Koningsweg VII_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Koningsweg VII
(oktober 2021) bestemmingsplan Plannr. 1585
Koningsweg VII
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen
7 7 7
Hoofdstuk 3
9
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente
14 14 16 18 19 20
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water
26 26 27 29 32 33 34 34 38 39 39 41 41 42 43 43
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
45 45 49
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
51 51
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
52 52 52 53 53
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Windonderzoek
Bijlage 2
Windonderzoek rekensheet
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
Bijlage 5
Programma van Eisen
2
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Bijlage 6
Quickscan
Bijlage 7
Nader onderzoek Wet natuurbescherming
Bijlage 8
Vergunning Wet natuurbescherming
Bijlage 9
Besluit vormvrije m.e.r.
Bijlage 10
Vormvrije m.e.r.
Bijlage 11
Boom Effect Analyse
Bijlage 12
Beplantingsplan
Bijlage 13
Plantlijst
Bijlage 14
Rapportage watertoets
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
3
Koningsweg VII
4
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Voor het perceel Koningsweg 28 en Koningsweg ongenummerd in Garderen is een verzoek ingediend om 26 woningen te realiseren. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie B, nummers 2016, 2800 en 2801 (ged.). Het betreft een plan met 24 rijwoningen verdeeld over vier blokken en een tweekapper. Dit alles wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen weg die vanaf de Koningsweg langs de begraafplaats gaat lopen. Het bestaande bedrijf wordt beëindigd, de bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de woning aan de Koningsweg 28a en een bijgebouw bij deze woning, worden gesloopt en de handelswaar verwijderd. Op de onderstaande afbeelding is met een rood kader de globale ligging van het plangebied aangeduid.
Afbeelding globale ligging locatie
De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende een herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten "Koningsweg VII" (vastgesteld)
5
Koningsweg VII worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.
6
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan Koningsweg in de kern Garderen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de woningen aan de Koningsweg. Aan de oostzijde vormt de begraafplaats Garderen de grens van het plangebied. De grens aan de zuidzijde wordt gevormd door een bomenrij. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van de woningen aan de Smidstraat. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding begrenzing plangebied (luchtfoto 2020)
2.2
Geldende bestemmingen
Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Garderen". De gronden hebben de bestemmingen 'Gemengd' (artikel 7), met een bouwvlak en functieaanduidingen 'detailhandel', 'dienstverlening' en 'kantoor', 'Agrarisch met waarden' (artikel 3), 'Tuin' (artikel 13) met functieaanduiding 'groen' en dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' (hoge verwachtingswaarde). Verder is een maatvoeringsaanduiding opgenomen en geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone -molenbiotoop'. Woningbouw is niet toegestaan op de betreffende gronden. Tevens is voor deze gronden het bestemmingsplan "Parapluherziening Parkeernormen" van toepassing. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
7
Koningsweg VII
Afbeelding ruimtelijkeplannen.nl
8
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het betreft een gebied met een oppervlakte van ongeveer 10.000 m2 waarop 26 woningen (24 rijwoningen verdeeld over vier blokken en een tweekapper) worden gerealiseerd. Hiervan zijn acht woningen bedoeld als sociale huurwoningen. Het bestaande bedrijf is beëindigd en de bedrijfsgebouwen (met uitzondering van de woning en een bijgebouw) zijn gesloopt.
Afbeelding gesloopte gebouwen Het plan voorziet verder in het behoud van het aanwezige groen aan de oost- en zuidzijde, de aanleg van een toegangsweg, een waterstructuur en een speelplaats. In een later stadium zal nog een speelplaats worden ontworpen en ingericht aan de westzijde van het hofje. Het gedeelte aan de Koningsweg was in gebruik als tuincentrum/kwekerij, het achterliggende deel is in de huidige situatie onbebouwd. Het verzoek betreft een kleinschalige locatie aan de oostrand van het dorp Garderen. Het huidige tuincentrum in de dorpskern wordt daartoe ingeruild om een entree naar de achterliggende kavel mogelijk te maken. De locatie is ingeklemd in de oksel van de bebouwingsranden langs de Koningsweg en de Smidstraat, de begraafplaats en een houtwal. Op deze wijze is het gebied vanaf de openbare ruimte afgesloten en heeft het een beperkte rol in het waardevolle essenlandschap rondom de molen (Oud Milligenseweg 5) en aan de Meervelderweg. De voorgestelde locatie vormt een logische plek voor transformatie. Het gebiedje is één van de weinige locaties in het dorp dat kansrijk wordt geacht voor de ontwikkeling van een kleinschalig woonbuurtje voor met name rijwoningen. De vorm van een hofje zoals voorgesteld is een logische keus en komt als concept al vaker voor in het dorp. Het pad aan de noordzijde wordt een openbaar pad.
Stedenbouw Betreft een gewenste inbreidingslocatie aan de oostrand van de kern Garderen tussen het dorp en de begraafplaats. Voorheen was hier een tuincentrum gevestigd en werd het achterliggend agrarisch perceel gebruikt voor de teelt van bomen en planten. Dat perceel is van oudsher omkaderd door de begraafplaats, de houtstructuren en de achtererven van lintbebouwing, zo feitelijk al lang verscholen geweest en ingekapseld in de oksel van de dorpskern. Het perceel maakt weliswaar onderdeel uit van het waardevolle open stuwwallen landschap, doch vanaf de openbare ruimte is het niet waarneembaar, alleen vanuit de lucht, mede door de iets lagere ligging in het golvende landschap. Verder gelegen op enkele minuten "Koningsweg VII" (vastgesteld)
9
Koningsweg VII loopafstand van het monumentale kerkgebouw en de molen in het toeristische dorpshart met tal van voorzieningen.
Afbeelding concept hofje In het dorp zijn momenteel weinig mogelijkheden voor woningbouw en om enkele locaties geschikt te maken is het noodzakelijk eerst een kans te creëren op doorstroming naar een andere locatie. Het perceel van het tuincentrum biedt deze mogelijkheid en via dit terrein kan een ontsluiting worden gemaakt naar het achterliggende perceel en de bouw van een tweekapper. De verscholen ruimte daarachter maakt 24 rijwoningen mogelijk in de setting van een karakteristiek hofje zoals dat vaker is toegepast in het dorp. De diepe achtererven van de bestaande bebouwing rondom zorgen voor voldoende privacy en hier zal nagenoeg geen hinder zijn van schaduwwerking. Een deel van het plan aan de westzijde bestaat uit lagere bebouwing en de overige bebouwing zal vanwege de molen biotoop niet hoger worden dan 10,5 meter. Een klompenpad aan de zuidzijde sluit aan richting de molen, een nieuw achterpad aan de noordzijde maakt een korte verbinding naar het dorpshart en het kerkpad.
10
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Afbeelding inrichting
Wonen De locatie ligt in het centrum van Garderen, nabij het dorpshuis en andere voorzieningen in Garderen. Het betreft een functieveranderingslocatie die zich leent voor woningbouw. De komende jaren zullen er meerdere functieveranderingslocaties worden opgepakt alsmede een beperkte herstructurering. Hiermee worden er extra woningen aan de kern Garderen toegevoegd en worden er vooral woonproducten gerealiseerd in relatie tot de woningbehoefte waar nog een tekort aan is. Hiermee wordt er binnen de kern Garderen een verhuisstroom op gang gebracht, met als doel om aan de woningbehoefte van de inwoners te voldoen. De acht sociale huurwoningen worden aan Woningstichting Barneveld aangeboden, waarbij de doelgroepenverordening van toepassing wordt verklaard. Doelgroepenverordening Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om 3 categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en "Koningsweg VII" (vastgesteld)
11
Koningsweg VII middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020). Voor plannen met meer dan 10 woningen worden een percentage van minimaal 25% als goedkope koop/huur verlangd. Voor zelfstandige woningen (appartementen of eengezinswoningen) wordt volgens deze verordening de volgende prijs-/kwaliteitsverhouding gehanteerd (prijzen 2020): Minimaal 40 m2 voor sociale huurwoningen tot de 1e aftoppingsgrens Minimaal 45 m2 voor sociale huurwoningen tot de 2e aftoppingsgrens Minimaal 55 m2 voor sociale huurwoningen tot de liberalisatiegrens Minimaal 60 m2 voor middendure huurwoningen (tot € 991) en goedkope koopwoningen tot € 200.000. Verder geeft de verordening aan dat de sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en/of goedkope koopwoningen minimaal 10 jaar als zodanig moeten functioneren. In geval van voortijdige verkoop geldt een boetebeding voor de koper(s). Ook is het wenselijk dat ze worden verhuurd/verkocht aan inkomensgroepen die bij deze prijzen passen. In het eerste kwartaal van 2020 zal de doelgroepenverordening worden aangepast in verband met de aanpassing van de koopprijsklassen.
Woningbouwontwikkelingen Barneveld De woningbouw in de kern Garderen blijft achter bij de vraag. Na de ontwikkeling van 't Boerenerf (met een mix aan producten en prijsklassen) zijn er slechts enkele kleinere ontwikkelingen in de kern geweest. Het plan op de tuinderijlocatie is met name interessant voor kleinere huishoudens en gezinnen met kinderen: starters en doorstromers. Ook voor behoud van gezinnen met kinderen is vanwege de aanwezige basisschool een programma met gezinswoningen gewenst.
Woningbouwdifferentiatie Het programma voorziet in 26 woningen in de vorm van verschillende woonproducten in verschillende huuren prijsklassen. Hiermee worden verschillende groepen woningzoekenden bediend.
Met deze differentiatie worden er zowel huur- als koopwoningen aangeboden. Woningstichting Barneveld kan met 8 sociale huurwoningen, nieuwe woningen aanbieden, zodat er ook wat meer doorstroming ontstaat. In het kader van de betaalbaarheid zullen er ook 6 Sociale Koopwoningen worden gebouwd. Ook in de prijscategorie middelduur worden wat ruimere tussenwoningen gebouwd, vooral ook bedoeld voor de doorstroming. Verder zullen 6-tal royalere hoekwoningen, een ruimere tussenwoning met een afwijkende dwarsgevel en een tweekapper voor aanbod in het duurdere segment zorgen.
12
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Afbeelding 3d overview plangebied Groen De handelswaar (vormbomen) is verwijderd. De bomen zijn herplant in een tuin in Garderen. Begin 2021 is in overleg met de gemeente groot onderhoud aan het bestaande groen gedaan. Het onderhoud is gericht op het in stand houden van deze groenstructuur. Oudere landschapselementen zoals de houtwal zijn naast cultuurhistorisch ook ecologisch zeer waardevol. Dit geldt met name voor de bomen maar ook voor de ondergroei van ruigte vegetatie en struweel. Onderhoudswerkzaamheden kunnen het beste in de herfst en winter plaatsvinden, aangezien ze dan de minste verstoring veroorzaken voor de voorkomende soorten. Het is van belang dat werkzaamheden gefaseerd plaatsvinden, zodat de structuur en heterogeniteit van de vegetatie wordt bevorderd en tegelijkertijd voldoende rust en dekking wordt gegarandeerd.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
13
Koningsweg VII
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Ruimte. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden.
De SVIR vervangt verschillende nota's, waaronder ook de Nota Ruimte en geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. De SVIR geeft invulling aan het streven van het kabinet naar deregulering en decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Het Rijk heeft gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd.
Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem
te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten 14
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het bestemmingsplan voorziet in de bouw van meer dan 11 woningen.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
15
Koningsweg VII
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
Algemeen De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Alle nieuwbouw moet aardgasloos worden aangelegd en zoveel mogelijk circulair worden gebouwd.
Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; dat is wat wij willen. Voorliggend plan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen passend bij de diversiteit aan woningvraag.
4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening. 16
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 5: Regels Landschap Kaart 6: Regels Water en Milieu Kaart 7: Regels Erfgoed Eerst wat betreft glastuinbouw. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Dan wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Het gebied is op de kaart 5 Landschap gedeeltelijk aangemerkt als Nationaal landschap buiten Gelders natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie.
Afbeelding uitsnede kaart 5 Landschap Omgevingsverordening Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Nationale landschappen de kernkwaliteiten van dat specifieke deel van het Nationaal landschap (zoals omschreven in bijlage 6 bij de Omgevingsverordening) niet aantasten, dat wil zeggen daar geen afbreuk aan doen. Door een goed ontwerp en een goede landschappelijke inpassing is het zelfs mogelijk om soms een bijdrage aan die kernkwaliteiten te leveren. In dat geval spreken we van het versterken van de kernkwaliteiten. Volgens bijlage 6 kernkwaliteiten Nationale landschappen valt het gebied in Nationaal Landschap De Veluwe, en wel in Deelgebied Veluwemassief. Dit gebied kenmerkt zich door openheid rondom dorp met zicht op bosgebieden. Het betreffende stuk grond sluit direct aan op bebouwde kern van Garden en is niet herkenbaar als openheid met zicht op bosgebieden. Het perceel is nu in gebruik als kwekerij. In de bestaande situatie is het gebied aan de oost- en zuidzijde reeds omzoomd door beplanting die een natuurlijke grens vormt en aansluitend aan die beplanting aan de oostzijde door de begraafplaats, en aan de west- en noordzijde door bebouwing. De bestaande groenstrook zal op bepaalde plekken nog verder worden versterkt. Het plan tast het nationaal landschap niet aan. De gronden vallen volgens de kaart 7 Erfgoed binnen de aanduiding molenbiotoop.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
17
Koningsweg VII
Afbeelding uitsnede kaart 7 Erfgoed Omgevingsverordening Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. Ten aanzien van de molenbiotoop van molen De Hoop is een onderzoek uitgevoerd door EAG Monuments (zie Bijlage 1 Windonderzoek en Bijlage 2 Windonderzoek rekensheet). Uit het rapport komt duidelijk naar voren dat de windvang wordt verstoord door het bestaande groen (beplanting). Bij dit woningbouwplan kunnen we terecht spreken dat gebouwd wordt in de windschaduw van bestaande windobstakels. Met andere woorden: niet de nieuwe woningen maar de bestaande beplanting verstoren de windvang van de molen. Daarom kan de bouwhoogte van de woningen hoger zijn dan de maximale hoogte uit de formule. Zolang de woningen in de windschaduw van de beplanting worden gebouwd zal het functioneren van de molen niet worden beperkt. Kortom, woningen met een nokhoogte van 10.50 meter hebben geen effect op de windvang van de molen. Het plan maakt geen hogere bebouwing mogelijk. Ook bij het planten en verplanten van bomen wordt rekening gehouden met de windvang. Er worden geen bomen aangeplant waarvan te verwachten is dat ze hoger groeien.
Doorwerking in plangebied De regels inzake Landbouw, Glastuinbouw, Landschap, Water en Milieu en Erfgoed vormen geen belemmering voor het onderhavig plan. Het plan is in overeenstemming met de verordening.
4.3
Regio
4.3.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de
18
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio. Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.4
Waterschap
4.4.1
Waterbeheerprogramma 2016-2021Waterschap Vallei en Veluwe
Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert, is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.
Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
19
Koningsweg VII
4.4.2
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5
Gemeente
4.5.1
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie gedeeltelijk in bestaand bebouwd gebied ligt. Het achterliggende perceel wordt aangeduid als 'landschap en groen': verdichting ; groene kamers met functies. Het perceel is van oudsher omkaderd door de begraafplaats, de houtstructuren en de achtererven van lintbebouwing, zo feitelijk al lang verscholen geweest en ingekapseld in de oksel van de dorpskern. Het perceel maakt weliswaar onderdeel uit van het waardevolle open stuwwallen landschap, maar is vanaf de openbare ruimte niet waarneembaar, alleen vanuit de lucht, mede door de iets lagere ligging in het golvende landschap.
Afbeelding Structuurvisie Kernen 2022
20
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Het plan betreft gedeeltelijk een inbreidingslocatie. Onder inbreiding wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. De belangrijkste opgaven in Garderen zijn: Het behoud van een herkenbare historische structuur en zichtlijnen. Het versterken van het dorpshart. De directe omgeving bestaat uit kleinschalige coulissen afgewisseld met oude akkers, die juist een open karakter hebben. Deze afwisseling is kenmerkend en waardevol. De ruimtelijke structuur van de bebouwde omgeving is heel bijzonder.
Het ingekomen verzoek vormt geen inbreuk op de bestaande kwaliteiten en is in overeenstemming met deze structuurvisie.
4.5.2
Dorpsplannen en -visies
In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen hebben - waar mogelijk - een positie bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Dit geldt in ieder geval voor de recente dorpsplannen (die opgesteld zijn na 2016) die in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen zijn. Deze dorpsplannen bevatten een goede weergave van de ideeën en behoeften die er leven in de kernen. De gemeente houdt daarom bij ruimtelijke plannen en –initiatieven rekening met de inhoud van het dorpsplan en kan – indien nodig – hierover in overleg gaan met Plaatselijk Belang.
In Garderen is men recent gestart met het opstellen van een dorpsplan. Hoewel dit plan nog niet gereed is, is wel overleg gevoerd met Plaatselijk Belang. Conclusie is dat de planontwikkeling passend is binnen de kaders van het op te stellen dorpsplan. Plaatselijk Belang staat positief ten opzichte van de ontwikkeling. Er wordt gewerkt aan een dorpsvisie voor Garderen. Een uitkomst hiervan is dat er gebouwd moet worden voor een mix aan doelgroepen (starters en doorstromers). Ook de Woningstichting Barneveld is hierin partij. Er zijn weinig locaties in Garderen waar woningbouw mogelijk is.
4.5.3
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. "Koningsweg VII" (vastgesteld)
21
Koningsweg VII
Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld. Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan een postzegelplan betreft.
4.5.4
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wet Voortgang EnergieTransitie (VET) voor aardgasvrij bouwen Sinds 1 juli 2018 krijgen nieuwbouwwoningen en andere gebouwen met een kleinverbruikaansluiting geen aardgasaansluiting meer. Dit staat in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). De Wet VET is een stap in de overgang van fossiele naar duurzame energie. Het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving wordt uitgefaseerd. In dit plan wordt als volgt rekening gehouden met aardgasvrij bouwen. De woningen krijgen een luchtwarmtepomp voor de verwarming en de warmwatervoorziening. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen 22
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidsniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). De luchtwarmepompen zullen voldoen aan de gestelde eisen die vanaf 1 april 2021 van kracht zijn. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan worden zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Zonnepanelen worden op een manier geplaatst dat de bewoners er zelf ook makkelijk en op een mooie manier er ook bij kunnen plaatsen, die worden ook optioneel aangeboden.
Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Bij de keuze van materiaal is duurzaamheid voor initiatiefnemer ook één van de selectiecriteria, net als onderhoud, etc. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Laadpalen, bij een parkeervoorziening op eigen terrein wordt deze optioneel aangeboden aan de bewoner. Initiatiefnemer is bekend met de mogelijkheden in het openbaar gebied, in de kopersgesprekken wijzen zij de kopers ook op deze mogelijkheden. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg.
We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
23
Koningsweg VII
4.5.5
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied Het plan is niet in strijd met het Groenstructuurplan.
4.5.6
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).
4.5.7 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In december 2016 heeft de raad de Woonvisie 2017-2021 'Samen werken aan Wonen' met doorkijk tot 2025 en verder, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen (met een bandbreedte van 360 tot 440 woningen), waarvan gemiddeld 30% ten behoeve van goedkope woningen (sociale huur en goedkope koop tot € 200.000), 32,5% middendure woningen (midden dure huur tot € 950 en koop tot € 300.000) en 37,5 % duurdere woningen vanaf € 300.000. In regio FoodValley zijn in 2017 onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.500 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. In Barneveld is vooral in het eerste tijdvak (2017 t/m 2021) sprake van een grotere woningbehoefte dan in de tweede 5-jaarsperiode, als gevolg van natuurlijke groei en migratie.
Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. 24
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII Voor de periode 2017 t/m 2020 is een programma van ruim 2.300 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, gemiddeld betekent dit zo'n 435 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, goedkope koopwoningen (prijsgrens € 200.000 in 2020) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 991,- in 2020). In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen.
Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en goedkope koopwoningen ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 50.000, voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang (in 2018 is dit € 41.056). Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.
Doorwerking in plangebied Er is geen belemmering om het plan tot ontwikkeling te brengen.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
25
Koningsweg VII
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Hunneman heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3 Bodemonderzoek). Dit onderzoek is correct uitgevoerd en geeft een globaal beeld van de bodemkwaliteit (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de locatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt op de locatie sprake is van een puinverharding met gebroken asfalt met een globale dikte van circa 0,3 meter. Het betreft de asbestgaten/boringen 16, 17, 36 t/m 38. Zintuiglijk en analytisch is in deze puinverharding geen asbest aangetroffen. Omdat het geen bodem betreft is deze puinverharding milieuhygiënisch niet verder onderzocht. Ter plaatse van het overig onderzochte gedeelte van de onderzoekslocatie zijn in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond plaatselijk licht verhoogde gehalten aan minerale olie gemeten. Vanwege de diepte van het grondwater (dieper dan 5,0 m -mv) is dit conform de NEN 5740 milieuhygiënisch niet onderzocht. Zintuiglijk is op en in de bodem van de locatie geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
In de samengestelde mengmonsters van de toplaag ter plaatse van de aanwezige druppelzones is in de fractie >0,5 mm en < 20 mm, analytisch 28 mg/kg d.s. tot maximaal 1000 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Uit het indicatieve PFAS-onderzoek blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan PFAS zijn aangetoond. De gehalten overschrijden de voorlopige achtergrondwaarden. Indien grond wordt afgevoerd dient deze AP-04 te worden gekeurd om de afzetmogelijkheden te bepalen. Met uitzondering van de aangetoonde sterke asbestverontreiniging ter plaatse van een van de druppelzones (RE-06) geven de onderzoeksresultaten geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodem-/asbestonderzoek of -sanering. De aangetroffen sterke asbestverontreiniging dient onder milieukundige begeleiding te worden gesaneerd. Voorafgaand aan de sanering dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag, provincie Gelderland. De BUS-melding is ingediend. Bij de herontwikkeling van de onderzoekslocatie dient rekening te worden gehouden met het vrijkomen van de puinverharding met gebroken asfalt. Geadviseerd wordt om deze puinverharding af te voeren naar een erkend verwerker. De milieuhygiënische kwaliteit dient nog te worden bepaald.
Gezien het (voormalige) gebruik van het locatie dient tijdens de voorgenomen herontwikkeling echter wel rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van asbestverdacht (plaat)materiaal op en/of in de bodem, stortgaten etc. Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Tevens dient voor de sloop van de stallen/ schuren etc. ook een asbestinventarisatie uitgevoerd te worden en een sloopmelding te worden ingediend. Conclusie Op basis van het bodemonderzoek bestaan er, met uitzondering van het aangetoonde gehalte aan asbest in RE-06, geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de locatie. 5.1.2
Niet gesprongen explosieven
Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is de planlocatie niet als risicogebied aangegeven. De locatie is onverdacht voor niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Verder onderzoek naar explosieven is niet nodig.
26
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII
Afbeelding uitsnede CE kaart Conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor het plan.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie hoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt. De archeologische waarden- en verwachtingenkaart van Barneveld (zie onderstaande afbeelding) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Oranje: stuwwalvlakte en stuwwalglooiing met een hoge verwachting; Rood: stuwwalglooiing en stuwwalvlakte met dun plaggendek met een hoge verwachting.
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
27
Koningsweg VII
Afbeelding uitsnede beleidskaart Aanvullende informatie Het plangebied betreft een voormalig tuincentrum. Op luchtfoto's tot en met 2014 is te zien dat het grootste deel van het plangebied als boomkwekerij in gebruik is geweest. Boomkwekerijen kunnen de bodem flink verstoren, omdat er continu bomen ingegraven en ook weer uitgegraven worden. Dit kan van grote invloed zijn geweest op de eventuele archeologische resten in het plangebied. Econsultancy heeft een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4 Archeologisch onderzoek). Geconcludeerd wordt dat het plangebied, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw (geen diepgaande recente bodemverstorende ingrepen waargenomen, met uitzondering van boring 6), zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het begin van het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen behoudt. Voor de periode Nieuwe tijd blijft de verwachting op het voorkomen van archeologische resten laag. Er wordt vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Hiervoor heeft Econsultancy een Programma van Eisen opgesteld (zie Bijlage 5 Programma van Eisen). Dit is goedgekeurd door de gemeente. Econsultancy heeft begin 2021 het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Een verslag van de eerste bevindingen is toegestuurd aan de regio-archeoloog, evenals de alles-sporen kaarten.
Het proefsleuvenonderzoek heeft geen behoudenswaardige vindplaats opgeleverd. Er zijn alleen natuurlijke en recente grondsporen aangetroffen. Daarnaast zijn er enkele vondsten gedaan (naast de twee scherven van het booronderzoek, zijn er enkele munten aangetroffen), die niet gerelateerd zijn aan archeologische grondsporen. Vermoedelijk zijn deze op het terrein terechtgekomen met het opbrengen van plaggen/mest vermengd met afval (plaggendek). Er is gezien het voorgaande geen aanleiding om vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.
Conclusie Het terrein kan worden vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden. Er zal daarnaast geen 28
"Koningsweg VII" (vastgesteld)
Koningsweg VII evaluatieverslag worden opgesteld, maar direct gestart worden met de uitwerking van de concept-rapportage.
5.2.2
Historischestedenbouwkundige waarden
De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Rondom het plangebied liggen de begraafplaats die als gemeentelijk monument is aangewezen en het rijksmonument molen De Hoop. De begraafplaats ligt ten oosten van het plangebied, aan de overkant van de nieuwe weg, op voldoende afstand van de nieuwbouw af en wordt bovendien afgeschermd door hagen en bosschages. Ten aanzien van de molenbiotoop wordt verwezen naar § 4.2.1.2. Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor het plan.