Nieuw Milligenseweg I_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Nieuw MilligensewegI
(maart 2021) bestemmingsplan Plannr. 1584
Nieuw Milligenseweg I
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ontstaansgeschiedenis
6 6 6 7
Hoofdstuk 3
8
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente
11 11 11 13 16 17 17
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
25 25 25 27 29 30 31 31 32 32 32 34 34 34 35 35
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving
37 37 37 37 40 42 42
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
43 43
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen 8.5 Coördinatieregeling
44 44 44 44 45 45
Bijlagen bij de toelichting 2
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Bijlage 1
Voortoets ecologie
Bijlage 2
Stikstof onderzoek
Bijlage 3
Quickscan ecologie
Bijlage 4
Vleermuisonderzoek
Bijlage 5
Huismussenonderzoek
Bijlage 6
Dassenonderzoek
Bijlage 7
Reptielenonderzoek
Bijlage 8
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
3
Nieuw Milligenseweg I
4
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel aan de Nieuw Milligenseweg 13 in Kootwijk is een verzoek ingediend om van de solitaire recreatiewoning een woonfunctie te maken in de vorm van een kleine woning met een inhoudsmaat van 350 m3. Om dit te realiseren zal de bestaande recreatiewoning gesloopt worden en wordt er een nieuwe woning gerealiseerd. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
5
Nieuw Milligenseweg I
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Nieuw Milligenseweg 13, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie M, nummer 518, nabij de kern Kootwijk. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en zuidzijde begrensd door bos. Aan de zuidzijde is verder een woning gelegen. Aan de westzijde zijn agrarische gronden met een zandpad langs de betreffende kavel gelegen, waarbij er eveneens bomen zijn gesitueerd langs de voorzijde van de woning. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.
Afbeelding: ligging plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. De gronden hebben de bestemmingen 'Recreatie - Recreatiewoning' en 'Natuur'. Tevens is er een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' op het perceel gelegen. Ook geldt de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde'. Verder gelden er de volgende gebiedsaanduidingen: 'overige zone - ecologisch hoofdstructuur', 'overige zone - kernrandzone' en 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied V'. Permanente bewoning is niet toegestaan volgens de regels van de geldende bestemming 'Recreatie Recreatiewoning'. Ook een inhoudsmaat van 350 m3 is nu niet toegestaan. Om de omzetting mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig (artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening).
6
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: ligging locatie binnen vigerend bestemmingsplan "Buitengebied 2012" In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
2.3
Ontstaansgeschiedenis
In het verleden was er voldoende vraag naar een dergelijke solitair gelegen recreatiewoning. De laatste jaren is de vraag naar recreatiewoningen gewijzigd en voldoen veel van deze woningen niet meer aan de veranderende vraag. Om deze reden is ervoor gekozen de recreatiewoning te wijzigen in een zelfstandige woonfunctie met een maximale inhoudsmaat van 350 m3.
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
7
Nieuw Milligenseweg I
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het verzoek betreft de omzetting van de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' naar de bestemmingen 'Wonen' en 'Natuur' op het perceel Nieuw Milligenseweg 13 in Kootwijk. De bestaande recreatiewoning wordt gesloopt en zal vervangen worden door een nieuwe woning welke permanent bewoond zal worden. De maximale inhoudsmaat van de nieuw te realiseren woning bedraagt 350 m3. De nieuwe woning krijgt de bestemming 'Wonen' met de 'specifieke bouwaanduiding - kleine woning'. Op het perceel bevindt zich momenteel een recreatiewoning en een bijgebouw. Zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding: luchtfoto met recreatiewoning met bestaand bijgebouw Het verzoek valt onder de kaders van het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016, dat de raad op 22 maart 2017 heeft vastgesteld. In dit beleid is opgenomen dat het mogelijk is om mee te werken aan verzoeken om omzetting van solitaire recreatiewoningen naar reguliere woningen, waarvan in de praktijk permanente bewoning moeilijk te weren is en die staan op een locatie waar omzetting naar een reguliere woning in de visie van de gemeente ruimtelijk aanvaardbaar is. Een gemeente kan er voor kiezen om hieraan mee te werken door het beleid op dit punt voor de eigen gemeente uit te werken in lijn met en volgens de systematiek van dit beleid. Het plan betreft een maatwerkconstructie die aansluit bij het functieveranderingsbeleid. Ruimtelijk aanvaardbaar Gezien de solitaire ligging is het ruimtelijk gezien aanvaardbaar dat de bestemming 'Recreatie Recreatiewoning' wordt omgezet naar een bestemming 'Wonen', conform het functieveranderingsbeleid. Uitgangspunt is wel dat de bestaande grenzen van de recreatieve bestemming blijft gerespecteerd. Vanuit de provincie is in 2019 aangegeven dat het bestemmingsvlak 'Wonen' kleiner dient te zijn dan het huidige bestemmingsvlak behorende bij de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning'. Deze contour is inmiddels bepaald (grootte ca. 618 m2).
Het vlak wordt geheel omsloten door de bestemming 'Natuur', waarin geen mogelijkheden zijn voor wonen. Uitgangspunt is dat het voorgestelde plan rechtstreeks binnen de beleidsuitgangspunten past (bestemmingsplan en vergunningsvrij bouwen). In het verzoek is een ontwerp gedaan van een moderne éénlaagse platte woning, waarbij ook rekening gehouden is met de vergunningsvrije bouwmogelijkheden.
8
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: impressie bouwplan De woning wordt nagenoeg over de volledige breedte van het bestemmingsvlak gesitueerd, maar staat in zijn geheel binnen het bestemmingsvlak. Rond de woning is een klein gedeelte dat gebruikt kan worden voor de functie van wonen, dit is hier acceptabel. Het realiseren van het voorliggend initiatief geeft een beperkte, maar acceptabele aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en naastliggende percelen. Ruimtelijk gezien is dit verzoek akkoord. Parkeren/verkeer De weg waarop Nieuw Milligenseweg 13 uitkomt is in particulier eigendom. Er zijn bij de woning drie goed en onafhankelijk van elkaar bereikbare parkeerplaatsen aanwezig. De parkeerplaatsen bevinden zich binnen het (nieuwe) bestemmingsvlak 'Wonen' en dat is akkoord. Uitgangspunt is een uitweg van maximaal 4 meter breed en de parkeerbewegingen (in- en uitparkeren) moeten plaatsvinden op eigen terrein. Daarvan is hier sprake. Landschappelijke inpassing en erfinrichting Voorwaarden omtrent de landschappelijke inpassing zijn niet nodig, omdat rondom het perceel veel opgaande bomen/houtopstanden staan, die worden gehandhaafd. Indien er bomen uit de omringende houtopstanden (binnen de bestemming 'Natuur') worden gekapt, dan is de Wet natuurbescherming van toepassing (en niet de APV (Algemene Plaatselijke Verordening van Gemeente Barneveld).
Er wordt weliswaar één berk gekapt, maar hiervoor is geen vergunning nodig (omtrek van deze boom is zodanig dat dit niet vergunningplichtig is). Het is aan de verzoeker zelf om de bosrand wel wat te versterken door enige struiken te planten. Bosrandsoorten, zoals Hazelaar (Corylus avellana), Krent (Amelanchier lamarckii), Lijsterbes (Sorbus aucuparia) en Vuilboom (Frangula alnus). Het kan een beperkt aantal zijn, maximaal 10 stuks, en niet te dicht bij elkaar geplant. Er is wel een erfinrichtingstekening opgesteld (zie bijlage 3 van de regels). Dit omdat het noodzakelijk is om de erfinrichting op deze wijze te realiseren (parkeerplaatsen, inrichting met bepaalde materialen én waterberging). Zie voor een nadere motivering hierover ook hetgeen in paragraaf 5.2.3 (Cultuurlandschappelijke waarden) is vermeld.
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
9
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: uitsnede van inrichtingstekening met legenda Voor de inrichting van het erf is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het plan. Ter meerdere zekerheid is er een verklaring opgesteld met daaraan gekoppeld een waarborgsom om de aanleg op deze wijze uit te voeren. Sloopcompensatie Zoals eerder is aangegeven betreft het hier een maatwerkconstructie die aansluit bij het functieveranderingsbeleid. Voor de omzetting van een recreatiewoning naar een kleine woning zijn in totaal 431 m2 aan sloopmeters nodig. Dit is als volgt opgebouwd: Voor de omzetting van recreatie naar wonen is 300 m2 nodig. Deze 300 m2 wordt gevraagd om de recreatiewoning een woonrecht voor permanente bewoning te geven. Dit aantal is in lijn met de regeling uit het functieveranderingsbeleid voor het toevoegen van een zelfstandige wooneenheid. De recreatiewoning heeft een inhoudsmaat van 262,5 m3, afgerond 263 m3. Bij het omzetten van de bestemming van de recreatiewoning naar een kleine woning wordt de maximale inhoud van de woning verhoogd naar 350 m3. Voor de vergroting van 263 m2 naar 350 m3 wordt een sloopcompensatie berekend van 1,5 m2 per kubieke meter vergroting. Voor het verkrijgen van een woonbestemming voor een kleine woning (350 m3) dient een sloopcompensatie te worden geleverd van (350 - 263) x 1,5 + 300 (woonrecht) = 431 m2. Het moet gaan om 431 m2 inzetbare sloopmeters.
De sloopmeters van de locatie Huinerkerkpad 6 in Putten (wijzigingsplan "Huinerkerkpad 6") zullen worden ingezet om de omzetting aan de Nieuw Milligenseweg 13 te kunnen realiseren. Deze meters zijn in april 2020 gesloopt en daarom direct inzetbaar.
10
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.
4.2
Rijk
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.
Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor
behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) "Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
11
Nieuw Milligenseweg I Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er sprake van één van deze nationale belangen, namelijk nationaal belang 11. Het perceel is gelegen binnen de voormalige EHS. Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) er tot borging van een beperkt aantal nationale belangen. In artikel 2.10.2, lid 1 van de Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden worden aangewezen die de EHS vormen. De begrenzing van de EHS is daarmee een provinciaal belang geworden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormt geen belemmering. 4.2.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing, want er is geen sprake van een project dat valt onder de reikwijdte van de Crisis- en herstelwet.
12
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
4.3
Provincie
4.3.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.3.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. De provincie blijft werken aan een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Er is aandacht voor de kwaliteiten van de bijzondere natuurgebieden en landschappen en beschermen van de flora en fauna.
Doorwerking in plangebied De voorgestelde ontwikkeling betreft het toekennen van een woonbestemming aan een voormalige recreatiewoning waarbij voorheen het risico aanwezig was dat deze oneigenlijk gebruikt gaat worden. Het past binnen het streven van een duurzaam, divers woon- en leefklimaat. 4.3.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 4: Regels Natuur De regels inzake glastuinbouw zijn niet aan de orde nu het onderhavige plan geen glastuinbouw mogelijk maakt. De regels inzake natuur zijn hier wel van belang.
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
13
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: Omgevingsverordening Gelderland (december 2018), kaart Regels Natuur Bij de behandeling van het verzoek is in 2019 geconstateerd dat de locatie Nieuw Milligenseweg 13 in zijn geheel gelegen is binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Zie bovenstaande afbeelding (rode prikker is de locatie Nieuw Milligenseweg 13). Het college van burgemeester en wethouders hebben Gedeputeerde Staten verzocht om daar waar de bestemming 'Recreatie - recreatiewoning' geldt de GNN te herbegrenzen. Dit omdat er hier sprake is van een technische fout op de provinciale omgevingsverordeningskaart. Op het moment van vaststelling van de provinciale Omgevingsverordening Gelderland (op 17 oktober 2014) was er immers sprake van een onherroepelijk vigerend bestemmingsplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2000") met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van de GNN en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Vervolgens hebben Gedeputeerde Staten op 17 december 2019 een besluit genomen omtrent de begrenzing van het GNN en de GO. Aangetoond is dat er op de peildatum van 17 oktober 2014 sprake was van een bestemming die strijdig is met GNN. Om tegemoet te komen aan het beleid voor de GO wordt een deel van de huidige bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' omgezet in de bestemming 'Natuur'. Dat gedeelte blijft deel uitmaken van het GNN.
De rest van de bestemming 'Recreatie Recreatiewoning' is GO geworden (binnen GO ligt dan de nieuwe woning, met de bestemming 'Wonen'). In september 2020 is er een ontwerp (omgevingsverordening Gelderland) ter inzage gelegd door de provincie om (onder meer) dit herbegrenzingsbesluit ook door te vertalen in de Omgevingsverordening. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat de locatie gewijzigd zal worden (naar GO). Insteek is dat deze actualisatie in maart 2021 wordt vastgesteld door Provinciale Staten.
14
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: uitsnede uit Ontwerp-actualisatieplan 7 Omgevingsverordening Ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan zal GO gelden voor (een gedeelte van) dit perceel, zodat het onderhavige plan onder voorwaarden mogelijk is. Door het Bureau Natuurlijk is d.d. 9 maart 2020 is onderzoek uitgevoerd naar de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone waarin de projectlocatie zich bevindt. De locatie is gelegen in het gebied "Kootwijk", waar diverse kernkwaliteiten gelden. In de rapportage is aangegeven dat het vervangen van de huidige recreatiewoning voor een nieuwe woning geen effect heeft op de kernkwaliteit 'onderdeel van grootschalig aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen, zandverstuivingen en heide; hier vooral bos en zandverstuivingen met veel reliëf, droge en natte heide, vennen). De planlocatie blijft onderdeel van het GNN en GO. Wat betreft het onderdeel van "Nationaal Landschap Veluwe" is aangegeven dat het vervangen van de huidige recreatiewoning voor een nieuwe woning geen effect heeft op die kernkwaliteit. Ten aanzien van het onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met bijbehorende habitats en soorten is in de rapportage aangegeven dat de locatie buiten het Natura 2000-gebied Veluwe valt. Er worden wel nadere onderzoeken uitgevoerd naar de onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten.
Daarnaast is aangegeven dat de locatie geen onderdeel uitmaakt van de zandverstuiving (ten aanzien van het onderdeel 'parel Kootwijkerzand, grootste binnenlandse zandverstuiving van Europa; veel karakteristieke planten en dieren van stuifzanden'). Voor de onderdelen A-locatie bos, Klein Zandplaat en Boschberg is aangegeven dat de inrichting van de locatie niet verandert wat effect heeft op die kernkwaliteiten. Sporen van groot wild zijn ten tijde van de quickscan (zie Bijlage 1 van de toelichting) niet gevonden. Ook uit het nadere onderzoek dat is uitgevoerd blijkt dat de das hier niet aanwezig is. Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden van onder meer oude ontginningen en boerderijen is in de rapportage aangegeven dat de locatie geen cultuurhistorische waarden heeft. Dit geldt eveneens voor de cultuurhistorische waarden van het dorp Kootwijk (wat betreft de planlocatie Nieuw Milligenseweg 13). Daarnaast is er ook ten aanzien van 'abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir', 'rust, ruimte en donkerte', 'ecosysteemdiensten; recreatie, rust, drinkwater' en 'houtproductie' aangegeven dat er geen wijzigingen zijn welke significante invloed hebben op de gestelde kernwaarden. Doorwerking in plangebied "Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
15
Nieuw Milligenseweg I Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie en -verordening. Er is sprake van het realiseren van een woonfunctie in GO. Gelet op de uitgevoerde rapportage kan gesteld worden dat er van een significante aantasting van de kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk derhalve geen sprake is. De 'nieuwe' kleine woning (het bouwplan zelf) heeft een iets grotere footprint dan de bestaande recreatiewoning. In dit geval wordt een kleine strook die nu nog de bestemming 'Recreatie - Recreatiewoning' heeft, gewijzigd naar de bestemming 'Natuur'. Daarmee komt er een stukje natuur bij en dat is een versterking. Dit gebied is al binnen de begrenzing van GNN opgenomen (in de wijziging van december 2019, herbegrenzingsbesluit), vooruitlopend op deze bestemmingsplanherziening. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het beleid voor de GO.
4.4
Regio
4.4.1
Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016
In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.
Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.
Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; 16
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies. De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Doorwerking plangebied Het verzoek valt onder de kaders van het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016, dat de raad op 22 maart 2017 heeft vastgesteld. In dit beleid is opgenomen dat het mogelijk is om mee te werken aan verzoeken om omzetting van solitaire recreatiewoningen naar reguliere woningen, waarvan in de praktijk permanente bewoning moeilijk te weren is en die staan op een locatie waar omzetting naar een reguliere woning in de visie van de gemeente ruimtelijk aanvaardbaar is. Een gemeente kan er dan voor kiezen om hieraan mee te werken door het beleid op dit punt voor de eigen gemeente uit te werken in lijn met en volgens de systematiek van dit beleid. Het plan betreft een maatwerkconstructie die aansluit bij het functieveranderingsbeleid.
4.5
Waterschap
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten.
Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied. Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.6
Gemeente
4.6.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en "Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
17
Nieuw Milligenseweg I verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten. Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld.
Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied.
Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.
18
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
19
Nieuw Milligenseweg I
Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda
Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied. 4.6.1.1
Veluws natuurgebied met agrarische enclaves
Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen. De gemeente streeft naar een goede balans met de economische ontwikkeling van dit gebied. Karakteristiek Dit gebied bestaat uit diverse bosmilieus, heidevelden en (deels voormalige) agrarische enclaves rond de dorpen Kootwijk en Garderen. De enclaves zijn te karakteriseren als es- en brinkdorpen landschap. Dit deelgebied is van grote betekenis voor recreatie en toerisme met dag- en verblijfsrecreatie. In de agrarische enclave Garderen is de kalverhouderij van belang. In de enclaves zijn ook een boomkwekerij (Garderen) en een paardenhouderij (Kootwijk) opvallend. Gebruik Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen, landbouw is daaraan ondergeschikt. Ook Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Deze defensieterreinen hebben voor een groot deel ook een hoge natuurwaarde. 20
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
De gemeente streeft naar het open houden van waardevolle open essen en ondersteunen het behoud en de ontwikkeling van de natuur. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk wel de balans zoeken met een duurzame economische ontwikkeling. Voor de landbouw rondom Garderen worden mogelijkheden geboden voor bedrijfsontwikkeling, zoals beschreven in het uitwerkingsplan van het Reconstructieplan Veluwe. Die uitwerking streeft ook naar reductie van de uitstoot van ammoniak, onder meer door verplaatsing van een aantal bedrijven naar een betere plek en via technische maatregelen. Gebleken is dat verplaatsen niet eenvoudig is, maar de gemeente ondersteunt verplaatsingsinitiatieven. Verder wordt gewerkt aan kavelruil, erfbeplantingen en aan natuurstroken langs de beken. Daardoor verbetert de kwaliteit van het water. De verblijfsrecreatieterreinen op de Veluwe vallen onder het Groei- & Krimpbeleid van de provincie Gelderland. Groei van deze verblijfsrecreatieterreinen kan uitsluitend plaatsvinden in de groeiclusters Garderen en Kootwijk (Streekplanuitwerking Groei- & Krimpbeleid). De gemeente ondersteunt die groei onder de voorwaarden zoals beschreven in de clustervisies voor Garderen en Kootwijk. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Barneveld mogen geen significant negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden.
Daarbij gaat het in de gemeente met name om ontwikkelingen in de veehouderij en de recreatiesector. De gemeente zal initiatieven van individuele bedrijven op Natura 2000 toetsen in de vergunningprocedure, in overeenstemming met het Gelderse convenant stikstof en Natura 2000. Doorwerking in plangebied Doordat losstaande verouderde recreatiewoningen steeds minder verhuurbaar blijken vanwege een veranderende vraag is de wijziging naar een kleine woning passend. Een woning draagt bij aan een aantrekkelijke overgang richting de Veluwe. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middeldure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000.
In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gen betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.
Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2019) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 950,- in 2018). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) "Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
21
Nieuw Milligenseweg I en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Het toevoegen van één woning past binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering. 4.6.3
Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.6.4
Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wet Voortgang EnergieTransitie (VET) voor aardgasvrij bouwen Per 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen en andere gebouwen met een kleinverbruikaansluiting geen aardgasaansluiting meer. Dit staat in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). De Wet VET is een stap in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving wordt uitgefaseerd. In dit plan wordt als volgt rekening gehouden met aardgasvrij bouwen door gebruik te maken van een luchtwarmtepomp. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke 22
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Er wordt een luchtwarmtepomp gebruikt. De norm voor de geluidsbelasting is als volgt "Bij aangrenzende nieuwbouwwoningen (geschakelde bouw) mag een buitenunit op de perceelgrens met de buren maximaal 40 dB(A) veroorzaken." Het betreft hier géén aangrenzende bebouwing. Wel zal er, gezien de kwetsbare omgeving, gekozen worden voor een luchtwarmtepomp met een maximale geluidsbelasting van 40 dB(A). Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen kunnen geïntegreerd zijn in het ontwerp van het gebouw. De PVpanelen worden gesitueerd op het platte dak. De dakrand is niet hoog genoeg om ze volledig te integreren. Op het midden van het dakvlak kunnen de panelen wel gesitueerd worden onder een helling van maximaal 15°.
Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Er is halfverharding (boeren grind) en voor de parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van een grasmengsel gecombineerd met grastegels.
Bij de inrichting van het buitenterrein is rekening gehouden met duurzaamheid op eigen terrein. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. Doorwerking in plangebied De nieuwe woning wordt een duurzame en wellicht energieneutrale woning (afhankelijk van de opbrengst van de PV panelen). De intentie is om de woning te bouwen door middel van een duurzaam SIP systeem met een in het werk gestortte betonvloer.
Door deze in het werk gestortte betonvloer kiest initiatiefnemer er "Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
23
Nieuw Milligenseweg I ook voor om de bodem zo min mogelijk te roeren.
24
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
Nieuw Milligenseweg I
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Uit de aanwezige beschikbare historische (bodem)informatie blijkt dat er geen verdachte locaties aanwezig zijn. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart Regio De Vallei ligt de locatie binnen de kwaliteitszone Natuur en Landbouw. Een bodemonderzoek is daarom in eerste instantie niet vereist. Doordat de coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wro wordt toegepast (zie paragraaf 8.5 van de toelichting van het plan), is bij de behandeling van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning naar voren gekomen dat er alsnog bodemonderzoeken (bodem/asbest) uitgevoerd moeten worden. Er is daarom alsnog een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8 van de toelichting). Het onderzoek is beoordeeld en akkoord bevonden.
Zo voldoet het bodemonderzoek aan de richtlijnen van het NEN protocol. Het bouwplan valt binnen de contour van het bodemonderzoek. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de boven- en ondergrond niet zijn verontreinigd. Het grondwater is niet onderzocht. Dit is volgens de norm niet vereist. Er is ter plaatse van het schuurtje asbest aangetroffen met gehaltes onder de interventiewaarde. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het bedoelde gebruik. Er is formeel geen sprake van bodemverontreiniging op de bouwlocatie. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Op basis van het voorgaande zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem, inclusief niet gesprongen explosieven, vormt geen belemmering voor dit plan.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
"Nieuw Milligenseweg I" (vastgesteld)
25
Nieuw Milligenseweg I
5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie middelmatige verwachting
Er moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor het maken van een weloverwogen belangenafweging is minimaal een archeologisch bureauonderzoek nodig. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, welke gezien kan worden als een beknopt bureauonderzoek. Uit de 'Archeologische waarden- en verwachtingskaart' van de gemeente blijkt dat binnen het plangebied middelmatige archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt echter onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Er zijn binnen het plangebied geen monumenten aanwezig. Historische stedenbouwkundige waarden vormen dan ook geen belemmering voor dit plan. 5.2.3
Cultuurlandschappelijke waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op de cultuurlandschappelijke waardenkaart is de waarde van het landschap gewaardeerd op een schaal van 1 tot 5. Voor landschappen met een zeer hoge waarde (5) en landschappen met een hoge waarde (4) grenzend aan een landschap met een zeer hoge waarde dient er rekening gehouden te worden met de cultuurlandschappelijke waarde. Het plangebied wordt aangeduid als een landschap met een hoge waarde grenzend aan een landschap met een zeer hoge waarde. Het plangebied betreft een bos op oud cultuurland als onderdeel van een waardevol geheel, bosje omgeven door wallen met oud hakhout. De enken zijn in de 19e en 20e eeuw bebost. Dat gebeurde vooral door de aanleg van percelen van eikenhakhout. Veel van het hakhout is in de loop van de 20e eeuw, toen er geen markt meer was voor eik, omgezet in opgaand eikenbos. Het eikenhout kan ook vervangen zijn door zogenaamde veeleisende boomsoorten als beuk of douglas, die goed gedijen op de voormalige landbouwgronden en daar een zwaar bos vormen. In het bos zijn de resten van het oude cultuurland vaak nog te herkennen. Oude omwallingen, lanen, bomen, wegen, boerderijplaatsen, resten van schaapskooien, en geriefbosjes kunnen voorkomen.
Het beboste cultuurland heeft vaak bijzondere boomvormen die uit het vroegere hakhout voortkomen. Die boomvormen kunnen ook in het bos rondom het vroegere cultuurland liggen. Direct grenzend aan het plangebied liggen droge kampontginningen, engen omgeven door oude wallen, met een zeer hoge waarde. Op het Veluwemassief hebben droge kampontginningen een specifiek karakter. Landbouwgronden rond het dorp Kootwijk zijn cultuureilanden te midden van heidevelden, stuifzanden en bossen. De hoge delen van de stuwwallen zijn al bewoond vanaf Prehistorie. De kampontginning ontstonden vanaf de Middeleeuwen. Boerderijen en akkers kregen in de loop van de Vroege Middeleeuwen een vaste ligging. Er ontstonden kampen: boerderijen of kleine nederzettingen met akkers, bosjes en weiden, die als eilanden te midden van woeste gronden lagen. De ontginningen gebeurden niet planmatig. Doordat men zich aanpaste aan natuurlijke omstandigheden (hoogteverschillen, bestaande vegetatie) ontstond een onregelmatige opbouw van het landschap met vaak kromme lijnen (perceelranden, wallen, wegen, bosranden). Naarmate de bevolking in de loop van de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd toenam groeiden de kampontginningen aaneen tot een aangesloten cultuurland. De 26