Kromme Akker-Zuid II_Toelichting_Bijlage 21 Vormvrije m.e.r.-beoordeling (2020).pdf
Tekst van het document
DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING De ontwikkeling van 62 woningen is een stedelijk ontwikkelingsproject zoals dat is omschreven in het Besluit milieueffectrapportage onder D 11.2). Omdat de voorgenomen ontwikkeling (realisatie van De Kromme Akker Zuid-II) ruim onder de drempelwaarden (kolom 2) blijft, is een vormvrije m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Beoordeling Bij de beoordeling of een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, is rekening gehouden met de criteria in Bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (richtlijn 85/337/EEG). Deze criteria zijn:
1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Ad 1 De kenmerken van de activiteit Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • • • • • • •
de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
Ad a. de omvang van het project Het plangebied heeft een totale grootte van circa 2,1 hectare en ligt ten oosten van de Componistenwijk en ten zuiden van de wijk Kromme Akker, en het wordt aan de zuidzijde begrensd door de Wikselaarseweg. Er worden in totaal 62 deels gestapelde woningen gebouwd. De locatie bestaat uit braakliggend grasland, maar is aan alle kanten omsloten door bestaand stedelijk gebied. Het betreft een inbreidingslocatie. Het plangebied wordt omringd door de bebouwde kom van Voorthuizen. Ad b. cumulatie met andere projecten De realisatie van deze 62 woningen betreft een op zichzelf staand project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie. Van een relevante cumulatie met projecten buiten onderhavig plan is geen sprake. Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Het is de bedoeling de woningen gasloos te bouwen en er wordt gebouwd volgens de laatste richtlijnen en normen op het gebied van materiaalgebruik.
Ad d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van de 62 woningen en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de woningen. Ad e. verontreiniging en hinder Het plangebied zal alleen woningen bevatten en geen activiteiten van bedrijfsmatige aard die hinder naar de omgeving veroorzaken. Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering Binnen het plangebied worden geen risicoveroorzakende activiteiten toegelaten, dit aspect is daarom niet van toepassing. Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Er is geen sprake van een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Onderhavig plan heeft geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Bovendien zijn in de omgeving van het plangebied geen verontreinigende inrichtingen gelegen. Ad 2.
Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu. Het plangebied bestaat momenteel uit grasland. Uit de ecologische Quick Scan blijkt dat er geen beschermde soorten in het plangebied zijn aangetroffen. Het plangebied heeft een beperkte omvang. Ad 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (de kenmerken van het project en de plaats van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten, de aard van het effect, het grensoverschrijdend karakter van het effect, de intensiteit en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven. Natuur Om aan te tonen of er beschermde flora en fauna voorkomt binnen het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd inclusief veldbezoek (zie bijlage 16 van de toelichting).
De quick scan concludeert dat er mogelijk broedvogels (tijdens het broedseizoen beschermd) en vleermuizen (vliegroutes langs de randen van het gebied) aanwezig kunnen zijn. Door enkele voorzorgsmaatregelen te treffen kunnen negatieve effecten worden voorkomen. Het plangebied ligt op voldoende afstand van het Natura-2000 gebied de Veluwe dat eventuele negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Luchtkwaliteit In het onderhavige plangebied worden in totaal 62 woningen gerealiseerd. Een onderzoek is niet noodzakelijk omdat het plan valt onder één van de categorieën (1.500 woningen) die automatisch niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. Geluid Een woonwijk van 62 woningen veroorzaakt geen noemenswaardige geluidsoverlast. Externe veiligheid In het onderhavige plan worden geen risicovolle inrichtingen gerealiseerd. Dit aspect is derhalve niet van toepassing. Bodem In het onderhavige plan worden woningen gerealiseerd. Woningen zijn geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. Het effect van het onderhavige plan op de bodem is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg.
Conclusie Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen. Het uitvoeren van een milieueffectrapportage is daarom niet nodig.