CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kallenbroekerweg-Bielderweg_Toelichting_Bijlage 3 Ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan “Kallenbroekerweg-Bielderweg, partiële herziening Buitengebied 2012” voor de locaties Kallenbroekerweg 151-153 en Bielderweg 3 in Barneveld4.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Flora- en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Eqosens-nl ecologisch advies Lathum

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Colofon: © 2021 Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum Advies en veldwerk: W.C. Knol Opdrachtgever: BV Landgoed Erica Projectnummer: 2021-27 Oktober 2023

2

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving.................................................................................................. 4 1.2.1. Beschermde soorten ............................................................................................................. 4 1.3.1. Beschermde gebieden ........................................................................................................... 6 2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen ................................................................................................ 7 3 Werkwijze en resultaten .................................................................................................................... 13 3.1 Werkwijze .................................................................................................................................... 13 3.2 Resultaten....................................................................................................................................

13 3.2.1 Beschermde plant- en diersoorten....................................................................................... 13 3.2.2 Beschermde gebieden .......................................................................................................... 15 4 Toetsing en beoordeling ..................................................................................................................... 16 5 Conclusies ........................................................................................................................................... 20

3

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er ligt het voornemen om op het erf van de boerderij Bielderweg 3 in Terschuur over te gaan tot sloop, renovatie en bouw van opstallen. Met deze flora- en faunacheck wordt nagegaan of deze maatregelen effecten zouden kunnen hebben op wettelijk beschermde plant- en diersoorten. In deze rapportage worden de resultaten hiervan beschreven. De volgende vragen zijn geformuleerd: 1. Komen er wettelijk beschermde plant- en diersoorten voor op de plek van de maatregelen? 2. Zijn er mogelijke (significant) negatieve effecten van de maatregel op deze soorten? 3. Zo ja, op welke wijze zijn eventuele negatieve effecten door de voorgenomen ingreep te voorkomen, te beperken of eventueel te mitigeren of compenseren? 4. Is er een ontheffing van de Wnb noodzakelijk, zo ja voor welke soorten en onder welke voorwaarden? 5. Heeft de maatregel effect op beschermde gebieden? 6. Is nader ecologisch onderzoek gewenst?

1.2 Wettelijk kader natuurwetgeving 1.2.1. Beschermde soorten De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt een aantal kwetsbare plant- en diersoorten en gebieden en is de juridische basis voor de bescherming hiervan. De doelstelling van deze wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de Wnb is ‘nee, tenzij’. Naast de soortenbescherming is er in de wet ook sprake van bescherming van gebieden via de Habitatrichtlijn. De Wnb maakt onderscheid tussen soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn en soorten, die bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het verdrag van Bonn. Soorten uit beide categorieën vallen onder een strikt beschermingsregime. Daarnaast voorziet de wet in een algemener beschermingsregime voor andere (nationale) soorten (bijlage A van de Wnb). Ook kunnen provincies aanvullend een eigen lijst aanleggen van beschermde soorten. Ieder beschermingsregime kent een eigen afwegingskader waarmee wordt bepaald of een activiteit vergunningplichtig is. De zorgplicht is opgenomen in artikel 1.11 Wnb, dat voorziet in een algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten in hun directe leefomgeving. 4

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten. Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn handelen. De zorgplicht dient (mede) als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wn geen specifiek verbod geldt. De verbodsbepalingen zijn neergelegd in artikel 2.7 (Natura 2000), 3.1 (Vogelrichtlijn), 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn) en 3.10 (nationale soorten) Wnb. In artikel 3.8 van de wet is ook bepaald in welke gevallen GS ontheffing of vrijstelling kunnen verlenen. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn zijn in de wet de wet de toetsingsgronden overgenomen uit die richtlijnen. Voor die soorten kan ontheffing of vrijstelling uitsluitend worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:  

er bestaat geen andere bevredigende oplossing; de ontheffing is nodig in het kader van een groot maatschappelijk belang, waarbij voor soorten uit de Habitatrichtlijn ook ontheffing mogelijk is vanwege redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Voor soorten die bescherming genieten op grond van de Vogelrichtlijn kan op deze grond géén ontheffing worden verleend. Veelal is er een andere bevredigende oplossing beschikbaar door een project of handeling buiten het broedseizoen uit te voeren. In dat geval is veelal geen sprake meer van het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 Wnb; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Voor de algemene soorten geldt een lichter beschermingsregime en kan ook ontheffing worden verleend in het kader van onder meer ruimtelijk inrichting of ontwikkeling van gebieden. Gelet op de zware bescherming in de Wnb van vleermuizen wordt hier expliciet bij stilgestaan. Vleermuizen vallen onder het zwaarste beschermingsregime van de Wnb (strikt beschermde soorten op grond van bijlage IV van de Habitatrichtlijn). Ze mogen niet worden gedood, gevangen, opzettelijke verstoord of verwond. Ook zijn hun vaste voortplantings -of rustplaatsen wettelijk beschermd, en deze mogen niet worden aangetast of vernietigd. De reden van dit strenge regime ligt onder meer in de trage voortplanting van vleermuizen, de zeldzaamheid van sommige soorten en de kwetsbaarheid van specifieke functies die verblijfplaatsen kunnen hebben. Te denken valt aan massale winterverblijven of (grote) kraamkolonies. Onder het begrip ‘voortplantingsplaatsen en vaste rustplaats’ worden ten aanzien van vleermuizen de volgende functieplekken verstaan:      

5

overwinteringsplaats voortplantingsplaats (kraamkolonie) vaste zomer- of tussenverblijfplaats paarplaats belangrijke, functionele vliegroute belangrijk, functioneel foerageergebied

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

De genoemde vaste rust- of verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd, dus ook in de periode(n) van het jaar dat vleermuizen er geen gebruik van maken. Wel geldt dat die plaatsen met enige regelmaat door de vleermuizen moeten worden gebruikt. Een plaats die incidenteel door een vleermuis is gebruikt, wordt niet gezien als vaste rust- of verblijfplaats. 1.3.1. Beschermde gebieden De planlocatie ligt op grote afstand en buiten de invloedsfeer van N2000 gebieden. Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op meer dan 6km. De locatie ligt ook buiten het Nationaal Natuurwerk (NNN), maar wel in de nabijheid hiervan. Hierdoor is toetsing op externe werking relevant.

6

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

2 Planlocatie en voorgenomen ingrepen In figuur 1 is de planlocatie weergegeven. Deze locatie ligt aan de Bielderweg 3 in Terschuur. Het gaat hier om een voormalige boerderij waarvan de hoeve om veiligheidsredenen reeds is gesloopt, een recent herbouwd bakhuis (D), een erf en een aantal voormalige bedrijfsgebouwen/stallen (A en B). Aan de westzijde van het erf ligt een perceel grasland waar een derde woning is gepland. Dit grasland bestaat momenteel uit voedselrijke ruigte. Op het erf staan drie gebouwen (bakhuis en 2 voormalige stallen / schuren) en twee hooibergen. Ook ligt hier een recent aangeplante boomgaard. Ten zuiden van de boomgaard en de hooibergen (C) ligt eveneens een voedselrijk verruigd grasland. Pal ten westen van het erf ligt een eikenlaan die uit enkele wat dikkere eiken bestaat. De voorgenomen ingreep bestaat uit het slopen van de voormalige stallen/schuren. Naast het recent herbouwde bakhuis zal de hoeve (in een kleiner volume) worden herbouwd. Ter plaatse van de voormalige schuren wordt een tweede woning gerealiseerd. Op het westelijk graslandje is voorzien in de realisatie van een derde nieuwe woning. De twee hooibergen zullen worden herbouwd. Het puin wordt van het terrein verwijderd. Op het moment van opname was er sprake van tijdelijke opslag van grond en materialen op het erf en in de gebouwen.

B C A

D

Figuur 1. Planlocatie

7

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Figuur 2 Gebouw A (voormalige stal)

8

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

9

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Figuur 3 Gebouw B (voormalige stal) met uilenkast

Figuur 4 Gebouw B binnenzijde

10

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Figuur 5 De twee hooibergen (C) en recente boomgaard

Figuur 6 Gebouw D (voormalig bakhuis)

11

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Figuur 7 westelijk voedselrijk en verruigd grasland

Figuur 8 Eikenlaan

Figuur 9 oostelijk verruigd grasland en gebouw D (voormalig bakhuis).

12

Advies natuur en landschap

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

3 Werkwijze en resultaten 3.1 Werkwijze Op 22 oktober 2021 is de planlocatie bezocht en geïnventariseerd op het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor is de locatie uitvoerig bekeken en zijn de gebouwen, bouwwerken en bomen met verrekijker en zaklamp zo goed als mogelijk onderzocht op de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten, sporen daarvan, de aanwezigheid van jaarrondnesten, boomholten, wissels, mestplekken, prooiresten en dergelijke. Voor onderzoek naar vleermuizen is vanwege de eenvoudige structuur van de gebouwen en bouwwerken louter een visuele inspectie naar mogelijke verblijfplaatsen uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek in 2021 was er door werkzaamheden en regen sprake van een modderig erf en plangebied (zie foto omslag). Dit waren ideale omstandigheden voor het speuren naar prenten van zoogdieren. Op 8 juli 2022 is n.a.v. vragen van de Omgevingsdienst Gelderland aanvullend onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van een kerkuil in een uilenkast en het eventueel voorkomen van de steenuil. Hierbij is gebruik gemaakt van een inspectiecamera en warmtebeeldcamera en is nog eens gekeken naar het eventueel voorkomen van broedvogels en sporen en prooiresten van zoogdieren. Ook is toen in het overige deel van het plangebied nog eens gezocht naar de aanwezigheid van beschermde soorten of sporen daarvan.

In 2023 is de rapportage aangepast en op onderdelen verduidelijkt. Ook zijn toen waarnemingen van bewoonde en onbewoonde burchten in de omgeving opgevraagd bij de Vereniging Das en Boom.

3.2 Resultaten 3.2.1 Beschermde plant- en diersoorten Planten Op het erf en in het overige plangebied zijn geen wettelijk beschermde plantensoorten aangetroffen. Dit was ook niet te verwachten vanwege het – tot vrij recent - intensieve gebruik en het voedselrijke karakter van de bodem. Er zijn louter soorten van vochtige ruigten aangetroffen. Op de gebouwen zijn geen muurplanten- of -varens aangetroffen. Zoogdieren Vleermuizen Op en rond de planlocatie zijn geen sporen of potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het is niet waarschijnlijk dat de gebouwen als zomer- of winterverblijfplaats of kraamplek fungeren voor vleermuizen. Er komen geen spouwmuren of geïsoleerde muren en daken voor. Ook achter de houten beplatingen zijn geen vleermuizen aangetroffen of sporen daarvan. Het binnenklimaat is ongeschikt voor deze diergroep. In de eikenlaan zijn in de zomereiken geen boomholten aangetroffen waar eventueel vleermuizen zouden kunnen voorkomen.

13

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Wel is het waarschijnlijk dat er langs de eikenlaan en wellicht ook op het erf af en toe foeragerende vleermuizen kunnen voorkomen vanuit de bossen en houtwallen in de omgeving. Het landschap waarvan het erf deel uitmaakt, is kleinschalig met veel bosranden en dus in beginsel erg geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Elders op het landgoed en in de omgeving komen oudere beuken voor met holten, die vermoedelijk wel geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Overige zoogdieren Er zijn geen (verse) prooiresten, prenten of uitwerpselen van een boom- of steenmarter of andere marterachtigen (bunzing, wezel of hermelijn) aangetroffen. Er zijn ook geen verblijfplaatsen van marterachtigen aangetroffen zoals steenhopen, oude houtstapels of holen. Ook van andere beschermde zoogdieren is de aanwezigheid niet vastgesteld. Navraag bij de Stichting Das en Boom heeft geleerd dat in de wijde omgeving van het plangebied diverse bewoonde dassenburchten zijn aangetroffen. De burchten bevinden zich op respectievelijk circa 100 meter ten westen en ongeveer 150m ten zuidwesten van de planlocatie. Iets verder weg bevindt zich, op 250 meter ten noordwesten van de planlocatie, ten noorden van de Kleine Barneveldse beek, een derde burcht langs de beek die in 2020 nog belopen was.

Een vierde burcht die in 2020 bewoond was, ligt op 600 meter ten westen van de planlocatie pal ten noorden van de (grote) Barneveldse beek. Desondanks zijn op het erf zelf en ook elders in het plangebied echter geen sporen van dassen aangetroffen zoals wissels, graafplekken, uitwerpselen, haren in prikkeldraad of pootafdrukken. Ook tijdens het terreinbezoek op 8 juli 2022 werden geen waarnemingen of sporen van dassen en andere marterachtigen of andere beschermde zoogdieren waargenomen. Vogels In gebouw B hangt een nestkast voor een kerkuil. Hier is in 2021 ook een aantal braakballen en veren van een kerkuil aangetroffen tussen opgeslagen materialen. Mogelijk lag er ook 1 braakbal van een steenuil. Op 8 juli 2022 is de kast met een inspectiecamera en warmtebeeldcamera bekeken en werd er geen kerkuil aangetroffen of broedgeval vastgesteld. Ook zijn er toen geen braakballen of andere sporen (veertjes) van steenuilen waargenomen. Er zijn in of aan de gebouwen geen andere nesten aangetroffen van vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn zoals huismus, ringmus, boerenzwaluw of huiszwaluw. In de zomereiken zijn geen holenbroeders aangetroffen. Ook zijn er in en rond de gebouwen en bouwwerken geen broedvogels aangetroffen waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn.

Overige diersoorten In de wijdere omgeving van het plangebied komen ringlang, gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander en groene kikker (s.l.) voor. Er zijn geen aanwijzingen dat de planlocatie gebruikt wordt als permanente verblijfplaats of als voortplantingsgebied voor reptielen of amfibieën. Er is op het erf geen open water aanwezig en het intensieve gebruik van erf en de ruigtes (ploegen) maakt het plangebied ongeschikt voor deze soortengroepen. Wellicht komen amfibieën incidenteel voor op doortrek. 14

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Er zijn geen beschermde insecten aangetroffen. Ze zijn hier ook niet te verwachten gezien het intensieve gebruik en onnatuurlijke milieu. 3.2.2 Beschermde gebieden Er komen geen Natura2000 gebieden voor in de wijde omgeving. Het Natura2000 gebied Veluwe ligt op meer dan 6 km afstand. Het plangebied ligt net buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) in een gebied dat is aangeduid als Groene ontwikkelingszone (GO). In figuur 16 is de ligging hiervan aangegeven.

Figuur 10. Ligging van het Gelders Natuurnetwerk en plangebied.

15

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

4 Toetsing en beoordeling 4.1 Natura 2000 gebieden De voorziene ingrepen hebben geen externe werking op Natura200 gebieden in de omgeving. Deze liggen op te grote afstand (Veluwe, Arkemheen, Rijntakken) voor een ecologische relatie, terwijl er ook geen soorten op de planlocatie voorkomen waarvoor deze Natura2000 gebieden zijn aangewezen. 4.2 Gelders Natuurnetwerk (GNN) De planlocatie ligt net buiten het GNN. Hiervoor geldt geen toets op externe werking. Wel geldt op grond van jurisprudentie (ABRvS 21 september 2016, ECLI:NL:RS:2016:2508) dat ook bij ruimtelijke ontwikkelingen buiten het NNN in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ gewaarborgd dient te zijn dat deze niet tot nadelige gevolgen voor het NNN leiden. Gelet op het feit dat het perceel al een woonbestemming heeft, en het beperkte aantal woningen dat wordt toegevoegd op deze locatie en de bestaande, relatief hoge betredingsdruk van het gebied, kunnen nadelige gevolgen voor het NNN als gevolg van 2 extra woningen op voorhand worden uitgesloten. Er worden geen nieuwe (ontsluitings)wegen aangelegd, het aantal extra verkeersbewegingen en het aantal extra bewoners is zeer beperkt. De planlocatie ligt wel binnen de Groene Ontwikkelingszone.

In een bestemmingsplan die betrekking heeft op gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied. Voor de Groene Ontwikkelingszone ter hoogte van de Bielderweg zijn de volgende kernkwaliteiten opgesteld: -

Kleinschalig kampen- en heideontginningslandschap met veel hoogwaardige natuur Schakel in de verbinding tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug Verbindingen langs de Barneveldse Beek voor o.a. das, amfibieën en reptielen, vissen Parel Erica/Kleine Barneveldse Beek: natte heide, natuurlijke beek met beekbegeleidend bos Plaatselijk natte elementen en kwel Cultuurhistorische waarden van o.m. oude ontginningen en boerderijen; bijzonder verkavelingspatroon bij Kallenbroek Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir Plaatselijk nog rust, ruimte, duisternis

Daarnaast zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld.

16

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone -

Ontwikkeling ecologische verbinding Esvelder Beek - Barneveldse Beek: singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap Vermindering barrièrewerking A1en A30 en N802 Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (o.a. landgoedelementen) en beheersvormen Ontwikkeling van het kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels, beken en (schrale) graslanden

De voorgenomen maatregelen hebben geen negatief effect op zowel de kernkwaliteiten van het ontwikkelingsgebied als op de ontwikkelingsdoelen. Als onderdeel van het plan zijn – ter compensatie van het tekort aan sloopmeters - natuurmaatregelen voorzien die de kernkwaliteiten van het gebied versterken. 4.3 Effecten op soorten Zoogdieren Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op wettelijk beschermde zoogdiersoorten. Vleermuizen. Het is niet uit te sluiten dat het erf af en toe wordt gebruikt door foeragerende vleermuizen. Het rijtje zomereiken is geen doorlopende bomenrij die bosstructuren met elkaar verbindt en zal daarom ook geen rol spelen als migratieroute voor vleermuizen. De foerageerfunctie zal marginaal zijn en geen significant deel uitmaken van de functionele leefomgeving van vleermuizen. Er zijn immers in de directe omgeving vele kilometers aan aaneengesloten bosranden en opgaande houtwallen en singels aanwezig die als optimaal foerageergebied voor vleermuizen gelden. De rij eiken blijft behouden en wordt in de toekomst aangevuld met bomen, waardoor deze in kwaliteit zal toenemen als ‘lijnelement’. De conclusie is dat de planlocatie geen significant deel uitmaakt van de functionele leefomgeving van vleermuizen. Dassen Voor de das geldt dat er op binnen een straal van 600 meter afstand rond het plangebied vier belopen burchten zijn vastgesteld.

De dichtstbijzijnde burcht bevindt zich op circa 100 meter van het plangebied. Het is dan ook waarschijnlijk dat de omgeving van het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied. Omdat de planlocatie op twee momenten nauwgezet is onderzocht op dassensporen, met een negatief resultaat, is het niet waarschijnlijk dat de planlocatie van grote betekenis is als foerageergebied voor dassen van beide burchten en dus geen deel uitmaakt van de functionele leefomgeving. Immers sporen van graafputjes zijn langere tijd goed herkenbaar. Dat geldt ook voor haren van dassen in prikkeldraad en wissels.

17

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

Aangrenzend aan beide burchten is nog minstens 400 hectare geschikt foerageergebied aanwezig waarvan geen andere burchten bekend zijn. De conclusie is dat het plangebied geen significant deel uitmaakt van de functionele leefomgeving van dassen en dat er een zeer ruim areaal aan geschikt foerageergebied in de omgeving van beide burchten aanwezig is. Ook zijn er geen wissels of pijpen die direct van de burcht naar de planlocatie of directe omgeving lopen. Ook ligt er bosbeplanting tussen de burcht en de planlocatie, waardoor er vanuit de burcht geen zichtverbinding is met de planlocatie. De planlocatie ligt ook ten zuidoosten van de burcht waardoor er rond de burcht een geringe kans is op geluidsoverlast vanuit de overheersende windrichting. Tot slot loopt er een recreatieve route op enkele tientallen meters langs de burcht waardoor de aanwezige dassen gewend zijn aan onregelmatige ‘verstoringen’ door wandelaars met of zonder honden, ruiters, fietsers of andere vormen van recreatief gebruik. Gesteld kan worden dat er sprake is van een zekere gewenning aan menselijke activiteiten op korte afstand tot de burcht. Gelet op de verstoringszone van 50m die wordt genoemd in het Kennisdocument Das kan een verstorend effect van maatregelen in het plangebied op de dichtstbijzijnde burchten op 100 respectievelijk 150 meter afstand gedurende de dagperiode dan ook worden uitgesloten.

Voor de nachtperiode geldt echter een verstoringszone van 200 meter. De overige twee belopen burchten liggen buiten deze zones. Om negatieve effecten op de das uit te kunnen sluiten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen, worden de volgende mitigerende maatregelen geadviseerd:  

het werkgebied zal direct voorafgaand aan de start van de eerste werkzaamheden door een ecoloog worden naverkend om er zeker van te zijn dat er geen dassen aanwezig zijn; de werkzaamheden zullen tussen zonsopgang en zonsondergang (niet later dan 19.00u) worden uitgevoerd in een zodanig tempo dat de das kan wegvluchten richting een open kant; werkzaamheden die lawaai of trillingen kunnen veroorzaken, zullen worden uitgevoerd buiten de meest kwetsbare periode, dat wil zeggen buiten de voortplantingsperiode (december – juni). Een dassendeskundige kan hier nader over adviseren.

Mits bovenstaande maatregelen in acht worden genomen kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van verstoring van de dassenburchten. Vogels Er zijn behalve van de kerkuil, geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen. Er kon niet worden vastgesteld of de kerkuil ook in de kast broedt. Het geringe aantal braakballen in de schuur wijst niet op het broeden. Toch valt de nestkast onder het regime van jaarrond beschermde nesten. Het weghalen daarvan hoeft niet bezwaarlijk te zijn wanneer er in een van de andere gebouwen tijdig een alternatieve nestlocatie wordt aangebracht, ruim voor het broedseizoen (vroeg in het najaar). Deze kast moet dan wel vrij toegankelijk zijn. Bij hoge uitzondering broeden kerkuilen buiten gebouwen in een holle boom. 18

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

De voorkeurslocatie voor een vervangende broedgelegenheid is die in een van de (bij)gebouwen op het erf. Maar dat kan een gebouw of bouwwerk zijn ook op iets grotere afstand van het erf, tot maximaal 500 meter. Ook hooibergen, duiventillen en andere bouwwerken zijn hiervoor geschikt mits de kast op voldoende hoogte (minimaal 4 meter) wordt geplaatst. Anders dan bij steenuilen zullen nestkasten voor kerkuilen in bomen wat minder in trek zijn door concurrentie met kauwen en holenduiven. Toch zijn er voorbeelden van succesvolle boomkasten voor kerkuilen. Van de steenuil is het onaannemelijk dat deze de gebouwen als rustplaats gebruikt. Kerkuil en steenuil gaan niet samen in hetzelfde gebouw. Conclusie: De schuur wordt door de kerkuil min of meer gebruikt als vaste verblijfplaats. Omdat in de uilenkast ook een aantal braakballen werd aangetroffen is er een kans dat de kerkuil hier in de toekomst ook zou kunnen gaan broeden. Er is hier sprake van een jaarrond beschermde nestplaats. Het verwijderen van een vaste rust- of voortplantingsplaats valt onder de verbodsbepaling die is opgenomen in artikel 3.1 lid 2 Wnb, zodat hiervoor een ontheffing moet worden aangevraagd als bedoeld in artikel 3.3 lid 1 Wnb. Met betrekking tot de steenuil geldt dat er sporen zijn aangetroffen die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van deze soort in of rond het plangebied.

Aangezien (de omgeving van) het plangebied in beginsel een geschikt habitat vormt voor de steenuil wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van steenuil in het plangebied uit te kunnen sluiten. Aangezien (de omgeving van) het plangebied in beginsel een geschikt habitat vormt voor de steenuil wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van steenuil in het plangebied uit te kunnen sluiten. Dit onderzoek kan worden gecombineerd met het onderzoek de kerkuil dat nodig is voor de ontheffingsaanvraag. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de daarvoor geldende protocollen en richtlijnen zoals beschreven in het Kennisdocument Kerkuil c.q. Kennisdocument Steenuil van BIJ12. Tevens wordt geadviseerd om tijdig een alternatieve nestlocatie aan te brengen op of rond de planlocatie zodat de kerkuil kan wennen aan een mogelijke nieuwe verblijfsplaats. Deze dient bij voorkeur te worden geplaatst in een gebouw of bouwwerk op minimaal 4 meter hoogte. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van boomkasten wordt aanbevolen om er twee te plaatsen om het succes te vergroten. Overige soorten Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op wettelijk beschermde amfibieën, reptielen of insecten

19

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

5 Conclusies 1- Er is geen negatief effect van de voorgenomen maatregelen op beschermde Natura2000 gebieden of het Nationale Natuurnetwerk te verwachten. Ook de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de groene ontwikkelingszone worden niet aangetast; 2- Het plangebied en de gebouwen, die daar deel van uitmaken, zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied maakt mogelijk marginaal deel uit van een veel groter foerageergebied; 3- Er zijn in het plangebied geen waarnemingen van dassen gedaan of sporen daarvan gevonden. Er zijn hier geen migratieroutes vastgesteld. Het is daardoor niet waarschijnlijk dat het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied. De dichtstbijzijnde bewoonde dassenburchten bevindt zich op circa 100 respectievelijk 150 meter van het plangebied. Beide burchten liggen buiten de gehanteerde verstoringsafstanden van 50 meter voor de dagperiode, voor de nacht geldt echter een verstoringszone van 200 meter. Aangezien het gebied recreatief wordt gebruikt en de paden zich op kortere afstand tot de burchten bevinden dan het plangebied, is sprake van een zekere gewenning aan menselijke activiteiten op korte afstand tot de burcht. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de activiteiten in het plangebied zullen leiden tot verstoring van de burchten.

Om negatieve effecten op de das uit te kunnen sluiten en overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen, worden de volgende mitigerende maatregelen geadviseerd: o het werkgebied zal direct voorafgaand aan de start van de eerste werkzaamheden door een ecoloog worden na-verkend om er zeker van te zijn dat er geen dassen aanwezig zijn; o de werkzaamheden zullen tussen zonsopgang en zonsondergang (niet later dan 19.00u) worden uitgevoerd in een zodanig tempo dat de das kan wegvluchten richting een open kant; o werkzaamheden die lawaai of trillingen kunnen veroorzaken, zullen worden uitgevoerd buiten de meest kwetsbare periode, dat wil zeggen buiten de voortplantingsperiode (december tot en met juni). Een dassendeskundige kan hier nader over adviseren. 4- Van de vogels is er alleen van de kerkuil een bewoond jaarrond beschermd nest aangetroffen in de vorm van een nestkast. Het broeden van de kerkuil is onzeker. Het verwijderen van de bewoonde nestkast is strijdig met de bepaling in de Wnb zodat hiervoor ontheffing moet worden aangevraagd. Met betrekking tot de steenuil geldt dat er sporen zijn aangetroffen die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van deze soort in of rond het plangebied.

Aangezien (de omgeving van) het plangebied in beginsel een geschikt habitat vormt voor de steenuil wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van steenuil in het plangebied uit te kunnen sluiten. Dit onderzoek kan worden gecombineerd met het onderzoek de kerkuil dat nodig is voor de ontheffingsaanvraag.

20

Eqosens-nl

Advies natuur en landschap

Flora en faunacheck Bielderweg 3, Terschuur

5-

6-

78-

21

Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de daarvoor geldende protocollen en richtlijnen zoals beschreven in het Kennisdocument Kerkuil c.q. Kennisdocument Steenuil van BIJ12. Tevens wordt geadviseerd om tijdig een alternatieve nestlocatie aan te brengen op of rond de planlocatie zodat de kerkuil kan wennen aan een mogelijke nieuwe verblijfsplaats. Deze dient bij voorkeur te worden geplaatst in een gebouw of bouwwerk op minimaal 4 meter hoogte. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van boomkasten wordt aanbevolen om er twee te plaatsen om het succes te vergroten; Er zijn geen beschermde reptielen, amfibieën of insecten aangetroffen in het plangebied of sporen daarvan. Ze zijn daar ook niet te verwachten gezien het (ongeschikte) intensieve gebruik van het erf en de planlocatie Bij de sloop van de gebouwen of werkzaamheden dient het voorzorgsprincipe uit de Wnb te worden gehanteerd. Wanneer sloop plaatsvindt tussen 15 maart en 15 juli zal er voorafgaand aan de sloop een inspectie moeten plaatsvinden op de aanwezigheid van broedende vogels. Een ontheffing hiervoor is niet mogelijk; Met bovenstaande voorzorgmaatregelen worden de verbodsbepalingen uit de Wnb niet overtreden. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd; Nader ecologisch onderzoek naar het voorkomen van wettelijk beschermde plant- en diersoorten op deze locatie is niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f2f46e4b-e14d-41f7-9339-c370a4f8b9f8