Oostbroek I_Toelichting_Bijlage 11 Nader onderzoek steenmarter, Tauw, juni 2020.pdf
Tekst van het document
Nader ecologisch onderzoek nieuwbouwwijk Oostbroek te Kootwijkerbroek in Gelderland Onderzoek naar kleine marterachtigen in het kader van Soortbescherming onder de Wet natuurbescherming 9 juni 2020
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
Verantwoording Titel
Nader ecologisch onderzoek nieuwbouwwijk Oostbroek te Kootwijkerbroek in Gelderland
Opdrachtgever
Gemeente Barneveld
Projectleider
Jordy Houkes
Auteurs
Nils Rutjes
Tweede lezer
Berto van Dam
Uitvoering veldonderzoek
Nils Rutjes
Projectnummer
1275872
Aantal pagina’s
12
Datum
9 juni 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 4
1.2
Doel .................................................................................................................................... 4
1.3
Leeswijzer .......................................................................................................................... 4
Situatie en beoogde ontwikkeling .............................................................................................. 5 2.1
Huidige situatie................................................................................................................... 5
2.2
Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 5
Ecologie en wetgeving............................................................................................................... 7 3.1
Kleine marterachtigen ........................................................................................................ 7
3.2
Wetgeving .......................................................................................................................... 7
Methode..................................................................................................................................... 8 4.1
5
Cameravalonderzoek ......................................................................................................... 8
Resultaten en effectbepaling ................................................................................................... 10 5.1
Cameravalonderzoek ....................................................................................................... 10
6
Conclusie ................................................................................................................................. 11
7
Literatuur ................................................................................................................................. 12
3/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat achtergrondinformatie over de aanleiding en het doel van het onderzoek. In paragraaf 1.3 is een leeswijzer opgenomen
1.1
Aanleiding
Gemeente Barneveld is voornemens een bestemmingsplan vast te stellen voor deelgebied 3.5 te Kootwijkerbroek in Gelderland. Het plan voorziet in de ontwikkeling van nieuwbouwwijk Oostbroek. In opdracht van de gemeente Barneveld heeft Tauw in maart 2020 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (Tauw, 2020) naar de consequenties van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) om te bepalen of het plan redelijkerwijs uitvoerbaar is. De beoogde ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Op basis van de verkenning kon niet worden bepaald of de beoogde ontwikkeling al dan niet leidt tot negatieve effecten op kleine marterachtigen. Daarom heeft Tauw in de periode april – juni 2020 nader onderzoek uitgevoerd naar de functies van het plangebied voor bunzing, hermelijn en wezel. Deze rapportage doet verslag van het nader ecologisch onderzoek naar deze soorten.
1.2
Doel
Het nader ecologische onderzoek maakt inzichtelijk of, en op welke wijze, het plangebied door kleine marterachtigen gebruikt wordt. Het onderzoek richt zich hoofdzakelijk op het vaststellen van de aan- of afwezigheid van bunzing, hermelijn en/of wezel in het plangebied. In de rapportage volgt antwoord op de volgende vragen: • Vormt het plangebied (essentieel) leefgebied voor bunzing, hermelijn en/of wezel? • In hoeverre is de beoogde ontwikkeling strijdig met de Wnb? • •
1.3
Zijn maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wnb nodig? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 behandelt de huidige situatie en de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Vervolgens is in hoofdstuk 3 ingegaan op de ecologie van bunzing, hermelijn en wezel en de wijze waarop deze soorten in de provincie Gelderland beschermd zijn. Daarop volgen de onderzoeksmethode in hoofdstuk 4 en de resultaten in hoofdstuk 5. Op basis van de effectbepaling is aangegeven of er een ontheffing in het kader van de Wnb nodig is. De conclusies en vervolgstappen zijn in hoofdstuk 6 samengevat.
4/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
2 Situatie en beoogde ontwikkeling Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en beoogde ontwikkeling in het plangebied.
2.1
Huidige situatie
Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het plangebied ligt aan de oostzijde van de bebouwde kom van Kootwijkerbroek in de gemeente Barneveld te Gelderland. Het plangebied is circa zes hectare groot en ligt globaal gezien tussen de Essenerweg, Bersebastraat en de Kerkweg. Een deel van de Kerkweg doorkruist het plangebied. In de huidige situatie is het terrein in agrarisch gebruik. Langs de Kerkweg en de westzijde van het plangebied staan rijen van knotelzen- en wilgen. Langs de oostzijde van het terrein staan enkele elzen en zomereiken. Ten zuiden van het plangebied staat een boerderij en ten westen van het plangebied staat het nieuwe schoolgebouw van de Rehoboth.
Figuur 2.1. Ligging van het plangebied (globaal begrensd).
2.2
Beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling is van permanente aard en betreft de realisatie van nieuwbouwwijk Oostbroek. Het plangebied ondergaat daarmee een transformatie van agrarisch gebruik naar woningen. De gemeente is voornemens om ongeveer 105 nieuwbouwwoningen te realiseren. De nieuwe woonwijk bestaat uit zes ‘woonvelden’ die zijn omsloten door het landschappelijk
5/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
raamwerk en uitkijken op het aangrenzende landschap. Hierdoor ontstaat een karaktervolle woonwijk die aansluit op het landschap in de directe omgeving. De kerkweg wordt de hoofdontsluiting voor autoverkeer. Het is niet de bedoeling dat auto’s via de bestaande woonwijken worden geleid. Voor fietsers en voetgangers komen er wel verbindingen naar de bestaande wijken. Daarnaast worden rondom het plangebied nieuwe voetpaden aangelegd ten behoeve van recreatief gebruik. In figuur 2.2 is een schetsontwerp van de nieuwe situatie in het plangebied weergegeven.
Figuur 2.2. Schetsontwerp van de beoogde ontwikkeling.
6/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
3 Ecologie en wetgeving In dit hoofdstuk wordt de ecologie van kleine marterachtigen behandeld en uiteengezet hoe deze in de provincie Gelderland zijn beschermd.
3.1
Kleine marterachtigen
Op basis van algemene verspreiding en het aanwezige biotoop is de aanwezigheid van bunzing, hermelijn en/of wezel niet op voorhand uit te sluiten. Het plangebied ligt namelijk in een relatief kleinschalig landschap dat wordt afgewisseld door open terrein, sloten, greppels, klein struweel takkenhopen en knotelzen met holtes. Dergelijke landschapselementen zijn potentieel geschikt als vaste rust- en/of voortplantingsplaats en foerageergebied voor kleine marterachtigen. Bunzing, hermelijn en wezel hebben een voorkeur voor structuurrijk biotoop in een waterrijke omgeving en kleinschalig agrarisch landgebruik.
3.2
Wetgeving
Bunzing, hermelijn en wezel zijn nationaal beschermd als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Met het in werking treden van de Wnb zijn kleine marterachtigen in veel provincies op de vrijstellingslijst gezet, waardoor alleen de algemene zorgplicht (Wnb artikel 1.11) van toepassing is. In Gelderland zijn kleine marterachtigen niet vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. De Wnb bevat de volgende verboden handelingen die van toepassing zijn: 1. Het is verboden om dieren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of 2.
te vangen Het is verboden de vaste rust- of voortplantingsplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
In deze rapportage vindt toetsing plaats aan Soortbescherming van de Wnb. De Wnb gaat uit van het voorzorgbeginsel en stelt dat een overtreding van verbodsbepalingen met zekerheid moet worden uitgesloten. Uitsluitsel is alleen mogelijk op basis van voldoende en actuele gegevens en bij afwezigheid van beschermde soorten. Als nader ecologisch onderzoek uitwijst dat negatieve effecten niet te voorkomen zijn, en dat het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk is, zal een ontheffing in het kader van de Wnb aangevraagd moeten worden. GS van de provincie Gelderland kan ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in artikel 3.10 van de Wnb. Bij het aanvragen van een eventuele ontheffing dient de aanwezigheid van de betreffende soort aangetoond te worden. Hierbij geldt een ‘omgekeerde bewijslast’ waarbij de initiatiefnemer verantwoordelijkheid draagt.
7/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
4 Methode Dit hoofdstuk beschrijft de gehanteerde methode voor het nader onderzoek naar kleine marterachtigen.
4.1
Cameravalonderzoek
Het nader onderzoek naar kleine marterachtigen is uitgevoerd met behulp van cameravallen. Bunzing, hermelijn en wezel zijn immers nacht actieve dieren die overdag niet te inventariseren zijn. Voor de opzet van het onderzoek is gebruik gemaakt van de richtlijnen zoals gesteld in de ‘handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming’ (Provincie Noord-Brabant (2017). Het plangebied is circa zes hectare groot. Het hele plangebied wordt voor de ontwikkeling benut. . Gezien de omvang van het plangebied is besloten om zes camera’s te plaatsen. Deze zijn geplaatst op de meeste kansrijke locaties, zoals struwelen en overhoekjes (zie figuur 4.1). Om het voorkomen van hermelijn en wezel te onderzoeken is gebruik gemaakt van marterboxen (zie figuur 4.2). Voor bunzing zijn aanvullend struikrovers ingezet (zie figuur 4.3). De trefkans van de zogeheten ‘struikrover’ is gemiddeld genomen hoger dan bij ‘marterboxen’. Bovendien kunnen met de ‘struikrover’ ook andere soorten worden vastgesteld, zoals egel. De camera’s zijn op 21 april 2020 geplaatst en op 2 juni 2020 verwijderd. De camera’s hebben zes aaneengesloten weken in het plangebied gestaan. Om de trefkans te vergroten is gebruik gemaakt van de volgende lokmiddelen: sardientjes, kattenbrokken en/of pindakaas. Op 11 mei 2020 zijn de lokstoffen vervangen en zijn de camera’s tussentijds uitgelezen en voorzien van nieuwe batterijen.
Figuur 4.1 De locaties van de cameravallen.
8/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
Figuur 4.2 Opstelling van de marterbox.
9/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
Figuur 4.3 Opstelling van de struikrover.
5 Resultaten en effectbepaling In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het nader onderzoek beschreven. Op basis van de resultaten zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op kleine marterachtigen bepaald.
5.1
Cameravalonderzoek
Tijdens het cameravalonderzoek zijn geen kleine marterachtigen op beeld vastgelegd. Wel zijn andere zoogdieren zoals huiskat, bruine rat, bosspitsmuis, huisspitsmuis en egel en vogelsoorten zoals koolmees en merel vastgesteld (zie figuur 5.1). Omdat gedurende een periode van zes weken geen kleine marterachtigen zijn waargenomen is redelijkerwijs uit te sluiten dat bunzing, hermelijn of wezel in het plangebied voorkomen. Er is dus geen sprake van negatieve effecten op deze soorten. Het project is daarmee niet ontheffingsplichtig ten aanzien van het Wnb onderdeel soortenbescherming.
10/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
Figuur 5.1 Waarnemingen van soorten in het plangebied die, los van de zorgplicht, zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen.
6 Conclusie Gemeente Barneveld is voornemens om in deelgebied 3.5 te Kootwijkerbroek in Gelderland een nieuwbouwwijk te realiseren. In maart 2020 heeft Tauw een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek wees uit dat effecten op kleine marterachtigen niet met zekerheid zijn uit te sluiten. In opdracht van de Gemeente Barnveld heeft Tauw nader ecologisch onderzoek naar bunzing, hermelijn en wezel uitgevoerd. Tijdens het nader onderzoek zijn deze soorten niet aangetroffen. Er kan dus redelijkerwijs worden uitgesloten dat het plangebied essentiële functies voor kleine marterachtigen vervult. De beoogde ontwikkeling is daarmee niet strijdig met de Wnb en dus ook niet ontheffingsplichtig. Wel dient rekening te worden gehouden met algemene broedvogels (Wnb artikel 3.1). Ook dient rekening te worden gehouden met het voorkomen van egel in het kader van de zorgplicht (Wnb artikel 1.11).
11/12
Kenmerk
R002-1275872NJR-V01-nda-NL
7 Literatuur Tauw, 2020. Natuurtoets nieuwbouwwijk Oostbroek te Kootwijkerbroek in Gelderland, d.d. 23 maart 2020. Rapport met kenmerk: R001-1275872NJR-V01-efm-NL Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming, d.d. 13 oktober 2017.
12/12