CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koperweg I_Toelichting_Bijlage 11 Eco. onderzoek, Koperweg 4, 5 en 6-8

Gemeenteraad 29 mei 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Koperweg I (Zwartebroek)9.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toetsing Wet natuurbescherming Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek

Opdrachtgever: Hogebrink Vastgoed B.V. T.a.v. de heer E. de Lange Middelaarsweg 9 3871 KR Hoevelaken

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

10115 27-9-2019 05-02-2020 J. Marchal J. Marchal M. Leenen Definitief 1

© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ...............................................................................................................................................4

2

Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 5 Huidige situatie .......................................................................................................................................5 Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................7

3

Natuurwetgeving en -beleid........................................................................................................................ 8 Inleiding ..................................................................................................................................................8 Bescherming van soorten .......................................................................................................................8 Bescherming van gebieden .....................................................................................................................8 Bescherming van houtopstanden ...........................................................................................................9 Gelders Natuurnetwerk ........................................................................................................................10

4

Methode.................................................................................................................................................... 12 Bureauonderzoek .................................................................................................................................12 Terreinbezoek .......................................................................................................................................12

5

Beschermde soorten ................................................................................................................................. 13 Planten en mossen ...............................................................................................................................13 Zoogdieren ............................................................................................................................................13 Vogels ...................................................................................................................................................16 Reptielen...............................................................................................................................................18 Amfibieën .............................................................................................................................................19 Vissen ....................................................................................................................................................20 Ongewervelden ....................................................................................................................................20

6

Conclusie ................................................................................................................................................... 21 Bescherming soorten ............................................................................................................................21 Bescherming gebieden .........................................................................................................................22 Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................22 Gelders Natuurnetwerk ........................................................................................................................22 Geldigheid onderzoek ...........................................................................................................................23

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 3

1 Inleiding Aanleiding Voorgenomen wordt in het gebied bestaande uit Koperweg 2, 5, 6 en 8 te Zwartebroek een landgoed te realiseren (Figuur 1). In verband met deze voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden of, en zo ja hoe, de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Middels een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van de aanwezige terreintypen en waarnemingen van soorten beoordeeld welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.

Figuur 1. Ligging van het plangebied (roze kader) ten noorden van Zwartebroek. Bron: Esri, 2019

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 4

2 Huidige situatie en ontwikkeling Huidige situatie Het plangebied omvat het gebied van Koperweg 2, 5, 6 en 8 te Zwartebroek, gemeente Barneveld. Het plangebied ligt in de provincie Gelderland. Ter plaatse van Koperweg 5 staat een oude woonboerderij met 3 schuren (Figuur 2). Het woonhuis heeft een rieten dak dat aan de lange zijden tot een meter boven de grond reikt en wordt bewoond. De schuren worden gebruikt voor de opslag van spullen of garage. Rond de woning is een weide aanwezig dat ten tijde van het veldbezoek niet werd begraasd, maar waar dit wel wordt toegepast. Aan de noordzijde grenst de kavel aan een smalle waterloop, waar fruitbomen als peer en appel langs staan. Voor de woning staat een grote, oude perenboom. Overige bomen zijn niet aanwezig. Ter plaatse van Koperweg 6 staat een woonboerderij met een woonhuis (Figuur 3), dat middels een afdak aan elkaar is verbonden. De oude woonboerderij doet nu dienst als opslag en wordt grotendeels niet meer gebruikt. De ruimte is verdeeld in kleinere ruimten, het woonhuis wordt bewoond. De schuren rondom worden gebruikt als opslag, garage of staan leeg. De weide rond de woning wordt begraasd door pony’s en is deels niet in gebruik. Rondom het perceel staan bomen in een rijbeplanting. Ook is struweel aanwezig langs de oprit. Koperweg 8 betreft 2 grote loodsen die worden verhuurd voor opslag (Figuur 4).

De steens muren zijn verbonden met golfplaten daken. Aan de oostzijde is een weide aanwezig dat wordt begraasd door runderen. Koperweg 2 betreft een oude, vervallen schuur dat deels als stal werd gebruikt (Figuur 5). Een deel daarvan betreft een kapschuur met daarboven een hooizolder. Het dak is gemaakt van golfplaten en is deels open. De ramen zijn kapot of het glas is geheel afwezig. Rond de schuur is het groen verruigd. Het pad is onverhard en loopt door tot de weide ten zuiden van de schuur, dat tevens wordt begraasd door runderen. Het plangebied wordt doorkruist door de Koperweg, die wordt verlicht middels straatlantaarn. Ook is ter plaatse van de aanwezige bebouwing verlichting aanwezig, behalve de schuur van Koperweg 2. Deze is onverlicht. In het plangebied ontbreekt open water. Dit is wel aanwezig aan de rand van het gebied ten zuidwesten van Koperweg 2 en ten noorden middels een smalle waterloop aan de noordzijde van Koperweg 5 en poelen daar ten noorden van, buiten de grenzen van het plangebied. Deze poelen zijn gelegen in natuurgebied dat in eigendom is van Natuurmonumenten, genaamd Zwarte Broek.

Figuur 2. Impressie van de woonboerderij aan Koperweg 5 met zicht op een van de drie schuren met steense muur en golfplaten dak. Opname 9 september 2019

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 5

Figuur 3. Impressie van het woonhuis (pannen dak) en binnenkant van de oude boerderij (golfplaten dak) aan Koperweg 6. Opname 9 september 2019

Figuur 4. Impressie van de loodsen (met golfplaten dak) aan Koperweg 8. Opname 9 september 2019

Figuur 5. Impressie van de schuur met hooizolder aan Koperweg 2. Opname 9 september 2019

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 6

Voorgenomen ontwikkeling Voorgenomen wordt op het landgoed circa 8 tot 10 woningen te realiseren en het gebied in te richten met onder andere natte natuurbouw, cultuurbos, water en fruitbomen. Bijgevoegd is een concept schets van de voorgenomen gebiedsinrichting (Figuur 6).

Figuur 6. Conceptschets van landgoed Groot Grevengoed. Bron: Bouw en Ontwikkeling Evert de Lange B.V., 2019

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 7

3 Natuurwetgeving en -beleid Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag en alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.

Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime andere soorten. Daarnaast zijn landelijk van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien dit niet mogelijk blijkt, is het nodig om na te gaan of een ontheffing kan worden verkregen. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De bescherming van soorten is overal en altijd van toepassing bij ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.

Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 8

Gevolgen plangebied Niet – stikstof-gerelateerde effecten Ten noorden van het plangebied aan de noordzijde van Nijkerk ligt binnen provincie Gelderland het Natura 2000gebied Arhemheen. Dit gebied ligt op een afstand van ruim 8 km. Binnen provincie Utrecht liggen Natura 2000gebieden op grotere afstand; het dichtstbijzijnde gebied is het Eemmeer & Gooimeer Zuidoever op een afstand van ruim 12 km. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden met infrastructuur, dorpen en bedrijven en de aard van de voorgenomen werkzaamheden is er derhalve geen reden om aan te nemen dat er kans is op een belemmering van de kernopgaven van de Natura 2000-gebieden, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Met de geplande onderhoudswerkzaamheden worden tijdelijk werkzaamheden met machines uitgevoerd welke stikstof uitstoten.

Gezien de huidige onduidelijkheden door de recente uitspraken met betrekking tot de PAS wordt een berekening van de stikstofdepositie van de inrichting van het gebied (aanlegfase) en de nieuwe fase (gebruiksfase) noodzakelijk geacht. Deze berekening moet worden uitgevoerd middels het rekenprogramma AERIUS Calculator en vormt geen onderdeel van onderhavige toetsing.

Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.

De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 9

• •

• • •

o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.

De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar worden uitgevoerd. Gevolgen plangebied Ten behoeve van de voorgenomen inrichting blijven de bomenrijen behouden. Mochten de plannen nog wijzigen worden nader onderzocht of de bescherming van houtopstanden alsnog van toepassing is. Op basis van het ontwerp dat nu leidend is, worden geen bomen gekapt die onderdeel uitmaken van een bomenrij van meer dan 20 bomen of een gebied van meer dan 10 are. Een nadere toetsing bescherming van houtopstanden is niet van toepassing.

Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Provincie Gelderland heeft de benaming Gelders Natuurnetwerk (GNN) aangehouden. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming gelegen in de voormalige EHS. In de GO geldt een dubbeldoelstelling; er is ruimte voor (economische) ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer een ontwikkeling een wijziging van het bestemmingsplan betreft en er zijn mogelijke effecten op het GNN/ GO denkbaar, is het noodzakelijk een GNN/ GO-toetsing uit te voeren. Ligging plangebied Volgens de huidige kaarten van provincie Gelderland ligt het plangebied volledig in gebied dat onderdeel is van het GNN en/ of GO (Figuur 7).

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 10

Figuur 7. Ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van GNN (donker groene arcering) en GO (licht groene arcering). Bron: provincie Gelderland, 2019

Met de inrichting van het gebied worden woningen gebouwd, bebouwing gesloopt, bomen gekapt, bomen aangeplant en water gegraven. Daarbij wordt rekening gehouden met bestaande natuurwaarden en potentiële natuurwaarden. De potenties zijn door Alterra in kaart gebracht (Figuur 8) (Inrichtingsplan Landgoed Groot Gevengoed, 2007). Voor het realiseren van het landgoed wordt het bestemmingsplan gewijzigd en begrenzing van het GNN en GO aangepast zodat niet binnen deze zones wordt gebouwd. Doordat GNN en GO gebieden geen externe werking hebben, zijn op voorhand negatieve effecten op de kernkwaliteiten en kenmerken van deze GNN/ GO gebieden uit te sluiten. Op basis daarvan is een nadere toetsing aan het GNN/ GO-beleid niet noodzakelijk.

Figuur 8. Begrenzing van het plangebied Groot Gevengoed en de bestemming van de deelpercelen in het gebied. Bron: Inrichtingsplan Groot Gevengoed, 2007

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 11

4 Methode De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.

Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie; • De landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied. • De flora- en faunadatabase van Eelerwoude is eveneens geraadpleegd.

Terreinbezoek Op basis van een veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag door Jessica Marchal uitgevoerd, ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het betreft op 9 september 2019 bij 18ºC, licht bewolkt en windkracht 1 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten ook genoteerd. Kader – ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:

-

op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of

-

als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of

-

zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 12

5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

Planten en mossen Voorkomen en functie Het plangebied betreft woonpercelen met aanplant, diverse weiden die worden begraasd en struweel rond de weiden. In het gebied zijn fruitbomen als peer en appel aanwezig, bomen als zwarte els, zomereiken, berk, wilgen en struweel dat bestaat uit meidoorn en braam. Rond de woningen is veelal aanplant aanwezig als rozen. Rond de schuur op aan Koperweg 2 is het terrein verruigd en bestaat deze uit riet, Koninginnekruid, akkerdistel, gewone braam, smeerwortel, fluitenkruid en een enkele grote brandnetel. Langs het pad naar de schuur en tevens langs het onverharde pad naar Koperweg 5 groeien kruiden als smalle en grote weegbree, paardenbloem, hondsdraf en grassen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten- of mossoorten aangetroffen. Op basis van het aanwezige biotoop, het beheer van het groen rond de woonboerderijen en de begrazing van de weiden en de aanwezige plantensoorten, verruiging, rond de schuren, biedt het plangebied geen geschikt biotoop voor beschermde plantensoorten. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plant- en mossoorten aangetroffen. Op basis van de aanwezige biotoop, de functie en het beheer van het plangebied kunnen beschermde plantensoorten ook worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten op beschermde plantensoorten.

Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor beschermde flora niet noodzakelijk.

Zoogdieren Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het veldbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en eventueel tweekleurige vleermuis en meervleermuis. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben (zie ook kader – vleermuisverblijfplaatsen): kraamverblijfplaats;

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 13

-

zomerverblijfplaats; paar- en/of baltsverblijfplaats; winterverblijfplaats.

Kader - vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, tweekleurige vleermuis en meervleermuis bewonen zowel bomen als gebouwen. Rosse vleermuis is een boombewonende soort. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.

Bebouwing De twee woonboerderijen in het plangebied hebben stenenmuren. Echter, deze zijn niet voorzien van open stootvoegen voor ventilatie van de spouwmuur. De schuren bij Koperweg 5 zijn voorzien van ventilatiegaten, al zijn deze enkele centimeters boven de grond gesitueerd. Bij Koperweg 8, de loodsen, zijn ook geen open stootvoegen aanwezig. De woning aan Koperweg 6 is voorzien van dakpannen. Deze ontbreken op andere daken in het plangebied. Tussen de randen van de pannen, met name op de kopse kanten, is ruimte aanwezig voor vleermuizen om achter en tussen te kruipen en te verblijven. Ook zijn kieren aanwezig bij de schuren van Koperweg 5, hoewel deze matig geschikt zijn door de enkele, golfplaten daken. Daarnaast kan de oude woonboerderij van Koperweg 6 worden gebruikt door gewone grootoorvleermuis, een soort die in open ruimten verblijft. Gezien het type bebouwing, vrij laag, waarbij grote muren met open stootvoegen ontbreken en de ligging van deze in onbekend verspreidingsgebied, zijn de woningen/ schuren in het plangebied niet geschikt als verblijfplaats voor meervleermuis en tweekleurige vleermuis. Bomen De fruitbomen bij Koperweg 5 zijn van onvoldoende grootte om te dienen als potentieel verblijf voor boombewonende vleermuissoorten. Ook zijn in de oude perenboom geen geschikte holten aangetroffen.

De wilgen rond Koperweg 6 zijn te laag en open om te dienen als potentieel verblijf voor boombewonende soorten. Dit is ook van toepassing op de zwarte elzen langs de Koperweg; de bomen zijn dun en geschikte holten ontbreken. Overige, solitaire bomen, zijn te dun en open van kroon om te dienen als potentieel geschikt verblijf. Ook ontbreken geschikte holten, kieren of spleten waar boombewonende vleermuizen in kunnen wegkruipen. Foerageergebied en vliegroutes Door de beperkte mate van verlichting, het vele groen rond de woonboerderijen of ruige deel rond de schuur aan Koperweg 2 en het natte gebied rond het plangebied, is het plangebied geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Verwacht wordt dat met name soorten die eventueel in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied verblijven, foerageren rond de woningen en gebruik maken van het groen in het plangebied. De directe omgeving, met name de natuurgebieden Zwartebroek en Veldbeek – Oldenaller, zijn door de variatie

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 14

van open, nat gebied en bos geschikt als foerageergebied voor meerdere soorten, als gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rossen, meervleermuis en tweekleurige vleermuis. De zwarte elzen langs de Koperweg kunnen worden gebruikt als vliegroute. Overige groene structuren die verblijfplaatsen en foerageergebieden verbinden, zijn niet in het plangebied aanwezig. Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.

Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dienen te allen tijde gegarandeerd te blijven. Verblijfplaatsen mogelijk aanwezig De boerderij en woning aan Koperweg 6 en de schuren aan Koperweg 5 bieden geschikte mogelijkheden voor soorten om in te verblijven. Het gaat met name om de soorten gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Nader onderzoek naar aanwezige verblijfplaatsen is noodzakelijk. Geen essentieel foerageergebied of vliegroute Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen waarbij ook de directe omgeving met de natuurgebieden zeer geschikt foerageergebied vormt. Door aanwezige alternatieve foerageergebieden is gen sprake van essentieel foerageergebied. Een essentiële vliegroute is tevens niet aanwezig; de bomenlaan langs de Koperweg kan worden gebruikt als vliegroute en blijft behouden waardoor deze eventuele functie niet wordt verstoord of verwijderd.

Conclusie: Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen bij koperweg 5 en 6 is noodzakelijk om negatieve effecten op vleermuizen te voorkomen.

Grondgebonden zoogdieren Voorkomen en functie Op basis van het aanwezige biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise zijn onder meer de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied aanwezig of te verwachten: haas, ree, vos, mol en diverse algemene muizen. Deze soorten kunnen van het plangebied gebruik maken als (onderdeel van hun) leefen foerageergebied. Daarnaast kunnen een aantal van deze soorten het plangebied gebruiken als migratieroute. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en behoren tot het beschermingsregime andere

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 15

soorten. In de provincie Gelderland is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van ontheffing opgesteld. Het plangebied biedt geschikt biotoop voor enkele andere beschermde soorten als kleine marters wezel, bunzing en hermelijn. Met name rond de oude schuur aan Koperweg 2, waar de ruigte rond de schuur dekking biedt en schuilmogelijkheden. Ook de boom- en steenmarter maken gebruik van oude, open schuren of boomholten als verblijfplaats. In de schuur zijn latrines niet aangetroffen, wel meerdere botresten. Geschikte holten in bomen in het gebied zijn afwezig. Voor das is tevens geschikt foerageergebied aanwezig. Echter, verblijfplaatsen (burchten) ontbreken in het plangebied en worden aan de randen van het plangebied ook niet verwacht, doordat het gebied vrij nat is. Eekhoorns bouwen hun nest in bomen. Deze nesten zijn niet in de bomen in het plangebied aangetroffen. Voor andere beschermde soorten als otter of Noordse woelmuis is geen geschikt biotoop aanwezig, bestaande voor otter uit visrijke wateren en Noordse woelmuis uit verlandingszones langs waterlopen. Ook is het plangebied buiten bekend verspreidingsgebied gelegen van andere beschermde soorten.

Effecten en ontheffing De ingreep zal naar verwachting tijdelijk leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime andere soorten. In de nieuwe situatie kunnen algemene grondgebonden zoogdieren wederom van het plangebied gebruik maken. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Gelderland een vrijstelling van ontheffingplicht opgesteld. Essentiële functies als verblijfplaatsen van beschermde soorten grondgebonden zoogdieren als kleine marters, boommarter of steenmarter kunnen in het plangebied niet worden uitgesloten. Nader onderzoek is nodig om na te gaan wat de functie van het plangebied is voor de soorten. Verblijfplaatsen of essentieel foerageergebied van das of andere beschermde soorten zijn niet aangetroffen en kunnen op basis van het veldbezoek en het aanwezige biotoop worden uitgesloten. De omgeving biedt wel geschikt leefgebied, mogelijk dat soorten het plangebied doorkruisen. Conclusie: nader onderzoek is voor kleine marters en steen- en boommarter noodzakelijk om inzicht te krijgen in de functie van het plangebied voor deze soorten.

Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid kan gemaakt worden tussen broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten, komen elk jaar terug bij hun nest. Dit nest mag dus ook niet buiten het broedseizoen worden verwijderd. Broedvogels In het plangebied komen diverse broedvogels voor van open, half gesloten gebied en soorten die te vinden zijn in en rond waterlopen. Het plangebied is geschikt voor ekster, houtduif, boerenzwaluw en diverse zangvogels als koolmees, pimpelmees, vink en groenling. Binnen het plangebied zijn in aanwezig groen diverse nestmogelijkheden aanwezig voor deze of enkele genoemde soorten. Zo zijn acht nesten van boerenzwaluw aangetroffen in de oude stal van schuur Koperweg 2 (Figuur 9).

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 16

Vogels met jaarrond beschermde nesten De aanwezige bebouwing is gecontroleerd op aanwijzingen, braakballen of uitwerpselen van verblijfplaatsen van vogelsoorten die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruik maken, zoals kerkuil. Met name is de schuur aan Koperweg 2 geschikt, de schuren aan Koperweg 5 zijn ongeschikt, de boerderij aan Koperweg 6 en de loodsen aan Koperweg 8 zijn dicht waardoor toegang tot de zolder en/ of onder het dak ontbreekt. Aanwijzingen van roestplaatsen of nestplaatsen zijn in de schuur niet aangetroffen. Echter, het zicht tot de hooizolder was beperkt waardoor het mogelijk is dat de hooizolder door kerkuil wordt gebruikt (Figuur 9).

Figuur 9. Impressie van de oude stal in de schuur aan Koperweg 2 (links) en de hooizolder van de schuur (rechts).

De aanwezige bomen zijn ook gecontroleerd op nesten en/ of horsten die kunnen worden gebruikt door vogels met een jaarrond beschermd verblijf. Ook hier is naast de aanwezigheid van nesten gelet op aanwijzingen als vraatsporen, uitwerpselen of veren. Deze zijn niet aangetroffen. Ook zijn geen oude nesten van bijvoorbeeld zwarte kraai aanwezig, waar vogels als buizerd of boomvalk gebruik van kunnen maken. Vaste rust- en verblijflocaties van huismussen en gierzwaluwen zijn jaarrond beschermd. Als nestlocatie wordt gebruik gemaakt van bebouwing; met name kruipen zij onder dakpannen, achter goten en onder nokpannen. De woningen en schuren zijn door de ligging in landelijk gebied, beperkte ruimte onder de pannen van woning Koperweg 6 en de dekking van de schuren met enkellaagse golfplaten of riet ongeschikt voor gierzwaluwen om in te verblijven. Onder de onderste rij pannen van woning Koperweg 6 is ruimte aanwezig voor huismussen om achter te verblijven. Ook zijn foeragerende huismussen rond de woning aangetroffen. Op de overige locaties is geen ruimte onder het dak aanwezig door de enkellaagse golfplaten. Effecten en ontheffing Broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming.

Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Deze verbodsbepalingen worden kunnen in veel situaties worden voorkomen door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. De genoemde termijn moet daarom

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 17

niet al te strikt worden toegepast. Daarbij dient er, wanneer de vogel klaar is met broeden en de jongen het nest hebben verlaten, ook rekening te worden gehouden met jongen die nog in het gebied kunnen voorkomen. Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. De schuur aan Koperweg 2 biedt geschikt biotoop voor kerkuil om te verblijven. De woning aan Koperweg 6 biedt potentie voor verblijfplaatsen van huismussen. Overige locaties bieden geen geschikte verblijfplaatsen. Voor de kerkuil en huismussen is nader onderzoek nodig om na te gaan wat de functie van het plangebied is voor de soorten. Conclusie: Nader onderzoek naar de functie van het plangebied voor kerkuil en huismussen is noodzakelijk. De zorgplicht is te allen tijde van kracht.

Reptielen Voorkomen en functie Beschermde reptielen, als ringslang, zandhagedis en levendbarende hagedis zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt geschikt biotoop voor zandhagedis zoals open zanderige gebieden en heideterreinen en levendbarende hagedis die gebruik maakt van heide, hoogveen en in mindere mate van (spoor)bermen en vochtige delen. De natuurgebieden rond het plangebied bieden wel geschikt biotoop voor de levendbarende hagedis. De randen van het plangebied, met waterlopen en ruigte, bieden geschikte dekking voor de ringslang. Ringslang Het (natuur)gebied rond het plangebied biedt geschikt habitat voor de ringslang, een watergebonden soort. Aan de randen van het plangebied zijn waterlopen aanwezig of struweel. Deze stukken kunnen ook door ringslang worden gebruikt om te foerageren of om zich te verplaatsen tussen foerageergebieden. In het plangebied ontbreken vaste rust- en voortplantingsplaatsen; er zijn geen hopen met organisch materiaal, als blad of composthopen aanwezig, waar de ringslang gebruik van kan maken voor de afzet van eieren. Als overwinteringsverblijf wordt gebruik gemaakt van holen in de grond, mits deze vorstvrij en drooggelegen zijn. Deze ontbreken in het plangebied; de bodem in de weiden zijn vrij dicht en ter plaatse van de loodsen en woningen/ schuren is een grote mate van verstoring aanwezig.

Effecten en ontheffing Ter plaatse van de aanwezige waterlopen aan de randen van het plangebied is geschikt foerageergebied voor ringslang aanwezig. Van deze soort met nationale bescherming zijn alleen de vaste rust- en voortplantingsplaatsen beschermd. Andere beschermde soorten reptielen kunnen in het plangebied worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt biotoop. Ringslang De voortplantingsplaatsen van ringslang kunnen worden uitgesloten: hopen organisch materiaal als blad- en composthopen zijn niet aanwezig. Ook ontbreken geschikte overwinteringslocaties. Geschikt gebied voor ringslang is buiten de grenzen van het plangebied aanwezig en blijft ongewijzigd. Negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde reptielen als ringslang zijn niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 18

Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor reptielen niet noodzakelijk.

Amfibieën Voorkomen en functie Een aantal soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker, kleine watersalamander en gewone pad kunnen het plangebied gebruiken als landbiotoop en de waterlopen aan de randen als voortplantingslocatie. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en behoren tot het beschermingsregime andere soorten. In de provincie Gelderland is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Voor andere beschermde amfibieën als knoflookpad en rugstreeppad is in het plangebied geen geschikt biotoop aanwezig. De knoflookpad is gebonden aan stroomdalen van beken en rivieren. Hij vereist wateren met een dichte onderwater- en oeverbegroeiing voor de afzet van eieren. De soort wordt vaker waargenomen in agrarisch gebied en bij infrastructuur als wegen of spoorlijnen. Deze wateren zijn ter plaatse van het plangebied niet aanwezig. Ook is het plangebied niet gelegen in bekend verspreidingsgebied. Ook rugstreeppad prefereert een goed vergraafbare bodem. Dit ontbreekt in het plangebied. Ook is geen open water aanwezig dat geschikt is als voortplantingslocatie, waar de rugstreeppad gebruik van kan maken voor de afzet van eierensnoeren. Voor andere soorten als salamanders, zoals kam- vuur- of vinpootsalamander, is het ontbreken van voldoende open water in het plangebied een beperkende factor.

Ook de aanwezige waterlopen aan de randen van het plangebied zijn door de aanwezige begroeiing niet geschikt voor beschermde soorten amfibieën als voortplantingslocatie. Effecten en ontheffing De ingreep zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Amfibieën kunnen in de nieuwe situatie weer gebruik maken van het plangebied als onderdeel van hun leefgebied. Zeker doordat open water wordt gegraven. In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig waar beschermde amfibiesoorten als knoflookpad, rugstreeppad of salamanders gebruik van kunnen maken. Door het intensieve gebruik en de afwezigheid van goed vergraafbare bodem is het ongeschikt voor knoflookpad en rugstreeppad. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Indien graafwerkzaamheden worden verricht aan waterlopen wordt in het kader van de zorgplicht aanbevolen de werkzaamheden uit te voeren in voor amfibieën de meest gunstige periode; bij voorkeur in de periode van 15 juli tot 1 november waarbij september en oktober de voorkeur hebben. Dit is buiten het voortplantingsseizoen en de winterrust van soorten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet noodzakelijk.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 19

Vissen Voorkomen en functie Aan de rand van het plangebied komen waterlopen voor, als de noordkant van het perceel aan Koperweg 5. Ten tijde van het veldbezoek was de waterloop nauwelijks watervoerend en vrij dicht begroeit met riet. Daarnaast zijn meerdere betredingssporen aangetroffen van honden. Gebruik van deze door (beschermde) vissen als grote modderkruiper is dan ook niet waarschijnlijk. Daarbij zijn in actuele verspreidingsgegevens ook geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten. Effecten en ontheffing Gebruik van de waterlopen door beschermde vissen is niet waarschijnlijk; deze zijn nauwelijks watervoerend en dichtbegroeid. Algemene vissen als tiendoornige stekelbaars kunnen voorkomen. De waterlopen blijven behouden waardoor een eventuele functie niet wordt verwijderd en worden mogelijk vergroot. Bij onderhoud of andere graafwerkzaamheden kan verstoring voor vissen optreden. Om verstoring te voorkomen moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd in voor vissen de meest gunstige periode; bij voorkeur in de periode van 15 juli tot 1 november waarbij september en oktober de voorkeur hebben. Dit is buiten het voortplantingsseizoen en de winterrust van vissensoorten. Daarbij moet een kant op worden gewerkt zodat vissen de gelegenheid hebben te vluchten.

Worden deze maatregelen in acht genomen, zijn negatieve effecten op beschermde vissen uit te sluiten en is nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor vissen niet noodzakelijk. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor beschermde vissen niet noodzakelijk. In het kader van de zorgplicht dient bij graafwerkzaamheden in waterlopen rekening te worden gehouden met vissen.

Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) is voor beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren geen geschikt habitat aanwezig. Dit met name door de ligging en inrichting van de waterlopen aan de rand van het plangebied. De weiden worden begraasd waardoor schrale plekken voor soorten ontbreken. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en rondom het plangebied. Daarnaast blijft de waterloop behouden. Effecten en ontheffing Het plangebied biedt matig geschikt tot ongeschikt habitat voor beschermde ongewervelden. Met de herinrichting van het plangebied is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 20

6 Conclusie Op basis van deze quickscan worden de onderstaande samenvattende conclusies getrokken.

Bescherming soorten Overige soorten waarvoor vrijstellingen zijn opgesteld De ingreep zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. Hiervoor zijn door de provincie Gelderland vrijstellingen opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er geen leefgebied verloren gaat en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk Verblijfplaatsen De schuren aan Koperweg 5 en boerderij en woning aan Koperweg 6 bieden gebouwbewonende soorten, die verblijven in nauwe ruimten als kieren en spleten mogelijk een geschikte verblijfplaats. Nader onderzoek is noodzakelijk om na te gaan wat de functie van het plangebied is voor deze soorten. Geen essentieel foerageergebied of vliegroute Door aanwezig alternatief is geen sprake van essentieel foerageergebied. Ook blijft het plangebied na inrichting geschikt om te foerageren. Eventuele vliegroutes kunnen worden uitgesloten of blijven behouden.

Nader onderzoek naar marters is noodzakelijk Essentiële functies als verblijfplaatsen van beschermde soorten grondgebonden zoogdieren als kleine marters, boommarter of steenmarter kunnen in het plangebied niet worden uitgesloten, met name wat betreft de schuur aan Koperweg 2. Nader onderzoek is nodig om na te gaan wat de functie van het plangebied is voor de soorten.

Nader onderzoek naar vogels nodig De schuur aan Koperweg 2 biedt geschikt biotoop voor kerkuil om te verblijven. De woning aan Koperweg 6 biedt potentie voor verblijfplaatsen van huismussen. Voor de kerkuil en huismussen is nader onderzoek nodig om na te gaan wat de functie van het plangebied is voor de soorten.

Rekening houden met vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 21

die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen 1 mogen worden uitgevoerd. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels. Dit geldt ook voor broedende vogels in de groenstructuur rondom het plangebied. De werkzaamheden mogen er niet toe leiden dat deze broedende vogels worden verstoord en hun nest (broedsel/ jongen) verlaten. De zorgplicht is te allen tijde van kracht.

Zorgplicht bij graafwerkzaamheden waterlopen Indien graafwerkzaamheden worden verricht aan waterlopen wordt in het kader van de zorgplicht aanbevolen de werkzaamheden uit te voeren in voor amfibieën de meest gunstige periode; bij voorkeur in de periode van 15 juli tot 1 november waarbij september en oktober de voorkeur hebben. Dit is buiten het voortplantingsseizoen en de winterrust van soorten.

Bescherming gebieden Niet – stikstof-gerelateerde effecten Op ruim 8 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Arnhemheen. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Met de geplande onderhoudswerkzaamheden worden tijdelijk werkzaamheden met machines uitgevoerd welke stikstof uitstoten. Gezien de huidige onduidelijkheden door de recente uitspraken met betrekking tot de PAS wordt een berekening van de stikstofdepositie van de inrichting van het gebied (aanlegfase) en de nieuwe fase (gebruiksfase) noodzakelijk geacht. Deze berekening moet worden uitgevoerd middels het rekenprogramma AERIUS Calculator.

Bescherming houtopstanden Ten behoeve van de voorgenomen inrichting blijven de bomenrijen behouden. Mochten de plannen nog wijzigen worden nader onderzocht of de bescherming van houtopstanden alsnog van toepassing is. Op basis van het ontwerp dat nu leidend is, worden geen bomen gekapt die onderdeel uitmaken van een bomenrij van meer dan 20 bomen of een gebied van meer dan 10 are. Een nadere toetsing bescherming van houtopstanden is niet van toepassing.

Gelders Natuurnetwerk Ten behoeve van de inrichting van landgoed Groot Gevengoed is onderzocht wat de bestaande en potentiële natuurwaarden zijn. Op basis daarvan is de begrenzing van het GNN en GO aangepast zodat niet in deze zones wordt gebouwd. Op basis daarvan is een nadere toetsing aan het GNN/ GO-beleid niet noodzakelijk.

1

In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 22

Geldigheid onderzoek Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.

Landgoed Groot Grevengoed te Zwartebroek | Eelerwoude | 23

Literatuurlijst •

•

• • • • •

• • •

Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers R.C.M. & van Delft J.J.C.W. (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European invertabrate Survey – Nederland, Leiden. Dietz, C., Helversen, O. van, & Nill, D. (2011). Vleermuizen: Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Utrecht, Nederland: De Fontein & Tirion Uitgevers. Inrichtingsplan Landgoed Groot Gevengoed (2007). Indiener: R.S. Versluis Koninklijke Vermande (1999-2009). Planten en dieren, Flora- en faunawet, band 1, 2, 3 , 4 en 5. SDU Uitgeverij, Den Haag Limpens, H. , K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Limpens, H., P. Twisk & G. Veenbaas (2004). Met vleermuizen overweg. Brochure over vleermuizen en de wijze waarop bij planning, aanleg, reconstructie en beheer van wegen praktische invullingen kan worden gegeven aan de wettelijke zorgplicht voor vleermuizen. Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft / Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. Spoelstra, K. et al. (2017).

Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat presence is affected by white and green, but not red light. Proc. R. Soc. B 284, 20170075 (2017). Weeda, R., Westra, C., Westra, E. J., & Westra, T. (1985-1994). Nederlandse oecologische flora: Wilde planten en hun relaties 1 t/m 5. Amsterdam, Nederland: IVN in samenw. met de Vara en de VEWIN.

Soortinformatie: • - www.zoogdiervereniging.nl • - www.ravon.nl • - www.sovon.nl • - www.floron.nl • - www.verspreidingsatlas.nl • - www.nioo.knaw.nl/nl/licht-op-natuur Waarnemingen:

- ndff-ecogrid.nl

Provincie Gelderland - GNN/ GO http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=92d4c54aed8147ae8aa704c312f719bc

Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 2. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.

2 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de

bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern

Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.

Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3.10 lid 3). Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant….”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3eb1a5e8-b55f-47e5-a64a-e8b4337305d6