CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Noordenweg II_Toelichting

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Noordenweg II (Voorthuizen)24.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door resultaten van het veld- en bureauonderzoek te combineren wordt beoordeeld welke effecten te verwachten zijn als gevolg van de geplande ingrepen op (potentieel) aanwezige soorten en hun habitat, beschermde gebieden en houtopstanden. Tevens wordt beoordeeld of er risico ontstaat op overtredingen van de Wet natuurbescherming.

1.3

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform geldende regelgeving omtrent natuurwetgeving (zie bijlage 2), het betreft een momentopname en levert een toetsing op van de geschiktheid van de projectlocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel ter plaatse zijn van beschermde soorten is daarentegen nooit met zekerheid te voorspellen. FF Solutions verwerpt op voorhand aansprakelijkheid met betrekking tot mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door FF Solutions verrichte onderzoek neemt. Een Quickscan is in de regel geldig voor een duur van 2 tot 3 jaar, behalve indien in deze periode de ecologische omstandigheden dermate veranderd zijn en/of de Wet natuurbescherming of inzichten daartoe behorend zijn veranderd. Indien uitvoering van een ontwikkeling met meer dan 3 jaar wordt verschoven, wordt aangeraden de uitkomsten van de Quickscan wederom te toetsen. FF Solutions verklaart geen onderzoek uit te voeren binnen de projectlocatie met als doel om resultaten van wettelijke of maatschappelijke vereisten te ontwijken, die gebleken zijn uit eerder onderzoek.

1.4

Leeswijzer Dit onderzoek is opgedeeld in een bureauonderzoek en een veldonderzoek. Hoofdstuk 2 bestaat uit de gebiedsbeschrijving, waarin het huidige gebruik, het toekomstige gebruik en topografische ligging van de projectlocatie besproken wordt. In hoofdstuk 3 vindt u het hoofdstuk over gebiedsbescherming en de resultaten aan de hand van bureauonderzoek. Aansluitend zullen in hoofdstuk 4 de beschermde houtopstanden besproken worden. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten vanuit het veld- en bureauonderzoek omtrent soortbescherming en de effectenbeoordeling Wnb. Per categorie beschermde soorten worden de vaststellingen, effectenbeoordelingen en het hierop volgende advies besproken. Het onderzoek wordt in hoofdstuk 6 afgesloten met de samenvatting en conclusies op de uitkomst van het gehele onderzoek.

Pagina 7 van 26

2

Gebiedsbeschrijving Binnen dit hoofdstuk wordt de huidige situering en voorgenomen ontwikkelingen van de projectlocatie beschreven. Tevens zal ingegaan worden op de huidige staat van de projectlocatie en belangrijke kenmerken die zijn vastgesteld tijdens veldbezoek.

2.1

Topografische ligging De projectlocatie bevindt zich buiten de bebouwde kom Boswet van Voorthuizen (zie Fig. 2.0 en Fig. 2.1).

Fig. 2.0, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

2.2

Fig. 2.1, Topografische aanduiding projectlocatie (rood omrand) (achtergrondbron: www.pdok.nl)

Huidig gebruik projectlocatie en omgeving Binnen de projectlocatie is sprake van grasland dat aan de oostzijde begrensd wordt door een houtwal bestaande uit bomen met onderbegroeiing. Aan de zuidzijde is sprake van aan smalle, relatief diep gelegen sloot. Zowel aan de noord- als westgrens wordt het plangebied omsloten door bebouwing en hierbij horende percelen/wegen. In de zuidwesthoek van de projectlocatie is sprake van een bosschage, overige delen betreffen gemaaid grasland.

Fig. 2.2, Projectlocatie, gezien vanuit noordelijke richting (bron: FF Solutions)

Fig. 2.3, Houtwal (rechts) in oostzijde van projectlocatie (bron: FF Solutions)

Pagina 8 van 26

Fig. 2.4, Sloot aan zuidgrens van projectlocatie (bron: FF Solutions)

2.3

Fig. 2.5, Bosschage in zuidwesthoek van projectlocatie (bron: FF Solutions)

Toekomstig gebruik van de projectlocatie en voorgenomen ingrepen Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om een nieuwbouwwoning te bouwen. Een ontwerpschets van de nieuwe, beoogde situatie is zichtbaar in Fig. 2.6. Het ontwerp zal nog worden aangevuld, maar de bouwlocatie zal gelijk blijven.

Fig. 2.6, Beoogde nieuwbouwsituatie (bron: Landborg)

Pagina 9 van 26

3

Gebiedsbescherming Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierbij zal beoordeeld worden of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op de betreffende gebieden.

3.1

Natura 2000-gebieden De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van gebieden die aangewezen zijn als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen N2000-gebied is ‘Veluwe’ op circa 4,30 km van de projectlocatie. De afstanden van projectlocatie naar beschermde gebieden wordt berekend vanuit het middelpunt van de projectlocatie. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelig gebied is eveneens ‘Veluwe’. In Figuur 3.1 is de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven. Effectenbeoordeling Wnb en advies Doordat de projectlocatie niet binnen een Natura 2000-gebied bevindt is er geen sprake van interne effecten. Ook extern effect is gezien de afstand niet aannemelijk met betrekking tot geluid, licht of trillingen. Wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Als gevolg van de uitspraak gedaan door Raad van State (Uitspraak 202107079/1/R4, d.d. 2 november 2022) geldt de bouwvrijstelling per 2 november 2022 niet meer en mag de bouwvrijstelling ook niet meer ingezet worden bij bouwprojecten.

Deze bouwvrijstelling regelde dat de stikstofdepositie die werd veroorzaakt door een aantal specifiek aangewezen activiteiten van de bouwsector niet afzonderlijk onderzocht en beoordeeld hoefde te worden, maar dat louter naar de gebruiksfase van hetgeen ontwikkeld werd gekeken diende te worden. Doordat de bouwvrijstelling echter niet meer ingezet mag worden, dient per project onderzoek gedaan te worden naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof als gevolg van het project, waarbij zowel de bouw- als gebruiksfase meegenomen wordt. Binnen de huidig voorgenomen ontwikkeling dient een AERIUS-berekening gemaakt te worden om te toetsen of er significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van relevante stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving te verwachten zijn.

3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen de provincie Gelderland worden de NNN (Natuurnetwerk Nederland) GNN genoemd (Gelders Natuurnetwerk). De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van gebied dat aangewezen is als GNN-gebied of Groene ontwikkelingszone (Fig. 3.2). Effectenbeoordeling Wnb en advies De projectlocatie is volledig gelegen buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszones. Externe effecten op het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszones worden conform Omgevingsverordening Gelderland niet getoetst. Er zijn hierom geen belemmering voor de ontwikkeling omtrent NNN-gebieden.

Pagina 10 van 26

Fig. 3.1, Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van de N2000gebieden (achtergrondbron: AERIUS Calculator)

3.3

Fig. 3.2, Ligging projectlocatie (rood omrand) ten opzichte van NNNgebieden (achtergrondbron: provincie Gelderland)

Ander beleidsmatig beschermd gebied De projectlocatie is zover bekend bij FF Solutions niet gelegen binnen grenzen van gebied dat aangewezen is als ander beleidsmatig beschermd gebied.

Pagina 11 van 26

4

Beschermde houtopstanden Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op de invloed welke de voorgenomen ontwikkelingen kunnen hebben op beschermde houtopstanden. Beschermde houtopstanden zijn opgenomen binnen de Wet natuurbescherming met als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. De Wet natuurbescherming geldt voor bos, maar ook voor andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. In bijlage 2 worden de regels nader toegelicht. Effectenbeoordeling Wnb en advies De projectlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom Boswet van Voorthuizen (zie Fig. 4.0). Binnen de projectlocatie bevinden zich zowel aan de oostzijde, als in de zuidwesthoek, houtopstanden. Indien bomen worden verwijderd welke onderdeel zijn van een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen), of indien houtopstanden worden verwijderd welke onderdeel zijn van een oppervlakte houtopstanden meer dan 10 are, dient er voldaan te worden aan de meld- en herplantplicht conform Art. 4.2 en Art. 4.3 van de Wnb. Bij verwijdering van houtopstanden kan tevens sprake zijn van een APV.

Fig. 4.0, Ligging projectlocatie (rood gearceerd) ten opzichte van de bebouwde komgrens i.h.k.v. Boswet (achtergrondbron: Gemeente Barneveld)

Pagina 12 van 26

5

Soortbescherming Binnen dit hoofdstuk zal ingegaan worden op bureau- en veldonderzoek dat heeft plaatsgevonden om te bepalen welke invloeden de voorgenomen ontwikkelingen hebben op vanuit de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Er zal per soortgroep een nadere beschrijving gegeven worden van onderzoeksresultaten, effectenbeoordeling van de ingreep en indien van toepassing wordt aangegeven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is. Dit bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is en er aanvullend onderzoek plaats dient te vinden. Tevens wordt beschreven wat de mogelijke gevolgen zijn met betrekking tot vergunningen en ontheffingen. Er is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens van onder andere de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)1 om te bepalen of beschermde soorten aanwezig zijn binnen of nabij de projectlocatie. Het aansluitende veldonderzoek waarbij gelet wordt op (potentiële) vaste rust- en verblijfplaatsen, sporen en-/ of resten van beschermde soorten vond plaats op 19 september 2023 (19°C, bewolkt, droog, 5 Bft). Middelen welke gebruikt worden bij veldbezoeken zijn bijvoorbeeld een (nacht)verrekijker Swarovski EL 8.5x42 WB Swarovision en-/of zaklamp.

5.1

Broedvogels Beschermde vogelsoorten worden onderscheiden in twee categorieën; broedvogels met jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels voor welke nesten beschermd zijn louter tijdens het broedseizoen. Nesten van soorten binnen de laatste categorie kunnen echter eveneens jaarrond beschermd zijn indien er zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Bij de kwalificatie van broedvogels binnen dit document is gebruik gemaakt van Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten van provincie Gelderland2.

5.1.1 Jaarrond beschermde nesten van broedvogels Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden diverse broedvogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.0 voor verzameltabel 3. Tab 5.0, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘broedvogels jaarrond beschermde nesten’

Soortgroep Broedvogels jaarrond beschermde nesten

Soorten vanuit bureauonderzoek Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, sperwer, steenuil, wespendief

Wetgeving Vogelrichtlijn

Overig -

1

De NDFF verleent toegang tot gebruik van hun databank. Verkregen informatie is bij FF Solutions aanwezig, en mag worden ingezien. Ter bescherming van de NDFF wordt de verkregen informatie van de NDFF niet aan derden verspreid. Bij het gebruik van waarnemingen is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen worden enkel gebruikt om een beeld van de ecologische potenties van een gebied te geven. 2

https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/Vergunningen-enontheffingen/Lijst_soorten_jaarrond_beschermde_nesten.pdf 3

De soorten weergegeven met rode letters zijn soorten welke genoemd worden op de rode lijst van Nederland. Op de rode lijst zijn soorten vermeld die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Deze notatie zal in verdere verzameltabellen binnen dit document aangehouden blijven.

Pagina 13 van 26

Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn er geen vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen of rond de projectlocatie. Het projectgebied voorziet niet in bebouwing en is hierom ongeschikt als vestigingsplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten die gebonden zijn aan gebouwen voor vestiging, waaronder de huismus en gierzwaluw. Wel zijn opgaande gewassen aanwezig, die echter geen tekenen vertonen van vestiging door vogels met jaarrond beschermde nesten. Het ontbreekt aan nesten of andere sporen (zoals krijtsporen, braakballen of prooiresten). Vestigingsplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht binnen de projectlocatie. Bebouwing buiten de projectlocatie ligt op gepaste afstand van de projectlocatie en kan mogelijk wel in gebruik genomen worden als vestigingsplaats voor de huismus of gierzwaluw. Deze gebouwen staan niet onder invloed van de ontwikkeling. De projectlocatie bestaat veelal uit (gemaaid) grasland, met aan de oostelijke rand een houtwal. Tevens is er sprake van een bosschage in de zuidwest hoek. Op de westgrens staat een beukenhaag, die hoort bij het naastgelegen perceel. Afgaande op het habitat wat geboden wordt en de relatief kleine schaal in vergelijking met omliggende gebieden, wordt niet verwacht dat de projectlocatie voorziet in essentieel leefgebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten.

Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen vestigingsplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verwacht binnen de projectlocatie, tevens zal de projectlocatie geen essentieel onderdeel zijn van leefgebied van soorten binnen deze categorie. Er worden hierom geen negatieve effecten verwacht op broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 5.1.2 Broedvogels algemeen Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden diverse algemene broedvogels waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.1 voor verzameltabel4. Broedvogels welke in Lijst soorten met jaarrond beschermde nesten (prov. Gelderland) aangeduid worden als ‘mogelijk jaarrond beschermd’ zijn opgenomen als algemene broedvogel indien in deze situatie voldoende alternatieve locaties voor nesten aanwezig zijn.

4

Soorten welke weergeven zijn met dikgedrukte letters zijn soorten welke genoemd worden op de Unielijst. Deze lijst bevat invasieve exoten welke binnen de EU schade toebrengen (of dit in de toekomst gaan doen). Deze notatie zal in verdere verzameltabellen binnen dit document aangehouden blijven.

Pagina 14 van 26

Tab 5.1, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘algemene broedvogels’

Soortgroep Algemene broedvogels

Soorten vanuit bureauonderzoek Aalscholver, appelvink, blauwe kiekendief, blauwe reiger, boerenzwaluw, boomklever, boomkruiper, boomleeuwerik, boompieper, bosuil, brandgans, dodaars, ekster, fitis, gaai, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, glanskop, goudhaan, goudvink, graspieper, grauwe gans, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote lijster, grote zilverreiger, heggenmus, holenduif, houtduif, houtsnip, huiszwaluw, ijsvogel, kauw, kievit, knobbelzwaan, kokmeeuw, koolmees, koperwiek, kraanvogel, kuifmees, meerkoet, merel, oeverzwaluw, pimpelmees, putter, raaf, ringmus, roodborst, roodborsttapuit, scholekster, sijs, spotvogel, spreeuw, staartmees, stormmeeuw, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, Turkse tortel, veldleeuwerik, vink, waterhoen, wilde eend, winterkoning, witte kwikstaart, zanglijster, zilvermeeuw, zomertaling, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwartkop

Wetgeving Vogelrichtlijn

Overig -

Stadsduif

Exoot5

-

Nijlgans

Unielijst

-

Veldonderzoek Visueel en auditief zijn algemene broedvogels waargenomen binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie tijdens het veldbezoek, het gaat hier om bijvoorbeeld de houtduif en ekster. Het is mogelijk dat een broedvogel zich vestigt binnen het werkgebied. Effectenbeoordeling Wnb Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om een nieuwbouwwoning te bouwen. Het is mogelijk dat een broedvogel zich vestigt binnen het werkgebied. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk leiden tot het beschadigen, vernielen of wegnemen van nestplaatsen en eieren, maar ook tot het doden of verstoren van soorten indien actieve nestplaatsen aanwezig zijn binnen het werkgebied. Indien een nest tijdens broedt of grootbrengen van de jongen te lang verstoord en verlaten wordt, raken eieren/jongen onderkoeld of verhongeren. Onderstaande wetgeving is van toepassing; Wetgeving Wnb Actieve nestplaatsen van de Algemene broedvogels zijn strikt beschermd binnen de Wnb volgens Europese bescherming van de vogelrichtlijn. Onderstaand de artikelen die kunnen worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling zijn; - Art. 3.1.1, specifieke beschermde soorten te doden of te vangen - Art. 3.1.2, de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen, vernielen of wegnemen. - Art. 3.1.3, eieren te beschadigen, rapen of bezitten - Art. 3.1.4, specifieke beschermde soorten verstoren

Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te benoemen. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Dit kan zelfs per regio verschillen. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie. 5

Voor de bepaling welke soorten exoten zijn is gebruik gemaakt van gegevens van Sovon.

Pagina 15 van 26

Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.

5.2

Vleermuizen Bureauonderzoek Vanuit het bureauonderzoek worden vleermuizen waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.2 voor verzameltabel.

Tab 5.2, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘vleermuizen’

Soortgroep Vleermuizen

Soorten vanuit bureauonderzoek Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis

Wetgeving Habitatrichtlijn

Overig -

5.2.1 Verblijfplaatsen binnen de projectlocatie Veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek zijn er visueel geen vleermuizen aangetroffen. Om een inschatting te maken van mogelijke aanwezigheid van vleermuizen is gebruik gemaakt van de Checklist aanwezigheid uit het Vleermuisprotocol van Netwerk Groene Bureaus. Binnen de projectlocatie zijn opgaande gewassen aanwezig. Er zijn echter geen geschikte vestigingsplaatsen aangetroffen voor boombewonende vleermuizen door het ontbreken van holten, loszittende bast of scheuren in stammen. Vestigingsplaatsen van boombewonende vleermuizen worden niet verwacht binnen het plangebied. Het ontbreken van bebouwing binnen de projectlocatie maakt dat vestigingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Bebouwing buiten de projectlocatie blijft behouden en ligt op gepaste afstand van de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen vestigingsplaatsen van vleermuizen verwacht binnen de projectlocatie, hierom zijn ook geen negatieve effecten te verwachten. Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 5.2.2 Foerageergebied Veldonderzoek Er zijn opgaande gewassen en bomen aanwezig rondom de projectlocatie welke voor vleermuizen zorgen voor luwe omgevingen binnen de projectlocatie waarin gefoerageerd kan worden.

De directe omgeving blijft ongemoeid bij de voorgenomen ontwikkeling. De projectlocatie en direct omliggende omgeving kan in gebruik genomen als foeragegebied. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen overtredingen verwacht op de Wnb omtrent het foeragegebied voor vleermuizen door het ruime hoeveelheid alternatief foeragegebied dat aanwezig is in de directe omgeving van de projectlocatie welke een groter areaal met foeragegebied beslaan dan de projectlocatie zelf. Zowel tijdens als na de voorgenomen ontwikkelingen zal dit foeragegebied aanwezig blijven en

Pagina 16 van 26 zullen er geen permanente effecten optreden doordat de projectlocatie na de ontwikkeling weer toegankelijk is. Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) omtrent foeragegebied. 5.2.3 Vliegroutes Veldonderzoek Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Vleermuisroutes verbinden op (grote) afstand verschillende soorten habitats (verblijfplaatsen, foerageergebied) met elkaar. Binnen de projectlocatie vormt de houtwal aan de oostzijde een lijnvormig landschapselement. Deze houtwal loopt in zuidelijke richting over in overige houtwallen en gaat aan de noordzijde over in de wijk. Mogelijk wordt dit lijnvormig landschapselement in gebruik genomen als vliegroute. Effectenbeoordeling Wnb Mogelijk is de houtwal op de oostgrens van de projectlocatie onderdeel van lijnvormige landschapselementen welke gebruikt wordt als een vliegroute. Zowel tijdens als na de ontwikkeling zal dit lijnvormige landschapselement aanwezig blijven en worden er dus geen mogelijk essentiële vliegroutes opgeheven.

Een mogelijke toename aan verlichting zal geen significant negatieve effecten veroorzaken op dit lijnvormige landschapselement, mede omdat de oostzijde van de houtwal hierdoor niet wordt aangetast. Advies Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en) omtrent vliegroutes.

5.3

Overige zoogdieren Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten en welke niet. Vanuit het bureauonderzoek worden overige zoogdieren waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.3 voor verzameltabel.

Tab 5.3, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘overige zoogdieren’

Soortgroep Overige zoogdieren

Soorten vanuit bureauonderzoek Eekhoorn Egel, haas, konijn, ree

Wetgeving Nationaal beschermd Nationaal beschermd

Overig Provinciale vrijstelling

Veldonderzoek De NDFF meldt enkele waarnemingen van specifiek beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) in de omgeving van de projectlocatie, het gaat hier om de eekhoorn. Binnen de resultaten van het veldbezoek zal per specifiek beschermde soort een beschrijving worden gegeven. Eekhoorn

Rondom de projectlocatie zijn bomen aanwezig, deze laten echter geen vestigingsplaatsen van de eekhoorn zien. Het (gemaaide) grasland biedt geen essentieel leefgebied voor de eekhoorn. De houtwal blijft in de huidige staat bestaan en is beperkt van omvang en zal hierom niet gezien kunnen worden als essentieel leefgebied voor de eekhoorn.

Pagina 17 van 26

Er zijn geen aanwijzingen dat andere streng beschermde soorten aanwezig zullen zijn binnen de projectlocatie. Het ontbreekt aan sporen als holen, prooiresten of latrines. Mogelijk verblijven minder streng beschermde soorten, zoals de huisspitsmuis, (incidenteel) binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie. Mogelijk kunnen incidenteel minder beschermde soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt, zoals de huisspitsmuis, voorkomen binnen de projectlocatie. Indien gehouden wordt aan de zorgplicht worden in het kader van de Wnb geen negatieve effecten verwacht. Advies Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft soort(en) welke een provinciale vrijstelling hebben mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten voor welke een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten en welke niet. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse reptielen, amfibieën en-/of vissen waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.4 voor verzameltabel.

Tab 5.4, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘reptielen, amfibieën en vissen’

Soortgroep Reptielen, amfibieën en vissen

Soorten vanuit bureauonderzoek Groene kikker (onb.), hazelworm, levendbarende hagedis Groene kikker (onb.) Bruine kikker

Wetgeving Nationaal beschermd

Overig -

Habitatrichtlijn Nationaal beschermd

Provinciale vrijstelling

Veldonderzoek De NDFF meldt vaststellingen van specifiek beschermde soorten (zonder provinciale vrijstelling) in de omgeving van de projectlocatie, het betreft de groene kikker (onb.) en levendbarende hagedis. Specifiek beschermde reptielen, amfibieën en vissen stellen specifieke eisen aan hun habitat. Groene kikker (onbekend)

De groene kikker (onbekend) kan zowel nationaal beschermd zijn (meerkikker, bastaardkikker (vrijgesteld in prov. Gelderland), als een Habitatsrichtlijnsoort (poelkikker). Vanuit de NDFF is niet bekend om welke soort het gaat. Binnen de projectlocatie ontbreekt het aan water dat als voortplantingshabitat kan fungeren voor groene kikkers. De op de zuidgrens gelegen sloot betreft een relatief diepe, smalle sloot met steile kanten, die tevens beperkt voorzien is van vegetatie. Er wordt op basis van habitatsvoorkeuren niet verwacht dat de specifiek beschermde poelkikker hier zal vestigen. Het ontbreken van geschikt voortplantingswater in de directe omgeving maakt dat ook niet verwacht wordt dat er zich essentieel landhabitat bevindt binnen de projectlocatie.

Levendbarende hagedis

De levendbarende hagedis geeft de voorkeur aan heide- of hoogveengebieden met vochtige oppervlakken (RAVON). Deze gebieden zijn niet aanwezig binnen de projectlocatie.

Pagina 18 van 26 Op basis van verspreidingsgegevens en-/of aanwezig habitat worden geen andere specifiek beschermde reptielen, amfibieën verwacht aanwezig te zijn binnen de projectlocatie. Het ontbreken van wateroppervlak binnen de projectlocatie maakt aanwezigheid van beschermde vissen eveneens niet mogelijk. Incidenteel kunnen minder beschermde soorten amfibieën, zoals de bruine kikker, voorkomen binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb Er worden geen specifiek beschermde reptielen, amfibieën of vissen verwacht binnen de projectlocatie. Mogelijk kunnen incidenteel minder beschermde soorten amfibieën, zoals de bruine kikker, voor welke een provinciale vrijstelling geldt voorkomen binnen de projectlocatie. Indien gehouden wordt aan de zorgplicht worden in het kader van de Wnb geen negatieve effecten verwacht. Advies Er worden geen specifiek beschermde soorten binnen deze categorie verwacht binnen de projectlocatie. Er zijn in het kader van de Wnb geen grote belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft soort(en) welke een provinciale vrijstelling hebben mits maatregelen genomen worden. Zie Hoofdstuk 5.8 Maatregelen voor te nemen maatregelen.

5.5

Insecten en ongewervelden Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten welke specifiek beschermd zijn en voor welke enkel de zorgplicht geldt. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse insecten en/of ongewervelden waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.5 voor verzameltabel.

Tab 5.5, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘insecten en ongewervelden’

Soortgroep Insecten en ongewervelden

Soorten vanuit bureauonderzoek Gevlekte witsnuitlibel Diverse zorgplichtsoorten, waaronder kleine parelmoervlinder

Wetgeving Habitatrichtlijn Zorgplicht

Overig -

5.5.1 Libellen Veldonderzoek Vanuit de NDFF is de vaststelling gedaan van een beschermde libel, het betreft hier de gevlekte witsnuitlibel. Er zijn echter geen specifiek beschermde voortplantingsplaatsen en/of beschermde libellen, zoals voor de gevlekte witsnuitlibel, waargenomen binnen de projectlocatie. Binnen de projectlocatie bevindt zich geen geschikt habitat voor (streng beschermde) libellen, mede door het ontbreken van (jaarrond) wateroppervlak. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. De diepe, smalle sloot buiten het plangebied blijft behouden en ligt niet onder invloed van de ontwikkeling. Deze sloot biedt tevens geen geschikt voortplantingswater voor de gevlekte witsnuitlibel, aangezien deze soort zich voornamelijk voortplant in rijk begroeide wateren in laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). Eventueel aanwezige libellen zijn in staat te vluchten bij verstoring.

Pagina 19 van 26 5.5.2 Dag-/nachtvlinders Veldonderzoek Het habitat voor beschermde vlinders voldoet aan specifieke eisen omtrent waard- en nectarplanten. Tijdens het veldbezoek is er geen habitat aanwezig bevonden binnen de projectlocatie welke voldoet aan deze eisen door het ontbreken van bijvoorbeeld geschikte waardplanten. Tevens zijn er geen beschermde dag-/nachtvlinders waargenomen. Er zijn er eveneens geen waarnemingen bekend vanuit de NDFF van beschermde vlinders in de directe omgeving van de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie. Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en). 5.5.3 Overige ongewervelden Veldonderzoek Binnen en in de directe omgeving van de projectlocatie ontbreekt het aan kenmerken die specifiek beschermde soorten binnen deze categorie stellen aan hun leefgebied. Zo is er geen rottend eikenhout of jaarrond wateroppervlak waargenomen binnen de projectlocatie. Er zijn geen beschermde soorten waargenomen. De NDFF laat eveneens geen streng beschermde soorten zien in de omgeving van de projectlocatie. Het is niet aannemelijk dat beschermde soorten zich vestigen binnen de projectlocatie.

Effectenbeoordeling Wnb en advies Er worden geen specifiek beschermde soorten verwacht binnen de projectlocatie en hierom zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.6

Vaatplanten Bureauonderzoek Tijdens het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen soorten welke specifiek beschermd zijn en voor welke enkel de zorgplicht geldt. Vanuit het bureauonderzoek worden diverse vaatplanten waargenomen in de directe omgeving van de projectlocatie, zie Tab. 5.6 voor verzameltabel.

Tab 5.6, Verzameltabel vaststellingen bureauonderzoek ‘vaatplanten’

Soortgroep Vaatplanten

Soorten vanuit bureauonderzoek Diverse zorgplichtsoorten, waaronder absintalsem, klokjesgentiaan, korenbloem, moerashertshooi, vlottende bies, witte waterranonkel, zacht vetkruid

Wetgeving Zorgplicht

Overig -

Reuzenbalsemien

Unielijst

-

Veldonderzoek Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen of indicaties van het voorkomen van beschermde planten binnen de projectlocatie. Er is sprake van (gemaaid) grasland en houtwallen/bosschages. Binnen de projectlocatie is vast te stellen dat er geen beschermde vaatplanten op de projectlocatie zijn te verwachten.

Pagina 20 van 26 Effectenbeoordeling Wnb en advies Het is niet te verwachten dat door de geplande ontwikkeling verstoring van het leefgebied zal optreden van beschermde soorten door afwezigheid van specifiek beschermde soorten. Er zijn in het kader van de Wnb geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft deze soort(en).

5.7

Nader onderzoek Op basis van het uitgevoerd veld- en bureauonderzoek is geconstateerd dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van nader onderzoek omtrent beschermde soorten.

5.8

Maatregelen Tijdens de voorgenomen ontwikkelingen dient altijd gehouden te worden aan de zorgplicht voor soorten welke voor kunnen komen binnen de projectlocatie. Tevens zullen maatregelen (voor specifieke soortgroepen) genomen moeten worden om zorgvuldig te handelen, deze zijn; Specifieke maatregelen algemene broedvogels -

Handelen buiten broedseizoen; Deskundige schouwt locatie op aanwezige actieve nestplaatsen voorafgaand werkzaamheden; Er wordt contact opgenomen met ecoloog bij calamiteiten (vestiging broedvogel).

Algemene maatregelen -

Opdrachtgever schouwt locatie op aanwezige dieren voorafgaand aan de werkzaamheden, bijvoorbeeld onder struikgewas of in bladhopen en overhoeken of in bebouwing; Rijsnelheid van machines wordt zo afgesteld dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Draag zorg voor het veilig wegkomen van eventueel aanwezige soorten door openlaten vluchtwegen

Pagina 21 van 26

6

Samenvatting en conclusies FF Solutions heeft van Haegenbosch Beheer B.V. opdracht gekregen een Quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren binnen de ontwikkeling ‘Noordenweg tussen 35 en 41’, te Voorthuizen. Binnen de voorgenomen ontwikkeling bestaat het voornemen om een nieuwbouwwoning te bouwen. Het onderzoek heeft tot doel in te schatten of er op de projectlocatie planten- en diersoorten aanwezig en-/of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door een ingreep. Daarnaast heeft het onderzoek als doel in te schatten of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten, gebieden die deel uitmaken van NNNgebieden of beschermde houtopstanden. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen de projectlocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 6.0. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken voor soorten en aanbevelingen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten.

Tabel 6.0: Overzicht geschiktheid projectlocatie voor soortgroepen en aanbevelingen

Soortgroepen

Aanwezigheid

Effect

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Aanbevelingen

Broedvogels jaarrond beschermde nesten Broedvogels algemeen Vleermuizen verblijfplaats Vleermuizen foerageergebied Vleermuizen vliegroutes Grondgebonden zoogdieren

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

-

Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk Mogelijk zorgplicht soorten Mogelijk zorgplicht soorten Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Voorkomen Nee Nee Nee Voorkomen

Nee Nee Nee Nee Nee

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Maatregelen (zie 5.8) Maatregelen (zie 5.8)

Voorkomen

Nee

N.v.t.

Maatregelen (zie 5.8)

Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Nee Nee Nee Nee Nee Nee

N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

-

4,30 km Buiten NNN Buiten GO Geen

Mogelijk Nee Nee Nee

Ja Nee Nee Nee

Mogelijk N.v.t. N.v.t. N.v.t.

AERIUS-berekening (zie 3.1) -

Aanwezig

Mogelijk

Mogelijk

Meld-/herplantplicht Mogelijk

Meld-/herplantplicht (zie 4.0)

Amfibieën Reptielen Vissen Beschermde libellen Beschermde vlinders Ongewervelden Beschermde vaatplanten Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Groene ontwikkelingszone Ander beleidsmatig beschermde gebieden Beschermde houtopstanden Beschermde houtsoptanden

Vergunning

Pagina 22 van 26

6.1

Eindconclusie Op basis van een uitgevoerd veldonderzoek en bureauonderzoek is geconstateerd dat in het onderzoeksgebied geschikt habitat aanwezig is voor een aantal beschermde soorten. Hiernaast kan de ontwikkeling leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Afhankelijk van de ontwikkeling dient tevens voldaan te worden aan de meld-/herplantplicht in het kader van beschermde houtopstanden.

Onderdeel

Aanwezigheid

Effect

Aanbevelingen

Natura 2000 Beschermde houtopstanden

4,30 km Aanwezig

Mogelijk Mogelijk

AERIUS-berekening Meld-/herplantplicht

(zie 6.1.1) (zie 6.1.2)

Algemene broedvogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën

Mogelijk Mogelijk Mogelijk

Voorkomen Voorkomen Voorkomen

Maatregelen Maatregelen Maatregelen

(zie 6.1.3) (zie 6.1.3) (zie 6.1.3)

6.1.1 AERIUS-berekening – Natura 2000-gebieden Voor zekerheidstelling dient een AERIUS-berekening gemaakt worden om te toetsen of er significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van relevante stikstofgevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving verwacht kan worden (zie hoofdstuk 3.1). 6.1.2 Meld-/herplantplicht – Beschermde houtopstanden Afhankelijk van de ontwikkeling zullen mogelijk houtopstanden verwijderd worden. Indien bomen worden verwijderd welke onderdeel zijn van een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen), of indien houtopstanden worden verwijderd welke onderdeel zijn van een oppervlakte houtopstanden meer dan 10 are, dient er voldaan te worden aan de meld- en herplantplicht conform Art. 4.2 en Art. 4.3 van de Wnb (zie hoofdstuk 4.0). 6.1.3 Maatregelen – algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën Indien gehouden wordt aan de maatregelen (zie hoofdstuk 5.8) en zorgplicht zullen er geen grote belemmeringen verwacht worden wat betreft deze soort(en) omtrent de Wet natuurbescherming.

De algemene zorgplicht blijft van kracht. Bij calamiteiten zal opnieuw moeten worden beoordeeld welke maatregelen passend zijn.

Naam ondertekenende.

Nijkerk, 2 oktober 2023

Dhr. G.R. Bouw

Handtekening.

Pagina 23 van 26

7

Bijlagen

Bijlage 1: Bronnen

Literatuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van I&M (2012). Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Ministerie van LNV (2004). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit TRCJZ/2004/57, houdende vaststelling van rode lijsten flora en fauna. Ministerie van LNV (2009). Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 augustus 2009, 25344, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna.

Internet Omgeving

www.google.nl/maps www.pdok.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000) www.nationaalgeoregister.nl

(NNN gebieden)

www.ruimtelijkeplannen.nl Soortinformatie

www.bij12.nl www.zoogdierenvereniging.nl www.vleermuisnet.nl www.vleermuizenindestad.nl www.ravon.nl www.vogelbescherming.nl

Waarnemingen

www.waarnemingen.nl www.verspreidingsatlas.nl www.ndff-ecogrid.nl

(BIJ12-kennisdocumenten)

Pagina 24 van 26

Bijlage 2: Omschrijving van de natuurwetgeving Deze bijlage gaat in op de natuurwetgeving aan welke de ingrepen binnen de projectlocatie worden getoetst. Hierbij zal gepoogd worden om de meest relevante stukken vanuit de wetgeving, welke voldoende zijn om de wetgeving te snappen, over te dragen. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en is hiermee gericht op onder andere het behouden en herstellen van biodiversiteit, maar ook het ontwikkelen van natuur om deze maatschappelijke functies te laten vervullen. Zorgplicht Het eerste artikel welke in de Wnb benoemd wordt stelt de zorgplicht vast en specificeert dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, gevolgen beperkt of ongedaan maakt. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar, maar kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Het bevoegd gezag is meestal de provincie.

Soortbescherming Dier- en plantsoorten welke voorkomen in Nederland worden in drie categorieën verdeeld welke ieder bijbehorende verbodsartikelen bezitten. Deze categorieën zijn: o o o

Vogelrichtlijnsoorten; dit betreft alle inheemse vogels (Art. 3.1 Wnb) Habitatrichtlijnsoorten; (Art. 3.5 Wnb) Andere soorten; dit betreft Nationaal beschermde soorten; (Art. 3.10 Wnb)

Per artikel welke genoemd staat in bovenstaande opsomming gelden verbodsbepalingen. Deze zijn vastgelegd in onderstaande tabel. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Art. 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Niet van toepassing

Pagina 25 van 26 Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Niet van toepassing.

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Niet van toepassing.

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen bestaat het risico om verbodsbepalingen vanuit de Wnb te overtreden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Er mag enkel van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de ontwikkeling is • Er moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd erkend belang staan. Per beschermingscategorie gelden verschillende erkende belangen, zoals Volksgezondheid, welke ingezet kunnen worden • Er mag de geen afbreuk gedaan worden aan de staat van instandhouding van de soort Op verbodsbepalingen gelden echter enkele uitzonderingen, zo zijn er provinciaal vrijgestelde soorten waarvoor enkele gebodsbepalingen onder voorwaarden niet gelden. Wel dient hier gehouden te worden aan de zorgplicht. Gebiedsbescherming Naast soortbescherming binnen de Wnb is er ook sprake van gebiedsbescherming. Onderstaand zal toegelicht worden wat de gebiedsbescherming inhoudt. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen Nederland is een netwerk aanwezig van reeds bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland, die netwerk wordt het Natuurnetwerk Nederland (kortweg NNN) genoemd. Gedeputeerde staten in hun bijbehorende provincie dragen zorg voor instandhouding en realisatie van het natuurnetwerk.

Natura 2000-gebieden Het Europees netwerk van natuurgebieden welke voor Europa van betekenis zijnde flora en fauna bevatten, worden Natura 2000-gebieden genoemd. De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen om flora en fauna te beschermen en biodiversiteit te behouden. Ieder Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelen welke de bescherming van habitat en leefgebieden specificeert. Art. 2.7, lid 2 van de Wnb stelt het volgende: ‘’Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.’’

Ontwikkelingen die geen verband houden met het beheer van Natura 2000-gebieden en welke negatieve effecten teweeg brengen op Natura 2000-gebieden zijn dus vergunningplichtig en worden slechts onder voorwaarden toegestaan.

Pagina 26 van 26 Beschermde houtopstanden Naast soort- en gebiedsbescherming zijn er ook beschermde houtopstanden opgenomen binnen de Wet natuurbescherming. Het doelt van deze bescherming is om het oppervlakte bos in Nederland te bewaren. De Wnb geldt voor bos, maar ook voor andere houtopstanden zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing indien: • De houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt; • De houtopstand groter is dan 1.000 m2 of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Indien de Wnb van toepassing is dient er een kapmelding gedaan te worden wanneer houtopstanden gekapt of gerooid worden. Een melding dient eveneens gedaan te worden indien bomen/struiken beschadigd raken of doodgaan door het handelen van de melder of door vee. Uitzondering van houtopstanden voor welke de meldplicht niet geldt zijn (Art. 4.1 Wnb): a. b. c. d. e. f.

houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; houtopstanden op erven of in tuinen; fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; kweekgoed; uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

g. h.

het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Na het kappen van een houtopstand is er eveneens een herplantplicht welke vaststelt binnen de Wnb dat binnen drie jaar na het uitvoeren van de kap de kap teniet gedaan moet zijn door op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te leggen. Vrijstellingen van herplantplicht en wetgeving indien herplant niet plaats kan vinden op dezelfde grond zijn verder beschreven hoofdstuk 4 van de Wnb.

Noordenweg II

Bijlage 2 Landschappelijke Inpassing

"Noordenweg II" (vastgesteld)

71

WOLKAMMERSLAAN

renvooi parkeervak 2,5x5m

nieuwe woning nieuw bijgebouw verlichtingmast

bestaande

(indicatief)

eikenboom

onderlegger (GBKN)

inrit uitvoering 4m breed verharding middels klinkers (elementenverharding)

perceelsgrens

DE NOOR

NWEG

overzicht beplanting A

voorzien van klinkerbestrating

grens

(ontginningslandschap)

nieuw aan te planten beukenhaag - Fagus sylvatica (beukenhaag) | plantmaat: 80-100 | plantafstand: 5 stuks/m1 | aantal: 120 / 24m1

A

0 4.00

nieuwe inrit 4m breed

kerkuilenkast

B

overloop

nieuw aan te planten struweel (lijnvormig) gemengd | plantmaat: 60-80 | plantafstand: 1,5 m | aantal: 35 stuks (52 m1)

perceel B

Craetagus monogyna (meidoorn) Viburnum opulus (Gelderse roos) Sorbus aucuparia (lijsterbes) Corylus avellana (hazelaar

natuurinclusief bouwen -nieuw te bouwen woning voorzien van inbouwkasten voor broedende vogels - plaatsen van een kerkuilenkast in bestaande bomen (zuidoostzijde perceel) - aanplant gebiedseigen haag t.b.v. mussen

waterhuishouding grens bestemmingsvlak Wonen

grens bestemmingsvlak bestaande

Wonen

ca. 911,44 m2

beukenhaag

eis: - infiltratie op eigen terrein > ondergrondse berging (bijv. infiltratiekratten) of bovengrondse berging (wadi, laagte in terrein etc.) - buffercapaciteit 30mm over verhard terrein - uitgangspunt 30% verhard oppervlak perceel minus bebouwing (= ca. 165 m2) - oppervlakte bebouwing: ca. 110 m2 benodigde capaciteit: 30mm x (165 m2 + 110 m2) = 8,25 m3 in het kader van waterhuishouding mogen geen uitlogende materialen toegepast worden mits voorzien van coating ter voorkoming van diffuse verontreiniging - vuilwater afvoer aansluiten op bestaand stelsel - straatkolken aansluiten op infiltratiekrat

grens perceel

hemelwaterafvoer

infiltratiekrat hemelwaterafvoer

vuilwaterriolering

bestaande

bestaande

bomen

watergang

handhaven

handhaven

bestaande bomen handhaven

projectnr.

onderwerp

4208

INPASSINGSPLAN

NOORDENWEG, VOORTHUIZEN

LANDBORG

HOLEVOETPLEIN 301

3925 ZG

POSTBUS 2

SCHERPENZEEL

Kadastraal bekend: - Gemeente - sectie: - perceel nr.: - schaal:

033 - 30 31 060

INFO@LANDBORG.NL

datum:

13 november 2023

schaal:

1 : 500

WWW.LANDBORG.NL

VOORTHUIZEN D 3095 1 : 500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=274c00bc-d195-4d3e-9a29-e5c0d2c2361a