CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kerkstraat-Rembrandtstraat_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 6 oktober 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Kerkstraat-Rembrandtstraat (Pastoriebos), Voorthuizen18.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kerkstraat-Rembrandtstraat

(september 2021) bestemmingsplan Plannr. 1458

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 INLEIDING

5

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

6 6 6

Hoofdstuk 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Wijzigingen

8 9

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Waterschap 4.4 Gemeente

11 11 12 14 14

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

21 21 21 24 28 29 30 30 31 31 32 33 34 36 37 37

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

39 39 42

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie

44 44

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

45 45 45 45

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Explosievenonderzoek

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

Bijlage 3

Motivatie afwijken monumentenadvies

Bijlage 4

Tuinhistorische analyse en waardestelling

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

2

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Bijlage 6

Aanvullend onderzoek flora en fauna

Bijlage 7

Memo stikstofdepositie

Bijlage 8

Aanvraag Wnb-vergunning

Bijlage 9

Bomeninventarisatie 2011

Bijlage 10

Boom Effect Analyse

Bijlage 11

Boom Effect Analyse, eerste aanvulling

Bijlage 12

Boom Effect Analyse, tweede aanvulling

Bijlage 13

Akoestisch onderzoek

Bijlage 14

Onderzoek geluidwering gevels

Bijlage 15

Samen voor wonen, zorg en welzijn, update foto 2018

Bijlage 16

Parkeerbalans

Bijlage 17

Inspraakverslag

Bijlage 18

Nota Zienswijzen

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

3

Kerkstraat-Rembrandtstraat

4

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel tussen de Kerkstraat, Rembrandtstraat en Jan Steenstraat in Voorthuizen is een verzoek ingediend om 25 appartementen en een woning (pastorie) te realiseren. Het voornemen bestaat om aansluitend aan de realisatie van dit plan het achterstallig onderhoud van het omringende pastoriebos en aangrenzende groen op te pakken waardoor er weer sprake wordt van een aantrekkelijk en toegankelijk groen gebied. Het bestemmingsplan sorteert ook voor op de mogelijke herinrichting van de Rembrandtstraat.

Afbeelding: Ligging locatie De bouw van de appartementen en woning is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende een herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Voor het groenplan is geen herziening van het bestemmingsplan nodig gelet op de huidige bestemming. Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

5

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Begrenzing plangebied

Het plangebied ligt tussen de Kerkstraat, Rembrandtstraat en Jan Steenstraat in Voorthuizen. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Hervormde Kerk. Aan de oostzijde vormt de Kerkstraat danwel de eigendomsgrens met de panden aan de Kerkstraat 29 en 33 de grens van het plangebied. De grens aan de zuidzijde wordt gevormd door de Jan Steenstraat terwijl de Rembrandtstraat de grens aan de westzijde vormt.

Afbeelding: Begrenzing plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Voorthuizen-Centrum" en heeft de bestemmingen 'Maatschappelijk' met de functieaanduiding 'religie' en 'Groen'. Op het hele plangebied is daarnaast de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie-1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde archeologie 1 - middelhoge verwachtingswaarde' van toepassing. Binnen het plangebied is een bouwvlak aanwezig dat de kerk, het kerkelijk centrum en de bouwlocatie voor een pastorie omvat. Voor de genoemde gebouwen gelden specifieke hoogtematen. Ter plaatse van de kerk is de maximale goothoogte 6 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter (ter plaatse van de kerktoren 18 respectievelijk 19 meter). Bij het kerkelijk centrum bedraagt de toegestane goothoogte deels 4 en deels 8 meter bij een bouwhoogte van deels 7 en deels 9 meter. Ter plaatse van de pastorie bedraagt de toegestane goothoogte 4 meter bij een maximale bouwhoogte van 9 meter. Op het resterende terrein, tussen de bebouwing in, bedraagt de maximale goothoogte 3 meter en de maximale bouwhoogte 6 meter. Ter plaatse geldt ook het bestemmingsplan "Parapluherziening Parkeernormen". Met dit plan zijn de parkeernomen overgeheveld vanuit de bouwverordening naar het bestemmingsplan. Realisatie van 25 appartementen en een woning (pastorie) is binnen deze bestemmingsplannen en 6

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat bestemmingen niet toegestaan.

Afbeelding: Verbeelding geldend bestemmingsplan In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

7

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Het plan voorziet in de bouw van een woongebouw met 25 eenheden in combinatie met de gedeeltelijke sloop van het Kerkheem (zuidzijde) en nieuwbouw aan het kerkplein en de bouw van een woning (pastorie) aan de Kerkstraat in Voorthuizen. Aan de zijde van de Rembrandtstraat zijn parkeerplaatsen voorzien. In 2012 is de basis gelegd voor het nu voorliggende plan. Het plan betrof de bouw van een aantal paviljoens in een veel groter gebied, ook in het deel dat eigendom is van de gemeente. In 2013 is een plan ontstaan dat qua massa grotendeels overeen komt met het voorliggende plan. Voor wat betreft het gebruik was het uitgangspunt dat het ging om een woonzorgvoorziening. Ook waren aan de Rembrandtstraat nog twee woningen gepland. Na indiening van het plan zijn wonen en zorg van elkaar gescheiden. Daardoor ontstond voor bewoners het recht om zelf een zorgleverancier te kiezen. Hierdoor veranderde het plan van een 'woonzorgvoorziening' met een vaste zorgleverancier naar een wooncomplex dat zich specifiek richt op mensen met een zorgvraag maar deze zorg zelf dienen te regelen. Wel zijn er een aantal gemeenschappelijke voorzieningen zoals een opstelpunt voor scootmobielen en een gemeenschapsruimte. Naar aanleiding van reacties van omwonenden zijn de twee woningen aan de Rembrandtstraat komen te vervallen.

Bij de ontwikkelaar bestaat nog wel de wens deze woningen op enig moment te realiseren. Deze woningen maken echter nu geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Aan de zijde van de Rembrandtstraat is tot slot geanticipeerd op een mogelijke herinrichting van de Rembrandtstraat door het opnemen van een strook met de bestemming 'Verkeer' waarbinnen het huidige groen ook is toegestaan. Voor het plan heeft eerder een ontwerpbestemmingsplan met gecoördineerde besluiten (omgevingsvergunning, kapvergunning en besluit hogere grenswaarde) ter inzage gelegen in de zomer van 2020. Voorliggend plan vervangt dit ontwerpbestemmingsplan. Ook de gecoördineerde besluiten worden opnieuw ter inzage gelegd. De belangrijkste wijzigingen worden in paragraaf 3.1 omschreven. Structuurvisie Beleidsuitgangspunt op het gebied van wonen is onder andere dat de gemeente inzet op woningbouwlocaties om doelgroepen te huisvesten. Daarbij ligt nabij voorzieningen het accent op ouderen. Het voorliggende plan past daar uitermate goed binnen temeer omdat het om nultredenwoningen nabij voorzieningen gaat. Ook sluit het plan aan bij het uitgangspunt om te kiezen voor inbreidingslocaties waarbij een dergelijke locatie ook kan bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid.

Inpassing in het ruimtelijk weefsel, functies, rooilijnen Het appartementengebouw zorgt voor een duidelijke afbakening aan de zuidzijde van het kerkplein. Dit gaat ten koste van een gedeelte van de monumentale pastorietuin die behoort bij de monumentale pastorie Kerkstraat 33. Daar staat dan tegenover dat het nu verscholen gedeelte van het kerkplein verandert in een overzichtelijk dorpsplein met inspirerende bouwvolumes en een hersteld Brinkbos. Ook de nieuwe woning (pastorie) aan de Kerkstraat draagt hieraan bij. De voorgestelde architectuurstijlen zijn passend aan een dergelijk dorpsplein. Verder wordt door het verwijderen van het uitheemse sparrenbosje het te handhaven kerkepad en het waardevolle parkbos meer zichtbaar en toegankelijk gemaakt. Een allesomvattend plan dat, naast de nieuwbouw, betrekking heeft op de herinrichting van de openbare ruimte wordt na het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan opgepakt en creëert een meerwaarde voor het gehele plan en directe omgeving. Woonkwaliteit Bovenstaande kwalitatieve ingrepen verhogen de ruimtelijke belevingswaarde. Voor de nieuwe woning (pastorie) aan de Kerkstraat is al een bestaand bestemmingsvlak aanwezig dat hooguit een kleine aanpassing vergt. De grootste veranderingen vinden plaats aan het kerkplein.

De bewoners van de Rembrandtstraat 16 tot en met 30 (even) kijken nu uit over de weg, een bomenrij in een veldesdoornhaag en daarachter het donkere sparrenbosje. Straks ziet men door de bomenrij aan de Rembrandtstraat, het parkbos met daarin het appartementengebouw van maximaal 3 bouwlagen. De bewoners van de Kerkstraat 33 ('nieuwe' pastorie) krijgen ook te maken met een verandering in de situatie in de directe woonomgeving. Gelet op afstand van ruim 16 meter van het appartementengebouw tot het pand aan de Kerkstraat stellen wij dat in de nieuwe situatie, zo er al sprake is van een inbreuk op de 8

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat persoonlijke levenssfeer (privacy) van betrokkenen, deze niet als van doorslaggevend belang is. Daarbij wordt in overweging genomen dat er vanuit de nieuwe gebouwen een beperkt aantal appartementen zicht zal hebben op het pand van betrokkenen. Daarnaast is de afstand tussen het gebouw en de perceelsgrens van minimaal 2,5 meter zodat qua gevelopeningen wordt voldaan aan de afstandseis uit artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek waarin bepaald wordt dat binnen twee meter van de erfgrens geen gevelopeningen mogen zijn. Tot slot is ook (privaatrechtelijk) vastlegd dat de bewoners/kopers op de hoogte waren van een ontwikkeling (van een gebouw t.v.b. wonen) ten oosten van het perceel. De invulling van een groene bufferstrook van twee meter aan weerszijden van de erfgrens moet op elkaar worden afgestemd. Ontsluiting en parkeren De entree tot de appartementen en de bijbehorende parkeerruimte verloopt via een nieuwe uitweg op de Rembrandtstraat. Doordat rekening gehouden wordt met de mogelijke aanleg van een dubbelzijdig fietspad aan de oostzijde van de Rembrandtstraat komt het parkeren op een grotere afstand van de woningen te liggen dan het huidige sparrenbos. De nieuwe woning aan de Kerkstraat wordt, net als het kerkterrein, rechtstreeks op de Kerkstraat ontsloten. Tot slot blijft het huidige kerkepad zichtbaar.

Verhouding tot bestaand beleid Met het plan verandert het verscholen kerkplein en het ontoegankelijke parkbos door de gewenste ingrepen straks in een overzichtelijk gebied waar vooral de nieuwe appartementen over uit kijken. Min of meer ontstaat een nieuw dorpscentrum rondom deze historische plaats waarmee het plan een meerwaarde heeft voor Voorhuizen. Daarnaast ontstaat er ook ruimte voor het realiseren/doortrekken van de in de Groenstructuurplan gewenste aanleg van een sterke structuur bomen van de eerste grootte aan de oostzijde van de Rembrandtstraat. Pastorie- en sparrenbos Zowel het pastorie- als sparrenbos is deels eigendom van de ontwikkelaar en deels van de gemeente. In vervolg op het bouwplan wordt voor zowel het sparrenbos als het pastoriebos een plan ontwikkeld zodat er een aantrekkelijk en toegankelijk geheel ontstaat. Bij de invulling worden de inwoners van Voorthuizen betrokken.

3.1

Wijzigingen

Ten opzichte van het vorige ontwerpbestemmingsplan dat ter inzage heeft gelegen, heeft een aantal aanvullingen en wijzigingen plaatsgevonden. In deze paragraaf worden de belangrijkste aanvullingen en wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan toegelicht. Het betreft nadrukkelijk niet alle wijzigingen. In de toelichting op het bestemmingsplan zijn enkele nieuwe paragrafen toegevoegd. In deze paragrafen wordt ingegaan op de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (4.3.2) en de Groene Slinger Voorthuizen (4.4.8). Andere paragrafen zijn geactualiseerd, zoals die van de Woonvisie (4.4.2), Energievisie (4.4.5) en Archeologie (5.2.1.1) of aangevuld, zoals de paragraaf over de Wet natuurbescherming (5.3.1), al dan niet in combinatie met aangepaste bijlagen. Ook de paragraaf met betrekking tot bomen is geactualiseerd en aangevuld maar ook verplaatst (van 5.3 Ecologie naar 5.12 Natuur en landschap). Daarnaast is het bestemmingsplangebied vergroot doordat ook het gemeentelijke deel van zowel het sparren- als pastoriebos nu onderdeel uit maakt van het plangebied. Beide delen hebben de bestemming 'Groen' gekregen, net als in het geldende bestemmingsplan 'Voorthuizen - Centrum". Alle gronden met de bestemming 'Groen' zijn voorzien van de functie-aanduiding 'Groen' (artikel 3.3) waarmee het aanbrengen van verharding wordt uitgesloten.

Ook is op de verbeelding en in de regels de dubbelbestemming 'Waarde Cultureel erfgoed' (artikel 10) opgenomen. Dit naar aanleiding van een in de raad aangenomen motie (18 maart, waarmee het college werd opgeroepen een aantal cultuurhistorisch waardevolle onderdelen in het plangebied te beschermen. Ook is de toegestane bouwhoogte van het zuidelijke deel van het appartementengebouw verlaagd van 11 naar 9,5 meter. Naar aanleiding van de beschermde status van de tuin bij de nieuwe pastorie is ook paragraaf 5.2.4 aangepast en aangevuld. Tot slot bleek dat de hoogtes van de kerk en kerktoren in de voorgaande bestemmingsplannen niet juist waren opgenomen. Deze zijn opgemeten en de juiste hoogtes zijn opgenomen op de verbeelding. "Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

9

Kerkstraat-Rembrandtstraat

10

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Hoofdstuk 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijk

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Op 13 maart 2012 is de SVIR vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Ruimte. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR vervangt verschillende nota's, waaronder ook de Nota Ruimte en geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Met de SVIR zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Er is nu te vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale blik met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Om dit te keren brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. De SVIR geeft invulling aan het streven van het kabinet naar deregulering en decentralisatie van de ruimtelijke ordening. Het Rijk heeft gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd.

Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem

te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerking in plangebied In dit geval is er geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

11

Kerkstraat-Rembrandtstraat

4.1.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.1.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het betreft de bouw van meer dan 11 woningen (namelijk 26).

4.2

Provincie

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening.

12

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet. 4.2.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerking in plangebied De voorgestelde ontwikkeling past binnen de gestelde ambitie(s) van Regio FoodValley. Het onderhavige plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie. 4.2.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Doorwerking in plangebied De regels omtrent 'Glastuinbouw' stellen dat er buiten de Glastuinbouwontwikkelingsgebieden en de Regionale clusters glastuinbouw geen mogelijkheden zijn voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is buiten de genoemde gebieden niet mogelijk. Het bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. Op het gebied van 'Water en Milieu' maakt het plangebied deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn.

In artikel 3.33 van de Omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is in een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Vanuit deze kaarten behorend bij de Omgevingsverordening volgen geen specifieke aanduidingen die relevant zijn voor het plan. Conclusie is dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie en -verordening.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

13

Kerkstraat-Rembrandtstraat

4.3

Waterschap

4.3.1

Waterbeheerprogramma 2016-2021Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.

Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.3.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.4

Gemeente

4.4.1

Structuurvisie Kernen Barneveld 2022

De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hier binnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Uit de kaart behorende bij de structuurvisie blijkt dat de planlocatie in bestaand bebouwd gebied ligt. Enige aanknopingspunt betreft de Kerkstraat. Aangegeven is dat het lint (dicht) behouden/versterkt dient te worden. 14

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Afbeelding: Structuurvisie Kernen 2022 Doorwerking in plangebied Het plan betreft een inbreidingslocatie, daaronder wordt verstaan: intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. De gemeente zal de komende jaren blijven werken aan inbreidingslocaties. Dit is een voortzetting van het huidige beleid. Bij inbreiding gaat aandacht uit naar het realiseren van woningen voor ouderen. Het bouwen op inbreidingslocaties is van belang voor een kwalitatieve ontwikkeling van de kernen. Door de groeiende bevolking kan woningbouw een motor zijn achter lastige herstructureringen. In de tweede plaats liggen meerdere inbreidingslocaties gunstig ten opzichte van voorzieningen, waarmee door woningbouw een belangrijke doelgroep kan worden bediend. Tenslotte kan de herinvulling van inbreidingslocaties bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van de dorpse structuur. Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met deze structuurvisie temeer nu het lint aan de Kerkstraat wordt verdicht middels de te bouwen woning (pastorie).

4.4.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025, regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021 Geactualiseerd naar nieuwe standaard: In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode "Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

15

Kerkstraat-Rembrandtstraat 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden).

Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.000,- in 2021).

In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (10 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (10 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijsen inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening. Doorwerking in plangebied Het voorliggende plan bestaat uit 1 woning in de categorie Sociale Koop Laag (tot € 230.000), 7 woningen in de prijsklasse Sociale Koop Hoog (€ 230-280.000,-), 13 in de middeldure categorie (€ 280.000 tot € 350.000) en 5 woningen in de prijs duur (> € 350.000). Prijspeil januari 2021. In de anterieure overeenkomst zijn de bovenstaande afspraken vastgelegd.

Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten van de Woonvisie. 4.4.3

Bestemmingsplannen globaal en flexibel

Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast.

16

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld. Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Voor het overige is geen toepassing gegeven aan de kaders uit de notitie, omdat het bestemmingsplan ten behoeve van een concreet en gedetailleerd bouwplan is opgesteld. 4.4.4

Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.4.5

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.

Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. In dit plan is de afstand tot buurwoningen (fors) groter dan 5 meter waardoor er geen sprake is van "Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

17

Kerkstraat-Rembrandtstraat geluidsoverlast. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. De zonnepanelen zijn geïntegreerd in het ontwerp van het gebouw. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Op het te realiseren parkeerterrein is ruimte voor het realiseren van één of meerdere laadpalen indien daar behoefte aan is. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen.

Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. 4.4.6

Dorpsvisie Voorthuizen

In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen moeten - waar mogelijk - een positie hebben bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Bij ruimtelijke plannen en –initiatieven wordt daarom rekening gehouden met de inhoud van het dorpsplan. Doorwerking in plangebied Via een uitgebreid traject is de Dorpsvisie Voorthuizen tot stand gekomen en bestaat uit een manifest met 9 punten. Van belang is het punt dat er over 'meer dan de al geplande groei (uitbreiding en inbreiding)' overleg gepleegd moet worden met de inwoners.

Het voorliggende project valt onder deze 'al geplande groei'. Ook het aanwezige groen is van belang. Hieraan dient in alle gevallen, op basis van het manifest, aandacht besteed te worden. Weliswaar gaat het project ten koste van enig groen maar het overige groen wordt versterkt door het wegwerken van achterstallig onderhoud. Ook het beter toegankelijk maken van het 18

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat groen zorgt voor het vergroten van het belang van het resterende groen. Gelet hierop past het project binnen de Dorpsvisie Voorthuizen. 4.4.7

Groenstructuurplan Barneveld (2011)

De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. Doorwerking in plangebied Het zuidelijke deel van het pastoriebos en sparrenbos maakt in het groenstructuurplan onderdeel uit van de 'huidige groenstructuur'. Dit geldt niet voor de delen van het pastorie- als sparrenbos die niet in eigendom zijn bij de gemeente. Aan de westzijde van het plangebied loopt de Rembrandtstraat. Daarvoor is als verbeterpunt opgenomen dat beide zijden voorzien dienen te worden van een sterke structuur bomen van de eerste grootte. Deze ontbreken nu gedeeltelijk ter hoogte van de ontwikkeling. Bij het plan is rekening gehouden met het doorzetten van de bomenrij aan de oostzijde van de Rembrandtstraat. Het project is in overeenstemming met het groenstructuurplan.

Afbeelding: Gewenste groenstructuur met verbetervoorstellen 4.4.8

Groene Slinger Voorthuizen

Als uitwerking van de Dorpsvisie Voorthuizen is een werkgroep, bestaande uit inwoners uit Voorthuizen, aan de slag gegaan om een plan te maken Voorthuizen te vergroenen. De zogenoemde Groene Slinger is daarvan een representant. Naar aanleiding van het eerste concept van de Groene Slinger is aan Plaatselijk Belang Voorthuizen gevraagd om met betrekking tot het vergroenen van het dorp Voorthuizen in het algemeen en de groene slinger in het bijzonder met een uitgewerkt plan te komen. Dit plan is vervolgens ambtelijk uitgewerkt in een concreet plan van aanpak. Op 3 oktober 2019 stelde het college de eerste twee onderdelen van de Groene Slinger Voorthuizen vast. Het betreft de onderdelen 'Zuidelijke koppelaar' en 'Molenveen'. Doorwerking in plangebied

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

19

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Noch het Pastoriebos, noch het sparrenbos maakt onderdeel uit van de Groene Slinger. Wel is de Kerkstraat (welke loopt langs het plangebied) opgenomen als 'ontbrekende schakel'. Deze dient nog nader uitgewerkt te worden.

Afbeelding: Overzicht Groene Slinger Voorthuizen De beoogde bouwlocatie en locatie van het parkeren maakt geen onderdeel uit van de Groene Slinger Voorthuizen. Het plan past dan ook binnen de Groene Slinger Voorthuizen.

20

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Er zijn bij ons geen aanwijzingen bekend voor het niet representatief zijn van de bodemkwaliteitskaart. Dit houdt in dat de bodem op de locatie naar verwachting van de kwaliteit “wonen” uit het Besluit bodemkwaliteit is. Op basis daarvan zijn er geen risico's te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. 5.1.2

Niet gesprongen explosieven

Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied als risicogebied aangegeven. Gebleken is dat er binnen het projectgebied mogelijk sprake is van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Naar aanleiding daarvan is er een Risico-Inventarisatie en Evaluatie Conventionele Explosieven (RI&E-CE) uitgevoerd door Expload. Dit onderzoek is als Bijlage 1 bij deze toelichting op het bestemmingsplan gevoegd. Door een analyse van vastgestelde schadepatronen op basis van feitenmateriaal uit 1945 is de conclusie van het onderzoek dat er geen sprake is van een aantoonbaar verhoogde kans op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten is. Er worden dan ook geen aanvullende maatregelen voorgesteld anders dan het hanteren van het Protocol onverwacht aantreffen ontplofbare oorlogsresten. Het hanteren van dit protocol is als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning. Conclusie De aspecten bodemkwaliteit en niet gesprongen explosieven vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

21

Kerkstraat-Rembrandtstraat

5.2.1

Archeologie

Er moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Voor het maken van een weloverwogen belangenafweging is minimaal een archeologisch bureauonderzoek nodig. Voor de gehele gemeente is een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, die gezien kan worden als een beknopt bureauonderzoek. Uit de 'archeologische waarden- en verwachtingskaart' van de gemeente blijkt dat voor een groot deel van het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. Een beperkt deel van het plangebied valt binnen een historische dorpskern. 5.2.1.1

Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voorheen had dit gebied een middelhoge verwachting, waardoor er archeologisch onderzoek uitgevoerd is. Synthegra archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek alsmede een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Kerkstraat naast nummer 35 te Voorthuizen gemeente Barneveld, projectnummer S160035, gedateerd 19-07-2016). Dit rapport is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Er wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) stemt, gelet op het door de regioarcheoloog uitgebrachte advies, in met deze conclusie.

Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. Overigens maakt een smalle strook langs de Rembrandtstraat geen onderdeel van het archeologisch onderzoek. Hier zijn echter geen ontwikkelingen voorzien. 5.2.1.2

Historische kern/Historisch boerenerf

De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor de zone Historische kern archeologisch onderzoek is nodig in plangebieden groter dan 100 m² bij bodemingrepen dieper dan 30 cm. De geplande en noodzakelijke werkzaamheden vinden niet plaats binnen de gebieden die vallen binnen de zone Historische kern zodat dit geen belemmering of beperking oplevert ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

22

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Afbeelding: Archeologische beleidskaart 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Rondom de beoogde bouwlocatie liggen de volgende monumenten: Rijksmonument: Kerkstraat 29, herenhuis; Rijksmonument: Kerkstraat 35, kerktoren uit de 15e eeuw; Gemeentelijk monument: Kerkstraat 33, Nederlands Hervormde Pastorie Op de genoemde adressen (en de omgeving van het monument) is, voor zover gelegen binnen de grenzen van dit bestemmingsplan, deels de dubbelbestemming 'Waarde – Cultureel erfgoed' gelegd. 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is niet in kaart gebracht aangezien het bebouwd of sterk veranderd gebied betreft. Het gebied is derhalve ook niet gewaardeerd zodat er ook geen sprake kan zijn van strijdigheid. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

23

Kerkstraat-Rembrandtstraat

5.2.4

Monumentale waarden

De beoogde bouwlocatie van het appartementengebouw bevindt zich in een door de gemeente beschermde tuin (behorende bij de Kerkstraat 33). Daarnaast zijn er een aantal gebouwde monumenten in de omgeving gelegen. Daarbij gaat het om de rijksmonumenten in de vorm van de kerktoren en oude pastorie (Kerkstraat 29). De 'nieuwe' pastorie aan de Kerkstraat 33 is gemeentelijk monument. Gelet hierop is vanaf de start van het project advies gevraagd en gekregen van de gemeentelijke monumentencommissie. Uiteindelijk is op 4 februari 2021 een negatief advies uitgebracht. Aangezien het een gemeentelijk monument betreft, is het college bevoegd af te wijken van het uitgebrachte negatieve advies. De totstandkoming van het plan, de eerdere adviezen en de motivatie om af te wijken, inclusief tuinhistorische analyse, maakt onderdeel uit van de met dit bestemmingsplan gecoördineerde omgevingsvergunning. Voor de volledigheid zijn beiden als Bijlage 3 respectievelijk Bijlage 4 bij deze toelichting op het bestemmingsplan gevoegd.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Uit de onderstaande afbeelding blijkt dat het plangebied in (de nabijheid van) een Natura 2000-gebied ligt.

24

"Kerkstraat-Rembrandtstraat" (vastgesteld)

Kerkstraat-Rembrandtstraat

Afbeelding: Ligging Natura 2000-gebied Ten behoeve van het plan is inzichtelijk gemaakt welke gevolgen het plan heeft op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden (zie Bijlage 7). Conclusie is dat het verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. In de aanlegfase, die korter dan 2 jaar duurt, leidt de inzet van machines en transportbewegingen cumulatief beschouwd (slopen, kappen, bouwen) tot een kleine tijdelijke depositie van maximaal 0,01 mol/ha/jr op reeds (bijna) overbelaste stikstofgevoelige delen van Natura 2000-gebied “Veluwe”. Omdat het gaat om een project met alléén kleine tijdelijke deposities in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan) kan op voorhand worden geconcludeerd dat dit niet kan leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied “Veluwe“ door stikstof. Het project voldoet daarmee aan de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering waarmee deze kleine en tijdelijke toename wordt toegestaan. Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.' 5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Quickscan flora en fauna Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets in de vorm van een Quickscan flora en fauna uitgevoerd (Ecoresult, 3 juli 2020, rapportkenmerk ER20200623v01, zie Bijlage 5). In dit onderzoek wordt achtereenvolgens ingegaan op soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten. Vogelrichtlijn Conclusie voor wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten dat het plangebied hiervoor ongeschikt is. Wel zijn in bomen voor sperwer geschikte nestplaatsen aanwezig. Ook is het plangebied en de directe omgeving geschikt als essentieel leefgebied voor de sperwer. Door de geplande kapwerkzaamheden zullen de mogelijke nestlocaties van de sperwer worden verwijderd, waardoor verbodsbepalingen Art 3.1 lid 2, lid 4 en lid 5 (zie Tabel 1) van de Wnb kunnen worden overtreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=035fc2dc-69f3-4c0a-b762-0bf5ed286500