Nieuw Milligenseweg I_Toelichting_Bijlage 6 Dassenonderzoek.pdf
Tekst van het document
Dassen-onderzoek Kootwijk
Opdrachtgever: Dhr. Van Noordenne Ecoloog: Dhr. P. Smits / Dhr. P. Wiegel Datum: 20 oktober 2020
Inhoudsopgave 1. Colofon 2. Samenvatting en advies 3. Inleiding 3.1. Aanleiding 3.2. Planlocatie 3.3. Ontwikkelingen 4. Kader en methode 4.1. Wettelijk kader 4.2. Onderzoeksmethode 4.3. Toepasbaarheid 4.4. Onderzoek
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
1. Colofon Onderzoek Locatie Opdracht gever Opdracht nemer Ecoloog Adres Telefoon: Email Internet Kamer van Koophandel nummer BTW Identificatienummer Knab bank
Dassen-onderzoek Nieuw Millingseweg 13 Kootwijk Dhr. Van Noordenne Via Dutch Design Studio Bureau Natuurlijk P. Smits / P. Wiegel Oranjelaan 15, 8071 LD Nunspeet 06-41737676 Info@bureaunatuurlijk.nl www.bureaunatuurlijk.nl 66411467 001643256B68 NL15 KNAB 0256 8908 46
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Bureau Natuurlijk, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Bureau Natuurlijk is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Bureau Natuurlijk voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2020 Bureau Natuurlijk, Nunspeet
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
2. Samenvatting en advies Er is onderzoek uitgevoerd volgens vastgestelde protocollen naar te verwachten das (meles meles). Dit onderzoek is onder optimale omstandigheden uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de wet natuurbescherming wordt niet overtreden bij de geplande ontwikkeling. Ten alle tijden geldt zorgvuldig handelen. Indien er toch beschermde soorten aangetroffen worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zal er contact gelegd moeten worden met een ecoloog.
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie aan de Nieuw Millingseweg 13 te Kootwijk, heeft dhr. M. Stomphorst van Dutch Design Studio, namens dhr. Van Noordenne, aan Bureau Natuurlijk gevraagd een dassenonderzoek uit te voeren in het kader van de Wet Natuurbescherming t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Dit op basis de ‘principetoezegging Nieuw Milligenseweg 13 te Kootwijk’ van de gemeente Barneveld (6 februari 2020; Mw. I. Pater; kenmerk 1131721)
3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreffen het slopen van een recreatiewoning en het bouwen van een nieuwbouwwoning. Het bestaande gebouw betreft een recreatiewoning en enkele bijgebouwen (2 schuren en een houthok). De objecten zijn opgetrokken houten muren en heeft een pannendak (recreatiewoning). De schuren zijn voorzien van golfplaten dakbedekking en het houthok heeft een pannendak. Rondom de bebouwing bestaat de “tuin” vooral uit gras. Het pand bevindt zich nabij de kern van Kootwijk.
Planlocatie Nieuw Millingseweg 13 Kootwijk (Bron: Dutch Design Studio)
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
De kern Kootwijk behoort bij de Nederlandse gemeente Barneveld. De gemeente Barneveld ligt binnen de Nederlandse provincie Gelderland. De kern is gelegen midden in de bossen, op de westflank van de ‘Veluwe’ en heeft een belangrijke toeristische functie. Direct ten zuiden van Kootwijk ligt het, landschappelijk gezien, unieke Kootwijkerzand. Een kleine vijf kilometer ten oosten, in de gemeente Apeldoorn, ligt het dorpje Radio Kootwijk.
3.3 Ontwikkelingen De opdrachtgever is voornemens om de huidige opstallen te slopen en een woning terug te bouwen. Een concept ontwerp van de te bouwen woning is toegevoegd.
Achterzijde object
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
Houthok
Schuur / Garage
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
4. Kader en methode 4.1 Wettelijk kader De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op de zandhagedis, onder andere: 1. Het is verboden de reptielen in zijn natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de eieren opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de reptielen te beschadigen of te vernielen. Wet Natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten.
De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud.
In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
Wet Natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, • Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, • Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij), • Het dunnen van een houtopstand, • Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.
Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
4.2 Onderzoeksmethode De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Door middel van de cameravallen, conform het kennisdocument das opgesteld door BIJ 12, is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van de te verwachten soorten. 3. De opgestelde rapportage is gecontroleerd en beoordeeld door een tweede lezer.
4.3 Toepasbaarheid Dit onderzoek is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; februari 2020) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.
4.4 Onderzoek Voor het inventariseren van deze soortgroepen maken wij gebruik van beproefde methoden. Het aantonen van aanwezigheid of van afwezigheid. Allereerst is onderzocht of in of nabij het gebied waar de activiteiten plaats gaan vinden dassen aanwezig zijn. Het inventarisatieonderzoek kan niet in alle maanden van het jaar even effectief plaatsvinden. Ook moet er rekening gehouden worden met de doorlooptijd van een aanvraag tot ontheffing en met de tijd die nodig is voor het vooraf uitvoeren van maatregelen ten gunste van de das. Het onderzoek moet daarom vaak tijdig voor de aanvang van de activiteiten gestart worden. Als op basis van de best beschikbare verspreidingsgegevens duidelijk is dat aanwezigheid van een soort niet te verwachten valt of de ingreep is zodanig beperkt dat er geen overtreding van een verbodsbepaling is te verwachten, kan van nader onderzoek worden afgezien. Uit de QuickScan van Bureau Natuurlijk is gebleken dat een soort redelijkerwijs aanwezig kan zijn. Het inventarisatieonderzoek kan niet in alle maanden van het jaar even effectief plaatsvinden. De das is voornamelijk beschermd onder het algemeen voorzorgsbeginsel (art.1.11) en het verbod op beschadigen of vernielen van de burcht en het verbod op vangen of doden van de das (art 3.10).
De benodigde inspanning voor het aantonen van de aan- of afwezigheid van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen en exemplaren van de das is sterk afhankelijk van het gebied, de ervaring van de waarnemer, de gebruikte methodiek, en het moment in het jaar dat de inventarisatie plaatsvindt. Bij het inventariseren moet gelet worden op de habitatkenmerken waarvan de das afhankelijk is, om zo de meest kansrijke plekken voor
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
aantreffen te bepalen. Afhankelijk van de situatie moet worden bekeken welke methode het meest effectief is. Dassen komen meestal pas in de schemering of in de nacht uit hun verblijfplaats tevoorschijn. Het waarnemen van een das vindt dan ook niet vaak plaats. Aanwezigheid van dassen in een gebied kan het beste aangetoond worden door de sporen die ze achterlaten te inventariseren. De aanwezigheid van een burcht die in gebruik is kan op de volgende manieren worden aangetoond: •
•
•
Er zijn burchten, graafactiviteiten, wissels, haar aan prikkeldraad, mestputjes, vraatsporen, en dergelijke aangetroffen. Deze zaken zijn in agrarisch gebied vooral te vinden langs beplantings- en boselementen en andere lijnvormige elementen. Dit onderzoek kan het beste worden verricht van september tot en met mei. Daarbij moet rekening worden gehouden met minder activiteit van dassen tijdens koude perioden. Het staat vast dat de burcht in gebruik is of in de afgelopen vijf jaar in gebruik is geweest. Dit blijkt bijvoorbeeld uit informatie uit de databases van Das & Boom of van dassenwerkgroepen. Het gebruik is vastgesteld met behulp van camera’s (‘cameravallen’). De camera’s maken bij voorkeur geen gebruik van zichtbaar infrarood bij de opnamen. In de praktijk zullen meerdere camera’s nodig zijn om het gebruik van een burcht met een groot aantal ingangen goed in beeld te brengen. Bij het uitvoeren van het onderzoek is het belangrijk aandacht te schenken aan de controle van potentieel geschikte locaties en om navraag te doen bij dassenwerkgroepen of bij beheerders, boeren of andere bewoners in het gebied. Vaak zal het nodig zijn om de waarnemingen gedetailleerd te tekenen op een (veld)kaart of met gps in te meten, zodat het mogelijk is om exact te weten waar de burchten zijn en waar wissels en dergelijke lopen.
Periode van inventariseren In de onderstaande figuur wordt de geschiktheid van perioden voor inventariseren voor de verschillende inventarisatiewijzen aangegeven. Ook buiten deze perioden kan soms worden geïnventariseerd, maar dan zal meer onderzoeksinspanning verricht moeten worden.
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
Bevindingen dassen-onderzoek Gedurende de periode van het reptielenonderzoek 25 juli -27 augustus zijn er cameravallen geplaatst om de functie van het plangebied betreffende de das te kunnen beoordelen. Het gebied heeft potentie als (netwerk)leefgebied voor de das. Diverse databanken (Das en Boom; NDFF en waarneming.nl) geven aanwezigheid weer van de das in dit bosgebied. Er is in een straal van 150 meter rondom de planlocatie geen dassenburcht aangetroffen. Ook geen vluchtpijpen, latrineputjes of andere sporen van aanwezigheid. Wel is een wissel aangetroffen komende vanaf het grasland langs en/of door de tuin van het perceel. De cameravallen zijn zo opgesteld dat een eventuele vaste (trek)route in beeld zou worden gebracht. In de maand van het onderzoek is geen enkele das in beeld gevangen. Wel ‘bijvangsten’ zoals ree, edelhert, katten en een hond. Er is sprake van een gebied waar zich geen duurzame populatie kan bevinden, maar het gebied maakt wel deel uit van een netwerk aan gebieden, die gezamenlijk wel een op langere termijn duurzame populatie mogelijk maken. Conclusie: Tijdens het onderzoek zijn geen (beeld)waarnemingen geweest van de das. Het is aannemelijk dat de planlocatie dan ook geen essentiële functie heeft betreffende de gunstige staat van instandhouding van de das. Een ontheffing wet Natuurbescherming is niet nodig betreffende artikel 3.10.
Artikel 1.11 blijft onverkort van toepassing (zorgvuldig handelen).
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020
Locatie cameravallen
Gebruikte cameravallen: Denver Wildlifecamera WCS-5020
Dassen-onderzoek Kootwijk 2020