CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koudhoornseweg IV_Toelichting - vastgesteld

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Koudhoornseweg IV, Garderen26.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Conclusie De inrichting van het plangebied vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.

5.13

Ontplofbare oorlogsresten

Gemeente Barneveld heeft voor haar gehele grondgebied een historisch vooronderzoek uit laten voeren naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens dit vooronderzoek van Expload met kenmerk RN-14037-2.0 van 27 oktober 2015 blijkt dat de planlocatie niet verdacht is van Ontplofbare Oorlogsresten, zijnde afwerpmunitie. De onderstaande afbeelding is een kaartuitsnede van de OO-belastingkaart van gemeente Barneveld, waarop het plangebied is te zien. Er is geen aanvullend onderzoek naar Ontplofbare Oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog nodig

afbeelding: uitsnede OO-belastingkaart

Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de uitvoer van dit plan.

28

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

5.14

Veiligheid en gezondheid

Veiligheid Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen.

Gezondheid De aanwezigheid van een intensieve veehouderij kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is gebleken dat longontsteking vaker voorkomt bij mensen die in vee dicht gebied wonen. Een deel van de longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De oorzaak is niet duidelijk. Met andere woorden: het wonen in de buurt van een geitenhouderij verhoogt de kans op een longontsteking, maar we tasten nog in het duister wat deze verhoogde kans veroorzaakt. Eind oktober 2020 kwam de GGD met de richtlijn 'Veehouderij en gezondheid'. De richtlijn gebruikt de GGD bij de advisering over ruimtelijke plannen. De GGD heeft twee uitgangspunten bij zijn adviezen. De eerste is voorzorg: wees terughoudend met het plaatsen van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen, en ziekenhuizen) en veehouderijen binnen 250 meter van elkaar (bij geitenhouderijen binnen 2 kilometer). Het tweede uitgangspunt is het streven om de uitstoot van geur, stof, endotoxinen (kleine stukjes bacteriën) en ammoniak van veehouderijen te verminderen. De GGD-richtlijn betreft een niet-bindende aanbeveling en deze bevat geen harde normen. De richtlijn heeft geen bindende status.

De GGD heeft niet willen uitsluiten dat er nieuwe woningen komen in de omgeving van geitenhouderijen. De GGD adviseert doorgaans aan gemeenten om in hun besluitvorming het risico van longontsteking zorgvuldig mee te wegen. Volgens de GGD is het risico op longontsteking het hoogst binnen een straal van 500 meter. Buiten die straal loopt het verhoogde risico af. Omdat we niet weten waardoor de longontstekingen rondom geitenhouderijen wordt veroorzaakt, ontbreekt het inzicht in effectieve bronmaatregelen om gezondheidsrisico's te voorkomen.

Doorwerk ing Het plangebied bevindt zich niet in de invloedssfeer van de geitenhouderij(en).

Conclusie "Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

29

Koudhoornseweg IV

De aspecten veiligheid en gezondheid vormen geen belemmering voor de realisatie van de woningen.

5.15

Verkeer

De woningen worden ontsloten via twee aan te leggen inritten van elk maximaal 4 meter breed, inclusief haag. De nieuwe inritten komen aan de linker- en rechterzijde van de woningen liggen. Naast het parkeren via de inritten op eigen terrein worden ook parkeervakken in de vorm van langsparkeren aan de voorzijde van de woningen aangelegd. Deze langsparkeervakken zijn 2,5 - 3 meter breed, in overeenstemming met de parkeernomen van de gemeente Barneveld. Voor deze situatie geldt een parkeernorm van 3 plekken per woning. In het plangebied zijn 6 parkeerplekken gerealiseerd. Gelet op de geringe toename van verkeer op de Koudhoornseweg en het parkeren op eigen terrein kan gesteld worden dat voldaan wordt aan het aspect 'verkeer'.

Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.

5.16

Water

Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel.

Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid: Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem: Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren: Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie: Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie: Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.

30

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater; Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar; De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats; Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie Het perceel aan de Koudhoornseweg te Garderen betreft een klein grasland. In de Koudhoornseweg ligt een gemengd riool.

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden er twee woningen gebouwd. Voor deze toename aan verharding moet compenserende waterberging komen in de vorm van 20mm per vierkante meter verharding. Dit water zal opgevangen worden in een infiltratievoorziening op eigen terrein. De overstort van de voorziening mag naar openbaar terrein gelegd worden. De infiltratie vindt plaats via een vijver in de voortuin en wadiconstructies op het achtererf. Het van de woning afkomstige vuile water kan worden aangesloten op het riool in de Koudhoornseweg. Bij de realisatie van de woning en de bijgebouwen uit duurzaamheidsoogpunt bij voorkeur geen uitlogende bouwmaterialen gebruiken. De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

31

Koudhoornseweg IV

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECT EN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen.

6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel. Als bijvoorbeeld wordt aangegeven onder de bestemming Wonen I: 'de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m2, [...].' wordt bedoeld dat de maximum oppervlakte die is aangegeven op de verbonden vlakken als één maximum voor beide vlakken geldt en niet voor beiden afzonderlijk.

32

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

6.1.1.2

Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.

6.1.2 6.1.2.1

Bestemmingsregels Bestemming 'Tuin'

De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1' en 'Bedrijf'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. De bedrijvenbestemming wordt toegepast bij bedrijven in een woonomgeving. Omdat de woonfunctie dominant is, dienen andere functies hierbij aan te sluiten. Bij bedrijven is, net als bij woningen, sprake van een tuinbestemming tussen het bedrijf en de weg. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. Buiten het bouwvlak is tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn geen bebouwing toegestaan. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak is ondergeschikt. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'groen' is aangegeven, is de grond alleen bestemd voor groen. Bouwwerken en verharding zijn niet toegestaan.

Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan, deze dienen ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Deze hiërarchie vertaalt zich ruimtelijk enerzijds in de massa van de gebouwen, het hoofdgebouw, het woonhuis is groter dan het bijbehorende bouwwerk. Anderzijds is dit terug te zien in de positionering van de massa's, de bijbehorende bouwwerken staan achter het hoofdgebouw. De regel is dat het bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het woonhuis staat. Indien dit niet wordt nageleefd is het bijgebouw te dominant aanwezig en verstoord het de hierboven omschreven hiërarchische opbouw van de bouwmassa's. Naast een heldere hiërarchische opbouw moet verrommeling van het straatbeeld zoveel mogelijk worden voorkomen. Als in het bestemmingsplan er bewust voor is gekozen om geen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel toe te staan dan dient hieraan vastgehouden te worden. Latere toevoegingen van bijbehorende bouwwerken, die voor de voorgevel van het woonhuis staan, geven een rommelig beeld en leveren daarmee een negatieve uitstraling op het totale straatbeeld.

Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten. Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat. Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en ruimte uit de straat ontnomen. Vanuit bovenstaande argumenten moet een bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staan, waarbij carports ook onder de noemer bijbehorende bouwwerk vallen en erkers zijn uitgezonderd.

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

33

Koudhoornseweg IV

6.1.2.2

Bestemming 'Wonen-1'

De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150m2. In uitzonderingsgevallen is er een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding weergegeven. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden.

Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden. Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is een bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan.

In een bijgebouw is alleen met een omgevingsvergunning en onder voorwaarden een bed & breakfast toegestaan. Als een bed & breakfast in een bijgebouw wordt gerealiseerd moet duidelijk zijn dat het echt om een bed & breakfast gaat en niet om een losse recreatiewoning. Dit betekent dat er geen keuken, washok of andere ruimten in het bijgebouw aanwezig zijn die makkelijk bij de kamers kunnen worden aangetrokken. In een woning of bijgebouw mogen maximaal twee kamers, met elk twee bedden ten behoeve van een bed & breakfast worden gerealiseerd. Het is wel toegestaan een kinderbedje toe te voegen. De bed & breakfast moet altijd ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Dat betekent dat de bebouwing altijd uitstraalt dat het om een woning gaat. Daarnaast mag de oppervlakte van een bed & breakfast in een bijgebouw maximaal 60 m² bedragen. Om overlast van parkeren te voorkomen moet parkeren op het eigen erf plaatsvinden. 6.1.2.3

Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'

In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een hoge verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 250 m2).

34

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

6.1.3 6.1.3.1

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.1.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 7.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven. 6.1.3.3

Algemene gebruik sregels

Seksinrichting / coffeeshop Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting dan wel coffeeshop in ieder geval strijdig is met de bestemming. Verblijfsrecreatie In Barneveld is het toegestaan een eigen woning te verhuren aan toeristen voor kort verblijf: Particuliere vakantie-verhuur. De woning is in dit geval duidelijk ingericht voor eigen bewoning. Er mogen geen woningen aan de woningvoorraad worden onttrokken om particulier te worden verhuurd voor recreatief gebruik. Een woning mag daarom niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar worden verhuurd tijdens afwezigheid van de bewoner. Dit kan een aaneengesloten periode zijn of meerdere korte periodes van in totaal 60 nachten. De bewoner van de woning is verantwoordelijk voor de verhuur. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ten behoeve van het behoud van erfgoed, kan van bovenstaande worden afgeweken. Bij een dergelijk initiatief is altijd sprake van maatwerk waarbij o.a. wordt gekeken of het initiatief aanvullend is op het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in Barneveld. Parkeerplaatsen Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de Nota Parkeernormen (2020). Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten. 6.1.3.4

Algemene aanduidingsregels

De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. De volgende soort gebiedsaanduiding is toegepast: Voorwaardelijke verplichting. De vooorwaardelijke verplichting ziet er op toe dat binnen een aantal jaren na de verleende bouwvergunning voor de woningen ook het perceel is ingericht overeenkomstig de gemaakte afspraken. 6.1.3.5

Algemene afwijkingsregels

Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd. De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van "Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

35

Koudhoornseweg IV de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak. 6.1.3.6

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden. 6.1.3.7

Algemene procedureregels

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.

6.1.4 6.1.4.1

Overgangs- en slotregels Overgangsregels

Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 6.1.4.2

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.2

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

36

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

37

Koudhoornseweg IV

Hoofdstuk 7 7.1

ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID

Kostenverhaal en zekerstellingen

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het plan de bouw van twee woningen mogelijk maakt, is dit aan de orde. Doordat er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Bro, behoeft er op grond van artikel 6.2.1a, onder b Bro in dit geval geen exploitatieplan vastgesteld te worden. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.

38

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 26 oktober 2023 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1

Participatie

Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: Participatie bij ruimtelijke initiatieven; Participatie bij initiatieven van de overheid; Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.

Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie

In dit geval is spoor Participatie bij ruimtelijk initiatieven van het beleid relevant en trede1 van de participatieladder. er heeft informatieverstrekking naar omwonenden plaatsgevonden. Bij spoor 1 is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Zolang spoor 1 niet in werking is getreden, stimuleren we als gemeente participatie en veel initiatiefnemers passen participatie ook toe. In dit geval is trede 1 gebruikt en de initiatiefnemer heeft aangegeven dat omwonenden zijn geïnformeerd. Er is geen participatieverslag toegevoegd.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader hiervan wordt het bestemmingsplan voor overleg aan onderstaande instanties toegezonden: Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Dit plan is gebaseerd op de Regionale beleidsinvulling functieverandering en nevenactiviteiten en voldoet "Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

39

Koudhoornseweg IV daar ook aan. In het kader hiervan is het verzoek voorgelegd aan de Regionale werkgroep Coördinatie verzoeken om functieverandering. De werkgroep heeft op 5 oktober 2011 ingestemd met het plan. Geconcludeerd kan worden dat er hier geen provinciale belangen in het geding zijn die om vooroverleg vragen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 1500 m2 en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Gelet op de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft geen vooroverleg plaatsgevonden, aangezien de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) geen adviserende en coördinerende rol meer heeft met betrekking tot de advisering over een voorontwerp betreffende gemeentelijke ruimtelijke plannen.

Nu er sprake is van een gemeentelijk ruimtelijk plan, waarbij er geen nationale rijksbelangen aan de orde zijn en de betrokken rijksdiensten niet als direct belanghebbende zijn aan te merken, behoeft het plan niet voor vooroverleg naar de ILT opgestuurd te worden. Aangezien er geen sprake is van een provinciaal belang, is er geen vooroverleg gevoerd met de provincie. Het bestemmingsplan Koudhoornseweg IV betreft echter een plan van lokaal belang. Vooroverleg is niet noodzakelijk en wordt dan ook niet gevoerd.

8.3

Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.

8.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken is een reactie ingediend. Deze reacties hebben geleid tot aanpassing van het plan. In de bijlage bij dit bestemmingsplan is de Nota Zienswijzen bijgevoegd.

40

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

Bijlagen bij de toelichting

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

41

Koudhoornseweg IV

Bijlage 1 titel

42

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

Koudhoornseweg IV

Bijlage 2 Stikstof

"Koudhoornseweg IV" (vastgesteld)

43

Memo stikstofdepositie nieuwbouw Koudhoornseweg tussen 18 en 22 te Garderen

Opdrachtgever

Familie Mulder Putterweg 31 3886 PB Garderen

Contactpersoon

Richard Huisman info@huismanruimte.nl

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2023-093 Versie Okt23-v3 Behandeld door Lex Groenewold Datum 12 oktober 2023

Dokter Holtropstraat 97 • 385113 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27

Inhoudsopgave 1. 2. 3.

Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Beschrijving situatie ................................................................................................. 3 Wet natuurbescherming ........................................................................................... 4 3.1 Natura 2000 ...................................................................................................... 4 4. Stikstofdepositie....................................................................................................... 5 4.1 Uitspraak PAS Raad van State ......................................................................... 5 4.2 Beleidsregels intern en extern salderen ............................................................ 5 4.3 Wet stikstofreductie .......................................................................................... 6 4.4 Situatie Koudhoornseweg ................................................................................. 6 5. Conclusie ................................................................................................................. 8

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

2

Versie: 12 oktober 2023

1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het plan een nieuwe dubbele woning te realiseren tussen de bestaande woning Koudhoornseweg 18 en 22 te Garderen, gemeente Barneveld. De gemeente heeft gevraagd een stikstofberekening aan te leveren. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit uit te voeren.

2. Beschrijving situatie De planlocatie ligt in de kom aan de noordwestzijde van Garderen. Het betreft in de huidige situatie een braakliggend perceel. Plan is nieuwe gasloze tweekapper te bouwen. De gemeente heeft gevraagd een stikstofberekening aan te leveren. Dat betreft dan zowel de gebruiksfase als de aanlegfase.

Bestaande (links) en de gewenste situatie

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

3

Versie: 12 oktober 2023

3. Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van een planwijziging op beschermde gebieden en doelsoorten. Het plangebied ligt in de kom van Garderen.

3.1 Natura 2000 Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. Artikel 2.1 Wnb vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebieden in Nederland. De Wnb sluit aan bij de Europese gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een 160 Natura 2000 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Natura 2000-gebied Veluwe ligt op diverse plekken rondom het plangebied. Het dichtst bij is het gebied ten noordwesten op ruim 400m (zie figuur hiernaast PDOK februari 2023). Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bosen heidetypen. Specifieke bescherming is er voor o.a. het Vliegend hert, Gevlekte witsnuitlibel en Kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn o.a. Wespendief, Zwarte specht, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en IJsvogel. Gezien de aard van het plan en de ligging t.o.v. de Natura 2000 gebieden zijn met zekerheid geen effecten van het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen.

Bij plannen moet ook gekeken worden naar eventuele effecten buiten het plangebied. Dat is de zgn. externe werking. Externe werking kan optreden door bijv. stikstofemissie van stallen, mobiele werktuigen of voertuigen.

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

4

Versie: 12 oktober 2023

4. Stikstofdepositie Natura 2000-gebied Veluwe is gevoelig voor verzuring door stikstof. Daarom moet bij nieuwe plannen ook worden bekeken of de plannen leiden tot een toename van de stikstofdepositie.

4.1 Uitspraak PAS Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan (zoals een bestemmingsplan) moet worden getoetst. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron neerslaat. Daarbij zijn er in Nederland momenteel 118 Natura 2000gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten. Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningsplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is een voortoets nodig om te bepalen of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied.

Is dat het geval, dan is ook een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) noodzakelijk.

4.2 Beleidsregels intern en extern salderen Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben regels vastgesteld voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Activiteiten waarbij niks verandert, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen: 

Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan, als de depositie per saldo niet toeneemt. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning is te gebruiken voor saldering. Extern salderen: De aanvrager maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde stikstofcapaciteit mag gebruikt worden.

Deze beleidsregels gelden alleen voor het verlenen van vergunningen door gedeputeerde staten, niet voor het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenteraden.

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

5

Versie: 12 oktober 2023

4.3 Wet stikstofreductie Per 1 juli 2021 is een nieuwe Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering en ook het bijbehorende Besluit van kracht geworden. Onderdeel van deze wet was de vrijstelling voor bouw- en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Door een uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 mag de bouwvrijstelling niet meer worden toegepast. Daardoor moet nu dus weer voor elke aanvraag ook in de aanlegfase worden bekeken of er mogelijk significant negatieve effecten kunnen optreden op beschermde gebieden.

4.4 Situatie Koudhoornseweg Voor de Koudhoornseweg tussen 18 en 22 is het gebruik en de bouw berekend van een twee-onder-één-kap woning. In de voorliggende situatie zijn met behulp van het rekenprogramma Aerius (versie 2022) berekeningen gemaakt van de te verwachten stikstofdepositie in de gebruiks- en aanlegfase. Hoewel het hier, in de zin van de Wnb, primair gaat om de beoordeling van een plan, is voor de berekening toch aangesloten bij de provinciale beleidsregels voor intern en extern salderen. Op die wijze is het mogelijk om tegelijkertijd ook de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor dit aspect inzichtelijk te maken. Gebruiksfase De bestaande situatie bestaat uit een braakliggend terrein met grasland. In de nieuwe situatie komt er een nieuwe gasloze 2-o-1-kap woning. Conform de CROW publicatie 381 geeft dit 7.4-8.2 (gem. 7.8) autobewegingen/etmaal (weinig stedelijk, rest bebouwde kom). Er zijn 8.2 bewegingen per etmaal/woning ingevoerd in het programma Aerius. Het meeste verkeer zal richting dorp gaan (75%). Daarom is gerekend met 12.3 bewegingen richting dorp en 4.1 bewegingen richting het westen. In de invoerinstructie van Aerius 2023 staat in H10.1 Sector wonen en werken, dat voor woningen niet gerekend hoeft te worden met een emissie van NH3.

Op verzoek van de gemeente is aanvullend wel rekening gehouden met een emissiefactor van 0.44 kg/jr voor sfeerverwarming1. Ook is rekening gehouden met 0.02 bewegingen van vrachtverkeer per woning per etmaal. Verder is waarschijnlijk dat de bouw pas over 1-2 jaar zal plaatsvinden. Daarom is gerekend met peiljaar 2026 voor de gebruiksfase. Hiermee is geen toename berekend groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Aanlegfase Na de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 moet ook de aanlegfase weer in de berekeningen worden meegenomen. Een specificatie van de inzet van mobiele werktuigen volgens opgave is weergegeven in de bijlage. Vanwege de ligging relatief vlak bij de Veluwe is er bij inzet van mobiele dieselwerktuigen al snel sprake van een tijdelijke toename van 0.01-0.03 mol/ha/jaar op een beperkt aantal hexagonen. Hoewel een dergelijk lage depositie ecologisch totaal niet relevant is, moet op juridische gronden toch worden gekeken naar alternatieven. Of er moet een nadere onderbouwing of een voortoets worden opgesteld. 1 Emissiekentallen NOx en NH3 voor PAS / AERIUS, 2018, Berend Hoekstra, Luc Verhees,

Albert Brouwer & Rianne Dröge, TAUW rapport #R001-1265262BWH-V01-aqb-NL.

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

6

Versie: 12 oktober 2023

Intern salderen is hier niet mogelijk (grasland). Voor extern salderen moet stikstofruimte worden gevonden in de omgeving of is het wachten op een voorziening zoals een stikstofbank of een stikstofboekhouding op gemeentelijk of provinciaal niveau, om projecten met een kleine stikstofemissie eenvoudiger te kunnen realiseren. Vooralsnog is gezocht naar andere opties, waaronder de inzet van elektrisch materieel. Een bouwkraan is goed elektrisch verkrijgbaar en ook graafwerktuigen zijn steeds meer beschikbaar in een elektrische uitvoering. Een aantal adressen met beschikbaar materieel en een aantal typen is genoemd in de bijlage. Voor het opladen is gebruik te maken van een naburige aansluiting op het elektriciteitsnet. Ook is er een emissieloze aggregaat op de markt welke loopt op waterstof (zie bijlage). Bij de feitelijke realisatie zal een keuze worden gemaakt van de op dat moment meest geschikte techniek. Omdat de uitvoering waarschijnlijk pas medio 2024/2025 zal plaatsvinden, zal dan waarschijnlijk toch een nieuwe Aeriusberekening nodig zijn, als er een update/wijziging is geweest in het programma. De tweekapper zal grotendeels worden gebouwd volgens een prefab bouwsysteem. Er zijn systemen op de markt waarbij vrijwel alle elementen vooraf in de fabriek worden gemaakt en op locatie alleen assemblage nodig is. Er zijn al voorbeelden dat een woning (casco) in ca.

een week op de locatie is gerealiseerd. Voor het project is er van uitgegaan dat de betonnen funderingsstroken worden gestort met een betonmixer. Voor de rest is het project in deze situatie aangewezen op het gebruik van elektrisch materieel, om een stikstofdepositie groter dan 0.00 mol/ha/jaar te voorkomen. De gegevens zijn ingevoerd in het programma Aerius, voor peiljaar 2024. Daaruit blijkt in de aanlegfase, bij gebruik van vrijwel uitsluitend elektrisch materieel, dat er geen toename van de stikstofdepositie is groter dan 0.00 mol/ha/jaar. Nader onderzoek of een vergunning Wnb gebieden is hiermee niet nodig.

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

7

Versie: 12 oktober 2023

5. Conclusie    

 

Initiatiefnemer heeft het plan een nieuwe tweekapper te realiseren tussen de bestaande woning Koudhoornseweg 18 en 22 te Garderen, gemeente Barneveld. Hiervoor is o.a. een stikstofberekening nodig. Het betreft gasloze bouw, waarbij de voertuigbewegingen de belangrijkste emissiebron vormen. Op verzoek van de gemeente is verder rekening gehouden met 0.02 vrachtwagenbewegingen/woning/etmaal en 0.44 kg/jr voor sfeerverwarming. De gegevens zijn ingevoerd in Aerius (versie d.d. 12 oktober 2023). Daarmee is geen depositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Ook de aanlegfase is in beeld gebracht. De bouw zal naar verwachting niet eerder dan in 2024 of 2025 starten. Omdat grotendeels prefab wordt gebouwd is rekening gehouden met een totale bouwtijd van 8 maanden. Vanwege de ligging nabij de Veluwe is om stikstofdepositie te voorkomen, rekening gehouden met uitvoering door grotendeels elektrisch materieel (graafmachine, bouwkraan e.d.). De situatie is ingevoerd in Aerius d.d. 12 oktober 2023. Er is bij de aanlegfase en bij toepassing van elektrisch materieel dan geen toename berekend groter dan 0.00 mol/ha/jr. Hiermee is voldoende aangetoond dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het onderdeel stikstof.

Het aanvragen van een vergunning Wet natuurbescherming voor realisatie van het plan is dan niet nodig.

Memo stikstof tweekapper Koudhoornseweg Garderen Okt23-v3

8

Versie: 12 oktober 2023

Bijlage 1 Overzicht berekeningen Aerius

Gebruiksfase

Aanlegfase (grotendeels elektrisch materieel)

Aerius 2023 Koudhoornseweg tussen 18 en 22 te Garderen

Uitgangspunten stikstofberekening Bestaand: o Braakliggend terrein / grasland Gebruiksfase  1 twee-onder-1-kap woning o Gasloos o CROW 381: niet stedelijk, buitengebied, vrijstaande woning  7.8-8.6 (gem. 8.2) bewegingen/etmaal. Uitgegaan is van 16.4 bewegingen/etm. Daarvan gaan 4.1 in westelijke en 12,3 in oostelijke richting. o Emissiekental grondgebonden woning voor sfeerhaarden en BBQ is 0.44 kg NOx/jr (Tauw, 2018).  2 woningen: 0.88 Kg NOx o Vrachtverkeer 0.02 /etmaal ≈ 7 per jaar/woning o

TNO 20222: berekening van waarden onder de 6 mol/ha/jaar is niet zinvol en door de rekenonnauwkeurigheid ook niet significant voor kleine projecten.

Realisatiefase Dit betreft het bouwrijp maken en realisatie van een nieuwe dubbele woning welke grotendeels zal bestaan uit prefab elementen. Op de begane grondvloer komt een (zand/cement) dekvloer, welke met elektrische pompen is aan te brengen. Voor een strokenfundering van deze omvang is ca. 2-3 uur met een betonmixer voldoende om deze te storten (info bouwbedrijf). Eventueel zijn ook de funderingsstroken prefab uit te voeren. Vooralsnog is uitgegaan van inzet van een betonmixer. Omdat deze zo kort aanwezig is kan worden volstaan met een eenvoudige berekening en is het opsplitsen in belast en onbelast niet echt nodig. De rest kan allemaal met elektrisch materieel plaatsvinden en bestaat vooral uit assemblage en handwerk door de aannemer. Voor het materieel zal een stroomaansluiting in de omgeving beschikbaar zijn voor tussentijds laden. Voor de vrachtwagens is rekening gehouden met 20% stagnatie. Gerekend is met 1/3 richting west en 2/3 van het verkeer richting dorp. Volgens opgave geeft dit de volgende activiteiten: 2 Notitie M10342 - Afbakening in de modellering van depositiebijdragen van individuele

projectbijdragen (Fase 2) Versie 3, 26 april 2022, TNO

Overzicht gegevens t.b.v. AERIUS berekening Nieuwbouw dubbele woning Koudhoornseweg tussen 18 en 22 Garderen Opdrachtgever: Projectnummer: Datum: Datum gewijzigd:

Mulder 2023-093 30-6-2023 …

1. Aanlegfase Inzet mobiele voertuigen voor sloop, bouw en constructie Onderdeel werkzaamheden (bv Beschrijving mobiel bouwrijp maken, sloop, bouw, werktuig etc.) 1 Grondwerk fundering 2 Bouw 3 Bouw 4 Tuin/kabels (kan ook elektr) 5 Overig materieel 6 7 8 9 10 TOTAAL

Graafmachine Bouwkraan Truckmixer Graafmachine

Bouwjaar Stageklasse werktuig

>2019 >2019

LV

Algemeen Doorlooptijd (mnd) Werkbare dagen Bewegingen aannemer (gem.)

220 60

ja ja

2,5 2

16 5,9

0 0

0 0 40 12

52 Vrachten / leveringen

Afvoer grond/zand Aanvoer zand Aanleveren beton Prefab elementen Kozijnen Dakelementen Dakafwerking Algemene leveringen Algemene leveringen Aannemer (gem. 1,5 bus/d)

elektrisch elektrisch V of hoger V of hoger elektrisch

vermogen SCRDraaiuren Brandstof Add BrandstofkW systeem (u/j) (L/u) blue (L) verbruik (ja/nee?) (l/j)

3 1 1 3 2 2 2 9 5 240

8 160 1,5

Bewegingen MV

ZV 6 2 2 6

4 4 4 18 10 480 480

maand dagen per dag

18

38

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Mulder Koudhoornseweg tussen 18 en 22 , 3886 PK Garderen nieuwbouw Gebr.f.: vrijstaande gasloze 2-o-1-kap woning. Incl. 0.02 vrachtwagens per woning/etm en sfeerverwarming, BBQ ed

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rv7899AFxNR6 12 oktober 2023, 09:11 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

2025 -

3,2 g/j

1,0 kg/j

2/8

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 3 

Wonen en Werken | Woningen | Sfeerverwarming ed Verkeersnetwerk

Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,2 g/j

0,9 kg/j 94,4 g/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Per eigen rekenpunt

1

Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

Naam

Rekenpunt 1

Coördinaat

X:177052,41 Y:472309,72

Projectbijdrage (mol N/ha/jr)

-

6/8

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeer X:176878,4 Y:471885,18 55,98 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeer X:176921,77 Y:471887,42 60,40 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Max. snelheid

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wonen en Werken | Woningen

Naam Sfeerverwarming Uittreedhoogte ed Warmteinhoud Locatie X:176897,29 Y:471900,2 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4

1,0 m 0,000 MW

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Vrachtverkeer X:176824 Y:471881,02 150,76 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Rv7899AFxNR6 (12 oktober 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 20,2 g/j Type scherm - - NO₂ 3,2 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

4,1 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 65,5 g/j Type scherm - - NO₂ 10,3 g/j Hoogte - - NH₃ 2,3 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

12,3 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ

0,9 kg/j

Links Rechts NOₓ 2,2 g/j Type scherm - - NO₂ 0,0 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 0,0 /jaar 3,7 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

5

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Vrachtverkeer X:176975,43 Y:471889,03 150,30 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 6,5 g/j Type scherm - - NO₂ 2,1 g/j Hoogte - - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

0,0 /jaar 0,0 /jaar 11,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b5f255d4-a095-48ca-a2fe-f81294043bb5