CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kallenbroekerweg-Bielderweg_Toelichting_Bijlage 4 Ecologisch onderzoek uilen

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan “Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012” voor de locaties Kallenbroekerweg 151-153 en Bielderweg 3 in Barneveld3.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

● Bodemonderzoek ● Asbestonderzoek ● Ecologisch onderzoek ● Saneringen ● Milieutechniek ●

Hopman en Peters B.V. Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01

Datum: Onderwerp: Ons projectnummer: Uw kenmerk: Locatie:

13 juni 2024 Nader onderzoek steenuil en kerkuil P2400278

Landgoed het paradijs B.V. L. (Liedewij) Haver Droeze Woudenbergseweg 13 3935 ME Maarsbergen

Bielderweg 3 Barneveld

Geachte mevrouw Haver Droeze, Hierbij ontvangt u de rapportage van het door ons bureau uitgevoerde nadere onderzoek gericht op steenuil en kerkuil op de locatie aan Bielderweg 3 Barneveld. Inleiding Door Landgoed het paradijs B.V. is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader onderzoek gericht op steenuil en kerkuil aan Bielderweg 3 Barneveld. Aanleiding Uit het oriënterend veldonderzoek (ecologische QuickScan) blijkt dat nader onderzoek nodig is om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming. Aangezien in de QuickScan melding wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van steenuil, heeft de Omgevingsdienst De Vallei gevraagd om ten behoeve van de aanvraag voor de ontheffing Wnb c.q. omgevingsvergunning flora / faunaactiviteit en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan nader onderzoek te doen naar zowel Kerkuil als Steenuil. Met dit onderzoek wordt invulling gegeven aan die vraag. Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat de Wet natuurbescherming per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet. Dit heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de conclusies uit dit onderzoek. Wel is de terminologie gewijzigd van ontheffing in omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit. Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De planlocatie bestaat uit een voormalig boerderij (i.v.m.

instortingsgevaar eerder gesloopt) met vier gebouwen. Twee voormalige bedrijfsgebouwen/stallen, hooibergen en een bakhuis. Het plangebied bevindt zich aan de rand van Barneveld omgeven door grasvelden, weilanden en bomen. In de nabije omgeving zijn enkel boerderijen en natuur te vinden. Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De voorgenomen ingreep bestaat uit het slopen van de voormalige bedrijfsgebouwen bestaande uit 2 schuren en een hooiberg. De sloop van al deze gebouwen is als voorwaarde gesteld voor medewerking aan de wijziging van de bestemming. Ter plaatse van deze schuren zal een woning worden gerealiseerd. Naast het recent gebouwde bakhuis zal de hoeve, die reeds gesloopt is, worden herbouwd. De twee hooibergen oostelijk op het terrein zullen gesloopt worden en mogelijk (op een andere locatie) herbouwd worden als bijgebouw bij de nieuwe woningen. Ook wordt op het perceel ten westen van de boerderij nog een derde woning gebouwd.

Resultaten voorgaand onderzoek Tijdens de actualiserende ecologische QuickScan is een vaste rust- en verblijfplaats van de kerkuil vastgesteld in het gebouw waar de kerkuilenkast hangt. In ditzelfde gebouw waren braakballen en uitwerpselen te vinden. Ook zijn er twee kerkuilen aangetroffen in het gebouw. Gelet op de vastgestelde aanwezigheid van de kerkuilen, is door middel van naderonderzoek inzicht gekregen in de functie van de verblijfplaats voor kerkuilen. Op basis van een dergelijk onderzoek zijn adviezen gegeven. Mitigerende maatregelen zijn vooruitlopen op de aanvraag om ontheffing / omgevingsvergunning al uitgevoerd. Onderzoeksopzet De inventarisatiemethode is conform het soortinventarisatieprotocol steenuil (Athene noctua) (versie november 2023), dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en kennisdocument kerkuil (Tyto alba) en steenuil (Athene Noctua) opgesteld door BIJ12. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomer/voortplantingsbiotoop (territorium) en verblijfplaatsen en functionele leefomgeving.

Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten steenuil en kerkuil effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten, doordat het protocol is gevolgd, bestaat grote mate van juridische zekerheid dat is voldaan aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning, om na te gaan of soorten en functies van gebieden in het geding zijn. Het kan echter nooit worden uitgesloten dat verblijfsfuncties tijdens het onderzoek worden gemist, maar er is wel aan de onderzoeksinspanning voldaan. In het bijzonder wanneer de aanwezigheid van gebiedsfuncties of soorten wordt uitgesloten, zou een onderzoek volgens het protocol als juridisch voldoende moeten worden aangemerkt. Resultaten In onderstaande tabel zijn de omstandigheden per onderzoeksdag weergegeven: Tabel: omstandigheden onderzoek

Datum 2-22024 5-22024 17-22024 2-32024 29-52024

Soort Steenuil

Zonsopgang/ -ondergang 07:10 – 20:14

Steenuil / kerkuil (sporen zoeken) Steenuil

n.v.t.

Steenuil

06:05 – 21:05

Kerkuil

05:36 – 21:33

06:36 – 20:40

Tijd 20:4523:00 n.v.t.

Temperatuur 11 graden

Weersomstandigheden Bewolkt, droog, 4 Bft.

n.v.t.

n.v.t.

21:1523:00 21:3023:30 22:0023:00

17 graden 13 graden

Licht bewolkt, droog, 3 Bft. Helder, droog, 2 Bft.

18 graden

Bewolkt, droog, 3 Bft.

Resultaten onderzoek Tijdens het eerste veldbezoek zijn geen steenuilen waargenomen. Er is gebruik gemaakt van het afspelen van baltsroepen van steenuilen, hierop is geen reactie gehoord. Tijdens het twee veldbezoek is gezocht naar sporen van steenuilen en kerkuilen in het gebouw waar de kerkuilenkast hangt. Binnen het gebouw zijn veel braakballen en veren van kerkuilen aangetroffen. Daarnaast is er in het gebouw zelf een kerkuilenpaar aangetroffen waardoor geconcludeerd kan worden dat het als verblijfplaats dient voor deze laatste soort. De kans dat steenuilen en kerkuilen gebruik maken van hetzelfde 2 Bielderweg 3 Barneveld 13 juni 2024

gebouw is klein, maar wel aanwezig. De aanwezigheid van steenuilen kan daardoor nog niet worden uitgesloten na deze bevindingen. Tijdens de derde en vierde ronde is onderzoek gedaan op dezelfde manier als tijdens de eerste ronde. Ook tijdens deze rondes zijn geen steenuilen waargenomen. Op grond van deze uitkomsten kan de aanwezigheid van de steenuil wel worden uitgesloten. De aanwezigheid van een nest van een kerkuil kan als volgt worden aangetoond (territoriumkartering BMP Sovon): - Er is een bezet nest - Er is minimaal één waarneming in de periode van 1 februari tot en met 31 augustus van: - Een paar in broedbiotoop - Territoriaal gedrag: een krijsende vogel. Dit kan het hele jaar zijn, maar vooral februari en maart - bedelende jongen: dit is doorgaans vanaf juni De aanwezigheid van kerkuilen was in principe al vastgesteld maar ter verduidelijking is een vierde ronde uitgevoerd. Tijdens deze ronde is territoriaal gedrag van een kerkuil aangetroffen. Deze kerkuil is meerdere keren ‘krijsend’ binnen het plangebied aangetroffen en de bomen ingevlogen langs het plangebied. Door deze bevindingen kan de aanwezigheid van een nest van een kerkuil worden aangetoond en is verder naderonderzoek niet nodig. Toetsing aan wet- en regelgeving Steenuil en kerkuil kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn daarom sterk afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen.

Vanuit de omgevingswet geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij vogels (artikel 3.1, lid (1,2,3,4) Wet natuurbescherming). Het gaat om vogels die in Nederland in het wild leven en daar van nature voorkomen. Het gaat dus niet om vogels die in gevangenschap zijn geboren, gefokte vogels of ontsnapte vogels die zijn verwilderd. Onder schadelijke handelingen bij vogels vallen: - Het opzettelijk doden of vangen ervan - Het opzettelijk vernielen of beschadigen van hun nesten, rustplaatsen of eieren - Het opzettelijk wegnemen van hun nesten - Het rapen en onder zich hebben van hun eieren - Het opzettelijk storen ervan Indien men door werkzaamheden één of meerdere van bovenstaande verboden gaat (of verwacht) te overtreden dient een vergunning te worden aangevraagd bij de desbetreffende provincie.

Een vergunning wordt in principe enkel verleend als de werkzaamheden: - In het belang van volksgezondheid of openbare veiligheid zijn - In het belang van de veiligheid van luchtverkeer zijn - Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren zijn - Ter bescherming van flora of fauna is - Voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten is - Niet leiden tot een verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort Bron: Overheid.nl Andere mogelijke oplossingen Een andere mogelijke oplossing is om het gebouw te laten zoals het is. Op die manier blijft de kerkuilenkast behouden en zal het kerkuilenpaar niet beïnvloed worden. Echter is de sloop als voorwaarde gesteld voor bestemmingswijziging, waarbij ook natuurmaatregelen worden genomen ter verbetering van het habitat.

3 Bielderweg 3 Barneveld 13 juni 2024

Daarnaast zullen de gebouwen, gebouwd en ingericht ten behoeve van de agrarische activiteiten, niet langer functioneel zijn. Om de gebouwen in deze (technisch zeer slechte) staat te laten is niet realistisch vanwege dat ze op de huidige manier niet meer in gebruik kunnen worden genomen en de staat ervan alleen maar zal verslechteren. Uiteindelijk zullen de gebouwen vanzelf ongunstig worden voor het verblijf van de kerkuil. Daarnaast is het behouden van de huidige bebouwing niet mogelijk, aangezien sloop in het functieveranderingsbeleid als voorwaarde is gesteld voor medewerking aan de beoogde ontwikkeling. Onderdeel daarvan is ook het versterken van het landschap en de natuurwaarden op het landgoed. Belang van de werkzaamheden De werkzaamheden worden uitgevoerd in het belang van openbare veiligheid en ter bescherming van de flora en fauna. De te slopen schuur is erg vervallen en zal gerenoveerd óf gesloopt moeten worden. Indien dit niet gebeurt, zal op een keer de schuur instorten. In dit geval is ervoor gekozen om de schuur te slopen. Staat van instandhouding Door de sloop van de gebouwen gaat een vaste rust- en verblijfplaats verloren die de kerkuil al geruime tijd in gebruik heeft. Dit heeft effect op het koppel kerkuilen die hier gebruik van maken en de overlevingskans van eventueel nageslacht.

De kerkuil is zeer honkvast en blijft het hele jaar en zijn hele leven in de buurt van zijn leefgebied. In zijn leefgebied maakt de kerkuil gebruik van een aantal vaste plekken als nest of rustplaats die op enkele honderden meters van elkaar kunnen liggen. Kerkuilen zijn in staat om nieuwe nestplekken in de directe omgeving te vinden en te accepteren, als dat nodig is. Het is belangrijk dat deze alternatieven zich op donkere plekken bevinden. Een leefgebied varieert van 60 hectare tot 1200 hectare. Door het aanbieden van twee nieuwe verblijfplaatsen voor elke verloren verblijfplaats én deze in de buurt van de oude verblijfplaats te plaatsen blijft een gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. De nieuwe verblijfplaatsen zijn op ca. 250 meter en ca. 100 meter van het oude verblijf geplaatst. De nieuwe locaties zullen verglijkbaar zijn met de oude en voldoen aan de eisen volgens kennisdocument van BIJ12 van de kerkuil. Conclusies en aanbevelingen Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de aanwezigheid van de steenuil in het plangebied kan worden uitgesloten. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het plangebied door de kerkuil wordt gebruikt als foerageergebied. Tevens wordt één van de (te slopen) schuren gebruikt als vaste verblijf- en voortplantingsplaats.

Aangezien met de sloop van de schuur ook de vaste verblijfs- en voortplantingsplaats verloren zal gaan, moet toestemming worden gevraagd voor een flora en fauna activiteit met het oog op het slopen van de schuur. Het slopen van het gebouw met de kerkuilenkast zal leiden tot negatieve effecten op de aanwezige kerkuilen. Om deze negatieve effecten te kunnen verantwoorden zullen compenserende en mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Dit wordt beschreven in een activiteitenplan en een werkprotocol.

4 Bielderweg 3 Barneveld 13 juni 2024

Indien u naar aanleiding van dit rapport vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.

Met vriendelijke groet, Hopman en Peters Q. (Quinn) Meijer Gecontroleerd door: B. (Barbara) Achterberg Contactpersoon / projectleider: Q. (Quinn) Meijer

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

TOELICHTING ZORGPLICHT BESLUIT ACTIVITEIT LEEFOMGEVING VERKLARENDE WOORDENLIJST

5 Bielderweg 3 Barneveld 13 juni 2024

BIJLAGE 1

TOELICHTING ZORGPLICHT BESLUIT ACTIVITEIT LEEFOMGEVING

Zorgplicht De tekst van artikel 11.27 van Besluit activiteit leefomgeving, waarin de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende planten en dieren is vastgelegd, luidt als volgt: 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijkemaatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk be perkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Deze plicht treft dus niet alleen de dieren en planten die zijn vermeld op de lijsten behorend bij de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, de Conventies van Bern en Bonn of artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De plicht houdt zoveel in dat een ieder die weet, kan weten, vermoedt of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten in het wild levende dieren of planten nadelige gevolgen kunnen ondervinden, zijn handelen of nalaten moet aanpassen ter voorkoming, beperking of ongedaan making van die gevolgen, zoals beschreven in lid 2 van het zorgplichtartikel. Onder nadelige gevolgen dient hierbij niet alleen de dood of verwonding van dieren dan wel de vernieling of beschadiging van planten te worden verstaan. Dit verplicht de initiatiefnemer van ruimtelijke ingrepen of andersoortige activiteiten ertoe om voorafgaande aan de uitvoering of realisatie zich op de hoogte te stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid van die natuurwaarden en van de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor die natuurwaarden. Dit vereist zorgvuldigheid van de initiatiefnemer. Hij dient ook al bij de voorbereiding van zijn handelingen oog te hebben voor de bescherming van de natuurwaarden en tijdens de uitvoering en realisatie steeds een focus te hebben op voorkoming of ongedaan making van nadelige effecten op die natuurwaarden.

BIJLAGE 2

VERKLARENDE WOORDENLIJST

Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgmente Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wan- neer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat vol- doet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of op- gaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Omgevingswet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïso leerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming.

De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudings- doelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door steenuil en kerkuil wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats

Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=bdf47d0f-1400-439c-83c1-b96e7f159b61