Notitie Evaluatie beleid kinderopvang en luchtkwaliteit
Tekst van het document
Notitie Evaluatie beleid kinderopvang en luchtkwaliteit Versie 2.0: 4 oktober 2024
Samenvatting In mei 2022 heeft de gemeente het beleid kinderopvang en luchtkwaliteit vastgesteld. Op basis van dit beleid kan worden afgeweken van GGD-adviezen bij nieuwe kinderopvanglocaties, indien de GGD negatief adviseert in verband met een niet optimale luchtkwaliteit. Dit beleid is nu geëvalueerd. Gebleken is dat afgelopen twee jaar de gemeente slechts bij drie locaties van de 56 nieuwe locaties heeft afgeweken van het advies. Er zijn ook 18 pre-adviezen afgegeven door de GGD. Bij zeven locaties was dit een negatief advies. Twee van deze locaties zouden op basis van het beleid een positief advies krijgen. Bij geen van deze zeven locaties (in het buitengebied) is de aanvraag doorgezet. De gemeente is bevoegd gezag voor registratie van kinderopvang bij het Landelijk Register Kinderopvang. Bij het besluit om een locatie te registreren weegt de gemeente GGD-adviezen mee. Omdat kinderen een kwetsbare groep zijn voor luchtverontreiniging adviseert de GGD negatief bij een aanvraag voor een opvang in de directe nabijheid van een drukke weg of veehouderij. Het is onwenselijk een kwetsbare groep juist bij een emissiebron te situeren. Ook als wordt voldaan aan wettelijke grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. Op dit moment heeft de gemeente geen apart beleid voor agrarische kinderopvang.
De gemeente staat Agrarische kinderopvang niet toe op pluimvee- en varkenshouderijen, met het oog op risico’s door endotoxines, fijnstof en geur. Omdat dit conform de GGD-adviezen is, stelt de gemeente hiervoor geen apart beleid vast. Bij agrarische kinderopvang toetst de gemeente altijd op luchtkwaliteit. De gemeente toetst niet op geurhinder omdat het in deze specifieke situatie niet mogelijk is vast te stellen wat een aanvaardbare leefomgeving is. Ouders maken zelf een afweging tussen de positieve aspecten van een agrarische omgeving en de negatieve aspecten (waaronder mogelijk geurhinder).
1
Inhoud 1.
Aanleiding evaluatie beleid ..........................................................................................................3
2.
GGD-beleid kinderopvang en milieu ..........................................................................................3
3.
Huidig beleid Barneveld kinderopvang en luchtkwaliteit .........................................................5
4.
Luchtkwaliteit in Barneveld ..........................................................................................................6
5.
Geurbelasting in Barneveld .........................................................................................................8
6.
Gezondheidseffecten bij kinderen ..............................................................................................8
7.
Kinderopvang in Barneveld .........................................................................................................9
8.
Uitvoering beleid kinderopvang en luchtkwaliteit juni 2022 tot heden .................................10
9.
Agrarische kinderopvang ...........................................................................................................11
10. Conclusie: hoe doelmatig is het beleid ....................................................................................12
2
1. Aanleiding evaluatie beleid Gemeenten in Nederland hebben de opdracht toezicht te houden op de kinderopvang. Aanvragen voor kinderopvang legt de gemeente voor advies voor aan de GGD. De GGD toetst of de aanvrager aan de voorwaarden van de Wet kinderopvang voldoet en kijkt daarbij ook naar milieu en gezondheid. De GGD hanteert hierbij de landelijke GGD-richtlijn Veehouderij en Gezondheid [1] en de GGDrichtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid [2]. De GGD gaat bij kinderopvang uit van een hoger beschermingsniveau dan de wettelijke normen en dan wat voor de functie wonen gebruikelijk is. De reden hiervoor is dat kinderen een extra gevoelige groep zijn voor luchtverontreiniging (zie H6). Als locaties te dicht bij drukke verkeerswegen of veehouderijen liggen geeft de GGD een advies de aanvraag voor registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LKR) af te wijzen. De gemeente is niet verplicht het advies van de GGD te volgen. Als er goede redenen voor zijn, dan kan de gemeente van het advies afwijken. De gemeente Barneveld kent een hoge dichtheid aan veehouderijen en er lopen twee snelwegen door de gemeente. Hiermee wordt het aantal potentiële locaties voor kinderopvang, vooral in het buitengebied, beperkt.
Om niet bij elke aanvraag een ad-hoc afweging te moeten maken heeft de gemeenteraad op 25 mei 2022 het “Beleid gevoelige groepen kinderopvang luchtkwaliteit” vastgesteld (zie bijlage 1 van deze notitie). Toen zijn er ook twee moties aangenomen: - Motie 4: PRO’98, ChristenUnie en Burgerinitiatief hebben een motie ingediend (M1140) waarin de partijen het college oproepen om voortvarend aan de slag te gaan met het verbeteren met de luchtkwaliteit in onze gemeente en binnen 2 jaar het beleid te heroverwegen en zo nodig met een nieuw voorstel terug te komen bij de gemeenteraad. - Motie 5: PRO’98 en ChristenUnie roepen het college op om bij nieuwe kinderopvang locaties die niet voldoen aan de normen van de GGD: een fijnstofmeter te laten installeren om de luchtkwaliteit te monitoren. te bekijken of er op de locatie zelf maatregelen genomen kunnen worden om de luchtkwaliteit van het gebouw te verbeteren. afspraken te maken met de locaties over de communicatie richting ouders over de hogere fijnstofwaarden dan de normen van de GGD. Deze notitie betreft de in motie 4 gevraagde evaluatie van het beleid en een advies met betrekking tot voortzetting van het beleid. In deze notitie wordt ook ingegaan op de inhoud van motie 5. Er is geen relatie tussen dit beleid en het Schone Lucht Akkoord (SLA).
Dit beleid gaat over hoe we toetsen aan luchtkwaliteit terwijl het SLA gaat over hoe we een betere luchtkwaliteit kunnen bereiken.
2. GGD-beleid kinderopvang en milieu Als een kinderopvang wordt geregistreerd op het LRK wordt door de GGD eerst een inspectie uitgevoerd en een advies opgenomen in het inspectierapport. Het inspectierapport gaat onder meer in op de gezondheidsaspecten van de opvanglocatie, waaronder luchtkwaliteit. De GGD gaat uit van zones rondom bronnen van luchtverontreiniging (verkeerswegen, veehouderijen). Binnen deze zones adviseert de GGD in principe negatief om kinderopvang toe te staan. Met het hanteren van deze zones gaat de GGD uit van het voorzorgsprincipe. Gezondheidseffecten treden namelijk ook op bij concentraties onder de wettelijke normen.
3
Zonering luchtkwaliteit bij verkeerswegen Door emissie van uitlaatgassen zijn de gehalten stikstofdioxide nabij drukke wegen verhoogd. Voor gevoelige functies streeft de GGD daarom een minimumafstand tot aan drukke wegen na. De uitstoot van het wegverkeer is sinds 2008 (ingangsdatum Besluit gevoelige bestemmingen – 01-08-2009) ongeveer gehalveerd. De GGD past daarom vanaf 9 maart 2023 de volgende nieuwe afstandscriteria toe bij het beoordelen van aanvragen van nieuw te vestigen locaties voor kinderopvang [3]: • De locatie mag niet binnen 150 meter (was 300 meter) van de rand van snelwegen liggen. • De locatie mag niet binnen 25 meter (was 50 meter) van de rand van drukke wegen binnen de bebouwde kom liggen. De minimale afstand tussen een kinderopvanglocatie en de rand van drukke wegen buiten de bebouwde kom (50 m) is per 9 maart 2023 niet gewijzigd. De GGD voert geen luchtkwaliteitsberekeningen uit. Bij verkeerswegen geldt altijd de zonering. De reden hiervoor is dat ook beneden de NO2-normen nog negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Zonering luchtkwaliteit bij veehouderijen De GGD hanteert een zone van 250 meter voor pluimvee- en varkenshouderijen, waarbinnen mogelijk sprake is van gezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging [4]. Voor aanvragen voor kinderopvang buiten deze zone adviseert de GGD ten aanzien van luchtkwaliteit positief.
Ten tijde van het opstellen en vaststellen van het Beleid kinderopvang en luchtkwaliteit (tot mei 2022) adviseerde de GGD negatief bij een aanvraag voor kinderopvang binnen deze zone. Voor geitenhouderijen geldt altijd een minimale afstand van 500 meter [4]. Voor melkveebedrijven en paarden- en ponyhouderijen hanteert de GGD geen minimale afstand, omdat de uitstoot van dit type bedrijven over het algemeen veel kleiner is dan die van varkens- en pluimveehouderijen [4]. Op dit moment hanteert de GGD varkens- en pluimveehouderijen maatwerk voor aanvragen voor kinderopvang binnen de zone van 250 meter. Ligt een kinderopvang minder dan 100 m van een pluimvee- of varkenshouderij, dan volgt altijd een negatief advies. Indien de kinderopvang ligt binnen de zone van 100 tot 250 m van een pluimvee- of varkenshouderij, dan beoordeelt het team Milieu en Gezondheid van de GGD de nieuwe situatie. Het team Milieu en Gezondheid geeft een positief advies als: a) uit berekeningen blijkt dat de bijdrage van het betreffende bedrijf aan het gehalte fijnstof aan de overschrijding van de WHO-advieswaarde (15 µg/m3) gelijk of minder is dan 3 % [5]. Dit komt overeen met een maximale bijdrage van 0,45 µg/m3, én b) er niet meer dan 15 intensieve veehouderijen mogen liggen binnen een straal van 1 km.
Als de bijdrage van een bedrijf meer is dan 3 % zijn er merkbare (extra) negatieve effecten op de gezondheid van kinderen door de ligging van de kinderopvang nabij dat bedrijf. Veehouderij endotoxinen Indien de luchtkwaliteit ter plaatse van een kinderopvanglocatie voldoet aan de norm voor fijnstof, doet de GGD geen onderzoek naar endotoxinen1. De GGD hanteert voor endotoxinen een advieswaarde 1 Endotoxinen zijn celwandresten van bepaalde bacteriën en kunnen tot luchtwegirritatie en ontstekingsreacties leiden.
Endotoxinen zijn dus geen levende micro-organismen, ze kunnen daarom geen infectieziekten overbrengen. Endotoxinen maken onderdeel uit van fijnstof (PM10), maar zitten ook in het grovere stof (PM10 tot PM100). Ze lijken een relevante merker voor vee-gerelateerde blootstelling, voorspellend voor gezondheidseffecten.
4
van 30 EU/m3. Op dit moment wordt geen onderzoek naar endotoxinen uitgevoerd omdat er nog geen bruikbare meetmethode beschikbaar is. Veehouderij geurbelasting De GGD toetst niet op geurbelasting. Veehouderij zoönose Ten aanzien van zoönose2 stelt de GGD geen zonering voor, maar geeft de GGD adviezen hoe met goede hygiëne maatregelen (handen wassen) en vaccinatie de risico’s kunnen worden beperkt. De GGD hanteert bij toetsing bij veehouderijen een minimale omvang van 250 kippen, 25 varkens en/of 50 geiten. Dit is in afwijking van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Het BAL gaat bij de definitie van een milieubelastende activiteit uit van 10 stuks rundvee, 15 varkens, 350 kippen en 25 overige landbouwhuisdieren BAL art 3.200. Communicatie richting ouders over zonering geitenhouderijen De GGD gaat in de inspectierapporten bij een positief advies bij locaties die liggen binnen een afstand van 500 m tot 2 km van een geitenhouderij, aangeven dat wel sprake is van een licht verhoogd risico op longontsteking.
3. Huidig beleid Barneveld kinderopvang en luchtkwaliteit Luchtkwaliteit De gemeente volgt in principe de adviezen van de GGD. Om meer ruimte te scheppen voor kinderopvang heeft de gemeente in mei 2022 het Beleid kinderopvang luchtkwaliteit vastgesteld. Conform dit beleid gelden de volgende criteria bij een besluit waarin het GGD-advies niet is gevolgd: 1. Gastouderopvang is binnen de bebouwde kom overal toegestaan waar planologisch de functie ‘wonen’ geldt. 2. Alleen bij maatschappelijk ongewenste situaties wijken we af van GGD adviezen. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat er in een kern geen kinderopvang mogelijk is. Dat doen we alleen als de luchtkwaliteit ter plaatse beter is dan het gemiddelde van de directe omgeving. 3. Op locaties buiten de bebouwde kom moet de luchtkwaliteit ter plaatse van de opvang beter zijn van het gemiddelde van de directe omgeving (straal 2 km) én (motie 5): o er moet een fijnstofmeter worden geïnstalleerd, o er moeten maatregelen worden genomen om luchtkwaliteit te verbeteren o er moet communicatie richting ouders worden gevoerd over de luchtkwaliteit Geur Het huidige beleid kinderopvang en luchtkwaliteit gaat niet in op geur.
De gemeente toetst wel aan geurhinder indien voor een kinderopvang een omgevingsvergunning nodig is en er geen sprake is van functionele verbondenheid: • Gebouwen met een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang zijn in ieder geval geurgevoelige gebouwen (artikel 5.91 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het moet dan wel gaan om een gebouw waar ook bedden staan. Het gaat hier dus om dagopvang met slaapgelegenheid voor kinderen tot 4 jaar. En ook om 24-uursopvang. Aan de 24-uursopvang is geen leeftijd
2 Een zoönose is een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. In Nederland voorkomende zoönosen zijn COVID-19,
de ziekte van Lyme, Q-koorts. 5
gekoppeld. Buitenschoolse opvang (BSO) valt hier niet onder, omdat er geen bedden aanwezig zijn. Het moet ook gaan om een bedrijfsmatige opvang (kinderdagverblijf (KDV)). De oppas aan huis of een gastouder (voorziening gastouderopvang (VGO)), zoals omschreven in de Wet kinderopvang, die 1 of meer kinderen in een woning opvangt of verzorgt, valt niet onder een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang. De omschrijving van het begrip in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt dit expliciet. Als meer dat 6 kinderen (inclusief de eigen kinderen) worden opgevangen is conform de Wet kinderopvang geen sprake meer van een VGO maar van een KDV. •
VGO en BSO hoeven onder de geldende milieuregelgeving dus niet te worden getoetst aan geur. Nieuwe KDV wel. Deze kunnen alleen mogelijk gemaakt worden met een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit (OPA) of een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA). Bij deze vergunningen moet worden getoetst of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij dient te worden getoetst aan de geurregelgeving waaronder onze eigen geurverordening.
4. Luchtkwaliteit in Barneveld In de navolgende tabel zijn de huidige wettelijke luchtkwaliteitsnormen opgenomen en de WHOadvieswaarden uit 2005 en 2021. Tabel 1: normen luchtkwaliteit
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) art. 2.4 en 2.5 40 µg/m3 50 (max 35 d/jr)
WHO 2005
EU-voorstel 2030
WHO 2021
20 µg/m3
PM2,5 jaar PM2,5 dag
25 µg/m3
10 µg/m3
NO2 jaar NO2 dag
40 µg/m3
40 µg/m3
15 µg/m3 45 µg/m3 (max 4 d/jr) 5 µg/m3 15 µg/m3 (max 4 d/jr) 10 µg/m3 25 µg/m3 (max 4 d/jr)
NO2 uur
200 µg/m3
20 µg/m3 45 µg/m3 (max 18 d/jr) 10 µg/m3 25 µg/m3 max 18 d/jr) 20 µg/m3 50 µg/m3 (max 18 d/jr) 200 µg/m3 (max 1x/jr)
PM10 jaar PM10 dag
Overschrijdingen van de nieuwe EU grenswaarden (2030) voor luchtkwaliteit betreffen fijnstof en stikstofdioxide. Overschrijdingen van de WHO-advieswaarde voor stikstofdioxide treden alleen op direct nabij de snelwegen (A1 en A30) en de uitvalswegen vanuit Barneveld naar de A30. In de navolgende kaart zijn de gehalten NO2 weergegeven (bron: atlas voor de leefomgeving 2023). Uit de kaart blijkt dat, met uitzondering van de zones rondom de snelwegen, wordt voldaan aan de nieuwe EU-grenswaarden voor NO2.
6
Figuur 1: Gehalten NO2 in de lucht (µg/m3)( kinderopvanglocaties gele stippen) (bron: Atlas voor de leefomgeving 2023)
In onderstaande figuur zijn de gehalten fijnstof (PM10) weergegeven.
Figuur 2: Gehalten fijnstof (PM10) in de lucht (µg/m3) (kinderopvanglocaties gele stippen) (bron: Atlas voor de leefomgeving 2023)
7
In de gebieden met relatief veel veehouderijen wordt nog niet voldaan aan de nieuwe EUgrenswaarden die naar verwachting in 2030 van kracht worden. De kinderopvanglocaties liggen vrijwel allemaal in gebieden met een luchtkwaliteit die wel voldoet aan de nieuwe EU-grenswaarden.
5. Geurbelasting in Barneveld De achtergrondbelasting (in odour units (OU)) is weergegeven in de navolgende figuur.
Figuur 3: Kinderopvanglocaties gele stippen. Rood achtergrondbelasting > 10 ou/m3, groen < 10 ou/m3
Uit de kaart blijkt dat in het algemeen de kinderopvanglocaties liggen in een gebied met een aanvaardbare achtergrondbelasting door geur.
6. Gezondheidseffecten bij kinderen Fijnstof Ten opzichte van volwassenen zijn kinderen extra kwetsbaar voor de gevolgen van blootstelling aan luchtverontreiniging. Dit komt doordat kinderen relatief veel lucht inademen, in verhouding tot hun lichaamsgewicht. Ook hebben zij kleinere longen en luchtwegen. En hun luchtwegen en longblaasjes zijn nog in ontwikkeling. Kinderen verblijven verder meer tijd in de buitenlucht en bewegen daar veel door sport en spel, met een groter ademminuutvolume tot gevolg. Kinderen hebben bovendien nog een zich ontwikkelend zenuwstelsel. Ook voor effecten op de ontwikkeling van het zenuwstelsel lijken kinderen extra gevoelig. Kinderen kunnen daarnaast extra gevoelig zijn doordat zij relatief vaker astma en infecties aan de luchtwegen hebben door andere oorzaken. Blootstelling aan fijnstof kan bij pasgeboren kinderen leiden tot sterfte aan luchtweginfecties [6]. In 2021 heeft de WHO de luchtkwaliteitsnormen voor fijnstof aangescherpt. Uit de meest recente literatuur bleek dat de gevolgen van fijnstof voor de gezondheid groter waren dan aanvankelijk ingeschat.
8
Na de invoering van ons beleid Kinderopvang en Luchtkwaliteit in 2022 is voor zover bekend geen nieuwe informatie over gezondheidseffecten van luchtverontreiniging beschikbaar gekomen, die aanleiding zou kunnen geven het beleid te verruimen. NO2 Blootstelling aan stikstofdioxide leidt tot nadelige effecten op de luchtwegen en longen. Bij kinderen leidt het tot een verhoogde kans op astma. Ook wordt het waarschijnlijk geacht dat er nadelige effecten zijn op hart en bloedvaten [8].
7. Kinderopvang in Barneveld In de Wet kinderopvang is geregeld dat alle locaties voor kinderopvang moeten worden geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Bij een aanvraag neemt de gemeente een besluit en zorgt bij een positief besluit voor registratie in het LRK. Uit dit register blijkt dat in 2022 onze gemeente op 189 adressen in totaal 2648 kinderen worden opgevangen. Er wordt onderscheid gemaakt in 4 soorten kinderopvangvoorzieningen: 1. Buitenschoolse opvang (BSO): er zijn 27 BSO locaties in de gemeente Barneveld. 1055 plaatsen 2. Kinderdagverblijf, tot 2018 ook peuterspeelzaal genoemd (KDV): er zijn 33 KDV locaties in de gemeente Barneveld. 842 plaatsen 3. Voorziening voor gastouderopvang (VGO): er zijn 128 VGO locaties in de gemeente Barneveld. 751 plaatsen 4. Gastouderbureau (GOB): er zijn 4 gastouderbureaus in de gemeente Barneveld (deze bieden geen eigen opvangplaatsen, deze bureaus bemiddelen voor de gastouders). In de navolgende figuur zijn de kinderopvanglocaties weergegeven. Op de kaart zijn ook de veehouderijen weergeven met aandachtsgebied (250 meter voor pluimvee- en varkenshouderijen en 500 meter voor geitenhouderijen).
Figuur 4: Kinderopvanglocaties geel, pluimveehouderijen blauw (zone 250 m), varkenshouderijen bruin (zone 250 m) en geitenhouderijen paars (zone 500 m).
9
Uit de figuur blijkt dat de kinderopvanglocaties zich in het algemeen buiten de aandachtzones van veehouderijen bevinden. Dit met uitzondering van Stroe. Uit de figuur blijkt ook dat in het buitengebied grote zones zijn waar kinderopvang buiten de aandachtsgebieden van veehouderijen maar heel beperkt mogelijk is. De kinderopvanglocaties zijn vrijwel alle gelegen binnen de bebouwde kom. De aandachtcirkels van veehouderijen vallen maar voor een heel beperkt deel binnen de grenzen van de bebouwde kom. Op een aantal locaties is dat nu nog het geval maar zal dat in de toekomst niet meer het geval zijn in verband met woningbouw waardoor bedrijven hun activiteiten beëindigen. Vraag naar kinderdagverblijven: Op basis van de data in de LKR blijkt dat gemiddeld in Nederland er 1 opvangplek per 23 inwoners. In Barneveld is dat eveneens 1 opvangplek per 23 inwoners. Het aantal plaatsen in Barneveld is daarmee gelijk aan het gemiddelde in Nederland. Het aantal kinderen per inwoner is in Barneveld wel hoger dan gemiddeld in Nederland. In Barneveld is 21 % van de bevolking jonger dan 14 jaar, in Nederland is dat 15 %. In februari 2024 is door de gemeente bij meerdere aanbieders van kinderopvang in de gemeente Barneveld navraag gedaan naar wachtlijsten. De aanbieders geven aan dat er periodiek een wachtlijst is en daarmee een druk op de opvangaanbieders.
8. Uitvoering beleid kinderopvang en luchtkwaliteit juni 2022 tot heden Sinds de invoering van het Beleid kinderopvang en luchtkwaliteit (mei 2022) zijn de volgende 56 registraties gedaan: - KDV 4 x (110 kinderen) - BSO 3 x (98 kinderen) - VGO 49 x (285 kinderen) Er zijn 18 checks vooraf uitgevoerd. Hiervan werd in zeven gevallen een negatief GGD-advies afgegeven. Bij twee van deze zeven gevallen was er op basis van het beleid een positief advies van de gemeente. Bij geen van de zeven locaties is een definitieve aanvraag ingediend. Bij zes van de elf positieve adviezen is evenmin een definitieve aanvraag ingediend, bij de overige vijf wel. Van de 56 registraties zijn er twee met een negatief advies van de GGD en twee locaties met een positief advies met daarbij de randvoorwaarde dat alleen eigen kinderen mogen worden opgevangen (wat in de praktijk dus een negatief advies is). De overige 52 registraties zijn met een positief GGDadvies. De locaties met een negatief advies betroffen een locatie te dicht bij de snelweg A1 en één te dicht nabij een pluimveehouderij. Omdat de locaties binnen de bebouwde kom liggen heeft de gemeente, conform het Beleid kinderopvang en luchtkwaliteit, de locaties toch geregistreerd bij het LRK. Ook bij de nieuwe afstand die de GGD sinds 2023 hanteert ligt de eerstgenoemde kinderopvanglocatie binnen de zone van de A1.
Conform motie 5 diende bij deze locaties: o een fijnstofmeter worden geïnstalleerd. Dit is niet gebeurd omdat het meten van fijnstof concentraties op een wijze dat goed kan worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen complex en duur is. Goedkopere methoden waarbij (indicatieve) momentopnamen van de luchtkwaliteit worden verkregen kunnen niet worden gebruikt om vervolgacties af te dwingen. Daar komt bij dat het aanwezige meetnetwerk van samenmeten.nl voldoende inzicht geeft in de plaatselijke luchtkwaliteit. o maatregelen te worden genomen om luchtkwaliteit te verbeteren. Het is onbekend of dit is gebeurd omdat er geen handhaving heeft plaatsgevonden. 10
o communicatie richting ouders te worden gevoerd over de luchtkwaliteit. Dit is niet gebeurd omdat dit in regionaal verband is opgepakt. In de werkgroep Gezonde kinderopvang van de GGD is hierover overleg gevoerd. De GGD neemt inmiddels een tekst op in De twee overige locaties zijn ook geregistreerd omdat het altijd is toegestaan eigen kinderen in de eigen woning op te vangen. Van deze vier locaties hebben er twee zich inmiddels weer afgemeld voor registratie op de LRK.
9. Agrarische kinderopvang De gemeente heeft geen apart beleid ten aanzien van agrarische kinderopvang. Sommige agrarische bedrijven bieden als nevenactiviteit kinderopvang aan. De GGD geeft aan dat in een omgeving met veel ruimte, dieren en natuur, kinderen meer bewegen en overgewicht minder voor komt. Door activiteiten als klimmen, klauteren, graven en rennen ontdekken kinderen hun eigen kunnen en grenzen beter, wat de ontwikkeling van de motoriek stimuleert. Ook zijn kinderen die veel buiten zijn vaak socialer. Zij hebben minder vaak conflicten en helpen elkaar meer. Daarnaast werkt contact met dieren rustgevend en maakt het kinderen weerbaarder. De GGD geeft ook aan dat naast de vele positieve effecten er ook risico’s bij kinderopvang in een agrarische omgeving bestaan. Deze betreffen onder meer blootstelling aan fijnstof, endotoxines en geur en kans op zoönose. De GGD Gelderland Midden heeft een brochure voor houders van agrarische kinderopvang en voor ouders uitgegeven (zie bijlage 2 en 3) waarin nader op de voor- en nadelen van agrarische kinderopvang wordt ingegaan. Luchtkwaliteit: De gemeente toetst altijd aan de luchtkwaliteitsnormen (fijnstof). Advies GGD fijnstof endotoxines: De GGD acht de emissies van fijnstof en endotoxines op pluimveeen varkenshouderijen dermate groot dat zij adviseert op deze bedrijven geen agrarische kinderopvang toe te staan.
Dat geldt voor zowel de voorziening gastouderopvang (VGO), kinderdagverblijf (KDV) en buitenschoolse opvang (BSO). Advies GGD zoönose: Door de verhoogde kans op longontsteking bij geitenhouderijen adviseert de GGD op deze bedrijven geen agrarische kinderopvang toe te staan. Op overige bedrijven kan de kans op het ziek worden van dieren op een agrarische kinderopvang worden verkleind door het hanteren van regels: kinderen moeten bijvoorbeeld hun handen wassen na het buiten spelen. In de brochure van de GGDHVB is dat nader uiteengezet. In de regel kunnen risico’s hiermee voldoende worden beheerst. Advies GGD geur: De GGD toetst niet expliciet op geur. Evenwichtige toedeling van functies Als voor een agrarische kinderopvang een omgevingsvergunning nodig is, moet de gemeente in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, toetsen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij geur is sprake van hinder. Er zijn geen gezondheidseffecten aangetoond door blootstelling aan hogere geurbelastingen. Of sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat wordt dus bepaald door de mate van hinder die wordt ervaren. Voor het classificeren van de milieukwaliteit (goed, matig, slecht) kunnen we niet uitgaan van de classificatie uit de Handreiking geurhinder en veehouderij. De relatie tussen geurbelasting en hinder in 11
de Handreiking is vastgesteld bij een heel afwijkende populatie (doorsnee Nederlandse bevolking in het buitengebied). Bij agrarische kinderopvang gaat het om mensen die juist heel bewust een agrarische omgeving opzoeken voor kinderopvang. In die situatie zal de hinder bij eenzelfde geurbelasting (veel) lager zijn dan vastgesteld in het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de classificatie in de Handreiking geurhinder en veehouderij. Omdat de gemeente in deze specifieke situatie niet kan bepalen wat voor de kinderen een goed woon- en leefklimaat is, toetst de gemeente niet op geurhinder. Verblijf op een agrarische kinderdagverblijf is tijdelijk en vrijwillig. Ouders maken zelf een afweging tussen de positieve aspecten van een agrarische omgeving en de negatieve aspecten (waaronder mogelijk geurhinder). Indien de situatie bij een kinderdagverblijf leidt tot hinder en stress (door geur) kunnen ouders kiezen voor een andere oplossing. Het aandeel agrarische kinderopvang in de totale kinderopvang binnen de gemeente is dermate gering, dat er geen noodzaak is voor ouders kinderen naar een agrarische kinderopvang te brengen.
10.
Conclusie: hoe doelmatig is het beleid
Er zijn sinds het invoeren van het beleid 56 locaties geregistreerd bij het LRK. Vier locaties daarvan hebben een negatief GGD-advies maar zijn wel geregistreerd door de gemeente. Twee locaties (binnen de bebouwde kom) zijn geregistreerd op basis van ons beleid opvang binnen de bebouwde kom toe te staan. De andere twee locaties mogen conform GGD-advies alleen eigen kinderen opvangen (wat feitelijk een negatief advies is). Twee van deze vier locaties zijn momenteel nog in bedrijf. In de prescreening heeft de GGD zeven maal negatief geadviseerd. Twee van deze locaties zouden op basis van het gemeentelijk beleid een positief advies krijgen. Voor geen van deze zeven locaties is uiteindelijk een aanvraag ingediend. Bij locaties met een positief pre-advies is de aanvraag in circa de helft van de gevallen niet doorgezet. Het blijkt dat in de praktijk toepassing van het beleid sporadisch noodzakelijk is gebleken om kinderopvang mogelijk te maken in afwijking van het GGD-advies. Dit betreft twee locaties binnen de bebouwde kom. Maatwerk door GGD Na de vaststelling van ons beleid in mei 2022 heeft de GGD maatwerk ontwikkeld. Als een kinderopvanglocatie dicht bij een pluimvee- of varkensbedrijf ligt, berekent de GGD de bijdrage van dat bedrijf aan het gehalte fijnstof in de lucht. Als die bijdrage heel beperkt is, geeft de GGD een positief advies.
Hiermee komt meer ruimte voor kinderopvang in het buitengebied. Uitvoering moties : - voortvarend uitvoering geven aan verbeteren luchtkwaliteit en binnen 2 jaar evalueren beleid kinderopvang en luchtkwaliteit (motie 4): de gemeente is sinds 2021 deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) en werkt in dat kader aan verbetering van de luchtkwaliteit. Met dit rapport is het beleid 2 jaar na instellen geëvalueerd. - installeren fijnstofmeters, maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit op de opvang en communicatie naar ouders (motie 5): er heeft geen handhaving plaatsgevonden. Het meten van fijnstof concentraties op een wijze dat goed kan worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen is complex en duur. Goedkopere methoden waarbij (indicatieve) momentopnamen van de luchtkwaliteit worden verkregen kunnen niet worden gebuikt om vervolgacties af te dwingen.
12
Literatuur: 1. GGD-richtlijn Veehouderij en Gezondheid (RIVM 2020-0092) 2. GGD-richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid (maart 2023) 3. Brief GGD Gelderland-Midden met kenmerk 230401-0060, met betrekking tot zonering rondom drukke verkeerswegen (6 april 2023) 4. Eindadvies Werkgroep Gezonde Kinderopvang (23 april 2021) 5. Notitie onderbouwing NIBM-grens kinderopvang GGD (2023) 6. Luchtkwaliteit - hooggevoelige groepen | RIVM 7. Wat doet geurhinder met de gezondheid? | Atlas Leefomgeving 8. Gezondheidseffecten luchtverontreiniging (Gezondheidsraad, 23 januari 2018)
Bijlagen 1. Document Barneveld - Bijlage Beleid kinderopvang en luchtkwaliteit.pdf - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2. Informatie voor ouders met kinderen bij agrarische kinderopvang (GGD Midden Gelderland) 3. Brochure voor houders agrarische kinderopvang (GGD Midden Gelderland)
13