Nieuw Milligenseweg I_Toelichting_Bijlage 7 Reptielenonderzoek.pdf
Tekst van het document
Reptielenonderzoek Kootwijk
Opdrachtgever: Dhr. Van Noordenne Ecoloog: P. Smits / P. Wiegel Datum: 26 februari 2020
Inhoudsopgave 1. Colofon 2. Samenvatting en advies 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Kader en methode 4.1. Wettelijk kader 4.2. Onderzoeksmethode 4.3. Toepasbaarheid 5. Bijlagen
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
1. Colofon Onderzoek Locatie Opdracht gever Opdracht nemer Ecoloog Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Identificatienummer Knab bank
Reptielenonderzoek Nieuw Millingseweg 13 Kootwijk Dhr. Van Noordenne Via Dutch Design Studio Bureau Natuurlijk P. Smits / P. Wiegel Oranjelaan 15, 8071 LD Nunspeet 06-41737676 Info@bureaunatuurlijk.nl www.bureaunatuurlijk.nl 66411467 001643256B68 NL15 KNAB 0256 8908 46
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Bureau Natuurlijk is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2020 Bureau Natuurlijk, Nunspeet
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
2. Samenvatting en advies Er is onderzoek uitgevoerd volgens vastgestelde protocollen naar te verwachten reptielen. Dit onderzoek is onder optimale omstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de wet natuurbescherming niet wordt overtreden bij de geplande ontwikkeling. Ten alle tijden geldt zorgvuldig handelen. Indien er toch beschermde soorten aangetroffen worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zal er contact gelegd moeten worden met een ecoloog.
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie aan de Nieuw Millingseweg 13 te Kootwijk, heeft dhr. M. Stomphorst van Dutch Design Studio, namens dhr. Van Noordenne, aan Bureau Natuurlijk gevraagd een reptielenonderzoek uit te voeren in het kader van de Wet Natuurbescherming t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Dit op basis de ‘principetoezegging Nieuw Milligenseweg 13 te Kootwijk’ van de gemeente Barneveld (6 februari 2020; Mw. I. Pater; kenmerk 1131721)
3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het slopen van een recreatiewoning en het bouwen van een nieuwbouwwoning. Het bestaande gebouw betreft een recreatiewoning en enkele bijgebouwen (2 schuren en een houthok). De objecten zijn opgetrokken houten muren en heeft een pannendak (recreatiewoning). De schuren zijn voorzien van golfplaten dakbedekking en het houthok heeft een pannendak. Rondom de bebouwing bestaat de “tuin” vooral uit gras. Het pand bevindt zich nabij de kern van Kootwijk.
Planlocatie Nieuw Millingseweg 13 Kootwijk (Bron: Dutch Design Studio)
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
De kern Kootwijk behoort bij de Nederlandse gemeente Barneveld. De gemeente Barneveld ligt binnen de Nederlandse provincie Gelderland. De kern is gelegen midden in de bossen, op de westflank van de ‘Veluwe’ en heeft een belangrijke toeristische functie. Direct ten zuiden van Kootwijk ligt het, landschappelijk gezien, unieke Kootwijkerzand. Een kleine vijf kilometer ten oosten, in de gemeente Apeldoorn, ligt het dorpje Radio Kootwijk.
3.3 Ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om de huidige opstallen te slopen en een woning terug te bouwen. Een concept ontwerp van de te bouwen woning is toegevoegd.
Achterzijde object
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Houthok
Schuur / Garage
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
4. Kader en methode 4.1 Wettelijk kader De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de zandhagedis, onder andere: 1. Het is verboden de reptielen in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de eieren opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de reptielen te beschadigen of te vernielen. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten.
De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud.
In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Wet Natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij), • Het dunnen van een houtopstand, • Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.
Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
4.2 Onderzoeksmethode De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Door middel van de plaatjesmethode conform het soorteninventarisatieprotocol van Netwerk Groene bureaus is er onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de te verwachten soorten. 3. Er zijn looproutes toegepast bij het inventariseren en monitoren van de te verwachten soorten. 4. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.
4.3 Toepasbaarheid Dit onderzoek is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; februari 2020) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Onderzoek Voor het inventariseren van deze soortgroepen maken wij gebruik van beproefde methoden. Voor hagedissen en slangen is dit bijvoorbeeld de ‘plaatjesmethode’. Met deze plaatjesmethode worden plaatjes in de het veld gelegd en vervolgens met een tussentijd van enkele dagen vier keer gecontroleerd in de optimale (zomer)periode. De plaatjes bieden beschutting en warmen snel op in de zon. Reptielen gebruiken de plaatjes dan ook om warm te worden en voor beschutting (tijdens een regenbui). De activiteit van reptielen zijn in de zomer het best waar te nemen in de vroege ochtend en de late middag, op het heetst van de dag laten de dieren zich niet zien. In de periode juni-augustus zijn de ochtend en het eind van de middag dan ook de beste dagdelen om de dieren te kunnen zien. Op zeer warme dagen of bij slechte weersomstandigheden worden geen inspecties uitgevoerd. Als vuistregel geldt: niet bij een temperatuur van dertig graden Celsius of meer, niet bij regen en niet op dagen met harde wind zonder zon. Er is zoveel mogelijk gehandeld conform de soorteninventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. (zie bijlage). Er zijn op vier plaatsen zogenoemde plaatjes (dakpannen) neergelegd in de ruigte van de tuin, op de rand van het gras, achterop het perceel en bij de rozenstruiken. De plaatjes zijn neergelegd op 3 juni 2020.
Een ruime gewenningsperiode is gehanteerd: 3 juni – 25 juli
locatie van de plaatjes
Diverse controlerondes hebben geen waarnemingen opgeleverd van de genoemde soorten. Tevens wijst niets erop dat er naast de controlemomenten gebruik is gemaakt van de gecreëerde schuilplaats.
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Overzicht controlerondes en weerconditie: Datum 25 juli 2020 8 augustus 2020 20 augustus 2020 27 augustus 2020
Start en eindtijd 6.15 -6.45 uur
Weer
Wind
Waarnemingen
27 graden/droog
2 bft
Geen
17.00-17.30 uur 7.00-7.30 uur
26 graden/droog
2 bft
Geen
20 graden/droog
1 bft
Geen
15.30-16.00 uur
19 graden/droog
2 bft
Geen
Verwachte soorten Hazelworm De hazelworm heeft een verborgen leefwijze en laat zich moeilijk waarnemen. De laatste jaren wordt hij echter vaker gezien, vooral in de zomer. Steeds meer waarnemingen komen binnen van mensen die veel in de terreinen actief zijn (sporters en toeristen). Gerichte inventarisaties met ‘plaatjes’ waar de dieren graag onderkruipen leveren eveneens goede resultaten Zandhagedis De zandhagedis staat op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Hij gaat in zijn gehele verspreidinggebied achteruit. In ons land is het leefgebied van de zandhagedis afgenomen doordat de begroeiing van grassen en struiken sterk toeneemt. Kleine open zandige plekken, die de zandhagedis nodig heeft om zijn eieren af te zetten, groeien dicht. Door het ongeschikt raken van het leefgebied en door uitbreiding van bebouwing en de aanleg van wegen treedt versnippering op. De invloed van verdroging op het leefgebied van de zandhagedis is niet bekend, de verwachting is dat dit probleem in het van nature droge leefgebied niet speelt. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis heeft van alle reptielen in Nederland de grootste verspreiding. Het dier heeft een voorkeur voor vochtige tot natte heide, maar komt ook in droge gebieden voor. Er is weinig bekend over de invloed van verruiging of verdroging.
Invloed van verdroging is aannemelijk maar waarschijnlijk spelen verschillen in beheer een belangrijker rol. Vergrassing met Pijpestrootje speelt waarschijnlijk een minder grote rol omdat hij zich daarin prima thuis kan voelen. Het is wel bewezen dat versnippering een belangrijke oorzaak van achteruitgang is.
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Bedreigingen Een groot aantal bedreigingen worden samengevat met de termen Versnippering, Vermesting en Verdroging. Versnippering geeft aan dat een samenhangend leefgebied van dier of plant door een of andere reden uiteenvalt in delen en dat onderlinge uitwisseling niet meer mogelijk is. Versnippering gebeurt door het ontstaan van barrières (aanleggen van wegen) en door het ongeschikt raken van delen van het leefgebied. Gezien de aard van de ingreep op de projectlocatie is het aannemelijk dat er geen versnippering zal ontstaan omdat het bestaande object wordt vervangen door nieuwbouw. Tijdens de bouwperiode zal er rekening gehouden moeten worden met het grasveld/tuin. Het advies luidt om zoveel mogelijk gebruik te maken van de oprit tijdens de bouwactiviteiten. Het leefgebied wordt niet gescheiden. Vermesting geeft aan dat door een overmaat van voedingsstoffen (eutrofiëring) de vegetatie verandert, bijvoorbeeld in de vorm van vergrassing en verstruiking. De tuin zal onveranderd blijven en bijgehouden worden in beheer. Verdroging is direct gerelateerd aan een verlaagde grondwaterstand. Hoewel de bestemming anders wordt, zal het gebruik niet afwijken van de bestaande situatie en is verdroging niet aan de orde.
Conclusie Door de geleverde inspanning is redelijkerwijs uit te sluiten dat de wet Natuurbescherming wordt overtreden betreffende de reptielen zoals zandhagedis, de levendbarende hagedis alsook de hazelworm.
Bronnen: Handleiding voor het monitoren van reptielen in Nederland (RAVON)
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020
Reptielenonderzoek Kootwijk 2020