Nieuw Milligenseweg I_Toelichting_Bijlage 1 Voortoets ecologie.pdf
Tekst van het document
Vermoedelijk worden echter de (afnemende!) Scandinavische populaties (waarvan de jonge vogels via Italië naar Tunesië trekken, en onderweg op Malta zwaar belaagd worden), heviger door jacht getroffen dan de Nederlandse (trek overwegend langs Gibraltar). Een ernstiger bedreiging vormt vermoedelijk de snelle verdwijning en aftakeling van tropisch regenwoud, waarmee de overwinteringhabitat (tevens het leefgebied van vogels die nog niet broedrijp zijn) ernstig wordt aangetast. In de broedgebieden leeft de soort teruggetrokken of onopvallend en loopt daardoor weinig kans op verstoring. Wespendieven kunnen succesvol broeden op korte afstand van wandelpaden of nabij drukke verkeerswegen. Menselijke activiteit leidt er echter wel toe dat beschikbaar voedsel in de vorm van wespennesten niet geëxploiteerd kan worden: Wespendieven moeten in alle rust de raten uit kunnen graven en komen vele malen (2-9) terug bij een wespennest voordat alle oogstbare raten zijn meegenomen naar het nest. In Nederland heeft hij geen last van illegale vervolging of vergiftiging. Habitatkenmerken: De Wespendief broedt in bos, variërend van uitgestrekt gesloten bos tot bosfragmenten in halfopen landschap. Beoordeling: habitat wordt niet aangetast. Storing gering. Effecten zijn gering en zeker niet significant.
Nachtzwaluw: Caprimulgus europaeus Storing (pagina 94 factsheet) De Nachtzwaluw is aantoonbaar gevoelig voor recreatie, waaronder wandelen en fietsen. Het meest nadelig is recreatie buiten de paden waarbij nesten verstoord kunnen worden, bijvoorbeeld door loslopende honden. Ook nachtelijke recreatie (‘dropping’) is risicovol. Autoverkeer van rijkswegen heeft een merkbaar negatief effect op vestiging (niet bekend waardoor, waarschijnlijk door geluidsbelasting). Autoverkeer op asfaltwegen in broedgebieden kan een verhoogde (mogelijk toegevoegde) mortaliteit tot gevolg hebben. Nachtzwaluwen hebben de neiging om ’s avonds en ’s nachts op het relatief warme asfalt te gaan zitten of er laag boven te foerageren, wat een serieus risico op aanvaring met voertuigen inhoudt.
Voortoets Nieuw Milligenseweg 13, Kootwijk
32
Recreatie: geen betreding van potentiële broedhabitat, wandelroutes niet langs randen. TBO’s in de omgeving van het plangebied hebben een aanlijnplicht alsmede een geslotenverklaring na zonsondergang op wandel- en ruiterpaden. Beoordeling: habitat wordt niet aangetast. Storing gering. Effecten zijn gering en zeker niet significant. Roodborsttapuit: Saxicola rubicola Storing (pagina 119 factsheet) De soort lijkt weinig gevoelig voor storing door mensen. Er is geen afname in broeddichtheid aangetoond langs paden en wegen, en in verschillende gebieden met intensieve recreatie en menselijke aanwezigheid (zowel in Gelderland als daarbuiten) is de soort toegenomen. De Roodborsttapuit is wel gevoelig voor verstoring door verkeersinvloeden. Habitatkenmerken: Roodborsttapuiten zoeken hun voedsel en nestgelegenheid in structuurrijke open gebieden. Beoordeling: habitat wordt niet aangetast. Storing gering. Effecten zijn gering en zeker niet significant omdat er slechtst enkele (groenblijvende) hagen in een open gebied verdwijnt. De Structuurrijke bosrand blijft intact en wordt zelfs voorspelbaarder/gewenning aan continue activiteit (in en buiten het broedseizoen) Boomleeuwerik: Lullulla arborea Storing (pagina 39 factsheet) Hoewel niet schuw, en soms broedend in drukbezochte gebieden, is de soort aantoonbaar gevoelig voor recreatie, waaronder ook wandelen en fietsen op paden.
Gebieden met recreatie hebben lagere dichtheden en de mate van kolonisatie wordt met 50% gereduceerd bij tenminste 8 verstoringen per uur. Op de Veluwe bleken Boomleeuweriken in gebieden met veel recreatie jaarlijks slechts één broedsel groot te brengen. Een toename van recreatie in gebieden waar al een grote recreatiedruk bestaat heeft minder negatieve invloed dan herverdeling van de recreatiedruk over een groter gebied. Autoverkeer op rijkswegen heeft een merkbaar negatief effect op de vestiging (niet bekend waardoor, waarschijnlijk door geluidsbelasting). Effecten van kunstlicht zijn niet bekend. Beoordeling: habitat wordt niet aangetast. Storing gering. Effecten zijn gering en zeker niet significant. Draaihals: Jynx torquilla Storing (pagina 49 factsheet) Er zijn aanwijzingen dat Draaihalzen gevoelig zijn voor menselijke aanwezigheid. Bij nestcontroles te Planken Wambuis werd (bij 8 nesten in de periode 1974-2005) vastgesteld dat broedvogels relatief langzaam terugkeren naar het nest, ook indien de verstoringsbron zich op betrekkelijk grote afstand bevindt. Autoverkeer van rijkswegen heeft een merkbaar negatief effect op vestiging (niet bekend waardoor, waarschijnlijk door geluidsbelasting), terwijl de soort door zijn gewoonte om op de grond te gaan zitten (ook verharde wegen) bovendien extra kwetsbaar is (verkeersslachtoffers). Effecten van kunstlicht zijn niet bekend.
Voortoets Nieuw Milligenseweg 13, Kootwijk
33
Habitatkenmerken: De kwaliteit van het bestaande leefgebied op de Veluwe lijkt te laag om een levensvatbare populatie Draaihalzen te herbergen. Doorslaggevend is de beschikbaarheid van voedsel in de vorm van mieren. Broedplaatsen in voormalig eikenhakhout zijn geheel verlaten, de huidige broedplaatsen betreffen randmilieus van droge heide met zomen van eiken en berken. Beoordeling: habitat wordt niet aangetast. Storing gering. Effecten zijn gering en zeker niet significant.
Eindconclusie effectbeoordeling: Er is een inschatting gemaakt van de verstoringseffecten door de wijziging van bestemming en de toename aan licht en geluid door de planontwikkeling. 1. Licht: Op basis van de effectbeoordeling doelsoorten N2000 gebieden Veluwe (en Rijntakken) en het stappenplan effectafstanden is de aanvraag op voorhand niet vergunning plichtig aangaande de verlichting. 2. Geluid: Er kan gesteld worden dat geluidshinder geen effect heeft op genoemde doelsoorten en dus niet vergunning plichtig zijn. 3. De verstoringsgevoeligheid in relatie tot de habitatsgeschikheidskenmerken per doelsoort geeft geen aanleiding om aan te nemen dat de planontwikkeling (significante) negatieve invloed heeft op de instandhoudingsdoelen Natura2000 Veluwe
Voortoets Nieuw Milligenseweg 13, Kootwijk
34
6. Verantwoording Literatuur • Wet Natuurbescherming • Fauna inventarisatie, Rik Schoon • Definitielijst NGB • Binnenwerk beheerplan N2000 ‘Veluwe’ • Gebruikershandleiding effectenindicator • Rapport effectafstanden Natura 2000 • Ministerie van EZ (2014). Besluit van 11 juni 2014 tot aanwijzing van de Veluwe als Natura 2000-gebied (PDN/2014-057; Stcrt. 2014, 17732). • Ministerie van EZ (2016). Wijzigingsbesluit Natura 2000-gebied Veluwe (Directie Natuur & Biodiversiteit | DN&B/2016-057 |Veluwe (wijziging)). • Provincie Gelderland (2018). Geconsolideerde Omgevingsvisie en -verordening Gelderland (december 2018). • Sierdsema, H. (2015). Toelichting abundantiekaart en aantalsschatting Zwarte Specht Veluwe. Sovon Vogelonderzoek Nederland,juni 2015. Internet • www.rvo.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.bij12.nl • www.ravon.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.ndff.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.natura2000.nl • www.barneveld.nl • www.Gelderland.nl/ • www.google.nl/maps
Voortoets Nieuw Milligenseweg 13, Kootwijk
35