CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2023.pdf

Gemeenteraad 6 juli 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Kaderbrief 2023-20265.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2023-2026 Inleiding

Barneveld, een gemeente met ambitie U leest het op diverse plaatsen, maar ook in deze Kaderbrief 2023 beginnen we met de constatering dat de gemeente Barneveld een bloeiende gemeente is, die de afgelopen jaren een forse groei heeft doorgemaakt. En die groei zal zich de komende jaren verder doorzetten tot naar verwachting 85.000 inwoners in 2040. Recent nog heeft de Tweede Kamer via een motie er bij de regering op aangedrongen om de verstedelijkingsopgave voor de regio Foodvalley, en dus ook voor de gemeente Barneveld, groter te maken dan al was afgesproken. In het afgelopen jaar hebben wij met uw gemeenteraad hiervoor al diverse stappen gezet en ook uitgangspunten afgesproken. In het recent gepresenteerde coalitie-akkoord is die ingezette koers volop door getrokken. Wij zetten alle zeilen bij, nu het erop lijkt dat de opgaven nog groter worden. Het is onze ambitie om daarvoor de komende jaren, samen met onze inwoners en ondernemers, te investeren in een gezonde, groene, duurzame en veilige woon- en werkomgeving, in alle dorpen van onze gemeente; voldoende betaalbare woningen en voorzieningen, een goede en veilige infrastructuur, voldoende bedrijventerreinen en behoud van een groene en vooral ook duurzame omgeving en een vitaal platteland met nadrukkelijk ook oog voor natuurherstel. Dat alles gaat niet vanzelf en vergt actief beleid en investeringen.

Daarbij streven we ernaar om tot gezamenlijk gedragen oplossingen te komen voor soms gecompliceerde opgaven. Niet alleen in de directe leefomgeving van onze inwoners, maar ook in directe zin voor onze inwoners. Dan gaat het om een samenleving, waarin iedereen naar vermogen meedoet, waarin mensen zich verbonden weten en samen redzaam zijn. Juist daar ligt ook onze ambitie. Geen Kadernota, maar een Kaderbrief Die ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 vragen om een zorgvuldige en tegelijk ook spoedige uitwerking in beleidstoevoegingen, in tijd en in eventueel bijbehorende middelen. En daar zit nu de crux. Normaal gesproken ontvangt u van ons een Kadernota, waarin de nieuwe beleidstoevoegingen en financiën voor de komende jaren al meer gedetailleerd zijn uitgewerkt als opmaat naar de in het najaar vast te stellen Programmabegroting. Daar kiezen wij dit jaar niet voor. Wel voor een compacte Kaderbrief, waarin we u meenemen in een aantal inhoudelijke en financiële hoofdlijnen. Daar is een aantal redenen voor. De eerste reden is procesmatig en ligt in het feit dat het proces van de bestuurswisseling en de totstandkoming van het nieuwe coalitieakkoord, vanwege de dit jaar gehouden gemeenteraadsverkiezingen, nog maar net is afgerond. De resultaten daarvan komen wat dat betreft te laat om goed meegenomen te kunnen worden in het reguliere proces van de opstelling van de Kadernota.

Wat mogelijk nog belangrijker is, zijn de externe ontwikkelingen om ons heen, waarmee wij als gemeente momenteel te maken hebben en waarin wij scherp aan de wind moeten varen om de goede balans te houden tussen onze ambities, opgaven en de realiteit van dit moment. Wat dat laatste betreft kijken we terug op een buitengewoon hectisch halfjaar. Allereerst is er een nieuwe regering aangetreden met een fors investeringsprogramma, dat van grote impact is op onze gemeente. We noemen de sociale opgaven, maar ook de verstedelijkingsopgave, de landbouwtransitie en natuurherstel (stikstof). Vervolgens verdiepte de ontstane schaarste op de wereldmarkt als het gaat om grondstoffen, beschikbare energie en arbeid. Er is sprake van een ongekende inflatie. Dit alles is vanaf eind februari dit jaar verder verslechterd door de ontstane oorlog in de Oekraïne met als gevolg het opvangen van een grote vluchtelingenstroom en het verder verscherpen van de energiecrisis met grote gevolgen voor onze inwoners. Dat leidt er ook toe dat de regeringsplannen momenteel tussentijds worden bijgesteld, zowel inhoudelijk als financieel, waardoor de financieel-inhoudelijke informatie van het Rijk richting de gemeenten en provincies via de gebruikelijke Mei-circulaire later is ontvangen dan gebruikelijk. Ook dit is een reden dat een reguliere Kadernota op dit moment niet mogelijk is.

“Stap voor stap”- benadering Binnen de context van onze ambities en externe ontwikkelingen, die op de gemeente en haar inwoners afkomen, maken wij onze keuzes. We beseffen ons dat we daarbij wendbaar moeten zijn en voortdurend moeten bijsturen. Dat maakt dat wij kiezen voor een “stap voor stap”-aanpak, waarbij wij u steeds zo goed mogelijk informeren over de zaken, voornemens, bijstellingen, die op moment van rapporteren bij ons bekend zijn.

1

Zo hebben wij u onlangs als eerste stap het Jaarverslag over 2021 aangeboden, alsmede de eerste Tussenrapportage met daarin een bijstelling op de lopende Programmabegroting 2022. Inmiddels is begin juni - weliswaar te laat- dan toch de Mei-circulaire ontvangen. Met medewerking van uw agendacommissie hebben wij de toezending van de Kaderbrief 2023 iets uitgesteld. Daardoor kon door ons de gebruikelijke nadere analyse van de Mei-circulaire worden uitgevoerd. Dit leidt ertoe dat wij u in deze Kaderbrief 2023 naast de inhoudelijke hoofdlijnen ook het geactualiseerde financieel meerjaren-perspectief 2023-2026 kunnen presenteren, inclusief de meest recente informatie over de uitkering uit het Gemeentefonds. Een belangrijke stap. Direct na toezending van de Kaderbrief nemen wij in juni de stap naar de voorbereiding van de Programmabegroting 2023 en werken wij het recent gepresenteerde coalitieakkoord 2022-2026 financieel en inhoudelijk uit, onder andere via beleidstoevoegingen. In november stelt de gemeenteraad dan de Programmabegroting 2023 vast, inclusief de meerjarenbegroting 20232026. Nu beeld vormen om straks gericht keuzes te kunnen maken Wij schetsen in deze Kaderbrief in hoofdlijnen een aantal inhoudelijke ontwikkelingen. Wij sluiten aan bij wat al eerder dit jaar naar voren is gebracht.

Zo is er het ambtelijk overdrachtsdocument 2022-2026, waarin meer in detail langs de lijn van de centrale opgaven de ontwikkelingen en uitdagingen zijn geschetst, waar de gemeente Barneveld momenteel mee te maken heeft. Dit document is eveneens betrokken bij het opstellen van het coalitieakkoord 2022-2026. De indeling in maatschappelijke opgaven, gesplitst in sociale en fysieke opgaven, ondersteund door de bestuurlijk-organisatorische opgaven, komt in beide documenten terug. Wij hebben die indeling dan ook doorgetrokken naar deze Kaderbrief. De opgaven zijn uitdagend en sterk onderling met elkaar verweven. We zullen daarvoor de komende jaren verder de mouwen moeten opstropen Iets dat we vooral ook met de inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven willen doen. Samen de prioriteiten vaststellen en uitvoeren. Daarvoor is ook een gemeentelijke organisatie nodig, die een schaalsprong kan maken, die hoort bij de opgaven, die de gemeente Barneveld te doen heeft. Ook daar hebben we keuzes te maken. Dan hebben we het over de spanning tussen ambities-arbeidskosten en capaciteit en het steeds verder toegenomen werkpakket, mede als gevolg van externe effecten van de opgaven, waaronder de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne en opvang in het algemeen. We hebben het daarbij ook over onze manier van werken en over onze dienstverlening.

Er staat ons de komende maanden een intensief en tegelijk ook uitdagend traject voor de boeg, waarin we met elkaar voor de komende bestuursperiode op basis van de meest actuele informatie tot een goede uitwerking van het coalitieakkoord willen komen. Met de Kaderbrief 2023 geven wij u een zo goed mogelijk eerste beeld in hoofdlijnen. Wij stellen u voor om deze Kaderbrief ter kennis geven aan te nemen als voorbereiding op de Programmabegroting 2023.

Burgemeester en wethouders van Barneveld, W. Wieringa Secretaris

J.J. Luteijn Burgemeester

2

Ontwikkelingen Sociale opgaven

Op sociaal gebied staat de gemeente Barneveld er goed voor. De gemiddelde levensverwachting van inwoners, de sociale samenhang en het gebruik van sociale vangnetvoorzieningen zijn vergelijkbaar met of beter dan het landelijk gemiddelde. Toch zijn er ook aandachtspunten. Deze beperken zich niet tot het sociaal domein, waar het draait om mensen, maar vragen om een integrale aanpak en aandacht in het fysieke domein, de leefomgeving van mensen. Zo zijn er raakvlakken met veiligheid, luchtkwaliteit, duurzaamheid en wonen. Groeien naar Zelfstandigheid De nasleep van de coronacrisis vraagt aandacht. Er is sprake van onderwijsachterstanden en de mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Onder andere met het Nationaal Programma Onderwijs wordt hier in samenwerking met scholen aan gewerkt. Ook het (overmatig) alcohol- en drugsgebruik onder jongeren en opgroeien in armoede vragen aandacht. Er wordt gewerkt aan een lokaal 'Gezonde Leefstijl'-akkoord. Door wijziging van het zogenoemde woonplaatsbeginsel in de jeugdzorg is het financiële risico voor de gemeente Barneveld gedaald.Tegelijkertijd blijft de financiële beheersbaarheid van de uitgaven voor jeugdhulp een uitdaging; inhoudelijke transformatie blijft nodig. Landelijk is een hervorming van de jeugdzorg aangekondigd.

Meedoen naar Vermogen Door inflatie en stijgende woonlasten neemt de financiële problematiek in huishoudens toe; bestaanszekerheid staat onder druk. Het is belangrijk dat schulden zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en hulp wordt verleend. Dit geldt ook ten aanzien van laaggeletterdheid; meer mensen hebben moeite met lezen, schrijven, rekenen of computervaardigheden dan op het eerste gezicht lijkt. We werken als gemeente aan een goede relatie tussen overheid en inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Iedereen telt mee, hoort erbij en moet mee kunnen doen. Ook nieuwkomers in de Barneveldse samenleving en mensen met een beperking. Belangrijk is dat bevolkingsgroepen niet tegenover elkaar komen te staan en criminaliteit zo weinig mogelijk kans krijgt. Samenredzaamheid is een groot goed in de gemeente Barneveld. Voorzieningen voor onderwijs, cultuur en sport dragen hier aan bij. Tegelijkertijd blijft het aanbod aan voorzieningen voor hulp- en dienstverlening enigszins achter bij de groei van het aantal inwoners. Samen Oud Worden Het aantal huishoudens met 75-plussers zal de komende twintig jaar ruim verdubbelen. Gelukkig blijven mensen over het algemeen langer vitaal. Toch zal het aantal kwetsbare ouderen in absolute zin toenemen. Ook deze inwoners willen over het algemeen zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen.

De vraag is in hoeverre de gemeentelijke uitgaven voor ondersteunende voorzieningen mee kan groeien. Wel heeft het rijk een meer rechtvaardige systematiek voor een eigen bijdrage bij gebruik van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning aangekondigd. Ook in de zorg en ondersteuning zijn personeelstekorten aan de orde. Meer en efficiëntere samenwerking is nodig en er zal minder sprake kunnen zijn van keuzevrijheid. Mantelzorg en andere vormen van omzien naar elkaar en onderlinge zorgzaamheid worden nog belangrijker. De gemeente blijft dit ondersteunen. Ook omdat een toename van eenzaamheid in de samenleving een risico is.

Fysieke opgaven

De gemeente kent forse fysieke opgaven. Deze staan niet op zichzelf, maar zijn sterk verbonden met de sociale opgaven. Daar waar mensen wonen, werken en recreëren, maken ze ook gebruik van de voorzieningen in het sociale domein. Verstedelijking en groei De gemeente Barneveld is in de afgelopen jaren hard gegroeid en die groei zet door. Groei op een toekomstbestendige manier, waarbij het niet alleen gaat over woningbouw, maar ook over bedrijventerreinen, uitbreiding van infrastructuur, het voorzieningenniveau (onder andere sport, cultuur en onderwijs) en recreatiegebieden. Op alle onderdelen zullen we moeten meegroeien op een manier die bijdraagt aan de toekomstbestendige en gezonde gemeente. Op regioniveau werken we aan het maken van een zogeheten verstedelijkingsakkoord met het Rijk. Hierin maken we afspraken over het aantal te realiseren woningen in de Foodvalley en de benodigde randvoorwaarden hiervoor, ook financieel. Regie houden is hierin belangrijk. Dit stelt ons in staat om onze eigen keuzes te kunnen blijven maken. Dit doen we in afstemming met regio Amersfoort.

3

De komende jaren worden gemiddeld 600 woningen per jaar gebouwd. Daarbij geldt het uitgangspunt dat voor iedere nieuwe woning een extra arbeidsplek komt. De groei van woningen wordt over de verschillende kernen verdeeld. Dit doen we meer dan voorheen. Hierdoor bieden we meer mogelijkheden aan de kleinere kernen. Zo kunnen we de vitaliteit van deze kernen verbeten. Ook kijken we actief naar de mogelijkheden van inbreiding in en rondom het centrum van Barneveld. Met speciale aandacht voor het gebied aan de overzijde van het station. Om de extra arbeidsplekken te realiseren, zullen we ook nieuwe werklocaties moeten ontwikkelen. Dit om in de lokale economische groei en bovenlokale en bovenregionale vraag te kunnen voorzien. Daarnaast moeten we de huidige bedrijventerreinen up- to-date houden. Transitie buitengebied De komende jaren staat het buitengebied voor grote opgaven. Denk aan de vermindering van stikstof en fijnstof, verbetering van de waterkwaliteit en transitie van de landbouw. De biodiversiteit en de milieukwaliteit staan onder druk. Deze grote opgaven voor het buitengebied worden de komende jaren integraal aangepakt. Vanuit het Rijk wordt een Nationaal Programma Landelijk Gebied opgezet. Voor de Foodvalley komt een regionale gebiedsaanpak in de Foodvalley. De agrarische sector vervult daarin een belangrijke rol.

Uitgangspunt is en blijft een sterke kern van boeren passend bij Barneveld en de Foodvalley. Dat gaat gepaard met ontwikkeling van de sector naar een meer toekomstbestendige kringlooplandbouw en een duurzaam voedselsysteem. Beheer en onderhoud en vervangingen openbare ruimte Het is belangrijk om aandacht te houden voor de kwaliteit van de bestaande openbare ruimte en het vernieuwen daarvan. Op een manier die bijdraagt aan ontwikkelingen als bijvoorbeeld klimaatadaptatie. Een planmatige aanpak is nodig voor het totale beheer, onderhoud en vervangingen in de openbare ruimte. Duurzaamheid De duurzaamheidsopgave is enerzijds randvoorwaardelijk bij de groei en transities, maar ook autonoom binnen de bestaande gebieden en woningvoorraad en zich richt op een toekomstbestendige en gezonde leefomgeving. De maatschappelijke impact hiervan is hoog, want het vraagt veel van bewoners, organisaties en bedrijven aan investeringen. Denk aan onderwerpen en ontwikkelingen rondom klimaatadaptatie, energie en infrastructuur, duurzame mobiliteit, biodiversiteit, duurzaam voedselsysteem en circulaire economie. De Omgevingswet De komende vier jaar is een belangrijke rol weggelegd voor de implementatie van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie wordt gebruikt om keuzes te maken over onze omgeving richting 2040 . Hierdoor kunnen we antwoorden geven op de opgaven die op ons afkomen.

Ontwikkelingen die beperkend werken bij het realiseren van de opgaven worden hierin meegewogen. Hierbij valt te denken aan stikstof, drukte op de ondergrond en elektriciteitscongestie. De Omgevingswet gaat flinke inspanningen vragen van de organisatie en zal veel tijd en capaciteit vergen.

Organisatorische opgaven

Versterken realisatiekracht De dynamiek van snelle groei, nieuwe wet- en regelgeving en de maatschappelijke opgaven op ons pad, maken dat de gemeente voor een schaalsprong staat. In het groeiplan hebben we een visie geformuleerd hoe we gaan werken aan een toekomstbestendige organisatie van Barneveld. We beseffen dat het nodig is zodanig te investeren dat de organisatie de gevraagde omslag kan maken. Een organisatie die gelijke tred kan houden met de groei van Barneveld en vroegtijdig aanhaakt bij gebiedsontwikkelingen en gereed wordt gemaakt voor de nieuwe manier van werken en organiseren. Naar gezamenlijk realiseren van een gebiedsagenda Initiatieven van inwoners en bedrijven vragen om een verandering in de taakopvatting van de overheid: van beheersing, sturing en controle op een door de overheid bepaalde agenda, naar vaker meebewegen, samenwerken en faciliteren. Om deze samenwerking te versterken en te verdiepen werken we onder aansturing van onze gebiedsregisseurs aan het gezamenlijk realiseren van (gebieds)agenda's. In deze gebiedsagenda's is de gemeenschappelijke focus van inwoners en gemeente op de ontwikkeling van wijken en dorpen voor de korte termijn vastgelegd. Om een succesvolle doorontwikkeling van het gebiedsgericht werken mogelijk te maken', is het noodzakelijk om te blijven investeren in een gebiedsgerichte aanpak.

Ook moet de werkwijze op een juiste manier geborgd zijn in de organisatie ontwikkeling, zoals beschreven in het groeiplan. Zo kan ook maximaal rendement uit inwonersparticipatie gehaald worden. Dienstbaarheid, meedenken en transparant communiceren Het liefst willen inwoners in 1 keer via het (gemeentelijke) kanaal van hun eigen keuze geholpen worden door de gemeente op een eenvoudige en duidelijke manier. Men wil maar één keer het verhaal vertellen en bij complexe vragen een vast contactpersoon hebben. Naast toegankelijke online dienstverlening en communicatie is het belangrijk om voldoende aandacht te blijven geven aan offline communicatie en dienstverlening. Het gaat niet alleen om mensen die niet online

4

vaardig zijn, maar ook om een groep mensen die behoefte heeft aan persoonlijk contact vanwege de online overkill. Nieuwe digitale toepassingen om diensten te verlenen en te communiceren, bieden kansen maar roepen ook vragen op ten aanzien van gebruikersvriendelijkheid, transparantie, privacy, veiligheid, data, belang en macht van overheden, bedrijven en consumenten. Het regisseren van de communicatie wordt uitdagender door versnippering van het medialandschap. Ook het toepassen van begrijpelijke taal is een vereiste om een brede groep inwoners te kunnen bereiken. Perspectief De arbeidsmarkt is krap en brengt de gemeente in een lastige positie om voldoende nieuw en nodig personeel te werven. Dit vraagt van ons om ons goed te positioneren als werkgever en de unieke kenmerken van de gemeente onder de aandacht te brengen. Maatschappelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld door economische sancties, werken door in de beschikbaarheid van grondstoffen en materialen. Deze factoren vragen om een continu gesprek over de (prioritering van) ambities.

5

Financieel Meerjarenperspectief Uitgangspunten bij financieel meerjarenperspectief 2023-2026

De meerjarenbegroting 2022-2025 is de basis voor de actualisatie van het meerjarenperspectief 2023-2026. In de kaderbrief presenteren we de nu bekende mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2022-2025. Voor de onderwerpen die nu niet besproken worden zijn thans geen ontwikkelingen bekend die financieel invloed hebben op het meerjarenperspectief 2023-2026. Uitgangspunten en grondslagen: Doorwerking 1e Tussenrapportage 2022: Hierin zijn de effecten meegenomen vanuit de jaarrekening 2021 en de beoordeling (eindejaarsverwachting) van de begroting 2022 naar de inzichten per 1 april 2022. Prijs- en loonontwikkeling (inflatie): Ten behoeve van transparantie en consistentie wordt bij de verschillende onderdelen zoveel mogelijk dezelfde methodiek gebruikt en in ieder geval dezelfde indexen toegepast. Bij de algemene uitkering wordt het accres gebaseerd op de MEV22 raming van het CPB. Hierbij worden de volgende indexen gebruikt: loonvoet sector overheid (gewicht van 60%) materiële overheidsconsumptie (gewicht van 20%) overheidsinvesteringen (gewicht van 20%). Deze methodiek gebruiken we ook voor de inflatiecorrectie bij de lokale heffingen (belastingen en rechten) en dan conform het coalitieakkoord 2022-2026 op basis van een 3 jaarsgemiddelde (voor 2023 is dit 3,25%). In de vorige bestuursperiode werd nog gewerkt met een 5 jaarsgemiddelde.

De basisloonsom is € 16,3 miljoen (€ 15,239 mln voor belastingen en € 1,061 mln voor de rechten). Aan de lastenkant gebruiken we voor de loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie de loonvoet sector overheid (4,3%) en bij de prijs- en loonontwikkeling derden wordt het gemiddelde van de materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen toegepast (4,75%). De loon- en prijsontwikkeling derden wordt berekend over een bedrag van € 20 miljoen. Algemene uitkering uit het gemeentefonds: de circulaires zijn verwerkt tot en met de meicirculaire 2022. Vanwege hoge accresbedragen komende jaren en risico van onder uitputting (het niet volledig besteden van de begrote bedragen) bij Rijk is een behoedzaamheidsstelpost van 15% van deze accresbedragen opgenomen. Omtrent het jaar 2026 bestaat nog veel onduidelijkheid. Omdat er voor de gemeentelijke begroting een kader noodzakelijk is wordt 50% van het verschil tussen de accresbedragen 2025 en 2026 extra geraamd voor het jaar 2026 (dus bovenop het bedrag op basis van de meicirculaire voor 2026). Arbeidskosten ambtelijke organisatie: rekening is gehouden met een indexering voor 2023 van 4,3%, dit op basis van de CPB raming. Zie ook de uitleg bij het onderdeel prijs- en loonontwikkeling (inflatie). De grondslag voor de loonontwikkeling ambtelijke organisatie bedraagt € 35,4 miljoen.

Prijs- en loonontwikkeling derden (alles niet zijnde gemeentelijke uitvoeringsorganisatie): Zie ook de uitleg hierboven bij prijs- en loonontwikkeling (inflatie). Voor 2023 wordt op basis van de CPB raming rekening gehouden met een indexering van 4,75%. Dit is het gemiddelde van de materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. De loon- en prijsontwikkeling derden wordt berekend over een bedrag van € 20 miljoen. Treasury: In de begroting 2022 is rekening gehouden met een gewogen rentepercentage van 1,75% over de langlopende schulden. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met een verhoging van dit percentage met 0,25%. De omvang van de langlopende schulden is afgerond € 206 miljoen. Onderhoud (bestaand) areaal: in regel 1 (Meerjarenbegroting 2022-2025) is hiervoor een stelpost opgenomen. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de verbanden tussen deze stelpost en de oplevering van nieuwe grondexploitaties. Effect nu op PM. Meerjaren Investerings Plan (MIP): Bij de begrotingsbehandeling 2022 is geconstateerd dat er onvoldoende zicht is op de investeringsopgave voor vervanging van bestaande voorzieningen en aanleg van nieuwe voorzieningen. Toegezegd is dat met ingang van de begroting 2023 hierin voorzien wordt door middel van een MIP als onderdeel van de basis op orde brengen.

Op dit moment wordt hier nog volop aan gewerkt en zijn de cijfers in dit Meerjarenperspectief een eerste indicatie. Voorgestelde projecten voor 2023 worden uitgewerkt en samen met beleidstoevoegingen en overige budgetbijstellingen integraal gewogen in het proces voor de begroting 2023 (juni/juli). Doorrekening concept coalitieakkoord: Recent is het coalitieakkoord voor de bestuursperiode 2022-2026 vastgesteld en gepubliceerd. Richting de begroting 2023 zal de concretisering van dit akkoord worden uitgewerkt en ook waar mogelijk financieel vertaald in de meerjarenbegroting 2023-2026. Vooralsnog nu een PM effect.

Prognose Meerjarenperspectief 2023-2026

6

Onderstaande prognose geeft de structurele (S) en incidentele (I) mutaties aan ten opzichte van de meerjarenbegroting zoals die is opgenomen in de Programmabegroting 2022. Alle positieve getallen betekenen een verbetering van het begrotingsresultaat en alle negatieve getallen zijn een verslechtering. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn alle bedragen afgerond op € 100. Bij het opstellen van het meerjarenperspectief is gebruik gemaakt van de informatie en data die beschikbaar waren per ultimo mei 2022. Op basis van deze informatie zijn aannames gehanteerd om inschattingen te maken voor 2023-2026. De effecten van de mei circulaire zijn op 10 juni aan dit perspectief toegevoegd. Wij zullen in de Programmabegroting 2023 de meest actuele informatie verwerken. bedragen * € 1.000 Financieel meerjarenperspectief Regel

2023 S

Tot

2024 S

Tot

400 -400

Tot

Tot

800 -400

I

0-2.000-2.000

0

3 4 5 6 7 8 9A 9B 10

Mutaties door actualisaties Algemene Uitkering 10.700 9.300 1.40012.500 9.3003.20014.300 9.3005.000 9.300 9.300 Arbeidskosten ambtelijke organisatie -2.500-1.500-1.000 -1.500-1.500 0 -1.500-1.500 0-1.500-1.500 Prijs- en loonontwikkeling -600 -600 0 -600 -600 0 -600 -600 0 -600 -600 Treasury -500 -500 0 -500 -500 0 -500 -500 0 -500 -500 Lokale heffingen 500 500 0 500 500 0 500 500 0 500 500 Onderhoud (bestaand) areaal PM 0 0 PM 0 0 PM 0 0 PM 0 Meerjaren Investerings Plan (vervangingen) -100 -100 0 -800 -800 0 -2.000-2.000 0-3.000-3.000 Meerjaren Investerings Plan (nieuw) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -100 -100 Coalitieakkoord en overige ontwikkelingen PM 0 0 PM 0 0 PM 0 0 PM 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 -2.000-2.000

400

2026 S

Mutaties door besluitvorming Doorwerking 1e Tussenrapportage 2022

0 -2.000-2.000

400

I

2

5.800 5.800

400 -400

2025 S

Prognose resultaat PB 2022

-1.700-1.700

0

I

1

11 Perspectief bij kaderbrief 2023

0

I

800-400

0 7.600 4.8002.800 8.600 4.0004.600 2.500 2.900-400

Toelichtingen Regel 1 Prognose resultaat PB 2022

Regel 2 Doorwerking 1e Tussenrapportage 2022 Bij de 1e tussenrapportage 2022 zijn budgetbijstellingen voorgesteld op basis van de jaareindeverwachting 2022, met een structurele negatieve doorwerking van € 1,7 miljoen in 2023 en daarna € 2 miljoen. Dit is verwerkt in het meerjarenbeeld bij deze kaderbrief. In de aanloop naar de programmabegroting 2023 wordt onderzocht of nog kan worden bijgestuurd op de structurele effecten die zijn opgenomen in deze tussenrapportage. Het zou dus kunnen dat bij de begroting de doorwerking van deze rapportage wijzigt. In de 1e tussenrapportage is een eerste prognose gemaakt van het effect van prijsontwikkelingen op het budget 2022 en de doorwerking daarvan in de komende jaren. Onderdeel van de structurele doorwerking van de 1e tussenrapportage is een nadelig effect van ruim € 100.000 op prijsontwikkeling in verband met duurder materiaal, hogere brandstof- en energiekosten. Daarnaast zit in de structurele doorwerking een kleine € 2,5 ton aan hogere subsidies in verband met compensatie van stijging van CAO-loonkosten in zorg en welzijn. Deze loonstijging wordt gedekt uit middelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld in de decembercirculaire 2021.

Regel 3 Algemene uitkering uit het gemeentefonds De circulaires zijn verwerkt tot en met de meicirculaire 2022. Deze circulaire is de moeilijkste van de afgelopen 20 jaar door de combinatie van herverdelingseffecten, enorme accresbedragen voor de komende jaren gekoppeld aan onzekerheid omtrent de financiering van de decentrale overheden vanaf 2026. Bij de analyse van de meicirculaire is onderscheid gemaakt in een drietal aspecten: ten eerste het herverdeeleffect door de aanpassing van het model; ten tweede de effecten van het hogere accres; ten derde de effecten van taakmutaties. Herverdeeleffect door de aanpassing van het model

7

De nieuwe verdeling van de algemene uitkering bevat een actualisatie van het nieuwe verdeelmodel van 2019 naar het moment van invoering per 2023, de nieuwe clusterindeling (vooral binnen het sociaal domein), de maatstaven, de bedragen per eenheid, het ingroeipad, de overheveling van verschillende integratie-uitkeringen naar de algemene uitkering en de verevening van de belastingcapaciteit OZB. Zoals al verwacht levert dit voor onze gemeente een negatief herverdeeleffect op en wel van € 11,76 per inwoner. Dit betekent in totaal een bedrag van € 705.000. Het rijk heeft gekozen voor een ingroeimodel waardoor het herverdeeleffect het 1e jaar maximaal € 7,50 per inwoner bedraagt, het 2e jaar maximaal € 22,50 en het 3e jaar maximaal € 37,50. Omdat het verschil voor onze gemeente in het eerste jaar groter is dan het maximale bedrag van € 7,50 wordt voor het verschil een eenmalige suppletie uitkering ontvangen. Deze bedraagt voor 2023 een bedrag van € 256.000. Effecten van het hogere accres Het gemeentefonds is qua omvang gekoppeld aan de rijksuitgaven. Daarbij geldt de normeringssystematiek van "samen de trap op en af". De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd.

Door de hoge voorgenomen uitgaven van het rijk de komende jaren voor onder meer energietransitie, woningbouw, reductie stikstof, defensie en dergelijke is er sprake van forse stijgingen die voor onze gemeente vele miljoenen per jaar aan extra inkomsten betekenen. Echter, in het geval dat het rijk er niet in slaagt om de voorgenomen uitgaven ook te realiseren, betekent dit direct ook een verlaging van onze inkomsten. Hier is dus een fors risico aanwezig waardoor wij besloten hebben het landelijk gegeven advies op te volgen om hiervoor een behoedzaamheidsstelpost van 15% van het hogere accres aan te houden. Na 2025 valt een belangrijk deel van het accres weg omdat het Rijk aangeeft niet over haar eigen bestuursperiode te willen kijken. Voor het verkrijgen van een kader voor onze begroting 2023-2026 hebben wij besloten om 50% van het verschil in accresbedragen tussen 2025 en 2026 extra voor 2026 te ramen bovenop het bedrag op basis van de meicirculaire. Omdat het accres na 2025 fors lager wordt hebben wij besloten om het structureel effect van het jaar 2026 (laagste niveau uit de reeks) ook als uitgangspunt te nemen voor de structurele effecten in de jaren 2023 tot en met 2025. Het verschil tussen het werkelijk berekende accres voor de jaren 2023 - 2025 en het aldus berekende structurele bedrag wordt als incidentele middelen opgenomen in het meerjarenperspectief.

In het meerjarenperspectief is rekening gehouden met het vervallen van de compensatie Opschalingskorting met ingang van 2026 en is de stelpost Jeugd (75% conform richtlijn van toezichthouder) nog steeds van kracht. Effecten van taakmutaties en decentralisatie uitkeringen De bedragen die hiermee samenhangen zijn voorlopig buiten het meerjarenperspectief gehouden omdat eerst nader moet worden beoordeeld wat deze taakmutaties precies voor de gemeente Barneveld betekenen qua lasten. Tot slot ontbreekt nog essentiële informatie voor de financiering van decentrale overheden vanaf 2026. Het Rijk is hierover met de koepels IPO en VNG in gesprek. De eerste uitkomsten (richtingen) worden niet eerder dan eind juni/juli van dit jaar verwacht. Het jaar 2026 is belangrijk omdat dit het laatste jaar van de meerjarenbegroting 2023 - 2026 is en daarmee het toetsingsjaar voor de toezichthouder (provincie) of de begroting structureel sluitend is. Zoals hierboven bij effecten van het hogere accres is aangegeven hebben wij al deels geanticipeerd op deze onzekerheid.

Regel 4 Arbeidskosten ambtelijke organisatie Er is voor 2023 een (incidentele) raming opgenomen voor de frictiekosten (oa sociaal plan) vanwege onder meer de transitie van afdelingsmodel naar concernmodel. Verder is rekening gehouden met een indexering voor 2023 en verder op basis van de CPB raming. Zie ook de uitleg bij het onderdeel prijs- en loonontwikkeling (inflatie). In dit meerjarenperspectief is nog geen effect opgenomen van de groei van de gemeente op de gemeentelijke organisatie. Regel 5 Prijs- en loonontwikkeling derden Bij de uitgangspunten is de methodiek beschreven. De raming op basis van de hierboven genoemde uitgangspunten is verlaagd voor de al structureel in de 1e Tussenrapportage 2022 opgenomen posten ad totaal € 350.000 (zie ook doorwerking 1e Tussenrapportage 2022 op regel 9). Regel 6 Treasury In de begroting 2022 is rekening gehouden met een gewogen rentepercentage van 1,75% over de langlopende schulden. Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met een verhoging van dit percentage met 0,25%. De omvang van de langlopende schulden is afgerond € 206 miljoen. Regel 7 Lokale heffingen Op basis van de bij de uitgangspunten beschreven methodiek is een indexering van 3,25% berekend. Conform het coalitieakkoord 2022-2026 wordt uitgegaan van een 3 jaarsgemiddelde.

8

In de vorige bestuursperiode werd nog gewerkt met een 5 jaarsgemiddelde.

Regel 8 Onderhoud bestaand areaal Effect vooralsnog op PM. Regel 9 Meerjaren investering plan (MIP) Bij de begroting 2022 is geconstateerd dat het inzicht in de toekomstige noodzakelijke investeringen voor enerzijds onderhoud van het bestaande areaal en anderzijds investeringen in groei van het areaal en voorzieningen beter inzichtelijk gemaakt moest worden. Afgesproken is dat bij de begroting 2023 een eerste versie van een MIP beschikbaar moet zijn. Ten behoeve van deze kaderbrief zijn de eerste inzichten over de gemiddeld noodzakelijke volumes verzameld en doorgerekend. Hierbij is per soort van activa (wegen, groen, gebouwen e.d.) gekeken naar een gemiddelde afschrijvingstermijn en verder is rekening gehouden met een rentepercentage van 2,5%. De kapitaallasten (rente en afschrijvingen) starten in het jaar volgend op het jaar waarin de investering wordt afgerond en in gebruik genomen. Voor dit meerjarenperspectief bij de kaderbrief is gekeken naar de periode 2022-2026 en gaat het om een totaal investeringsbedrag van € 88 miljoen na aftrek van bijdragen van bijvoorbeeld rijk, provincie en regio. Riolering is niet opgenomen vanwege de specifieke financieringsstructuur (grondexploitatie en rioolheffing). De ontbrekende posten, waaronder onderwijs en sport, zullen in het verdere proces in de begroting 2023 worden opgenomen.

De grootste posten uit het bedrag van € 88 miljoen zijn: € 46,5 miljoen: Vervanging wegen; € 11,3 miljoen: Mobiliteitsplan (nieuw, pas nieuwe kapitaallasten in 2026); € 15,7 miljoen: VAT kosten (voorbereiding, administratie en toezicht) en onvoorzien; € 5,5 miljoen: Vervanging Groen inclusief bomen; € 3,3 miljoen: Vervanging Openbare verlichting; € 2,8 miljoen: Civiele kunstwerken; € 2,2 miljoen: Verkeer. Het bedrag van € 88 betreft een grove volume raming en bestaat nog niet uit goed afgestemde projecten en programma's en een realistische raming. Hiervoor is nog een goede en integrale afstemming noodzakelijk, waaraan gewerkt wordt in de periode tot aan de begroting 2023. Regel 10 Doorrekening concept coalitieakkoord: Mede vanwege het korte tijdsbestek na het verschijnen van het coalitieakkoord tot het opstellen van de kaderbrief is dit effect vooralsnog op PM gezet. In de programmabegroting 2023 wordt een financiële vertaling van de ambities van het coalitieakkoord opgenomen met daarbij een fasering op hoofdlijnen voor de komende bestuursperiode.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=448a3110-8464-4a75-9731-d75fd6bf9314