Kerkstraat-Rembrandtstraat_Toelichting_Bijlage 8 Aanvraag Wnb-vergunning.pdf
Tekst van het document
Ontheffing Wet Natuurbescherming Beschermde soorten Status:
Definitief
Gegevens indiener
Organisatie Inschrijvingsnummer KvK
66954274
Naam organisatie
Ecoresult B.V.
Algemeen telefoonnummer
0787518412
Algemeen emailadres
info@ecoresult.nl
Correspondentieadres Straat Huisnummer Postcode
Van Ravesteyn-erf 156 3315DK
Plaats
Dordrecht
Straat
Van Ravesteyn-erf
Vestigingsadres
Huisnummer Postcode Plaats Wilt u een contactpersoon opgeven?
156 3315DK Dordrecht Ja
Contactpersoon Achternaam
Meurs
Voorletters
A
Tussenvoegsel
van
Aanhef
Dhr.
Wilt u een afwijkend correspondentieadres opgeven?
Ja
Adres Straat
Van Ravesteyn-erf
Ontheffing Wet Natuurbescherming Beschermde soorten Status:
Definitief
Huisnummer Postcode Plaats
156 3315DK Dordrecht
Contactgegevens E-mailadres
ontheffing@ecoresult.nl
Algemene gegevens van de activiteit Naam activiteit
Omschrijving activiteit
Herinrichting en nieuwbouw De werkzaamheden betreffen sloop van een deel van de aanwezige bebouwing, kap van bomen en nieuwbouwwerkzaamheden. Er wordt uitgegaan van herinrichting waarbij gewerkt wordt met machines.
Locatie van de activiteit
Adres
Adres van de activiteit Straatnaam
Kerkstraat
Huisnummer
35
Postcode Plaats Gemeente Plaatselijk bekend als
3781 GA Voorthuizen Barneveld De Pastorietuin
Vanaf periode waarvoor ontheffing wordt aangevraagd
1-11-2021
Tot en met periode waarvoor ontheffing wordt aangevraagd
1-11-2024
Heeft vooroverleg plaatsgevonden?
Nee
Eerder verleende vergunningen, ontheffingen of meldingen Is voor deze activiteit eerder een ontheffing of vergunning verleend?
Nee
Afstemming met andere wetten Worden er voor de uitvoering van de activiteit bomen gekapt die vallen onder de beschermde houtopstanden op grond van hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming?
Nee
Ontheffing Wet Natuurbescherming Beschermde soorten Status:
Definitief
Heeft de aanvraag mogelijk negatieve effecten op Natura 2000instandhoudingsdoelen?
Nee
Inhoudelijke gegevens van de activiteit Wordt de ontheffing aangevraagd voor een wettelijk belang? Voor welk wettelijk belang wordt de ontheffing aangevraagd? Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb)
Ja Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb) Volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten
Gegevens soort en verbod Soort Verbod
Gewone dwergvleermuis 3.5 lid 2 Verstoren 3.5 lid 4 Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen
Betreft het doden en/of vangen?
Nee
Wordt bij de uitvoering gebruik gemaakt van een gedragscode?
Nee
Overige opmerkingen, aanvullingen, toelichting
Bijlagen Wilt u meer dan 15MB aan bijlagen of een bestand groter dan 5MB uploaden? Link naar WeTransfer bestanden:
Ja https://we.tl/t-x1Ga1jCPhx
Ondertekening de wijzigingen in de omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling van de vergunningaanvraag, zo spoedig mogelijk doorgegeven worden aan de provincie Gelderland onder vermelding van het nummer waaronder de aanvraag in behandeling is;
De aanvrager/melder verklaart dat:
alle eventueel gewenste nadere gegevens voor de beoordeling van de melding, direct en naar waarheid zullen worden verstrekt aan de medewerkers die met de behandeling van de aanvraag zijn belast; hij/zij er tevens mee bekend is dat de ontheffing direct wordt ingetrokken indien hij/zij één of meer uit zijn/haar ontheffing voortvloeiende verplichtingen niet nakomt, dan wel in het kader van de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt. Voorts kan de ontheffing worden gewijzigd of ingetrokken als de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat deze niet verleend zou zijn op het tijdstip waarop de ontheffing is verleend; alle gegevens naar waarheid zijn verstrekt.
Datum
22-3-2021
Naam ondertekenaar
L. Boon
Functie/hoedanigheid ondertekenaar
Ecoloog de aanvraag wordt ingediend door de persoon of bedrijf die als aanvrager (en daarmee legesplichtige) aangemerkt is of door de persoon die hiervoor gemachtigd is.
De aanvrager/melder accepteert hierbij dat:
de aanvraag hiermee definitief wordt ingediend. de aanvrager ermee bekend is dat voor het in behandeling nemen van deze aanvraag leges verschuldigd zijn. toestemming te geven voor het delen van de ingevulde informatie en het verder digitaal afhandelen van de procedure.
Ontheffing Wet Natuurbescherming Beschermde soorten Status:
Definitief
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis In het kader van de Wet natuurbescherming
Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen Opsteller(s): L.D. van Drongelen
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis In het kader van de Wet natuurbescherming
Ondertitel
Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen
Opsteller(s)
L.D. van Drongelen
Datum
22-03-21
Versienummer
02
Rapportkenmerk
ER20210204v02
Aantal pagina's
31
Opdrachtgever
Van Bekkum Projecten
Contactpersoon
C. van Meijeren
Collegiale toets
F.A. van Meurs & K.J. van Veen
Wijze van citeren
Drongelen., L.D. van 2021. Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis. In het kader van de Wet natuurbescherming. Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen. Kenmerk ER20210204v02. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Algemene informatie....................................................................................................................................................................................................5 2 Beschrijving activiteit....................................................................................................................................................................................................7 2.1 Huidige situatie........................................................................................................................................................................................................7 2.2 Geplande ingrepen................................................................................................................................................................................................9 2.2.1 Omschrijving werkzaamheden..............................................................................................................................................................9 2.2.2 Methode uitvoering: materieel en werkwijze............................................................................................................................10 2.2.3 Werkplanning, werktijden en
realisatieperiode........................................................................................................................10 2.2.4 Nieuwe situatie en (ontwerp-)tekening........................................................................................................................................11 3 Resultaten onderzoek beschermde soorten...............................................................................................................................................13 3.1 Werkwijze...................................................................................................................................................................................................................13 3.1.1 Onderzoeksmomenten............................................................................................................................................................................13 3.1.2 Onderzoeksmaterialen.............................................................................................................................................................................14 3.2 Volledigheid onderzoek...................................................................................................................................................................................14 3.2.1
Algemeen.........................................................................................................................................................................................................14 3.2.2 Vleermuizen.....................................................................................................................................................................................................15 3.3 Resultaten nader onderzoek.........................................................................................................................................................................15 3.3.1 Gewone dwergvleermuis.......................................................................................................................................................................15 3.3.2 Conclusie onderzoeksresultaten........................................................................................................................................................17 4 Overtreding verbodsbepalingen & wettelijk belang.............................................................................................................................19 4.1
Algemeen..................................................................................................................................................................................................................19 4.2 Overtreding verbodsbepalingen Habitatrichtlijnsoorten..........................................................................................................19 4.2.1 Gewone dwergvleermuis.......................................................................................................................................................................19 4.3 Wettelijk belang Habitatrichtlijnsoorten................................................................................................................................................20 5 Maatregelen.....................................................................................................................................................................................................................23 5.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................23 5.2 Gewone
dwergvleermuis................................................................................................................................................................................23 5.2.1 Voorafgaand aan de werkzaamheden............................................................................................................................................23 5.2.2 Ten tijde van de werkzaamheden......................................................................................................................................................23 5.2.3 Ter afronding van de werkzaamheden..........................................................................................................................................25 6 Alternatieven...................................................................................................................................................................................................................27 6.1 Locatie.........................................................................................................................................................................................................................27 6.2
Inrichting....................................................................................................................................................................................................................27 6.3 Werkwijzen...............................................................................................................................................................................................................27 6.4 Planning.....................................................................................................................................................................................................................28 6.5 Cumulatieve effecten........................................................................................................................................................................................28 7 Gunstige staat van instandhouding.................................................................................................................................................................29 7.1 Staat van instandhouding gewone dwergvleermuis...................................................................................................................29 8 Geraadpleegde
bronnen.........................................................................................................................................................................................31 8.1 Literatuur...................................................................................................................................................................................................................31 8.2 Internet.......................................................................................................................................................................................................................31
1 Algemene informatie Projectnaam:
De Pastorietuin, Voorthuizen
Naam aanvrager:
Van Bekkum Projecten
Contactpersoon:
C. van Meijeren
Adres:
Wiekenweg 53, 3815 KL Amersfoort
Telefoonnr:
033 - 25 44 222
E-mail:
c.vanmeijeren@vanbekkum.nl
5
2 Beschrijving activiteit
2.1 Huidige situatie Het plangebied, De Pastorietuin, ligt in het noorden van de bebouwde kom van Voorthuizen, gemeente Barneveld, liggende in de provincie Gelderland (zie Afbeelding 1 en Afbeelding 2). Het plangebied betreft een kerkelijk centrum en een bosplantsoen wat binnen het ingekaderde plangebied valt.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK Het plangebied: •
Een kerkelijk centrum (waarin gevestigd het kerkelijk bureau en enkele zalen), gebouwd na de jaren 70 van de 20ste eeuw. Dit is het Kerkheem.
•
Het Kerkheem is opgetrokken uit baksteen en heeft twee bouwlagen.
•
De dakbedekking bestaat uit dakpannen.
•
Plaatselijk zijn dakoverstekken aanwezig, plaatselijk sluiten de dakpannen nauw aan op de gevels. Onder de laatste rij dakpannen net boven de dakgoot zijn vogelschroten aangebracht.
•
In de gevels zijn onder de dakoverstekken open stootvoegen aanwezig die toegang bieden tot 7
de luchtspouw. •
Uitpandige regenpijpen zijn aanwezig.
•
Het terrein rondom het Kerkheem gebouw is aan de noordzijde verhard met tegels en aan de zuidzijde onverhard (grind/zand).
•
Langs de westgevel van het gebouw zijn enkele (overwegend) loofbomen (waaronder zomereik en beuk). Langs de west- en oostzijde van het gebouw zijn tevens verschillende soorten algemeen voorkomende tuinplanten aangeplant (waaronder hulst).
•
De zuidzijde van het Kerkheem bestaat uit oud bos, voormalige pastorietuin. In dit parkje zijn verschillende soorten loofbomen (beuk, eik, acacia, kastanje, waaronder monumentale bomen) Tussen de bomen is een struiklaag met soorten als braam, rododendron en hulst aanwezig. Alleen het meest noordelijke deel van dit bosplantsoen valt binnen het plangebied.
•
In een aantal grote bomen zijn (naar verwachting) holten aanwezig, die vanwege de grote hoogte en onvindbaarheid (bomen hebben forse hoogte) niet te inspecteren zijn.
•
Het zuidwestelijk deel van het plangebied bestaat uit een sparrenbosje met een karige onderbegroeiing. Het betreft twee derde van het gehele naaldbos. Dit sparrenbosje is in gebrekkige staat van onderhoud.
•
Tussen het sparrenbos en het loofbos loopt een laantje, met schaarse verlichting (bestaande uit lantaarnpalen met gele verlichting).
•
Het deel van het plangebied aan de oostzijde van de fietsenstalling bestaat uit een bosschage met verschillende lage bomen en struiken zoals coniferen, taxus, ruwe berk,spar, hulst, laurier, klimop en buxus. Deze bosschage ligt tussen de fietsenstalling, de oprijlaan, de achtertuin van Kerkstraat 33 en de noordzijde van het park.
•
Centraal in het plangebied loopt een laantje, met schaarse verlichting (bestaande uit één lantaarnpaal met gele verlichting).
•
Verlichting is aanwezig langs de noordzijde van het Kerkheem.
•
Ten noorden van het plangebied is een kerk aanwezig, met laatmiddeleeuwse kerktoren en een kerkzolder. De kerktoren wordt tijdens duisternis verlicht.
8
•
De kerk wordt omgeven door grindverharding.
•
Ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een oprijlaan met leilindes (vanaf Kerkstraat).
•
Open water is afwezig binnen en grenzend aan het plangebied.
•
Aan de west- en zuidzijde grenst het sparrenbos aan openbare wegen.
•
Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een kerkplein.
Afbeelding 2: Bestaande situatie met inmeting van de bomen binnen en grenzend aan het plangebied. Bron: Zebra Architecten. 1533-VTHZ-BWK-tekeningen 200716.pdf
2.2 Geplande ingrepen 2.2.1 Omschrijving werkzaamheden De voorgenomen ontwikkelingen betreffen: •
De bebouwing van het kerkelijk centrum (het Kerkheem) wordt gedeeltelijk gesloopt, vervolgens zal hier nieuwbouw van 25 woonunits plaatsvinden.
•
De naaldbomen in het westelijk deel van het plangebied worden gekapt. Hierna wordt hier een parkeerterrein gerealiseerd.
•
De bosschage tussen de fietsenstalling en de achtertuin van Kerkstraat 33 zal worden gekapt (zie Afbeelding 3).
•
De waardevolle hoge oude bomen aan de zuidkant van het Kerkheem zullen behouden blijven.
9
Afbeelding 3: Overzicht te kappen bomen in rood. Bron: Zebra Architecten. 1533-VTHZ-BWKtekeningen 200716.pdf
2.2.2 Methode uitvoering: materieel en werkwijze De werkzaamheden betreffen sloop van een deel van de aanwezige bebouwing, kap van bomen en nieuwbouwwerkzaamheden. Er wordt uitgegaan van volledige herinrichting waarbij gewerkt wordt met machines.
2.2.3 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Momenteel vindt de bestemmingsplanprocedure plaats. De bedoeling is in 2021 te starten met de ontwikkeling. Een doorlooptijd is (nog) niet bekend. De ontheffing van dit project zal worden aangevraagd voor de periode november 2021 t/m november 2024. Door omstandigheden kan de planning verschuiven en is er in deze periode derhalve een marge ingebouwd.
10
2.2.4 Nieuwe situatie en (ontwerp-)tekening De ontwerptekening (Zie Afbeelding 4) betreft de versie uit juli 2020.
Afbeelding 4: Impressie van de nieuwe situatie. Bron: Zebra Architecten. 1533-VTHZ-BWKtekeningen 200716.pdf
11
3 Resultaten onderzoek beschermde soorten
3.1 Werkwijze De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht1: Vleermuizen:
Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-, kraam- en paar- en winterverblijfplaatsen) en functioneel leefgebied van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het in 2020 geldende vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2017).
3.1.1 Onderzoeksmomenten In Tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van vleermuizen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden, conform de beschikbare Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol 2017.
1
Voor meer informatie zie het aanvullende onderzoek van de Vries & van Meurs, 2020.
13
Zonop/zononder
Moment
Onderzoekers
Temperatuur (°C) Neerslag (mm)
Windkracht (Bft)
19.30 – 23.30 uur
A. van Meurs
12
0
N2
Zomer-, kraamverblijfplaatsen, 16-06-20 Vleermuizen fuctioneel leefgebied
Op 05:18
01. 00– 01.45 uur
A. van Meurs
22
0
NO1
Zomer-, kraamverblijfplaatsen, 16-06-20 Vleermuizen fuctioneel leefgebied
Op 05:18
03.25 – 05.25 uur
A. van Meurs
19
0
NO1
Zomer-, kraamverblijfplaatsen, 14-07-20 Vleermuizen fuctioneel leefgebied
Onder 21:54
21.40 – 23.45 uur
A. van Meurs
12
0
ZW1
Paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen, functioneel 28-08-20 Vleermuizen leefgebied Onder 20:28
21.28 – 23.28 uur
K. de Vries
15
0
N2
Paarverblijfplaatsen, winterverblijfplaatsen, functioneel 18-09-20 Vleermuizen leefgebied Onder 19:49
21.45 – 23.45 uur
A. van Meurs
15
0
NO2
Datum
Onderzoek
Onder 21:54
Type onderzoek
Zomer-, kraamverblijfplaatsen, 04-06-20 Vleermuizen fuctioneel leefgebied
Tabel 1: Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
3.1.2 Onderzoeksmaterialen •
Bij onderzoek naar vleermuizen zijn onderzoekers bij elk onderzoek uitgerust met: ◦ Batdetectors (Petterson D240X, Batscanner Stereo, Batlogger M). ◦ Warmtebeeldcamera (Pulsar Helion XP28). ◦ Zaklamp (met rood filter).
3.2 Volledigheid onderzoek 3.2.1 Algemeen Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook voldoende invulling gegeven.
14
3.2.2 Vleermuizen Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. De bebouwing en het aan de bebouwing grenzende bos is beperkt van omvang, waardoor deze in zeer korte tijd was rond te lopen. Ook liep de ervaren onderzoeker contant rond waardoor deze kon inspelen op de actuele situatie. In de schemering tot circa 3 kwartier na invliegen registreerde een automatische batlogger (Elekon Batlogger M) ter plaatse van de noordgevel van het Kerkheem alle passerende vleermuizen. Op 4 juni is voor zonsondergang de kerktoren en -zolder onderzocht op aanwezigheid van vleermuizen en sporen van vleermuizen. Het eerste najaarsonderzoek betreft een vanwege eerder in de maand slecht weer uitgesteld onderzoek. Om de periode tussen twee bezoeken zo groot mogelijk te houden is daarom het tweede bezoek uitgevoerd kort na 15 september. Alle soorten zijn in die periode nog actief.
3.3 Resultaten nader onderzoek 3.3.1 Gewone dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek werden 31 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen geregistreerd (zie Afbeelding 5); 17 in het voorjaar en 14 in het najaar. Vaste rust- en verblijfplaatsen •
In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen en geen voortplantingsplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen.
•
Buiten het plangebied bevindt zich een kraamkolonie aan de achtergevel van de woning aan de Jan Steenstraat 50.
Functioneel leefgebied •
Het laantje in het bos tussen de kerk en de Jan Steenstraat wordt als vliegroute gebruikt door een substantieel deel van de kraamkolonie uit de Jan Steenstraat. Ook in het najaar zijn meerdere waarnemingen verricht van dieren op vliegroute in en uit het laantje. Voor deze dieren is het een essentiële vliegroute. De aanwezige gele verlichting vormt hier geen belemmering voor de dieren.
•
Hoewel er rondom het plangebied meerdere geschikte lijnvormige elementen aanwezig zijn 15
die als vliegroute kunnen worden gebruikt, vliegt veruit de overgrote meerderheid van de gewone dwergvleermuis via het laantje door het bos vanuit noordelijke en noordoostelijke richting van en naar het plangebied. De overige structuren, Jan Steenstraat, Kerkstraat en Rembrandstraat worden nauwelijks gebruikt als vliegroute. •
Het bos, waar ook het zuidelijk deel van het plangebied toe behoort, wordt als foerageergebied gebruikt door gewone dwergvleermuizen uit de directe omgeving van het plangebied. Na uitvliegen en tijdens winderige avonden foerageren meerdere dieren tegelijk onder de beschutting van de hoge bomen. Dit foerageergebied is essentieel. In de directe omgeving van de kraamverblijfplaats is geen vergelijkbaar bos met vergelijkbare beschutting aanwezig. ◦ Het naaldbos wordt niet gebruikt als foerageergebied.
•
In en grenzend aan het plangebied is 1 enkel territoriaal roepend dier waargenomen. Bijbehorende paarverblijfplaatsen bevinden zich buiten het plangebied, vermoedelijk in de bebouwing aan de Jan Steenstraat. Het dier werd hier meermaals gehoord en vloog tijdens de najaarsbezoeken territoriaal door het laantje.
Afbeelding 5: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. De waarnemingen van foeragerende dieren betreffen steeds 1 dier, behalve binnen de groene cirkel. Dit betreffen waarnemingen van meerdere dieren tegelijkertijd. Kaartbron: Openstreetmaps 16
3.3.2 Conclusie onderzoeksresultaten In totaal is er binnen het plangebied aanwezig: •
Een essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis.
•
Het plangebied maakt deel uit van essentieel foerageergebied van gewone dwergvleermuis.
17
4 Overtreding verbodsbepalingen & wettelijk belang
4.1 Algemeen De kap van de naaldbomen, realisatie van het parkeerterrein en de sloop/nieuwbouw ter plaatse van het Kerkheem, hebben mogelijk schadelijke effecten op de vliegroute en het foerageergebied van gewone dwergvleermuis, er worden maatregelen getroffen om deze schadelijke effecten te voorkomen. Dit betreffen vleermuisvriendelijke verlichting en beschutting tegen licht en wind door de aanplant van inheemse beplanting. Voorliggende ontheffing van de Wet natuurbescherming wordt aangevraagd voor overtreding van de verbodsbepaling en ter toetsing van de te treffen maatregelen om negatieve effecten op voorhand te voorkomen.
4.2 Overtreding verbodsbepalingen Habitatrichtlijnsoorten 4.2.1 Gewone dwergvleermuis Aanwezig zijn: •
Essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis;
•
Essentieel foerageergebied van gewone dwergvleermuis.
Door de eerder genoemde werkzaamheden is hiermee sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: •
Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.,
•
Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig evenals het treffen van maatregelen.
19
4.3 Wettelijk belang Habitatrichtlijnsoorten Ontheffing wordt aangevraagd op basis van het volgende wettelijk belang: •
De volksgezondheid, openbare veiligheid of dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
Sociaal/Economisch aspect In alle dorpen in Barneveld zetten verenigingen plaatselijk belang zich actief in voor de leefbaarheid en toekomst van de dorpen en buurtschappen. Verschillende dorpen hebben in dit kader hun visie op de toekomst vastgelegd in een dorpsplan of –visie of zijn daar mee bezig. De dorpsplannen bevatten zowel een visie op de toekomst als een overzicht van concrete ideeën en wensen om de leefbaarheid van het dorp te versterken en zijn in samenspraak met veel inwoners en de gemeente tot stand gekomen. Vanuit de visie op burgerkracht ('Zelf-samen-gemeente') en netwerksamenleving is in de Strategische Visie 2030 (september 2016) ten aanzien van de dorpsplannen een voorstel opgenomen om een andere werkwijze te gaan volgen die de plannen een sterkere positie geeft. Op die manier kan recht worden gedaan aan de geleverde inspanningen en de lokaal gemaakte keuzes. Dorpsplannen moeten - waar mogelijk - een positie hebben bij de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Bij ruimtelijke plannen en –initiatieven wordt daarom rekening gehouden met de inhoud van het dorpsplan. Deze redenatie heeft ook een doorwerking naar het plangebied. Via een uitgebreid traject is de Dorpsvisie Voorthuizen tot stand gekomen en bestaat uit een manifest met 9 punten.
Van belang is het punt dat er over 'meer dan de al geplande groei (uitbreiding en inbreiding)' overleg gepleegd moet worden met de inwoners. Het voorliggende project valt onder deze 'al geplande groei'. Ook het aanwezige groen is van belang. Hieraan dient in alle gevallen, op basis van het manifest, aandacht besteed te worden. Weliswaar gaat het project ten koste van enig groen maar het overige groen wordt versterkt door het wegwerken van achterstallig onderhoud. Ook het beter toegankelijk maken van het groen zorgt voor het vergroten van het belang van het resterende groen. Gelet hierop past het project binnen de Dorpsvisie Voorthuizen2.
Openbaar belang Het plangebied grenst aan de kerk. De gemeente zet duidelijke accenten op woningbouwlocaties om doelgroepen te huisvesten. Nabij voorzieningen ligt een accent op ouderen in dezen betreft de voorziening de kerk). Het voorliggende plan past daar uitermate goed binnen temeer omdat het om 2
20
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0203.1458-0002/t_NL.IMRO.0203.1458-0002.html
nultredenwoningen nabij voorzieningen gaat. Dit heeft lokaal/regionaal belang. Dit komt tevens terug in de structuurvisie “Kernen Barneveld 2022”3. Het plan betreft een inbreidingslocatie, daaronder wordt verstaan: • Intensiveren: de ruimte wordt intensiever benut; • Combineren: de ruimte wordt voor verschillende functies ingericht en gebruikt; • Revitaliseren: het opknappen en/of opnieuw inrichten van verouderde woongebieden of bedrijventerreinen. Het doel van de gemeente is om aan meer inbreidingslocaties te werken. Dit beleid is al reeds in Barneveld in gang gezet. Bij de inbreiding is prioriteit gegevens aan het verbeteren en realiseren van woonlocaties van senioren. Dit hoor bij de Woonvisie Barneveld 2017-2021 en regionale bouwafspraken. Daarbij is er een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 400 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen 25 woningen betreft 6 procent van het nieuwbouwprogramma voor geheel Barneveld4.
3 4
https://gis.barneveld.nl/plannen/NL.IMRO.0203.1003-/NL.IMRO.0203.1003-0002/b_NL.IMRO.0203.10030002_3.3.1.html https://gis.barneveld.nl/plannen/NL.IMRO.0203.1003-/NL.IMRO.0203.1003-0002/b_NL.IMRO.0203.10030002_index.html
21
5 Maatregelen
5.1 Algemeen Om verstoring van de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen te voorkomen, zijn diverse maatregelen opgenomen in het plan. Deze maatregelen zijn hieronder benoemd.
5.2 Gewone dwergvleermuis 5.2.1 Voorafgaand aan de werkzaamheden 5.2.1.1 •
Ter beschutting van de soort Langs het pad en direct aansluitend op de kap van de naaldbomen wordt inheems struweel (struikvormende inheemse bomen zoals meidoorn, sleedoorn, sneeuwbes) aangeplant tussen het bosperceel en het parkeerterrein. Dit struweel moet tenminste 2 groeiseizoenen oud zijn voordat dit wordt aangeplant. Hierdoor is er te alle tijden voldoende beschutting en luwte aanwezig waardoor verduistering gewaarborgd blijft.
•
Nieuwe aanplant bestaat uit inheemse soorten, om het voedselaanbod en daarmee de functionaliteit als foerageergebied te garanderen.
•
De windluwte in het bos wordt gegarandeerd door de ontwikkeling van deze zoomvegetatie aan de westzijde.
5.2.2 Ten tijde van de werkzaamheden 5.2.2.1
Algemeen
Om verstoring te voorkomen worden de volgende werkwijzen/maatregelen strikt nageleefd. Op deze manier blijft het leefgebied tijdens de werkzaamheden functioneel en is er geen sprake van een aantasting van de functionaliteit: •
Verlichting van het laantje (vliegroute in Afbeelding 5) wordt niet gewijzigd ten opzichte van 23
de bestaande verlichting, niet qua lichtsterkte en lichtopbrengst, en niet qua lichtkleur. In de huidige situatie ondervinden de vleermuizen van deze verlichting geen last, zo bleek uit het nader onderzoek. •
Bouwverlichting wordt niet toegepast, indien dit om veiligheidsredenen toch noodzakelijk is, mag enkel rood- of amberkleurig licht te worden gebruikt.
•
De nieuwe verlichting op het parkeerterrein zal bestaan uit vleermuisvriendelijke amberkleurige verlichting.
•
Verlichtingsarmaturen ter plaatse van het pad vanaf het parkeerterrein naar de bebouwing dienen afscherming te hebben, waardoor enkel het pad wordt verlicht en geen strooilicht naar boven uitstraalt. ◦ Aan de gevels wordt geen veiligheidsverlichting gevoerd. Indien blijkt dat veiligheidsverlichting toch noodzakelijk wordt amberkleurige verlichting gebruikt en wordt het aantal lampen beperkt te blijven tot het hoogst noodzakelijke.
•
Een ecologisch deskundige met ruime ervaring met gewone dwergvleermuis heeft het verlichtingsplan en het beplantingsplan beoordeeld en adequaat bevonden. De maatregelen dienen nader uitgewerkt te worden in een ecologisch werkprotocol.
Afbeelding 6: Huidige beplanting van het bospad. Deze situatie moet gewaarborgd blijven in hoogte,dichtheid, structuur en soort. Bron: K. de Vries | Ecoresult B.V.
24
5.2.3 Ter afronding van de werkzaamheden •
De toekomstige situatie van de beplanting moet zo goed mogelijk de oorspronkelijke situatie (gaan) benaderen wat betreft hoogte, dichtheid, structuur, en soortencompositie (zie Afbeelding 6). ◦ Afwijking hiervan mag alleen als de openbare veiligheid in het geding komt. De waarborging van de gewone dwergvleermuis heeft in de groenvoorziening de hoogste prioriteit.
25
6 Alternatieven
6.1 Locatie Het project is locatiespecifiek. Er is sprake van herinrichting van het terrein en nieuwbouw van appartementen. Het plan past binnen de doelstellingen van de ‘Woonvisie Barneveld 2021 – 2025’ en de ‘Rapportage Faseren en doseren woningaanbod in gemeente Barneveld’ om in de woonkern van Voorthuizen (op inbreidingslocaties) voldoende nultredenwoningen te realiseren voor kleine huishoudens in de nabijheid van het centrum. Alternatieve locaties zijn niet voorhanden aangezien de andere beschikbare locaties ook nodig zijn om voldoende woningen te realiseren.
6.2 Inrichting Het project betreft herinrichting van het groen en nieuwbouw van appartementen. Deze herinrichting van het gebied is nodig om aan de benodigde woningnood van de gemeente te voldoen en om een sterke dorpskern te behouden. Het plan creëert nieuwe sociale kansen en zorgt voor levendigheid in de gemeente. Andere invalshoeken of het niet uitvoeren van dit plan, zouden niet dezelfde gewenste effecten hebben. Op voorhand is de inrichting aangepast en zijn maatregelen uitgewerkt waardoor negatieve effecten op de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen blijft behouden.
6.3 Werkwijzen Er is voor dit project al sprake van een alternatieve werkwijze. Dit is een werkwijze waar de aanwezigheid van vleermuizen in de pastorietuin leidend voor is. Er is een lichtplan opgesteld(en ecologisch gecontroleerd) om zo min mogelijk de vliegomstandigheden van de vleermuizen te beïnvloeden. Voorafgaand aan de werkzaamheden zijn alle mitigerende maatregelen functioneel. Door het treffen van deze maatregelen wordt voorkomen dat er schadelijke effecten ontstaan op (individuen van) de aangetroffen beschermde soorten. 27
6.4 Planning In de uitvoeringsplanning is al rekening gehouden met de aangetroffen ecologische waarden. Van te voren wordt er een lichtplan gemaakt om zodanig overlast voor de vleermuizen minimaal te houden. Er wordt alleen gewerkt in daglicht en niet in de avonden(na zonsondergang). Een alternatieve, nóg meer gunstige planning is derhalve voor dit project niet van toepassing.
6.5 Cumulatieve effecten In de nabijheid van het plangebied zal er alleen ten tijde van de werkzaamheden spraken zijn van een niet significante verstoring. Deze verstoring bestaat uit bouwverkeer en zal na de werkzaamheden ophouden. Groen in de omgeving blijft gewoon staan (en wordt op enkele plekken aangevuld) en verlichting wordt niet aangepast (wordt vastgesteld in een lichtplan). Hierdoor is de verstoring maar van tijdelijk aard en worden cumulatieve effecten niet verwacht.
28
7 Gunstige staat van instandhouding
7.1 Staat van instandhouding gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort in Voorthuizen en omgeving. De soort wordt door het hele land heen waargenomen en is een algemeen voorkomende soort, zeker in stedelijk gebied. De landelijke populatie wordt geschat op 300.000 tot 600.000 dieren, de gewone dwergvleermuis is in ons land zeer algemeen en niet bedreigd en wordt vrijwel altijd aangetroffen bij inventarisaties rondom gebouwen5. De huidige landelijke staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis wordt dan ook beoordeeld als gunstig, mits er landelijk voldoende mitigerende maatregelen worden genomen6. Kijkende naar de verspreiding van de gewone dwergvleermuis is te zien dat de populatie gewone dwergvleermuizen in grote lijnen evenredig is met de rest van het land. De soort komt wijd verspreidt in de provincie voor (in vrijwel elk atlasblok). Het is zeer onwaarschijnlijk dat er geïsoleerde vleermuispopulaties zijn, en de vleermuizen die aangetroffen zijn in het plangebied in Voorthuizen zullen onderdeel zijn van een groter netwerk van populaties gewone dwergvleermuizen in de provincie Gelderland.
Op basis hiervan kan worden aangenomen dat ook de regionale staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis in lijn ligt met de landelijke staat van instandhouding, en kan worden beoordeeld als gunstig, mits er voldoende mitigerende maatregelen worden genomen 11 In Afbeelding 7 is te zien dat er in de afgelopen 5 jaar verspreid door Voorthuizen waarnemingen van gewone dwergvleermuis zijn gedaan. Gezien de hoge dichtheden op de locaties waar waarnemingen zijn gedaan betreft de afwezigheid in het overig deel van Voorthuizen gebrek aan onderzoek (of niet ge-upload naar de NDFF). Er is dus een grotere lokale populatie gewone dwergvleermuizen aanwezig dan enkel de dieren die aanwezig zijn binnen het plangebied. Deze gegevens van de NDFF laten zien dat de gewone dwergvleermuis het goed doet in Voorthuizen. Dit laat niet alleen de geschiktheid van de bebouwing in de omgeving zien, maar ook zien deze gebruikt wordt door gewone dwergvleermuis., en de verblijfplaatsen binnen het plangebied onderdeel zijn van een lokaal netwerk van 5 6
https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/gewone-dwergvleermuis-pipistrellus-pipistrellus Goutbeek, 2018
29
verblijfplaatsen. Er kan derhalve aangenomen dat gewone dwergvleermuis in Voorthuizen daarom een stabiele populatie heeft, en kan worden beoordeeld als gunstig. Doordat het aanwezige leefgebied direct gemitigeerd wordt en de maatregelen erop gericht zijn om de populatie duurzaam te behouden, zal de lokale staat van instandhouding van de populatie niet negatief beïnvloed worden.
Afbeelding 7: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis rondom het plangebied. Databron: NDFF, Kaartbron: PDOK.
30
8 Geraadpleegde bronnen
8.1 Literatuur •
Gemeente Barneveld, 2019., Plan van aanpak voor de op te stellen woonvisie 2021-2025.,
•
Gemeente Barneveld, 2011, Structuurvisie kernen Barneveld 2022, 2.0203.003., Barneveld.
•
Gemeente Barneveld. 2018., Bestemmingsplan Kerkstraat-Rembrandtstraat., NL.IMRO.0203.1458-0002., Barneveld.
•
Limpens, H. J. G. A., & Schillemans, M. J. 2016. SVI voor vleermuizen bepalen in concreet plangebiedmethodiek voor staat van instandhouding. TOETS, 1(16), 28-31.
•
Vries, K. de. 2020., Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Voorthuizen, Pastorietuin, Rapportkenmerk ER20200623v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
•
de Vries, K. &F.A. van Meurs, 2020. Aanvullend onderzoek sperwer, vleermuizen en eekhoorn. In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen. Kenmerk ER20200921v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
8.2 Internet •
PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) – https://www.pdok.nl/
•
Kennisdocumenten – https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/
•
NDFF database – https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul#3
•
www.sovon.nl
•
www.vogelatlas.nl
31
Quickscan flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte
Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen Opsteller(s): K. de Vries
Quickscan flora en fauna In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel
Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen
Opsteller(s)
K. de Vries
Datum
02-10-2020
Versienummer
02
Rapportkenmerk
ER20200623v02
Aantal pagina's
43
Opdrachtgever
Van Bekkum Projecten B.V.
Contactpersoon
C. van Meijeren
Collegiale toets
F.A. van Meurs
Wijze van citeren
Vries, K. de. 2020. Quickscan flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Gelderland. Plangebied: De Pastorietuin, Voorthuizen. Rapportkenmerk ER20200623v02. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding.................................................................................................................................................................................................................................7 1.1 Aanleiding....................................................................................................................................................................................................................7 1.2 Doel..................................................................................................................................................................................................................................7 1.3 Onderzoeksmethodiek........................................................................................................................................................................................8 1.4 Leeswijzer.....................................................................................................................................................................................................................8 2 Toelichting onderzoekskader...................................................................................................................................................................................9 2.1 Wet
natuurbescherming....................................................................................................................................................................................9 2.1.1 Bescherming van gebieden.....................................................................................................................................................................9 2.1.2 Bescherming van soorten.........................................................................................................................................................................9 2.1.3 Bescherming van houtopstanden....................................................................................................................................................10 2.2 Omgevingsverordening Gelderland........................................................................................................................................................10 3 Omschrijving plangebied........................................................................................................................................................................................13 3.1
Algemeen..................................................................................................................................................................................................................13 3.2 Beschrijving,.............................................................................................................................................................................................................13 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen...................................................................................................................................................................15 3.4 Planning.....................................................................................................................................................................................................................16 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden..........................................................................................................................................17 4.1 Wet natuurbescherming..................................................................................................................................................................................17 4.1.1 Natura
2000-gebieden.............................................................................................................................................................................17 4.2 Omgevingsverordening Gelderland........................................................................................................................................................18 4.2.1 Gelders Natuurnetwerk............................................................................................................................................................................18 4.2.2 Groene ontwikkelzone.............................................................................................................................................................................18 5 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................................................................21 6 Onderzoeksresultaten beschermde soorten..............................................................................................................................................23 6.1 Soorten Vogelrichtlijn........................................................................................................................................................................................23 6.1.1
Bronnenonderzoek.....................................................................................................................................................................................23 6.1.2 Verkennend veldonderzoek..................................................................................................................................................................24 6.1.3 Effectbeoordeling en toetsing.............................................................................................................................................................25 6.2 Soorten Habitatrichtlijn....................................................................................................................................................................................27 6.2.1 Bronnenonderzoek.....................................................................................................................................................................................27 6.2.2 Verkennend veldonderzoek..................................................................................................................................................................28 6.2.3 Effectbeoordeling en toetsing.............................................................................................................................................................30
6.3 Nationaal beschermde soorten..................................................................................................................................................................31 6.3.1 Bronnenonderzoek NDFF.......................................................................................................................................................................31 6.3.2 Verkennend veldonderzoek..................................................................................................................................................................32 6.3.3 Effectbeoordeling en toetsing.............................................................................................................................................................33 7 Conclusies en aanbevelingen...............................................................................................................................................................................35 7.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................35 7.2 Beschermde
gebieden.....................................................................................................................................................................................35 7.2.1 Wet natuurbescherming.........................................................................................................................................................................35 7.2.2 Omgevingsverordening Gelderland................................................................................................................................................35 7.3 Bescherming van houtopstanden.............................................................................................................................................................35 7.4 Beschermde soorten..........................................................................................................................................................................................36 7.4.1 Soorten Vogelrichtlijn................................................................................................................................................................................36 7.4.2 Soorten Habitatrichtlijn............................................................................................................................................................................36 7.4.3
Nationaal beschermde soorten..........................................................................................................................................................37 8 Geraadpleegde bronnen.........................................................................................................................................................................................39 8.1 Literatuur...................................................................................................................................................................................................................39
8.2 Internet.........................................................................................................................................................................................................39 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.....................................................................................................................................................41
5
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Van Bekkum Projecten B.V. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: De Pastorietuin, Voorthuizen. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen herontwikkeling binnen het plangebied, waaronder sloop en nieuwbouw en verwijderen van begroeiing (zie verder hoofdstuk 3.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggen ecologisch vooronderzoek zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel
Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Omgevingsverordening Gelderland.
7
1.3
Onderzoeksmethodiek
Het ecologisch vooronderzoek komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. •
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 23-06-2020 door K. de Vries ecologisch deskundige1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker – onderzocht.
•
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Afbeelding 2). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken.
•
Ook is in het kader van het bureauonderzoek het in 2017 opgestelde onderzoeksrapport 2 ( vleermuizen, roofvogels en eekhoorn) voor onderhavig plangebied geraadpleegd.
•
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie en gemeente ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in dit ecologisch vooronderzoek altijd aan actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
1.4
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeelt. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samen gevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek.
1 2
8
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologisch-deskundige? inheritRedirect=true Van Meurs, 2017
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet3. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen4. 3 4
www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
9
B e s c he r m i ngs r e gi m e s oor t e n V oge lr i c ht li jn § 3 . 1 W nb Ar t 3.1 lid 1 Het is ver boden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Ar t 3.1 lid 2 Het is ver boden opzettelijk nes ten, r us tplaats en en eier en van vogels te ver nielen of te bes chadigen, of nes ten van vogels weg te nemen.
B e s c he r m i ngs r e gi m e B e s c he r m i ngs r e gi m e s oor t e n H a bi t a t r i c ht l i j n § N a t i ona a l be s c he r m de 3 . 2 W nb s oor t e n ( a nde r e s oor t e n) § 3 . 3 W nb Ar t 3.5 lid 1 Ar t 3.10 lid 1a Het is ver boden s oor ten in hun Het is ver boden s oor ten natuur lijk e ver s pr eidings gebied opzettelijk te doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen.
Ar t 3.5 lid 4 Het is ver boden de voor tplantings plaats en of r us tplaats en van dier en te bes chadigen of te ver nielen.
Ar t 3.10 lid 1b Het is ver boden de vas te voor tplantings plaats en of r us tplaats en van dier en opzettelijk te bes chadigen of te ver nielen.
Ar t 3.1 lid 3 Ar t 3.5 lid 3 Niet van toepas s ing Het is ver boden eier en te r apen Het is ver boden eier en van en deze onder zich te hebben. dier en in de natuur opzettelijk te ver nielen of te r apen.
Ar t 3.1 lid 4 en lid 5 Het is ver boden vogels opzettelijk te s tor en, tenzij de s tor ing niet van wezenlijk e invloed is op de s taat van ins tandhouding van de des betr effende vogels oor t.
Ar t 3.5 lid 2 Het is ver boden dier en opzettelijk te ver s tor en.
Niet van toepas s ing
Niet van toepas s ing
Ar t 3.5 lid 5 Het is ver boden plantens oor ten in hun natuur lijk e ver s pr eidings gebied opzettelijk te pluk k en en te ver zamelen, af te s nijden, te ontwor telen of te ver nielen.
Ar t 3.10 lid 1c Het is ver boden plantens oor ten in hun natuur lijk e ver s pr eidings gebied opzettelijk te pluk k en en te ver zamelen, af te s nijden, te ontwor telen of te ver nielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 hectare of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2
Omgevingsverordening Gelderland
In de Omgevingsverordening Gelderland zijn het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene 10
Ontwikkelingszones (GO) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur binnen de begrenzing van het GNN alsmede weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. De Groene Ontwikkelingszone is ruimtelijk verweven met het GNN en hangt daar functioneel mee samen. In de Groene Ontwikkelingszone wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie.