CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Meentweg IV partiële herziening grenscorrecties14.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

september 2022 bestemmingsplan Plannr. 1652

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3

7

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Regio 4.5 Waterschap 4.6 Gemeente

9 9 9 10 12 14 15

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

21 21 23 24 27 28 29 29 30 30 30 32 32 33 33 33

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 Handhaving

35 35 35 35 35 36 36

Hoofdstuk 7

38

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Advies brandweer (2019)

Bijlage 2

Advies OddV milieuaspecten (2019)

2

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

39 39 39 39 39

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Bijlage 3

Berekening stikstofdepositie aanlegfase woning (2020)

Bijlage 4

Berekening stikstofdepositie gebruiksfase (2020)

Bijlage 5

Inrichtingsplan beplanting (2019)

Bijlage 6

Inrichtingsplan beplanting - tekening (2019)

Bijlage 7

Onderbouwing stikstofdepositie (2020)

Bijlage 8

Onderzoek geluid (2021)

Bijlage 9

Plattegrond nieuwe situatie (2020)

Bijlage 10

Verkennend asbest- en bodemonderzoek (2020)

Bijlage 11

Quickscan Wet natuurbescherming (2020)

Bijlage 12

Vervolgonderzoek ecologie (2020)

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

3

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

4

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor de percelen Meentweg 19, kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie F, nummers 2116, 2217 en 2218 gedeeltelijk in Kootwijkerbroek is een verzoek ingediend om met functieverandering een niet-agrarisch bedrijf met bedrijfswoning te realiseren en de bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere woning. Het niet-agrarisch bedrijf betreft een werkplaats voor lichte metaalconstructies. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

Voorliggende partiële herziening van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan. De bijlagen bij de toelichting zijn opgenomen in alfabetische volgorde.

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

5

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de Meentweg 19 nabij de kern Kootwijkerbroek. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Meentweg. Aan de oost-, zuid- en westzijde vormt agrarisch gebied de grens van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 3 Begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

In het bestemmingsplan "Grenscorrecties" (2020, NL.IMRO.0203.1462-0003) heeft de raad van gemeente Barneveld de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3) toegekend aan de gronden van het perceel Meentweg 19. In artikel 3 van bestemmingsplan "Grenscorrecties" staat in het kort dat de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het exploiteren van een niet-agrarisch bedrijf is daar niet toegelaten en een reguliere burgerwoning evenmin. In het bestemmingsplan is geen mogelijkheid opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maakt, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

6

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Gemeente Barneveld heeft een verzoek ontvangen voor het veranderen van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemmingen 'Wonen' en 'Bedrijf - Niet agrarisch' op het perceel Meentweg 19 in Kootwijkerbroek. De onderstaande afbeelding (bijlage 6) betreft het inrichtingsplan dat behoort bij het verzoek. De afbeelding illustreert de voorgenomen ontwikkeling.

Afbeelding 4 Inrichtingsplan De initiatiefnemer heeft de bedoeling de bestaande agrarische bedrijfswoning te wijzigen in een reguliere burgerwoning. Eén van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zal worden gehandhaafd voor het niet-agrarische bedrijf. Verder zal een nieuwe bedrijfswoning worden gerealiseerd. Een deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de sloopmeters worden ingezet voor de functieverandering. De ontwikkeling is in overeenstemming met het "Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016". De sloopmeters die tekortschieten, zijn elders aangekocht. De koopovereenkomst met betrekking tot voormalige veeschuren in Ede dateert van april 2020. Wat betreft de sloopmeters is relevant de volgende passage uit de bijlage bij de zogeheten toezeggingenbrief d.d. 8 augustus 2019 (kenmerk 1117816) van het college van gemeente Barneveld aan de adviseur van de initiatiefnemer: 'Voor de berekening van de aanwezige bebouwing op het perceel Meentweg 19 in Kootwijkerbroek is het 'Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016' van toepassing. Uit nameting van de bebouwing op 31 januari 2019 is gebleken dat de oppervlakte van de te slopen bebouwing 3.324 m2 bedraagt. Hiervan wordt het basisrecht van 80 m2 aan bijgebouwen per woning afgetrokken, waardoor de sloopmeters 3.244 m2 bedragen.

Omdat de oppervlakte aan sloopmeters groter is dan 1.000 m2, wordt conform onderstaande tabel een korting toegepast om de sloopmeters om te zetten naar inzetbare sloopmeters.

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

7

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

De korting voor het perceel bedraagt 872 m2, die van de sloopmeters wordt afgetrokken. Hierdoor bedragen de inzetbare sloopmeters 2.372 m2. Dit wordt geregistreerd in het regionale sloopmeterregistratiesysteem. Bij deze berekening is de oppervlakte van de bestaande (bedrijfs-)woning buiten beschouwing gelaten. Berekening benodigde inzetbare sloopmeters Bij de bestaande woning wordt naast het standaardrecht van 80 m2 nog 328 m² extra aan bijgebouwen gehandhaafd. Hierdoor zijn er 2.044 m² sloopmeters in te zetten. Voor het mogelijk maken van een niet-agrarisch bedrijf van 767 m² zijn 100 m² inzetbare sloopmeters voor het bedrijfsrecht en (500 m² x 2 + 267 m² x 3) =1.801 m² voor de bedrijfsbebouwing nodig, in totaal 1.901 m². Voor het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning is het woonrecht 300 m² inzetbare sloopmeters en daarna 1,5 m² inzetbare sloopmeters per 1 m³ woninghoud. De nieuw te realiseren woning wordt 350 m³ waardoor er voor de bedrijfswoning 825 m² sloopmeters benodigd zijn. Er zijn in totaal 2.726 m² sloopmeters benodigd. Op het perceel zijn 2.044 m² sloopmeters inzetbaar waardoor er nog 682 m² sloopmeters elders aangekocht moeten worden.' De nieuwe bebouwing wordt compact gesitueerd en het erf wordt landschappelijk ingepast. Dit is een ruimtelijke kwaliteitswinst. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

Ter illustratie is een plattegrond van de nieuwe situatie opgenomen als bijlage 9. Met een voorwaardelijke verplichting in de regels van deze partiële herziening van het bestemmingsplan wordt de landschappelijke inpassing gewaarborgd. De gevolgen wat betreft de geluidbelasting op gevoelige objecten zijn onderzocht. Het onderzoek is beschreven in paragraaf 5.5 van deze toelichting bij het bestemmingsplan. Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 8 bij de toelichting en vormt zo deel van de onderbouwing van de gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan.

8

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Doorwerking Het beoogde plan is in lijn met de prioriteiten, in het bijzonder de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI bevordert het gebruik van vrijkomende agrarische bebouwing voor het ontwikkelen van nieuwe functies. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

9

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 dan wel 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied is in overeenstemming met de omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft geen specifieke eisen die betrekking hebben op de voorgenomen functieverandering van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemmingen 'Wonen' en 'Bedrijf - niet agrarisch'.

Uit het onderstaande fragment van de kaart die hoort bij de omgevingsvisie blijkt dat grote zonneparken en windenergie mogelijk zijn. Daarin voorziet de voorliggende, partiële herziening van het bestemmingsplan echter niet.

10

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Afbeelding 5 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de geconsolideerde Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op kaart 2: Regels Glastuinbouw. Het plan gaat niet om nieuwvestiging, uitbreiding of hervestiging van een glastuinbouwbedrijf. De regels van kaart 2 zijn daarom niet van toepassing op dit plan.

Afbeelding 6 Kaart 2 Regels Glastuinbouw, Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

11

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Doorwerking in plangebied Nu er vanuit de kaarten geen regels worden gesteld, is het plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

4.4

Regio

4.4.1

Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016

In maart 2017 is het “Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016” vastgesteld. Dit betreft een actualisering van de regionale beleidsafspraken over hoe de betrokken gemeenten om willen gaan met het toenemende probleem van leegstand van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen. Het beleid stelt (voormalige) agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze te beëindigen. Daarnaast leidt het tot kwaliteitsverbetering in het buitengebied door de sloopverplichting van overtollige bebouwing en landschappelijke inpassing bij hergebruik / nieuwbouw ten behoeve van nieuwe woonfuncties of niet- agrarische bedrijfsfuncties. Dit regionale beleid is destijds tot stand gekomen als uitwerking van het provinciale functieveranderingsbeleid vanuit het Streekplan 2005. In 2008 is hiervoor de “Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten vastgesteld met in 2012 een “Nadere invulling” daarvan. Vanuit onder meer de praktijkervaringen van de regiogemeenten en jurisprudentie is de wens ontstaan om de beide beleidskaders uit 2008 en 2012 samen te voegen en te actualiseren. Het Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 is dan ook primair geen nieuw beleid.

Wel zijn enkele beleidsaanpassingen/-toevoegingen gedaan; Vereenvoudiging van de systematiek voor afroming/korting van sloopmeters; Een toekomstbestendige en flexibele basissystematiek voor functieverandering naar wonen/werken; (Lichte) stijging van de benodigde compensatie van sloopmeters voor functieverandering naar wonen en werken om in te spelen op de trend en ontwikkeling dat meer agrarische bedrijven zullen stoppen en dat meer (voormalige) agrarische bebouwing vrijkomt; Deelnemende gemeenten Het regionale beleid voor functieverandering is opgesteld vanuit de samenwerking tussen de gemeenten in het Gelderse gedeelte van de regio Food Valley en de gemeente Putten. Het gebied waarop het regionale beleid van toepassing is omvat de gemeenten Nijkerk, Putten, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters Om alle sloopmeters gelijkwaardig te maken en de voorgaande systematiek van afroming te vereenvoudigen, worden sloopmeters als eerste stap in een functieveranderingsproces vóór gebruik of verkoop 'omgezet' naar een 'inzetbare sloopmeters'. Bij hergebruik van bestaande bebouwing geldt ditzelfde. De oppervlakte van de te hergebruiken bebouwing wordt eerst berekend als 'sloopmeters', waarna de omzetting plaatsvindt naar 'inzetbare sloopmeters'.

Voor het omzetten van de sloopmeters naar inzetbare sloopmeters wordt een korting toegepast (voorheen was dit de afroming), afhankelijk van de grootte van de slooplocatie. Regionale inzetbaarheid van inzetbare sloopmeters Het slopen van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen wordt bevorderd door een regionale inzetbaarheid van de sloopmeters. Dit betekent dat er de mogelijkheid is om salderingslocaties te benutten die in een andere regiogemeente liggen dan de locatie waar de meters worden ingezet. De markt voor aankoop en/of verkoop van inzetbare sloopmeters door marktpartijen is daarmee groter. Basissystematiek Vanuit het functieveranderingsbeleid zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen door middel van compensatie van inzetbare sloopmeters mogelijk in twee hoofdvormen met een basissystematiek; functieverandering naar wonen; functieverandering naar werken: (niet-agrarische) bedrijven, maatschappelijke en recreatieve functies.

12

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

De basissystematiek is opgebouwd met een standaard 'recht' voor een nieuwe woning/wooneenheid of niet-agrarisch bedrijf, het woningrecht en het bedrijfsrecht waarvoor een compensatie van inzetbare sloopmeters nodig is. Daarnaast wordt compensatie van inzetbare sloopmeters gevraagd per 1 m³ inhoud van de woning of 1 m² vloeroppervlakte niet-agrarisch bedrijf. Verbrede mogelijkheden (gemeentelijke keuze) In het geactualiseerde beleid is evenals in de voorgaande beleidsdocumenten een 'gereedschapskist' aan verbrede mogelijkheden voor de inzet van inzetbare sloopmeters opgenomen. Gemeenten hebben de keuzemogelijkheid uit deze regionaal afgestemde 'gereedschapskist' die onderdelen te kiezen die hen passen. Dit in aanvulling op de hoofdopzet van het beleid. De met de actualisering toegevoegde mogelijkheden geven meer ruimte voor nieuwe (maatwerk) ontwikkelingen. Een toegevoegde mogelijkheid is functieverandering van een woning naar een woongebouw, voor onder meer mogelijk toekomstige mantelzorgsituaties of meergeneratiewoningen. Daarnaast is een maatwerkmogelijkheid toegevoegd om in nog niet uitgewerkte situaties oplossingen te bewerkstelligen die in overeenstemming zijn met de lijn en de systematiek van dit beleid.

Doorwerking in plangebied In hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING is de relevante tekst over sloopmeters en het functieveranderingsbeleid uit de bijlage bij de toezeggingenbrief d.d. 8 augustus 2019 aangehaald. Daaruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het functieveranderingsbeleid.

4.4.2

Beeldkwaliteitsplan functieverandering

De beeldkwaliteitsplannen functieveranderingen Gelderse Vallei (uit 2008) en Agrarische Enclave Uddel-Elspeet (uit 2009) hebben als primaire functie om de ambities ten aanzien van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij functieveranderingen weer te geven (erfbeplanting, oriëntatie en plaatsing bouwmassa’s op het erf, architectuur, materiaalgebruik en dergelijke). Doorwerking in plangebied Door initiatiefnemer is een inrichtingsplan, waar ook beeldkwaliteit onderdeel van uitmaakt, ingediend dat is besproken en akkoord bevonden in het overleg voor verzoeken in het buitengebied.

4.4.3

Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe

Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.

Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

13

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120. In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15)

4.5

Waterschap

4.5.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5.2

BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe

Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel 14

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6

Gemeente

4.6.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

15

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

Afbeelding 7: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk 16

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het volgende deelgebied.

4.6.1.1

Agrarisch bedrijvenlandschap

Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomstgerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren. Karakteristiek Het deelgebied wordt gekarakteriseerd door afwisselend kleinschalig landschap met diverse cultuurhistorische landschapstypes (kampenlandschap, heideontginningslandschap et cetera). Deze verschillende landschapstypen zijn op veel plekken niet langer direct herkenbaar. De agrarische bedrijven zijn op de voorgrond aanwezig in dit gebied. Sommige delen van het gebied zijn dichter dan andere delen door kleinschalige landschapselementen als houtsingels en door erfbeplanting. Daarbij vormen lanen en beken belangrijke landschappelijke elementen. De lanen zijn echter niet altijd consequent doorgezet en daardoor worden routes niet geaccentueerd. De beken vallen in de kleinschaligheid van het landschap nauwelijks op. In het groeiseizoen draagt de maïsteelt bij aan het kleinschalige karakter van het gebied. Gebruik Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor bedrijven die in staat zijn om te investeren.

Andere bedrijven zullen stoppen met hun agrarische activiteiten. In het kader van het functieveranderingsbeleid worden, in gevallen van vrijkomende en leegstaande agrarische bebouwing, planologische mogelijkheden geboden voor functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid. Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw.

4.6.2

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

17

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling.

Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw.

Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is.

Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.

Doorwerking in plangebied Er komen zonnepanelen en een warmtepomp in de nieuwe bedrijfswoning. Deze is ook gasloos. Verder komt er energiezuinige verlichting en is gekozen voor optimale isolatie van de nieuwe gebouwen.

18

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

4.6.3

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.6.4 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken.

Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

19

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.000,- in 2021). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen.

Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. 4.6.5

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities

Salderen van bouwvlakgroei, nieuwvestiging en omschakeling In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd.

20

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Op verzoek van gemeente Barneveld en in opdracht van de initiatiefnemer heeft Grondvitaal B.V. uit Putten een verkennend asbest- en bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport d.d. 22 oktober 2020 is opgenomen als bijlage 10 bij deze toelichting van het bestemmingsplan. Wat betreft de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem luidt de conclusie van het rapport dat het gehele terrein weliswaar niet kan worden gekwalificeerd als 'onverdacht', maar de aangetroffen concentraties zijn echter van lichte aard en geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil.

Wat betreft de voormalige locatie van de HBO- en dieselolietank kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat in de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters geen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarde zijn aangetroffen van de parameters zijn waarop analyse is uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek naar asbest in de bodem had als uitkomst dat de maximaal toegestane waarde niet wordt overschreden. Het berekende gewogen gehalte asbest in de grond is kleiner dan de helft van de maximaal toegestane waarde van 100 mg/kg d.s. Met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie, zijn milieutechnisch conform NEN 5707 geen bezwaren aan te geven. De bodemdeskundige van Omgevingsdienst De Vallei (OddV) heeft het rapport beoordeeld voor de gemeente: De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodem-/asbestonderzoek of -sanering. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt naar het oordeel van de OddV c.q. de gemeente geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingsplan-/functiewijziging. Wel dient bij de herontwikkeling van de onderzochte locatie rekening te worden gehouden met het vrijkomen van de puingranulaat/-fundatie. Het advies is om deze puinverharding/-fundatie separaat te ontgraven en af te voeren naar een erkend verwerker.

Voor de eventuele sloop van stallen en schuren et cetera dient ook een asbestinventarisatie te worden uitgevoerd.

5.1.2

Ontplofbare oorlogsresten

Op de gemeentebrede kaart is te zien dat een klein gedeelte van het plangebied is aangemerkt als verdacht van afwerpmunitie en brisantbommen.

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

21

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Afbeelding 8 Kaart Conventionele Explosieven Een deel van de planlocatie ligt binnen verdacht gebied volgens de gemeentelijke Risicokaart Ontplofbare Oorlogsresten. Het gebied is verdacht van afwerpmunitie omdat twee kraters ten noord-oosten van het plangebied zijn waargenomen op een luchtfoto van 23 maart 1945.

Afbeelding 9 Luchtfoto (1945) De nieuwbouw vindt plaats net buiten het risicogebied aangegeven op de gemeentelijke kaart. Er worden 22

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties ook opstallen gesloopt (alle naoorlogs) binnen het plangebied. Eventuele Ontplofbare Oorlogsresten zouden bij de bouw van deze opstallen al zijn aangetroffen en verwijderd. Bij het slopen geldt dus geen verhoogd risico meer. Op de luchtfoto hierboven is globaal de planlocatie met blauw omcirkeld. De twee kraters zijn met geel omcirkeld. Verderop noord-oostwaarts is een rode cirkel aangegeven. Hierbinnen is een stelling zichtbaar met een opgeworpen wal in een cirkel er omheen ter bescherming. Hierbinnen stond een afweergeschut. Het gaat zeer waarschijnlijk om een Duitse stelling die door de geallieerden als doel is beschouwd. Hiervan uitgaande zijn de kraters redelijke afzwaaiers gezien de afstand tot de stelling. Het is niet aannemelijk dat afwerpmunitie nog verder weg van de stelling terecht is gekomen. Ook mogen we ervan uitgaan dat de twee kraters gelijktijdig zijn ontstaan via één worp uit een gevechtsvliegtuig. Deze gevechtsvliegtuigen droegen meestal twee bommen met zich mee. We kunnen dus aannemen dat beide bommen zijn afgegaan gezien de kraters en geen sprake is van een blindganger. Er is geen aanvullend onderzoek naar Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog nodig. Bij grondwerkzaamheden binnen het plangebied is het in dit geval verstandig om het bijgevoegde "Protocol Toevalstreffer" te hanteren.

In het protocol staat kort beschreven wat er moet gebeuren als er onverhoopt iets verdachts wordt aangetroffen. Het Protocol Toevalstreffer moet voorafgaand aan de grondwerkzaamheden door de opdrachtgever kenbaar worden gemaakt aan de aannemer grondwerken, zodat deze zijn personeel in het veld kan informeren. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het moederplan "Grenscorrecties" komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen.

5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm.

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

23

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

Afbeelding 10 Archeologische beleidskaart Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

5.2.2

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als jonge vochtige landbouwontginning met een lage waardering. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

24

"Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd.

Stikstof Het plangebied ligt niet in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied, zoals is te zien op het onderstaande kaartfragment. De afstand tussen het plangebied en de Veluwe bedraagt ongeveer 3 kilometer.

Afbeelding 11 Themakaart Natuur- en landschapsbeleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 1 juli 2021 is de partiële vrijstelling in werking getreden voor de aanlegfase in de bouwsector. De partiële vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en de aanleg. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk. Daarom is voor de locatie een AERIUS berekening uitgevoerd van de aangevraagde situatie (bijlage 4). Conclusie van het rapport /de uitgevoerde berekening is dat er geen effect is, met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, in de gebruiksfase. De conclusie luidt dat het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. De berekeningen van de stikstofdepositie (bijlagen 3 en 4) en de bijbehorende onderbouwing (bijlage 7) zijn akkoord bevonden door de adviseur Ecologie van Omgevingsdienst De Vallei.

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets uitgevoerd. In opdracht van de initiatiefnemer heeft het bureau Natuurkompas Ecologisch onderzoek & advies uit Ugchelen een flora- en faunaquickscan uitgevoerd (bijlage 11). Het bureau kwam tot de conclusie dat in het plangebied mogelijk vleermuizen, een koppel steenuilen en algemene broedvogelsoorten aanwezig zijn. "Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties" (vastgesteld)

25

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties

In het rapport staat onder meer het volgende: 'Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op te starten en continu door te laten lopen, worden negatieve effecten op broedvogels voorkomen. Er is dan geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden opgestart, moet een ecoloog voorafgaand aan de start het terrein nalopen op aanwezigheid van broedgevallen. Samengevat is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming indien er mitigerende maatregelen worden getroffen. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming is in dat geval niet noodzakelijk. [...] Een nader onderzoek moet uitwijzen of er daadwerkelijk voortplantings- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in de te slopen stallen aanwezig zijn. [...] Een nader onderzoek moet uitwijzen waar de nestlocatie van de steenuilen zich bevindt en welke negatieve effecten zij mogelijk ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden.' De deskundige flora- en faunacontroleur van Omgevingsdienst De Vallei heeft voor gemeente Barneveld het rapport beoordeeld en akkoord bevonden. Het nadere ecologisch onderzoek d.d. 28 oktober 2020 is net als de quickscan uitgevoerd door bureau Natuurkompas (bijlage 12).

Wat betreft de vleermuizen constateert de deskundige dat binnen het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen, vaste vliegroutes of essentieel foerageergebied zijn aangetroffen. De conclusie luidt als volgt: 'Het plangebied fungeert slechts als marginaal foerageergebied. In de directe omgeving is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Met de sloop van de agrarische opstallen is daardoor geen sprake van negatieve effecten op vleermuizen. Er is dan ook geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb.' Wat betreft de steenuilen concludeert de deskundige dat een compenserende maatregel noodzakelijk is. De maatregel bestaat uit het aanbrengen van permanente verblijfplaatsen in de vorm van marterproof steenuilenkasten binnen het bestaande territorium. Op 17 maart 2020 zijn twee steenuilenkasten geplaatst door de Stichting Stone (Steenuilenoverleg Nederland), die daadwerkelijk in gebruik zijn genomen. De aanwezige jongen zijn geringd. Op 16 augustus 2021 heeft de vergunningverlener Wet natuurbescherming van provincie Gelderland laten weten dat de aangevraagde ontheffing daarmee niet meer nodig is. De aanvraag is ingetrokken op 17 augustus 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b831c074-01a8-4c6e-b18f-e94064d4ae34