CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Lange Zuiderweg IX ph Buitengebied 2012_Regels_Bijlage 1 Landschappelijke inpassing_GEWIJZIGD.pdf

Gemeenteraad 26 april 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Lange Zuiderweg IX partiele herziening Buitengebied 2012 (Voorthuizen)3.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING VOOR DE HERBESTEMMING NAAR WONEN AAN DE LANGE ZUIDERWEG 21 A TE VOORTHUIZEN - GEMEENTE BARNEVELD

31-01-2022 De Regt Danz BNA

Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort

T: 033-455 05 09

E: info@deregtdanz.nl

I: www.deregtdanz.nl

UITGANGSPUNTEN

Uitgangspunten: ▪ ▪ ▪

De bestaande landschappelijke context Bijzondere landschappelijke waarden en kernkwaliteiten van het gebied Ecologische waarden en natuurbeleid

Intentie: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Bestemmingswijziging van ‘recreatie’ naar ‘wonen’ Bestaande bebouwing wordt verbouwd naar een woning Sloop van enkele opstallingen Nieuw bijgebouw bij de woning Nieuw schuurtje (perceel F 2239)

Percelen en oppervlakte plangebied Lange Zuiderweg 21 a F 2278: 2569,8865 m² Lange Zuiderweg (ongenummerd - zuidelijk van 21 a) F 2239: 1585,0613 m²

(Bron: BGT + DKK (dwg) op coördinaten)

2

INHOUD

1. Ligging van het plangebied

4

2. Landschappelijke context en natuurbeleid

5

2.1 Landschapschappelijke eenheden

5

2.2 Bodem

6

2.3 Landschapsontwikkeling

7

2.4 Natuurbeleid en Kernkwaliteiten

9

Gelders natuurnetwerk

9

Kernkwaliteiten Gebied 125: Wilbrinksbos

9

Natuurwaarden in de omgeving / natuurbeheer

10

2.5 Vigerend bestemmingsplan 3. Het plangebied

12 13

3.1 Bestaande situatie

13

3.2 Hoogteligging terrein

14

3.3 Boomkroonprojecties

15

3.4 Waardevolle bomen delen van het plangebied

16

3.5 Aandachtspunten en randvoorwaarden

17

3.6 Foto’s van het plangebied

18

3.7 Beoogde inrichting

20

3.8 Landschappelijke inpassing / inrichting op hoofdlijnen

21

3.9 Nieuwe beplanting

22

3

1

LIGGING VAN HET PLANGEBIED

oor eld p A

st nse

ra a

t

w der Zui ge Lan eg

e ng a L

e id Zu

e rw

Het plangebied bevindt zich midden in de zone voor verblijfsrecreatiehet oostelijk van Voorthuizen en is gelegen aan de Lange Zuiderweg 21a. Noordelijk van het plangebied loopt de Apeldoornsestraat - een historische wegverbinding tussen Apeldoorn en Amersfoort.

g

Topografische kaart W. Van Aalst

4

2

LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT EN NATUURBELEID 2.1 Landschappelijke eenheden

ZA DEK

oor eld p A

st nse

N

ra a

LANDSCHAP VAN DE VELUWE

G DRU

t

DEK

DR ZAN

UG

w der Zui ge Lan eg

Ga

nz

e be n e

k

e ng a L

e id Zu

e rw

g

DEKZANDPLATEAU

Topografische kaart W. Van Aalst

5

Het plangebied is gesitueerd op een dekzandrug in het de jonge heideontginningen. Het is een landschapstype met een rationele en vrij grofmazige landschapsstructuur. In de omgeving van het plangebied ontspringt (een zijsloot van) de Ganzenbeek.

2.2 Bodem

oor eld p A

st nse

ra a

t

w der Zui ge Lan eg De gronden in de omgeving van het plangebied bestaan uit relatief arme zandgronden met verschillende grondwaterstanden.

Code Hoofdklasse-indeling Enkelvoudige subindeling

Zd21-VII KALKLOZE ZANDGRONDEN DUINVAAGGRONDEN

Hd21-VII PODZOLGRONDEN HAARPODZOLGRONDEN

Hn21-V PODZOLGRONDEN VELDPODZOLGRONDEN

Grofheid zandgronden Leemgehalte zandgronden

2 1

2 1

2 1

Grondwatertrap-indeling Ontwateringklassen

7 ZEER DIEP

7 ZEER DIEP

5 VRIJ ONDIEP

Gemiddeld hoogste grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand

< 80 cm > 160 cm

< 80 cm > 160 cm

< 40 cm > 120 cm

6

2.3 Landschapsontwikkeling

Omstreeks 1900 Het plaatselijk zeer natte heidelandschap tussen Voorthuizen en de Veluwe was omstreeks 1900 nog niet ontgonnen. Er liepen enkele driftwegen door het heidegebied.

Omstreeks 1930 De ontginning van het gebied is begonnen (onder andere met de aanleg van de Lange Zuiderweg). Langs de Apeldoornsestraat zijn weidepercelen (noordzijde) en enkele bospercelen (zuidzijde) aangelegd.

Omstreeks 1950 De eerste erven en bebouwing aan de Apeldoornsestraat en de Lange Zuiderweg zijn gebouwd. Op het plangebied is naaldbos aangeplant. In deze periode zijn ook de beukenlaan / beukenrij aangelegd.

Omstreeks 1970 Zuidelijk van de Apeldoornsestraat ligt een breed bebouwingslint waar bebouwing en bos elkaar afwisselen. Langs de Lange Zuiderweg ontwikkelen zich agrarische bedrijven.

7

Omstreeks 1980 Tussen de weilanden en de bospercelen heen ontstaan de eerste kampeerterreinen.

Omstreeks 1990 Groei van recreatieterreinen (kampeerterreinen en bungalows).

Omstreeks 2010 Het plangebied is omgeven door recreatieterreinen (kampeerterreinen en bungalows). Enkele aangelegde naaldbossen vormen zich geleidelijk om tot loofbos en gemengd bos.

Omstreeks 2020 De terreinen met verblijfsrecreatie zijn bijna volledig bebouwd met vaste vakantiehuizen.

8

2.4 Natuurbeleid en Kernkwaliteiten

Kernkwaliteiten Gebied 125: Wilbrinksbos

oor eld p A

st nse

ra a

Aanwezige kwaliteiten in natuur en landschap ▪ Samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug: Voorthuizer Poort ▪ Kwelgebied met bossen, heide en schraallanden, ook kleine elementen; verdroogd en versnipperd ▪ Verbindingen voor o.a. das, vlinders en reptielen ▪ Leefgebied das ▪ Leefgebied steenuil ▪ Leefgebied kamsalamander ▪ Gevarieerd natuurlijk dekzandlandschap ▪ Open essen ▪ Landgoederen

t

w der Zui ge Lan

Aardkundige waarden - niet van toepassing

eg

Waardevol open gebied of verkaveling - plaatselijk aanwezig Parel - niet van toepassing Natte landnatuur - niet van toepassing

ONTWIKKELINGSDOELEN Natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) ▪ Verder ontwikkelen samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug (Voorthuizer Poort) ▪ Verder ontwikkelen van bossen en heide Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt volgens de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021) niet in een beschermd natuurgebied maar er zijn houtopstanden aanwezig die onder de Wet Natuurbescherming vallen.

Natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone ▪ Verder ontwikkelen samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug (Voorthuizer Poort en evz 24 Meerveld - Erica) ▪ Behoud/ontwikkeling open essen ▪ Verminderen barrièrewerking N301, N303, A1en spoorlijn Apeldoorn - Amersfoort

GNN: Gelders Natuurnetwerk

GO: Groene Ontwikkelingszone

9

Ecologische verbindingen met evz-model ▪ Meerveld - Erica: das, hagedis en vuurvlinder; ▪ N. Veluwe - landgoederen Veldbeek: das, hagedis, vuurvlinder

oor eld p A

st nse

ra a

t

Vochtig bos vermoedelijk gerelateerd aan de zijsloot w der Zui ge Lan

van de Ganzenbeek

Natuurwaarden in de omgeving

eg

Aan de westzijde van het plangebied is een waardevolle bosstrook aanwezig. Deze behoort tot het natuurdoeltype N14.1 Vochtige bossen (beekbegeleidend). In de omgeving zijn zowel droge bossen aanwezig (eiken- en beukenbos) als vochtige loofbossen (haagbeuken- en essenbos) aanwezig. De eveneens aanwezige houtopstanden met naaldbomen (douglasspar, dennen, fijnspar,…) zijn minder waardevol.

Droog bos het meest passend op de dekzandrug

N14 Vochtige bossen N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos

Voor het plangebied meest relevante natuurdoeltypen

N14 Vochtige bossen N14.03 Haagbeuken- en essenbos N15 Droge bossen N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos N16

Droge houtopstanden Bossen met productiefunctie

N17.06 Vochtig en hellinghakhout Cultuurhistorisch bos Natuurontwikkeling

L01.16 Bossingel

L01.02 Houtwal en houtsingel

10

N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos

N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos

Rivier- en beekbegeleidend bos omvat periodiek overstroomde bossen. Deze bossen staan onder invloed van stromend oppervlaktewater, of water van vergelijkbare kwaliteit. Het kan gaan om bossen die overstroomd worden door rivier- of beek, zoals ooibossen en beekbossen, maar ook om bossen die onder invloed staan van vrijwel permanent uittredend gebufferd grondwater, zoals bronbos. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Wilgenverbond, Iepenrijke Eiken-Essenverbond en Verbond van Els en Es. Rivier- en beekbegeleidend bos is op diverse bodems te vinden, zowel op rivierklei als op de meer (lemige) zandbodems langs de beken. Rivier- en beekbegeleidend bos is te vinden in de landschapstypen Rivierengebied (buitendijkse gronden grote rivieren, Biesbosch en Oude Maas) en in Beekdalen binnen het overstromingsbereik van beken. Veel van het Rivier- en beekbegeleidend bos is ontstaan uit voormalige grienden in de Biesbosch en langs de grote rivieren, die hun economische betekenis hadden verloren. Recente bossen zijn vaak spontaan ontstaan uit opslag na klei of zandwinning.

Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen met dennen, eiken, beuken en/of berken en zijn vaak eenvoudig van structuur. Veel van deze bossen komen voor op zure, droge en zandige bodems. Wanneer de bodem meer leem bevat, kennen de bossen een grotere floristische rijkdom. Ook vochtiger typen van deze bossen met pijpenstrootje in de ondergroei behoren hiertoe. Vegetatiekundig behoren deze bossen tot het Zomereikenverbond of het Verbond der naaldbossen. Dennen-, eiken of beukenbos is te vinden in het Zandlandschap zoals op de Veluwe en delen van Drenthe. Plaatselijk komt het ook voor in het Heuvellandschap en op oude strandwallen. Veel van de bossen zijn vorige eeuw ontstaan als gevolg van aanplant of natuurlijke successie. De cultuurlijke invloed is vaak te merken aan bijvoorbeeld ingevoerde boomsoorten en sporen van hakhoutbeheer. Hoewel Dennen-, eiken-, of beukenbos algemeen voorkomt ontbreekt vaak een hoge diversiteit aan flora en fauna. Oorzaken betreffen een geringe structuurrijkdom in voormalige productiebossen, de jonge leeftijd en gevolgen van verzuring en vermesting. Dennen-, eiken- en beukenbos kan zowel combinaties van boomsoorten bevatten als een sterke dominantie van één soort.

Door het zure en voedselarme karakter is er bij ongestoorde ontwikkeling sprake van ophoping van strooisel wat zich met name voordoet bij bossen zonder leem in de ondergrond en bij sterke dominantie van eiken en beuken die zuur strooisel produceren. Hierdoor is bodemvegetatie vaak beperkt aanwezig. Aanwezigheid van soorten met rijker en makkelijker afbreekbaar strooisel, zoals linde op leemhoudende bodems, zorgt voor een milde humus, en daardoor een beter ontwikkelde bodemvegetatie. Het kronendak is minder gesloten en er is meer variatie tussen lichte en donkere delen. Op open plekken ontwikkelen zich vaak braamstruwelen en vestigen zich struiken als lijsterbes en vuilboom. In late stadia kan hulst dominant aanwezig zijn. Bij begrazing zijn ook grazige heidevegetaties aanwezig. Begrazing heeft een sterk effect op omvang en samenstelling van de boomverjonging. Natuurlijke processen zoals windworp kunnen voor variatie in structuur zorgen, maar vaak is (een aanvullend) menselijk beheer nodig om gevarieerde bossen te verkrijgen. Begrazing kan voorkomen dat open plekken weer snel dichtgroeien.

Rivier- en beekbegeleidend bos met hun karakteristieke soorten zijn sterk achteruitgegaan in omvang en kwaliteit in Nederland. Door bedijking, verdroging, grote wijzigingen in overstromingsdynamiek en bosexploitatie is het karakter van de slechts geringe oppervlakte Rivierbegeleidend bos sterk beïnvloedt. Europees gezien is Rivierbegeleidend bos zo zeldzaam, dat Nederland voor de resterende oppervlakte een grote verantwoordelijkheid draagt. Bronbos is door verdroging vaak sterk verruigd of geheel verdwenen en komt in Nederland slechts op geringe oppervlakte op een beperkt aantal plaatsen voor. Laaggelegen delen van Rivierbegeleidend bos worden meestal gedomineerd door wilgen en moerasplanten. Hoger op de oever gaat een goed ontwikkeld ooibos geleidelijk over in gewone es, iep en meer typische bosplanten. Struweel wordt vaak gedomineerd door wilgen of meidoorns. Door verdroging en onvoorspelbare overstromingen domineren ruigten vaak op open plekken. Bij begrazing zijn ook grazigere vegetaties aanwezig. Langs beken is doorgaans zwarte els of gewone es de dominante soort. Voedselrijkdom en basenrijkdom worden sterk bepaald door het overstromingswater. Vooral langs de rivieren en in de getijdengebieden kent het Rivier- en beekbegeleidend bos een voedselrijk en basisch karakter.

Onder invloed van sterke kracht van overstromingen kan structuurvariatie vaak op een natuurlijke manier ontstaan.

De betekenis voor de biodiversiteit is met name gelegen in grote aantallen (vaak bedreigde) paddestoelen, blad- en korstmossen en enkele vaatplanten. Structuurrijke bossen met enige buffering in de bodem, bossen met een hoge luchtvochtigheid en bossen met oude bomen kennen vaak een hogere biodiversiteit.

Rivier- en beekbegeleidend bos is van belang voor diverse soortgroepen, zoals broedvogels, mede door het (vaak) weelderige en ontoegankelijke karakter. De bever is kenmerkend voor Rivier- en beekbegeleidend bos direct aan oevers. Door de basenrijke omstandigheden en vaak hoge luchtvochtigheid zijn deze bossen belangrijk voor veel zeldzame mossen. In het getijdebos in Nederland komen de grootste populaties van spindotterbloem en het zeer zeldzame vloedschedemos in Europa voor. Bossen langs beken kennen eveneens een rijke fauna. Bronbos kent kenmerkende soorten voor beschaduwde bronmilieu’s zoals goudveil en bittere veldkers.

Afbakening Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen en struwelen gedomineerd door eiken, dennen, beuken, berken, lijsterbes, ratelpopulier of vuilboom. Maximaal 20% van het areaal van het betreffende bosgebied wordt gedomineerd door boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd, zoals Amerikaanse eik en Douglasspar. Op 80% van de oppervlakte wordt geen hout geoogst of is de houtoogst minder dan 20% van de bijgroei. Op de overige oppervlakte kan meer geoogst worden in het kader van omvorming naar een natuurlijker bos. Dit beheertype is gelegen buiten het Duinlandschap. Indien het in het Duinlandschap is gelegen behoort het tot het beheertype Duinbos.

Afbakening Rivier- en beekbegeleidend bos omvat bossen en struwelen die periodiek door oppervlaktewater worden overstroomd bij hoge waterstanden in beek of rivier en bossen die direct onder invloed staan van vrijwel permanent uittredend grondwater. Rivier- en beekbegeleidend bos komt niet in de duinen voor. Ook aangeplant populierenbos en doorgeschoten wilgengriend behoren tot dit type voor zover ze periodiek overstromen. Bos op veengronden waar stagnerend water periodiek boven het maaiveld komt worden tot Hoog- en laagveenbos gerekend.

Voorbeeldgebieden Veluwezoom, Kootwijk en het Speulderbos

Bron: Bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap

11

2.5 Vigerend bestemmingsplan

tra

at

Niet agrarisch bedrijf

w der Zui ge Lan

e Ap

s nse r o ldo

eg

Verblijfsrecreatie Verblijfsrecreatie

Midgetgolf

Natuur

Natuur Huidige bestemmingen

Verblijfsrecreatie

Landelijk bedrijf

Het plangebied is recreatief bestemd met de functieaanduiding: specifieke vorm van recreatie - midgetgolf. Op het plangebied is een woonbestemming reeds aanwezig. Om het plangebied heen zijn bestemmingen van verblijfsrecreatie, natuur en een ‘landelijk’ bedrijf aanwezig. Er dient rekening gehouden te worden met de dubbelbestemming van archeologische waarde en de gebiedsaanduiding reconstructiewetzone - verwevingsgebied GV. Wonen

Verblijfsrecreatie Recreatie Recreate - verblijfsrecreatie

Verblijfsrecreatie

Natuur Bedrijf

+ + + + + +

Dubbelbestemming - Archeologie 1 Gebiedsaanduiding reconstructiewetzone verwevingsgebied GV

Ruimtelijke plannen.nl

12

3

HET PLANGEBIED 3.1 Bestaande situatie

w der Zui ge Lan

Gebied met douglassparren

eg

Kavel F 2278

Terras 21 21 a

Loofbos / gemengd bos Kavel F 2277

Gebied met douglassparren

Kavel F 2239 De terreinen / tuinen van het plangebied bestaan voornamelijk uit naaldbos (beplant met douglasspaar als monocultuur (in het noordelijke deel, kavel F 2278) en als naaldbos met enkele loofbomen (in het zuidelijke deel, kavel F2239). De aanplant heeft in de jaren veertig van de vorige eeuw plaats gevonden. De douglassparren zelf zijn relatief vitaal en tussen de 25-30 meter hoog. De diameter / omtrek van de stammen zijn zeer verschillend. In het plangebied zijn ook waardevolle loofbomen (beukenlaan, beukenrij en eiken) aanwezig.

ESRI luchtbeeld

13

3.2 Hoogteligging met indicatie van bomen

w der Zui ge Lan eg Op de AHN-kaart DTM is de hoogteligging van het terrein goed zichtbaar. De inrichting van het terrein is goed waarneembaar zoals contouren van wegen / paden en het hoger gelegen terras. Bij grote bomen is de stam zichtbaar. De aanduiding van de bosbomen / douglassparren is indicatief.

14

3.3 Boomkroonprojectie

w der Zui ge Lan

Gebied met douglassparren

eg

Terras

Loofbos / gemengd bos

Gebied met douglassparren

Als aanvulling op de AHN-kaart DTM zijn op de AHN-kaart DSM de omvang en relatieve hoogte van de bomen / bossen herkenbaar. Douglassparren zijn hogere bomen. Loofbomen zijn lager. Waardevol zijn de loofbomen met een brede kroon.

15

3.4 Waardevolle bomen en delen van het plangebied

Rij van grote beuken aan de Lange Zuiderweg

Kavel F 2278

21

Als NATUUR bestemd gemengd bos

21 a Grote eik

e voll

n nlaa e k beu

eg

de aar

w der Zui ge Lan

Kavel F 2277

W

Kavel F 2239 Waardevol zijn de loofbomen in en om het plangebied: ▪ De rij beuken aan de rand van de Lange Zuiderweg ▪ De grote eik op het achterterrein van kavel F 2278 ▪ De beukenlaan aan de zuidelijke rand van kavel F 2277 (maakt geen deel uit van het plangebied) ▪ Het gemengde bos westelijk van het plangebied

N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos De waardevolle bomen moeten behouden blijven

(Gerelateerd aan de zijsloot / kwelsloot van de Ganzenbeek) Natuurbeheerplan Gelderland

De aanduiding van de bosbomen / douglassparren is indicatief.

ESRI luchtbeeld

16

3.5 Aandachtsgebieden ten aanzien van de bestaande situatie w der Zui ge Lan eg

Monocultuur douglasspar met kale bosgrond Kavel F 2278

Sloop

Sloop

Erfgrens met laurierkers

21 21 a

Kavel F 2277

Naaldbos douglasspar met ondergroei

Kavel F 2239

Aandacht voor de gebieden met douglasspar: ▪ Een groot deel van de kavel F 2278 is beplant met een monocultuur van douglasspar waarbij de bosgrond geen ondergroei heeft. Door de midgetgolf is veel verharding aanwezig. De landschappelijke en ecologische waarde van dit gebied is zeer gering. Ook voor het (grond)watersysteem zijn naaldbossen ongunstig, omdat het regenwater niet in de grond kan infiltreren maar grotendeels verdampt. ▪ De erfgrens naar kavel F 2277 bestaat uit laurierkers. Dit is een sierheester van landschappelijk weinig waarde. ▪ Het meerendeel van het naalbos op kavel F 2239 bestaat uit douglasspar maar er ontwikkelt zich een natuurlijke ondergroei / bodemvegetatie en er zijn ook loofbomen aanwezig. De aanduiding van de bosbomen / douglassparren is indicatief.

ESRI luchtbeeld

17

3.6 Foto’s van het plangebied

Kavel 2239 met gemengd bos (vooral douglasspar met enkele beuken) Er is in geringe mate ondergroei aanwezig met enkele struiken (vlier en jonge beuken)

Lange Zuiderweg met grote beuken op de kavelgrens

Er is bodemvegetatie aanwezig (gras en kruiden)

Deze strook is in de bestaande situatie in gebruik als parkeerplaats

Inrit van de ingesloten kavel 2277 van de bestaande woning (nr. 21) met zeer waardevolle beukenlaan

Ingesloten kavel 2277 met bestaande woning (nr. 21) en de grote eik in de tuin

en onverharde weg (bosgrond met gras)

De erfgrens is afgezet met een vrij groeiende haag van laurierkers

18

Westelijke van kavel 2239 staat gemengd bos (hoog aandeel loofbomen met enkele douglassparren) De bestaande bebouwing (nr. 21 a) wordt herbestemd als woning

Het bos is vrij dicht met ondergroei

Noordzijde kavel 2278 met naaldbos / plantage (monocultuur douglasspar) De bestaande bebouwing (nr. 21 a) met terras wordt herbestemd als woning

Er is een kale bosbodem aanwezig met een groot aandeel verharding en plantvakken: taxus en klimop

19

3.7 Beoogde ontwikkeling

▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

20

De bestaande bebouwing van het midgetgolf-restaurant wordt getransformeerd tot een woning Voor de nieuwe woning wordt een bijgebouw van 55 m² gebouwd De nieuwe woning krijgt een eigen inrit (onverhard) Alle midgetgolf elementen worden verwijderd- veel verharding zal verdwijnen en de kiosk aan de voorzijde van het perceel wordt gesloopt De parkeerstrook aan de Lange Zuiderweg wordt tuin / bos Het bijgebouw van de bestaande woning (nr. 21) wordt verkleind en de nieuwe woning Plaatsing van een schuurtje op kavel F 2239 tussen de bomen

3.8 Landschappelijke inpassing / inrichting op hoofdlijnen

Behoud beuken

oud Be h

we hek

rk

p limo k t me

Inrit / parkeerplaatsen Onverharde bosgrond

Behoud naaldbos van douglasspar Tuin

Bijgebouw

Kavel F 2278

Behoud terras

21

21 a Woning

Behoud eik

Kavel F 2278 ▪ Verwijdering van alle verharding in het naaldbos ▪ Behoud van de douglassparren en aanplant van enkele loofbomen en struiken; ook wordt de natuurlijke successie niet tegengehouden (spontaangroei van loofbomen en inheemse struiken) ▪ Door behoud van van de douglassparren blijft het bos bestaan (geen ‘leegte’ met alleen jonge bomen) ▪ Door de aanplant van loofbomen wordt de landschappelijke waarde en de biodiversiteit verhoogd ▪ Inrit en voetpaden zijn onverhard en lopen min of meer organisch tussen de bestaande bomen (de gronden van het plangebied zijn hoger gelegen en bestaan uit droge zandgronden; stagnerend water / moddervorming is niet te verwachten gezien de ontsluiting van de woning (nr. 21) op kavel F 2277 ook volledig onverhard is) ▪ Om de nieuwe woning heen ligt het tuingedeelte ▪ De erfgrens wordt naar de kadasterlijn aan de Lange Zuiderweg verplaatst en niet door hekwerk afgezet waardoor het bos vanuit de weg zichtbaar is ▪ Het hekwerk met klimop op de noordelijke perceelsgrens naar het vakantieterrein ‘Het Kieftveen’ blijft behouden en woordt op enkele plekken versterkt

De aanduiding van de douglassparren / bosbomen is indicatief.

w der Zui ge Lan

Kavel F 2277

eg

Behoud naaldbos douglasspar met ondergroei

Kavel F 2239 Kavel F 2239 ▪ Bouw van een schuurtje tussen de bomen zonder dat er gekapt moet worden. ▪ Behoud van het naaldbos in de huidige staat (bestaat voornamelijk uit douglasspar en enkele loofbomen met een natuurlijke ondergroei) ▪ De natuurlijke successie van het bos wordt niet tegengegaan (jonge loofbomen kunnen zich ontwikkelen)

ESRI luchtbeeld

21

3.9 Nieuwe beplanting

1,50

m

,00 m3

m

m 3,00 m 9,00

9,00

Eik - Quercus robur Beuk - Fagus sylvatica

0m 12,8

m

m

1,50

9,70

3,00

Berk - Betula pendula

8,00 m

0 10,3 10,3

m

m

5,60

m

m

5,00

m

m

5,20

1,50

Kavel F 2278

m

Plantmateriaal: hoogstam

m

8 - 10

Hazelaar - Corylus avellana Gelderse roos - Viburnum opulus

21 a

m

6,60

6,40

21

Ø 2,5 - 3

Struiken

0m

m 7,30

m

5,20

8,00

Boomsoorten

Plantmateriaal: verplante struik in container H 60-100

9,0 9,0

0m

w der Zui ge Lan

Kavel F 2277

0m

Wijze van planten is maatwerk en afhankelijk van de bestaande bomen

eg

Kavel F 2239

ESRI luchtbeeld

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f360479f-01e2-42af-bcc2-49e86a07440c