Hunnenweg VII_Toelichting_Bijlage 5 Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Transect-rapport 1419 Garderen, Hunnenweg 65 Gemeente Barneveld (GD) Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO; verkennende-karterende fase)
1
2
Auteur Versie Projectcode Datum Opdrachtgever Uitvoerder
Drs. T. Nales Eindversie 17070077 09-02-2018 De nieuwe Veluwe Transect Australiëlaan 5-a 3526 AB Utrecht
Onderzoeksmelding Bevoegde overheid
4565041100 Gemeente Barneveld
Beheer documentatie
Transect b.v., Utrecht
Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven (Senior prospector)
Datum
Paraaf
13-09-2017
ISSN: 2211-7067
© Transect, Utrecht Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
3
Australiëlaan 5-a 3526 AB Utrecht
T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van De nieuwe Veluwe heeft Transect in augustus 2017 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hunnenweg 65 in Garderen (gemeente Barneveld). De aanleiding voor het onderzoek vormt de vergunningsaanvraag ten behoeve van de verschraling van een grasland ten behoeve van natuurontwikkeling en de nieuwbouw van een natuurwoning in het gebied. In het plangebied is volgens het bestemmingsplan Buitengebied 2012 Geconsolideerd echter sprake van een archeologische waarde. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning van de werkzaamheden een archeologisch vooronderzoek nodig is. Op basis van het vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd. Dit is gebaseerd op de slechts beperkte mate van intactheid van de ondergrond van Deelgebied Natuurontwikkeling enerzijds, en het ontbreken van archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in Deelgebied Natuurwoning anderzijds. Advies Het plangebied heeft een lage archeologische verwachting.
Op grond hiervan zijn ten aanzien van het afplaggen van de bouwvoor in deelgebied Natuurontwikkeling en de aanleg van de Natuurwoning geen aanvullende maatregelen noodzakelijk voor wat betreft het behoud van archeologische waarden. Wel geldt als er tijdens de graafwerkzaamheden toch zaken aan het licht komen, deze op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de gemeente dienen te worden gemeld. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
4
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
4
5.
Beleidskader
5
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
6
7.
Archeologische verwachting en bekende waarden
8
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
9
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
12
10. Resultaten veldonderzoek
13
11. Beantwoording onderzoeksvragen
17
12. Conclusie en Advies
18
13. Geraadpleegde bronnen
19
Bijlage 1: Geomorfologie
20
Bijlage 2: Hoogtekaart
21
Bijlage 3: Bodemkaart
22
Bijlage 4: Archeologische informatie (Archis 3)
23
Bijlage 5: Boorpuntenkaart
24
Bijlage 6: Foto’s van boringen
25
Bijlage 7: Boorbeschrijvingen
26
5
1. Aanleiding In opdracht van De nieuwe Veluwe heeft Transect1 in augustus 2017 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hunnenweg 65 in Garderen (gemeente Barneveld). De aanleiding voor het onderzoek vormt de vergunningsaanvraag ten behoeve van de verschraling van een grasland ten behoeve van natuurontwikkeling en de nieuwbouw van een natuurwoning in het gebied. In het plangebied is volgens het bestemmingsplan Buitengebied 2012 Geconsolideerd echter sprake van een archeologische waarde. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen voor de aanvraag van een omgevingsvergunning van de werkzaamheden een archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.0.
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.0, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennendekarterende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) zijn opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologischgeomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze gegevens zijn aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur en van lokale amateurs of verenigingen.
Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens (verkennende fase). Ook ontstaat inzicht of en in hoeverre in het plangebied sprake is van een vondstrijke archeologische vindplaats (karterende fase). Deze laatste fase is uitsluitend uitgevoerd op de plek waar in de nabije toekomst de woning staat gepland. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).
Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zijn er ter plaatse van de toekomstige natuurwoning archeologische indicatoren gevonden, die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats? Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0 (KNA 4.0).
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.0 (KNA 4.0).
2
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Barneveld
Plaats
Garderen
Toponiem
Hunnenweg 65
Kaartblad
32F
Centrumcoördinaat
Natuurontwikkeling
173084.34 / 469383.82
Natuurwoning
173153.35 / 469716.72
Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied bestaat uit een tweetal deelgebieden, beide gelegen aan de Hunnenweg in Garderen (gemeente Barneveld). Het zuidelijke deelgebied omvat een weiland ten oosten van het erf van de voormalige boerderij aan de Hunnenweg 65. Dit betreft een terrein met een oppervlak van circa 2,2 ha. Op deze plek zullen in de nabije toekomst afplagwerkzaamheden plaatsvinden ten behoeve van de verschraling c.q. heidevorming in het gebied (deelgebied Natuurontwikkeling). Noordelijk van dit deelgebied, op de rand van het bos naar een heidegebied bevindt zich deelgebied Natuurwoning, waar in de nabije toekomst een woning zal worden gerealiseerd. Deze locatie heeft een oppervlak van circa 440 m2. De ligging van beide deelgebieden is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven). De pijl geeft het deelgebied “Natuurwoning” aan.
3
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Aanvraag omgevingsvergunning
Oppervlakte plangebied
Totaal 2,3 ha
Planvorming
Nieuwbouw natuurwoning, natuurontwikkeling
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
Onbekend
De opdrachtgever heeft plannen om in het plangebied een natuurwoning te realiseren en natuurontwikkeling te laten plaatsvinden. De realisatie van de natuurwoning omvat de nieuwbouw van een woning, die integraal in het landschap “verborgen” ligt, op de rand van het bos en de huidige heide. Er zijn nog geen technische plantekeningen voorhanden van de nieuwe situatie. De nieuwbouw zal echter beperkt zijn, waarbij slechts tot 30-40 cm in het gebied zal worden gegraven. Zuidelijk van zijn woning beoogt hij een voormalig weiland om te vormen tot heidegebied. Hiervoor zal de nutriëntrijke bouwvoor worden afgegraven (tot circa 30-40 cm diepte). Hiermee verschraalt de bodem en heeft met name heide een kans om tot ontwikkeling te komen.
4
5. Beleidskader Onderzoekskader
Omgevingsvergunning
Beleidskader
Bestemmingsplan
Onderzoeksgrens
250 m2 en dieper dan 30 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in (naar verwachting) 2019 in werking zal treden. De gemeente Barneveld heeft het archeologiebeleid verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied 2012 geconsolideerd middels dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen. Het bestemmingsplan regelt en beschermt archeologie in juridisch-planologische zin. De vertaalslag heeft plaatsgevonden aan de hand van de gemeentelijke verwachtingskaart van Barneveld.
Op deze kaart ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachtingwaarde, omdat hier op basis van de beleidskaart gordeldekzandglooiingen in de ondergrond aanwezig zijn. Aan deze verwachtingsgebieden zijn in het bestemmingsplan aanvullend planregels geformuleerd. Voor het gebied met de hoge archeologische verwachting geldt dat initiatieven die kleiner zijn dan 250 m2 en waarbij bodemingrepen niet dieper reiken dan 30 cm –Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Omdat de voorgenomen ingreep de vrijstellingscriteria voor dit gebied overschrijdt (in totaal 2,3 ha), geldt een archeologische onderzoeksplicht voor het gehele plangebied.
5
6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio
Midden-Nederlands zandgebied
Geomorfologie
Bebouwd gebied
Maaiveld
-1,8 m NAP
Bodem
Haarpodzolgrond
Grondwater
GWT-II
Landschap Het plangebied is gelegen in de Gelderse Vallei als onderdeel van het Midden-Nederlandse zandgebied. De Gelderse Vallei betreft een diep uitgesleten glaciaal bekken als gevolg van de aanwezigheid van landijs in de voorlaatste ijstijd (het Saalien, circa 370.000 tot 130.000 jaar geleden). Toen het landijs verdwenen was, vulde het bekken zich geleidelijk op met glaciolacustriene afzettingen (ijsmeer-) en brakwaterafzettingen gedurende het opvolgende warmere interstadiaal Eemien (tussen 130.000 en 120.000 jaar geleden). Deze afzettingen worden in het gebied tussen een diepte van 10 m tot zelfs 40 m –NAP verwacht. Westelijk van het plangebied zijn hoge stuwwallen aanwezig, die daar eerder met oude grofzandige rivierafzettingen door het opstuwing door landijs tot stand zijn gekomen. In de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 120.000 tot 10.000 jaar geleden) was er geen sprake van de aanwezigheid van landijs maar kende Nederland wel een zeer koud en droog klimaat. Hierdoor werden vanuit drooggevallen rivierbeddingen en (in veel geringere mate) vanuit de drooggevallen Noordzeebodem als gevolg van het ontbreken van vegetatie grote hoeveelheden zand weggeblazen om verder afgezet te worden als dekzand. Het werd tegen de randen van de stuwwal afgezet en in de (droog)dalen die de stuwwal hebben doorsneden (zogenaamde gordeldekzanden).
Ook bedekte het de Gelderse Vallei, die zich hierdoor verder kon opvullen. Zo ontstond daar onder invloed van een overheersende zuidwestelijke wind in de Vallei een landschap van dekzandruggen, die veelal uit langgerekte oost-west georiënteerde paraboolduinen bestonden (Berendsen, 2005). Het merendeel van de paraboolduinen, die aan het oppervlakte liggen in de Gelderse Vallei zijn al reeds voor het Allerød-interstadiaal (ouder dan circa 14.000 jaar geleden) ontstaan, in tegenstelling tot het merendeel van de zandruggen in Noord-Brabant en Noord-Limburg (Maarleveld en Van der Schans, 1961). Met het verbeteren van het klimaat aan het eind van het Weichselien, raakt het dekzand begroeid en werd het reliëf gedurende het Holoceen (de huidige geologische periode) als het ware gefixeerd. Hierdoor veranderde er weinig meer aan het landschappelijk reliëf in de Gelderse Vallei na het Pleistoceen. Vanwege het onregelmatig reliëf in het gebied was er sprake van een slechte afwatering. Hierdoor trad onder invloed van kwelwater vanuit de stuwwallen in de lager gelegen delen van het landschap van de Gelderse Vallei veenvorming op. Het ontstane veen had over het algemeen een oligotroof karakter (Berendsen, 2005). De veengroei duurde voort tot in de Late Middeleeuwen.
Vanaf toen begon met de winning van turf, waarbij veen werd afgegraven en de systematische aanleg van sloten ten behoeve van de ontwatering van het gebied. Met name dit laatste heeft geleid tot veel lagere grondwaterstanden in het gebied, waardoor ook degradatie van veen kon optreden als gevolg van oxidatie. Het plangebied zelf is niet met veen begroeid geraakt en bevindt zich aan de voet van de stuwwal. Daar heeft in de Middeleeuwen juist veel boskap plaatsgevonden en zijn gebieden ten behoeve van de landbouw afgeplagd, waarbij de plaggen werden gebruikt ter ophoging van de lager gelegen bouwlanden in die tijd. Het lokale landschap bleef als gevolg hiervan ontdaan van begroeiing achter. Als gevolg van het ontbreken van vegetatie kon het dekzand opnieuw verstuiven, waardoor over grote oppervlakten op en langs de stuwwal stuifzandgebieden ontstonden. Dit leidde soms tot de 6
vorming van relatief hoge duinen, zoals deze bij Kootwijk nu nog zijn waar te nemen. Om de stuifzandvorming en –verplaatsing in de gebieden tegen te gaan zijn in de loop van de 19e eeuw gebieden opnieuw aangeplant. Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als bebouwd gebied. Op basis van informatie ten noorden en westen van het plangebied valt af te leiden dat het plangebied vermoedelijk in een zone gelegen heeft, waarbinnen gordeldekzandwelvingen voorkomen (kaartcode 5H9, bijlage 1). Deze zone bevindt zich zuidwestelijk van een zone met hoge landduinen (kaartcode 4L8), die zich in de zone met gordelwelvingen heeft gevormd. Dit zijn vermoedelijk stuifduinen, die het gevolg zijn van herverstuiving van zand in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd als gevolg van ontbossingen. Ook zuidelijk van het plangebied is een langwerpige rug aanwezig, maar deze betreft gezien de karakteristieke vorm van de rug vermoedelijk een dekzandrug (kaartcode 3K14). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de ligging van dekzandruggen en duinen ook goed waar te nemen aan de hand van verschillen in reliëf. In Op basis van het maaiveld in deelgebied natuurontwikkeling valt op dat dit volledig vervlakt is, terwijl direct oostelijk aan het plangebied een hoge (dek)zandrug aanwezig is.
Deelgebied Natuurwoning ligt relatief hoger, vermoedelijk op een dekzandrug of –welving. Sterke maaiveldverschillen zijn hier niet waar te nemen. Wel zijn westelijk van het plangebied enkele cirkelvormige verhogingen aanwezig (in bijlage 2 donker oranje, op een afstand van circa 150-200 m ten westen van het plangebied). Dit zijn grafheuvels, die in Hoofdstuk 7 nader zullen worden besproken. Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart ligt het plangebied in een zone met haarpodzolgronden (bodemkaartcode Hd21, bijlage 3). Haarpodzolgronden zijn zandgronden die hoofdzakelijk op hoge ruggen worden aangetroffen, te midden van een relatief laaggelegen gebied. Het zijn hiermee ook de meest bekende hoog gelegen humuspodzolbodems. Het profiel van deze gronden bestaat meestal uit een slechts enkele centimeters dunne plag, waaronder een loodzandlaag van circa 10 tot 20 cm dik aanwezig is. Verder is daaronder een inspoelingshorizont aanwezig, een zogenaamde humuspodzol-B. De hierin ingespoelde humus ligt als een dunne laag ijzer rondom de zandkorrels, die in sommige gevallen zelfs met elkaar verkit zijn. Dit is met name het geval bij humuspodzolgronden, waar sprake is van diepe grondwaterstanden, zoals ter plaatse van het plangebied (De Bakker, 1966). De grondwatertrap is een maat voor de vochttoestand in de bodem.
Informatie hieromtrent is vanuit archeologische optiek met name relevant met betrekking tot het bepalen van een verwachte mate van conservering van eventuele archeologische resten in het plangebied. Op basis van de bodemkaart wordt in het plangebied een grondwatertrap VII verwacht. Dit duidt over het algemeen op zeer droge gronden waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) op een diepte beneden 80 cm –Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) op een diepte meer dan 120 cm – Mv. Met dergelijke lage grondwaterstanden en droge omstandigheden zullen in het plangebied alleen anorganische archeologische resten te verwachten zijn. Onverbrande organische resten zullen als gevolg van oxidatie zijn (grotendeels) zijn verdwenen.
7
7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Hoog
Archeologische waarden en/of informatie
Ja
Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke verwachtingskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting, op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) een middelhoge. Dit is in beide gevallen gebaseerd op het voorkomen van haarpodzolgronden in een zone met dekzandwelvingen. Deze eenheden boden archeologisch gezien bewoningsmogelijkheden, waardoor mogelijk in het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn (bijlage 4). Archeologische complexen rondom de onderzoekslocatie Om de potentie van een gebied en het uiterlijk van een eventuele vindplaats in het plangebied te kunnen bepalen, is de aanwezigheid van vindplaatsen en reeds uitgevoerde onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied van belang. Door deze te inventariseren en de aangetroffen vindplaatsen te karakteriseren, wordt inzicht verkregen in de aard en de uiterlijke kenmerken van een mogelijke site in het plangebied. Voor deze informatie is Archis geraadpleegd. In bijlage 4 zijn de archeologische gegevens in de directe omgeving van het plangebied ruimtelijk-geografisch weergegeven op de IKAW.
In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan. Ook heeft er niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving is daarentegen wel enige informatie bekend. Deze hangt met name samen met sporen van bewoning en landgebruik in de vroege periode van de prehistorie. Ten westen van het deelgebied Natuurwoning is immers een drietal grafheuvels aanwezig, die thans nog in de hei waar te nemen zijn. De grafheuvels worden van Rijkswege uit beschermd als terrein van zeer hoge archeologische waarde (AMK terrein 256). Onderzoek aan de heuvels heeft aangetoond dat ze vermoedelijk dateren in het Laat-NeolithicumBronstijd getuige de vondst van urnen uit deze periode. Ook ten zuidwesten van het plangebied zijn in twee clusters grafheuvels uit deze periode aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt een terrein van archeologische waarde op een afstand van 250 m (AMK terrein 3365). Hier zijn tijdens ploegwerkzaamheden veel scherven aardewerk gevonden die dateren in de periode van de Klokbekercultuur. Ook is veel vondstmateriaal bekend in de omgeving van het plangebied, maar dit hangt alle samen met de aanwezigheid van de grafheuvels en het potentiele nederzettingsterrein uit de Klokbekertijd (vondstmeldingen 3175698100, 2941915100, 2941931100, 3143807100 en 3143767100, bijlage 4).
Dit maakt de kans groot dat ook in het plangebied (sporen van) grafheuvels aanwezig zijn. Ook resten van nederzetting uit andere perioden zijn theoretisch gezien niet uit te sluiten (LaatPaleolithicum-Late Middeleeuwen), aangezien de dekzandafzettingen sinds het Laat-Paleolithicum aan het maaiveld kunnen hebben gelegen. Aanwijzingen hiervoor zijn in de directe omgeving van het plangebied vooralsnog niet gevonden.
8
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing
Nee
Historisch gebruik
Heide
Huidig gebruik
Grasland, bos
Bodemverstoringen
Nee
Historische situatie Het plangebied bevindt zich oorspronkelijk in niet-ontgonnen gebied. Sinds het einde van de 19e eeuw is het plangebied begroeid geweest met heide. Sinds het begin van de 20e eeuw is het plangebied echter ontgonnen en heeft de heide plaatsgemaakt voor grasland en bos. Dit is ook in het deelgebied Natuurontwikkeling weiland aangelegd. Vermoedelijk is dit gepaard gegaan met bemesting, waardoor als gevolg van eutrofiëring gras en kruiden goed konden groeien. Het deelgebied Natuurwoning is altijd langs de heide blijven liggen, maar ter plaatse van het deelgebied is bos verschenen. Dit bos is vermoedelijk aangeplant, waarvoor de heide op voorhand met een kettingploeg is losgetrokken (een gebruikelijke methodiek in het begin van de 20e eeuw, mondelinge mededeling: de heer P. Schut). Dit landgebruik is sindsdien niet meer veranderd. De ontwikkelingen van (de omgeving van) het plangebied zijn te volgen in de figuren 2-6. Huidig gebruik en bodemverstoringen Deelgebied Natuurontwikkeling is ten tijde van het onderzoek in gebruik als grasland, deelgebied Natuurwoning als bos. Er zijn in beide gebieden geen bodemverstoringen geregistreerd op grond waarvan kan worden afgeleid dat de bodem (archeologisch gezien) verstoord is geraakt. Wel zijn er verstoringen als gevolg van landbewerking te verwachten, met name als gevolg van ploegen.
In hoeverre de bodem hierdoor verstoord is geraakt, is echter niet bekend.
9
Figuur 2: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 3: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
10
Figuur 4: uitsnede van een topografische kaart uit 1950. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
Figuur 5: uitsnede van een topografische kaart uit 1975. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.
11
9. Gespecificeerde archeologische verwachting Kans op archeologische waarden
Hoog: Laat-Paleolithicum - Neolithicum Laag: Bronstijd – Vroege Middeleeuwen Middelhoog: Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd
Complextypen
Nederzettingen, sporen van landgebruik, grafvelden
Stratigrafische positie
In de top van de dekzandafzettingen
Diepteligging
Vanaf maaiveld
Aanwezigheid en dichtheid Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied landschappelijk gezien in een zone ligt waar gordeldekzandwelvingen en landduinen kunnen voorkomen. De welvingen en de flanken hiervan vormen binnen dit landschap de relatief hoger gelegen delen die archeologisch gezien vestigingslocaties waren voor prehistorische samenlevingen. Daardoor hebben deze landschapsvormen een hoge archeologische verwachting voor resten uit de periode LaatPaleolithicum – Late Middeleeuwen. In de directe omgeving van het plangebied zijn op diverse plekken reeds vondsten bekend, waaronder grafheuvels uit het Neolithicum-Bronstijd en een neolithisch nederzettingsterrein als onderdeel van de Klokbekercultuur. Voor wat betreft de Nieuwe tijd is de archeologische verwachting op resten en sporen laag. Het plangebied is namelijk volgens historisch kaartmateriaal in de 19e eeuw heide geweest, hetgeen naar verwachting in het begin van de Nieuwe tijd niet anders is geweest. Stratigrafische positie In het plangebied worden de archeologische resten verwacht in de top van het dekzand. De top van het dekzand wordt reeds vanaf het maaiveld verwacht. Het is echter niet bekend of, en in hoeverre, de oorspronkelijke bodemopbouw in het plangebied bewaard is gebleven, omdat in het plangebied grondwerkzaamheden worden vermoed.
Deze werkzaamheden hangen samen met de ontginning van het gebied, waarbij de heide is omgevormd tot grasland en er bomen zijn aangeplant. Complextypen Voor wat betreft de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen kunnen nederzettingsterreinen worden verwacht, hetzij in de vorm van (seizoensgebonden) jachtkampementen, hetzij in de vorm van een meer sedentaire bewoningsvorm (boerderijen). Ook kunnen grafvelden en sporen van landgebruik worden aangetroffen. Nederzettingscomplexen kunnen zich kenmerken door een vondstlaag of dichte vondstenstrooiing van onder andere fragmenten aardewerk en bewerkt vuursteen, hetgeen met name afhankelijk is van de langdurigheid en/of intensiteit van eventuele bewoning op die plek. Daarentegen zullen sporen van kortstondige bewoning, landgebruik en grafvelden zullen zich kenmerken door (kleinschalige) grondsporen in plaats van de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel uitspraken gedaan worden op basis van de opbouw en de mate van intactheid van de bodem. Deze is naar verwachting in delen van het plangebied door bodemingrepen enigszins aangetast, maar in hoeverre daardoor eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen zijn, is niet bekend.
12
10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennendkarterend booronderzoek uitgevoerd. De boringen zijn namelijk gebruikt om de mate van intactheid van de bodem te bepalen en om inzicht te krijgen in de bodemopbouw in het plangebied. In totaal zijn in het plangebied 29 boringen gezet (boring 1 tot en met 29). De boringen zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Beneden de grondwaterspiegel is gewerkt met een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 8. Voor wat betreft het deelgebied Natuurwoning is op het moment dat duidelijk werd dat de bodemopbouw archeologische potentie had, naast de reeds uitgevoerde boring een nieuwe boring geplaatst met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. De opgeboorde monsters zijn gezeefd met water over een zeef met een maaswijdte van 2 mm en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld in het plangebied.
De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 5. De hoogteligging ten opzichte van NAP van de boorpunten is met behulp van een dGPS ingemeten. Deelgebied Natuurontwikkeling Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek bestaat deelgebied Natuurontwikkeling uit een weiland. Hierbinnen is sprake van enig reliëf, waarbij het zuidelijk deel van het plangebied het meest laag ligt en het geleidelijk in noordelijke richting oploopt. Relatief gezien valt op dat het plangebied lager ligt dan de omgeving noordelijk van het plangebied. Een foto van het plangebied ten tijde van het onderzoek is weergegeven in figuur 6.
Figuur 6: Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek.
13
Lithologie en bodemopbouw Onder in de boringen is vanaf een diepte van 14-34 cm –Mv zeer fijn lichtgeel tot geelwit zand aangetroffen (korrelmediaan 105-150 µm). Ook is het kalkloos. Op grond hiervan is dit zand geïnterpreteerd als dekzand. Het zand is daarbij matig goed tot slecht gesorteerd, hetgeen hoogstwaarschijnlijk het gevolg is van lokale verspoeling van zand na de afzetting ervan. In het dekzand is namelijk af en toe wat grind aanwezig. De top van het dekzand is in de meeste boringen afgedekt met een humeus zandpakket dat bestaat uit een 22-34 cm dik pakket zwak humeus zand. Het pakket is vermoedelijk ontstaan deels als gevolg van de ontginning van het gebied en de omwerking ten behoeve van agrarisch grondgebruik in de Nieuwe tijd. Het pakket kenmerkt zich tevens door de aanwezigheid van een enkel grindje. In de top van het dekzand zijn in de boringen slechts op enkele plekken sporen van bodemvorming aanwezig. In boring 2 en 6 is sprake van een deels intacte podzolbodem, waarbij de brokken van de uitspoelingshorizont (E-horizont) in de bouwvoor verwerkt zijn, maar nog wel sprake is van een BChorizont, de onderzijde van een inspoelingslaag in het podzolprofiel. In boring 13 zijn van deze beide horizonten ook nog restanten in de top van het dekzand waargenomen. Tot slot zijn in boring 5 nog resten van een bruine humus-B podzol waargenomen.
In de overige boringen zijn geen sporen van podzolering meer aanwezig. Deze zijn vermoedelijk als gevolg van de ontginningen van het gebied verdwenen en/of opgenomen in de bouwvoor. Op enkele plekken zijn namelijk hierin kleine brokken verkleurd zand in de bouwvoor te herkennen zijn. Archeologisch gezien is de bodemopbouw in deze boringen als verstoord te beschouwen. Archeologische indicatoren Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren waargenomen, zowel bij het doorlopen van de opgeboorde grondmonsters als het doorzoeken van de in het terrein aanwezige molshopen. Archeologische interpretatie Het deelgebied natuurontwikkeling bevindt zich in een relatief lager gelegen deel van het (gordel)dekzand gebied. Daarbij is de top van de oorspronkelijke bodem omgewerkt, afgegraven en/of opgenomen in de huidige bouwvoor. Dit heeft als effect gehad dat in ieder geval 30-40 cm van de oorspronkelijke top van het dekzand verdwenen is alsmede eventueel aanwezige archeologische resten. De verwachting dat er nog intacte archeologische vondsten te vinden zijn, is hiermee laag. De aanwezigheid van sporen is echter niet helemaal uitgesloten, tenminste sporen die tot meer dan 40 cm in het natuurlijke dekzand hebben gereikt.
14
Deelgebied Natuurwoning Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek bestaat deelgebied Natuurwoning uit een open plek in het bos op de rand van de heide. De ondergroei is reeds in het plangebied verwijderd. Er zijn binnen het plangebied geen variaties aan het maaiveld waar te nemen; het oogt relatief vlak. Ook zijn er geen heuvel-achtige verhogingen aanwezig, die op de ligging van een grafheuvel in het terrein zouden wijzen. Een foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek is weergegeven in figuur 7.
Figuur 7: Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op deelgebied Natuurwoning.
Lithologie en bodemopbouw Onder in de boringen is vanaf een diepte van 14-34 cm –Mv zeer fijn lichtgeel zand aangetroffen (korrelmediaan 105-150 µm). Dit zand is dekzand en kenmerkt zich door een matige sortering. Van enige lokale verspoeling lijkt geen sprake. De top van het dekzand is bedekt met een humeus zandpakket dat circa 14-17 cm dik pakket zwak humeus zand. Dit pakket is ontstaan als gevolg van de aanwezigheid van begroeiing en bioturbatie en betreft een vermenging van de bovenste strooisellaag met de humeuze bovengrond. Daaronder is overal in het plangebied een podzolbodem aanwezig, waarbij uitsluitend inspoelingshorizonten (B- en BC-horizonten) zijn waargenomen. Een uitspoelingshorizont (E-horizont) is niet herkend. Archeologische indicatoren Op basis van de boringen blijkt dat de top van het dekzand intact is. Op basis hiervan zijn naast de verkennende boringen karterende boringen uitgevoerd, waarbij de top van het dekzand bemonsterd is en gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 2 mm (nat). Na het drogen is het residu doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren, maar in geen van de monsters zijn deze aanwezig. Ook zijn de onbegroeide en braakliggende delen van het deelgebied systematisch afgelopen (om de vijf m) om eventuele archeologische indicatoren aan het maaiveld te kunnen waarnemen (veldkartering).
Ook hierbij zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. De stukken vuursteen
15
(circa 2-3 cm in omvang) die tijdens het onderzoek verzameld zijn, zijn door een KNA materiaalspecialist vuursteen als natuurlijk gedetermineerd2. Archeologische interpretatie Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk op een relatief hoger gelegen deel binnen het gordeldekzandgebied gelegen is, vermoedelijk op een dekzandrug. Tevens is geconstateerd dat de top van het dekzand in het plangebied intact is gebleven. Er zijn echter aan het maaiveld ter plaatse en het doorzoeken van de zeefresiduen geen archeologische indicatoren gevonden. Op grond hiervan is de archeologische verwachting in het plangebied naar laag is bij te stellen.
2
Drs. A.A. Kerkhoven
16
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied, bestaande uit twee deelgebieden, bevindt zich in een gordeldekzandgebied met daarbinnen welvingen en landduinen. Deelgebied Natuurontwikkeling bevindt zich daarbij relatief laag in het landschap onder meer getuige het huidige hoogteligging van het maaiveld. Deelgebied Natuurwoning ligt daarentegen naar verwachting op een dekzandwelving.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Op basis van het bureauonderzoek is de top van het dekzand aangewezen als archeologisch relevant niveau op resten en sporen. Op basis van het veldonderzoek bevindt dit niveau zich vanaf het maaiveld. In Deelgebied Natuurontwikkeling is deze top slechts beperkt intact gebleven. Alleen in boringen 2, 5 en 13 zijn nog resten van podzolering in de top van het dekzand aanwezig. In de overige boringen is de top van het dekzand volledig omgewerkt dan wel opgenomen in de bouwvoor. In Deelgebied Natuurwoning is de oorspronkelijke top van het dekzand nog intact te beschouwen. In alle boringen zijn daarin namelijk podzolen aanwezig.
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Zie antwoord vraag 2. In deelgebied Natuurontwikkeling is de top van het dekzand grotendeels opgenomen in de bouwvoor en beperkt intact gebleven. In deelgebied Natuurwoning is de top van het dekzand volledig intact getuige de aanwezigheid van een podzolbodem.
4.
Zijn er archeologische indicatoren gevonden, die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats? Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden, die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied.
5.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van de resultaten van het onderzoek is in het hele plangebied sprake van een lage archeologische verwachting op vondsten en sporen uit de Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen. Deze uitspraak is daarbij gebaseerd op de gedeeltelijke intactheid van de ondergrond in Deelgebied Natuurontwikkeling en het ontbreken van archeologische indicatoren in Deelgebied Natuurwoning. De verwachting op resten uit de Nieuwe tijd is op grond van het bureauonderzoek laag.
17
12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd. Dit is gebaseerd op de slechts beperkte mate van intactheid van de ondergrond van Deelgebied Natuurontwikkeling enerzijds, en het ontbreken van archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in Deelgebied Natuurwoning anderzijds. Advies Het plangebied heeft een lage archeologische verwachting. Op grond hiervan zijn ten aanzien van het afplaggen van de bouwvoor in deelgebied Natuurontwikkeling en de aanleg van de Natuurwoning geen aanvullende maatregelen noodzakelijk voor wat betreft het behoud van archeologische waarden. Wel geldt als er tijdens de graafwerkzaamheden toch zaken aan het licht komen, deze op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de gemeente dienen te worden gemeld. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. .
18
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 3e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2008. Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Barneveld www.ahn.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.bodemloket.nl bagviewer.geodan.nl www.hisgis.nl
Literatuur: Alterra, 2005, de geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen. Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2000. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). 2e druk. Berendsen, H.J.A., 2005. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Van Doesburg, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoud en T. de Groot (red.), 2007. Essen inzicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, RACM, Amersfoort. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten.
19
Bijlage 1: Geomorfologie
20
Bijlage 2: Hoogtekaart
21
Bijlage 3: Bodemkaart
22
Bijlage 4: Archeologische informatie (Archis 3)
23
Bijlage 5: Boorpuntenkaart
24
Bijlage 6: Foto’s van boringen Hieronder volgen opnames van de boringen. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van links naar rechts uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). Voor de guts vormt de punt het diepst bemonsterde niveau.
Foto van boring 4
Foto van boring 6
Foto van boring 29
25
Bijlage 7: Boorbeschrijvingen
26
boring: VOORTH-1 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.002, Y: 469.433, hoogte: 19,23, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,23 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, enkel grindje
22 cm -Mv / 19,01 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd
55 cm -Mv / 18,68 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelwit, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,23 m +
boring: VOORTH-2 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.025, Y: 469.401, hoogte: 19,27, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,27 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
30 cm -Mv / 18,97 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijs, zeer fijn Opmerking: humeuze plag? matig slecht gesorteerd, brokje E
37 cm -Mv / 18,90 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd, vlekkerig
55 cm -Mv / 18,72 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
100 cm -Mv / 18,27 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 110 cm -Mv / 18,17 m +
1
boring: VOORTH-3 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.048, Y: 469.368, hoogte: 18,82, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,82 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
27 cm -Mv / 18,55 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd
50 cm -Mv / 18,32 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
70 cm -Mv / 18,12 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelwit, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,82 m +
boring: VOORTH-4 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.072, Y: 469.335, hoogte: 18,68, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,68 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, brokjes E, humusbrok
27 cm -Mv / 18,41 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, brokje bovengrond
45 cm -Mv / 18,23 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd
70 cm -Mv / 17,98 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig gesorteerd, paar ijzervlekjes
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,68 m +
2
boring: VOORTH-5 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.042, Y: 469.437, hoogte: 19,17, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,17 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
26 cm -Mv / 18,91 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: humeuze plag? matig slecht gesorteerd, vlekkerig
34 cm -Mv / 18,83 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd, vlekkerig
70 cm -Mv / 18,47 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelwit, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,17 m +
boring: VOORTH-6 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.065, Y: 469.404, hoogte: 19,18, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,18 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
31 cm -Mv / 18,87 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak grindig, oranjebruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, vlekkerig
47 cm -Mv / 18,71 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd, vlekkerig
60 cm -Mv / 18,58 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeelwit, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,18 m +
3
boring: VOORTH-7 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.087, Y: 469.374, hoogte: 18,88, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,88 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
43 cm -Mv / 18,45 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak grindig, oranjebruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, vlekkerig
54 cm -Mv / 18,34 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,88 m +
boring: VOORTH-8 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.111, Y: 469.339, hoogte: 18,77, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,77 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
26 cm -Mv / 18,51 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd
44 cm -Mv / 18,33 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
72 cm -Mv / 18,05 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,77 m +
4
boring: VOORTH-9 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.135, Y: 469.307, hoogte: 18,61, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,61 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
34 cm -Mv / 18,27 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
55 cm -Mv / 18,06 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
90 cm -Mv / 17,71 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, lichtgeelwit, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,61 m +
boring: VOORTH-10 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.058, Y: 469.473, hoogte: 19,20, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,20 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje brokje E
32 cm -Mv / 18,88 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
60 cm -Mv / 18,60 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,20 m +
5
boring: VOORTH-11 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.081, Y: 469.441, hoogte: 19,33, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,33 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
26 cm -Mv / 19,07 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
40 cm -Mv / 18,93 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,33 m +
boring: VOORTH-12 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.105, Y: 469.408, hoogte: 19,18, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 19,18 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
30 cm -Mv / 18,88 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
55 cm -Mv / 18,63 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
85 cm -Mv / 18,33 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 18,18 m +
6
boring: VOORTH-13 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.128, Y: 469.376, hoogte: 18,99, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,99 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
28 cm -Mv / 18,71 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, zeer fijn Bodemkundig: E-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
34 cm -Mv / 18,65 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
44 cm -Mv / 18,55 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig slecht gesorteerd
80 cm -Mv / 18,19 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,99 m +
boring: VOORTH-14 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.151, Y: 469.343, hoogte: 18,67, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 18,67 m + Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijsbruin, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, enkel grindje
34 cm -Mv / 18,33 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruingeel, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd vlekkerig
50 cm -Mv / 18,17 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, veel Fe-vlekken Opmerking: matig slecht gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 17,67 m +
7
boring: VOORTH-26 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.166, Y: 469.714, hoogte: 20,51, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 20,51 m + Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, enkel grindje
14 cm -Mv / 20,37 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: matig gesorteerd
32 cm -Mv / 20,19 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig gesorteerd
46 cm -Mv / 20,05 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 19,51 m +
boring: VOORTH-27 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.173, Y: 469.699, hoogte: 20,48, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 20,48 m + Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, enkel grindje
14 cm -Mv / 20,34 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs, zeer fijn Opmerking: matig slecht gesorteerd, humus brokjes
34 cm -Mv / 20,14 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: matig gesorteerd
44 cm -Mv / 20,04 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig gesorteerd
55 cm -Mv / 19,93 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 19,48 m +
8
boring: VOORTH-28 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.179, Y: 469.713, hoogte: 20,47, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 20,47 m + Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, enkel grindje erg vlekkerig
14 cm -Mv / 20,33 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: matig gesorteerd
34 cm -Mv / 20,13 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtbruingeel, zeer fijn Bodemkundig: BC-horizont Opmerking: matig gesorteerd
40 cm -Mv / 20,07 m + Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, raar bandje alleen te zien in zandguts
46 cm -Mv / 20,01 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgeel, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont Opmerking: matig gesorteerd
Einde boring op 100 cm -Mv / 19,47 m +
boring: VOORTH-29 beschrijver: MS, datum: 23-8-2017, X: 173.151, Y: 469.702, hoogte: 20,38, landgebruik: grasland, provincie: Gelderland, gemeente: Barneveld, opdrachtgever: particulier, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 20,38 m + Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijs, zeer fijn Opmerking: matig gesorteerd, enkel grindje
17 cm -Mv / 20,21 m + Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruin, zeer fijn Bodemkundig: B-horizont Opmerking: matig gesorteerd enkel grindje