Koningsweg VII_Toelichting_Bijlage 14 Rapportage watertoets.pdf
Tekst van het document
WATERTOETS WONINGBOUWLOCATIE KLOEZEMAN TE GARDEREN
Rapportage watertoets woningbouwlocatie Kloezeman te Garderen Opdrachtgever
Van de Kolk Ontwikkeling Koningsweg 29 3886 KC Garderen
Rapportnummer Versienummer
12169.002 D2
Status
Eindrapportage
Datum
10 november 2020
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer dr.ir. B.A. van de Pas
Paraaf
Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde12169.002 onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
3
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK ............................................................................. 6 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4
Ontwikkeling ................................................................................................................... 10 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 10 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 11
PLANUITWERKING.................................................................................................................. 11 6.1 6.2
6.3 6.4 7
Waterschap Vallei en Veluwe ........................................................................................... 9 Gemeente Barneveld ...................................................................................................... 10
TOEKOMSTIGE SITUATIE ...................................................................................................... 10 5.1 5.2 5.3
6
Uitvoering .......................................................................................................................... 6 Lokale bodemopbouw ...................................................................................................... 6 Grondwaterniveau ............................................................................................................ 6 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ....................................................................... 6 Resultaten ......................................................................................................................... 7 Beoordeling....................................................................................................................... 8
WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 9 4.1 4.2
5
Ligging planlocatie ............................................................................................................ 2 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3 Grondwater ....................................................................................................................... 3 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 5 Ontwatering en drooglegging ........................................................................................... 5 Riolering ............................................................................................................................ 5
Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 11 Waterhuishouding ........................................................................................................... 11 6.2.1 Hemelwater ...................................................................................................... 11 6.2.2 Lediging ............................................................................................................ 13 6.2.3 Calamiteit.......................................................................................................... 14 Riolering .......................................................................................................................... 14 Kwaliteit .......................................................................................................................... 14
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ......................................................................................... 15
12169.002
BIJLAGEN: 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7. 8.
Topografische ligging Gegevens archeologisch booronderzoek (12169.001) Gegevens geohydrologisch veldonderzoek: 3a. Locatieschets 3b. Boorprofielen 3c. Berekende k-waarden Randvoorwaarden en eisen waterkundige constructies Toekomstige situatie Inhoudsberekening wadi’s Samenvatting digitale watertoets Resultaten digitale watertoets 12169.002
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Van de Kolk Ontwikkeling opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor de ontwikkeling van woningbouwlocatie Kloezeman te Garderen. Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. De initiatiefnemer is voornemens om de planlocatie te herontwikkelen. Als gevolg hiervan zal het verhard oppervlak wijzigen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te worden genomen. Concreet betekent dit dat onder andere onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met water. Hierbij speelt vasthouden bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt.
De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Barneveld). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie verkregen van de opdrachtgever (contactpersoon de heer R. Hoekstra). Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets van het waterschap doorlopen. De samenvatting en resultaat van deze digitale toets zijn bijgesloten in bijlage 7 en 8.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 1 van 16
2
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Ligging planlocatie
De planlocatie (± 10.650 m²) is gelegen aan de Koningsweg 28, in het oostelijke deel van de bebouwde kom van Garderen in de gemeente Barneveld en is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie B, nummers 1694, 1695 en 2016 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte tussen van circa 47 m +NAP in het zuiden en circa 44 m +NAP in het noorden. De coördinaten van een centraalpunt zijn X = 177.550 / Y = 471.735. De noordelijk gelegen kadastrale percelen 1694 en 1695 zijn in gebruik als tuincentrum en zijn deels bebouwd met tuinbouwkassen. De onbebouwde terreindelen zijn merendeels voorzien van een klinkerverharding en verder in gebruik als siertuin/groenstrook. Het zuidelijk gelegen kadastrale perceel 2016 is grotendeels in gebruik als grasveld. Enkele terreindelen worden gebruikt voor het kweken van planten en jonge bomen. De noordelijke strook is in gebruik als ontsluitingsweg en is tevens voorzien van een klinkerverharding. Het centraal-westelijke deel van het perceel is bebouwd met een veldschuur. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging van de planlocatie is opgenomen in bijlage 1.
Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 2 van 16
2.2
Bodemopbouw
Het zuidelijke deel van de planlocatie bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een loopodzolgrond, (gcY30 met grondwatertrap VII"*), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit grof zand. Het centrale en noordelijke centrale deel van de planlocatie wordt gerekend tot de bebouwde kom van Garderen en is daardoor niet gekarteerd. In het kader van een op locatie uitgevoerd booronderzoek1 zijn in totaal gelijkmatig verspreid binnen de planlocatie vijftien boringen gezet. Er is met behulp van een Edelmanboor (Ø 10 cm) geboord tot een diepte van veelal 2,20 m -mv en maximaal 3,50 m -mv. De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. Op basis van dit onderzoek blijkt de bodem voornamelijk te bestaan uit zwak tot matig grindig, zwak tot matig siltig, matig grof fijn tot zeer grof zand. Tot 1,0 m -mv is de bodem bovendien zwak tot matig humeus. Er zijn geen storende lagen in de ondergrond waargenomen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het archeologisch verkennend booronderzoek weergegeven. 2.3
Geohydrologie
Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II en GeoTOP v1.3 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket, met een dikte van ± 70 m, te worden gevormd door gestuwde afzettingen van de Formaties van Urk, Sterksel, Waalre en Peize. Deze gestuwde afzetting bestaat hoofdzakelijk uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind. 2.4
Grondwater
Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Het grondwater staat in de winter van nature hoog en in de zomer laag. In de winter is de temperatuur laag, waardoor de verdamping gering is en alle neerslag het grondwater kan aanvullen. In de zomer gebeurt het omgekeerde: de temperatuur is hoog en dus verdampt er veel neerslag en is de stijghoogte laag. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitoord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. Op basis van de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, stroomt het grondwater van het eerste watervoerend pakket in zuidwestelijke richting. 1 Archeologisch verkennend booronderzoek (d.d.
30 maart 2020, Econsultancy, rapportnummer 12169.001)
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 3 van 16
In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van de planlocatie zijn geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn geïnterpoleerd naar de planlocatie. In tabel 1 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Tabel 1.
Overzicht grondwaterpeilputten TNO
grondwaterpeilput
windrichting t.o.v. locatie
afstand t.o.v. locatie (m)
meetperiode
GLG (m +NAP)
GHG (m +NAP)
B32F0173
W
1.080
28-06-1965 tot 11-07-2017
19,35
20,00
B32F0174
Z
575
14-02-1962 tot 14-02-2000
19,50
21,00
Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO/grondwatermeetnet gemeente *
Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting wordt voor de planlocatie uitgegaan van een Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) van circa 21,0 m +NAP. Hiermee zou de GHG dieper zijn gelegen dan 5,0 m -mv. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin-, of boringsvrijezone.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 4 van 16
2.5
Oppervlaktewater
Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op basis van de leggerkaart van waterschap Vallei en Veluwe is in de directe omgeving van de planlocatie geen oppervlaktewater gelegen. 2.6
Ontwatering en drooglegging
Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Drooglegging is het verschil tussen het oppervlaktewaterpeil en de maaiveldhoogte. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn:
Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruiruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:
0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m
De GHG is dieper gelegen dan 5,0 m -mv. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige situatie voldoende zijn. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. 2.7
Riolering
In de Koningsweg is ten hoogte van de planlocatie een gescheiden rioolstelsel gelegen.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 5 van 16
3 3.1
GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK Uitvoering
Om de infiltratiemogelijkheden binnen de planlocatie te onderzoeken is door Econsultancy op locatie een doorlatendheidsonderzoek uitgevoerd. Voor het uitvoeren van een doorlatendheidsonderzoek gelden geen richtlijnen. De onderzoeksstrategie is in overleg met de opdrachtgever vastgesteld en betreft maatwerk. Ten aanzien van de uitvoering is aangesloten op het SIKB-protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen". Het veldwerk omvatte het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen zijn hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten zijn op kaart vastgelegd. Op de locatieschets in bijlage 3a is de situering van de meetpunten aangegeven. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt (zie bijlage 3b). Het veldwerk is uitgevoerd op 25 en 26 maart 2020. Met behulp van een edelmangrondboor (diameter 10 cm) zijn in totaal 6 boringen geplaatst. De boringen zijn tot maximaal 3,0 m -mv doorgezet teneinde een duidelijk beeld van de bodemopbouw te verkrijgen. Na het verrichten van de boringen zijn de in-situ doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. 3.2
Lokale bodemopbouw
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is tot 1,0 m -mv bovendien zwak tot matig humeus. Plaatselijk wordt vanaf 2,0 m -mv matig grof tot zeer grof zand aangetroffen. Deze lagen zijn bovendien matig grindig. Er zijn geen storende lagen in de ondergrond waargenomen. 3.3
Grondwaterniveau
Tot de onderzochte diepte is geen grondwater aangetroffen. 3.4
Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven
Op basis van de profielbeschrijvingen en de actuele grondwaterstand zijn de te onderzoeken bodemlagen vastgesteld. Vervolgens is in de directe nabijheid van de referentieboring, per meting, een nieuwe boring verricht tot in de te onderzoeken homogene bodemlaag. Bij de keuze van de te onderzoeken bodemlaag is rekening gehouden met de doelstelling van het onderzoek. De doorlatendheid (k-waarde) van de bodem is bepaald met behulp van de Falling head-methode (omgekeerde Hooghoudt-methode). Bij de Falling headmethode wordt na eenmalig opbrengen van een waterkolom de zaksnelheid van het water gemeten. Om instorting van het boorgat te voorkomen, is in het boorgat een filterbuis aangebracht die aan de onderzijde over een lengte van 1 m is geperforeerd. Na plaatsen van de filterbuis is water opgebracht. Voor het meten van de waterstandsdaling is gebruik gemaakt van een digitale drukopnemer (Diver).
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 6 van 16
De doorlatendheidsmeting is een aantal malen herhaald teneinde verzadigde doorlatendheid te verkrijgen en een gemiddelde te kunnen berekenen. Aan de hand van de zaksnelheid is vervolgens met behulp van de formule van Hooghoudt de gemiddelde doorlatendheid (k-waarde) berekend.
3.5
Resultaten
Tabel 2 geeft een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabel de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel 3. Bijlage 3c bevat de grafische uitwerking en de berekening van de k-waarden. Tabel 2.
Overzicht k-waarde per meting
Referentie boring
Aantal Metingen (*A)
01
3
Onderzochte bodemlaag (cm -mv)
30-100
Opmerkingen
K-waarde (m/dag)
Beoordeling doorlatendheid
zand, zeer fijn zwak siltig matig humeus
zwak kiezelhoudend
4,1
goed
2,3
goed
02
2
140-200
zand, zeer tot matig fijn zwak siltig
03
3
100-150
zand, matig grof zwak siltig matig grindig
matig kiezelhoudend
2,1
goed
zand, zeer fijn zwak siltig matig humeus
zwak kiezelhoudend
5,7
goed
3,8
goed
10
goed
04
05
06
(*A)
Textuur
3
3
3
30-90
100-150
60-100
zand, matig fijn zwak siltig zwak grindig zand, zeer fijn zwak siltig matig humeus
zwak kiezelhoudend
-
zwak kiezelhoudend
De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 7 van 16
Tabel 3.
Classificatie doorlatendheid
K-waarde (m/dag)
Classificatie (*A)
< 0,1
slecht doorlatend
0,1-0,5
matig doorlatend
0,5-1,0
vrij goed doorlatend
1,0-10
goed doorlatend
> 10 (*A)
3.6
zeer goed doorlatend Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)
Beoordeling
De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is onder andere afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, de aanwezigheid van stoorlagen (klei en leem). Econsultancy acht bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag geschikt voor infiltratie van hemelwater. De doorlatendheid van de bodem wordt over het algemeen geclassificeerd als goed doorlatend. De kwaarde van de onderzochte lagen ter plaatse van B06 valt buiten de range van de overige metingen en is vele malen hoger dan op basis van textuur zou worden verwacht. Het meetresultaat kan derhalve niet als representatief voor deze bodemlagen worden beschouwd en wordt verder dan ook buiten beschouwing gelaten. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 2 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen (met uitzondering van het resultaat bij B06) vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 8 van 16
4
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Barneveld. 4.1
Waterschap Vallei en Veluwe
Het waterschap heeft wettelijk vastgelegde taken. Het (water)beleid van waterschap Vallei en Veluwe is onder andere vastgelegd in het Waterbeheerprogramma (WBP) 2016-2021. Het WBP beschrijft hoe het waterschap haar taken in de periode 2016-2021 uitvoert. Daarnaast is het beleid met betrekking tot de omgang van water vastgelegd in de keur met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. In de keur is onder meer opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Voor het stedelijk- en landelijk gebied heeft dit geleid tot de volgende kerntaken/doelen:
klimaatproof (waterrobuust) bouwen; zoveel mogelijk water sparen en vasthouden; schoon en vuil water zo veel mogelijk gescheiden; een goede oppervlaktewaterkwaliteit.
Het doel hierbij is de versnelde afvoer van neerslag afkomstig van verhard oppervlak in het beheersgebied te beperken tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet dus in principe, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalansneutraal plaatsvinden. Het watersysteem in stedelijk- en landelijk gebied moet tot een neerslaggebeurtenis die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100, 60 mm) blijven functioneren. Hierbij worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd: 1. 2.
3.
4.
Bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak op oppervlaktewater geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. Aan het in het eerste lid gestelde wordt in ieder geval voldaan wanneer: a. het verharde oppervlak niet groter is dan 1.500 m² in stedelijk en 4.000 m² in het buitengebied, of; b. er niet meer dan de geldende landelijke afvoer vanuit het plangebied geloosd wordt, of; c. er een berging van 60 liter per m² verhard oppervlak wordt gerealiseerd, of; d. het nadelige effect op het watersysteem wordt gecompenseerd, of; e. er geloosd wordt vanaf verhard oppervlak dat hiervoor was aangesloten op het gemengd stelsel (afkoppelen) en het ontvangende oppervlaktewaterlichaam voldoende capaciteit heeft. De in het tweede lid genoemde berging kan o.a. worden gerealiseerd door middel van: a. een statische berging met een capaciteit van 600 m³ per hectare; b. een dynamische berging waarbij rekening wordt gehouden met infiltratie. De mate van infiltratie waarmee rekening gehouden mag worden dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond. De in het derde lid genoemde compensatie kan o.a. worden gerealiseerd door het benutten of creëren van overcapaciteit in het ontvangende watersysteem, onder andere door de inzet van stuwconstructies.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 9 van 16
4.2
Gemeente Barneveld
Op 2 maart 2016 heeft de gemeenteraad het "Gemeentelijk Rioleringsplan Barneveld 2016-2019" vastgesteld. De planperiode is verlengd naar 2020. In dit plan heeft de gemeente Barneveld samen met waterschap Vallei en Veluwe het rioleringsbeleid vastgelegd. Hier in staat expliciet opgenomen dat bij herontwikkeling en nieuwbouw er een bergingseis geld van 20 mm voor de hoeveelheid verhard oppervlak. Alle nieuwe ontwikkelingen worden, afhankelijk van de ligging, aan de doelstellingen van het GRP getoetst. Aanvullend op het GRP heeft de gemeente Barneveld een visiedocument op gesteld waarin de randvoorwaarden en eisen met betrekking tot waterkundige constructies zijn opgenomen (zie bijlage 4).
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
5.1
Ontwikkeling
De noordelijk gelegen kadastrale percelen 1694 en 1695 zijn in gebruik als tuincentrum en zijn deels bebouwd met tuinbouwkassen. De onbebouwde terreindelen zijn merendeels voorzien van een klinkerverharding en verder in gebruik als siertuin/groenstrook. Het zuidelijk gelegen kadastrale perceel 2016 is grotendeels in gebruik als grasveld. Enkele terreindelen worden gebruikt voor het kweken van planten en jonge bomen. De noordelijke strook is in gebruik als ontsluitingsweg en is tevens voorzien van een klinkerverharding. Het centraal-westelijke deel van het perceel is bebouwd met een veldschuur. Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van 26 woningen in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. De huidige woning gelegen aan de Koningsweg 28 a blijft gehandhaafd. 5.2
Verhard oppervlak
Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan het definitieve ontwerp TEK-DO-01b Kloezeman Garderen OG v2 (d.d. 28 oktober 2020) zoals bijgevoegd in bijlage 5. In tabel 4 staan de oppervlakten van de huidige en toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zoals aanwezig in de huidige situatie zijn bij benadering en bepaald aan de hand van de GBKN, BAG en satellietfoto’s. Voor de bepaling van de toekomstige omvang van tuin/erfverhardingen is in het kader van de watertoets voor de tussenwoningen 75% van het netto oppervlak aan uitgeefbare percelen (oppervlak uitgeefbaar – oppervlak daken) beschouwd als aanname voor het verhard oppervlak. Voor de hoekwoningen is uitgegaan van 50% van het netto oppervlak aan uitgeefbare percelen. Tabel 4.
Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak
Type verharding
Huidig verhard oppervlak (m²)
Toekomstig verhard oppervlak (m²)
± 690
± 1.725
Tuin- en erf verhardingen*
-
± 1.415
Ontsluiting (wegen, paden, parkeren)
± 2.425
Totaal
± 3.115
Dak
± 2.795
Hofje 2.055 Toegangsweg 740 ± 5.935
* 75 % en 50 % van netto oppervlak uitgeefbare percelen (oppervlak uitgeefbaar - oppervlak daken)
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 10 van 16
Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen 2.820 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 5.935 m2. 5.3
Waterbergingsopgave
Op basis van het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de ‘statische’ waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 355 m3 (5.935 m2 x 0,06 m). Hemelwater afkomstig van particuliere percelen wordt op eigen terrein opgevangen. Hemelwater afkomstig van de openbare ruimte (wegen, paden, parkeren) wordt bovengronds (zichtbaar) afgevoerd en opgevangen in enkele wadi’s.
6 6.1
PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten
In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale procedure blijkt dat het plan een effect heeft (waterbelang). Vooroverleg met het waterschap is noodzakelijk. De samenvatting en de resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in bijlage 7 en 8. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
100% afkoppeling van verhard oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 5.935 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. Wateropgave 355 m3. De maximale ledigingsduur van het systeem bij voorkeur gelijk of kleiner dan 24 uur. Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG is dieper gelegen dan 5,0 m -mv. Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 2,0 m/dag; Elke demping moet voor 100% gecompenseerd worden. Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
6.2
Waterhuishouding
6.2.1 Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen de planlocatie worden verwerkt.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 11 van 16
Hemelwater afkomstig van particuliere percelen wordt (deels) op eigen terrein opgevangen door middel van infiltratiekratten. Wanneer de kratten volledig zijn gevuld, kunnen deze aan maaiveld overstorten richting het openbaar terrein. In de openbare ruimte wordt het hemelwater bovengronds (zichtbaar) afgevoerd en opgevangen in enkele wadi’s. Wadi’s In totaal zijn in het plan 2 wadi’s voorzien, één aan de westzijde van het plan en één aan de oostzijde langs de toegangsweg. Vanwege het hoogteverschil richting de Koningsweg is de wadi aan de oostzijde door middel van stuwen opgedeeld in meerdere afzonderlijke compartimenten. De westelijke en oostelijke wadi staat middels een overstortleiding (Ø 250) in verbinding met elkaar. Vanuit de westelijke wadi wordt water via deze leiding afgevoerd richting de wadi aan de oostzijde. In totaal kan in de beide wadi’s circa 205 m3 water worden geborgen. Een berekening van hoeveelheden is opgenomen in bijlage 5. De berekening is uitgevoerd op basis van het definitieve ontwerp TEK-DO-01b Kloezeman Garderen OG v2 (d.d. 28 oktober 2020) zoals bijgevoegd in bijlage 5. Particuliere percelen Het restant van de wateropgave circa 150 m3 (355 m3 - 205 m3) wordt binnen de particuliere percelen geborgen Ten aanzien van de verwerking van hemelwater op de particuliere percelen wordt uitgegaan van een benodigde berging van ca.
5 m3 voor de 16 tussenwoningen en ca. 7 m3 voor de 8 hoekwoningen en de 2 twee-onder-een-kappers. Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag die bij een (potentiële) voorziening hoort, is een alternatief uitgewerkt waarbij is uitgegaan van de toepassing van de Q-Bic+ Infiltratie unit van Wavin (417 liter). Er is gekozen voor de toepassing van de Q-Bic+ infiltratiekrat omdat deze inspecteerbaar en reinigbaar is. Het gebruik van andere systemen is uiteraard ook mogelijk. Het Q-Bic+ infiltratiekrat van Wavin heeft de volgende kengetallen:
Holle Ruimte: Lengte: Breedte: Hoogte: Netto inhoud: Aansluitingen: Minimale gronddekking o Groenzones (onbelast): o Lichte verkeersbelasting: o Zware verkeersbelasting:
95 % 1,2 m 0,6 m 0,6 m 417 liter (0,417 m3) 160, 200, 315, 400 mm buis 0,30 m 0,30 m 0,75 m
Om de totale statische wateropgave van 5 m3 en 7 m3 zijn respectievelijk 12 kratten benodigd bij de tussenwoningen en 17 kratten bij de overige woningen (hoekwoningen en twee-onder-een-kap). Wanneer de kratten niet worden gestapeld, is een minimaal oppervlak benodigd van circa 9 m2 (1,2 m x 0,6 m x 12 st.) en circa 13 m2 (1,2 m x 0,6 m x 17 st.) om de kratten te kunnen plaatsen. Wanneer de kratten worden gestapeld is nog maar een oppervlak benodigd van circa 4,5 m2 en 7 m2. Bij het stapelen van de kratten wordt tevens het wandoppervlak (infiltratieoppervlak) vergroot waardoor de voorziening sneller kan leeglopen.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 12 van 16
Ook kan ervoor worden gekozen om water op de particuliere percelen te bergen door toepassing van de Waterbucket van Trewatin2 of een betonnen infiltratieput3. Bij toepassing van een infiltratieput is een oppervlak van maximaal 4 m2 en 6 m2 benodigd om de wateropgave te bergen. Daarnaast is zowel het systeem van Trewatin als een infiltratieput mantoegankelijk, duurzaam en robuust. Reductie wateropgave particuliere percelen Om de wateropgave op de particuliere percelen te verminderen kan er voor gekozen worden om de berging in de wadi’s te vergroten door onder de bodem van de wadi’s een pakket van grind, lava of infiltratiekratten aan te leggen, zie figuur 3.
Figuur 3: Principe doorsnede infiltratievoorziening
6.2.2
Lediging
Op basis van de bodemopbouw, textuur en de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. Bij infiltratie is de grootte van de ledigingscapaciteit geen constante waarde in de ruimte en de tijd en is mede afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem en het natte contactoppervlak tussen voorziening en omliggende grond. De ledigingscapaciteit van de hemelwaterbuffer kan worden berekent met de volgende formule: ieff = k * (Fwand * Owand) waarin: ieff = ledigingscapaciteit (m3/dag) k = doorlatendheid ondergrond (m/dag) Owand = wandoppervlak (m2) Fwand = factor equivalent wandoppervlak (-) De ledigingstijd van de wadi’s en de afzonderlijke compartimenten is weergegeven in tabel 5. Bij de berekening van het infiltratieoppervlak van het talud is meegenomen dat het equivalent wandoppervlak voor de helft mee telt (factor 0,5). De bodem is verder buiten beschouwing gelaten. Voor de doorlatendheid van de ondergrond is uitgegaan van een rekenwaarde van 2,0 m/dag.
2 http://trewatin.nl/ 3 www.infiltratieputten.nl
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 13 van 16
Tabel 5.
Ledigingstijd wadi’s
compartiment
Lengte (m)
Waterhoogte gemiddeld (m)
Lengte talud (m)
Infiltratieoppervlak (m2)
Ledigingscapaciteit (m3/dag)
Ledigingstijd (uren)
13,5
27,5
17
Wadi West -
32
0,16
0,43 Wadi Oost
6.2.3
1
24
0,70
0,98
23,5
47,0
28
2
24
0,60
0,85
20,4
40,8
13
3
25
0,59
0,80
20,0
40,0
13
4
25
0,62
0,88
22,0
44,0
20
5
17
0,80
1,13
19,2
38,4
43
Calamiteit
Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan 60 mm kan tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient in een dergelijke situatie te worden voorkomen. 6.3
Riolering
Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 26 woningen/bouwblokken worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 7,8 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. In overleg met de gemeente Barneveld zal tijdens de verdere planvorming de mogelijkheden omtrent en de wijze waarop en hoe aangesloten kan worden op de riolering nader besproken moeten worden. 6.4
Kwaliteit
In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken in verband met de waterkwaliteit en zoveel mogelijk gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 14 van 16
7
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing te worden genomen. Concreet betekent dit dat onder andere onderzocht moet worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met water. Hierbij speelt vasthouden bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. De waterparagraaf omschrijft daarnaast de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit en omvat het wateradvies en de gemaakte afwegingen.
Planbeschrijving De planlocatie (± 10.650 m²) is gelegen aan de Koningsweg 28, in het oostelijke deel van de bebouwde kom van Garderen in de gemeente Barneveld en is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie B, nummers 1694, 1695 en 2016 (ged.). De noordelijk gelegen kadastrale percelen 1694 en 1695 zijn in gebruik als tuincentrum en zijn deels bebouwd met tuinbouwkassen. De onbebouwde terreindelen zijn merendeels voorzien van een klinkerverharding en verder in gebruik als siertuin/groenstrook. Het zuidelijk gelegen kadastrale perceel 2016 is grotendeels in gebruik als grasveld. Enkele terreindelen worden gebruikt voor het kweken van planten en jonge bomen. De noordelijke strook is in gebruik als ontsluitingsweg en is tevens voorzien van een klinkerverharding. Het centraal-westelijke deel van het perceel is bebouwd met een veldschuur. Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen 2.820 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 5.935 m2. Geohydrologie De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is tot 1,0 m -mv bovendien zwak tot matig humeus. Plaatselijk wordt vanaf 2,0 m -mv matig grof tot zeer grof zand aangetroffen. Deze lagen zijn bovendien matig grindig. Er zijn geen storende lagen in de ondergrond waargenomen.
De GHG is dieper gelegen dan 5,0 m -mv. Op basis van de resultaten uit het waterdoorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 2 m/dag.
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 15 van 16
Waterbergingsopgave Op basis van het toekomstig verhard oppervlak bedraagt de ‘statische’ waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal circa 355 m3 (5.935 m2 x 0,06 m). Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar binnen de planlocatie worden verwerkt. Het planvoornemen voorziet in het ondergronds bergen van hemelwater op de particuliere percelen door de aanleg van infiltratiekratten. Het heeft daarbij de voorkeur de kratten zoveel als mogelijk te stapelen. Door het stapelen wordt het wandoppervlak (infiltratieoppervlak) vergroot waardoor de voorziening sneller kan leeglopen. De voorzieningen op particuliere terreinen worden voorzien van een overstort richting het openbaar gebied. In de openbare ruimte wordt het hemelwater bovengronds (zichtbaar) afgevoerd en opgevangen in enkele wadi’s. Het systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan water vanuit de wadi’s overstorten op het bestaande hemelwaterriool in de Koningsweg. Eventueel kan dan tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient in een dergelijke situatie te worden voorkomen.
Riolering Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Het toekomstig aanbod c.q. toename bedraagt circa 7,8 m³/dag. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Kwaliteit De emissies vanuit bouwmaterialen richting het oppervlaktewater dient zoveel als mogelijk beperkt te worden in verband met de waterkwaliteit door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Daarnaast dient het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk beperkt te worden en wordt geadviseerd bij voorkeur gebruik te maken van alternatieven hierin. Ook het wassen van auto’s is bij afkoppeling van hemelwater niet wenselijk. Conclusie Bij de planuitwerking wordt water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
Econsultancy Boxmeer, 10 november 2020
Rapport 12169.002 versie D2
Pagina 16 van 16
Bijlage 2 Gegevens archeologisch booronderzoek (12169.001)
Figuur 17.
Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto
Garderen (gemeente Barneveld) – Koningsweg 28 Boorpuntenkaart van het plangebied met als achtergrond de luchtfoto (bron: gspot:LUFO_2016) Legenda Legend Plangebied
Rapport 12169.001 versie 1
@
8 9 ! "# $8 % 9 !#
% #9 &'()*0 ! 9 9!
8 9 ! <# $8 % 9 "#
< "! 9 9% 9
A
8 9 ! <# $8 % 9 #
% #" &'()*0 ! 9 9!
% " 9 9!
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' 814.-/1.31#'/41241749:411622174' 2,,/#'1454-6'2&/464176' ;2,//4-747':41&4-/7'&46'/442' 5,-7 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' /1.31814.-#'*, =321.52-6#'6422.536' 2474'54264412,,/9,77412,,/ +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'56,7'/1.-7./#' 72-741814.-#'>61=321.52-6#'814.-4' 821/12-7 +,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'&,6./' /1.-7./#'2.536'/442814.-#' 2:41/,-/1=>?=321.52-6 +,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'&,6./' /1.-7./#'2.536/442#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4+,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'&,6./' /1.-7./#'2.536'/1.31/442#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4+,-7#'5441'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' /1.-7./#'2.536'/442/1.31#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' 814.-/1.31#'/41241749:411622174' 2,,/#'1454-6'2&/464176' ;2,//4-747':41&4-/7'&46'/442' 5,-7 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'&,6./'/1.-7./#'/1.31814.-#' *, =321.52-6#'6422.536'2474' 54264412,,/9,77412,,/ +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'&,6./'/1.-7./#'/442814.-#' 1416,-6'>61=321.52-6#'814.-4' 821/12-7 +,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'16417' /1.-7./#'2.536'/442814.-#' 2:41/,-/1=>?=321.52-6 +,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'16417' /1.-7./#'2.536'/1.31/442#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4-
C ! 9
9
< " 99
9!
9%!
< %! "! 9
0123456527489 9 9
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741/1.31#' *,;9=321.52-6#'34.7./4'8246:221#' ;2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' 814.-/1.31#'*, =321.52-6#';2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' /1.31814.-#'*,<=321.52-6#'6422.536' 2474'54264412,,/9,77412,,/ +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'56,7'/1.-7./#' 72-741814.-#'>61=321.52-6#'814.-4' 821/12-7 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' /1.-7./#'2.536'/442814.-#' 2:41/,-/1=>?=321.52-6 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'2.536' /1.31/442#'?=321.52-6#'/4164674' ,05466.-/4-
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' 814.-/1.31#'*,;9=321.52-6#'34.7./4' 8246:221#';2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' /1.31814.-#'*, =321.52-6#';2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'/1.31814.-#' *,<=321.52-6#'6422.536'2474' 54264412,,/9,77412,,/ +,-7#'&,6./'0.3-#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'56,7'/1.-7./#' 72-741814.-#'>61=321.52-6#'814.-4' 821/12-7 +,-7#'&,6./'0.3-#'&,6./'1.26./#'56,7' /1.-7./#'/442814.-#' 2:41/,-/1=>?=321.52-6 +,-7#'&,6./'0.3-#'56,7'1.26./#' 2.536/442#'?=321.52-6#'/4164674' ,05466.-/4-
B
8 9 ! <# $8 % 9 #
% # &'()*0 ! 9 9!
< ! 9! 9! 9"
8 9 ! # $8 % 9 " #
9!
!
D
8 9 ! # $8 % 9 <#
% #< &'()*0
% #< &'()*0
% #9 &'()*0
! 9
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741/1.31#' *,;9=321.52-6#'34.7./4'8246:221#' ;2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' 814.-/1.31#'*, =321.52-6#';2,//4-747 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' /1.31814.-#'*,<=321.52-6#'6422.536' 2474'54264412,,/9,77412,,/ +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' 34&441#'56,7'/1.-7./#' 72-741814.-#'>61=321.52-6#'814.-4' 821/12-7 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' /1.-7./#'2.536'/442814.-#' 2:41/,-/1=>?=321.52-6 +,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' /1.-7./#'2.536/442#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4+,-7#'5441'/120#'56,7'1.26./#'56,7' /1.-7./#'2.536'21,-34/442#' ?=321.52-6#'/4164674',05466.-/4-
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'&,6./' 34&441#'56,7'/1.-7./#'72-741' /442/1.31#'/41241749:411622174'2,,/' &46'812774-'/442'5,-7#'1454-64' :411621.-/97.4;/,,-74'227,24' :41/1,:.-/
9! ! <
<9
<!
<!
+,-7#'&,6./'/120#'&,6./'1.26./#'56,7' /1.-7./#'2.536'/1.31/442#'?=321.52-6#' /4164674',05466.-/4-
>
8 9 !" #8 !9"
! " $%&'(0
8 9 " #8 !99 "
:
9
9 9:
9
)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541-1,3/"% (*697121,32+6"%12,7,-4%82249221"% 60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%(* 7121,32+6"%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% -1,3/812,+"%(*:7121,32+6"%4400,516% 2274%52062210**-;*55410**)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%72+541812,+"% <4/7121,32+6"%812,+4%82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%0,516% -440812,+"%2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%0,516% -1,3/-440"%=7121,32+6"%-4/62474% *.3466,+-4+
?
: 99
9
9
9
@@
8 9 !" #8 !9 A"
9 9
$%&'(0
9 9
: 99 9!
)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541-1,3/"% (*697121,32+6"%12,7,-4%82249221"% 60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%(* 7121,32+6"%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% -1,3/812,+"%(*:7121,32+6"%4400,516% 2274%52062210**-;*55410**)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%72+541812,+"% <4/7121,32+6"%812,+4%82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%0,516% -440812,+"%2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"% 0,516-440"%=7121,32+6"%-4/62474% *.3466,+-4+
8 9 A" #8 !9! "
9
!
@
8 9 " #8 !9 "
! "9 $%&'(0
! " $%&'(0
A : 99 9!
0123456527489 9 9
)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541-1,3/"% (*697121,32+6"%12,7,-4%82249221"% 60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%(* 7121,32+6"%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%-1,3/812,+"% (*:7121,32+6"%4400,516%2274% 52062210**-;*55410**)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"% 72+541812,+"%<4/7121,32+6"%812,+4% 82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516%-440812,+"% 2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516%-1,3/-440"%=7121,32+6"% -4/62474%*.3466,+-4+ )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%-440"%=7121,32+6"%-4/62474% *.3466,+-4+
B0,+5419411*17,+)*+7"%$*6,-%.,3+"%34*5%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516%-440-1,3/"% 52+467;/6*8,0,/*6,43*+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%34*16-1,3/"% 52+467;/6*8,0,/*6,43*+7%941$4+-7% $46%12$4234%-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%-4124174;941/622174% 0**-;1454+6%2$-444156%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%72+541812,+"%14/6*+6% <4/7121,32+6"%812,+4%82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%0,516% -440812,+"%2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"% 0,516-440"%=7121,32+6"%-4/62474% *.3466,+-4+
! ": $%&'(0 9
A
9
9
B0,+5419411*17,+)*+7"%$*6,-%.,3+"%34*5%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516-1,3/"% 52+467;/6*8,0,/*6,43*+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%-4124174;941/622174% 0**-;1454+6%2$-444156%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% -440812,+"%14/6*+6%<4/7121,32+6"% 812,+4%82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516%-440812,+"% 2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516-440"%=7121,32+6"% -4/62474%*.3466,+-4+
@C
8 9 A" #8 !9A "
!!" $%&'(0 9 9
! 99 9
D4-409411*17,+)*+7"%$*6,-%.,3+"%34*5%/,06,-"%34*5% -1,+7,-"%0,516-1,3/"% 52+467;/6*8,0,/*6,43*+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%72+541% 812,+-1,3/"%(*697121,32+6"%14/6*+6% 9221$*0,-4%82249221"%60*--4+745 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%$*6,-% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"%-1,3/812,+"% (* 7121,32+6"%4400,516%2274% 52062210**-;*55410**)*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%34*5% 12$42/"%34*5%-1,+7,-"% 72+541812,+"%14/6*+6%<4/7121,32+6"% 812,+4%82/-12+7 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"%0,516% -440812,+"%2941-*+-/7<=7121,32+6 )*+7"%$*6,-%-12."%$*6,-%/,06,-"% 0,516-440"%=7121,32+6"%-4/62474% *.3466,+-4+
@
8 9 ! " #8 $ 9 "
$$"! %&'()0 ! 9 9!
8 9 !!$" #8 $ 93!"
3 $ ! 9 9!
*+,-.41/410117,-2 41-7"&%16,2&5,3-"&671.&8,+6,2"&671.& 21,-7,2"&+,506&244+21,38"& 59-46:;861<,+,816,461-7 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&72-.41& <19,-21,38"&)1=9:021,62-6"&14861-6& /221%1+,24&<297/221"&=+1224-74. 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&21,38<19,-"& )1 :021,62-6"&74++,506&2974& 59+6991+112;1..41+112 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&671.& 09%498"&72-.41<19,-"&14861-6& >78:021,62-6"&<19,-4&<28212-7 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&+,506& 244+<19,-"&2/4121-28:>?:021,62-6 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"& +,506244+"&?:021,62-6"&24869774& 156466,-24-
A
8 9 ! !" #8 $ 9393"
$$"9 %&'()0 ! 9 9!
3 B! 3! 9 9
0123456527489 9 9
*+,-.41/410117,-2 41-7"&%16,2&5,3-"&671.&8,+6,2"& +,50621,38"&59-46:;861<,+,816,461-7 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&72-.4121,38"& )1=9:021,62-6"&14861-6&/221%1+,24& <297/221"&=+1224-74. 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&671.& 09%498"&%16,2&21,-7,2"& 72-.41<19,-"&14861-6&>78:021,62-6"& <19,-4&<28212-7 41-7"&6441&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 21,-7,2"&+,506&244+<19,-"& 2/4121-28:>?:021,62-6 41-7"&6441&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 21,-7,2"&+,506&21,38244+"&?:021,62-6"& 24869774&156466,-2441-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&671.& 21,-7,2"&+,506&244+21,38"&?:021,62-6"& 24869774&156466,-24-
$$"9 %&'()0 ! 9
3 $! 3! 9
9!
*+,-.41/410117,-2 41-7"&%16,2&5,3-"&671.&8,+6,2"&%16,2& 21,-7,2"&+,50621,38"& 59-46:;861<,+,816,461-7 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&72-.41& <19,-21,38"&)1=9:021,62-6"&14861-6& /221%1+,24&<297/221"&=+1224-74. 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&21,38<19,-"& )1 :021,62-6"&74++,506&2974& 59+6991+112;1..41+112 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&%16,2& 09%498"&671.&21,-7,2"&72-.41& 244+<19,-"&14861-6&>78:021,62-6"& <19,-4&<28212-7 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"&671.& 21,-7,2"&+,506&244+<19,-"& 2/4121-28:>?:021,62-6 41-7"&%16,2&2125"&%16,2&8,+6,2"& +,506244+"&?:021,62-6"&24869774& 156466,-24-
Bijlage 3 Gegevens geohydrologisch veldonderzoek
Bijlage 3a
Locatieschets
Bijlage 3b
Boorprofielen
23
45
7
6 9
9
96
9
6 7
23
:7;<441=3;<>9?@6;<>9 BCA4C?;<>994<4@B2C747;@5B6 213481C;D41 :7;A6=3;<>9?@6; 72941844;D41 :7;A6=3;<>9?@6;<>9 17;<>994<4@B2C747;844; D41
7
4H
6 I
9
99
96
96
6
6
7
7
0123456527489 9
819 :7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;?6419?=@6B2C747;A6 17B2C747;7294181C;D41 :7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;<>994<4@B2C747; 7294181C;D41
1? :7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;<>994<4@B2C747; 7294181C;F74@A8221 :7;A6=3;<>9?@6;<>9 17;A694<4@B2C747; 81C2134;D41 :7;A612=;<>9?@6;A6 17;A694<4@B2C747; 72941844;D41 :7;<441=3;<>9?@6;<>9 17;<>994<4@B2C747;844; F74@A8221 :7;<44112=;<>9?@6;A6 17;A694<4@B2C747; 72941844;D41
09
23
4E
6
1? :7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;<>994<4@B2C747; 72941;F74@A8221
G
9
9
96
9
6
6
7
7
23
4J
:7;<441=3;A6?@6; 72941844;D41 :7;A6=3;<>9?@6;844; D41
1? :7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;<>994<4@B2C747; 7294181C;F74@A8221
6 9
:7;<441=3;<>9?@6;A6 BCA4C?;<>994<4@B2C747;81C; F74@A8221 :7;<441=3;<>9?@6;A6 94<4@B2C747;81C2134; F74@A8221 :7;A6=3;<>9?@6; 72941844;D41
96
96
6
6
7
7
:7;A6=3;<>9?@6;72941 81C844;F74@A8221 :7;A6=3;<>9?@6;<>9 17;7294181C844; F74@A8221 :7;<44112=;<>9?@6;A6 17;A694<4@B2C747;D41 :7;A612=;<>9?@6;A6 17;<>994<4@B2C747; 72941844;D41
!"!#!$%&'()*!$+&,-,&./01
23
45
6
9
9
18 97:;441<3:;=>8?6:@6 AB@4B8:;=>>4;4?A2B747: 72>41C1B:D74?@C221 97:;441<3:;=>8?6:;=> AB@4B8:;=>>4;4?A2B747:C1B: D74?@C221 97:@6<3:;=>8?6:;=> 17:72>41138C44:E41
96
23
4F
7
6 9
G 99
96
6
6
7
7
0123456527489 9
0
97:@6<3:;=>8?6:@6 17:72>41C44:E41 97:@6<3:;=>8?6: 72>41C44:E41
6 7
C41@ 97:;441<3:;=>8?6:@6 AB@4B8:8641>17A2B747: 72>41C1B:E41 97:;441<3:;=>8?6:@6 AB@4B8:72>41C1B:E41 97:;441<3:;=>8?6:;=> AB@4B8:;=>>4;4?A2B747:;=> =2164?A2B747:2134C1B:E41 97:@6<3:;=>8?6: 72>41C44:E41
97:@6<3:;=>8?6:@6 17:;=>>4;4?A2B747: 72>41C44:E41
7
!"!#!$%&'()*!$+&,-,&./01
Bijlage 3c Berekende k-waarden
B01 (30-100 cm -mv)
10,0
1,0 0 25 50 75 100 125 150 175 200 225 250 275 300 325 350 375 400 425 450 475 500 525 550 575 600 625 650 675 700 725 750 775 800 825 850 875 900 925 950 975
Daling waterkolom [cm]
100,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] LOG h0 [cm] LOG ht [cm] r [cm] k m/dag
850 70 10 4,5 4,1
1,15
log ℎ
1 2
logℎ
1 2
B02 (140-200 cm -mv)
10,0
2400
2500
2300
2200
2100
2000
1900
1800
1700
1600
1500
1400
1300
1200
1100
1000
900
800
700
600
500
400
300
1,0 200
Daling waterkolom [cm]
100,0
logℎ
1 2
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 1350 LOG h0 [cm] 60 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 2,3
1,15
log ℎ
1 2
B03 (100-150 cm -mv)
10,0
1,0 120 170 220 270 320 370 420 470 520 570 620 670 720 770 820 870 920 970 1020 1070 1120 1170 1220 1270 1320 1370 1420 1470 1520 1570 1620 1670 1720 1770 1820 1870 1920 1970 2020 2070
Daling waterkolom [cm]
100,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 900 LOG h0 [cm] 30 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 2,1
1,15
log ℎ
1 2
logℎ
1 2
B04 (30-90 cm -mv)
10,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 550 LOG h0 [cm] 60 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 5,7
1,15
logℎ
1 2
885
860
835
810
785
1 2
760
710
log ℎ
735
685
660
635
610
585
560
535
510
485
460
435
410
385
360
335
310
285
260
235
210
185
160
135
85
1,0 110
Daling waterkolom [cm]
100,0
B05 (100-150 cm -mv)
10,0
1320
1270
1220
1170
1120
1070
970
1020
920
870
820
770
720
670
620
570
520
470
420
370
320
270
220
170
70
1,0 120
Daling waterkolom [cm]
100,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 750 LOG h0 [cm] 50 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 3,8
1,15
log ℎ
1 2
logℎ
1 2
B06 (60-100 cm -mv)
10,0
1,0 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 110 120 130 140 150 160 170 180 190 200 210 220 230 240 250 260 270 280 290 300 310 320 330 340
Daling waterkolom [cm]
100,0
Meetperiode [sec]
Omgekeerde boorgatenmethode Tijd [sec] 220 LOG h0 [cm] 40 LOG ht [cm] 10 r [cm] 4,5 k m/dag 10,9
1,15
log ℎ
1 2
logℎ
1 2
Bijlage 4 Randvoorwaarden en eisen waterkundige constructies
2. Water 2.1.
Ontwatering en drooglegging
Met het doel om droge voeten te hebben en te houden, dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten en droogleggingseisen. Het uitgangspunt is om aan te sluiten bij de bestaande grond - en oppervlaktewaterpeilen. Ontwateringsdiepte: Ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen maaiveld (as-weg) en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Maaiveld (as-weg) is niet gelijk aan vloerpeil. woningen met kruipruimte: 0,70 m woningen zonder kruipruimte: 0,30 m tuinen en openbaar groen: 0,50 m primaire wegen: 0,90 m secundaire wegen en woonstraten: 0,70 m Drooglegging (verschil tussen oppervlaktewaterpeil en maaiveldhoogte .) Bij normaal waterpeil: 1,00 1,20 m t.o.v. maaiveld.
Pagina | 9
2.2.
Oppervlaktewater
Wadi Het ontwerp dient aan de volgende eisen te voldoen: helling : 1:3 minimale bodembreedte : 3,00 m basisdiepte : 0,50 m (minimaal 0.30 m tot slokopniveau + 0.20 m waakhoogte) Ontwatering van wadibodem : minimaal 0,30 m maximale diepte : 0,70 m Leeglooptijd wadi : 24 uur Drainzandpakket : Tot aan GLG met een max. pakketdikte van 1 m.
Figuur 1 - Opbouw wadi
Bijkomende eisen: Slokops, inspectie- en welputten worden afgewerkt, zodat gras ongehinderd kan worden gemaaid; In het ontwerp dienen de slokops zo dicht mogelijk bij de openbare weg geplaatst te worden i.v.m. bereikbaarheid; 1 slokop per 40 m3 met een minimum van 2 slokops per wadi; In de nazorgperiode (tot 1 jaar na aanleg) het gras doorprikken ter bevordering van de infiltratie; Het realiseren van een overloopconstructie (slokop) die wordt aangesloten op open water of op het infiltratieriool onder de wadi. Indien beide niet aanwezig zijn, moet er een overloopmogelijkheid zijn op een naast gelegen wadi, een . regenwaterriool en in het uiterste geval op een