Memo maximale schenktijd ontheffing paracommerciële instellingen d.d. 3-12-24
Tekst van het document
Raadsmemo ter verduidelijking van een gedeelte van de voorgestelde wijzing van de APV van Barneveld
Datum: Onderwerp: Ter attentie van: Afzender:
2 december 2024 Maximale schenktijd bij ontheffing van beperkingen die gelden bij paracommerciële inrichtingen. De Raad College van Burgemeester en Wethouders
Portefeuillehouder
J. van der Tak
Mail behandelaar
l.berg@barneveld.nl Telefoonnummer 06 21 38 21 66 Samenvatting De invoering van artikel 2:34h, derde lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) beperkt de huidige mogelijkheden om een ontheffing voor een paracommerciële inrichting niet. Doel Tijdens de commissie Bestuur op 26 november 2024 zegde de burgemeester toe om het voorstel tot wijziging van de APV op het bovengenoemde aspect te verduidelijken. Dit memo geeft een uitgebreidere uitleg die hopelijk deze verduidelijking geeft. Inhoud memo Inleiding Aan de raad hebben wij het voorstel gedaan tot wijziging van de APV van de gemeente Barneveld. Een deel van dit voorstel ziet op het verplaatsen van de bepalingen van de huidige gemeentelijke Drank- en horecaverordening (hierna: de DHV) naar de APV. Het betreft de artikelen I, onder E, F en G van de bij het raadsvoorstel gevoegde concept-besluit. Deze bepalingen geven uitvoering aan onderdelen van de Alcoholwet die met name zien op zogeheten paracommerciële inrichtingen.
Paracommerciële inrichtingen Binnen paracommerciële inrichtingen vinden horeca-activiteiten plaats, maar die zijn - anders dan bij de reguliere horeca - niet de hoofdactiviteit.
De hoofdactiviteit van de stichting of vereniging betreft bijvoorbeeld het stimuleren van de activiteiten van sportieve aard. Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld hiervan is de ‘klassieke’ kantine van een sportclub. Paracommerciële inrichtingen hebben ten opzichte van reguliere horeca verschillende economische voordelen, zoals belastingvoordeel. Daarom stelt de Alcoholwet gemeenten de verplichting om bij verordening regels te stellen over: • schenktijden; • het schenken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard (zoals een huwelijk of een verjaardag); • het schenken tijdens bijeenkomsten van derden (die niets met de betreffende stichting of vereniging te maken hebben). Uit de DHV volgt (samengevat) dat de schenktijden voor paracommerciële inrichtingen beperkter zijn dan bij de reguliere horeca en dat het verboden is om daarin te schenken tijdens de bedoelde bijeenkomsten. Gemeenschapshuizen zijn van die verboden uitgezonderd. Daarnaast is een deel van het vigerende alcoholmatigingsbeleid ‘Wise’ ook specifiek gericht op paracommerciële inrichtingen om onder meer te voorkomen dat jeugdleden van de sportclub in aanraking komen met alcohol. Ontheffing van die beperkingen voor paracommerciële inrichtingen De burgemeester mag volgens de Alcoholwet ontheffing van de genoemde beperkingen voor paracommerciële inrichtingen verlenen.
Het moet dan in ieder geval gaan om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Dit is zo beperkt wegens de wettelijke opdracht aan gemeenten om oneigenlijke concurrentie zo veel als mogelijk tegen te gaan. Voor de rest heeft de burgemeester enige ruimte (een zogeheten discretionaire ruimte) om nader invulling geven het toepassen van die ontheffingsbevoegdheid. Die ruimte wordt vooral beperkt door de zogeheten beginselen van algemeen bestuur, zoals het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het verbod van willekeur, etc. In de gemeente Barneveld vult de burgemeester de bedoelde ruimte onder andere in door bij het verlenen van dergelijke ontheffingen niet toe te staan dat er op maandag t/m vrijdag per dag in totaal meer dan 5 uur geschonken wordt. Op de dagen in het weekend en op feestdagen bedraagt die maximale schenktijd 8 uur per dag. Deze maxima zijn hetzelfde als de maximale reguliere schenktijden in paracommerciële inrichtingen (zie artikel 7, eerste lid van de DHV). Met andere woorden: een ontheffing biedt de aanvrager ervan niet de mogelijkheid om per dag een langere tijd alcoholische dranken te schenken dan dat de betreffende paracommerciële inrichting zonder deze ontheffing per dag had mogen schenken. Voor zover bekend heeft deze beperking nooit tot klachten geleid.
Soms vragen aanvragers zich af of de genoemde maximale schenktijd per bijeenkomst is. Dat is niet het geval: het gaat om de totale schenktijd op één dag.
Als er bijvoorbeeld op Koningsdag door één paracommerciële inrichting twee feesten gehouden worden die niet alleen toegankelijk zijn voor de leden van de betreffende club dan is daarvoor een ontheffing nodig van het verbod om zulke feesten te houden. Als tijdens het eerste feest al 8 uur alcoholische drank geschonken is, staat de burgemeester het niet toe dat in zo’n geval tijdens het tweede feest er weer alcoholhoudende drank wordt geschonken. De maximale schenktijd voor een feestdag is immers dan al opgebruikt door dezelfde paracommerciële inrichting. Het maakt daarbij overigens niet uit of die feesten op dezelfde of op een andere locatie plaatsvinden. Met het voorstel tot wijziging van de APV (zie het voorgestelde artikel 2:34h, derde lid) zet de gemeente deze beleidspraktijk ongewijzigd voort, met dien verstande dat deze - anders dan nu - expliciet in de verordening vermeld wordt. Vooral omdat deze invulling van deze ontheffingsbevoegdheid standaard is en in lijn is met het alcoholmatigingsbeleid, komt dit de transparantie binnen de ontheffingsprocedure ten goede. Evenementen: een andere ontheffing Een ander voorbeeld dan dat tijdens de commissie Bestuur van 26 november 2024 aan de orde kwam, ziet op het schenken van alcoholhoudende dranken tijdens evenementen die niet in paracommerciële (of commerciële) inrichtingen georganiseerd worden.
De onder het vorige kopje besproken ontheffing, is daarop niet van toepassing. Er kan wel een ontheffing van het verbod om buiten zo’n inrichting alcoholische dranken te schenken nodig zijn. Dat is echter een andere ontheffing dan die hierboven besproken ontheffing. Deze ontheffing, ook wel ‘tapontheffing’ genoemd, is mogelijk op grond van artikel 35 van de Alcoholwet en staat los van de ontheffing uit (nu) de DHV en (na vaststelling door uw raad) uit de APV. De schenktijden die aan een tapontheffing zijn gekoppeld zijn meer maatwerk dan in geval van ontheffingen van de beperkingen bij paracommerciële inrichtingen. Vanzelfsprekend is dat maatwerk ook in lijn met bijvoorbeeld het alcoholmatigings-beleid. Voor de goede orde Het is mogelijk dat uw raad de hierboven besproken beleidspraktijk dusdanig wil wijzigen dat de reguliere maximale schenkduur per dag voor paracommerciële inrichtingen niet meer standaard bij besluitvorming over deze ontheffing in acht genomen wordt. Als dit vastgelegd wordt, zou daarmee de ruimte waarover de burgemeester beschikt bij toepassing van deze bevoegdheid in concrete gevallen beperkt worden. Wij voorzien dat dit in juridisch opzicht problematisch kan zijn, doordat zo’n beperking zich moeilijk verhoudt tot deze discretionaire bevoegdheid die in de Alcoholwet aan hem toegekend is.
Dat zal nadelige effecten kunnen hebben op de uitvoering van het alcoholontmoedigingsbeleid en het voldoen aan de verplichting om oneigenlijke concurrentie in te perken, die hierboven besproken zijn. Vervolg Uw raad behandelt het bedoelde voorstel tot wijziging van de APV tijdens haar vergadering van 11 december 2024.