CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Meentweg IV, partiële herziening Grenscorrecties_Toelichting_Bijlage 5 Inrichtingsplan beplanting (2019).pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Meentweg IV partiële herziening grenscorrecties4.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijke versterking Meentweg 19 Inrichtingsplan Deelnemernr: Naam: Straat: Postcode, plaats:

PA19MOUW Fam. Mouw Meentweg 19 3774 TK Kootwijkerbroek

E-mail: Telefoonnr: Afwijkend postadres:

nvt

Opsteller plan:

Eward Timmerman

Datum:

8-3-2019

Versie

concept

Stichting Landschapsbeheer Gelderland Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal 026 35 37 444 info@landschapsbeheergelderland.nl www.landschapsbeheergelderland.nl

Inrichtingsplan De familie Mouw is bezig met een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Om te voldoen aan de planologische procedure vraagt de gemeente Barneveld onder anderen voor een landschappelijke inpassing van deze ruimtelijke ontwikkeling en het versterken van het omringende landschap. Stichting Landschapsbeheer Gelderland is gevraagd hiervoor een passend advies voor uit te brengen. Dit plan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (het Broekontginningslandschap (bijlage 2)) en de bijbehorende cultuurhistorische principes gekoppeld aan uw eigen wensen en ideeën. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten. Hieronder volgt een concrete, landschappelijke uitwerking van de door de eigenaar aangedragen locatie.

Leeswijzer In het plan wordt per aan te leggen landschapselement een korte toelichting gegeven op de cultuurhistorische waarde van dit element op uw terrein. Daarnaast is er een uitwerking gemaakt resulterend in een lijst van aan te leggen soorten en aantallen. Ten aanzien van de uitvoering, welke u zelf gaat organiseren, wil ik u wijzen op onze website www.landschapsbeheergelderland.nl waar, naast aanleg, ook de beheeraspecten van de diverse landschapselementen middels instructiefilmpjes te zien zijn.

Beplanting De beplanting ten behoeve van de landschappelijke versterking bestaat uit de volgende landschapselementen;  Knip- en scheerheggen [nr. 1,2,3]  Vrij uitgroeiende struweelhaag [nr. 4,5 ]  Vogelbosje en geriefbosje [nr. ]  Solitaire boom, laanboom of bomengroep [nr. 6,7,8,9,10]  Houtwal en houtsingel [nvt]  Elzensingel en elzenhakhoutsingel [nvt.]  Hoogstamboomgaard [nr. 11 ]  Knotbomen [nvt]  Leibomen [nvt]  Poel [nvt]

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

2

1. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Bestaande haag doorplanten langs de achterzijde van het erf. Zo ontstaat er een meer natuurlijke scheiding tussen erf en weide perceel.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : :

Zie ontwerpkaart 20 meter 4 stuks per meter 80 Gewone beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten

Cultuurhistorische waarde Knip- en scheerheggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringde landschap. Nabij boerderijen en rondom boomgaard en moestuin waren veelal de heggen te vinden. Vaak diende de heggen als eigendoms- of perceelsscheiding. De doornige heg had daarnaast ook nog een belangrijke veekerende functie. Langs de rivieren dienden de heggen om de waterstroom bij overstromingen te remmen en te verdelen, zodat het vruchtbare slib kon bezinken. Knip- en scheerheg Inmiddels zien we dat veel heggen bedreigd worden. Veel heggen zijn uit het landschap verdwenen door de komst van prikkeldraad, de ruilverkavelingen en achterstallig onderhoud. Alle reden om de heg weer terug te brengen in het landschap. Heggen zijn namelijk nog altijd functioneel als windscherm en als veekering, ook bij hoge rivierwaterstanden zorgen ze voor een permanente afrastering. Daarnaast houden ze de grond vast en dragen ze bij aan een goede waterhuishouding. Ook veel dieren hebben profijt van de aanwezigheid van een heg. Vogels gebruiken het als broedplaats; veel kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplaats en voor vleermuizen is een haag erg belangrijk als oriëntatiepunt.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

3

2. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Haag rond de boomgaard.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : :

Zie ontwerpkaart 115 meter 4 stuks per meter 400 Gewone beuk/ haagbeuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten

3. Knip- en scheerheg ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Haag langs de zuid en oostzijde van het nieuwe woon erf, zo ontstaat er een natuurlijke scheiding tussen beide erven en het bedrijfsgedeelte.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : :

Zie ontwerpkaart 120 meter 4 stuks per meter 480 Gewoon beuk 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

4

4. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein De achterzijde van het bedrijf aanzetten met een beplantingsstrook van voornamelijk inheemse struiken en een enkele boomvormer. De beplanting mag vrij open blijven/ variëren in hoogte.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort

: : : : : :

Maat Aanleg en beheer Overig

: : :

Zie ontwerpkaart 105 1 Plantrijen 2 stuks per meter 210 + 4 laanbomen 50 x zwarte els 40 x Haagbeuk 30 x Eenstijlige meidoorn 30 x Hazelaar 25 x Gelderse roos 20 inheemse vogelkers 15 x zwarte bes 2 x zomer eik 10-12 cm 2 x winterlinde 10-12cm 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten

Cultuurhistorische waarde Gelderland kent een grote diversiteit aan lijnvormige landschapselementen, waaronder de vrij uitgroeiende haag en de struweelhaag. De vrij uitgroeiende haag bestaat uit een enkele rij struiken die vrijuit kunnen groeien en de struweelhaag bestaat uit meerdere rijen. De functie van deze hagen was perceelsscheiding en veekering, daarom bestonden de hagen vroeger voornamelijk uit doornsoorten. Soms werden ook nog wat andere struiken en bomen in de haag aangeplant, denk hierbij aan hondsroos, sleedoorn, braam, wilg, eik of es. De Struweelhaag hagen boden beschutting voor het vee en zorgden voor gebruikshout. Door de komst van het prikkeldraad, de schaalvergroting en de ruilverkavelingen zijn veel van deze elementen verdwenen. Vaak worden de termen heggen en hagen door elkaar gebruikt, en regionaal hebben ze soms verschillende betekenissen. De term heg gebruiken we voor strak geschoren elementen, de term haag gebruiken we voor de meer breed en hoog uitgroeiende elementen. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij het leggen of vlechten van hagen. Hagen hebben een grote natuurwaarde. Ze zijn vaak een schuilplaats voor veel vogels en kleine zoogdieren en vergroten daardoor de landschappelijke en ecologische variatie.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

5

5. Struweelhaag ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Bestaande haag doorplanten langs de achterzijde van het erf. Zo ontstaat er een meer natuurlijke scheiding tussen erf en weide perceel.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Plantrijen Plantwijze Aantal Soort

: : : : : :

Maat Aanleg en beheer Overig

: : :

Zie ontwerpkaart 40 meter 1 Plantrijen 2 stuks per meter 80 15 x Hazelaar 15 x veldesdoorn 10 x Eenstijlige meidoorn 10 x Hazelaar 10 x Gelderse roos 10 x krent 10 x rode kornoelje 60 - 80 cm lengte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 0,5 meter uit de eigendomsgrens planten

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

6

6. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het voorerf van het bestaande erf

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plantafstand minimaal 8 meter uit bebouwing 1 1 x winterlinde 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

Cultuurhistorische waarde Een solitaire boom of bomengroep werd regelmatig in het weiland aangeplant als schaduw voor het vee of om het landschappelijke beeld compleet te maken. Ook werd een solitaire boom regelmatig op de hoek van het perceel aangeplant als afbakening (grensboom). Verder vindt men ook regelmatig solitaire bomen rondom het huis. Veel boomsoorten hadden een functie. Zo werd een walnoot vaak in de buurt van de keuken aangeplant omdat de walnoot muggen en vliegen weert en ook zorgde voor schaduw. Laanbomen kennen een historische functie op Solitaire boom bijvoorbeeld landgoederen en grotere boerderijen en buitenplaatsen als onder andere aankleding van wandellanen. Door deze aanplant ontstond er schaduw op het wandelpad. De welgestelde bewoners konden op deze manier geriefelijk wandelen zonder dat men werd gebruind door de zon. Iets wat in die dagen als teken van armoede werd gezien. De statigheid van een rij laanbomen werd door het gebruik van speciale soorten bomen versterkt.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

7

7. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het achtererf.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8 – 10 meter uit de bebouwing 1 1 x Walnoot 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

8. Solitaire boom ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het achtererf.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 6- 8 meter uit de bebouwing 1 1 x zomereik 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

8

9. Boomgroep ………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Twee beeldbepalende boom op het achtererf van de nieuwe woning.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

10.

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8-10 meter uit de bebouwing 2 2 x gewone beuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

Bomenrij

………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Langs de westelijke kavelgrens een bomenrij planten.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart 130 meter Nvt Plantafstand 8-10 meter 13 13 x gewone beuk 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

9

11.

Solitaire boom

………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein Een beeldbepalende boom op het erf.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Soort Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart nvt Nvt Plant minimaal 8- 10 meter uit de bebouwing 1 1 x walnoot 10 -12 cm stamomtrek op 1.10 cm hoogte Zie informatievellen in de bijlage Minimaal 2 meter uit de eigendomsgrens planten

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

10

12.

Hoogstamboomgaard

………………………………………………………………………………………………………………………

Op uw terrein In de weide voor de nieuwe woning een boomgaardje realiseren.

Aanleg nieuw element Locatie Lengte Breedte Plantwijze Aantal Rassen Maat Aanleg en beheer Overig

: : : : : : : : :

Zie ontwerpkaart 35 meter 25 meter Plantafstand 10 meter 8 Zie rassentabel hoogstam Zie informatievellen in de bijlage

Cultuurhistorische waarde Al vele eeuwen wordt in Nederland fruit geteeld in hoogstamboomgaarden. Aanvankelijk waren het vooral kloosters, kastelen en landgoederen. Eind 19 de eeuw begon een grote uitbreiding aan fruitboomgaarden. Onder invloed van de landbouwcrisis stapten veel agrariërs in het rivierengebied over van graanteelt naar hoogstamfruit. Een groot voordeel van het hoogstamfruit was dat er dieren onder konden grazen. Vanaf 1950 is het areaal aan hoogstamboomgaarden flink achteruit gegaan, vanwege de opkomst van de moderne fruitteelt (laagstam). Hoogstamboomgaarden hebben een grote ecologische waarde. Ze leveren nestgelegenheid aan allerlei vogels. De steenuil is een soort die graag broedt in holle takken van fruitbomen. Een heg om de boomgaard als windsingel vergroot de Hoogstamboomgaard natuurwaarde van de boomgaard. Rassentabel: Ras hand/stoof smaak bloeitijd pluktijd Houdbaarheid appels hand/moes Schone van boskoop /keuken/sap 2x /verwerking zuur vroeg eind september zeer goed Sterappel hand zachtzuur laat begin sept goed peer Jodenpeer hand sappig midden oktober goed Pondspeer 2x stoofpeer zoet laat oktober zeer goed pruim Dubbele Boerenwitte* wit vroeg half aug Anna spath* blauw midden begin sept

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

11

ziektes

gevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig ongevoelig

Beplantingslijst ……………………………………………………………………………………………………………………… Onderstaande plantsoenlijst omvat de beplanting die nodig is om het voorgestelde plan uit te voeren. Fam Mouw

PA19MOUW

Nederlandse naam Bosplantsoen 2 jarig maat 60-80 Veldesdoorn Zwarte els Krent Haagbeuk Rode kornoelje Hazelaar Eenstijlige meidoorn Beuk (groen) Inheemse vogelkers Zwarte bes Gelderse roos Boompalen Boompalen Boombeschermer Laanbomen Walnoot Zomereik Winterlinde Beuk (Groen) Zomereik Fruitbomen Appel Appel Peer Peer Pruim Pruim

Maat

Aantal

Acer campestre Alnus glutinosa Amelanchier lamarckii Carpinus betulus Cornus sanguinea Corylus avellana Crataegus monogyna Fagus sylvatica Prunus padus Ribes nigrum Viburnum opulus

60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80 60-80

15 50 10 40 10 55 40 960 20 15 35

Onbehandeld Anti knab

8x250 78

31 8

Juglans regia Quercus robur Tilia cordata Fagus sylvatica Quercus robur

10-12 10-12 10-12 10-12 mk 8-10

2 1 3 15 2

Schone van Boskoop Sterappel Jodenpeer Pondspeer Anna spath* Dubbele Boerenwitte

hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam hoogstam

2 1 1 2 1 1

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

12

Bijlage 1 Plankaart ………………………………………………………………………………………………………………………

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

13

Bijlage 2 (Natte) heide/ broek ontginningen Het landschappelijk inrichtingsplan is zoveel mogelijk afgestemd op het Landschapsbeleid van de gemeente Barneveld. Dit resulteert in een landschappelijk en cultuurhistorisch verantwoorde inrichting, waarbij niet alleen is gelet op de inrichting van het erf, maar ook op de mogelijkheden het landschap in de directe omgeving te versterken. Het erf ligt in het jonge heide/ broek ontginningslandschap. Een landschap dat relatief kort geleden is ontgonnen. De ontginning kent een planmatige aanpak waardoor een rechtlijnig landschap is ontstaan met rechte wegen en percelen. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte wegen met laanbeplanting, hier en daar een bosje en de erven als groene eilanden in een vrij open landschap. De nadruk ligt in dit landschappelijke inrichtingsplan daarom op het behouden van de structuren kenmerkend voor het heide/ broek ontginningslandschap; openheid behouden, aanzetten van lanen, erf- en kavelbeplanting rond de wegen. Richtlijnen Natte heideontginningen/ Broekontginning • • • • •

Relatieve openheid door begrenzing met boomsingels Herstel en behoud bospercelen Begeleiding door forse lanen (zonder ondergroei) als structuurdrager van het landschap Herstel en behoud van houtwallen en houtsingels Behoud van regelmatige kavelvormen

Kavel vorm Blokken en slagenpatronen ingepast in grootschalig geometrisch ontginningspatroon Bouwblok omvang structuur • •

•

Slagen en smalle kavelindeling Bijgebouwen integreren in, of plaatsen achter (ten opzichte v an de openbare weg), het woongebouw/de woongebouwen Bijgebouw en/of bedrijfsgebouw ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Te bereiken doormiddel van ligging en beplanting. Een lagere goothoogte kan dit effect versterken. Op deze manier wordt een goede presentatie van het gehele bebouwingscluster naar de openbare weg bewerkstelligd.

Erfinrichting/ beplanting  

(Knot)elzen- of (Knot)wilgen langs sloten en op de kavelgrenzen in de lengterichting van het landschap Bestaande lijnen in het landschap benadrukken met houtwallen en houtsingels

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

14

  

Aanleggen van broekbosjes Voorzijde complex inrichten als (formele) voortuin Eventueel een solitair of groepen op het erf

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

15

Bijlage 3 Algemene plant informatie Struiken en bosplantsoen Algemeen Dit zijn soorten die of in een rij of per oppervlakte beplant worden. De maat van het geleverde materiaal is doorgaans 60-100 cm hoog. Struiken planten we 1,25 x 1,25 meter uiteen. Bosplantsoen 1,50 x 1,50 meter. In de meeste gevallen krijgt u een gevarieerd sortiment. Er zitten dan wat boomvormers in en wat struikvormers. Met name de manier waarop de menging wordt uitgevoerd kan bepalend zijn voor een goed of minder goed resultaat. Boomvormers: Berk, Es, Els, Eik, Beuk, Esdoorn zijn boomvormers die ook in een beplanting met struiken kunnen voorkomen. De boomvormers dient men als ze gemengd worden geplant met struiken in het midden van een beplanting (niet aan de rand dus) aan te leggen. Struikvormers: Gelderse roos, Sleedoorn, Kardinaalsmuts, Hondsroos en Egelantier zijn soorten die aan de rand van een beplanting het beste resultaat leveren. De Krent, Vuilboom, Hulst, Lijsterbes, Kornoelje en Hazelaar zijn de soorten die beter schaduw verdragen kunnen. Het is dan wel raadzaam om deze soorten in groepjes (wanneer mogelijk, 3-5 stuks) aan te planten. Aanleg De beplanting kan in verschillende verbanden aangeplant worden, in rijen, in driehoeksverband, in een wildverband enz. Voor alle verbanden geldt dat er in zwarte grond geplant dient te worden. Van tevoren ploegen, spitten of frezen is van groot belang.

Daarnaast dient de grond onkruid vrij te zijn en na aanplant ook de eerste jaren onkruidvrij te blijven (gebruik geen gif aangezien de jonge aanplant hier sterk van te lijden heeft). Het planten zelf kan vrij vlug uitgevoerd worden. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is o.a. afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houdt de grond op de schop), plaats het plantje zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantje vasthoudt. De grond iets aanduwen.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

16

Onderhoud De beplanting begint klein, na 2 tot 3 jaar echter zal de beplanting gesloten raakt (d.w.z. de takken van de beplanting elkaar raken) er moet worden gesnoeid. Een beplanting van alleen struikvormers kunt u onderhouden om jaarlijks takken die problemen geven af te knippen. Ook is het mogelijk om dunningen uit te voeren, door struiken af te zetten. Zo kunnen de struiken zich ontwikkelen tot een mooie dichte, met kleurige bessen en bloemen, groene beplantingsvorm. Doet u daarna niks meer dan schieten bepaalde soorten door en wordt de beplanting hol van onderen. Er moet een verjonging plaatsvinden. Verjonging, als de struiken mooi in sluiting zijn, kan plaatsvinden door bijvoorbeeld jaarlijks 1/4 deel af te zetten (niet te laag 15-20 cm). Na 4 jaar is de gehele beplanting dan verjongd. Dit afzetten kan het beste, evenals de dunningen in het najaar plaatsvinden. Voor een beplanting met alleen boomvormers, wat op termijn dus bos dient te worden geldt dat de plantafstand groter is namelijk 1.50 x 1.50 meter en dat het daardoor de eerste jaren niet nodig is om te snoeien e.d. Wanneer de beplanting in sluiting komt, d.w.z. dat de kruinen van de bomen elkaar raken dan is het zaak om de zogeheten "blijvers" te kiezen. Met andere woorden welke bomen mogen groot en oud worden.

Deze bomen moeten de ruimte krijgen om zich in goed te kunnen ontwikkelen, de bomen die rechtstreeks de blijvers hinderen kunnen verwijderd worden. Deze dunning moet verstandig uitgevoerd worden, haal niet teveel weg. Dit proces kan op de langere termijn nog eens uitgevoerd worden zodat de bomen die uiteindelijk moeten overblijven wederom meer ruimte krijgen. Wilt u een beplanting krijgen van bomen met daaronder een struikenetage dan dient u de struiken/boompjes die u wilt behouden vrij te stellen door, wanneer de beplanting gesloten raakt, de omliggende beplanting af te zetten op 15-20 cm boven de grond. Laat de beplanting weer in sluiting komen en herhaal dan deze ingreep. Op deze manier krijgt u een mooie dichte beplanting met opgaande soorten. Dit snoeien kan het beste in het najaar plaats vinden. Voor alle drie de beplantingsvormen geldt dat water geven en onkruidbestrijding in de eerste jaren van groot belang is. Ook is het belangrijk dat het vee of het wild niet bij de jonge beplanting kan komen. Tevens is het raadzaam om voor het juiste onderhoud de cursus landschappelijke beplantingen van Stichting Landschapsbeheer Gelderland te volgen.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

17

Fruitbomen Algemeen Cultuurhistorisch bekeken stonden er altijd fruitbomen rond een boerderij, en dan altijd hoogstamvruchtbomen. Dit zijn geënte vruchtbomen - dit is een methode om fruitbomen te kweken - waarvan de kruin hoger is dan 1.80 meter. De entplaatsen zijn duidelijk te herkennen aan een verdikking op de stam met extra schorsvorming. Hoogstamvruchtbomen hebben relatief veel ruimte nodig om hun karakteristieke vorm te kunnen bereiken. Een plantafstand van minimaal 8 x 8 meter is dan wenselijk. De naam labels kunt u het beste (het eerste jaar) aan de boom laten zitten zodat u later nog weet wat waar staat.(de labels worden met de tijd wel vaal) Een schetsje biedt uitkomst. Aanleg Voor de aanleg van een nieuwe beplanting dient u de grond voor te bewerken, zodat de beplanting voorspoedig zal aanslaan. De bodem moet goed doorwortelbaar zijn en voldoende voedingsstoffen en vocht bevatten. De plantplaats dient onkruidvrij gemaakt te zijn en een eventuele graszode moet worden weggestoken. Vervolgens graaft men een plantgat met de afmetingen van 70 x 70 x 70 cm. De onderkant van het plantgat net voor het planten even los spitten. Dan van de te planten boom eventuele lange of gebroken wortels terugsnoeien en voorzichtig in het plantgat plaatsen. De entplaatsen dienen altijd boven de grond te blijven na planten.

Voor een goed resultaat is het belangrijk dat u wat zwarte grond of wat compost mengt met de vrijgekomen grond waarmee u het gat weer dichtgooit. Gebruik hiervoor geen mest of kunstmest. De grond een beetje aandrukken, niet te hard, u verdicht de grond, wat nadelig is voor de boom. De boompaal plaats u (voordat de boom geplant wordt) aan de windzijde, meestal het zuidwesten. De paal zorgt er voor dat de boom niet om- of scheef waait. De boompaal hoeft niet verduurzaamd te zijn aangezien deze maar een drie tot vier jaar mee hoeft te gaan. De boom is dan echter sterk genoeg om het alleen te redden. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan zodat er nog 1,50 a 1,75 meter boven de grond uit steekt. Denk aan kabels en leidingen!!! De boomband in een achtvorm (niet te strak) rond de boom plaatsen en aan de paal vastspijkeren. De afstand tussen de boom en de paal ongeveer een voetbreedte (10-15 cm). Bevestig de band aan de bovenkant van de paal. Wanneer u beschadiging door konijnen, muizen, katten of door maaimachines kunt verwachten dan dient u een zogeheten boomhuls om de stam te plaatsen. Dit is een vrij goedkope manier om uw bomen goed te beschermen. Na plaatsing dient u de grond rond de boom vrij te houden van onkruid en gras.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

18

Onderhoud De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de bomen gezorgd worden, Dit houdt in:

-

Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid)

-

Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, konijnen, hazen enz door de bomen te omgazen of op een andere manier te beschermen (bedenk dat m.n. geiten op hun achterpoten kunnen staan en dus vrij hoog schade kunnen aanbrengen.

-

Het snoeien van fruitbomen is geen gemakkelijke zaak, het is niet mogelijk om hier een volledige handleiding te geven. Het volgen van een speciale cursus kan raadzaam zijn. Deze wordt jaarlijks ook door Stichting Landschapsbeheer Gelderland verzorgd.

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

19

Heggen en Hagen Algemeen Door het regelmatig knippen van bepaalde boom- en struiksoorten kan er een haag ontstaan. Dit knippen zorgt ervoor dat er geen verticale groei plaatsvindt, en dat daardoor de beplanting dichter wordt. Soorten die gebruikt worden als haag zijn o.a. beuk, veldesdoorn, haagbeuk, taxus, hulst, mei- en sleedoorn en liguster. De hoogte van het plantmateriaal is doorgaans 60-100 cm. De haag dient minimaal een op halve meter van de erfgrens geplant te worden. De plantafstand is doorgaans om de 25 cm, 4 per meter dus. Taxus en hulst kunnen om de 40 cm geplant worden (5 per 2 meter). Aanleg Graaf een geul langs een gespannen lijn van ongeveer 50 cm diep. Vul deze aan met compost of goede potgrond voor een betere groei. Verdeel eerst de planten langs de geul en plant ze vervolgens. Voor een mooie strakke haag kan het raadzaam zijn om de eerste jaren de haag tussen twee draden te laten opgroeien. Knip direct na het planten 15-20 cm uit de kop van het plantje, dit stimuleert om sneller en breder te groeien. Liguster daarentegen kan men het beste direct na het planten tot 15 cm boven de grond afknippen (eenmalig), zo ontstaat een betere vertakte en dichtere haag. Onderhoud Een haag wordt bij voorkeur twee maal per jaar geknipt.

Wanneer jaarlijks eenmaal wordt geknipt, wat de haag een wat ruwer voorkomen geeft, kan dit het beste na de langste dag gebeuren (eind juni). De hoofdgroei is dan al voorbij. Knipt men twee maal dan zijn de maanden mei en september geschikt. Knip wanneer het bewolkt, niet te warm is. De uiteindelijke hoogte van de haag is afhankelijk van het knippen. Houdt daarbij het doel van de haag duidelijk in ogenschouw. De eerste jaren na aanplant moet er goed voor de plantjes gezorgd worden, dit houdt in: - Water geven in droge perioden. (2 x per week een grote hoeveelheid) - Beschermen tegen vraat van geiten, paarden, koeien, konijnen enz door de dieren minimaal 1 meter van de haag te houden.

Voor plantinstructie: www.landschapsbeheergelderland.nl

Dorpen in het Groen | Inrichtingsplan

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4a88e457-d727-4e36-971e-0364573e19f6