Lokaal Belang vragen en antwoorden Pastoriebos d.d. 09-02-2021.pdf
Tekst van het document
Fractie Lokaal Belang De heer G.H. Kevelam
Raadhuisplein 2 Postbus 63 3770 AB Barneveld Telefoon 14 0342 Fax (0342) 495 376 E-mail info@barneveld.nl Internet www.barneveld.nl
Geachte heer Kevelam,
Ons kenmerk:
Op 23 januari 2021 heeft uw fractie schriftelijke vragen gesteld, op grond van artikel 42 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad, over het plan voor het Pastoriebos (Bestemmingsplan “Kerkstraat-Rembrandtstraat” in Voorthuizen). Wij beantwoorden uw vragen als volgt:
Uw brief van: 23 januari 2021
Vraag 1: Is het juist dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zich heeft gemeld inzake het Pastoriebos? Zo ja, wat is de status van de gesprekken met hen?
Datum:
Afdeling: Ruimtelijk Ontwikkeling Behandeld door: H. Stam Doorkiesnummer: (0342) 495 263 e-mail: h.stam@barneveld.nl Onderwerp: Raadsvragen Pastoriebos (Bestemmingsplan “KerkstraatRembrandtstraat”)
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (verder: RCE) heeft ambtelijk contact gezocht. Zij hebben een verzoek in behandeling om het terrein onderdeel te laten uitmaken van de twee aanwezige rijksmonumenten (kerktoren en oude pastorie). Aangegeven is dat zij de besluitvorming bij de gemeente over het bouwplan niet willen verstoren en zij het onderzoek naar bijbescherming verdagen. De volledige brief treft u (AVG proof) als bijlage aan. Vraag 2: Bent u van mening dat De Monumentencommissie bij haar werk tijdig en volledig over alle relevante informatie moet beschikken? Zo ja, waarom is er dan voor gekozen hen niet te kennen in en niet te voorzien van de stukken omtrent de aanvraag voor een gemeentelijke monumentenstatus door de drie erfgoedverenigingen? Waarom zijn zij niet op de hoogte gebracht over het feit dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zich heeft gemeld inzake het Pastoriebos? Waarom moest dit toevallig en door toedoen van een derde partij? Ja. De door de raad vastgestelde Erfgoedverordening is leidend bij de adviesaanvraag die bij het college voor ligt. De Erfgoedverordening bevat echter geen mogelijkheid om op verzoek objecten aan te wijzen als gemeentelijk monument. Alleen al hierom dienen wij het verzoek af te wijzen. Daarom dat het verzoek ook niet aan de monumentencommissie voorgelegd is.
Daarnaast is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (verder: RCE) zelf verantwoordelijk voor het al dan niet tijdig vragen van advies. Overigens heeft de RCE heeft aangegeven, ook aan de melder, dat zij acties van de gemeente afwachten. Ook daarom is er geen melding van gemaakt. Vraag 3: Is het juist dat de gehele procedure van de aanvraag voor een gemeentelijke monumentenstatus, zoals aangevraagd door de eerder genoemde erfgoedverenigingen opnieuw doorlopen moet worden? Hoe had dit voorkomen kunnen worden?
Nee. Voor het niet-beschermde deel van de pastorietuin, het kerkelaantje (pad met bomen vanaf de Kerkstraat naar de ingang van de kerk) en het kerkepad is niet eerder een aanwijzingsprocedure doorlopen. Het opnieuw ter inzage leggen van de aanvraag omgevingsvergunning (en de gecoördineerde behandeling van het bestemmingsplan) is noodzakelijk geworden omdat in eerste instantie gedacht werd aan het aanpassen van de status. Daar is uiteindelijk niet voor gekozen waardoor opnieuw ter inzage leggen noodzakelijk werd.
Blad 2
Vraag 4: Is het juist dat hierdoor het college eerst een besluit moet nemen op het verzoek van uitgebreidere bescherming, zoals erfgoedvereniging Heemschut betoogt en dan pas verder kan gaan met planontwikkeling? Zo ja, op welke termijn denkt het college dit te doen? Nee, dat is niet juist. Het betreft twee aparte trajecten die elkaar uiteraard wel raken. Op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning was er geen sprake van een aanvraag voor bijbescherming. Een latere aanvraag daartoe heeft dan ook geen invloed op de volgorde van de besluitvorming. Het besluit op het verzoek is op 9 februari 2021 genomen Vraag 5: Is het juist dat alle planontwikkelingen/activiteiten gedurende de aanvraag tot aan het besluit op een monumentenstatus ‘on hold’ moeten worden gezet volgens artikel 5 van de Erfgoedverordening gemeente Barneveld (onafhankelijk van het momentum van de aanvraag voor een omgevingsvergunning)? En zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de lopende activiteiten van de gemeente Barneveld? Nee, dat is niet juist. Op basis van de Erfgoedverordening is er geen sprake van voorbescherming.
Vraag 6: Wat gaat het college doen als de Monumentencommissie voor een 4e keer (!) negatief adviseert over de door u gewenste planontwikkeling Pastoriebos? En de hoofdvraag, die velen bezig zal houden: Welk groot belang wordt er gediend bij het doorzetten van de plannen, ondanks het (meerder malen gegeven) negatieve advies van de monumentencommissie, de grootste erfgoedverenigingen van ons land, een groot deel van de inwoners van Voorthuizen en wie al niet meer? Waarom wil het college dit plan koste wat het kost, doorzetten? Van een 4e negatieve advies is geen sprake. Tot 2019 wenste de monumentencommissie de verdere uitwerking slechts informatief te zien. Zij adviseerde en adviseert positief over de massa en verschijningsvorm van het gebouw. Na de tweede toezegging van het college aan de initiatiefnemer werd in oktober 2019 duidelijk dat de commissie de beschermde tuin in het verleden niet heeft meegenomen en dat zij dit betreurt. Over het gebouw was en is zij dus niet negatief maar wel over de plek in de beschermde tuin. Een tuin overigens die op basis van het uitgevoerde tuinhistorisch onderzoek slechts voor een beperkt deel hoog gewaardeerd wordt. Van het ‘koste wat het kost’ doorzetten van een plan is geen sprake. Het college bereidt een bestemmingsplan voor. Het is uiteindelijk aan de raad om het bestemmingsplan al dan niet vast te stellen.
Het college is daarbij wel bevoegd om (gemotiveerd) af te wijken van een monumentenadvies. De monumentencommissie heeft dit zelf ook expliciet aangegeven in haar advies van april 2020.
Het college acht zich gebonden aan de twee gedane toezeggingen (na positieve adviezen van de monumentencommissie). Daarnaast is woningbouw een belangrijk aspect alsmede het creëren van een aantrekkelijk kerkplein en past het binnen de beleidskader van de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Blad 3
W. Wieringa secretaris
J.J. Luteijn burgemeester