CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Hunnenweg-Meeuwenveenseweg_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 6 Aanmeldnotitie-m.e.r, Craeft, december 2023

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Hunnenweg-Meeuwenveenseweg (Voorthuizen)3.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs - Voorthuizen

9 december 2023

Stal Jacobs Hunnenweg 40-A 3781 NN Voorthuizen

Craeft Advies B.V. J.C. Vijfhuizen Middelerf 14-b 3851 SP Ermelo 06-25472688 jvijfhuizen@craeftadvies.nl www.craeftadvies.nl Rapportnummer: 23.00149-8_R

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

2

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1.

Gegevens initiatiefnemer ................................................................................................... 4

1.2.

Soort activiteit en projectbeschrijving ................................................................................ 4

1.3.

Juridisch kader en beoordelingsplicht................................................................................. 4

1.4.

Planning project ................................................................................................................. 5

Kenmerken van het project ......................................................................................................... 6 2.1.

Omvang van het project ..................................................................................................... 6

2.2.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ................................................................................. 6

2.3.

Cumulatie met andere projecten........................................................................................ 6

2.4.

Productie van afvalstoffen ................................................................................................. 6

2.5.

Verontreiniging, hinder en risico’s...................................................................................... 6

Ligging locatie ............................................................................................................................. 7 3.1.

Topografisch en landschappelijk......................................................................................... 7

3.2.

Ligging ten opzichte van kwetsbare- & natuurgebieden ..................................................... 8

Milieueffecten ............................................................................................................................ 9 4.1.

Wet ammoniak en veehouderij en Wet natuurbescherming............................................... 9

4.2.

Geur en luchtkwaliteit........................................................................................................ 9

4.3.

Lichtemissie ..................................................................................................................... 10

4.4.

Geluid .............................................................................................................................. 10

4.5.

Bodem ............................................................................................................................. 10

4.6.

Archeologie...................................................................................................................... 10

4.7.

Afvalwater ....................................................................................................................... 10

4.8.

Energie ............................................................................................................................ 10

4.9.

Risico op ongevallen ........................................................................................................ 11

4.10.

Cumulatieve effecten ....................................................................................................... 11

4.11.

Beoordeling effecten........................................................................................................ 11

Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................... 12

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

3

1. Inleiding 1.1.

Gegevens initiatiefnemer

De initiatiefnemer van het voorliggende project is: Naam: Adres planlocatie: Postcode / plaats: Kadastrale gemeente: Sectie: Perceelnummer: Gezamenlijk groot

Stal Jacobs Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 3781 NN Voorthuizen Voorthuizen E 1036, 1511, 1512, 1763, 1764, 1819, 1820, 07.26.60 ha

Als adviseur treedt op: Craeft Advies B.V. dhr. J.C. Vijfhuizen Middelerf 14-b 3851 SP Ermelo

1.2.

Soort activiteit en projectbeschrijving

Op de percelen aan de Hunnenweg 40a waar thans een bedrijfswoning met agrarisch bedrijf is gelegen en op de percelen aan de Meeuwenveenseweg 5 waar thans een woonhuis met voormalige manege en recreatieterrein is gelegen, alsook op weidepercelen, wordt door de initiatiefnemer een plan ontwikkeld voor een manege met bedrijfswoning aan de Hunnenweg 40a, een dubbel woonhuis op de Meeuwenveenseweg 5a. In het kader van een bestemmingsplanherziening dient te worden onderzocht of er sprake is van m.e.r. (beoordelingsplichtige) activiteit.

1.3.

Juridisch kader en beoordelingsplicht

Op basis van het Besluit Milieu Effect Rapportage zijn in onderdeel D van de bijlage van dit besluit activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r. beoordelingsplicht geldt. In het kader van het onderhavige plan is er geen sprake van een noodzakelijke beoordeling in het kader van kolom 4 van activiteit D.14 van het genoemde besluit, omdat de activiteiten onder de drempelwaarde blijven. Echter, voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder de drempelwaarden vallen moet desalniettemin een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze aanmeldnotitie is altijd nodig als een besluit wordt voorbereid met betrekking tot activiteiten die wel op de zogenaamde D-lijst staan, maar onder de drempelwaarde vallen. Vallen de activiteiten met hun omvang boven de drempelwaarde, dan is een volledige m.e.r. beoordeling nodig. Voor de toets van dit project is aanmeldnotitie nodig, welke thans voor u ligt.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

4

Voor de aanmeldnotitie bestaan vrijwel dezelfde procedurele vereisten als voor de (formele) m.e.r.beoordeling (artikelen 7.16, 7.17, eerste tot en met vierde lid, 7.18, 7.19, eerste en tweede lid, en 7.20a van de Wm). De inhoud kan beknopter van aard zijn dan bij een formele m.e.r. beoordeling maar moet wel voldoen aan de criteria zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, bijlage III richtlijn 2011/92/EU, 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Deze criteria laten zich als volgt samenvatten: 1. Kenmerken van het project (omvang, cumulatie, gebruik natuurlijke bronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen). 2. Plaats van het project (grondgebruik, regeneratievermogen natuur, opnamevermogen) 3. Kenmerken van potentiële effecten (bereik, grensoverschrijdend effect, waarschijnlijkheid van het optreden van het effect, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect). Ten aanzien van ruimtelijke plannen, waar het in casu over gaat, geldt dat de m.e.r.-beoordeling voor activiteiten onder de drempel in de D-lijst vormvrij is. Is er sprake van verschillende activiteiten op de D-lijst (onder de drempel), dan moet voor al deze activiteiten wel een afzonderlijke beoordeling worden uitgevoerd. Dat is hier niet in het geval omdat enkel categorie D14 van toepassing is.

In het uiteindelijke moederbesluit moet de beslissing over het wel of niet uitvoeren van een m.e.r. worden gemotiveerd. Indien uit deze aanmeldnotitie blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten kan het bevoegd gezag op die basis de verschillende onderdelen van de bestemmingsplanprocedure en omgevingsvergunning beoordelen, waarbij zij in het moederbesluit kan verwijzen naar deze beoordeling. Dienovereenkomstig geeft zij derhalve invulling aan de haar toekomende zorgplicht.

1.4.

Planning project

Na de beoordeling van deze rapportage en de vaststelling van de uitkomst hiervan zal eind 2023 de bestemmingsplanprocedure worden gestart middels tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan. Deze aanmeldnotitie moet na indienen binnen zes weken beoordeeld zijn. De planning is dan ook om in het voorjaar van 2024 te starten met de sloop c.q. realisatie van het genoemde project en deze in 2024 of 2025 af te ronden.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

5

2. Kenmerken van het project 2.1.

Omvang van het project

Het plangebied heeft een totale grootte van circa 07.26.60 hectare en ligt in het buitengebied van Voorthuizen, gelegen aan en nabij de Hunnenweg en Meeuwenveenseweg. Het plangebied is omgeven door weidegronden met hier en daar een vrijstaande woning op grote afstand. Ten westen van het plangebied aan de noordzijde (plandeel Meeuwenveenseweg) ligt een rijvereniging. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Hunnenweg, de Meeuwenveenseweg loopt door het plangebied heen. Het plan voorziet in de realisatie c.q. legalisatie van stalgebouwen, voorzieningen zoals een rijbak, stapmolen, longeercirkel, paddocks. Er wordt een kleine minicamping – welke thans ook is toegestaan – behouden. De bestaande woning aan de Meeuwenveenseweg waar thans een inwoonsituatie bestaat, wordt planologisch gesplitst. De bestaande bedrijfswoning aan de Hunnenweg 40a blijft behouden. Er wordt een forse landschappelijke inpassing gepleegd. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de locatie en ligging van het plangebied.

2.2.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Nadat het planologisch kader is vastgesteld worden er sloop- en bouwwerkzaamheden uitgevoerd. Hierbij worden bouwmaterialen ingezet, welke zijn vervaardigd met behulp van grondstoffen. De stallen worden voorzien van led-verlichting en zonnepanelen en zijn zo energiezuinig mogelijk. Deze milieueffecten vallen buiten de reikwijdte van deze beoordeling. Er kan derhalve geconcludeerd worden dat de milieueffecten geen betrekking hebben op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

2.3.

Cumulatie met andere projecten

Het betreft een project wat zelfstandig wordt uitgevoerd. Er is geen cumulatie met andere projecten welke in de directe nabijheid worden uitgevoerd. Er is daarom ook geen cumulatie van milieueffecten van andere projecten te verwachten.

2.4.

Productie van afvalstoffen

De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van stallen en aanhorigheden. Bouwafvalstoffen zullen conform de heersende protocollen worden afgevoerd en verwerkt. Er zijn geen specifieke negatieve effecten te verwachten op dit onderdeel.

2.5.

Verontreiniging, hinder en risico’s

Het plan voorziet niet in risicovolle activiteiten van bedrijfsmatige aard die hinder naar de omgeving veroorzaken, anders dan het houden van paarden, de opslag van mest en het recreëren. Er is sprake van een meldingsplichtige inrichting waarop het activiteitenbesluit (per 1 januari 2024: het Besluit Kwaliteit leefomgeving) van toepassing is. Onderhavig plan heeft geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Bovendien zijn in de omgeving van het plangebied geen verontreinigende inrichtingen gelegen. De meldingsplichtige activiteiten zijn reeds beoordeeld en voldoen aan wet- en regelgeving, waaronder de afstandscritereia uit artikel 3.115 t/m 3.119 Activiteitenbesluit milieubeheer. De risico’s die samenhangen met deze inrichting worden dus beheerst door het feit dat de activiteiten onder dwingende regels vallen. Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

6

3. Ligging locatie 3.1.

Topografisch en landschappelijk

De planlocatie is gelegen aan en nabij de Hunnenweg 40a en Meeuwenveenseweg 5a te Voorthuizen. Zoals gezegd heeft het plangebied een totale grootte van circa 07.26.60 hectare en ligt in het buitengebied van Voorthuizen. Het plangebied is omgeven door weidegronden met hier en daar een vrijstaande woning op grote afstand. Ten westen van het plangebied aan de noordzijde (plandeel Meeuwenveenseweg) ligt een rijvereniging. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Hunnenweg, de Meeuwenveenseweg loopt door het plangebied heen. De stedenbouwkundige en landschappelijke invulling ziet er als volgt uit:

Afb. 1: Kaart plangebied met concept stedenbouwkundige invulling

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -

-

Het bestaande grondgebruik: het betreft bemest weilanden, zonder aanmerkelijke milieukwaliteiten. Voorts is er van oudsher een agrarisch bedrijf gevestigd op de Hunnenweg 40a en een kleinschalige manege op Meeuwenveenseweg 5. Er is veel verrommelde bebouwing aanwezig en de landschappelijke kwaliteit is afgenomen. De relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu: Er is uitgebreid onderzoek gedaan, waaronder de Quickscan Natuur, het versterkingsplan en het landschappelijk inpassingsplan. Indien de conclusies uit deze onderzoeken worden nagekomen, wordt de biodiversiteit en natuur versterkt en is dit aspect juist gebaat bij de uitrol van dit plan.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

7

3.2.

Ligging ten opzichte van kwetsbare- & natuurgebieden

De locatie ligt in de directe nabijheid van het Natura 2000 gebied Veluwe. De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Plaatselijk komen in de heiden natte heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. Verder zijn er veel oude eikenbossen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Gelet op de afstand tussen de planlocatie en het Natura 2000 gebied zijn geen effecten te verwachten. Om hier zeker van te zijn is een Quick Scan Natuur en versterkingsplan opgesteld (‘Natuurbank Overijssel’) en is een aanvraag voor een vergunning in gevolge de Wet natuurbescherming ingediend.

De doelstelling is dat deze vergunning verleend is voor vaststelling van het bestemmingsplan en getoetst is of deze vergunning ook daadwerkelijk verleend kan worden, hetgeen het geval is. Gedeputeerde Staten van Gelderland heeft onder de noemer ‘Groene Ontwikkelingen’ en ‘Geldersch Natuur Netwerk’ zoneringen voor een overgangsgebied (GO) en natuurontwikkeling (GNN) vastgesteld. Deze zijn van toepassing op het plangebied, alwaar het versterkingsplan betrekking op heeft. Tot slot heeft Gedeputeerde Staten van Gelderland zeer kwetsbare natuurgebieden op grond van de WAV vastgesteld. Binnen 250 meter van inrichting is geen zeer kwetsbaar natuurgebied gelegen. Indien het versterkingsplan wordt nageleefd en planologisch geborgd en op grond van de aangevraagde Wnb-vergunning blijkt dat er geen significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof te verwachten zijn.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

8

4. Milieueffecten Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 (de kenmerken van het project en de plaats van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten, de aard van het effect, het grensoverschrijdend karakter van het effect, de intensiteit en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten en de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven.

4.1.

Wet ammoniak en veehouderij en Wet natuurbescherming

Zoals in paragraaf 3.2 reeds aangegeven ligt de locatie niet binnen de 250 meter zone van een zeer kwetsbaar gebied, welke zou kunnen zijn aangewezen binnen de kaders van de Wet ammoniak en veehouderij. In het kader van de Europees vastgestelde Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangewezen. Deze gebieden vallen onder de werkingssfeer van de Wet natuurbescherming. De provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor de Natura 2000 gebieden in de omgeving van de locatie. Ook de gevolgen op Natura 2000 gebieden kunnen worden uitgesloten, zoals blijkt uit paragraaf 3.2. Wel dient dit nader geborgd te worden, nu niet alle informatie afgerond is. Gelet op het feit dat het daadwerkelijke besluit, de vaststelling van het bestemmingsplan, niet genomen is met de vaststelling van deze rapportage, kan dat besluit worden genomen alsdan aan het gestelde in 3.2. is voldaan. Hiermee kan worden voldaan aan de gestelde voorwaarden binnen de Wet ammoniak en veehouderij en Wet natuurbescherming. Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten te verwachten op het gebied van zeer kwetsbare gebieden.

4.2.

Geur en luchtkwaliteit

Met de realisatie van de manege is geen blijvende geuremissie gemoeid die van daadwerkelijke betekenis is en het plan is in die zin niet in betekenende mate. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het effect van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. Er worden geen nieuwe gevoelige functies toegevoegd welke in het kader van een aanvaardbaar woonen leefklimaat getoetst zouden dienen te worden aan de luchtkwaliteit. Op basis van de ‘Atlas van de leefomgeving’, welke gebaseerd is op jaarlijks bijgewerkt kaartmateriaal en metingen van het RIVM, blijkt dat de woningen gelegen zijn in een gebied waar de jaarconcentratie 8 tot 9 µg/m3 PM2,5 en 15 tot 16 µg/m3 PM10 bedraagt. Dit valt ruim binnen de norm. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2.5 is 25 μg/m3. Voor PM10 is de grenswaarde voor de daggemiddelde concentraties bepalend of maatgevend. Deze grenswaarde is 50 μg/m3 en mag maximaal 35 dagen worden overschreden. Deze dagnorm voor PM10 komt overeen met een jaargemiddelde concentratie PM10 van 31,2 μg/m3 (rekening houdend met zeezoutaftrek). Geconcludeerd kan worden dat de achtergrondbelasting in de lucht ter plaatse op grond van wet- en regelgeving leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

9

4.3.

Lichtemissie

Optisch veranderd een bedrijfslocatie met weidegronden in hetzelfde regime, maar nu als manege. Er is geen aanmerkelijke toename van licht. De buitenrijbak met lichtmasten wordt achter de stal geplaatst, zodat licht niet uitstraalt naar derden. Deze verlichting zal van de omliggende percelen afgericht worden. De planlocatie is gelegen buiten de bebouwde kom waardoor effecten afwezig zijn en de situatie gedurende late avond en nacht door de te realiseren landschappelijke inpassing verbeterd. Samengevat is er geen blijvende negatieve invloed te verwachten op het effect ‘lichtemissie’.

4.4.

Geluid

De ontwikkeling voorziet niet in toevoeging van nieuwe geluidsproducerende functies, welke thans nog niet aanwezig zijn. Geluid vormt derhalve geen probleem voor de ontwikkeling.

4.5.

Bodem

De locatie staat niet bekend als verontreinigd. Er is een bodemonderzoek uitgevoerd (Gronvitaal, rapportnummer 2330093), waaruit volgt dat de bodem geschikt kan worden geacht voor het voorgenomen gebruik dat met de bestemmingsplanherziening mogelijk wordt gemaakt. Het effect van het onderhavige plan op de bodem is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg.

4.6.

Archeologie

Op de planlocatie is gedeeltelijk een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Er is verkennend en aanvullend onderzoek gedaan (Hamaland advies, rapportnummer onbekend). Uit dit onderzoek blijkt dat de grond ter plaatse overal sterk geroerd is en er dienovereenkomstig geen sprake is van te verwachten verstoring van archeologische waarden.

4.7.

Afvalwater

Het lozen van schoon hemelwater gebeurt vertraagd middels infiltratie. Het afvalwater van huishoudelijke aard (woningen) wordt geloosd op de riolering. Gelet op de aard van de activiteiten (wonen) komt hier geen ander afvalwater vrij dan huishoudelijk afvalwater, hetgeen geloosd wordt op de riolering. Er zijn derhalve geen significant negatieve effecten te verwachten.

4.8.

Energie

Op de stallen worden zonnepanelen geplaatst en er wordt LED-verlichting toegepast. Door toepassing van bovengenoemde maatregelen en de beperkte omvang van de activiteiten is het verbruik beperkt en zijn significant negatieve effecten uit te sluiten.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

10

4.9.

Risico op ongevallen

Bij het plegen van sloop- en bouwactiviteiten bestaat een reëel risico op ongevallen. Dit zijn echter bouw gerelateerde ongevallen, welke voornamelijk liggen in de sfeer van potentiële letselschade of ongevallen met machines. Andere ongevallen, waar in de zin van de Europese richtlijn aan getoetst moet worden, moeten meer bezien worden in het licht van het vrijkomen van schadelijke stoffen. Het risico op het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is in casu nihil. Er is dus geen sprake van een reëel risico op ongevallen met milieuschade tot gevolg.

4.10. Cumulatieve effecten Het betreft solitair gelegen percelen. Door de aard van het project (het herbestemmen van een bedrijfslocatie tot een nieuw type bedrijfslocatie) en door de grote afstanden tot andere projecten is er geen sprake van cumulatie met andere projecten in negatieve zin. Niet-cumulatieve effecten zijn getoetst in de andere paragrafen. Er zijn derhalve geen significant negatieve effecten in cumulatieve zin.

4.11. Beoordeling effecten Zoals in voorgaande paragrafen te lezen is, zijn milieueffecten niet significant negatief of geheel afwezig. Het is dan ook volstrekt niet waarschijnlijk dat er milieueffecten optreden in de zin van de richtlijn, mits de voorwaarden in het kader van de Wet natuurbescherming en de provinciale Omgevingsverordening (GO / GNN) worden nageleefd. Voor zover er in een zeer ongewis geval toch een effect op zal treden blijft het effect hiervan beperkt tot het bereik van de bouwplaats en kent dit geen grensoverschrijdend element. Hiermee is een eventueel effect dan ook verwaarloosbaar klein en voor zover het gaat om milieuschade, omkeerbaar doordat eventuele lokale milieueffecten (bijvoorbeeld gelekte vloeistof) kan worden opgeruimd.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

11

5. Conclusie en aanbevelingen De voorgenomen activiteiten zijn getoetst en beoordeeld aan de hand van relevante wet- en regelgeving. Samenvattend kunnen we de onderstaande conclusies aan de toetsing verbinden. -

-

-

De voorgenomen activiteiten worden passend gemaakt binnen het geldige bestemminplan, waar deze aanmeldnotitie op ziet; De activiteiten zijn mogelijk binnen de vereisten gesteld binnen de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit milieueffectrapportage, de Wet milieubeheer, de Wet ammoniak en veehouderij; de Wet geurhinder en veehouderij, de Wet natuurbescherming en diverse aanverwante ministeriële regelingen. Mogelijk negatieve stikstofeffecten op de omliggende VogelHabitatrichtlijngebieden kunnen worden uitgesloten, mits de vergunningverlening dan wel toetsing is afgerond ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan; Overige milieueffecten zijn voldoende geborgd middels maatregelen op de locatie; Er is sprake van effecten door het verstoren van soorten zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. Hiervoor zijn mitigerende maatregelen voorgeschreven in de verleende ontheffingen. Deze dienen te worden nageleefd; Door de combinatie van factoren en een feitelijke milieukundige verbetering bestaan er geen noemenswaardige risico’s voor de volksgezondheid; Er is geen sprake van cumulatieve effecten.

Op basis hiervan kunnen wij, gelet op de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van potentiële effecten concluderen dat de voorgenomen activiteiten niet zullen leiden tot significant negatieve effecten. Vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige effecten is er geen formele beoordeling op grond van het Besluit m.e.r. noodzakelijk. Het college van Burgemeester & wethouders van de gemeente Barneveld wordt geadviseerd om een positief besluit te nemen op deze aanmeldnotitie en de bestemmingsplanprocedure op te starten.

Aanmeldnotitie m.e.r. Stal Jacobs – Hunnenweg 40a / Meeuwenveenseweg 5 Voorthuizen

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cdb1a8b4-d4b1-46e7-bdea-688717846be9