Lankerenseweg VII, ph Bgb2012_Toelichting
Tekst van het document
6.2
Inleidende regels
Begrippen In artikel 1 van de partiële herziening zijn de begrippen plan en bestemmingsplan "Buitengebied 2012" gedefinieerd. Het kan bij een partiële herziening voorkomen dat er een begrip wordt toegevoegd. Er wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
6.3
Bestemmingsregels
In hoofdstuk 2 van de partiële herziening zijn de bestemmingsregels opgenomen. Op de in dit hoofdstuk en de daarin opgenomen bepalingen over de bestemming 'Wonen' na, worden de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" niet herzien. Tevens is de verbeelding van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" op de locatie gewijzigd in die zin dat het bestemmingsvlak 'Wonen' is uitgebreid en een gebiedsaanduiding met betrekking tot een voorwaardelijke verplichting is toegevoegd. Zie verder de toelichting bij het bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Hieronder volgt een nadere uiteenzetting van enkele specifieke onderdelen van de partiële herziening.
6.4
Algemene regels
In hoofdstuk 3 is aangegeven dat de algemene regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad, niet zijn gewijzigd. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de voorgeschreven Anti-dubbeltelregeling opgenomen. 6.4.1
Schakelbepaling
Er is in de regels een schakelbepaling opgenomen. Door middel van deze schakelbepaling opgenomen in Artikel 5 van de planregels bij deze partiële herziening is nader aangegeven wat er op de verbeelding en in de regels verandert. "Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
25
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Dit is in paragraaf 6.3 van de toelichting van deze partiële herziening ook toegelicht. 6.4.2
Algemene aanduidingsregels
De algemene aanduidingsregels bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soorten gebiedsaanduiding is toegepast: 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' 6.4.2.1
Voorwaardelijke verplichting
Bij wijzigingen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen dan wel andere voorwaarden vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen. In onderhavige partiële herziening zijn voorwaardelijke verplichting opgenomen die verband houden met de landschappelijke inrichting van het plangebied.
6.5
Overgangs- en slotregels
In het laatste hoofdstuk zijn de regels ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen. Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van voorliggende partiële herziening.
6.6
Handhaving
De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: De regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving. Handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren. Niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (zoals in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijking van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.
In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: 26
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012 De regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels. Het beleid voor afwijkingen. In het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012"), en daarmee ook in deze partiële herziening, is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het moederplan (bestemmingsplan "Buitengebied 2012") opgenomen afwijkingsmogelijkheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
27
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 7
ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.
28
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 10 november 2022 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende partiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van de partiële herziening opgestart.
8.1
Participatie
De initiatiefnemer heeft overleg gevoerd met buren en belanghebbenden. Hierbij zijn omwonenden geïnformeerd over de plannen.
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Dit plan is gebaseerd op Functieveranderingsbeleid Regio Food Valley 2016 en voldoet daar ook aan. Geconcludeerd kan worden dat er hier geen provinciale belangen in het geding zijn die om vooroverleg vragen. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval.
Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.
8.3
Inspraak
De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerp voor de partiële herziening heeft van 29 september tot en met 9 november 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn er geen reacties ingediend.
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
29
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
30
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlagen bij de toelichting
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
31
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).
Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor voorliggend plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) voorliggend plan. De volgende partiële herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op voorliggend plan: Naam partiële herziening
IMRO-identificatienummer
Datum vastgesteld
4e partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1268-0002
13-4-2016
Achterveldseweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1637-0002
20-4-2022
Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1368-0002
14-12-2016
Bosbergerweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1580-0002
3-2-2021
Dronkelaarseweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1611-0002
26-5-2021
Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1467-0002
4-7-2018
Essenerweg XVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1459-0002
8-2-2023
Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1397-0002
30-1-2019
Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1484-0002
22-5-2019
Garderbroekerweg XXVII, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1726-0002
26-4-2023
Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1371-0002
24-5-2017
Garderbroekerweg-Kapweg, partiële herziening Buitengebied NL.IMRO.0203.1692-0002 2012
8-2-2023
Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1414-0002
31-1-2018
Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1366-0002
1-2-2017
Kapweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1623-0002
6-10-2021
32
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1440-0002
25-4-2018
Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1510-0002
9-10-2019
Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1475-0002
14-11-2018
Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1439-0002
7-3-2018
Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1485-0002
10-7-2019
Parapluherziening Cultuurhistorie-Archeologie
NL.IMRO.0203.1515-0002
22-3-2023
Parapluherziening De Puurveense Molen
NL.IMRO.0203.1248-0002
30-9-2014
Parapluherziening Molenbiotopen
NL.IMRO.0203.1598-0002
21-4-2021
Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud
NL.IMRO.0203.1391-0002
5-7-2017
partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1241-0001
25-2-2014
Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1370-0002
1-2-2017
Plaggenweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1667-0002
31-5-2023
Sleedoornweg II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1626-0002
6-10-2021
Tolnegenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1596-0002
18-3-2021
Tweede partiele herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1253-0003
8-7-2014
Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1376-0002
1-2-2017
Verzamelherziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1349-0002
8-11-2017
Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1421-0002
7-3-2018
Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1501-0002
10-7-2019
Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1503-0002
10-7-2019
Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012
NL.IMRO.0203.1529-0002
11-12-2019
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
33
Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
34
"Lankerenseweg VII, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)
VanWestreenen BV Verkennend bodemonderzoek in combinatie met een verkennend asbestonderzoek op de locatie aan de Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen Projectnummer: 200605/dh/sh Datum: 1 oktober 2020
Opdrachtgever VanWestreenen BV Anthonie Fokkerstraat 1a 3772 MP BARNEVELD Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 6
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 4 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 5 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 6 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 10
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 12
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 12 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 12 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 13
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5 6
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem, grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie Berekening asbestgehalte
TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten, peilbuizen en contouren asbest
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van VanWestreenen BV is in september 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop en functiewijziging van de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens 2. bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
C
D
E
F
G
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie gemeente Barneveld; • voorgaand bodemonderzoek; • www.bodemloket.nl; • www.topotijdreis; • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen en staat kadastraal bekend als: gemeente Voorthuizen, sectie C, nummers 354, 547, 549 (ged.), 667 en 668. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 22.500 m2. Op de locatie zijn sinds 1960 twee woonhuizen met diverse opstallen gesitueerd. Diverse opstallen zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking. Het maaiveld is deels voorzien van klinkers en beton. Aan de oostzijde van de locatie is een puinhoudende toegangsweg gesitueerd. Het voornemen bestaat om de opstallen, met uitzondering van beide woonhuizen en de meest westelijk gesitueerd schuur, te slopen. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.3
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Uit informatie van de Gemeente Barneveld blijkt dat op diverse deellocaties bovengrondse brandstoftanks aanwezig waren. Ten noordwesten van woonhuis nr. 35 heeft een ondergrondse brandstoftank gelegen. Verder vindt in een schuur opslag van zuren plaats. In 1997 is door Van de Haar Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie (kenmerk 3511-009). De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: • in de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten aangetoond; • in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolindex aangetoond. De locatie is volgens de asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland verdacht voor asbest (zie figuur 1). Figuur 1: asbestdakenkaart Provincie Gelderland
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw De locatie is gelegen in een gedeeltelijk opgevuld glaciaal bekken, de Gelderse Vallei. Oostelijk hiervan is het complex van opgestuwde rivierzanden gelegen, waaruit de Veluwse stuwwallen zijn ontstaan. De bodemopbouw is samengevat in tabel 2. Tabel 2:
geohydrologische bodemopbouw
pakket
diepte [m-mv]
deklaag form. van Twente 1e WVP form. van Twente 1e scheidende laag Eemformatie 2e WVP Eemformatie, form. van Drenthe 2e scheidende laag form. van Drenthe 3e WVP form. van Urk, Sterksel, Enschede 3e scheidende laag form. van Harderwijk 4e WVP form. van Harderwijk, Tegelen, Maassluis en Oosterhout hydrologische basis form. van Oosterhout
0 - 25 25 - 40 40 - 50 50 - 75 75 - 90 90 - ±160 ±160 - ±170 ±170 - ±240 >>240
samenstelling dekzand fijne zanden klei matig tot grove zanden kleien en slibhoudend zand grove zanden klei fijne zanden en kleilagen klei en slibh.zand
toelichting: m-mv = meter minus maaiveld
Grondwaterstroming Regionaal is de stromingsrichting van het grondwater westelijk gericht. 2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone/drupzones en oliecomponenten ter plaatse van de (voormalige) olieopslag(tanks). Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Vanwege variatie in de bodemopbouw zijn extra NEN-pakketten ingezet. Op basis van de historische informatie is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie strategie 6.4.5 uit de NEN-5707 en de onderzoeksstrategie 6.5.2 “halfverhardingslagen” uit de NEN-5897. Het onderzoek is gecombineerd met onderzoek ter plaatse van de “drupzone” van vijf schuren met (voormalige) asbestdaken. De overige schuren zijn niet voorzien van asbestdaken of hebben dakgoten. Ter plaatse van de (voormalige) brandstoftanks is het onderzoek uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740).
Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel
onverdacht ca 22.500 m2 asbest erf +“drupzone”# (vml) brandstoftanks asbestpuinverharding
veldonderzoek boringen tot waarvan tot 0,5 m-mv > 2 m-mv
43 43@ 6@ 3
#: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek
18 18@ 6@ -
laboratoriumonderzoek met peilbuis
vaste bodem
grondwater
3 1+1@ -
9 x NEN-grond* 10 x asbest (grond) 3 x minerale olie 1 x asbest (puin)
3 x NEN-water* 1 x olie/aromaten -
@: gecombineerd met onverdacht
*: inclusief arseen en chroom
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
2.6
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 8, 9, 17 en 29 september 2020 door de gecertificeerde medewerkers dhr. H. te Pas en dhr. W. Jansen van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend bodemonderzoek zijn 46 handboringen uitgevoerd (1 t/m 46), waarvan 4 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,5 mmv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 20, 24 en 27 t/m 46 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond/puin is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond/puin zijn mengmonsters samengesteld van de drupzone (0,0-0,2 m-mv) en/of actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond/puin. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen.
Voor de situatie van de monsterpunten en de peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5:
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel
traject (m-mv) 0,0 ~ 0,08
hoofdnaam klinker/gras/beton
toevoeging
0,08 ~ 1,8
zand, matig fijn
zwak tot matig siltig, lokaal zwak humeus, zwak grindig
1,8 ~ 3,5
zand, zeer tot matig fijn
matig tot sterk siltig, lokaal grindig
grondwaterstand: circa 2,0 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in diverse monsterpunten sporen tot matige bijmengingen aan puin waargenomen. In de monsterpunten 32 en 35 is een volledig puinhoudende laag aangetroffen tot 0,4 m-mv. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de (voormalige) brandstoftanks, geen oliecomponenten waargenomen. In monsterpunt 14 is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het aangetroffen asbestverdachte materiaal is verzameld en ter analyse aangeboden (MVM-14). Een aantal boringen zijn gestaakt op een beton of leidingwerk. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Afwijking op SIKB protocol 3001 Op het volgende punt is afgeweken van het SIKB protocol 3001: Als gevolg van het gefaseerd inzetten van monsters, kon de opdracht van enkele monsters (MM-06 en MM07) niet binnen de vastgestelde termijn worden geaccepteerd en is als zodanig aangegeven op het analysecertificaat. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 8. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 6, 7 en 9. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 9. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 t/m 8.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 6.1:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie
Tabel 6.2:
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 1+2+4+6+8 3+5+7+11+17+ 33+34+36 t/m 33+36+ 1+24+41 +12+13+16 18+20+24 39+41+46 38 0,0~0,5 0,07~0,5 0,0~0,5 0,5-1,8 0,5-2,0 < < < < < @ @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 180• < < < < < < < < < < < 0,021• < < < < < < <
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-06 MM-07 MM-08 MM-09 27 t/m 34 35+40+42 t/m 46 29+30 40+43+45 0,0~0,5 0,0~0,5 0,5~2,0 0,5-2,0 < < < < @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 2,6• < < < < 0,025• < < < < < <
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
Tabel 7:
½ (AW+I)
Iwaarde
20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190
48 @ 6,8 117,5 102,5 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595
76 @ 13 180 190 190 36 530 190 100 720 40 1 5000
standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190
½ (AW+I) 48 @ 6,8 117,5 102,5 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595
Iwaarde 76 @ 13 180 190 190 36 530 190 100 720 40 1 5000
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten vaste bodem (oliecomponenten)
Veldwaarnemingen en verklaring symbolen O/W test: Aard: B= benzine 1= licht D = diesel Ol= olie 2= matig HBO = huisbrandolie 3= sterk
(vml) olietanks
AWwaarde
analyseresultaten vaste bodem en toetsing
% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie
locatie
standaard bodem (mg/kg d.s.)
d = detectiegrens h = humusstoring
zintuiglijke waarnemingen max. boring boordiepte diepte O/W Aard [nr.] [m-mv] [m-mv] Test
21 22 23 24 25 26
Toelichting tabel
3,5 2,2 3,5 3,5 2,2 0,3 < • •• •••
geen geen geen geen geen geen
gestandaardiseerde resultaten/overschrijding toetsingswaarden [mg/kg d.s.] [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] AW-waarde ½(AW+I) waarde I-waarde H* = 10%
190 2595 5000
0,2 0,65 1,1
0,2 16,1 32
0,2 55,1 110
0,45 8,7 17
monster diepte [m-mv]
code
min. olie [GC]
benzeen
tolueen
ethylbenz.
xylenen
0,0~2,0
21+22
<
-
-
-
-
0,1~2,2
23+23a
<
-
-
-
-
0,1~2,2
25+26
<
-
-
-
-
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding tussenwaarde : overschrijding interventiewaarde
- : niet geanalyseerd
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
8
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 8:
analyseresultaten grondwater
analyseresultaten (µg/l) peilbuis 21 23 filter (m-mv) 2,5-3,5 2,5-3,5 pH 6,3 6,1 EC (µs/cm) 390 360 troebelheid (NTU) 9,5 9,8 grondwater [m-mv] 2,0 2,0 zware metalen arseen < barium < cadmium < chroom 1,5• kobalt < koper < kwik < lood < molybdeen < nikkel < zink < vluchtige aromaten benzeen < < tolueen < < ethylbenzeen < < xylenen (som) < < styreen < < naftaleen < < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < 1,2-dichloorethaan < 1,1-dichlooretheen < cis 1,2-dichlooretheen < trans 1,2-dichlooretheen < dichloormethaan < dichloorpropanen < tetrachlooretheen (per) < tetrachloormethaan (tetra) < 1,1,1-trichloorethaan < 1,1,2-trichloorethaan < trichlooretheen (tri) < trichloormethaan (chloroform) < vinylchloride < < < minerale olie < bromoform Toelichting bij tabel:
• : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 24 2,5-3,5 6,1 1100 9 2,0
36 2,5-3,5 6,1 550 9,2 2,0
< 220• < 2,5• < < < < < < 67•
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
< 170• < 8,4• < < < < < < <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
9
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
10
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 9:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten) monstergegevens
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* traject monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte (m-mv) >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem
soort asbest
H/NH
300 17 <0,5 <0,6 <0,7 <0,8
S+A S -
H H -
n.a.
0,2
S
H
Monster
Sleuf/MP
RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06
1+2 3+6+7 4+8+9 5+10+11 12+13+15+16 17 t/m 20 33+34+36 t/m 39+41+46 14 24+29+31+42+ 44+45 22+28+30+40+ 43
0,0-0,2 0,0-0,2 0,0-0,2 0,0-0,2 0,0-0,2 0,0-0,2
-
300 17 <0,5 <0,6 <0,7 <0,8
n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
0,0-0,5
-
0,2
32+35+35a
RE-07 RE-08 RE-09 RE-10 RE-11 puin
asbesttype
0,0-0,5
16000
<0,6
n.a.
225,2
S
H
0,0-0,5
-
<0,6
n.a.
<0,6
-
-
0,0-0,5
-
<0,5
n.a.
<0,5
-
-
0,0-0,4
-
2,4
n.a.
2,4
S+A
H
Toelichting bij tabel: n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
11
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van VanWestreenen BV is in september 2020, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen sloop en functiewijziging van de locatie en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1
Asbestonderzoek
Zintuiglijk zijn in diverse monsterpunten sporen tot matige bijmengingen aan puin waargenomen. In de monsterpunten 32, 35 en 35a is een volledig puinhoudende laag aangetroffen tot 0,4 m-mv. In monsterpunt 14 is asbesthoudend materiaal aangetroffen. Een aantal boringen zijn gestaakt op een beton of leidingwerk. In de actuele contactzone onder de “drupzones” binnen RE-01 [0,0-0,2 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 300 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). In de actuele contactzone onder de “drupzones” binnen RE-02 t/m RE-06 [0,0-0,2 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen tot maximaal 17 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Het maximaal aangetoonde gewogen gehalte aan asbest binnen overschrijdt bepalingsgrens maar blijft beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). In de actuele contactzone in monsterpunt 14 [RE-08: 0,0-0,5 m-mv] zijn asbestverdachte houdende materialen aangetroffen [16000 mg]. In de fractie > 0,5 mm en < 20 mm is analytisch geen asbest aangetoond. Het gewogen gehalte aan asbest bedraagt 225,2 mg/kg d.s..
Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest overschrijdt de interventiewaarde voor asbest (100 mg/kg d.s.). In de fractie <0,5 mm zijn vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-07, RE-09 en RE-10 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen tot maximaal 0,2 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gehalte blijft beneden de bepalingsgrens (1 mg/kg d.s.). In de volledige puinhoudende bodemlaag binnen RE-11 [0,0-0,4 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 2,4 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de bepalingsgrens (1 mg/kg d.s.), maar blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). 4.2
Vaste bodem en grondwater
Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de (voormalige) brandstoftanks, geen oliecomponenten waargenomen. In de mengmonsters van de boven- en ondergrond, ter plaatse van de (voormalige) boven- en ondergrondse brandstoftanks (boring 21 t/m 26), zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie aangetoond. Analytisch zijn in de mengmonsters van de bovengrond (MM-01 t/m MM-03, MM-06 en MM-07), met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan zink, PAK en PCB’s, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten aan zink, PAK en PCB’s overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in de mengmonsters van de ondergrond (MM-04, MM-05, MM-08 en MM-09), van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
12
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
In het grondwater uit peilbuis 21, 24 en 36 zijn licht verhoogde gehalten aan barium, chroom en/of zink aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. In peilbuis 24, gesitueerd naast de zuuropslag, is geen afwijkende pH waarde in het grondwater gemeten. In het grondwater uit peilbuis 23, ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank, zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. 4.3
Conclusies en aanbevelingen
Zintuiglijk zijn in diverse monsterpunten sporen tot matige bijmengingen aan puin waargenomen. In de monsterpunten 32, 35 en 35a is een volledig puinhoudende laag aangetroffen tot 0,4 m-mv. In monsterpunt 14 is asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone, ter plaatse van de “drupzone” binnen RE-01 (boring 1 en 2) en de actuele contactzone binnen RE-08 (boring 14), is respectievelijk 300 en 225,2 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. De gewogen gehalten overschrijden de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). Op het overige terrein zijn geen tot licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. Ter plaatse van de (voormalige) boven- en ondergrondse brandstoftanks zijn zintuiglijk en analytisch geen oliecomponenten aangetroffen. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan zink, PAK en PCB’s aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, met uitzondering van het aangetoonde gehalten aan asbest, geen bezwaren voor de voorgenomen sloop en functiewijziging van de locatie. Wij adviseren om de aangetroffen asbestverontreiniging, ter plaatse van RE-01 (onder de drupzone) en RE-08 (boring 14), onder milieukundige begeleiding te verwijderen.
Voorafgaand aan de verwijdering dient een BUS-melding (immobiel) te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de Provincie Gelderland.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Lankerenseweg 35 en 39 te Voorthuizen
13
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 200605
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Voorthuizen C 667
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 23 juli 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
05
braak, m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, geel, ow: geen, zwak puin, schep
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker oranje, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, wit , ow: geen, edelm an
100
0
klinker, m aaiveld
0
0 1 2 3
-50
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep
-100
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, licht bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, grijs, ow: geen, edelm an
150 4 200 5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
0
2 50
1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker oranje, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
07 -50
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, sporen puin, schep
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep
3 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, sporen puin, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, schep
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, ow: geen, edelm an
-8
04
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, wit , ow: geen, edelm an -15
-30
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
100
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, oranje, ow: geen, edelm an
-15
-30
-50
-100
klinker, m aaiveld
0
0 1 2
-50 50
0
50
-8
-120
08
-7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
klinker, m aaiveld
1
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an
-6
-15
-50
-70
-10
09 -50
klinker, m aaiveld
0
0 1
-100 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, zwak puin, schep
-120
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
-70
0
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, schep
klinker, m aaiveld 0
-50
0 1 2
100
1 2
-15
klinker, m aaiveld
0
50
03
-8
-70
0
-70
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, geel, ow: geen, sporen puin, schep
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
braak, m aaiveld zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, geel, ow: geen, zwak puin, schep
-50
1
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
0
-30
klinker, m aaiveld
0
-220
02
-20
-70
06
-200
-8
N EN /V OA La n k e r e n se w e g 3 5 -3 9 V oor t h u ize n 200605 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an
-6
-9
-50
-70
10
14
klinker, m aaiveld
0
0 1 2
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, donker geel, oranje, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, ow: geen, edelm an
weiland, m aaiveld
0
-8
1 50
-20 2 -50
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, brokken asbest verdacht , schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an
0
-50
3 -70 150 4
11
klinker, m aaiveld
0
5 0
1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, grijs, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
-8
200
-200
-50
15
-70
weiland, m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
50
12
weiland, m aaiveld 1 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, zwak puin, schep
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, geel, ow: geen, zwak puin, schep t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, oranje, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, ow: geen, edelm an
0
-15
-50
16
weiland, m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
50
weiland, m aaiveld
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, ow: geen, edelm an
-50
-70
1
0
0
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
-70
13
-180
t ype in sp e ct ie g a t dat um 1 7 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker grijs, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, geel, ow: geen, edelm an
0
-50
0
-50
-70
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
-70
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
17
klinker, m aaiveld
0
0 1
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, donker geel, bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, donker geel, ow: geen, edelm an
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA La n k e r e n se w e g 3 5 -3 9 V oor t h u ize n 200605 N EN 5 1 0 4
-7
-50
-70
18
klinker, m aaiveld
0
21
1 0
weiland, m aaiveld
0 1
1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, donker grijs, geel, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht grijs, ow: geen, edelm an
-7 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, ow: geen, edelm an
-50
-70
t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 8 -0 9 -2 0 2 0 boorm eest er H . t e Pa s
weiland, m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht grijs, ow: geen, edelm an