CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2027-2030

Commissie Bestuur 25 juni 2026, gemeente BarneveldBij agendapunt: Raadsagenda: Kaderbrief 2027-20305.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2027-2030

Inhoudsopgave

1. Aanbieding

1

2. Inleiding en beslispunten

4

3. Ontwikkelingen

5

Sociale opgaven Fysieke opgaven Organisatorische opgaven

4. Financieel meerjarenperspectief 2027-2030

9

6. Bijlage 1: Nieuwe programmastructuur

12

Aanbieding

Geachte leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de Kaderbrief 2027–2030, aan het begin van een periode die voor Barneveld veelbelovend én uitdagend is. Met uw aantreden als nieuwe gemeenteraad begint een fase waarin we opnieuw kijken naar waar we staan als gemeente, welke richting we samen willen bepalen en welke keuzes daarbij passen. Een verkiezingsjaar vraagt om helderheid maar ook om terughoudendheid. Dit is niet het moment voor een volle Kadernota met uitgewerkte beleidsvoornemens. Deze beleidsvoornemens worden bij de Programmabegroting 2027 afgewogen. Juist nu is het van belang om ruimte te houden voor het coalitieakkoord op hoofdlijnen dat in deze periode zal worden opgesteld. En ook voor het naar verwachting daarop aansluitende bestuursprogramma 2026-2030. Daarom zijn wij nu terughoudend in het voorleggen van uitgangspunten en keuzes en bieden wij u voor nu een compacte Kaderbrief. Hierin geven we alleen de noodzakelijke bestuurlijke hoofdlijnen mee voor een goede start en die van u alleen de hoogstnoodzakelijke keuzes vragen. Deze Kaderbrief is gebaseerd op het Overdrachtsdocument 2026–2030, waarin onze organisatie de belangrijkste ontwikkelingen, trends en keuzerichtingen voor de komende jaren heeft samengebracht. Het document is breed in de organisatie ontwikkeld en geeft een realistisch en samenhangend beeld van de opgaven die op ons afkomen.

Wat u in deze Kaderbrief aantreft zijn de lijnen die nodig zijn om het gesprek bij de start van de nieuwe raadsperiode goed te kunnen voeren: duidelijke uitgangspunten, inzicht in de context en een gezamenlijk besef van de keuzes die in deze bestuursperiode onvermijdelijk zullen zijn. Barneveld groeit verder – en dat vraagt om richting Barneveld is een gemeente die zich blijft ontwikkelen. We groeien gestaag richting 80.000 inwoners in 2040, met elk jaar honderden nieuwe inwoners die hier een toekomst opbouwen. Dat is een compliment aan onze dorpen, onze ondernemers en onze gemeenschappen. Het zegt iets over hoe aantrekkelijk Barneveld is — om te wonen, om te werken en om op te groeien. Maar groei brengt ook nieuwe vraagstukken met zich mee. Het vraagt meer van onze infrastructuur, onze maatschappelijke voorzieningen, onze zorgketens en de manier waarop we onze openbare ruimte inrichten. We zien dat sommige ontwikkelingen sneller gaan dan de systemen die ze moeten ondersteunen. Denk aan netcongestie, de beschikbaarheid van zorg, de druk op scholen en kinderopvang, of de snelheid waarmee woningen kunnen worden gerealiseerd.

Daarnaast verandert onze omgeving: landelijke en Europese normen worden strenger, de energietransitie versnelt, het klimaat stelt nieuwe eisen aan waterbeheer en ruimtegebruik, de landbouwsector staat voor een fundamentele koerswijziging, en regionale samenwerking wordt steeds bepalender voor het lokale speelveld. Het zijn ontwikkelingen die niet noodzakelijkerwijs “problemen” vormen, maar wél vragen om richting. Om bestuurders die bereid zijn om keuzes te maken en om een organisatie en samenleving die daarin samen optrekken. In die zin staan we aan het begin van een bestuursperiode die niet alleen uit uitdagingen bestaat, maar ook uit kansen om Barneveld verder te brengen. Strategische richting voor de nieuwe bestuursperiode - Verantwoorde groei, stap voor stap Barneveld kan groeien, maar niet grenzeloos. Ruimte, energie, vergunningcapaciteit, middelen en menskracht zijn randvoorwaarden die bepalen hoe snel het gaat. Een realistisch en zorgvuldig groeipad — in woningbouw, voorzieningen en infrastructuur — is daarom essentieel. - Sociale en fysieke keuzes horen bij elkaar Nieuwe wijken zijn meer dan huizen; het zijn leefomgevingen waarin mensen opgroeien, ouder worden, elkaar ontmoeten en zich veilig voelen. Het sociale en fysieke domein zijn verweven. Daarom maken we keuzes in samenhang, zodat groei ook echt leefkwaliteit betekent.

- De komende jaren draait het om uitvoering De strategische kaders liggen er — via de Omgevingsvisie, de Visie Sociaal Domein en regionale afspraken. De uitdaging van deze periode is vooral: doen wat we hebben afgesproken. Dat vraagt prioritering, heldere bestuurlijke richting en een organisatie die voldoende ruimte en uitvoeringskracht heeft.

1

- Regionale samenwerking is geen keuze maar een voorwaarde Wonen, mobiliteit, energie, zorg, natuur en economie zijn niet langer lokaal op te lossen. Succesvolle uitvoering vraagt om stevige regionale betrokkenheid — vroeg, actief en met een duidelijk Barnevelds profiel. - Besturen met een afwegingskader Omdat niet alles tegelijk kan, is een helder bestuurlijk afwegingskader nodig. Zo kunnen we keuzes voorspelbaar, uitlegbaar en in samenhang maken — zowel beleidsmatig als financieel. Opgaven in samenhang – de grote lijnen - Een sterke sociale basis In wijken en dorpen zien we ontwikkelingen rond kansenongelijkheid, mentale gezondheid, ondersteuning, vrijwilligerswerk en betaalbaarheid. De inzet richt zich op sterke gemeenschappen, preventie, passende ondersteuning en regionale samenwerking waar dat nodig is. - Een prettig woon- en leefklimaat De fysieke ontwikkeling van Barneveld vraagt om zorgvuldige keuzes. De woningvraag blijft groot, terwijl realisatie wordt beïnvloed door netcapaciteit, stikstofruimte, kosten en beschikbare capaciteit. Vitale dorpen vragen om een goede balans tussen woningen, voorzieningen, groen en mobiliteit. In het landelijk gebied komen opgaven rond natuur, water, bodem en landbouw samen, wat richtinggevende keuzes vraagt voor de toekomst van agrariërs en landschap.

Bereikbaarheid blijft essentieel: de auto blijft belangrijk, maar duurzame en slimme alternatieven groeien, en vragen om een mobiliteitsaanpak die de leefkwaliteit versterkt. - Een toegeruste organisatie De gemeente moet wendbaar en toekomstgericht kunnen werken. Dat vraagt om voldoende capaciteit, digitale slagkracht, informatieveiligheid en een heldere focus op wat we wel en niet kunnen doen. De financiële vooruitblik De komende jaren laten een tweedeling zien. Tot en met 2027 beschikt Barneveld over een stabiele basis: de begroting is in balans en de financiële positie geeft een basis om bestaande opgaven zorgvuldig voort te zetten. Vanaf 2028 verandert het beeld. De gemeente krijgt dan te maken met structurele tekorten, die onder andere ontstaan door oplopende kosten in het sociaal domein, hogere kapitaallasten en de noodzaak om te blijven investeren in voorzieningen, infrastructuur en leefomgeving. Deze beweging is niet uniek voor Barneveld, maar raakt ons wel stevig. In dezelfde periode liggen er bovendien plannen om fors te investeren in de ontwikkeling van onze gemeente. Dat is nodig om groei te kunnen blijven faciliteren, maar het betekent wel dat de netto schuldquote verder oploopt.

In de afgelopen periode is een eerste verkenning gedaan rondom de totale investeringen in het vastgestelde MIP, de majeure investeringen die nog niet in het meerjarenbeeld zijn verwerkt en toekomstige geldstromen in de grondexploitatie. Dit totaalbeeld bevestigt de grote ambities van onze gemeente. Hiermee samenhangend zal de leningenportefeuille toenemen en de schuldquote (verhouding tussen de schuldenlast en de totale baten van de gemeente) stijgen. Tegelijkertijd zien we dat de kasstromen niet realistisch zijn geraamd, waardoor kredieten later dan gepland aangewend worden. Al deze elementen laten de noodzaak zien van het herijken van onze meerjarige financiële strategie ten aanzien van investeringen, grondexploitatie en leningenportefeuille. Aan deze strategie wordt op dit moment gewerkt en het streven is om in de Programmabegroting 2027 hiervoor concrete voorstellen te doen.

Dit alles maakt het des te belangrijker om als gemeentebestuur bewust en zorgvuldig te sturen op de financiële koers. Daarom hanteert het college – in afwachting van de uitwerking van het bestuursprogramma – voor nu een aantal duidelijke uitgangspunten voor deze bestuursperiode. We doen geen nieuwe structurele uitgaven zonder dat er ook structurele dekking tegenover staat. We kijken kritisch naar het tempo van investeringen en besluiten waar nodig tot prioritering of temporisering. En we toetsen investeringen niet alleen op financiële ruimte, maar juist ook op maatschappelijke waarde en uitvoerbaarheid: wat levert de investering daadwerkelijk op voor onze inwoners en kan de organisatie het tempo aan? Met deze lijn creëren we ruimte voor het nieuwe college en de nieuwe raad om hun koers te bepalen, terwijl we tegelijkertijd zorgvuldig omgaan met de financiële toekomstbestendigheid van onze gemeente.

2

Nieuwe indeling van de programma's in de P&C-documenten Met de start van een nieuwe bestuursperiode, starten we ook met een nieuwe indeling van de programma's in de P&C-documenten. Hierover bent u via een raadsinformatieavond in mei al eerder geïnformeerd. Het doel hiervan is om beter aan te sluiten bij de thema’s van het coalitieakkoord en het opgavegericht werken. Maar ook om meer scherpte te krijgen in doelstellingen en activiteiten en deze meer meetbaar te kunnen maken. Voorgesteld wordt om het aantal programma's uit te breiden van vier naar elf. De gemiddelde omvang van een programma zal dus kleiner worden, waarmee wij streven naar een beter in- en overzicht voor u. In de bijlage treft u de details van de nieuwe structuur aan. De Programmabegroting 2027 zal het eerste P&C document met de nieuwe structuur zijn, die wij aan u voorleggen. Samen richting geven Met deze Kaderbrief bieden wij u een compact en verbindend vertrekpunt voor de start van de nieuwe bestuursperiode. De komende maanden staan in het teken van een nieuw coalitieakkoord en bestuursprogramma. Deze Kaderbrief biedt de lijnen die daarvoor nodig zijn — niet meer, maar ook niet minder. Wij zien ernaar uit om samen met u, onze inwoners en onze partners te bouwen aan een krachtig, gezond en toekomstgericht Barneveld. Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld W. Wieringa secretaris

J. van der Tak voorzitter

3

Inleiding en beslispunten Inleiding

Onderstaande prognose geeft de mutaties aan ten opzichte van de meerjarenbegroting zoals die is opgenomen in de Programmabegroting 2026. Alle positieve getallen betekenen een verbetering van het begrotingsresultaat en alle negatieve getallen zijn een verslechtering. Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is gebruik gemaakt van de informatie die beschikbaar was per ultimo mei 2026. Op basis van deze informatie zijn aannames gehanteerd om inschattingen te maken voor 2027-2030. Wij zullen in de Programmabegroting 2027 de meest actuele informatie verwerken.

Financiële meerjarenprognose 2027-2030

bedragen x € 1.000 Begroting 2027

MJR 2028

MJR 2029

MJR 2030

Begrotingsresultaat Programmabegroting 2026 Mutaties raadsbesluiten, incl. 1e Tussenrapp. 2026 Mutaties kadernota Prognose begrotingsresultaat na mutaties kadernota

204 2.992 - 227 2.969

- 60 2.550 95 2.584

- 2.541 1.710 - 10 - 841

- 2.541 1.710 - 46 - 877

Waarvan incidenteel Prognose structureel begrotingsresultaat na kadernota

- 823 3.791

339 2.245

-1 - 840

-1 - 876

Meerjarenprognose

Beslispunten

Wij stellen u voor: 1. Akkoord te gaan met de volgende programma-indeling van de P&C documenten en deze toe te passen vanaf de Programmabegroting 2027: Programma 1: Verbondenheid in groeiende gemeenschappen Programma 2: Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen Programma 3: Gezond en weerbaar samenleven Programma 4: Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning Programma 5: Veilig samenleven Programma 6: Gezond en toekomstbestendig Barneveld Programma 7: Prettig leven in vitale dorpen Programma 8: Ruimte voor ondernemerschap Programma 9: Waardevol landelijk gebied Programma 10: Bereikbaar, nu en in de toekomst Programma 11: Besturen, publieke dienstverlening en samenwerken.

4

Ontwikkelingen Sociale opgaven

De sociale opgaven versterken de samenleving en ondersteunen inwoners bij hun ontwikkeling, gezondheid en welzijn In oktober 2025 is de Visie Sociaal Domein 2040 vastgesteld. Deze visie vormt samen met de Omgevingsvisie de basis voor de komende jaren. In de Visie Sociaal Domein staan vier opgaven centraal: Verbondenheid in groeiende gemeenschappen Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen Gezond en weerbaar samenleven Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning. Openbare orde en veiligheid raken zowel sociale als fysieke opgaven. Het heeft vooral een sociale kant en beïnvloedt diverse opgaven binnen dat domein. Daarom lichten we het apart toe bij de sociale opgaven, zoals Verbondenheid in groeiende gemeenschappen en Gezond en weerbaar samenleven. Naast deze opgaven is er een werkprogramma Bestaanszekerheid, dat werkt aan doelen op het vlak van financiële zekerheid en geldzorgen, positieve gezondheid en passend wonen om zo de bestaanszekerheid te vergroten. - Verbondenheid in groeiende gemeenschappen De gemeente Barneveld groeit richting 80.000 inwoners in 2040. Deze groei brengt kansen voor vitaliteit en economische ontwikkeling met zich mee, maar ook uitdagingen voor sociale samenhang. Nieuwe wijken, meer diversiteit en veranderende sociale structuren maken verbondenheid minder vanzelfsprekend.

Tegelijkertijd vormt gemeenschapskracht een belangrijk kenmerk van Barneveld. Inwoners kennen elkaar, zetten zich in voor hun buurt en helpen elkaar. Deze kracht willen we behouden en versterken. - Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen Verschillen tussen inwoners nemen toe. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen. Bijvoorbeeld over de toegang tot onderwijs, werk, ondersteuning of zorg. Maar bijvoorbeeld ook in de energietransitie. Ook zijn er inwoners die zich minder welkom voelen of moeilijker aansluiting vinden. Deze ongelijkheid raakt aan ontwikkeling, gezondheid, participatie en bestaanszekerheid. Zonder ingrijpen worden verschillen eerder groter dan kleiner en moeilijker te overbruggen. - Gezond en weerbaar samenleven Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. Het gaat ook om mentale veerkracht, sociale relaties en zingeving. De opgave is om inwoners te ondersteunen in gezond en weerbaar leven, met aandacht voor preventie, normalisering en gemeenschapskracht. Mentale gezondheid staat onder druk, vooral bij jongeren en ouderen. Internationale spanningen en risico op crises vragen om meer (samen)redzaamheid. Dit vergroot het belang van maatschappelijke netwerken. Tegelijkertijd schuiven sociale hulpvragen door naar het sociaal domein door afschaling in de zorg en toenemende complexiteit.

Deze opgave raakt het preventieve veld, de Wmo, het medisch domein en veiligheid. - Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning De woningnood versterkt veel sociale problemen. Zonder passende woonoplossingen lopen kosten en problemen in het sociaal domein op. Het tekort aan woningen belemmert doorstroming, verlengt zorg- en ondersteuningstrajecten en vergroot stress. Bovendien blijven inwoners langer in hun wijk wonen, ook met een zorgvraag. Dit vraagt om passende woningen en een woonomgeving die hierop is ingericht. De opgave is om woonvoorraad en woonomgeving beter af te stemmen op woonbehoeften per levensfase, met ondersteuning dichtbij huis. - Openbare orde en veiligheid Veiligheid is een vanzelfsprekend onderdeel van een gezonde en leefbare gemeente. De gemeente Barneveld is overwegend een veilige gemeente, maar net als in andere groeiende gemeenten zijn er ontwikkelingen en situaties die de veiligheid en veiligheidsbeleving raken en aandacht vragen. Binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) werkt de gemeente met veiligheidspartners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners aan een brede aanpak. Zo ontstaat een samenhangende aanpak. Het IVP bouwt voort op landelijke en regionale kaders en ontwikkelingen. Het gaat om beleidsthema’s als

5

ondermijnende criminaliteit, zorg en veiligheid, digitale veiligheid en middelengebruik. Thema's die zowel raken aan het sociaal domein als aan de fysieke leefomgeving. Daarnaast heeft de burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan wettelijke taken en bevoegdheden over openbare orde en crisisbeheersing. Hierbij gaat het over optreden bij verstoringen van de openbare orde, het nemen van noodzakelijke maatregelen tijdens incidenten en het inzetten van bestuurlijke maatregelen om overlast en onveilige situaties te beëindigen.

Fysieke opgaven

De fysieke opgaven richten zich op het duurzaam ontwikkelen, beheren en verbeteren van de leefomgeving. Daardoor neemt de ruimtelijke kwaliteit toe en groeit de veiligheid en toekomstbestendigheid. Op 16 juli 2025 is de Omgevingsvisie Barneveld 2040 vastgesteld. Dit vormt een belangrijke mijlpaal in het traject naar een toekomstbestendige fysieke leefomgeving. De ambities, doelen en opgaven worden uitgewerkt in concrete beleids- en gebiedsprogramma's (onder de Omgevingswet) en het Omgevingsplan. De vijf fysieke opgaven uit de Omgevingsvisie Barneveld 2040 zijn: Gezond en toekomstbestendig Barneveld Prettig leven in vitale dorpen Ruimte voor ondernemerschap Waardevol landelijk gebied Bereikbaar, nu en in de toekomst - Gezond en toekomstbestendig Barneveld De gemeente Barneveld staat voor de opgave om een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving te realiseren. Dit vraagt om samenhangende keuzes voor gezondheid, waterbeheer, klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en milieu. Bovendien vraagt het om doordachte inrichting van de openbare ruimte. Heldere kaders, bestuurlijke prioritering en consistente besluitvorming zijn noodzakelijk om belangen goed te kunnen afwegen en keuzes te maken. Het werkprogramma Duurzaamheid helpt om doelstellingen op dit vlak te bereiken.

Maatregelen en ambities uit dit programma moeten landen in projecten, in ruimtelijke plannen én uiteindelijk in het omgevingsplan. Tegelijkertijd bereiken water- en energiesystemen steeds vaker hun grenzen en ontstaan er meer problemen voor het milieu. Daarom moet Barneveld de komende jaren scherpe keuzes maken over welke ruimtelijke en inhoudelijke ontwikkelingen voorrang krijgen. Het gaat onder meer om het kiezen van prioriteiten voor projecten. Daarnaast stelt de overheid duidelijke kaders voor klimaatadaptatie, netcapaciteit, biodiversiteit en milieukwaliteit. En het bepalen in welke mate de gemeente actief stuurt of faciliteert. - Prettig leven in vitale dorpen De negen dorpen in de gemeente Barneveld vormen het kloppend hart van de lokale samenleving. Elk dorp heeft een eigen schaal, identiteit, bewonersprofiel en voorzieningenniveau. De groei naar 80.000 inwoners in 2040 vraagt om een zorgvuldige balans tussen woningbouw en leefbaarheid. Daarom letten we ook op mobiliteit, voorzieningen, sociale samenhang en de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze ruimte, met straten, pleinen, groen, speelplekken en ontmoetingsplekken, bepaalt hoe prettig inwoners wonen en elkaar ontmoeten. Een toekomstbestendige openbare ruimte is klimaatadaptief, groen, toegankelijk en uitnodigend voor ontmoeting.

- Ruimte voor ondernemerschap De gemeente Barneveld groeit sterk in het aantal inwoners. Daarom zorgt de gemeente ook voor een vitale en toekomstbestendige economie die bijdraagt aan brede welvaart. De economische kracht van Barneveld is groot met het aanwezige ondernemerschap, de diverse sectoren en de strategische ligging. Tegelijk ervaart de lokale economie grote druk op de ruimte. Daarnaast beïnvloeden klimaat- en milieuontwikkelingen de economie sterk. Ook zorgen energietransitie, circulariteit, digitalisering, AI en robotisering voor grote veranderingen. De groei naar ongeveer 80.000 inwoners in 2040 vraagt om voldoende ruimte voor ondernemerschap, vernieuwende werklocaties en een veerkrachtige economische structuur. De opgave is het vinden van balans tussen economische groei, ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, leefbaarheid. En dat binnen de grenzen van de beschikbare fysieke én energieruimte. - Waardevol landelijk gebied De gemeente Barneveld staat voor een ingrijpende transitie van het landelijk gebied voor de komende jaren. De opgave is om de balans tussen economie en natuur te herstellen. Daarnaast moet de gemeente voldoen aan Europese en nationale verplichtingen voor stikstofreductie, natuurherstel, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Deze transitie heeft met name grote invloed op de landbouw en de ruimtelijke inrichting van

6

het landelijk gebied. Het vraagt om integrale keuzes, samenwerking en duidelijke kaders. Het Rijk en de provincie nemen meer regie en maken duidelijke keuzes. Tegelijkertijd positioneert de Regio Foodvalley zich nadrukkelijk. - Bereikbaar, nu en in de toekomst Een goede bereikbaarheid van woningen, werk, onderwijs, zorg, voorzieningen en sociale activiteiten vormt een basis voor brede welvaart. Daardoor ondersteunt zij ook een inclusieve samenleving. Als 'wonen' en 'werken' dichter bij elkaar liggen, kan er meer per voet en fiets gereisd worden. Voor een deel van de inwoners en werkenden is reizen met een (deel)auto onmisbaar. Voor een groot deel geldt dat reizen met de auto de voorkeur heeft. De mobiliteitsopgave heeft te maken met duurzaamheid, ruimtelijke ordening, veiligheid en sociale inclusie. Tegelijkertijd moet de mobiliteitssector bijdragen aan nationale klimaatdoelen: 55% CO2reductie in 2030 en volledig emissievrije mobiliteit in 2050. Daarom moet worden ingezet op het voorkomen van reizen, reizen buiten de spits of het duurzamer maken van reizen. Voor Barneveld blijft de auto belangrijk voor bereikbaarheid van kleine kernen en het functioneren van bedrijven.

Organisatorische opgaven

De Bestuurlijke en Organisatorische opgaven gaan over hoe de gemeente moderne dienstverlening biedt en opgavegericht werkt. Daarnaast verbeteren zij de digitalisering en bouwen zij aan een toekomstbestendige organisatie. Ook bepaalt de uitwerking van de opgaven hoe de gemeente samenwerkt met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Daarnaast betrekt de gemeente bestuurlijke partners binnen en buiten de gemeente. Als gemeentelijke organisatie zijn wij er voor de Barneveldse samenleving. Wij willen dat inwoners, ondernemers en partners bij ieder contactmoment denken: ‘Ik ben blij met Barneveld’. Een organisatie die gastvrij, ondernemend, verbindend en wendbaar is in een steeds veranderende omgeving met complexere maatschappelijke opgaven. Een omgeving die vraagt om meebewegen en een andere rolopvatting van de gemeente. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop wij het werk en de organisatie inrichten, aansturen en ontwikkelen - Eigentijdse dienstverlening De gemeentelijke dienstverlening heeft een stevige ontwikkeling doorgemaakt. In 2026 wordt het programma dienstverlening afgerond. Daardoor kreeg de doorontwikkeling van de gemeentelijke dienstverlening een impuls, maar de ontwikkeling is nog niet afgerond. Cultuur- en gedragsverandering hebben tijd nodig, maar bijvoorbeeld ook tussentijdse externe ontwikkelingen vragen voortdurend aandacht van de organisatie.

In de volgende bestuursperiode is de visie op dienstverlening ‘Blij met Barneveld’ nog steeds actueel: Vraag van inwoner en ondernemer staat centraal Dienstverlening is digitaal waar het kan; en Persoonlijk waar het nodig is - Opgavegericht werken Opgavegericht werken betekent dat ons werk begint bij de vraag, het probleem of vraagstuk van inwoners, ondernemers of maatschappij. Een opgave betekent vaak dat de maatschappij een verandering wil realiseren. Bijvoorbeeld meer woningen, meer bestaanszekerheid, een toekomstbestendig landelijk gebied. Veranderingen die van te voren maar beperkt voorspelbaar zijn. Opgavegericht werken vraagt om een gedeelde visie en goede samenwerking. Het vraagt ook om professioneel opdrachtgeverschap en doelgericht sturen. Bovendien maakt de organisatie een bewuste keuze voor een tijdelijke werkvorm, zoals een programma of een project. - Digitale transformatie Digitalisering is één van de belangrijkste sleutels om de uitdagingen van steeds ingewikkelder maatschappelijke opgaven aan te pakken. Op basis van de I-visie werkt de gemeentelijke organisatie met een concrete uitvoeringsagenda. De digitale transformatie vraagt om opnieuw naar processen, dienstverlening en informatieveiligheid te kijken. Maar het biedt ook kansen om publieke waarden te versterken.

Als het gaat om de digitaliseringsopgaven, beseft de gemeente dat zij zelf niet aan het stuur zit. De gemeente is sterk afhankelijk van ontwikkelingen waar zij geen invloed op heeft, bijvoorbeeld de ontwikkelingen rondom robotisering, digitale autonomie en AI.

7

- Toekomstbestendige organisatie Voor goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers hebben we een goed uitgeruste ambtelijke organisatie nodig. Daarnaast helpt zo’n organisatie ons om onze opgaven en ambities te realiseren. Er moet voldoende capaciteit zijn en ook kennis, vaardigheden en competenties moeten goed ontwikkeld zijn. - Samenwerking in netwerken De opgave Samenwerken in Netwerken gaat over het versterken van de manier waarop de gemeente Barneveld samenwerkt: binnen de gemeente, bijvoorbeeld via participatie en gebiedsgericht werken binnen de directe regio’s, bijvoorbeeld in de regio Foodvalley en de regio Amersfoort binnen de bredere bestuurlijke netwerken, via public affairs en lobby De groei van de gemeente en de steeds complexere en stapelende opgaven vragen om een organisatie die beter samenwerkt. Daarom werkt de organisatie bewuster met de omgeving en heeft zij meer invloed. Het programma verbindt bestaande instrumenten – zoals participatie, gebiedsgericht werken, regionale samenwerking en Public Affairs – tot één samenhangende aanpak. Deze aanpak is gericht op betere regie, gezamenlijke uitvoeringskracht en het tijdig benutten van kansen.

8

Financieel Meerjarenperspectief Uitgangspunten bij financieel meerjarenperspectief 2027-2030

De meerjarenbegroting 2026-2029 is de basis voor de actualisatie van het meerjarenperspectief 2027-2030. In de kaderbrief presenteren we de nu bekende mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2026-2029. Voor de onderwerpen die nu niet besproken worden zijn thans geen ontwikkelingen bekend die financieel invloed hebben op het meerjarenperspectief 2027-2030. Uitgangspunten en grondslagen: Doorwerking Eerste Tussenrapportage 2026: Hierin zijn de effecten meegenomen vanuit de Jaarverslaggeving 2025 en de beoordeling (eindejaarsverwachting) van de begroting 2026 naar de inzichten per 1 april 2026. Prijs- en loonontwikkeling (inflatie) en volumeontwikkeling Bij de algemene uitkering wordt het accres gebaseerd op het Centraal Economisch Plan (2026) van het CPB. Hierbij worden voor 2027 de volgende indexen gebruikt: Voor loon- en prijsontwikkeling: prijs bruto binnenlands product (BBP), 2,5% voor 2027; Voor volumeontwikkeling: volume bruto binnenlands product (BBP), en dan het 8-jaars historisch gemiddelde van 2018-2025, 1,8% voor 2027.

Voor de budgetten in onze begroting passen we, waar nodig, de volgende loon- en prijsontwikkeling toe: Voor loon- en prijsontwikkeling in principe de indexatie volgens prijs BBP: 2,5% voor 2027; Voor loon- en prijsontwikkeling derden en voor loon- en prijsontwikkeling subsidies passen we dezelfde indexatie volgens prijs BBP toe: 2,5% voor 2027; Als een budget ook (gedeeltelijk) gevoelig is voor volume-ontwikkeling (bijvoorbeeld door bevolkingsgroei), dan passen we een volumegroei volgens volume BBP toe: maximaal 1,8% voor 2027; De BBP-methodiek gebruiken we ook voor inflatiecorrectie bij lokale heffingen (belastingen en rechten), maar volgens het coalitieakkoord 2022-2026 passen we daarvoor het 3-jaars gemiddelde toe: 2,9% voor 2027; Voor de salarislasten van de ambtelijke organisatie gebruiken we het huidige CAO gemeenten aangevuld met een verwachte stijging tot de prijs BBP: een loonstijging van 1,6% per 1 januari 2027, daarna 0,9% per 1 april 2027. Algemene uitkering uit het gemeentefonds: de circulaires zijn verwerkt tot en met de Decembercirculaire 2025. De Meicirculaire 2026 komt op een te laat moment om nog verwerkt te worden in de Kaderbrief 2027. De uitkomsten daarvan volgens in een aparte raadsmemo, gelijktijdig met de raadsbehandeling van deze Kaderbrief 2027.

In het meerjarenperspectief is wel alvast een prognose opgenomen van de uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Rijk met betrekking tot de stijging van het accres. In de Meicirculaire 2026 worden de uitkomsten van de Voorjaarsnota van het Rijk verder uitgewerkt en gecommuniceerd. Doorwerking coalitieakkoord 2026-2030: recent is het coalitieakkoord voor de bestuursperiode 2026-2030 vastgesteld. Op dit moment wordt dit uitgewerkt in een bestuursprogramma. In oktober zal dit bestuursprogramma in de raad worden behandeld. De financiële gevolgen van het coalitieakkoord en het bestuursprogramma zullen bij het opstellen van de programmabegroting 2027 zo goed mogelijk vertaald worden in het meerjarenperspectief. In het meerjarenperspectief is de extra verhoging van de OZB en forenzenbelasting van 2,5% per jaar in de jaren 2025-2028 opgenomen. Bij de Kadernota 2026 heeft de raad besloten om de jaarlijkse extra verhoging van de OZB voor de jaren 2027-2028 bij de Kadernota 2027 te heroverwegen. Dit besluit is bij de Programmabegroting 2026 herhaald. Er is dit jaar geen sprake is van een volledige Kadernota, maar van een compacte Kaderbrief zonder uitgewerkte beleidsvoornemens. Deze wordt ter kennisname aan de raad voorgelegd. Daarom ligt het voor de hand om de heroverweging van de jaarlijkse extra verhoging van de OZB voor de jaren 2027-2028 bij de Programmabegroting 2027 te doen.

Deze zal in november 2026 aan de raad worden voorgelegd. Hieronder gaan we nader in op de ontwikkelingen van het meerjarenperspectief.

9

Tabel Meerjarenperspectief bedragen x € 1.000 Begroting 2027

MJR 2028

MJR 2029

MJR 2030

204

- 60

- 2.541

- 2.541

1.011 - 74

58 - 74

2.055 2.992

2.566 2.550

- 442 - 74 42 2.184 1.710

- 442 - 74 42 2.184 1.710

3.196

2.489

- 831

- 831

- 4.430

- 3.930

- 3.930

- 3.930 - 1.444

- 4.430

- 3.930

- 3.930

- 5.374

3.264

3.069

2.964

p.m. 938

p.m. 955

p.m. 955

2.928 1.444 p.m. 955

4.202

4.024

3.919

5.328

-

-

-

-

Totaal mutaties Kaderbrief 2027

- 227

95

- 10

- 46

Prognose begrotingsresultaat na mutaties kaderbrief

2.969

2.584

- 841

- 877

Incidenteel Waarvan incidenteel Programmabegroting 2026 Waarvan incidenteel 1e Tussenrapportage 2026 Incidentele autonome ontwikkelingen

- 823 -

339 -

-1 -

-1 -

Totaal incidenteel

- 823

339

-1

-1

3.791

2.245

- 840

- 876

Prognose meerjarenbegroting

Begrotingsresultaat Programmabegroting 2026 Raadsbesluiten Septembercirculaire 2025 Effecten BUIG (bij memo Septembercirculaire 2025) Decembercirculaire 2025 1e Tussenrapportage 2026 Totaal mutaties raadsbesluiten Prognose begrotingsresultaat na raadsbesluiten Kaderbrief Mutaties lasten autonoom en areaal 1. Autonome ontwikkelingen 2027 e.v. 2. Stelpost areaaluitbreiding jaarschijf 2030 Totaal mutaties lasten autonoom en areaal Mutaties baten autonoom en areaal 3a. Algemene uitkering - indexatie jaarschijf 2027 3b. Algemene uitkering - volume jaarschijf 2030 3c. Algemene uitkering - doorwerking indexatie 2026 4. Lokale heffingen (indexatie, volumegroei) Totaal mutaties baten autonoom en areaal Mutaties reserves

Totaal mutaties reserves

Prognose structureel begrotingsresultaat na mutaties Kaderbrief

10

Toelichting

Raadsbesluiten Uitkomsten Septembercirculaire 2025, inclusief effecten BUIG Gelijktijdig met de vaststelling van de Programmabegroting 2026 is de memo met uikomsten Septembercirculaire 2025, inclusief effecten BUIG, vastgesteld. Omdat deze niet meer in de Programmabegroting 2026 opgenomen kon worden, is deze apart in het meerjarenperspectief toegevoegd. Decembercirculaire 2025 De effecten van de Decembercirculaire 2025 zijn beperkt en hebben betrekking op 2029 en verder. Doorwerking 1e Tussenrapportage 2026 Bij de 1e Tussenrapportage 2026 zijn budgetbijstellingen inclusief structurele effecten voorgesteld op basis van de jaareindeverwachting 2026. Dit betreft hoofdzakelijk autonome mutaties, zoals prijsindexaties of een verwachte aanpassing op volume die in het lopende jaar starten. De mutaties kunnen zowel negatief als positief zijn. De doorwerking van de 1e Tussenrapportage 2026 is per saldo positief. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: Stijging van de kosten van huishoudelijke hulp (€ 0,35 miljoen structureel) Stijging van kosten WMO materiële voorzieningen, omdat mensen langer thuis wonen (€ 0,3 miljoen structureel) Daling van de kapitaallasten afschrijvingen door verlengen van de afschrijvingstermijn en verschuivingen (€ 3,4 miljoen - € 3,8 miljoen structureel) Mutaties Kaderbrief 1.

Autonome ontwikkelingen lasten 2027 en verder Het gaat hier voornamelijk om een prognose van de nu bekende volume, prijs- en loonontwikkelingen die wettelijk of contractueel verplicht zijn vanaf 2027 en verder. Ontwikkelingen die hieronder vallen zijn onder andere: Indexatie Jeugdhulpproducten (€ 1,1 miljoen structureel); Stijging loonkosten op basis van CAO gemeenten + inflatiecorrectie (€ 1,0 miljoen structureel); Indexatie subsidies maatschappelijke partners (€ 0,6 miljoen structureel); Indexatie WMO immateriële vangnetvoorzieningen (€ 0,5 miljoen structureel); Indexaties bijdragen gemeenschappelijke regelingen (€ 0,5 miljoen structureel). Er is kritisch gekeken naar het opnemen van autonome ontwikkelingen. We gaan, zoals eerder aangegeven, bij de prijsindexaties uit van de CPB-cijfers (2,5%). 2. Stelpost areaaluitbreiding jaarschijf 2030 Voor het nieuwe jaar 2030 voegen we een bedrag toe aan de stelpost dat gelijk is aan de verhoging van de algemene uitkering vanwege de toekomstige stijging van woningaantallen en inwoners. Zie ook onder punt 3b. 3a. Algemene uitkering - indexatie jaarschijf 2027 De Voorjaarsnota 2026 van het Rijk is op 27 maart 2026 gepubliceerd een geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Over de gevolgen voor het Gemeentefonds worden de gemeenten geïnformeerd via de Meicirculaire 2026.

Vooruitlopend hierop hebben wij een prognose gedaan en de uitkomsten verwerkt in deze Kaderbrief, omdat het invloed heeft op het meerjarenperspectief. Deze regel betreft de indexatie van de algemene uitkering. 3b. Algemene uitkering - volume jaarschijf 2027 Dit betreft een inschatting van de volumeontwikkeling van de algemene uitkering voor het nieuwe jaar 2030. 3c. Algemene uitkering - doorwerking indexatie 2026 Het verschil tussen de bij de vorige kadernota gebruikte BBP prijsindex en de huidige BBP prijsindex nemen we vooralsnog p.m. op. Wij zullen dit actualiseren op basis van de uitkomsten van de Meicirculaire 2026. 4. Lokale heffingen Hier passen we een indexatie van 2,9% toe, zoals bij de uitgangspunten beschreven. Het gaat hier om de OZB woningen en niet-woningen, hondenbelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting.

11

Bijlage 1: Nieuwe programmastructuur

Naar aanleiding van een aangenomen amendement (12, ‘aanpassen beslispunt 2 hoogste autorisatieniveau’) bij de behandeling van de Programmabegroting 2024 is eind 2025 een project gestart om te komen tot een herinrichting van de programmastructuur van de P&C documenten. Het doel hiervan is om beter aan te sluiten bij de thema’s van het coalitieakkoord en het opgavegericht werken. Gezien de samenhang is de doorontwikkeling van de paragraaf Bedrijfsvoering in scope van dit project gebracht. Voorgesteld wordt om het aantal programma’s uit te breiden naar elf. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten en afwegingen gehanteerd: De P&C cyclus volgt de beleidscyclus. Hiermee sluiten de cycli op elkaar aan; De opgaven uit de Visie Sociaal Domein en de Omgevingsvisie zijn de basis. Dit resulteert in 9 inhoudelijke programma’s; Daarnaast zijn er aparte programma’s Veilig samenleven en Besturen, publieke dienstverlening en samenwerken. Hiermee komt het totaal aantal programma’s uit op 11. De programma’s zijn gemiddeld kleiner van omvang en financieel gelijkmatiger verdeeld.

Hiermee verdwijnt het niveau van beleidsproducten; Doelstellingen en indicatoren worden opgenomen onder de eerste W-vraag: Wat willen we bereiken? Activiteiten gekoppeld aan de doelstellingen worden beschreven bij de tweede W-vraag: Wat gaan we daarvoor doen? Baten en lasten worden verantwoord bij de derde W-vraag: Wat gaat het kosten? Dit zal worden gedaan op thema-niveau. De werkprogramma’s, zoals Bestaanszekerheid en Duurzaamheid worden beleidsmatig bij de programma’s verantwoord. Voor het totaaloverzicht wordt voorgesteld om een aparte bijlage op te nemen. De paragraaf Bedrijfsvoering wordt naar een volgend niveau gebracht. De paragraaf kent een thematische indeling met doelstellingen per thema. Dit betreft thema’s voor de interne organisatie. Voor de gebieden waar Bedrijfsvoering raakt aan de buitenwereld, dient het programma Besturen, publieke dienstverlening en samenwerken. Voorstel nieuwe programmastructuur Het voorstel voor de nieuwe programmastructuur van de P&C documenten bestaat uit de volgende 11 programma’s: Gebaseerd op de opgaven uit de Visie Sociaal Domein: Programma 1: Verbondenheid in groeiende gemeenschappen Programma 2: Gelijke kansen op meedoen en ontwikkelen Programma 3: Gezond en weerbaar samenleven Programma 4: Passende woonsituatie met de juiste hulp en ondersteuning

Toegevoegd programma: Programma 5: Veilig samenleven Gebaseerd op de opgaven uit de Omgevingsvisie: Programma 6: Gezond en toekomstbestendig Barneveld Programma 7: Prettig leven in vitale dorpen Programma 8: Ruimte voor ondernemerschap Programma 9: Waardevol landelijk gebied Programma 10: Bereikbaar, nu en in de toekomst

Toegevoegd programma: Programma 11: Besturen, publieke dienstverlening en samenwerken Bij de verplichte paragrafen vernieuwen we de volgende paragraaf: Paragraaf 7: Bedrijfsvoering Bij de facultatieve bijlagen voegen we de volgende bijlage toe: Bijlage X: Werkprogramma’s

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e3e5fbc6-ef54-4782-9a72-7452148253bb