3, grijsbeige, Zuigerboor, matig compact
400
-400
400
-400
Schaal (A4): Pagina:
1: 25 1 van 3
Projectnummer: Projectnaam:
339719-02 Bodemtechnisch onderzoek
Boring:
B03
Boring:
B04
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174494,13 462490,22
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174607,79 462488,31
0
0
braak Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, zwak wortelhoudend, sporen roest, sporen oer, K-waarde: 0,4, roodbruin, Edelmanboor, bv
0
0
gras Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, sporen veen, resten hout, sporen roest, zwak wortelhoudend, K-waarde: 0,5, bruin, Edelmanboor, teeltlaag
-35
Zand, zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak grindig, matig oerhoudend, zwak roesthoudend, K-waarde: 0,3, bruinrood, Edelmanboor, oerig
50
50
-65 -70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, K-waarde: 3, geel, Edelmanboor, vrij los
100
Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak grindig, laagjes leem, laagjes zand, resten hout, matig roesthoudend, K-waarde: 0,3, geeloranje, Edelmanboor, lemig los gelaagd,houtig/venig
100
-120
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, resten hout, sporen veen, sporen roest, K-waarde: 1,5, geelbeige, Edelmanboor, compact 150
-140
Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak grindig, resten hout, zwak roesthoudend, sporen leem, K-waarde: 0,6, beigegrijs, Edelmanboor, gelaagd slap houtig/venig
150
200
200 -210
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak grindig, K-waarde: 3, grijsbeige, Zuigerboor, matig compact iets iltig
-230
Zand, zeer fijn, sterk siltig, K-waarde: 0,5, geeloranje, Zuigerboor, egaal slap siltig zand 250
250
300
300
350
350 -360
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, K-waarde: 2, grijsbeige, Zuigerboor, compact
400
-400
400
-400
Schaal (A4): Pagina:
1: 25 2 van 3
Projectnummer: Projectnaam:
339719-02 Bodemtechnisch onderzoek
Boring:
B05
Boring:
B06
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174566,17 462371,65
Boormeester: Datum: X-coördinaat: Y-coördinaat: Opmerking:
Jan Vermeer 25-08-2014 174677,39 462261,77 kort langs droge sloot
0
0
braak Zand, zeer fijn, sterk siltig, sterk humeus, sporen veen, zwak wortelhoudend, resten baksteen, K-waarde: 0,2, donkerbruin, Edelmanboor, teeltlaag
0
0
akker Zand, zeer fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, K-waarde: 0,5, neutraalbruin, Edelmanboor, bv
-25
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, K-waarde: 2, geelbeige, Edelmanboor, inspoeling vrij los 50
50 -60
Zand, matig fijn, matig siltig, K-waarde: 0,9, geelbeige, Edelmanboor, intact inspoeling
-70
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, matig roesthoudend, K-waarde: 3, grijsbeige, Edelmanboor, siltig matig compact
-85
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak roesthoudend, K-waarde: 1,5, geelbeige, Edelmanboor, matig compact
100
100
-130
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, sporen hout, K-waarde: 1, donkergrijs, Zuigerboor, siltig vrij compact
-140
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, resten planten, K-waarde: 1,5, grijsbeige, Edelmanboor, matig compact
150
200
150
200
-220
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, K-waarde: 1,5, donkergrijs, Zuigerboor, egaal matig vast siltig
-230
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, K-waarde: 1, lichtgrijs, Zuigerboor, compact siltig 250
250
300
300
350
350
-370
Zand, matig fijn, zwak siltig, K-waarde: 2,5, grijsbeige, Zuigerboor, matig compact 400
400
-400
-410
Schaal (A4): Pagina:
1: 25 3 van 3
Bijlage 2
Ontwerp waterhuishouding en riolering
14.85
14.85
! ?
Legenda
! ?
16.90 ! ?
17.07
rioolgemaal
^ 17.20
17.01
17.20
persleiding - HDPE Ø90mm
16.20
put
! ?
17.14 17.20
15.56 Ø110 ! ? 17.04
17.12
5.3!?4 1 17.00
Ø1 6 0
17.20
HWA Schoonbeekhof
16.20
Kerkweg noord Kerkweg zuid
Ø110
17.17
Kleine beek Oost
17.25
15.41
15.45
16.90
15.!?51
Ø1 6 0
17.30
17.02 !?
17.01
Overloopgebied Wadi midden oost
14.62 14.55
15.12
17.10
15.12
! ?
14.87 14.55 ! ? 16.90
Ø110
Wadi zuidoost Zuid
17.06
b.o.b. riolering - x,xx m+NAP wegpeil - x,xx m+NAP vloerpeil - x,xx m+NAP
17.20
17.20
peil wadi - x,xx m+NAP
16.30
16.30
13!?.95 ^ 7 9 . 13
14.4713.97
16.90 16.90
14.87
Wadi midden west en zuidwest
17.20
15.50
16.80
drainage
17.06
17.20
14.50
drainage_putten
afstroomgebieden
17.25
overloopgebied [1]
15.90
15.40 ! ? 16.90
17.10
16.90
15.50
roostergoot - 40x40 cm
Wadi/greppel
17.35
15.90
15.90
17.30
14.34
16.90
15!?.47
17.30 4 0 14.715.4
17.20
17.08
overstortleiding - Ø300mm
! ?
Wadi midden west [2]
16.20
16.30
Wadi midden oost [3]
Wadi midden oost [3]
16.90
16.90
16.20
17.25
17.10
17.25
16.90 15.48
16.90
riool vuilwater - PP Ø250mm
! ?
17.25
17.20
Ø110
14.06
14.06
15.01 ! ? 16.90
16.30
17.25
14.13
! ?
16.85
16.40
17.20
17.20 16.90
16.90
17.09
17.20
Wadi zuidoost [4]
16.90 17.25
17.25
17.25
17.15 Ø110
16.95
17.20
16.90
! ?
17.30
17.06
17.20
! ?
17.10
16.90
16.20
16.80 17.20
15.14 16.98!?
15.3617.01 ! ?
15.43
Wadi zuidwest [5]
Ø110
18 15. ! ?
15.38
17.15
14.23
Ø110
16.97
15.51 ! ? 6 417.03 . 15.41 15 ! ? 15.41
15.20 ! ? 16.90 14.23
16.90
17.00
15.64 ! ? 17.09
17.25
16.90
17.25
14.32
17.25 ! ?
17.08!? 15.58
Ø110
16.90
17.25
14.39
17.25
17.13!? 15.68
Ontwerp waterhuishouding Kootwijkerbroek
Opdrachtgever: gemeente Barneveld Projectnummer: 343927 Status: Definitief Datum: 4-9-2020 Schaal: 1:500 Formaat: A1
14.70
Getekend: TA - Gecontroleerd: RV 0
5
10
15
20
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
25
30 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
C:\Data\_Projecten\Kootwijkerbroek\GIS\MXD\Kootwijkerbroek.mxd 4-9-2020 16:59:22
! ?
Bijlage 3
Oppervlaktes
type
weg trottoir fietspad parkeren woning Kavel (exclusief woning) Sportveld Water/wadi Groen/onverhard Totaal
Oppervlakte bruto [m2]
Percentage verhard
Oppervlakte verhard [m2]
Oppervlakte onverhard [m2]
4897 4689 485 1673 7242 14257
100% 100% 100% 100% 100% 65%
4897 4689 485 1897 7933 9267
448 3465 11413 48569
100% 0% 0%
448
28701
4990
3465 11413 19868
Grijs gearceerde gebied niet meegenomen in oppervlakteberekening omdat voor dit gebied waterberging is voorzien in eerder vergunning.
Bijlage 4
Berekening knijpconstructie
Huidige diameter 0,125m komt overeen met 15,3 hectare. Toevoeging van 4,85 hectare Kootwijkerbroek Oost vereist dus een diameter van 145 mm. Huidig afvoernorm huidige diameter
1.34 l/s/ha 0.125
huidig afstromend opp
15.32 ha
BEPALING DIMENSIE GAT VOOR KNIJPCONSTRUCTIE
afvoernorm
1.34 l/s/ha
INVOER TOTALE OPST KRUINBREEDTE Mu STUW MU GAT DEBIET
opp kootwijkerbroek oost totaal opp naar knijpconstructie nieuw debiet knijpgat nieuw
BEPALING DIMENSIE GAT VOOR KNIJPCONSTRUCTIE INVOER TOTALE OPST KRUINBREEDTE Mu STUW MU GAT DEBIET
0.4 M 2.5 M 1.1 0.63 0.021 M3/S
UITVOER OPSTUWING STUW OPSTUWING GAT
0.038 M 0.362
OPPERVLAK GAT
0.012 M2
DIAMETER GAT
0.125 M
Toekomstig
0.4 M 2.5 M 1.1 0.63 0.02702 M3/S
UITVOER OPSTUWING STUW OPSTUWING GAT
0.05 M 0.35
OPPERVLAK GAT
0.02 M2
DIAMETER GAT
0.14395 M
4.85 hectare 20.17 0.0270
Schetsontwerp stuw – basis vanuit ontwerp Essenerweg VIII (WW-800046-T03 Bouwrijpmaken.dwg, 2013), in blauw aangevuld met wijzigingen voor Kootwijkerbroek Oost.
RVS Ø145 mm RVS d=145 mm b.o.b. +15.50
Bijlage 5
Dwarsprofielen
Overloopgebied [1]
Wadi midden west [2]
Wadi midden oost [3]
Wadi zuidoost [4]
Wadi zuidwest [5]
Greppels Kerkweg