CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koudhoornseweg III_Toelichting - vastgesteld

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Koudhoornseweg III23.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

25

Koudhoornseweg III Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Het plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Liander heeft op 7 augustus 2023 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.

5.12

Natuur en landschap

De voorzijde van het perceel, grenzend aan de Koudhoornseweg, zal de enkelbestemming 'Tuin' krijgen en hier zal er een taxushaag aangeplant worden. Hiermee is een groene indeling aan de voorzijde gegarandeerd. De achterzijde van het perceel grenst aan de achtertuin van het adres Putterweg 33. Hier zal de bestaande groenwal gehandhaafd worden om te zorgen voor een afscheiding. Aan de westzijde van het plangebied zal een taxushaag aangeplant worden over de gehele lengte. Tot slot zal aan de oostzijde van het plangebied het bestaande schapenhek gehandhaafd worden met klimop en struiken. Onderstaand de inrichting van het plangebied.

26

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Afbeelding 5.2: inrichtingsplan Koudhoornseweg tussen 22 en 28.

Voor het realiseren en in standhouden van de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 9.1.1.

Conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor dit plan.

5.13

Veiligheid

Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.14

Verkeer

Het terrein wordt ontsloten via een reeds bestaande inrit. Het terrein wordt aangepast, maar de inrit blijft gelijk. In een eerder advies naar dit vooronderzoek werd al gesproken over de vergevingsgezinde strook aan de Koudhoornseweg. Deze is conform afbeelding 5.2. in orde. Op de tekening zijn ook drie parkeervakken ingetekend. De ingetekende langsparkeervakken zijn 2,5 meter breed, in overeenstemming met de parkeernomen van de gemeente Barneveld. Gelet op de geringe toename van verkeer op de Koudhoornseweg en het parkeren op eigen terrein kan gesteld worden dat voldaan wordt aan het aspect 'verkeer'. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor dit plan.

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

27

Koudhoornseweg III

5.15

Water

Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid BOP 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel.

Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven. Waterveiligheid: Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem: Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren: Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie: Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie: Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem.

De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie De planlocatie gelegen aan de Koudhoornseweg tussen nummer 22 en 28 te Garderen betreft een onverhard bouwoppervlak. Er zijn geen watergangen aanwezig op of langs de planlocatie (volgens de Legger van Waterschap Vallei en Veluwe). In het verlengde van de Koudhoornseweg ligt een gemengde vrijvervalriolering. Toekomstige situatie 28

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Op de planlocatie wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Het totaal verhard oppervlak bedraagt 267 m², hiervoor moet waterberging gerealiseerd worden. Er wordt een infiltratiemogelijkheid in de vorm van infiltratiekratten gerealiseerd. Dit vind plaats aan de westzijde van het terrein met een inhoud van totaal 8,1 m³, met overloop op maaiveld. Het vuilwater zal aangesloten worden op het gemengde vrijvervalriolering. Bij de realisatie van de woning en de bijgebouwen worden uit duurzaamheidsoogpunt geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt. De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit plan.

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

29

Koudhoornseweg III

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECT EN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod.

Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen. 6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel.

6.1.1.2

Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten.

30

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

6.1.2 6.1.2.1

Bestemmingsregels Bestemming 'Tuin'

De bestemming 'Tuin' is gelegen bij andere bestemmingen zoals 'Wonen-1' en 'Bedrijf'. De bestemming wordt alleen toegepast op terreinen van particulier eigendom. Dit deel van het perceel mag beperkt bebouwd worden. De bedrijvenbestemming wordt toegepast bij bedrijven in een woonomgeving. Omdat de woonfunctie dominant is, dienen andere functies hierbij aan te sluiten. Bij bedrijven is, net als bij woningen, sprake van een tuinbestemming tussen het bedrijf en de weg. In een tuinbestemming mag verharding worden gerealiseerd. Het is ook mogelijk om binnen een tuinbestemming te parkeren. De grens tussen de bestemming 'Wonen-1' en de bestemming 'Tuin' verspringt. Buiten het bouwvlak is tot 1 meter achter de voorgevelrooilijn geen bebouwing toegestaan. Zo is gewaarborgd dat hoofdgebouwen hun prominente positie behouden. Dit is wenselijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Bebouwing buiten het bouwvlak is ondergeschikt. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'groen' is aangegeven, is de grond alleen bestemd voor groen. Bouwwerken en verharding zijn niet toegestaan.

Situering van bijbehorende bouwwerken in de voortuin van woningen Het begrip 'bijbehorende bouwwerken' geeft het al aan, deze dienen ruimtelijk ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. De bouwmassa's op een perceel kennen een hiërarchie waarbij het woonhuis het hoofdgebouw is en het bijbehorende bouwwerk of eventueel de bijbehorende bouwwerken ondergeschikt aan zijn. Deze hiërarchie vertaalt zich ruimtelijk enerzijds in de massa van de gebouwen, het hoofdgebouw, het woonhuis is groter dan het bijbehorende bouwwerk. Anderzijds is dit terug te zien in de positionering van de massa's, de bijbehorende bouwwerken staan achter het hoofdgebouw. De regel is dat het bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het woonhuis staat. Indien dit niet wordt nageleefd is het bijgebouw te dominant aanwezig en verstoord het de hierboven omschreven hiërarchische opbouw van de bouwmassa's. Naast een heldere hiërarchische opbouw moet verrommeling van het straatbeeld zoveel mogelijk worden voorkomen. Als in het bestemmingsplan er bewust voor is gekozen om geen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel toe te staan dan dient hieraan vastgehouden te worden. Latere toevoegingen van bijbehorende bouwwerken, die voor de voorgevel van het woonhuis staan, geven een rommelig beeld en leveren daarmee een negatieve uitstraling op het totale straatbeeld.

Voortuinen vormen een overgang van de bebouwde ruimte naar de verharde straten. Hiermee hebben ze een belangrijke functie en bepalen voor een groot deel de uitstraling en beleving van een straat. Door een bijbehorende bouwwerken in de voortuin te situeren wordt de (groene) openheid beperkt en wordt lucht en ruimte uit de straat ontnomen. Vanuit bovenstaande argumenten moet een bijbehorende bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staan, waarbij carports ook onder de noemer bijbehorende bouwwerk vallen en erkers zijn uitgezonderd. Aan de zuidzijde van het plangebied zal een strook worden opgenomen ten behoeve van 'Tuin'. Dit is conform de wijze van bestemmen aan de Koudhoornseweg. 6.1.2.2

Bestemming 'Wonen - 1'

De bestemming 'Wonen-1' wordt opgenomen voor het woonperceel (met eventuele uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken). Het gedeelte van het perceel tussen de woning en de weg krijgt de bestemming 'Tuin'.

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

31

Koudhoornseweg III

Bij de bestemming 'Wonen-1' is de functie wonen toegestaan. Het begrip wonen is gedefinieerd als 'het zelfstandig gehuisvest zijn van één afzonderlijk huishouden'. Dit betekent dat kamerverhuur niet zonder meer is toegestaan. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken is een regeling opgenomen waarbij de toegelaten oppervlakte is gekoppeld aan de omvang van het bouwperceel met een maximum van 150m2. In uitzonderingsgevallen is er een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding weergegeven. Omdat aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden (bedrijfs-)activiteiten zowel in de woning als in de aan- en uitbouwen onder voorwaarden zijn toegestaan, is gekozen voor een algemene gebruiksbepaling in een apart artikel. Kleinschalige bedrijven, zoals schilders, stukadoors en elektriciens vallen onder de noemer 'hiermee gelijk te stellen gebied'. Dit zijn bedrijfjes waarbij aan huis hoofdzakelijk administratie-/kantoorwerkzaamheden plaats vinden, er beperkte opslag plaatsvindt en de hoofdwerkzaamheden elders (op locatie) plaats vinden. In de specifieke gebruiksregels staat dat er geen detailhandel mag plaatsvinden. Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid beschouwt de raad niet als detailhandel. Dergelijke internetwinkels zijn wel toelaatbaar onder de daar genoemde voorwaarden.

Het gaat om internetwinkels waarbij de klant op geen enkele manier fysiek in contact staat met de internetwinkel. Alle klantcontacten en verzending van goederen gebeurt uitsluitend digitaal of per post. Van enige consument aantrekkende werking is geen sprake. Deze internetwinkels passen als ondergeschikte functie in de woonbestemming. Als de opslag, logistiek en/of administratie de hoofdfunctie is, is een bestemming als bedrijf of kantoor van toepassing. In artikel 3.1, eerste lid van de Wro is vastgelegd dat de gemeenteraad de bestemming van de in het bestemmingsplan begrepen grond aanwijst en met het oog op de bestemming regels geeft. De regels kunnen strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied. Op basis van de genoemde bepaling is in de regels opgenomen welk aandeel van het totale aantal woningen in het plangebied sociale huurwoningen, sociale koopwoningen dan wel door particulier opdrachtgeverschap te verwezenlijken woningen dient te zijn. Binnen woningen is het mogelijk af te wijken van de gebruiksregels voor een bed & breakfast. Ter voorkoming van het ontstaan van een zelfstandige wooneenheid wordt geen keukenblok toegestaan in een bed & breakfast.

Een keukenblok wordt niet noodzakelijk geacht voor een bed & breakfast, omdat de verzorging van bed & breakfast zich beperkt tot logies en ontbijt. Tevens wordt hiermee de kans op permanente bewoning tegengegaan.

6.1.3 6.1.3.1

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.1.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 7.1 is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven.

6.1.3.3

Algemene gebruik sregels

Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.

32

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

6.1.3.4

Algemene afwijkingsregels

Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.

De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.

6.1.3.5

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden. 6.1.3.6

Algemene procedureregels

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan. 6.1.4 6.1.4.1

Overgangs- en slotregels Overgangsregels

Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 6.1.4.2

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.2

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat "Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

33

Koudhoornseweg III de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom. In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld.

In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

34

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Hoofdstuk 7 7.1

ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID

Kostenverhaal en zekerstellingen

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Nu het plan de bouw van een woning mogelijk maakt, is dit aan de orde. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

35

Koudhoornseweg III

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op 17 maart 2022 in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennisgegeven van het voornemen om het voorliggende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is verder dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1

Participatie

Participatie gaat over het goede gesprek tussen initiatiefnemers, de samenleving en de beslissers. Het is de bedoeling om elkaar zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces ter voorbereiding van een besluit en gezamenlijk te zoeken naar de beste oplossingen. Dit is verankerd in beleid dat moet leiden tot plannen met een hogere kwaliteit en een breder draagvlak. Op 20 april 2022 heeft de raad het "Participatiebeleid Gemeente Barneveld" vastgesteld. Het beleid onderscheidt drie sporen: 1. Participatie bij ruimtelijke initiatieven; 2. Participatie bij initiatieven van de overheid; 3. Participatie bij initiatieven vanuit de gemeenschap. Het beleid is in werking getreden op 1 januari 2023, met uitzondering van de participatieverplichting uit spoor 1 want die is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024). In het beleid is de participatieladder opgenomen. Die ladder gaat over verschillende gradaties van meedoen en is er om de rol van de deelnemers duidelijk te communiceren. Er zijn vier treden op de ladder: 1. 2. 3. 4.

Meeweten | informeren Meedenken | raadplegen Meewerken | adviseren Meebepalen | co-creatie

In dit geval is spoor 1 Participatie bij ruimtelijk initiatieven en trede 1 van de participatieladder toegepast. Bij spoor 1 is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de participatie. Zolang spoor 1 niet in werking is getreden, stimuleren we als gemeente participatie en veel initiatiefnemers passen participatie ook toe. In dit geval is trede 1 gebruikt en de initiatiefnemer heeft aangegeven dat er tot op zekere hoogte overleg is geweest met omwonenden. Er is geen participatieverslag toegevoegd.

8.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 1500 m2 en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. 36

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding. Aangezien er geen sprake is van een provinciaal belang, is er geen vooroverleg gevoerd met de provincie.

8.3

Zienswijzen

Op 26 februari 2013 heeft de gemeenteraad de 'Coördinatieverordening gemeente Barneveld' vastgesteld. Deze verordening is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding van een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen in samenhang met een besluit omtrent de verlening van een omgevingsvergunning en overige besluiten die verband houden met het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 31 augustus 2021 besloten om de coördinatieregeling van toepassing te verklaren op het voorliggende bouwplan. Omdat de coördinatieregeling wordt toegepast, is voor het bouwplan inmiddels een aanvraag omgevingsvergunning (activiteiten bouwen/milieu enz.) ingediend. De gevraagde besluiten (bestemmingsplanherziening en omgevingsvergunning) worden gecoördineerd voorbereid. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning gelijktijdig voor een termijn van zes weken ter visie worden gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft – tezamen met de overige ontwerpstukken – van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken is een reactie ingediend. Deze reacties hebben geleid tot aanpassing van het plan. In de bijlage bij dit bestemmingsplan is de Nota Zienswijzen bijgevoegd.

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

37

Koudhoornseweg III

38

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Bijlagen bij de toelichting

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

39

Koudhoornseweg III

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek & kwaliteitsvragen

40

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

Koudhoornseweg III

Bijlage 2 Bureau- en inventariserend veldonderzoek

"Koudhoornseweg III" (vastgesteld)

41

Laagland Archeologie Rapport 805

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Koudhoornseweg tussen nr’s 22 en 28, Garderen, gemeente Barneveld (GD).

maart 2022 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Hofland Architecten

v3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 805

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg tussen 22-28 te Garderen, gemeente Barneveld (GD) Auteur: Erwin Brouwer, Anne Ponten

In opdracht van: Hofland Architecten

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: definitief

Controle: I. Keurhorst Autorisatie: E.W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, maart 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in januari 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Koudhoornseweg, tussen huisnummers 22 en 28, te Garderen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de bouw van een nieuwe woning. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor de periode Paleolithicum – Vroeg Neolithicum. Jagers/verzamelaars uit deze periode bevonden zich vaak op kleine dekzandopduikingen nabij vers water. Het plangebied zelf bevindt zich in een droogdal en een stuwwalvlakte omgeven door meerdere dekzandruggen. Dit vormde waarschijnlijk geen aantrekkelijke biotoop voor rondtrekkende jagers/verzamelaars. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. Het gebied licht relatief hoog en kent een podzolbodem, vermoedelijk een loopodzol. Dit maakt het gebied geschikt voor vroege landbouwers.

Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd kan een lage verwachting worden aangehouden. Op de kadastrale kaart staat het plangebied aangegeven als heide en in historische tijden is het plangebied niet bebouwd geweest. Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Barneveld. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw C. van Eijk. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art.

5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________5 Administratieve gegevens ____________________________________________6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________8 Gemeentelijk beleid _________________________________________________9 Onderzoeksdoel ____________________________________________________9

2 Inventarisatie________________________________________________ 10 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________10 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________10 Archeologie ______________________________________________________12

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________12 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________12 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________14

Historie _________________________________________________________15

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 18 3.1 3.2

Conclusie ________________________________________________________18 Verwachtingsmodel ________________________________________________19

4 Veldonderzoek _______________________________________________ 20 4.1 4.2

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________20 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________20

5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 23 6 Selectieadvies _______________________________________________ 24 literatuur _____________________________________________________ 25 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 27 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 28 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 29 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 30 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 31 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 32 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 33 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 34 BIJLAGE 9 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 35 BIJLAGE 10 Verklarende woordenlijst ______________________________ 39

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een nieuwe woning aan de Koudhoornseweg nabij 22 te Garderen, gemeente Barneveld (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Barneveld heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Koudhoornseweg in Garderen, gemeente Barneveld (GD), zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied.Bron: pdok.nl 5

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

Het plangebied heeft een omvang van circa 830 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Barneveld

Plaats

Garderen

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Koudhoornseweg

Kadastrale perceelnummer(s)1

1290

Laagland Archeologie projectnummer

GAKO221

Datum conceptrapportage

24-02-2022

Datum definitief rapport

18-3-2022

XY-coördinaten

176850/471930 176870/471930 176850/471885 176870/471885

Kaartblad

2

32F

Oppervlakte/lengte Plangebied

circa 830 m2

Datering

Neolithicum - Nieuwe Tijd

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5148899100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase

Datum begin veldonderzoek

23-02-2022

Datum eind veldonderzoek

23-02-2022

Opdrachtgever

Hofland Architecten

Goedkeuring bevoegde overheid

15-03-2022

Bevoegde overheid

gemeente Barneveld

Adviseur namens bevoegde

C. van Eijk

1

kadastralekaart.com.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm. 6

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

overheid Beheer documentatie

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel in gebruik als tuin. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron:pdok.nl

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst. 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

1.5 GEMEENTELIJK BELEID

Op grond van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan gemeente Barneveld artikel 18: Waarde – Archeologie 1. In dit artikel staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden bij de bouw van bouwwerken groter dan 250 m2 of bij bodemverstoringen dieper dan 0.3 m -mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fase in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

9

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend zijn een aantal grote stuwwallen te midden van een dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. De zuidelijke grens wordt deels gevormd door de Neder-Rijn; de oostelijke door de IJssel. Voorts komen een aantal beken en kleinere rivieren voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) ligt de zuidelijke helft van het plangebied in een zone met een droogdal. De noordelijke helft van het plangebied ligt op een stuwwalvlakte (gradiënt van 0-2%). Ten westen, zuidwesten en zuidoosten van het plangebied ligt een dekzandrug.

Een droogdal is een langgerekte laagte die gedurende de voorlaatste en/of laatste ijstijd (Saalien respectievelijk Weichselien) is ontstaan. De bodem was destijds permanent bevroren, waardoor smeltwater niet in de ondergrond kon wegzakken. In de relatief warmere seizoenen verzamelde dit smeltwater zich in de lagere delen van het landschap, waarbij geulen in de hard bevroren grond werden uitgesleten. Na de laatste ijstijd zijn de droogdalen meestal niet meer watervoerend geweest omdat het water kon wegzakken in de ondergrond. Stuwwalvlakten zijn gebieden die ontstaan rondom een stuwwal. Opvallend in deze afzettingen zijn de vele dekzandruggen, ontstaan door het smeltwater (afstromen)

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

en door windafzettingen (stuiven en verplaatsen). Dit gebied heeft minimaal reliëf en kan water vaak goed afvoeren.4 Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is te zien dat het plangebied zich op lichte verhoging in het landschap bevindt die verder omhoog loopt richting het oosten en het zuiden (stuwwal). Ten westen van het plangebied ligt een verlaging in het landschap (corresponderend met het droogdal). Op onderstaande detailopname van de AHN is te zien dat het plangebied tussen een hoger gelegen deel in het noorden en oosten en een lager gelegen deel in het zuidwesten in ligt. Dit beeld bevestigt het beeld dat de geomorfologische kaart biedt, namelijk dat het plangebied in een overgangszone van een droogdal naar stuwwalafzettingen ligt. In het plangebied zijn enkele langgerekte opduikingen/wallen zichtbaar. Dit betreft recente antropogene heuveltjes.

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN.

Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een zone met moderpodzolen, hier specifiek een loopodzol. Tegen het zuidelijke deel van het plangebied ligt een zone met een dun plaggendek (30-50 cm) en ten westen van het plangebied ligt een zone met xeropodzolen, hier specifiek een haarpodzol. Loopodzolgronden zijn moderpodzolgronden met een gedeeltelijk door de mens opgebrachte donkere bovengrond van 30 tot 50 cm dikte. Deze gronden komen voor op essen, die een te dunne A-horizont hebben om tot de enkeerdgronden gerekend te worden. Het onderliggende oorspronkelijke profiel is meestal een holtpodzolgrond.

4

Middelpuntvannederland.nl. 11

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: Zaakidentificatie 3142843100 betreft een spitsschachtdoorn met weerhaken daterend tussen het Midden Neolithicum en de Bronstijd. De vondst bevindt zich op ongeveer 100 m ten noordwesten van het plangebied. Zaakidentificatie 2885759100 betreft enkele scherven Hessen-Schortens aardewerk uit de Vroege Middeleeuwen en proto-steengoed Pingsdorf aardewerk daterend uit de Late Middeleeuwen. De vondst bevindt zich op ongeveer 360 m ten oosten van het plangebied. Ook zijn er tien grondsporen aangetroffen die in de Middeleeuwen worden gedateerd.

2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting. Op onderstaande uitsnede van parels van archeologisch belang en monumenten van de provincie Gelderland is te zien dat het plangebied zich in een zone van provinciaal belang bevindt. Ook liggen ten oosten/zuidoosten van het plangebied meerdere monumenten. Op de uitsnede van de historische geografie en uitvalswegen van Gelderland (Afbeelding 5) is te zien dat het plangebied zich in de zone van de bebouwde kom of sterk veranderd gebied bevindt. Deze zone is niet gewaardeerd. Tegen de zuidkant van het plangebied ligt wel een zone met oude ontginningen en bossen in het droge zandgebied dat hoog wordt gewaardeerd. Ook is te ziet dat zich ten noorden van het plangebied een historische uitvalsweg bevindt.

12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 4. Parels van archeologisch belang en monumenten (provincie Gelderland.

Afbeelding 5. Historische geografie en historische uitvalswegen (provincie Gelderland)

13

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Zaakidentificatie 2247664100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door BAAC BV in 2009.5 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 460 m ten noordoosten van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek kunnen archeologische resten uit alle perioden voorkomen maar erg geldt met name een hoge verwachting voor de periode IJzertijd – Nieuwe Tijd. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat het zuidwestelijke deel van het plangebied een (deels) intact bodemprofiel en mogelijk archeologische indicatoren bevat (bouwpuinfragmenten en houtskoolspikkels). Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt aanbevolen om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. Zaakidentificatie 2415641100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door BAAC BV in 2013.6 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 110 m ten noorden van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek geldt een Middelhoge verwachting voor de periode Laat Paleolithicum – Vroege middeleeuwen. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied grotendeels een holtpodzol aanwezig is waarvan de top in de bouwvoor is opgenomen. In het westelijke deel is de bodem tot in de C-horizont verstoord.

op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren en het plangebied vrij te geven. Zaakidentificatie 2299934100 betreft een karterend booronderzoek uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2010.7 Hier is in 2009 een verkennend booronderzoek aan voorafgegaan (zaakidentificatie 2249843100). Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 310 m ten noordoosten van het plangebied. Tijdens het verkennende booronderzoek is de aanwezigheid van een vindplaat uit het Mesolithicum Neolithicum vastgesteld. Uit het bureauonderzoek bleek ook dat in de buurt van het plangebied bij een eerder onderzoek sporen uit de Vroege Middeleeuwen zijn waargenomen. Op basis van deze resultaten is besloten om een karterend booronderzoek uit te laten voeren. Tijdens het karterende onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Daarom wordt nu aangenomen dat er geen sprake is van een archeologische nederzetting of jachtkampje. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om het gebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Zaakidentificatie 2279157100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in 2010.8 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 450 m ten westen van het plangebied.

Op basis van het bureauonderzoek kunnen archeologische resten uit alle archeologische perioden verwacht worden. Tijdens het veldonderzoek is in het hele plangebied in ieder geval een (deels) intacte B-horizont aangetroffen. Alle relevante archeologische niveaus (A-, B- en top van de Chorizont) zijn gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. Hierin zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Gebaseerd op de resultaten van het veldonderzoek adviseert ADC om het gebied vrij te geven op het gebied van archeologisch onderzoek.

5

Nijdam 2009.

6

De Boer 2013.

7

Van Kappel en Holl 2010.

8

De Jonge en Hanemaijer 2010. 14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

Zaakidentificatie 4777424100 betreft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie in 2020.9 In 2010 is hier een verkennend booronderzoek aan vooraf gegaan (zaakidentificatie 4711043100).10 Het onderzoek bevindt zich op ongeveer 150 m ten zuidoosten van het plangebied. Gebaseerd op het bureauonderzoek kunnen resten uit alle archeologische perioden verwacht worden. De nadruk licht hierbij op de periode IJzertijd – Vroege Middeleeuwen. Bij het verkennend booronderzoek is in een groot deel van het plangebied een deels intact bodemprofiel aangetroffen. Daarom is geadviseerd om vervolgonderzoek te doen in de vorm van karterend onderzoek. Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.

2.4 HISTORIE

Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)11 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als heide. Door het zuidelijke plangebied loopt een zandweg (die kan worden gezien als de voorloper van de huidige Koudhoornseweg). Aan de overzijde van deze weg zijn bouwlanden aangegeven. De dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich ongeveer 260 m oostelijk van het plangebied. Bij ‘A’ gaat het om een schaapskooi; ‘B’ betreft een huis met erf, eigendom van de diaconie van Garderen. Op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 7) is het plangebied nog steeds onbebouwd. Het plangebied is ondertussen ontgonnen tot bouwland en ten noorden van het plangebied is een woning gebouwd. Verder is de weg die eerder door het plangebied liep verplaatst in zuidelijke richting. Rond 1931 is de bebouwing ten noorden van het plangebied toegenomen (Afbeelding 8). De weg ten zuiden van het plangebied is opnieuw verplaatst, nu naar het huidige traject van de Koudhoornseweg. Rond 1988 verschijnen direct ten westen van het plangebied een woning op de kaart (Afbeelding 9). Deze is gebouwd in 1980.12 De huidige woning grenzend aan het oostelijke plangebied is gebouwd in 1998.

Gebaseerd op huidige luchtfoto’s (Afbeelding 2) is te zien dat, waarschijnlijk rond deze tijd, een tuin is aangelegd in het plangebied. Daarbij zijn in het zuidelijke deel enkele schuurtjes aanwezig.

9

Brouwer 2020.

10

Brouwer 2019.

11

bron: hisgis.nl.

12

bron: bagviewer.nl. 15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 6. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Geel: onverharde wegen, bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl.

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.

16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1931. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1988. Bron: topotijdreis.nl.

17

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

3C

ONCLUSIE EN VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Op de geomorfologische kaart ligt de zuidelijke helft van het plangebied in een zone met een droogdal. De noordelijke helft van het plangebied ligt in een zone met een stuwwalvlakte (0-2%). Ten westen, zuidwesten en zuidoosten van het plangebied liggen dekzandruggen. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met moderpodzolen, hier specifiek een loopodzol. Tegen het zuidelijke deel van het plangebied ligt een zone met een dun plaggendek (30-50 cm) en ten westen van het plangebied ligt een zone met xeropodzolen, hier specifiek een haarpodzol. Moderpodzolgronden en haarpodzolgronden zijn droge zandgronden, die goede mogelijkheden tot akkerbouw bood en redelijk goed bewerkbaar waren met vroegere landbouwtechnieken. Het gebied was daarmee vermoedelijk aantrekkelijk voor vroege landbouwers. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Midden Neolithicum en Late Middeleeuwen bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als heide. Destijds liep een zandpad door het plangebied. Dit was niet een van de belangrijke uitvalswegen van Garderen. Wat zuidelijker was een eng. Het plangebied is in historische tijden aldoor onbebouwd geweest; de dichtstbijzijnde bebouwing lag circa 260 m oostelijker.

Er zijn op basis van de oude verkavelingen geen aanwijzingen dat in vroeger tijden sprake was van bewoning in het plangebied.13 In dit deel van Nederland is meestal sprake van een continuïteit in bebouwing vanaf de Late Middeleeuwen: indien een terrein eenmaal bewoning kende, is het vaak tot op de dag van vandaag bebouwd gebleven.

13

Soms kan op basis van bijvoorbeeld een knik in de weg, kleine preciseringen en dergelijke bewoning in het verleden worden verondersteld, ook als op oude kaarten geen bebouwing meer is aangegeven. 18

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Koudhoornseweg te Garderen, gemeente Barneveld, Gelderland

3.2 VERWACHTINGSMODEL Op basis van landschappelijke criteria geldt een lage verwachting voor de periode Paleolithicum – Vroeg Neolithicum. Jager-verzamelaars bevonden zich vaak op kleine dekzandopduikingen nabij vers water of in omgevingen waar een voedselrijk biotoop aanwezig was. Daarvan is hier waarschijnlijk geen sprake geweest. Voor de periode Midden-Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een hoge verwachting. De aanwezige bodemtypen waren relatief gemakkelijk bewerkbaar en eventuele akkers boden waarschijnlijk goede opbrengsten. In de omgeving zijn resten uit het Laat-Neolithicum bekend. Voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd kan een lage verwachting worden aangehouden. Op de kadastrale kaart staat het plangebied aangegeven als heide en in historische tijden is het plangebied niet bebouwd geweest. In de nabijheid is weliswaar een eng aanwezig. Er zijn echter geen aanwijzingen dat in of nabij het plangebied sprake was van oudere bewoning. Het zandpad dat rond 1832 door het plangebied liep was niet een van de belangrijke uitvalswegen van Garderen. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant).

Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).14 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8ae1df52-1ce1-4445-b6fd-22b8a6b39ec5