CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Oostbroek I_Toelichting_Bijlage 12 Quickscan beschermde soorten voor de reconstructie, Tauw, mei 2020 .pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostbroek I2.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Contactpersoon

Nils Rutjes

Datum

25 mei 2020

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Quickscan beschermde soorten voor de reconstructie van de Kerkweg te Kootwijkerbroek in Gelderland 1 Inleiding In opdracht van de gemeente Barneveld heeft Tauw een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de consequenties van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), onderdeel soortenbescherming, voor de reconstructie van de Kerkweg te Kootwijkerbroek in Gelderland. De gemeente is voornemens om de Kerkweg te verbreden. Om dit mogelijk te maken wordt een watergang verlegd en er worden enkele bomen geveld. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. In figuur 1.2 en 1.3 zijn impressiefoto’s van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied.

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Figuur 1.2. Impressiefoto van het plangebied.

Figuur 1.3. Impressiefoto van het plangebied.

2/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

2 Natuurwetgeving Sinds 1 januari 2017 is de Wnb in werking. De Wnb is het wettelijk stelsel voor natuurbescherming in Nederland. Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) van de provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.

2.1

Beschermingsregime en bepalingen soortenbescherming

Het is noodzakelijk om de ontwikkeling te toetsen aan soortenbescherming vanwege de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Het onderdeel soortenbescherming onder de Wnb heeft bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes: • Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn • •

Dieren en planten: het gaat hier om inheemse dieren en planten, die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern/Bonn Nationale soorten: het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. Hier is ook een beschrijving opgenomen onder welke voorwaarden een bevoegd gezag ontheffing of vrijstelling kan verlenen. Tabel 2.1 is een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. GS van de provincie Gelderland kan ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. 2.1.1

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie ‘Nationale soorten’, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Gelderland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten ‘vrij te stellen’ van de ontheffingsplicht. Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. 2.1.2 Zorgplicht De zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. Als zich mogelijk negatieve effecten voordoen, dan treft de initiatiefnemer noodzakelijke maatregelen om die gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt.

3/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Tabel 2.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb

Verbodsbepaling

Dieren of planten: Doden of vangen Storen/verstoren

A

B

C

D

E

Vogels VR

Dieren HR/

Planten HR/

Dieren (‘nationaal’)

Planten (‘nationaal’)

Bonn/Bern

Bonn/Bern

3.1.1

3.5.1

3.1.4 (tenzij 3.1.5)

3.5.2

Plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen

3.10.1.a

3.5.5

Onder zich hebben of vervoeren Plaatsen:

3.2.6

Vernielen, beschadigen of wegnemen nesten Beschadigen of vernielen

3.1.2

3.6.2

3.10.1.c

3.6.2

3.5.4

3.10.1.b

3.1.2

3.5.4

(vaste vp) 3.10.1.b (vaste rp)

Eieren: Vernielen (of –VRbeschadigen)

3.1.2

3.5.3

Rapen Onder zich hebben

3.1.3 3.1.3

3.5.3

voortplantingsplaatsen Beschadigen of vernielen rustplaatsen

Toelichting: Codes verwijzen naar wetsartikelen Wet natuurbescherming. Oranje

verbodsbepaling geldt alleen wanneer sprake is van opzet.

Rood

verbodsbepaling geldt in alle gevallen, ook wanneer geen sprake is van opzet.

4/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

3 Toetsing aan soortenbescherming 3.1

Werkwijze

De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van een literatuurstudie en op basis van een oriënterend veldbezoek op 11 mei 2020. Voor de literatuurstudie is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: • Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) •

Natuurkaart van Tauw (https://www.tauw.nl/op-welk-terrein/ecologie/ecoviewer.html)

Het doel van de literatuurstudie is om na te gaan welke beschermde soorten in of in de omgeving van het plangebied (kunnen) voorkomen. De ecoloog controleert tijdens het oriënterende veldbezoek of de omgeving in het plangebied voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook kijkt de ecoloog naar aanwijzingen van de aanwezigheid (zichtwaarnemingen en sporen van terreingebruik, zoals holen, uitwerpselen, haren, prooi- of voedselresten).

3.2

Literatuuronderzoek

Tabel 3.1 geeft weer welke beschermde soorten in of in de omgeving van het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen. Het betreft soorten waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving, maar ook soorten die in (de omgeving van) het plangebied kunnen voorkomen op basis van de ligging van het plangebied in Nederland. Het voorkomen van beschermde soorten anders dan vermeld in tabel 3.1 is op voorhand uitgesloten. Tabel 3.1 Soorten die in (de omgeving van) het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen. Soortgroep

Aanwezige soorten in omgeving

Flora

Glad biggenkruid en dreps (artikel 3.10)

Grondgebonden zoogdieren

Edelhert, damhert, wild zwijn, das, boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn, eekhoorn, (artikel 3.10)

Vleermuizen

Baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, watervleermuis (artikel 3.5)

Vogels jaarrond bescherming

Ooievaar, wespendief, buizerd, havik, sperwer, boomvalk, slechtvalk, steenuil, kerkuil, ransuil, roek, gierzwaluw, huismus (artikel 3.1)

Algemene broedvogels

Diverse soorten (artikel 3.1)

Amfibieën

Heikikker, poelkikker, rugstreeppad (artikel 3.5),

Reptielen

Zandhagedis (artikel 3.5), adder, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang (artikel 3.10)

Vissen*

N.v.t.

Ongewervelden

Vliegend hert (artikel 3.10)

*Het voorkomen van beschermde soorten vissen is op voorhand uitgesloten. De watergang is niet permanent watervoerend en staat niet in open verbinding met andere wateren in de omgeving.

5/9

Kenmerk

3.3

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Effecten

3.3.1 Flora Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde planten waargenomen. Op basis van het aanwezige biotoop wordt het voorkomen van beschermde planten uitgesloten. Glad biggenkruid en dreps hebben een voorkeur voor standplaatsen in extensieve akkers, braakliggende grond en bermen op voedselarme, met name stikstofarme, grond. Dergelijk biotoop is in het plangebied afwezig. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verharding en bermen met raaigras, fluitenkruid en grote brandnetel. Deze soorten indiceren een voedselrijke bodemsituatie die ongeschikt is als standplaats voor glad biggenkruid en dreps. Het voorkomen van andere beschermde flora is uitgesloten op basis van de ligging in Nederland en het gebrek aan natuurlijk biotoop, zoals veen, heide, natte of droge storings-/ pioniermilieu’s of oppervlaktewater. Negatieve effecten op beschermde flora zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroep is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. 3.3.2

Grondgebonden zoogdieren

Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. Er zijn ook geen eekhoornnesten, burchten, anderzijds verblijfplaatsen, sporen of uitwerpselen van beschermde soorten aangetroffen. Op basis van het aanwezige biotoop is uitgesloten dat het plangebied essentiële functies voor beschermde grondgeboden zoogdieren vervult. Het plangebied is ongeschikt als functioneel leefgebied voor steenmarter, boommarter, bunzing, hermelijn en wezel. De aanwezige groenstructuren en de oevers van de watergang bieden onvoldoende schuilmogelijkheden die kunnen dienen als vaste rust- en/of voortplantingsplaats. Ook is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor soorten als damhert, edelhert, wild zwijn en das. Deze soorten behoeven een rustige en bosrijke omgeving met voldoende dekkingsmogelijkheden. Het plangebied ligt in de bebouwde kom en voldoet niet aan die habitateisen. Het voorkomen van de waterspitsmuis is uitgesloten. De watergang is erg klein, niet permanent watervoerend, heeft steile oevers en onvoldoende ontwikkelde oever- en onderwatervegetatie. Negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroep is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.

3.4

Vleermuizen

Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden: verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Verblijfplaatsen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, andere bouwwerken of in bomen. Foerageergebieden zijn groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen en watergangen. Vliegroutes worden gevormd door lijnvormige elementen zoals bomenrijen, randen van bebouwing en watergangen.

6/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Verblijfplaatsen Er staan in het plangebied geen gebouwen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten vleermuizen is daarmee uitgesloten. In één boom is een holte aangetroffen. De holte is met behulp van een boomcamera en een zaklamp visueel beoordeeld op geschiktheid als verblijfplaats voor boombewonende soorten vleermuizen. Tijdens de inspectie zijn geen vleermuizen of uitwerpselen van vleermuizen in de boomholte aangetroffen. Ook wijst de inspectie uit dat de boomholte slechts beperkt naar boven toe in de stam doorloopt. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten is daardoor eveneens uitgesloten. Vliegroutes De bomen in het plangebied kunnen door vleermuizen gebruikt worden ter oriëntatie bij het vliegen. De bomen vormen echter geen opzichzelfstaand lijnvormige landschapselement en de omgeving biedt voldoende alternatieve vliegroutes voor vleermuizen. Het is uitgesloten dat de bomen in het plangebied onderdeel zijn van een essentiële vliegroute voor vleermuizen vormt. Foerageergebied Het is mogelijk dat vleermuizen de omgeving in en rondom het plangebied gebruikt om te foerageren. Het is echter uitgesloten dat er sprake is van een essentieel foerageergebied voor vleermuizen. De omgeving biedt diverse andere groenstructuren en open plekken die voor vleermuizen gunstiger zijn om te foerageren.

Bovendien leidt de constructie van de Kerkweg niet tot dusdanige landschappelijk aantasting dat vleermuizen in de nieuwe situatie niet meer kunnen foerageren nabij de Kerkweg. Negatieve effecten op vleermuizen zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. Uitganspunt is dat de werkzaamheden plaatsvinden tussen zondopgang en zonsondergang.

3.5

Broedvogels

Vogels met jaarrond beschermde nesten De nesten van deze soorten zijn het hele jaar beschermd, evenals de functionele leefomgeving rondom het nest die nodig is om een nest als dusdanig te laten functioneren. Er bevinden zich in het plangebied geen gebouwen, bouwwerken, nestkasten of nestpalen. Verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, slechtvalk en ooievaar zijn daarmee uitgesloten in het plangebied. Wel zijn er in de omgeving ten westen van het plangebied huismussen gehoord. Het plangebied vormt echter geen essentieel onderdeel van het leefgebied van deze populatie huismussen. Er is voldoende biotoop aanwezig in de tuinen en erven dichter bij de verblijfplaatsen van de huismuspopulatie. Deze zijn geen onderdeel van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek in het plangebied ook geen jaarrond beschermde nesten in bomen aangetroffen. De bomen waren goed inspecteerbaar, omdat deze relatief klein zijn. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil, roek en wespendief zijn daarmee uitgesloten in het plangebied.

7/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

Negatieve effecten op vogels met een jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Ten aanzien van vogels met een jaarrond beschermd nest is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. Tijdens het broedseizoen beschermde vogels Ieder nest is beschermd als deze als broedlocatie in gebruik is. De bomen en klimop langs de Kerkweg zijn potentieel geschikt als broedbiotoop voor algemene broedvogels als houtduif, merel, winterkoning, tjiftjaf, etc. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van algemene broedvogels aangetroffen. Er is op het moment van schrijven van dit rapport dan ook geen redenen om aan te nemen dat er broedende vogels in het plangebied aanwezig zijn. Negatieve effecten op algemene broedvogels worden op dit moment uitgesloten. Vogels kunnen hele jaar tot broeden komen, maar de kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m augustus. Dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, worden negatieve effecten op broedvogels niet verwacht. Wanneer de werkzaamheden later in het broedseizoen van 2020 aanvangen of tijdens het broedseizoen van 2021 plaatsvinden dan is een extra broedvogelcontrole nodig om de volgende negatieve effecten uit te sluiten: verstoren en/of vernietigen van in gebruik zijnde nesten van broedvogels (Wnb artikel 3.1, lid 2 en 4).

Indien een broedgeval aanwezig is dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone wordt door een ter zake kundige bepaald.

3.6

Amfibieën

Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde soorten amfibieën zoals heikikker, poelkikker en rugstreeppad. De oevers van de watergang langs de Kerkweg zijn té steil en de watergang staat het merendeel van voortplantingsperiode droog. Deze is daardoor ongeschikt als voortplantingswater of ei-afzetplaats voor beschermde amfibieën. Door gebrek aan beschuttingsmogelijkheden en vergraafbare grond is het plangebied eveneens ongeschikt als winterbiotoop voor beschermde soorten amfibieën. Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroep is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.

3.7

Reptielen

Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde soorten reptielen. Er is in het plangebied geen geschikt voortplantings- en winterbiotoop aanwezig voor hagedissen en slangen, zoals heide, broeihopen, goed ontwikkelde strooisellaag, ingerotte boomstobben of vegetatie van zeggen of russen. Negatieve effecten op reptielen zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroep is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.

8/9

Kenmerk

N001-1275872NJR-V01-efm-NL

3.7.1 Ongewervelden Het plangebied is ongeschikt voor beschermde dagvlinders, libellen en overige ongewervelden. Het plangebied beschikt niet over of essentiële waardplanten of bomen voor beschermde ongewervelden. Daarnaast beschikt het water niet over florarijke oevers of onderwatervegetatie. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden kunnen worden uitgesloten. Ten aanzien van deze soortgroep is geen nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig.

4 Conclusies De gemeente Barneveld is voornemens om een deel van de Kerkweg te Kootwijkerbroek te reconstrueren. Het plan voorziet in de verbreding van de Kerkweg. Om dit mogelijk te maken wordt een watergang verlegd en er worden enkele bomen geveld. Het voornemen is alleen uitvoerbaar als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Het verkennend natuuronderzoek wijst uit dat het voornemen niet strijdig is met het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming. Er is geen nader soortgericht onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig. Wel dient op termijn rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren zijn effecten op algemene broedvogels redelijkerwijs uit te sluiten. Wanneer de werkzaamheden later in het broedseizoen van 2020 aanvangen of plaatsvinden tijdens het broedseizoen van 2021 dan is een broedvogelcontrole nodig om effecten op broedende vogels opnieuw uit te sluiten.

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=85df90ac-2f8d-4862-92ab-543e4eae6222