[Nieuwe versie] Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting
Tekst van het document
Aangezien paarden geen geuremissiefactor hebben is geen geurberekening uitgevoerd. De toets aan de afstand is voldoende. Gezien de afstand tussen de gevoelige objecten en de veehouderijen in de omgeving is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geur geeft geen belemmering bij de uitvoering van dit plan.
5.7
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro). Deze ontwikkeling valt niet onder 'stedelijke ontwikkeling'. Daarom is geen verdere toelichting vereist. Conclusie Het aspect ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor het plan.
5.8
Leidingen en laagvliegroutes
Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van dit bestemmingsplan bescherming behoeven. Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten. Conclusie Het aspect leidingen en laagvliegroutes vormt geen belemmering voor het plan.
24
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
5.9
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen heeft betrekking op de vraag of de gevolgen van een plan voor de luchtkwaliteit dienen te worden onderzocht. In het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) dient de luchtkwaliteit ter plaatse van nieuwe gevoelige bestemming die gelegen zijn op een afstand van minder dan 300 m vanaf de rand van een rijksweg of minder dan 50 m vanaf de rand van een provinciale weg te worden beoordeeld. Het plan maakt een gevoelige bestemming mogelijk. Immers een museum, proeflokaal en winkel zijn gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (zie artikel 3 Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)).
Er dient derhalve te worden beoordeeld of het mogelijk maken van deze functie(s) in overeenstemming is met het Besluit gevoelige bestemming (luchtkwaliteitseisen). De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. Conclusie Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van dit plan.
5.10
Milieueffectrapportage
Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een bestemmingsplan kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage De lijst van activiteiten in de onderdelen C en D van het Besluit bestaat uit vier kolommen. De eerste kolom bevat een omschrijving van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De tweede kolom vermeldt eventuele drempelwaarden.
Wettelijk kader Voor de vraag of een bestemmingplan besluit-m.e.r.-plichtig is, geldt dat het Besluit milieueffectrapportage onderscheid maakt naar m.e.r.-plichtige activiteiten en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit vermeldt voor welke activiteiten altijd verplicht een MER moet worden opgesteld, voordat een (m.e.r.-plichtig) besluit mag worden genomen. In onderdeel D is vermeld welke activiteiten beoordelingsplichtig zijn. Voor dergelijke activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of op basis van 'belangrijke nadelige gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben', een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Daarbij geldt dat een bestemmingsplan alleen besluit-m.e.r.-plichtig is, "Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012 als het bestemmingsplan in kolom 4 wordt genoemd. Voor de vraag of een bestemmingsplan m.e.r.-plichtig is, geldt dat dit het geval is als het plan genoemd is in kolom 3 en activiteiten mogelijk maakt die in onderdeel C en D, kolom 1 vermeld zijn en voldoen aan de in kolom 2 genoemde drempelwaarden. Als een bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die Besluit-m.e.r.-plichtig is op grond van de uitkomst van een toets van een activiteit die onder de drempelwaarden blijft, dan is dat bestemmingsplan alsnog plan-m.e.r.-plichtig. Het maakt dan immers een (besluit) m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk. Voor zowel de plan-m.e.r.- als besluit-m.e.r.-plicht geldt dat als de activiteit onder de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D blijft, met een vormvrije m.e.r. beoordeeld moet worden of alsnog een MER moet worden opgesteld. De centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog de betreffende plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht.
Toetsing In dit geval is het bestemmingsplan niet via dit spoor m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast heeft toetsing aan de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria uitgewezen dat er geen sprake zal zijn van belangrijke milieugevolgen, zodat een m.e.r. achterwege kan blijven.
5.11
Milieuzonering
Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. Rondom het plangebied is binnen de richtafstanden uit de VNG de voormalige bedrijfswoning van derden aanwezig die mogelijke hinder kan ondervinden. Met die reden is een onderzoek naar het geluid van de bedrijfsactiviteiten op deze woning uitgevoerd. In het onderzoek wordt ingegaan op het aspecten geluid en geur. Een stokerij heeft volgens het VNG een milieucategorie 4.2, met de reden dat deze bedrijven vaak grootschalig zijn. Dit is niet vergelijkbaar met een bedrijf met één ketel van 150 liter zoals hier het geval is. Deze kleinschalige destilleerderij wordt daarom eerder vergelijkbaar met 'de vervaardiging van wijn, cider, ed." met een bijbehorende milieucategorie 2. In gemengd gebied gelden hierbij richtafstanden van 10 meter voor geluid en 0 meter voor de overige hinderfactoren. Dit wordt ook genoemd in het bijbehorende akoestische onderzoek (zie Bijlage 2).
Uit dit onderzoek blijkt dat het muziekgeluid en stemgeluid geen overschrijdingen van grenswaarden geeft. Het rijden van verkeer langs de woningen blijft eveneens binnen de grenswaarden van 70 dB(A) voor de dagperiode (1,5 meter hoogte) en 65 dB(A) voor de avondperiode (4,5 meter hoogte). De in het rapport voorgestelde maatregel met betrekking tot het scherm van 1,5 meter hoogte is niet noodzakelijk omdat het piekgeluidniveau voor de avondperiode niet op 1,5 meter hoogte beoordeeld hoeft te worden. Om te voorkomen dat andere bedrijven onder de bestemming 'Cultuur en ontspanning' een hogere milieucategorie kunnen krijgen dan milieucategorie 2, is er in de regels ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen (zie 7.1.2) Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig. In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Dit plan voldoet aan de voorgeschreven afstand.
26
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht.
Liander heeft op (11 december 2023) aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden.
Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.
5.12
Natuur en landschap
Bij dit plan wordt geen extra bebouwing toegevoegd. Het enige wat qua verharding wordt toegevoegd zijn parkeerplaatsen, die in halfverharding uitgevoerd zullen worden. De bestaande bomen en struiken zullen gehandhaafd worden. Verder is het plan wenselijk doordat het gebied, in het kader van het GO, ook een groen versterkingsplan omvat. Hierbij worden onder andere houtwallen en gemengde hagen worden toegevoegd. Ook zal de voorzijde van het perceel een ruigteveld worden waar inheems kruidenmengsel ingezaaid zal worden (zie Bijlage 1 van de regels). Conclusie Vanuit natuur en landschap zijn er geen belemeringen voor het plan.
5.13
Ontplofbare oorlogsresten
Gemeente Barneveld heeft voor haar gehele grondgebied een historisch vooronderzoek uit laten voeren naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens dit vooronderzoek van Expload met kenmerk RN-14037-2.0 van 27 oktober 2015 blijkt dat de Wolweg 79 niet verdacht is van Ontplofbare Oorlogsresten, zijnde afwerpmunitie. De onderstaande afbeelding is een kaartuitsnede van de OO-belastingkaart van gemeente Barneveld, waarop het plangebied is te zien.
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Afbeelding 5.13 Uitsnede OO-belastingkaart Conclusie Het aspect Ontplofbare Oorlogsresten vormt geen belemmering voor het plan.
5.14
Veiligheid
Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.
Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en 28
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012 subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.15
Verkeer
De verwachte toename van verkeersbewegingen leidt naar verwachting niet tot een negatief effect op de verkeersveiligheid of bereikbaarheid van de Wolweg (zie Bijlage 6). Het parkeren zal op eigen terrein geregeld worden. Hierbij zijn de parkeerplaatsen te midden van het perceel gesitueerd, waardoor er niet haaks in- en uitgeparkeerd hoeft te worden op de Wolweg. Conclusie Er zijn vanuit verkeer geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
5.16
Water
Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid 4.4.1 BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel.
Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid: Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem: Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren: Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie: Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie: Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem.
De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In "Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012 bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige en toekomstige situatie Op het perceel Wolweg 79 in Stroe wordt het bestemmingsplan aangepast. Hier betreft enkel een functieverandering en de huidige bebouwing wordt gehandhaafd. Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap.
30
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 6 6.1
JURIDISCHE ASPECT EN
Inleiding
Deze partiële herziening is gebaseerd op het moederplan "Buitengebied 2012" (met identificatienummer NL.IMRO.0203.1056-0004), vastgesteld op 28 mei 2013 en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijking- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 betreft het overgangsrecht en de slotbepaling. Deze regels zijn opgesteld op basis van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP). Dit is een landelijke norm die onderdeel uitmaakt van de 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk of de provincie het bevoegd gezag is.
Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" worden niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" op de locatie gewijzigd in die zin dat het de bestemming 'Wonen' is veranderd in de bestemming 'Cultuur en ontspanning', de aanduidingen '(abp)' en '(h)' zijn toegevoegdbouwvlak en de gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting toe is gevoegd. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen.
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
6.4.1
Schakelbepaling
In Artikel 5 van de regels bij deze partiële herziening is een schakelbepaling opgenomen, waarin nader is aangegeven wat er in de regels en op de verbeelding verandert. Dit is ook in paragraaf Hoofdstuk 6 van de toelichting van dit plan toegelicht. 6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soorten gebiedsaanduidingen zijn toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' 'overig zone - kernrandzone' 6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In deze partiële herziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houdt met de landschappelijke inpassing die noodzakelijk is vanuit de eisen die gesteld worden door de ligging van het perceel in de Groene Ontwikkelingszone. Door de inpassing van het landschap te verwerken in de voorwaardelijke verplichting, wordt de uitvoering hiervan geborgd.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei.
32
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Tijdens haar vergadering van 27 april 2010 heeft de gemeenteraad de bevoegdheden tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een besluit tot wijzigen van het bestemmingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Nu deze partiële herziening niet de bouw van een hoofdgebouw (of een ander bouwplan zoals dat in artikel 6.2.1 Bro is opgenomen) mogelijk maakt, is dit niet aan de orde.
34
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 27 juli 2023 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende partiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: 1. Participatie bij ruimtelijke initiatieven; 2. Participatie bij initiatieven van de overheid; 3. Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024). In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.
Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie
In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede 1 van de participatieladder. Bij spoor 1 is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Zolang spoor 1 niet in werking is getreden, stimuleren we als gemeente participatie en veel initiatiefnemers passen participatie ook toe. Dat is in dit geval wel van toepassing. In dit geval is trede 1 gebruikt en de initiatiefnemer heeft aangegeven dat er overleg is geweest met de directe buren. Er is geen participatieverslag toegevoegd.
8.2
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn twee reacties ingediend. Deze reacties hebben wel geleid tot aanpassing van het plan. In de bijlage bij deze partiële herziening is de Nota Zienswijzen bijgevoegd (zie Bijlage 7) .
8.3
Coördinatieregeling
Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad de 'Coördinatieverordening gemeente Barneveld' vastgesteld. Deze verordening is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning en overige besluiten die verband houden met het plan. Het college van burgemeester en wethouders heeft op (21 februari 2023) besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren op het voorliggende bouwplan. "Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
35
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Omdat de coördinatieregeling wordt toegepast, is voor het bouwplan inmiddels een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. De gevraagde besluiten (bestemmingsplanherziening en de omgevingsvergunning) worden gecoördineerd voorbereid. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning gelijktijdig voor een termijn van zes weken ter visie zijn gelegd.
36
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
37
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor voorliggend plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) voorliggend plan. De volgende partiële herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op voorliggend plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1637-0002
20-4-2022
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1580-0002
3-2-2021
Dronkelaarseweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1611-0002
26-5-2021
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Essenerweg XVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1459-0002
8-2-2023
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1726-0002
26-4-2023
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Garderbroekerweg-Kapweg, partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0203.1692-0002 2012
8-2-2023
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kapweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1623-0002
6-10-2021
38
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie
NL.IMRO.0203.1515-0002
22-3-2023
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening Molenbiotopen
NL.IMRO.0203.1598-0002
21-4-2021
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Plaggenweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1667-0002
31-5-2023
Sleedoornweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1626-0002
6-10-2021
Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1596-0002
18-3-2021
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
39
Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
40
"Wolweg VI, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Memo bedrijven en milieuzonering functiewijziging Wolweg 79a Stroe
Opdrachtgever
Kegel bv
Contactpersoon
Joost van Veldhuizen info@vanjoost.com
Uitvoering
AWG Geluidadvies bv Projectnummer 2022-146 Versie Jun.24-v3 Behandeld door Lex Groenewold Datum 13 juni 2023
Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.awg-geluidadvies.nl • e-mail: info@awg-geluidadvies.nl KvK: 8341 0163 • BTW: NL862863533B01 • Bank: NL96 RBRB 8835 5024 89
Inhoudsopgave 1. 2.
Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Situatie .................................................................................................................... 3 2.1 Destilleerderij Wolweg 79 ................................................................................. 4 3. Woon en leefklimaat ................................................................................................ 5 4. Toelichting milieuaspecten ....................................................................................... 6 4.1 Geur ................................................................................................................. 6 4.2 Stof ................................................................................................................... 7 4.3 Kleinschalige horeca en terras .......................................................................... 7 4.4 Museumbezoek en workshops ......................................................................... 7 5. Geluidaspecten ........................................................................................................ 7 5.1 Representatieve bedrijfssituatie (RBS) .............................................................
8 5.1.1 Destilleerderij ............................................................................................. 8 5.1.2 Horeca en terras ........................................................................................ 8 5.1.3 Transportbewegingen ................................................................................ 9 6. Rekenmethode ...................................................................................................... 10 7. Rekenresultaten..................................................................................................... 11 7.1 Mogelijke maatregelen .................................................................................... 11 8. Conclusie milieuzonering ....................................................................................... 13 Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Figuren rekenresultaten 3. Invoergegevens
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
2
Versie: 13 juni 2024
1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen op het perceel aan de Wolweg 79a te Stroe, gemeente Barneveld de woonfunctie te wijzigen kleine destilleerderij, museum, kleine slijterij, retail en horecafunctie. Omdat er ook een woning nabij ligt heeft de gemeente gevraagd aan te tonen of de gevraagde ontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is. Bureau AWG Geluidadvies is gevraagd dit te onderzoeken.
2. Situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft een perceel in het buitengebied ten noorden van Stroe en vlak bij de Rijksweg A1. Op het terrein aan de Wolweg 79a staat de Rijkszaadeest. Deze locatie is eigendom van Staatsbosbeheer en momenteel in bruikleen door Kegel b.v., met o.a. een klein museum. Op deze locatie werd door Staatsbosbeheer tientallen jaren lang geoogste dennenappels gedroogd. Het vrijgekomen zaad werd gebruikt voor herbebossing. De locatie bestaat uit één stenen hoofdgebouw en twee houten droogschuren. De Zaadeest is sinds de jaren ’70 niet meer in gebruik. De initiatiefnemer wil de Zaadeest weer in gebruik nemen. Naast de ingebruikname van de Zaadeest in haar oorspronkelijke functie, is er de wens om op kleine schaal de locatie te gaan gebruiken als kleine destilleerderij, museum, kleine slijterij, retail en horecafunctie. In het huidige bestemmingsplan heeft de locatie een woonbestemming. Deze dient omgezet te worden naar een andere bestemming die past bij de gewenste invulling. In dat kader dient ook een onderzoek naar milieuzonering en een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Om de vestiging van de destilleerderij van de initiatiefnemer mogelijk te maken heeft de gemeente gevraagd om een onderbouwing, waarbij wordt aangetoond dat de geluidemissie van de beoogde functies kan voldoen aan de richtafstanden van een categorie 2 inrichting volgens de VNG-brochure.
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
3
Versie: 13 juni 2024
2.1 Destilleerderij Wolweg 79 Het destillatieproces vindt plaats in één stookketel met maximale capaciteit van 150L, waarbij de gehele duur van het destillatieproces zo’n 3 uur in beslag neemt. Het uiteindelijke destillaat wordt aangelengd met water tot de juiste promillage en direct handmatig afgegoten in de fles. Zowel het productieproces als het vullen van de fles vindt ambachtelijk en handmatig plaats. Het productieproces vindt in zijn geheel in een gesloten systeem plaats. Gezien de geringe omvang van zowel capaciteit, ruimte en opslag, is en blijft er sprake van kleinschaligheid. De oppervlakte van de voor de destilleerderij is 18,8 m2 . Op de locatie is volgens het plan sprake van een kleine inpandige functiewijziging, zowel op het hoofdgebouw (destilleerderij) als de achterste droogschuur (slijterij, retail en horeca). De dichtstbijzijnde woning staat ten noorden van de locatie op minder dan 30 meter van het hoofdgebouw van de Rijkszaadeest, namelijk 9,6 meter. Aangezien hier de distilleerderij wordt gevestigd, wordt voor de functie stokerij niet voldaan aan de richtafstanden van de diverse milieuaspecten. Aangezien het slechts om een zeer kleine stokerij gaat, is hiervoor een kwalitatieve onderbouwing van de inpasbaarheid gemaakt. Figuur 1
1. Wolweg 79 is de nabijgelegen woning. 2. In de zuidwesthoek van het stenen hoofdgebouw 79a komt de kleine destilleerderij. 3 In de voorste, aan de straatzijde gelegen houten droogschuur komen geen nieuwe functies. 4. In de achterste houten droogschuur komen de beoogde functies horeca (groen), onoverdekt terras, slijterij, retail en sanitair beoogd. 5. Alles wordt landschappelijk en zoveel mogelijk groen ingepast
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
4
Versie: 13 juni 2024
De afstand van het hoofdgebouw (destilleerderij) tot aan de woning (nr. 79) is 9,6 meter. Aan de tegenovergestelde kant van het hoofdgebouw (zuidwestelijke zijde) zal de destillatieruimte ingericht worden in de vorm van distilleerketel, diverse tanks en werkbank, zie figuur hieronder.
Figuur: tweemaal bovenaanzicht/ overzichtsplaat van de inrichting van de destillatieruimte (18,8 m2).
In de voorste houten droogschuur aan de straatzijde zullen geen activiteiten plaatsvinden. In de achterste droogschuur zullen een kleine horecafunctie, retail en slijterij functie ontwikkeld worden. Dit deel van de houten droogschuur ligt verder dan 30 meter (33,5 meter) van het nabijgelegen woonhuis.
3. Woon en leefklimaat Een eerste indicatie voor beoordeling van het woon- en leefklimaat is te verkrijgen door te kijken naar de afstandstabel uit de brochure Bedrijven en milieuzonering van de VNG. Hierin staan per milieucategorie afstanden genoemd. Ligt het plan buiten de grootste afstand dan is hinder onwaarschijnlijk. Ook kan dan een afweging worden gemaakt of ter plaatse van de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De afstanden gelden voor gebiedstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Daarnaast zijn er ook afstanden gegeven voor het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Hierover zegt de brochure: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.’ Het plangebied ligt in het buitengebied van Stroe en in de directe invloedsfeer van de A1. De omgeving volgens de VNG brochure is te typeren als een gemengd gebied. Hiervoor zijn de volgende richtafstanden zijn aan te houden voor een gemengd gebied: Richtafstand milieucategorie voor omgevingstype Milieucategorie Richtafstand Richtafstand Rustige woonwijk Gemengd gebied 1 10m 0m 2 30m 10m 3.1 50m 30m 3.2 100m 50m 4.1 200m 100m 4.2 300m 200m 5.1 500m 300m
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
5
Versie: 13 juni 2024
De Wolweg 79 en 79a zijn in het bestemmingsplan opgenomen met een woonbestemming, met voor het hoofdgebouw van 79a een bijeenkomstfunctie. Een destilleerderij/stokerij is in de VNG-publicatie ingedeeld in milieucategorie 4.2/4.1, waardoor functiemenging niet mogelijk is en alle milieuaspecten nader moeten worden onderzocht. Aangezien de betreffende destilleerderij een zeer beperkte intensiteit en omvang heeft, is het niet reëel om deze aan het beoordelingskader uit de VNGpublicatie “Bedrijven en milieuzonering” te toetsen. De schaal, het risico en de milieubelasting van de destilleerderij in het plan, zijn niet te vergelijken meteen bedrijf dat gericht is op de productie van grote hoeveelheden zoals gebruikelijk. Gelet op de aard en omvang is uitgegaan van milieucategorie 2 (vergelijkbaar met SBIcode 1102-1104 Vervaardiging van wijn, cider, e.d). Het beoogde functies aan de Wolweg 75a betreffen een kleine destilleerderij, museum, kleine slijterij, retail en horecafunctie. Categorie uit VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering AFSTANDEN IN METERS
563
Vervaardiging van wij, cider e.d. Café’s, bars
0
30
2
1G
2
0
0
10 C
10
10
1
2P
1
LUCHT
30 C
BODEM
0
GELUID
VISUEEL
1102 T/M 1104
STOF
10
GEUR
VERKEER
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN
CATEGORIE
10-11
INDICES GROOTSTE AFSTAND
OMSCHRIJVING
GEVAAR
SBI-2008
Hierbij hoort dan nog wel een grootste afstand van 30m en in een gemengd gebied 10m. Dat geldt voor de grens van de bestemming tot de woning. De woning ligt binnen die afstand. Gezien de activiteiten en de indeling daarvan op het perceel is bekeken of de beoogde functies mogelijk wel inpasbaar zonder aantasting van het woon- en leefklimaat van de woning Wolweg 79. Dit wordt in hoge mate al bepaald door het achtergrondgeluid van de snelweg A1.
4. Toelichting milieuaspecten Het gaat dan dus om geluid, geur en mogelijk enige verkeersaantrekkende werking.
4.1 Geur Net als bij kleine brouwerijen moet en kan de geurconcentratie op immissieniveau bij de destilleerderij worden beperkt door het toepassen van technische maatregelen, via 'good housekeeping' en door het gesloten houden van installaties. De beperkte geuremissie wordt bij de destilleerderij veroorzaakt door de verbrandingsuitstoot van een enkele hout-gestookte distilleerketel tijdens het productieproces. In de vergunning kan worden opgenomen om een naverbranding katalysator te plaatsen. Deze katalysator zorgt voor een vlamloze naverbranding van roet, teer en andere verbindingen die ruiken. Emissie van dampen naar de buitenlucht met een geurconcentratie komt daarmee niet voor.
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
6
Versie: 13 juni 2024
4.2 Stof Stof is in principe geen issue. De hoeveelheden grondstoffen die worden aan- en afgevoerd zijn zo klein, dat hierbij geen relevante stofemissie vrijkomt.
4.3 Kleinschalige horeca en terras Aan de zuidwestzijde van het perceel is de horeca gepland inclusief een terras. Het gebouw schermt de geluiden richting de woning vanuit het inpandige deel geheel af. Het terras wordt deels afgeschermd. Inpandig kan in de horecaruimte muziek worden gespeeld. Het is de bedoeling dat de activiteiten hoofdzakelijk in de dagperiode plaatsvinden en in voorkomende gevallen ook in de avond.
4.4 Museumbezoek en workshops De horecalokaliteit zal vooral gebruikt worden als workshopruimte en proeflokaal. Workshops zullen vooral in de avonden en op zaterdagen plaatsvinden. Bij deze workshops zullen maximaal 15 personenaanwezig zijn, en in de achterste droogschuur gehouden worden. De workshops vinden enkel binnenplaats. Een korte rondleiding door het museum (stenen hoofdgebouw) behoort tot het programma. Voor wat betreft de museum rondleidingen is het onduidelijk wanneer deze gaan plaatsvinden. Deze kunnen plaatsvinden op aanvraag door scholen en andere organisaties, en kunnen plaatsvinden op zaterdagen alsook tijdens evenementen zoals de Open Monumentendag.
5. Geluidaspecten Belangrijkste onderdeel betreft de eventuele geluidemissie afkomstig van de activiteiten. Daarom wordt daar in dit hoofdstuk nader op ingegaan. Belangrijk is dat er twee verschillende sporen zijn waarop een plan wordt beoordeeld. Milieuspoor Voor het milieuspoor zijn in het Activiteitenbesluit regels opgenomen voor de geluidbelasting op de gevels van woningen. Voor een dergelijk bedrijf gelden in het Activiteitenbesluit de volgende eisen: Art. 2.17 Activiteitenbesluit
LAr;LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
07.00-19.00 uur 50 70
19.00-23.00 uur 45 65
23.00-07.00 uur 40 60
dB(A) dB(A)
De maximale geluidniveaus in de dagperiode tussen 07.00 uur en 19.00 uur zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten. Stemgeluid in de open lucht wordt niet in de beoordeling meegenomen. Als muziekgeluid op het ontvangpunt als zodanig herkenbaar is geldt een straftoeslag vanwege de hinderlijkheid van 10 dB op de gemeten of berekende waarde. Ruimtelijk spoor Omdat een aantal activiteiten onder de Wet milieubeheer niet worden beoordeeld, moet een afweging daarvan plaatsvinden in het ruimtelijke spoor. Bij het al dan niet toelaten van een specifieke bestemming worden die aspecten dus wel meegewogen. Daarmee is de planologische toets in principe zwaarder dan de milieutoets.
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
7
Versie: 13 juni 2024
5.1 Representatieve bedrijfssituatie (RBS) In deze paragraaf staat een beschrijving van de activiteiten in relatie tot eventuele geluidemissie. De geluidgegevens zijn niet gebaseerd op een gemiddelde, maar op de situatie die regelmatig kan voorkomen (>12x per jaar).
5.1.1 Destilleerderij De destilleerderijactiviteiten in het hoofdgebouw beperken zich tot het een enkele destilleer installatie. Dit is een klassiek koperen ketel die inpandig opgesteld is en werkend is op waterdruk en geen elektrisch of mechanische aandrijving behoeft, waardoor het bronvermogen te verwaarlozen is. Er vindt geen relevante geluidemissie plaats richting de woning. Er is enkel sprake van inpandige op- en overslag en de werkzaamheden vinden enkel plaats met klein (hand)gereedschap en/of handmatig plaats. Naast het destilleren vinden geen andere activiteiten plaats die een relevante geluidsuitstraling naar de omgeving kunnen veroorzaken. De aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten vindt plaats in de dagperiode (07:00–19:00 uur) met personenauto’s en bestelbusjes en incidenteel een grotere vrachtwagen. Een beschrijving van de verkeersbewegingen staat verderop in dit hoofdstuk.
5.1.2 Horeca en terras Voor het vaststellen van de geluidsbelasting van het café met terras is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale mogelijkheden. Het terras is geopend bij bezoektijden en tijdens workshops tot vooralsnog maximaal 18.00 uur. Omdat mogelijk in de toekomst ook ’s avonds workshops worden gevraagd is daar in deze rapportage ook rekening mee gehouden. In de nachtperiode zijn er geen activiteiten. Het terras biedt ruimte voor 15 tot 25 zitplaatsen en is gelegen aan de zuidzijde van de achterste droogschuur. De horeca lokaliteit is vooral bedoeld als workshop ruimte (proeflokaal). In het onderzoek is uitgegaan van een volledige bezetting van het terras. Binnen de horecaruimte zal versterkte muziek afgespeeld kunnen worden. Hiervoor gelden de geluidsnormen volgens art. 2.17 uit het Activiteiten besluit. Gelet op de aard en sfeer van de beoogde plannen zal vooral rustige en passende muziek gedraaid worden behorend bij een bruin café met een muziekniveau van L p= 70-75 dB(A). De afstand van de horeca tot de woning is ca. 33m. Dat geeft een afstandsdemping van minimaal 38 dB. Gezien de afgeschermde ligging t.o.v. de woning, zal de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van Wolweg 79 zeker niet worden overschreden.
Ook zal een muziekniveau van rond de 40 dB(A) ter plaatse van de woning gezien de hoge geluidbelasting van de A1 ter plaatse niet snel als muziekgeluid worden herkend. Uit de kaart van de atlas leefomgeving blijkt dat het achtergrondniveau ter plaatse rond de Lden=69 dB ligt. Daarmee is uit te gaan van een achtergrondniveau van 59 dB. Contouren Lden in dB A1
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
8
Versie: 13 juni 2024
De naar buiten toe openslaande deuren richting het terras kunnen af en toe open staan. Om te beoordelen of dat een probleem kan opleveren is een kleine akoestisch rekenmodel opgesteld. Voor muziekgeluid geldt geen bedrijfsduurcorrectie. Naast muziekgeluid is stemgeluid is de andere relevante geluidsbron voor het akoestisch onderzoek inzake het onoverdekte en onverwarmde terras. Dit stemgeluid wordt in het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten, maar moet wel worden beoordeeld om te zien of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor het terras is uitgegaan van een maximale bezetting van 25 personen. Er is als basis uitgegaan van tafels met 4 stoelen. Voor het stemgeluid kan op basis van de Duitse VDI richtlijn 3770 worden uitgegaan van een bronvermogen van L wr=65-70 dB(A) voor normaal en verheven spreken. Voor roepen en lachen is uitgegaan van een maximaal niveau van LA,WR,max=95 dB(A). Niet alle mensen zullen gelijk praten. Er is in het rekenmodel uitgegaan van 6 tafels met een bronniveau van L wr=70 dB(A). Als bedrijfstijd is uitgegaan de beoogde openingstijden tot 18.00 uur. Groepen zullen niet voor 10.00 uur arriveren en zullen ook niet de hele tijd op het terras zitten. Er zal in de regel eerst een rondleiding plaatsvinden in het museum of binnen plaatsvinden bij een workshop.
Er is daarom uitgegaan van een worst case te achten volledige bezetting het terras van 5 uur in de dagperiode. Voor eventuele workshops in de avond is er van uitgegaan dat ook een deel van de activiteiten binnen plaats vindt en dat het terras maximaal 50% van de tijd bezet is. Een enkele keer kan er iemand of een groep zijn die zich erg luidruchtig gedraagt. Als sprake is van excessief gedrag van gasten dient de exploitant hiertegen uiteraard op te treden.
5.1.3 Transportbewegingen Ten behoeve van het plan komen er 9 parkeerplaatsen op het terrein (zie ook Figuur 1). Initiatiefnemer heeft een inschatting gemaakt van het op jaarbasis te verwachten aantal bezoekers en transportbewegingen. Voor het akoestisch rekenmodel geldt een representatieve dag. Ten behoeve van de destilleerderij wordt 1 maal per maand grondstoffen geleverd, resulterend in 24 verkeersbewegingen per jaar. Voor het rekenmodel is uitgegaan van 1 middelzware vrachtwagen in de dagperiode (2 bewegingen). Vanwege de krappe inritsituatie is er vanuit gegaan dat de vrachtwagen vanaf de parkeerstrook langs de weg wordt gelost. Gezien de te verwachten hoeveelheden zal dit maximaal 20 min. duren. De motor zal dan worden uitgezet. Laden en lossen gebeurt handmatig. Een keer per twee weken vindt afvoer plaats van gereed product in een bestelbusje. Dit geeft 2 bewegingen op een dag. De stoker komt vijf dagen per week, oftewel 2 bewegingen per dag. Workshops worden 2 keer per week verwacht. Er is uitgegaan van gemiddeld 10-15 personen per keer en 5-8 auto’s (10-16 bewegingen).
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
9
Versie: 13 juni 2024
Per week zijn twee rondleidingen voorzien in het museum ‘Rijkszaadeest’. Met maximaal 15 deelnemers per rondleiding. Uitgaande van 2-3 personen per auto zijn hiermee 5-7 auto’s per dag te verwachten (14 bewegingen). In de bestaande situatie zijn er ook vrijwilligers actief in het museum. Daarvoor is gerekend met 2 bewegingen per dag. De horeca/slijterij functie zal maximaal 4 dagen per week open zijn, resulterend in gemiddeld maximaal 8 auto’s per dag. Er is verder van uitgegaan dat een workshop/rondleiding eens per dag plaats vindt. De rondleiding met 15 personen is dan representatief. Daarmee is ook voor de avondperiode gerekend. Als representatieve dag is daarmee uitgegaan van: Transportbewegingen per representatieve dag / avond Aantal Lwr bewegingen dB(A) Personenauto D:44 / A:34 89 Busje D: 2 / A: 93 Middelzware vrachtwagen D: 2 / A: 98
LAmax dB(A) 98 98 101
6. Rekenmethode Op basis van de activiteiten is een klein rekenmodel opgesteld, om te bepalen wat de te verwachten geluidniveaus zijn op de bestaande en op de nieuwe woningen. De gegevens zijn daartoe ingevoerd in het programma Winhavik van bureau DirActivity software (v.9.3.0). Dit programma rekent conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 (RMG2012) en maakt gebruik van het dBVision rekenhart SRMII v.17 formaat 2012 voor weg- en railverkeer en Indus10 voor Industrielawaai. Bij industrielawaai worden verder de rekenregels van de ‘Handleiding rekenen en meten industrielawaai’ gevolgd. In de bijlagen is ter beperking van de hoeveelheid papier een selectie van de belangrijkste invoergegevens opgenomen. Meer detailinformatie is op verzoek leverbaar.
Memo richtafstanden Wolweg 79a Stroe Jun24-v3
10
Versie: 13 juni 2024
7. Rekenresultaten De rekenresultaten zijn weergegeven in de figuren en uitdraai in de bijlagen en samengevat in onderstaande tabel. Tabel 1: Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau L Ar;LT en maximale niveaus LAmax in dB(A) vanwege de activiteiten van het bedrijf op de Wolweg 79a te Stroe. Dagperiode: begane grond – avond en nacht: hoogste waarde per gevel Gevel Zuid 1 Zuid 2 Oost West
D 43 41 34 36
LAr;LT A 43 42 35 37
N -
D 67 68 62 63
LAmax A N 67 64 60 61 -
Bron LAmax D:Best.bus/A:pers.auto D:Best.bus/A:pers.auto D:Best.bus/A:pers.auto D:Best.bus/A:pers.auto
Uit de rekenresultaten blijkt dat het te verwachten langtijdgemiddelde geluidniveau zonder maatregelen op de naastgelegen woning met een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van LAr;LT=43 dB(A) of lager in de dag voldoet aan de eisen uit het Activiteitenbesluit en aan de eisen voor een goed woon- en leefklimaat. In de avondperiode is dat met een LAr;LT=43 dB(A) of lager ook het geval. Voor de maximale niveaus geldt dat deze in de dagperiode rond de L Amax=68 dB(A) liggen, als gevolg van langsrijdende auto’s. De bijdrage van het stemgeluid van het terras is lager dan LAmax=50 dB(A). Maximale niveaus in de avond liggen op LAmax=67 dB(A) of lager op de begane grond en 64 dB(A) of lager op de verdieping. Op de verdieping wordt daarmee voldaan aan de norm van LAmax=65 dB(A). Op de begane grond lukt dat dan niet. Het is de vraag of dat in de praktijk tot veel hinder zal leiden, gezien het hoge achtergrondniveau en vergelijkbare bronnen. Als dit toch als te belastend wordt gezien is een aantal oplossingsrichtingen denkbaar.
7.1 Mogelijke maatregelen Er is een aantal mogelijkheden om de geluidbelasting in de avond te reduceren. Het gaat dan in feite alleen om de maximale niveaus afkomstig van langs rijdende personenauto’s. Gekeken is naar afscherming en een alternatieve routing. Een alternatieve routing is vanwege andere redenen afgevallen. In de bestaande situatie is er sprake van een gezamenlijke inrit. Een optie is om een scherm te plaatsen op het eigen terrein om daarmee de geluidbelasting op de verdieping te reduceren. Er is uitgegaan van een zo laag mogelijk scherm, in dit geval 1.50m hoog (vuistregel: massa 10 kg/ m2 of meer). De geluidbelasting is weergegeven in Tabel 2. Met een klein scherm zijn de geluidniveaus op de begane grond iets terug te brengen en is op alle gevels te voldoen aan de norm van LAmax=65 dB(A) in de avondperiode.