CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koningsweg VII_Toelichting_Bijlage 4 Archeologisch onderzoek.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan “Koningsweg VII”, Garderen20.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK KONINGSWEG 28 TE GARDEREN GEMEENTE BARNEVELD

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Koningsweg 28 te Garderen Opdrachtgever

Van de Kolk Ontwikkeling B.V. Koningsweg 29 3886 KC Garderen

Rapportnummer

12169.001

Versienummer1

2

Datum

20 april 2020

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

J.M.A. Röring MA

Paraaf

Kwaliteitscontrole

ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA-Prospector)

Paraaf

© Econsultancy bv, Vestiging Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

12169.001

Toponiem

Koningsweg 28

Opdrachtgever

Van de Kolk Ontwikkeling B.V.

Gemeente

Barneveld

Plaats

Garderen

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Gemeente Garderen, sectie B, nummers 1694, 1695, 2016

Omvang plangebied

10.650 m2

Kaartblad

32 F (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 177.550 / Y: 471.735

Bevoegde overheid

Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB Barneveld Tel. 0342-495902 Email: info@barneveld.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

Mevrouw P. Kloosterman Raadhuisplein 2 3771 ER Barneveld Tel. 0342-495402 Mob. 06-51044685 Email: P.Kloosterman@barneveld.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 4795747100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

Booronderzoek 4795755100

Archeoregio NOaA

Utrechts-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem / Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerder(s)

Econsultancy, J.M.A. Röring MA & ir. E.M. ten Broeke

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Van de Kolk Ontwikkeling B.V. een archeologisch bureau- en booronderzoek (verkennend) uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Koningsweg 28 te Garderen in de gemeente Barneveld. De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van 26 woningen te realiseren. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-) Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Alleen voor de periode Nieuwe tijd wordt de kans op het voorkomen van archeologische resten laag geacht. Het plangebied ligt namelijk op de noordflank (stuwwalglooiing) van het stuwwalplateau van Garderen. Niet ver ten noorden ligt een droogdal. In principe waren dergelijke hooggelegen locaties geschikt als (tijdelijke) verblijfslocaties en/of specialistische activiteiten voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum en Mesolithicum). De voorkeur ging uit naar de zogenaamde gradiëntsituaties van nat naar droog (basiskampen), waar men toch droog zat, terwijl in de lagere gebieden natuurlijke waterbronnen (beken, vennen) en eetbare planten aanwezig waren en er gejaagd kon worden. Ook voor Landbouwers zal het plangebied een gunstige bewoningslocatie zijn geweest.

Er was voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden aanwezig voor landbouw en de op de stuwwal verwachte moderpodzolgrond (holtpodzolgrond, wordt ook wel aangeduid als een bruine bosgrond) heeft een grote natuurlijke bodemvruchtbaarheid. Dit wordt bevestigd door de reeds bekende archeologische vindplaatsen in en rondom Garderen die vooral gelegen zijn binnen de landschappelijke eenheid van stuwwalglooiingen. Ook gravend onderzoek uitgevoerd op terreindelen die vrijwel grenzen aan het plangebied hebben geresulteerd in het aantreffen van nederzettingsrestanten (één of meerdere huisplaatsen of wellicht een deel van een nederzettingsstructuur-/complex met bijbehorend vondstmateriaal) die vermoedelijk dateren uit de perioden Late-Bronstijd/Vroege-IJzertijd. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat waarschijnlijk het gehele plangebied aan het begin van de 2e helft van de 18e eeuw in gebruik was als akkerland. Rond begin jaren ’50 van de 20e eeuw raakt het noordelijke deel van het plangebied bebouwd en is het zuidelijke deel in gebruik geweest als boomkwekerij.

Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat binnen het merendeel van het plangebied sprake is van een (dik) plaggendek van circa 70 cm dik met hieronder een restant van het van nature gevormde holtpodzolprofiel, vanaf de inspoelings-Bws-horizont met hieronder de overgangs-BC-horizont. Vanaf gemiddeld 120/150 cm -mv bevindt zich de C-horizont en betreft gestuwde afzettingen. Archeologische sporen, indien aanwezig, zullen meest zichtbaar zijn op de overgang van de BC- naar C-horizont, op een diepte van circa 120/150 cm -mv. Alleen bij een boring in het zuidwestelijke deel van het plangebied hebben diepere verstoringen plaatsgevonden (tot circa 310 cm-mv). Dit lijkt om een recente verstoring/diepgaande lokale vergraving te gaan. Antropogeen materiaal is aangetroffen in wat vermoedelijk een oude cultuurlaag/akkerlaag is en bestaat uit een fragment van handgevormd aardewerk uit de Late-Bronstijd/IJzertijd en een scherf Pingsdorf aardewerk uit de 9e – 12e eeuw na Chr. De resten worden als archeologisch relevant beschouwd en kunnen duiden op de aanwezigheid van één of meerdere archeologische vindplaatsen uit verschillende archeologische perioden binnen dan wel in de direct nabijheid van het plangebied.

Rapport 12169.001 versie 2

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plangebied, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw (geen diepgaande recente bodemverstorende ingrepen waargenomen, met uitzondering van boring 6), zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het begin van het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen behoudt. Voor de periode Nieuwe tijd blijft de verwachting op het voorkomen van archeologische resten laag. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is namelijk over het algemeen sprake van een deels, zo niet geheel, intacte bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor het zijn hoge verwachting behoudt op de aanwezigheid van archeologische resten en/of sporen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek en nadat het plangebied vrij is gemaakt van de bestaande begroeiing (bomen en struiken van de kwekerij) en bebouwing in de vorm van de winkel/bedrijfsruimte en de broeikas/plantenkas. Voor dit/het proefsleuvenonderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.

Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is alleen mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd wordt door niet dieper te ontgraven dan 30 cm onder het huidige maaiveld, waardoor een bufferzone van circa 30 cm van het plaggendek overblijft (bijvoorbeeld door het plangebied/terreindeel op te hogen waar de nieuwbouw zal worden gerealiseerd). In de praktijk zal dit lastig uitvoerbaar zijn, gezien de wens te gaan bouwen op de vaste ondergrond (‘bouwen op geel zand’). Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barneveld en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw P. Kloosterman, d.d. 8 april 2020). Met bovenstaand advies wordt ingestemd.

Rapport 12169.001 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 19 3.1 3.2 3.3

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 15 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 17 Afweging gekozen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ...................... 19

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 19 Methoden ........................................................................................................................ 19 Resultaten ....................................................................................................................... 20

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 22 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................ 22 Advies ............................................................................................................................. 23

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 24 BRONNEN .......................................................................................................................................... 25

Rapport 12169.001 versie 2

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII. Tabel IX.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Overzicht AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw plangebied Overzicht aangetroffen archeologische indicatoren

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de historische kaart uit 1748 (Leenen) Situering van het plangebied binnen de historische kaart uit 1807 (De Man) Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1811-1832 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1872 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1900 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1931 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1962 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1995 Boorpuntenkaart

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Inrichtingsplan Bouwtekeningen bestaande bebouwing Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen

Rapport 12169.001 versie 2

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Van de Kolk Ontwikkeling B.V. een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Koningsweg 28 te Garderen in de gemeente Barneveld (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van 26 woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 4). Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 9 en 10 maart 2020 door J.M.A. Röring MA. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 13 maart 2020 door J.M.A. Röring MA & E.M. ten Broeke (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door ir. E.M. ten Broeke (senior KNA-prospector/kwaliteitscontroleur).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:      2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 1 van 25

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Barneveld. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het areaal binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 10.650 m² en ligt aan de Koningsweg 28, in het oostelijke deel van de bebouwde kom van Garderen in de gemeente Barneveld (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich van zuid naar noord op een hoogte tussen circa 47 en 44 m +NAP. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie B, nummers 1694, 1695 en 2016 (ged.). Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 32 F (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X = 177.550 / Y = 471.735. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

De noordelijk gelegen kadastrale percelen 1694 en 1695 zijn in gebruik als tuincentrum en zijn deels bebouwd met tuinbouwkassen. De onbebouwde terreindelen zijn merendeels voorzien van een klinkerverharding en verder in gebruik als siertuin/groenstrook. Het zuidelijk gelegen kadastrale perceel 2016 is grotendeels in gebruik als grasveld. Enkele terreindelen worden gebruikt voor het kweken van planten en jonge bomen. De noordelijke strook is in gebruik als ontsluitingsweg en is tevens voorzien van een klinkerverharding. Het centraal-westelijke deel van het perceel is bebouwd met een veldschuur. De Koningsweg loopt langs de noord-/noordwestzijde van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt een begraafplaats (Begraafplaats Garderen) en vervolgens het agrarisch buitengebied van Garderen. Ten westen van het plangebied liggen voornamelijk woonpercelen (woonhuizen met bijbehorende siertuinen) (zie figuur 3). 3

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 2 van 25

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente Barneveld een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Garderen (vastgesteld 12-11-2013). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde- Archeologie 1 (hoge verwachtingswaarde).4 Ook volgens de geactualiseerde archeologische waarden- en verwachtingenkaart (2018) van de gemeente Barneveld ligt het plangebied binnen een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (zie figuur 4).5 In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 250 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Atlas Gelderland6 Met de Atlas Gelderland wil de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De initiatiefnemer is voornemens de nieuwbouw van 26 woningen te realiseren (zie bijlage 4). Ter plaatse van de toekomstige bebouwing zal naar verwachting, bij de aanleg van een standaard staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), de bodem tot een diepte van circa 1 m -mv worden afgegraven (bouwput). De nieuwbouwwoningen zullen voor zover bekend niet worden onderkelderd.

4

www.ruimtelijkeplannen.nl Gemeente Barneveld, 2018 6 https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default 5

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 3 van 25

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Gestuwde afzettingen van de Formaties van Urk, Sterksel, Waalre en Peize.

Geomorfologie8

Op een hoge stuwwal (14B3).

Bodemkunde en grondwatertrap9

Loopodzolgronden, bestaande uit grof zand (gcY30, grondwatertrap VII").

Landschappelijke ontwikkeling 10 Voor de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden), heeft de rivier de Rijn fijn tot grof, zwak tot sterk grindhoudend zand (Formatie van Urk) afgezet in zijn stroomgebied. Tijdens het Saalien, lag een groot gedeelte van Nederland onder een vanuit Scandinavië naar het zuiden opgeschoven ijskap. De rand van het ijs bestond uit een aantal gletsjertongen. Aan weerszijden van deze ijsmassa's werden stuwwallen opgeduwd. Daardoor is ook de stuwwal ontstaan waar Garderen op ligt. Grote delen van de Formaties van Urk, Waalre en Peize zijn tijdens de glaciatie van het Saalien in de stuwwallen opgenomen. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. Wel was er toen gedurende langere periodes sprake van een zeer koud en droog klimaat. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Er vond erosie plaats van een deel van de stuwwal. Op de hellingen van de stuwwallen hebben geconcentreerde afstromingen van sneeuwsmeltwater geleidt tot insnijding in de permafrost. Hierdoor ontstonden sneeuwsmeltwaterdalen, welke vandaag de dag worden aangeduid als droge dalen. Aan het einde van deze dalen zijn de meegevoerde sedimenten tot afzetting gekomen als sneeuwsmeltwaterafzettingen, ofwel een daluitspoelingswaaier.

Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel. Tevens werd over een groot deel van Nederland een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge Dekzand. Het Oude Dekzand is afgezet tijdens het Midden-Weichselien (ook wel aangeduid als het Pleniglaciaal). Het is veelal horizontaal gelaagd, en er komen lemige banden in voor. Het Jonge Dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien (Laat-Glaciaal) in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is in het Jonge Dekzand meestal niet aanwezig. Ook komen er geen leemlagen in voor. Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. Het dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke tevens behoort tot de Formatie van Boxtel (voorheen de Formatie van Twente).

7

De Mulder et al., 2003 Wageningen Environmental Research, 2017 9 Stichting voor Bodemkartering, 1997 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / Van Oosterhout, 2008 8

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 4 van 25

Het Holoceen begon ongeveer 10.000 jaar geleden en duurt nog steeds voort. Door de temperatuursstijging aan het eind van de Weichselien smolten de ijskappen op het noordelijk halfrond waardoor de zeespiegel sterk steeg en er een vegetatieontwikkeling van vooral warmteminnende boomsoorten plaatsvond. Door verwaaiing van de dekzanden zijn wel lokaal stuifzandgebieden ontstaan. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd (zie bijlage 1). De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke tevens behoort tot de Formatie van Boxtel. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Vaak nemen deze beekdalen dezelfde positie in als de in de laatste ijstijd gevormde sneeuwsmeltwaterdalen. In het van nature slecht ontwaterd gebied en depressies vond vorming van (hoog)veen plaats, zoals ter plaatse van het Uddeler Veen ten noordoosten van Garderen, nabij Uddel. DINO11 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO).

Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd.12 Hieruit blijkt dat de ondergrond tot minimaal 30 m -mv voornamelijk uit grof zand bestaat met een variërende grindfactor. Plaatselijk komen dunne kleilagen voor (de ‘glijlaag’ waarlangs de schollen met sediment werden opgestuwd tot stuwwallen). Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) ligt het noordelijke en zuidoostelijke deel plangebied op een hoge stuwwal (14B3, zie figuur 5). Het centrale deel van het plangebied wordt gerekend tot de bebouwde kom van Garderen en is daardoor niet gekarteerd, echter verwacht mag worden dat het gelegen plangebied op een hoge stuwwal ligt. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3)13 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse.

Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Het AHN laat zien dat het plangebied op de noordflank van het stuwwalplateau van Garderen ligt (zie figuur 6). De direct ten westen gelegen historische kern van Garderen neemt eenzelfde gradiëntpositie in.

11

Dinoloket.nl DINO boornummers B32F0013 en B32F0661 13 AHN3 12

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 5 van 25

Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het zuidelijke deel van het plangebied gekarteerd als een loopodzolgrond, bestaande uit grof zand (gcY30 met grondwatertrap VII", zie figuur 7). Het centrale en noordelijke centrale deel van het plangebied wordt gerekend tot de bebouwde kom van Garderen en is daardoor niet gekarteerd. Op grond van het historisch gebruik (zie § 2.7) van het gehele plangebied als bouwland gedurende de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij het heeft behoord tot de oude bouwlandcomplexen die rondom Garderen lagen, wordt het meest waarschijnlijk geacht dat in het gehele plangebied loopodzolgronden voorkomen (waar deze verder niet verstoord is door diepgaande recente bodemingrepen). Loopodzolgronden bevatten een gedeeltelijk door de mens opgebrachte donkere bovengrond van 30 tot 50 cm dikte bestaande uit matig humeus, sterk lemig, matig fijn zand. Het humusgehalte van het dek loopt weinig uiteen (3-7%); soms zal de bovengrond voldoen aan de eisen van de bruine minerale eerdlaag. Het onderliggende oorspronkelijke profiel is meestal een holtpodzolgrond.14 Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten.

Het plangebied heeft een grondwatertrap VII". Het plangebied werd zeer waarschijnlijk ook vroeger gekenmerkt door een zeer goede ontwatering. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).15 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied16 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status.

Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie tabel II en figuur 8). Het betreft een terrein met daarin een grafveld uit de Vroege-Middeleeuwen en is landschappelijk gelegen op een hoge landduin. Wellicht dat deze landschappelijke eenheid hiervoor specifiek is uitgekozen als locatie voor een grafveld.

14

Bakker & Schelling, 1989 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 16 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 15

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 6 van 25

Tabel II.

Overzicht AMK-terreinen

AMK nr.

Situering t.o.v. plangebied

Datering

Waarde en omschrijving

12827

Gemiddeld 450 meter ten noorden van het plangebied Bemelerweg te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177469/472170

Middeleeuwen vroeg

Complex: Grafveld, onbepaald Waarde: Terrein van archeologische waarde Betreft een terrein met daarin een grafveld uit de Vroege-Middeleeuwen. Op dit terrein zijn fragmenten aardewerk gevonden uit de VroegeMiddeleeuwen, waaronder een hele pot. In de Historische Atlas staat het terrein aangegeven als loofbos. Het terrein ligt in een bosstrook tussen twee weilanden in. Ten opzichte van de weilanden ligt deze strook hoger. De bosstrook wordt gebruikt als wandelgebied, hondenuitlaat en als speelterrein. Als gevolg van huttenbouw is een aanzienlijk deel van het terrein verstoord.

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 17 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal elf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om negen bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en twee proefsleuvenonderzoeken (zie tabel III en figuur 8). Zeker van belang voor het plangebied zijn de twee proefsleuvenonderzoeken die vrijwel direct ten oosten en noorden van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd en waarbij laatprehistorische paal- en kuilsporen zijn gevonden, duidend op restanten van één of meerdere huisplaatsen of wellicht een deel van een nederzettingsstructuur-/complex. De mogelijkheid bestaat dat een dergelijk archeologisch complextype doorloopt binnen de begrenzing van onderhavig plangebied. Eveneens noemenswaardig zijn de begravingen en crematieresten uit de Midden-Romeinse tijd, gevonden binnen de contouren van de huidige begraafplaats ten oosten van het plangebied tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden (zie onderdeel Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied). Het al eerder genoemde vroegmiddeleeuwse grafveld (AMK-terrein), dat binnen het onderzoeksgebied valt, komt ook weer naar voren bij verschillende onderzoeksmeldingen.

De kans op de aanwezigheid van archeologische waarden (resten en sporen) is dan ook zeer groot. Tabel III.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer) 2296353100 (42304)

17

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

Grenzend ten oosten van het plangebied Begraafplaats Koningsweg te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177683/471727

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 4-8-2010 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek werden archeologische resten uit alle archeologische perioden verwacht, afgedekt door een dun (30 tot 50 cm dik) plaggendek. Gezien de vondsten in de omgeving, werden vooral resten verwacht uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen. Aangezien op 30 m afstand van het plangebied Romeinse crematieresten zijn gevonden, werden in het plangebied eveneens Romeinse resten van begravingen verwacht. Tijdens het booronderzoek is een 40 cm dik plaggendek aangetroffen met hieronder een B-horizont. In één boring is vastgesteld dat de bodem verstoord is tot 90 cm -mv (boring 2). In boring 4 zijn bovenin de B-horizont houtskoolbrokjes aangetroffen. Bovendien is op 30 m afstand van het plangebied een Romeinse schaal met crematieresten gevonden. De kans op archeologische resten in het plangebied wordt daarom groot geacht. Aangezien de B-horizont in de meeste boringen nog intact is, is de verwachting dat archeologische grondsporen nog bewaard zijn gebleven. Alleen ter hoogte van boring 2 zijn archeologische resten, uitgezonderd zeer diepe sporen, waarschijnlijk verloren gegaan.

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 7 van 25

2342822100 (48586)

150 meter ten oosten van het plangebied Oostelijke uitbreiding begraafplaats Koningsweg te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177704/471752

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnummer) 2296353100 (42304)) Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 12-10-2011 Resultaat: In totaal is 240 m² onderzocht in twee proefsleuven. Daarbij zijn duidelijke nederzettingssporen aangetroffen, die vermoedelijk dateren uit de LateBronstijd/Vroege-IJzertijd. Van de op voorhand vermoede resten van een grafveld zijn geen sporen aangetroffen. De aangetroffen grondsporen in de vorm van paalkuilen en voorraadkuilen zijn vooral geclusterd in het noordoostelijk deel van het plangebied. De archeologische resten kunnen als behoudenswaardig worden aangemerkt.

2359558100 (50773) & 2359566100 (50774)

Vrijwel grenzend ten noorden van het plangebied Koningsweg 27 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177539/471934

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 6-3-2012 Resultaat: In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten wordt hoog geacht, conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Barneveld. Bij afwezigheid van een plaggendek worden de archeologische resten direct aan of onder het maaiveld verwacht. Bij aanwezigheid van een plaggendek worden de archeologische resten verwacht in het plaggendek (Aa-horizont) en/of in de top van het onderliggende holtpodzolprofiel. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw overwegend bestaat uit beige tot geel gekleurd, grindrijk grof zand van gestuwde afzettingen. In het noordoosten van het plangebied komt een fijnere, lokaal verstoven dekzandlaag voor, bovenop de gestuwde afzettingen. Hierin hebben zich oorspronkelijk holtpodzolbodems gevormd. De oorspronkelijke humeuze minerale bovenlaag zal zijn vermengd met het opgebrachte dunne plaggendek. Voor een groot deel van het plangebied is het aanwezige bodemprofiel intact.

Bodemverstoringen beperken zich voornamelijk tot het huidige bedrijfsterrein en het meest zuidelijke deel (grasland/weide langs de zuidwestzijde van de toegangsweg) van het plangebied. Archeologische indicatoren zijn alleen aangetroffen binnen het terreindeel grasland/weiland aan de noordoostzijde van de toegangsweg. Deze betreffen een fragment aardewerk uit de IJzertijd of Romeinse tijd en een fragment Frechen steengoed (15e -16e eeuw, Nieuwe tijd A).De vondsten zijn in situ aangetroffen en kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. In het noordwestelijke deel van het plangebied zijn geen archeologische vondsten aangetroffen die mogelijk te relateren zijn aan het ten noorden gelegen grafveld uit de Vroege-Middeleeuwen. In enkele boringen zijn ijzerslakken aangetroffen, echter wel in het (dunne) plaggendek en kan dus van elders zijn aangevoerd (niet in situ voorkomend).

4546817100

Vrijwel grenzend ten noorden van het plangebied Koningsweg 27 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177592/471926

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 26-6-2017 Resultaat: In het plangebied hebben recente bodemverstorende ingrepen zich alleen beperkt tot de huidige bouwvoor en kan dan ook gesproken worden van een nagenoeg geheel intacte bodemopbouw. Het bodemprofiel bestaat vanaf het maaiveld uit een plaggendek van circa 30 tot 40 cm dik (matig dik). Hieronder komt een donkerbruin gekleurde laag voor die qua dikte varieert tussen minimaal 10 en maximaal 35 cm. Tijdens de vlakaanleg zijn hierin fragmenten laatprehistorisch aardewerk en in de top een enkel fragment Merovingisch aardewerk aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk een oudere akkerlaag, waarbij laatprehistorische beakkering vooral (wellicht intensiever/voor een langere tijdsperiode) in het zuidoostelijke deel van het plangebied heeft plaatsgevonden. Hieronder bevindt zich een overgangs-BC-horizont, die in het gehele plangebied vrijwel dezelfde dikte van circa 20 tot 25 cm heeft. Vervolgens bevindt zich daaronder de C-horizont. Dit natuurlijk bodemprofiel heeft zich kunnen vormen in sneeuwsmeltwaterafzettingen en betreft een holtpodzolbodem (bruine bosgrond).

Het onderzoek heeft daarnaast geresulteerd in het aantreffen van paal- en kuilsporen in het gehele plangebied (alle aangelegde werkputten), duidend op restanten van één of meerdere huisplaatsen of wellicht een deel van een nederzettingsstructuur. Er is aantasting geweest van archeologische sporen door laatprehistorische dan wel navolgende agrarische bewerking. Ook de archeologische begeleiding van de aanleg van het riooltracé (één bakbreedte lange sleuf) heeft alleen paalsporen opgeleverd. Er kunnen daarmee geen uitspraken worden gedaan over welk type gebouwstructuur/structuren het gaat (bijvoorbeeld een woonstalboerderij of een bijgebouw). Wanneer wordt gekeken naar de datering van het aardewerk valt op dat in het noordoostelijk deel van het onderzoeksgebied (werkput 5, 6 en 7) met name

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 8 van 25

Midden-/Late-Bronstijd aardewerk is aangetroffen, terwijl in het zuidwestelijke deel (werkput 1, 2, 3 en 8) vooral het jonger gedateerde aardewerk uit de IJzertijd en/of de Romeinse tijd aanwezig is. Het merendeel van de fragmenten zijn aangetroffen in sporen bij de aanleg van het vlak en bij het couperen van enkele sporen en zijn dus direct aan de bewonings-fase te koppelen. Bijzonder is een vermoedelijk bouwoffer, bestaande uit een begraven deel van een pot gevonden direct naast een paalkuil. Dergelijke vondsten worden niet vaak gedaan en geeft meer inzicht in het gebruik van de bebouwing ter plaatse. Aan de hand van het vondstmateriaal lijken er twee bewoningsfasen/-perioden te bestaan; Midden-/Late-Bronstijd en IJzertijd/Romeinse tijd, waarbij Late-IJzertijd meest waarschijnlijk is. De hoge waardering van de vindplaats leidt tot een selectieadvies: behoudenswaardig. Indien er niet gekozen wordt voor planaanpassing dan wordt geadviseerd een definitieve opgraving te laten uitvoeren, om daarmee de eventueel nog aanwezige archeologica ex situ veilig te stellen. Wanneer planaanpassing wel mogelijk is zal worden gekeken voor welke terreindelen een beperkte opgraving noodzakelijk is of dat een opgraving niet meer nodig is (wanneer de gewenste inrichting niet wordt uitgevoerd).

Er is alleen sprake van duurzaam behoud indien toekomstige bodemingrepen beperkt blijven tot maximaal 30 cm -mv, zijnde de huidige bewerkte bouwvoor (conform het geldende beleid van de gemeente Barneveld). Door de initiatiefnemer is besloten de wadi niet aan te leggen, waarmee de behoudenswaardige vindplaats in situ zal worden behouden. 2424568100 (59185) & 2424576100 (59186)

Rapport 12169.001 versie 2

300 meter ten zuidwesten van het plangebied Mazenhofstraat 7 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177332/471536

Type onderzoek: bureau- booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 20-11-2013 Resultaat: In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten wordt hoog geacht, conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Barneveld. Archeologische resten worden verwacht in het (matig dikke) plaggendek (Aa-horizont) en/of in de top van het onderliggende moderpodzolprofiel (bruine bosgrond). Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw varieert ten gevolge van verstoringen door moderne bodemingrepen. De bovenste 40 cm betreft over het een matig dik plaggendek, maar is wel recentelijk verstoord/geroerd (onderhoud van de tuin). Hieronder zijn bij de boringen 2 en 5 (zuidwestelijke en noordoostelijke deel van het plangebied) nog kenmerken van het oorspronkelijke podzolprofiel (moderpodzol, bruine bosgrond) aangetroffen, in de vorm van een restant van de verbruinings-Bws- en vervolgens de overgangs-BC-horizont, tussen 40 en maximaal 80 cm -mv. Hieronder bevindt zich de C-horizont en dit betreffen gestuwde afzettingen. Ter plaatse van de boringen 1, 4 en 6 is de bodem geroerd tot circa 60 cm -mv en betreft de onverstoorde bodem direct de C-horizont.

Kenmerken van het oorspronkelijke moderpodzolprofiel zijn niet aangetroffen, dus verstoringen reiken tot minimaal aan de oorspronkelijke top van de C-horizont of dieper. Ter plaatse van boring 3 is de bodem diep verstoord, tot 125 cm -mv. Waarschijnlijk is ter plaatse een gat gegraven (dit is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden ook aangegeven door de huidige eigenaar), waarin grond later is teruggestort. In twee boringen zijn in de geroerd bovengrond archeologische indicatoren aangetroffen. Het betreft een fragment grijsbakkend aardewerk, daterend uit de 14e/15e eeuw (Late Middeleeuwen B), en een fragment proto-steengoed (mogelijk een stuk van een oor van een kan), daterend uit de tweede helft van de 13e eeuw (Late Middeleeuwen B). Deze zijn aangetroffen naast fragmenten baksteen, dakpan, puin en glas van (sub)recente of recente ouderdom, 19e/20e-eeuw De aangetroffen archeologisch relevante indicatoren zijn dus samen met het (sub)recent daterende materiaal aangetroffen in dezelfde en geroerde bovenlaag. Archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen daar waar nog sprake is van een deels intacte bodemopbouw (zuidwestelijke en noordoostelijke deel van het plangebied). Het is daarom meer waarschijnlijk dat de aangetroffen archeologisch relevante indicatoren bemestingsresten betreffen die met het opbrengen van het plaggendek van elders zijn aangevoerd.

Vanuit de historische kaart van 1748 (Willem Leenen) zijn er geen aanwijzingen dat het plangebied deel heeft uitgemaakt van een oud (laatmiddeleeuws) boerenerf. Pas vanaf begin 19e eeuw lijkt het plangebied deel uit te zijn gaan maken van een erf (achterterrein van een erf van Klaas Teunisse Bakker). Geconcludeerd is dat de tijdens het onderzoek aangetroffen resten niet in die mate overtuigend zijn, dat er een reden is om aan te nemen dat er een archeologische vindplaats binnen het plangebied ligt. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Pagina 9 van 25

2282315100 (40375)

350 meter ten zuiden van het plangebied Oude Milligenseweg 25 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177584/471359

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 22-4-2010 Resultaat: De onderzoekslocatie ligt op het hoogst gelegen deel van de stuwwal van Garderen, op een stuwwalplateau. Op de onderzoekslocatie worden loopodzolgronden verwacht. Hierdoor heeft de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum Nieuwe Tijd. In de omgeving van de onderzoekslocatie heeft in ieder geval sinds het Midden-Neolithicum bewoning plaats gevonden. De onderzoekslocatie is in ieder geval sinds 1831 onbebouwd en in gebruik als bouwland. Uit het veldonderzoek blijkt dat de verwachte holtpodzolgronden op de onderzoekslocatie zijn afgedekt door een eerddek. Hierdoor is er in het westen van de onderzoekslocatie sprake van hoge enkeerdgronden en in het oosten van de onderzoekslocatie sprake van loopodzolgronden. In de boringen zijn diverse archeologische indicatoren aangetroffen in de vorm van houtskool en ijzerslakken. Op basis van het karterend booronderzoek is geconcludeerd dat er echter geen sprake is van een vindplaats uit de periode het Paleolithicum of Mesolithicum. Door de aanwezigheid van houtskool en ijzerslakken is er mogelijk sprake van een vindplaats die ouder is dan het eerddek.

Door de ligging op enkeerdgronden en loopodzolgronden behoudt de onderzoekslocatie een hoge trefkans op archeologische resten en/of sporen vanaf het Neolithicum. Geadviseerd is een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. gezien het beperkte oppervlak van de bodemverstoring is geadviseerd de bouwput onder archeologische begeleiding (protocol Opgraven) uit te graven.

2103604100 (15114)

400 meter ten noorden van het plangebied Bemelerberg te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177512/472136

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 16-12-2005 Resultaat: Het onderzoek is een vervolg op het waarderend onderzoek van terreinen van archeologische betekenis in het kader van de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) van de provincie Gelderland. Tijdens het veldonderzoek zijn 54 boringen verricht, grotendeels in een grid van 20 bij 25 meter in 13 oost-west georiënteerde raaien. Er zijn archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. Het betreft naast het langer bekende vroegmiddeleeuwse grafveld een mogelijk prehistorische nederzetting. Op grond van de waarnemingen die tijdens onderhavig onderzoek zijn gedaan, lijkt het niet realistisch om uit te gaan van duurzaam behoud zonder maatregelen. Behoud van de archeologische vindplaats is bij handhaving van de huidige situatie en gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten op termijn niet mogelijk. Vooral door de vrije toegang heeft het terrein veel te lijden. Door afsluiting van het monument kunnen verstorende (graaf-)activiteiten een halt worden toegeroepen. Door het opvullen van de bestaande kuilen en het opruimen van de rommel kan het terrein weer een monumentaal aanzicht krijgen. Mocht dit zonder meer niet mogelijk zijn, dan is een vervolgonderzoek door middel van proefputten of sleuven op zijn plaats.

In ieder geval is het raadzaam dit monument een herziene, hogere status te geven.

2385023100 (54051) & 2385031100 (54052)

450 meter ten zuidwesten van het plangebied Doctor J.P. Kruimellaan (ong.) te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177290/471340

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 16-10-2012 Resultaat: In het plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. De kans op het voorkomen van resten wordt hoog geacht, conform de archeologische beleidskaart van de gemeente Barneveld. Archeologische resten worden verwacht in het (matig dikke) plaggendek (Aa-horizont) en/of in de top van het onderliggende podzolprofiel. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een gemiddeld 50 cm dik plaggendek van matig humeus, zwak grindig, zwak siltig, matig grof zand. Onder deze laag bevindt zich een donkerbruine inspoelings-Bws- en vervolgens de overgangs-BC-horizont van de oorspronkelijke holtpodzolbodem. Deze lagen lopen door tot gemiddeld 100 cm -mv. Het oorspronkelijke moedermateriaal bestaat overwegend uit lichtgeel gekleurd, grindrijk grof zand van gestuwde afzettingen. Het aanwezige, intacte bodemprofiel kan het beste omschreven worden als een hoge enkeerdgrond. Archeologische indicatoren zijn aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek, in de vorm van een fragment steengoed uit de 16e/17e eeuw (Nieuwe tijd A) en een pijpensteeltje niet nader dateerbaar dan Nieuwe tijd.

In de top van het onderliggende holtpodzolprofiel (Bws-horizont) zijn een fragment grijsbakkend aardewerk uit de 14e/15e eeuw (Late-Middeleeuwen B) en een groot en klein fragment geglazuurd aardewerk uit de 17e/18e eeuw aangetroffen. Vanuit het geraadpleegde historisch kaartmateriaal zijn er echter geen aanwijzingen dat het plangebied deel heeft uitgemaakt van een oud (laat-midddeleeuws) boerenerf. Daarom is het meer

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 10 van 25

waarschijnlijk dat de resten met het opbrengen van het plaggendek van elders zijn aangevoerd (bemestingsresten). Geconcludeerd is dat de tijdens het onderzoek aangetroffen resten niet in die mate overtuigend zijn, waardoor er sprake is van een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. 4711043100

450 meter ten westen van het plangebied Putterweg 1 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177089/471827

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Laagland Archeologie VOF Datum: 11-6-2019 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de periode IJzertijd – Vroege-Middeleeuwen. Voor de periode Laat-Paleolithicum – Bronstijd en Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. In het plangebied hebben vanaf de tweede helft van de vorige eeuw diverse bodemingrepen plaatsgevonden en het terrein is in deze periode deels bebouwd. Mogelijk was al in de 19e eeuw sprake van egalisaties. De kans dat eventuele resten verstoord zijn is dan ook aanzienlijk. Tijdens het veldonderzoek is een deels intact bodemprofiel aangetroffen in een groot deel van het plangebied. Het in het bureauonderzoek opgestelde verwachtingsmodel blijft voor dit deel gehandhaafd. In het resterende deel van het plangebied is overwegend sprake van een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Archeologische resten worden hier niet verwacht, al kunnen diepere grondsporen niet worden uitgesloten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).

Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een karterend onderzoek conform standaardmethode C1 van de Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: Karterend Booronderzoek.

2249843100 (35888)

500 meter ten noordwesten van het plangebied Speulderweg 22 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177171/472057

Type onderzoek: bureau- en karterend booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 7-7-2009 Resultaat: De bodemopbouw in alle boringen (met uitzondering van die in boring 2) vertoont een zogenaamd A(E)B(hs)C-profiel. Onder de recente bouwvoor (Aphorizont) bevinden zich in deze boringen een (licht)geelbruine tot (licht)oranjebruine ijzer en humus inspoelingshorizont (Bhs-horizont), waaronder zich een bruingele overgangshorizont (BC-horizont) bevindt. In boring 4 zijn in de top van de B-horizont nog enkele grijs-witte uitgeloogde zandkorrels behorende tot de ijzer en humus uitspoelingshorizont aangetroffen (EB-horizont). De oorspronkelijke uitspoelingshorizont (E-horizont) behorende bij een podzolbodem is in alle boringen opgenomen in de recente bouwvoor (ploeglaag). De bodemprofielen ter plekke van het plangebied kunnen worden geclassificeerd als holtpodzolgrond. Ter plekke van boring 2 is het oorspronkelijke podzolprofiel verstoord/verploegd tot in de B-horizont, waaronder vanaf 45 cm -mv middels een scherpe grens een nog intacte BC-horizont aanwezig is. De verstoring wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van diverse humeuze lagen en recente plantenwortels. In alle boringen zijn in de Ap- en de onderliggende B-horizonten houtskoolspikkels aangetroffen op een diepte tussen de 35 en 80 cm -mv.

Daarnaast is in boring 1 op een diepte van 40 tot 45 cm -mv in de Bhs-horizont een fragment van een vuurstenen kling met glanspatina aangetroffen. Het gaat hierbij om het distale deel van de kling. De vuurstenen kling in combinatie met de houtskoolspikkels kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een kleine nederzetting/jachtkampementje uit de Late-Steentijd (Mesolithicum-Neolithicum). De vermoedelijke ligging nabij water (ven) kan daarbij ook worden aangemerkt als een ideale locatie voor jagers en verzamelaars uit de Steentijd. Er zijn daarnaast op circa 50 m ten zuiden van het plangebied grenzend aan het ven sporen uit de Vroege-Middeleeuwen aangetroffen. De kans is dan ook hoog dat er ter plekke van het plangebied nog intacte sporen uit de Vroege-Middeleeuwen aanwezig zijn (complextype: nederzetting, boerderij met bijbehorend erf). Geadviseerd is een vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een waarderend booronderzoek, eventueel in combinatie met een proefsleuvenonderzoek.

2299934100 (42764)

500 meter ten noordwesten van het plangebied Speulderweg 22 te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177171/472062

Type onderzoek: karterend en waarderend booronderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en karterend booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2249843100 (35888)) Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 28-9-2010 Resultaat: In het plangebied is tijdens het waarderend booronderzoek een overeenkomstige bodemopbouw aangetroffen als beschreven in het BAAC-onderzoek. Er zijn echter geen aanwijzingen voor middeleeuwse sporen en ook zijn er geen Mesolithicum/Neolithicum vondsten aangetroffen. Waarschijnlijk lopen de verwachte middeleeuwse sporen niet door tot in het plangebied. Aangezien er tijdens

Rapport 12169.001 versie 2

Pagina 11 van 25

het waarderend booronderzoek geen Mesolithicum/Neolithicum vondsten zijn gedaan, rijst het vermoeden dat er geen sprake is van een archeologische nederzetting of jachtkampje. Over de context van het door BAAC aangetroffen vondstmateriaal kan evenwel geen uitspraak worden gedaan. De geplande aanleg van de vrijstaande woning vormt dan ook geen bedreiging. Geadviseerd is om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied18 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan dertien vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel IV en figuur 7). Een deel van de vondstmeldingen zijn gekoppeld aan de archeologische onderzoeken die binnen het onderzoeksgebied zijn uitgevoerd en hierboven reeds samenvattend zijn beschreven. Verder zijn vrijwel direct ten oosten van het plangebied vondsten gedaan uit de Midden-Romeinse Tijd B tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden. Echter, de in ARCHIS ingevoerde locatie van de crematieresten is foutief, deze lag namelijk in de oosthoek van de begraafplaats en niet in de zuidwesthoek zoals in ARCHIS wordt gesteld. 19 Tevens liggen diverse vondstmeldingen binnen AMK-terrein 12.827, welke aangewezen is als een terrein met daarin een grafveld uit de Vroege-Middeleeuwen. Ouder aangetroffen vondstmateriaal duidt wellicht ook op nog een ander type vindplaats, wellicht nederzettingsrestanten. Tabel IV.

Overzicht ARCHIS-vondsten

Vondstmelding (Waarnemingsnr.)

Locatie t.o.v. plangebied

Datering

2724195100 (6771)

70 meter ten oosten van het plangebied Garderen te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177620/471750

Romeinse tijd: - crematieresten - fragmenten van ruwwandige borden

160 meter ten oosten van het plangebied Begraafplaats Koningsweg te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177709/471753

Neolithicum - Nieuwe tijd: - fragment van een koperen object

2342822100 (434979)

Tijdens graafwerkzaamheden (niet-archeologisch) zijn vondsten gedaan uit de Midden-Romeinse Tijd B, waaronder twee begravingen, crematieresten en een ruwwandig bord (Niederbieber 112).

Bronstijd - IJzertijd: - handgevormd aardewerk - grondsporen Nieuwe tijd: - 3 fragmenten van steengoed geglazuurd Aangetroffen tijdens de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2342822100 (48586))

2359566100 (435165)

180 meter ten noorden van het plangebied Koningsweg 27 Te Garderen te Garderen Gemeente Barneveld Coördinaat: 177578/471919

Bronstijd - Nieuwe tijd: - 8 fragmenten van ijzeren slakken IJzertijd - Romeinse tijd: - fragment van gedraaid aardewerk Nieuwe tijd: - fragment van steengoed geglazuurd Aangetroffen tijdens de uitvoering van een bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2359558100 (50773) & 2359566100 (50774))

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=12a1a26f-7736-478b-9f2c-638c7fbe1eb4