CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Hunnenweg VII_Toelichting_Bijlage 9 Ontheffing Wnb (soortenbescherming).pdf

Gemeenteraad 21 april 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Hunnenweg VII (in Voorthuizen)4.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Wet natuurbescherming hoofdstuk 3, ontheffing soorten Datum besluit Onderwerp Activiteit Verlenen/weigeren

: 31 juli 2020 : Wet natuurbescherming – 2019-005838- gemeente Barneveld : Slopen van een voormalige boerderijwoning aan de Hunnenweg 65 te Voorthuizen : Verlenen ontheffing

Aanvrager Zaaknummer

: De Putter, Atelier voor Water & Landschap : 2019-005838

Documentnummer(s) inzagestukken: 03049178, 03049179, 03084873, 084877, 084878, 03084882, 03162589, 03189737, 03205463, 03205470, 03242897.

Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van De Putter, Atelier voor Water & Landschap, Herenstraat 32, 6701 DL Wageningen, hierna te noemen de aanvrager, van 2 mei 2019 om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. De opbouw van deze beslissing is als volgt: - Allereerst worden de ingediende aanvraag en het procesverloop toegelicht; - Daarna volgt het besluit met inbegrip van de voorschriften; - Onder het kopje ‘beoordeling’ wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; - De beslissing wordt afgesloten met enkele algemene bepalingen en een toelichting op het verdere procesverloop (‘overige verplichtingen’ en ‘zienswijzen’). AANVRAAG EN PROCESVERLOOP Op 2 mei 2019 ontvingen wij een aanvraag van De Putter, Atelier voor Water & Landschap, Herenstraat 32, 6701 DL Wageningen, voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis en het opzettelijk verstoren van vleermuizen. De ontheffing wordt aangevraagd in het kader van de in de wet genoemde belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. De aanvraag maakt deel uit van deze ontheffing.

Na het ontvangen van de aanvraag, zijn daarna nog aanvullingen gevraagd aan de aanvrager en is aanvullende informatie ontvangen op de volgende data:  3 juli 2019;  26 november 2020;  22 januari 2020;  17 februari 2020;  7 april 2020. Er is voor het aangevraagde project niet eerder een ontheffing verleend. Er is tegelijkertijd met de ontheffingsaanvraag soortenbescherming een vergunning gebiedsbescherming Wet natuurbescherming aangevraagd. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Het ontwerpbesluit heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Wij hebben binnen deze termijn geen zienswijzen ontvangen. Op deze aanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

2

BESLUIT Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op artikel 3.8 lid 1 en lid 5 van de Wet natuurbescherming ONTHEFFING TE VERLENEN aan De Putter, Atelier voor Water & Landschap, Herenstraat 32, 6701 DL Wageningen; voor de soort(en), verbodsbepaling(en) en wettelijke belang(en) zoals weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Soort(en), verbod(en) en belang(en). Soort Verbod Gewone Artikel 3.5 lid 2 dwergvleermuis (Pipistrellus Artikel 3.5 lid 4 pipistrellus) Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

Artikel 3.5 lid 2 Artikel 3.5 lid 4

Het opzettelijk verstoren

Belang A

Het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen Het opzettelijk verstoren

A

Het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen

Belang A: Artikel 3.8 lid 5b onder 1 van de Wnb: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats.

Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 van de Wet natuurbescherming de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1. De ontheffing geldt voor het plangebied, zoals aangegeven in figuur 1, 2 en 3 van bijlage 1. 2. De geldigheidsduur van de ontheffing eindigt op 31-12-2023. 3. De ontheffing geldt uitsluitend voor de soort(en), verbod(en) en belang(en), zoals weergegeven in tabel 1. 4. De ontheffinghouder dient contact op te nemen met de Provincie Gelderland, indien er verbodsbepalingen worden overtreden, waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via emailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2019-005838. 5. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.

3

6. De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de ontheffing worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze ontheffing, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren. 7. De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 8. Indien de ontheffinghouder de ontheffing in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de Provincie Gelderland, via emailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2019-005838. 9. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waarvoor de ontheffing is verleend moet melding worden gedaan van de datum van start van de werkzaamheden bij de Provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2019-005838. 10. De voorgenomen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige1 op het gebied van de soort. 11.

Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden, waarvoor de ontheffing is verleend, dient door de ontheffinghouder een ondertekende opdrachtbevestiging van de ecologische begeleiding te worden verstrekt aan de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2019-005838. In de opdrachtbevestiging dient een omschrijving van de ecologische begeleiding, de naam en het telefoonnummer van de ecologisch deskundige te worden vermeld. 12. De ecologisch deskundige houdt tijdens het aanbrengen van de mitigerende maatregelen en de ecologische begeleiding alle bevindingen bij in een logboek. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en begeleid, en hoeveel exemplaren en verblijfplaatsen van welke beschermde soorten op welke locatie zijn waargenomen. Tevens dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Het logboek moet altijd beschikbaar zijn op de projectlocatie. 13. Het logboek dient door de ontheffinghouder uiterlijk twee weken na afronding van de ecologische begeleiding/werkzaamheden aan de provincie Gelderland te worden verstrekt via post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2019-005838.

1

De provincie Gelderland verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie, habitats en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en ((soort)specifieke) ecologische kennis heeft. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. Met betrekking tot soorten of specifieke soorten kan als deskundige ook iemand worden aangemerkt die: op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

4

Soortspecifieke voorschriften 14. Alle mitigerende maatregelen zoals genoemd onder het kopjes ‘In de aanvraag beschreven preventieve maatregelen om effecten te voorkomen’ en ‘In de aanvraag beschreven mitigerende maatregelen’ dienen te worden uitgevoerd. 15. De deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 begeleidt in elk geval het plaatsen of aanbrengen van mitigerende maatregelen en het ongeschikt maken van verblijfplaatsen. 16. De sloopwerkzaamheden aan de boerderij mogen pas plaatsvinden minimaal 6 maanden nadat de voorzieningen voor vleermuizen in natuurwoning 1 gereed zijn. Op deze manier wordt rekening gehouden met een minimale gewenningstermijn van 6 maanden (in de actieve periode van vleermuizen, van april-november) waarin vleermuizen kunnen wennen aan de aangebrachte voorzieningen. 17. Omdat de te slopen boerderij potentieel geschikt is voor overwinterende vleermuizen, mogen de sloopwerkzaamheden niet uitgevoerd worden in de overwinteringsperiode van vleermuizen, globaal lopend van 1 november tot 1 april. Indien het niet mogelijk is de werkzaamheden buiten de overwinteringsperiode uit te voeren, dient het gebouw in het paarseizoen, globaal lopend van 15 augustus tot 1 november, voorafgaand aan de werkzaamheden, ongeschikt gemaakt te worden. Bij het ongeschikt maken in deze (paar)periode dient de avondtemperatuur 3 dagen achtereen minimaal 10°C te zijn.

Na het ongeschikt maken dient nogmaals een controle uitgevoerd te worden of de vleermuizen echt vertrokken zijn, dat is met een vleermuisonderzoek in de avond. 18. Indien tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk ter plaatste stopgezet te worden totdat de vleermuizen uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige op het gebied van vleermuizen dient hierbij geraadpleegd te worden. BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project In de aanvraag beschreven project De opdrachtgever is voornemens sloopwerkzaamheden aan een oude boerderij aan de Hunnenweg 65 te Voorthuizen uit te voeren, waarbij een zomerverblijfplaats van de laatvlieger en een zomer- en baltsverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verloren gaat. In plaats van de bestaande agrarische opstallen (in totaal 3300 m2) worden, volgens de eerste opzet, 2 nieuwe natuurwoningen gerealiseerd (zie figuur 3 Bijlage 1). Natuurwoning 1 ligt ongeveer 200 meter van de te slopen boerderij af. Natuurwoning 1 wordt door het gebruik van een tot aan de grond doorlopend groendak en het gebruik van natuurlijke materialen zoveel mogelijk geïntegreerd in het landschap (zie figuur 6, Bijlage 3). Voor de tweede woning, die volgens de eerste plannen nabij de te slopen woning wordt gerealiseerd, is nog geen definitief ontwerp vastgesteld.

Omdat realisatie van natuurwoning 2 op de eerder aangegeven locatie nog niet zeker is, zal bij de mitigerende maatregelen uitsluitend ingezet worden op maatregelen in natuurwoning 1 en op maatregelen aan omliggende bomen. Onderzoek In de aanvraag beschreven wijze van uitvoering van het onderzoek Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Toetsing natuurwetgeving De Nieuwe Veluwe. Eelerwoude, januari 2019, projectnummer nr. P8849” en “Bijlage Soortkaarten De Nieuwe Veluwe, Eelerwoude, januari 2019“.

5

Gericht veldonderzoek 2018 In 2018 heeft onderzoek plaatsgevonden naar het voorkomen van vleermuizen in het plangebied. De inventarisatie van vleermuizen heeft zich met name gericht op het vaststellen van verblijfplaatsen in de te slopen boerderij. Daarnaast is het overige plangebied geïnventariseerd op het voorkomen van vleermuizen en het habitatgebruik. Bij de uitvoering van het onderzoek is gewerkt conform het vigerende ‘Vleermuisprotocol 2017’. Het veldwerk heeft bestaan uit twee veldbezoeken in de periode half mei tot half juli 2018 gericht op kraamkolonies van vleermuizen en twee veldbezoeken in de periode van half augustus tot half september 2018 in de baltsperiode van vleermuizen. In 2018 is tevens aanvullend onderzoek uitgevoerd naar reptielen, amfibieën, das, boommarter, eekhoorn, vleermuizen, vliegend hert, zwarte specht en wespendief, edelhert en wild zwijn. Daarnaast hebben verschillende veldbezoeken door de initiatiefnemer, in de periode tussen eind december 2014 tot heden, waardevolle informatie opgeleverd met betrekking tot de aanwezige flora en fauna op het terrein. Ook heeft de initiatiefnemer wildcamera’s geplaatst waarmee onder andere de aanwezigheid van een boommarter is vastgelegd. Ook is er op deze wijze een relatief goed beeld ontstaan van het aantal dassen op het terrein.

In de aanvraag beschreven ecologische waarden Uit de resultaten van het veldonderzoek en op basis van camerabeelden, die door de initiatiefnemer zijn gemaakt, komt het volgende beeld naar voren:  In het plangebied liggen 4 dassenburchten, maar die liggen niet in de buurt van de geplande werkzaamheden (sloop boerderij en nieuwbouw natuurwoning 1);  Op het heideterrein in het midden van het plangebied zijn de alpenwatersalamander (1x), de hazelworm (2x) en de levendbarende hagedis (23) gevonden. Enkel de levendbarende hagedis werd in de buurt van de te bouwen natuurwoning 1 waargenomen;  In het plangebied zijn een horst van de havik en een territorium van de buizerd en de sperwer gevonden, maar geen van alle in de nabijheid van de geplande werkzaamheden;  De volgende vleermuissoorten zijn in het plangebied waargenomen: o Laatvlieger (een verblijfplaats in de te slopen boerderij en foeragerend in het plangebied); o Gewone dwergvleermuis (een verblijfplaats in de te slopen boerderij en foeragerend in het plangebied); o Rosse vleermuis ((een verblijfplaats in een boom ver gelegen van de werkzaamheden en foeragerend in het plangebied); o Gewone grootoorvleermuis (foeragerend in het plangebied).  Een vossenburcht en foeragerende zwijnen en edelhert op het heideterrein, midden in het gebied.

Alleen voor het verdwijnen van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger is een ontheffing aangevraagd. In de rest van het besluit wordt ingegaan op deze twee soorten. In tabel 2 zijn voor de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis het aantal waargenomen exemplaren en functies weergegeven. In figuur 4 en 5 in bijlage 2 zijn de verspreidingskaarten van de vleermuizen en reptielen en amfibieën opgenomen. Tabel 2: Overzicht aangetroffen (vleermuis-)soorten en functies. Per soort zijn de aangetroffen functies, het aantal verblijfplaatsen (st.) en het aantal individuen (ind.) dat er gebruik van maakt, weergegeven. Soort Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Winterverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

Paarverblijfplaats

nee

nee

1 st. met 5 ind.

1 st. met 5 ind.

nee

nee

1 st. met 3 ind.

nee

6

In de aanvraag beschreven effecten van het project op de ecologische waarden Door de sloopwerkzaamheden verdwijnen:  1 zomerverblijfplaats van de laatvlieger in de te slopen boerderij;  1 zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de te slopen boerderij. In de aanvraag beschreven preventieve maatregelen om effecten te voorkomen Op het heideterrein komen levendbarende hagedis, alpenwatersalamander en de hazelworm voor (zie figuur 4, Bijlage 2). De vindplaatsen vallen niet samen met de werklocaties (nieuwbouw natuurwoning 1, de sloop van de boerderij en de eventuele bouw van natuurwoning 2). Vindplaatsen van hazelworm en de alpenwatersalamander bevinden zich op minimaal 50 meter van de werklocatie van natuurwoning 1. De vindplaatsen van de levendbarende hagedis liggen op maximaal 10 meter van de werklocatie van natuurwoning 1. Het ligt niet voor de hand dat de levendbarende hagedis zich in het bosgebied waar natuurwoning 1 wordt gebouwd, ophoudt. Ten aanzien van deze soort worden de volgende preventieve maatregelen in acht gehouden:  Er vinden geen vervoersbewegingen of werkzaamheden plaats op het heideterrein.

De werkpaden zijn minimaal 5 meter van de rand van het habitattype Droge heide verwijderd (zie figuur 8, Bijlage 3);  Ter hoogte van de te bouwen woning wordt dekking, zoals dood hout en puin of stenen, voorafgaand aan de werkzaamheden verwijderd, zodat er geen schuilmogelijkheden voor de hazelworm of levendbarende hagedis zijn. Dit dient te gebeuren buiten de periode van winterrust. Hierdoor wordt voorkomen dat de soort tijdens de werkzaamheden aanwezig is rond de bouwlocatie.  Werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de voortplantingsperiode (die loopt van aprilaugustus) van de hazelworm en de levendbarende hagedis. In de aanvraag beschreven gedragscode Uit de aanvraag blijkt dat geen gebruik gemaakt wordt van een gedragscode. Nu preventieve maatregelen, ter voorkoming van overtreding van de in hoofdstuk 3 van de Wnb vermelde verboden, niet in deze aanvraag zijn opgenomen en er geen gedragscode van toepassing is, is voor het uitvoeren van de aangevraagde activiteit een ontheffing nodig. In de aanvraag beschreven mitigerende maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis te voorkomen, worden maatregelen voorgesteld. De mitigerende maatregelen zijn beschreven in de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Toetsing natuurwetgeving De Nieuwe Veluwe. Eelerwoude, januari 2019, projectnummer nr.

P8849”, in de “Notitie Functioneel ontwerp laatvliegerverblijfplaats Natuurhuisje Voorthuizen. Rapport NO20131-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.” en samengevat in de volgende tabel 3. Tabel 3: Overzicht van de mitigerende maatregelen ten aanzien van verblijfplaatsen en foerageergebieden en vliegroutes. Soort waarop negatief effect wordt verwacht Laatvlieger verblijfplaats

Vermijden gevoelige perioden De sloop van de boerderij mag pas plaatsvinden, nadat de boerderij ongeschikt is gemaakt voor verblijf van vleermuizen.

Tijdelijke mitigatie Tijdelijke mitigatie is niet aan de orde. Natuurwoning 1 wordt eerst gebouwd voordat de boerderij aan de Hunnenweg 65 wordt gesloopt. Hierdoor blijft doorlopend bebouwing aanwezig,

7

Ongeschikt maken of verjagen ruim vóór de ingreep Ongeschikt maken van de boerderij vindt plaats tussen september en half oktober rekening houdend met de volgende punten. ▪ Het ongeschikt maken vindt plaats onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog.

Permanente mitigatie ▪ In natuurwoning 1 wordt in de nok van de voorkant van de woning een ruime verblijfplaats gerealiseerd. De verblijfplaats wordt gemaakt volgens het ontwerp dat uitgebreid is beschreven in de “Notitie Functioneel ontwerp laatvliegerverblijfplaats

Soort waarop negatief effect wordt verwacht

Gewone dwergvleermuis verblijfplaats

Vermijden gevoelige perioden Zie ook ongeschikt maken.

Tijdelijke mitigatie

De sloop van de boerderij mag pas gebeuren nadat de boerderij ongeschikt is gemaakt voor verblijf van vleermuizen. Zie ook ongeschikt maken.

In 2019 zijn reeds twee kasten ter vervanging van zomer- en paarverblijfplaatsen geplaatst aan bomen op ca. 10-20 meter van de te slopen boerderij. De vleermuiskasten zijn op minimaal 3 m hoogte neergehangen.

die geschikt is als vaste rust- en verblijfplaats voor de laatvlieger. Er dient een gewenningsperiode van een seizoen te zitten tussen de afronding van de nieuwbouw en de sloop van de boerderij.

8

Ongeschikt maken of verjagen ruim vóór de ingreep ▪ In de zijmuren van het gebouw worden minimaal 5 dagen (met een avondtemperatuur van min. 10˚ C) voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden openingen in de gevel en dakbedekking gemaakt, bij voorkeur over de volle breedte of op de hoeken. Hierdoor ontstaat tocht die het microklimaat verstoort en wordt de verblijfplaats ongeschikt gemaakt. Zo nodig wordt er kunstmatig extra lucht in geblazen. ▪ Nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen, moet het minimaal drie dagen met een avondtemperatuur van meer dan 10˚ C ongemoeid blijven staan, voordat wordt overgegaan tot de sloop. Dit is noodzakelijk om vleermuizen die zich toch nog onverhoopt ergens in het gebouw bevinden de kans te geven het gebouw te verlaten. ▪ Als tijdens de werkzaamheden vleermuizen aangetroffen worden, dienen de werkzaamheden direct te worden stopgezet en moet een ter zake kundige ecoloog worden geraadpleegd. Idem als hierboven bij de laatvlieger.

Permanente mitigatie Natuurhuisje Voorthuizen. Rapport NO20131-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen”. ▪ Pas na een termijn van een gewenningsperiode (in de actieve periode) van 6 maanden, mag de boerderij gesloopt worden. Ten aanzien van de verblijfplaatsen van laatvlieger betekent dit dat altijd een gebouw aanwezig is dat geschikt is als verblijfplaats. ▪ Om lichtverstoring tegen te gaan mogen in het dak van natuurwoning 1 aan de buitenzijde geen spotjes worden geplaatst of andere buitenverlichting worden aangebracht. De eerste verdieping aan de zuidkant zal alleen worden gebruikt als werkruimte (pers. mededeling). Het is van belang dat de verlichting in deze ruimte ’s avonds ook zoveel mogelijk wordt uitgeschakeld. ▪ Om de nieuwe verblijfplaats bij de laatvliegers onder de aandacht te brengen dienen sociale geluiden van deze soort te worden afgespeeld nabij de nieuwe verblijfplaats. Dit kan o.a. met een BatLure van Apodemus. De speaker dient dan bij de nieuwe verblijfplaats te worden gemonteerd.

Om meer plekken voor de gewone dwergvleermuis te creëren die kunnen dienen als alternatieve paar- en/of zomerverblijfplaats, kunnen aanvullend 4 à 6 duurzame houtbetonnen kasten aan bomen nabij de huidige verblijfplaats worden geplaats, of aan bomen rondom het heidegebied. De kasten worden op minimaal 4m hoogte geplaatst aan bomen met een takvrije stam zodat de vleermuizen voldoende

Soort waarop negatief effect wordt verwacht

Vermijden gevoelige perioden

Tijdelijke mitigatie

Ongeschikt maken of verjagen ruim vóór de ingreep

Permanente mitigatie ruimte hebben om naar de kast toe te vliegen. Bij voorkeur worden de meeste kasten op zonnige locaties geplaatst.

Beoordeling Beoordeling ecologisch onderzoek en de mitigerende maatregelen Wij hebben het ecologisch onderzoek beoordeeld en wij oordelen dat het onderzoek op de juiste wijze is uitgevoerd en compleet is. De voorgestelde mitigerende maatregelen zijn voldoende. Andere bevredigende oplossing De sloop van de boerderij (waar twee verblijfplaatsen van vleermuizen zijn gevonden) is verbonden aan de huidige locatie. Er is dan ook geen alternatieve locatie voor dit project. Beoordeling van de andere bevredigende oplossingen Wij concluderen dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Belang De sloop van de boerderij en het bouwen van een en mogelijk twee natuurwoningen, gebeurt in het wettelijk belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. Er vindt op het landgoed De Nieuwe Veluwe op allerlei terrein natuurontwikkeling plaats, dat goed past bij de instandhoudingsdoelstellingen van het N2000-gebied De Veluwe. Verder vinden maatregelen plaats om de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten te bevorderen. Beoordeling van belang(en) Wij kunnen instemmen met het in de aanvraag beschreven belang(en). Het betreft het belang dat is weergegeven in tabel 1. Gunstige staat van instandhouding In de bij de aanvraag gevoegde rapportage “Toetsing natuurwetgeving De Nieuwe Veluwe.

Eelerwoude, januari 2019, projectnummer nr. P8849”, is beschreven in hoeverre de gunstige staat van de beschermde soorten in het geding is door de geplande werkzaamheden. Beoordeling van de effecten op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort(en) Het uitvoeren van de werkzaamheden betreft een ingreep met een negatief effect op een zomeren paarverblijfplaats van resp. de laatvlieger en de gewone dwergvleermuis. Door het uitvoeren van de mitigerende maatregelen wordt voorzien in nieuwe geschikte verblijfplaatsen. Er is geen effect van de werkzaamheden op de omvang van geschikt foerageergebied en geschikte omstandigheden voor vliegroutes, omdat geen bomen worden gekapt. Hierdoor wordt zo veel mogelijk voorzien in voorzieningen en omstandigheden overeenkomstig met de huidige situatie. Wij kunnen hiermee instemmen. Op basis van het voorgaande hebben wij bepaald voor welke (aangevraagde) soort(en) welke verbodsbepalingen worden overtreden. Deze zijn weergegeven in tabel 1. Voor deze soort(en) en verbod(en) wordt de ontheffing verleend.

9

Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u erop dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.

Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Martin Kaal Teammanager Vergunningverlening

Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na dagtekening van het besluit hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betalen van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl.

bijlagen: Bijlage 1: Kaart plangebied Bijlage 2: Kaart locaties aangetroffen soorten en functies Bijlage 3: Kaart met overzicht van te nemen maatregelen bij bouw natuurwoning 1

10

BIJLAGE 1: Ligging plangebied aan de Hunnenweg te Voorthuizen. Figuur 1: Topografische ligging plangebied De Nieuwe Veluwe (binnen de rode contouren).

Figuur 2: Ligging van te slopen boerderij aan de Hunnenweg 65 te Voorthuizen. De te slopen boerderij is aangegeven in rood.

11

Figuur 3: Ligging van locaties waar natuurwoningen 1 en 2 (optioneel) worden gebouwd. De te slopen boerderij ligt enkele tientallen meters ten oosten van de nieuwbouwlocatie van natuurwoning 2.

12

BIJLAGE 2: Kaarten met ligging van aangetroffen soorten en functies. Figuur 4: Ligging van waarnemingen aan hazelworm, levendbarende hagedis en alpenwatersalamander in en rond het plangebied.

13

Figuur 5: Ligging van waarnemingen aan vleermuizen in en rond het plangebied.

14

BIJLAGE 3: Kaarten met locatie van voorziening voor de laatvlieger. Figuur 6: Beeld van beoogde situatie van inpassing van natuurwoning 1 in het heidelandschap van De Nieuwe Veluwe. Voorziening voor laatvlieger komt in de nok van de hoge zijde.

15

Figuur 7: Impressie van plek van vleermuisvoorziening (donker2 juni gedeelte) in de nok van natuurwoning 1.

Figuur 8: Ligging van natuurwoning 1 (binnen de witte contour) en de werkpaden (oranje arcering) ten opzichte van habitattype Droge heide.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=f9be4a28-3434-4b37-94c3-0f0fc061caf0