CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Hunnenweg-Meeuwenveenseweg_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 4 Voortoets Wnb, Craeft, mei 2024

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Hunnenweg-Meeuwenveenseweg (Voorthuizen)24.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad van Barneveld Postbus 63 3770 AB Barneveld

Ermelo, Ons Kenmerk: Uw Kenmerk: Betreft:

29 mei 2024 24.00149-11 Beknopte voortoets Wet natuurbescherming Bestemmingsplan ‘Stal Jacobs’, Hunnenweg 40a, 3781 NN Voorthuizen

Geachte leden van de raad, Namens mijn cliënt, Stal Jacobs, gevestigd Hunnenweg 40a, 3781 NN Voorthuizen, is mij in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ex. art. 3.1 Wro verzocht om een beknopte voortoets Natuur uit te voeren. Deze treft u hierbij aan. Het plan wordt medio 2024 behandeld in uw raad, desalniettemin is op de onderhavige procedure op grond van artikel 4.6 Invoeringswet Omgevingswet nog het oude recht van toepassing. Ten aanzien van het aspect ‘natuur’, meer specifiek het onderdeel gebiedsbescherming, is dit neergelegd in artikel 2.7 lid 1 jo. 2.8 Wnb. Met betrekking tot het aspect ‘natuur’ dient het onderhavige plan aan meer onderdelen getoetst te worden dan alleen aan voornoemde bepalingen. Deze aspecten zijn behandeld in het ‘Quickscan natuurwaardeonderzoek’ van Natuurbank Overijssel (rapportnummer 4634) en het ‘Versterkings- en compensatieplan’, eveneens van Natuurbank Overijssel (rapportnummer 4646), welke onder meer zijn beslag heeft in het landschappelijk inrichtingsplan van Ontwerpbureau Luijendijk (projectnummer 467). Voorts is er sprake van een besluit positieve weigering op grond van artikel 2.7 lid 2 Wnb. Dit betekent dat het project als zodanig getoetst is aan de vraag of het vergunningplichtig is en of die vergunning al dan niet te verlenen zou zijn.

Bij de betreffende aanvraag is gebruik gemaakt van zogenaamde interne saldering van stikstof c.q. ammoniak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft bepaald dat interne saldering niet vergunningplichtig is.1 Indien er wel sprake is van een vergunning, mag deze één op één in het planspoor worden geincorporeerd.2 Cliënt heeft een formele Wnb-vergunning onder kenmerk 2015-009217 (bijgevoegd). Deze vergunning is gebruikt ten behoeve van een aanvraag met interne saldering omdat het project gewijzigd is. Op deze aanvraag is de positieve weigering verstrekt onder kenmerk 2023-003727 (bijgevoegd). Omdat in de rechtspraak discussie bestaat over het rechtskarakter van een positieve weigering kan deze niet zonder nadere beoordeling worden geïncorporeerd in een bestemmingsplan het kader van de plantoets.3,4 1) 2) 3) 4)

ABRvS, 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71 ABRvS, 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2271 RBGEL, 18 oktober 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:5829 RBOBR, 1 december 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:5232

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

Het onderscheid tussen plannen en projecten wordt in de Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming nadrukkelijk gemaakt. De achtergrond hiervan moet worden beschouwd in het kader van het kaderstellende karakter van een plan.5,6 Hoewel er dus sprake is van een vergunde situatie en een navolgende positieve weigering van recente datum in het projectspoor (ook wel: vergunningspoor) dient alsnog beoordeeld te worden of het plan ook voldoet aan de plantoets zoals voornoemd vermeld, waarbij uitgegaan moet worden van de planologische referentiesituatie.7 Ten aanzien van de planologische referentiesituatie geldt dat in het kader van de plantoets de stikstofdepositiebeoordeling plaats dient te vinden voor ieder afzonderlijk in het plan vervatte ruimtelijke ontwikkeling. Voor interne saldering in het kader van de plantoets is volgens de Afdeling vereist dat gesaldeerd wordt met één en dezelfde ruimtelijke ontwikkeling. De Afdeling heeft eerder geoordeeld dat alle activiteiten die onlosmakelijk met elkaar samenhangen kwalificeren als één project in de zin van de Wnb.

Dit doet dan ook de vraag rijzen in welke ruimtelijke ontwikkelingen het onderhavige plan voorziet en in hoeverre er sprake is van onlosmakelijke samenhang.8 Nadat dit duidelijk is, kan worden beschouwd wat het effect van deze ontwikkelingen ten aanzien van stikstofemissie en -depositie is en of de interne saldering welke gebruikt is in het projectspoor al dan niet toepasbaar is in het planspoor. Om dit te beoordelen zal eerst de planologische referentiesituatie worden behandeld, waarna het voorliggende plan wordt behandeld. Planologische referentiesituatie De planologische referentiesituatie wordt gevormd door het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’, dat van rechtswege onderdeel is geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan Barneveld. Om de referentiesituatie goed te beoordelen dienen een aantal bestemmingen op dito percelen onderscheiden te worden. De – voor de referentiesituatie irrelevante – (dubbel)bestemmingen en/of functie-aanduidingen zijn weggelaten om tot een leesbaar geheel te komen: -

Meeuwenveenseweg 5/5a: bestemming ‘wonen’, met functie-aanduiding ‘agrarische nevenactiviteit’ en een daarbij behorend koppelteken ‘agrarische nevenactiviteit’, naar de overzijde van de Meeuwenveenseweg (alwaar een paardenstal is gevestigd); Meeuwenveenseweg naast en achter nr. 5: bestemming ‘agrarisch’ en bestemming ‘wonen’, bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ met ‘specifieke vorm van recreatie: recreatiebedrijf 1’; Hunnenweg 40/40a: bestemming ‘agrarisch’ met functie-aanduiding ‘paardenhouderij’; Hunnenweg 40/40a, weidepercelen rondom: ‘agrarisch’; Meeuwenveenseweg 5/5a en Hunnenweg 40/40a: op verschillende plekken bestemming ‘groen’, ten behoeve van het instandhouden van landschapselementen en groen Hunnenweg tegenover Meeuweneenseweg 5 gedeeltelijk: bestemming ‘natuur’.

Binnen de bestemmingen ‘wonen’ (met agrarische nevenactiviteit), ‘agrarisch - paardenhouderij’ en ‘recreatie’ zijn in de artikelen 20, 4 respectievelijk 16 bebouwings- en gebruiksmogelijkheden opgenomen. Zoals in de toelichting op het nieuwe, thans voorliggende, bestemmingsplan is opgenomen worden met het nieuwe plan per saldo niet meer bouwmogelijkheden gerealiseerd dan bestaand. Binnen de referentiesituatie zijn bebouwingsmogelijkheden aanwezig ten bate van de bestemmingen wonen, recreatie en paardenhouderij. Binnen de bestemming agrarisch – paardenhouderij en wonen – agrarische nevenactiviteit is het mogelijk huisvesting voor paarden op te richten en paarden te houden. Binnen de bestemming ‘agrarisch’ is het mogelijk landbouwhuisdieren, waaronder paarden, te weiden. Binnen de bestemming ‘natuur’ en ‘groen’ kan natuur en groen worden aangelegd en in stand gehouden. Op de vigerende plankaart ziet dit er als volgt uit: 5) 6) 7) 8)

HvJ-EU 20 oktober 2005, ECLI:C:EU:2005:626, r.o. 55. Richtlijn 2001/42/EG ABRvS, 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2073 ABRvS, 28 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY4431

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

De planologische referentiesituatie bestaat uit de feitelijke, planologisch legale situatie. Gelet op de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden uit het thans nog geldende bestemmingsplan wordt deze referentiesituatie de facto bepaald door de vergunde rechten. Deze vergunde rechten moeten worden beoordeeld op het moment van vaststelling van het nieuwe plan, waarbij echter sprake is van een zekere overgangssituatie.9 In het kader van dit plan leidt dit niet tot discussie: de bestaande vergunning in gevolge de Wet natuurbescherming is nog aanwezig en uit de positieve weigering blijkt geen verhoging van emissie ten tijde van de (beoogde) vaststelling van het nieuwe plan. De vergunde veebezetting is tevens aanwezig, waarbij dat op zichzelf geen vraagstuk betreft, nu het gaat om een zogenaamde pre-PAS-vergunning.10 Ruimtelijke ontwikkelingen en samenhang Met de voorliggende bestemmingsplanherziening wordt het volgende mogelijk gemaakt: -

-

Meeuwenveenseweg 5/5a: bestemming ‘wonen’, woongebouw; Meeuwenveenseweg naast en achter nr. 5: bestemming ‘agrarisch’ en bestemming ‘wonen’, bestemming ‘recreatie – verblijfsrecreatie’ met ‘specifieke vorm van recreatie: recreatiebedrijf 1’, bestemming ‘natuur’. Ten westen van Meeuwenveenseweg 5 wordt een bestemming ‘sport’ mogelijk gemaakt; Hunnenweg 40/40a: bestemming ‘sport’ met functie-aanduiding ‘manege’; Hunnenweg 40/40a, weidepercelen rondom: deels bestemming ‘sport’ en deels bestemming ‘agrarisch’; Meeuwenveenseweg 5/5a en Hunnenweg 40/40a: op verschillende plekken bestemming ‘groen’, ten behoeve van het instandhouden van landschapselementen en groen. Op vrijwel alle bestemmingen zijn in het nieuwe plan voorwaardelijke verplichtingen van toepassing, welke leiden tot de verplichte realisatie van het van de planregels deel uitmakende inrichtingsplan.

Op de volgende afbeeldingen wordt de nieuwe plankaart en het inrichtingsplan weergegeven: 9) ABRvS, 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:683 10) RBOBR, 21 januari 2022, ECLI:RBOBR:2022:192, r.o. 5.7

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

De vraag is in hoeverre het planologisch toegestane gebruik binnen de bestemming ‘sport’ met functieaanduiding ‘manege’ afwijkt van het voorgaande planologische regime en of dit in het kader van de Wet natuurbescherming en plantoets ook leidt tot andere mogelijkheden die van wezenlijke invloed zijn op de representatieve invulling van de planologische mogelijkheden zoals voorgaand ingevuld door de vergunde situatie. De overige bestemmingen ‘wonen’, ‘recreatie’, ‘agrarisch’, ‘groen’ of ‘natuur’ zijn niet wezenlijk veranderd of bieden niet wezenlijk andere gebruiksmogelijkheden.

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

Om te beoordelen wat de bestemming ‘sport’ in vergelijking met de bestemming ‘agrarischpaardenhouderij’ al dan niet aan relevante wijzigingen met zich mee neemt dient eerst beschouwd te worden wat binnen de vorige bestemming was toegestaan, gevolgd door wat onder het nieuwe plan is toegestaan. Daarna dient beoordeeld te worden of er sprake is van een noodzakelijke interne saldering om te spreken van het voorkomen van significant negatieve effecten en er of in dat verband sprake is van één ruimtelijke ontwikkeling met onlosmakelijke samenhang of op zichzelf staande deelontwikkelingen. Bestemming agrarisch – paardenhouderij Zoals eerder in deze notitie vermeld is het binnen de bestaande, bij vaststelling van het plan de vorige, bestemming ‘agrarisch – paardenhouderij’ toegestaan om bebouwing op te richten en paarden te houden. Dit komt tot uiting in artikel 1.45 en 4.1 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’. Op grond van artikel 4.1 sub a van dat plan is sprake van de volgende bestemmingsomschrijving: “De voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

een gebruiksgerichte paardenhouderij;” Een gebruiksgerichte paardenhouderij is als volgt gedefinieerd in artikel 1.45 van het betreffende plan: “een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en/of de in- en verkoop van paarden, niet zijnde een manege;” In het kader van voornoemde planregels is het binnen de planologische referentiesituatie toegestaan om een gebruiksgerichte paardenhouderij te exploiteren en gebruiken waarbij ook derden de inrichting aan kunnen doen. Hoewel een manege in de formele zin van het woord niet is toegestaan is het gebruik in de referentiesituatie ten aanzien van emitterende activiteiten (het houden van paarden, verkeersaantrekkende bewegingen, et cetera) feitelijk niet anders. Ten aanzien van de bebouwingsmogelijkheden dient artikel 4.2.2 planregels beschouwd te worden, welke luidt als volgt: “Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)', want daar geldt de maximale goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; b.

de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)', want daar geldt de maximale bouwhoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; c. de totale oppervlakte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte vermeerderd met 25% van de bestaande oppervlakte.” N.b.: er zijn meer gedetailleerde bouwregels opgenomen, voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Echter, deze regels vormen geen wezenlijke vergroting of intensivering van de bebouwingsmogelijkheden. Er is een bouwvlak van ca. 5.700 m2 opgenomen. Voornoemde bouwen gebruiksmogelijkheden worden vergeleken met het nieuwe, gewenste, planologische regime. Bestemming sport – manege Zoals eerder in deze notitie vermeld bestaat de, voor deze beoordeling relevante, wijziging uit de bestemming ‘sport’ met functie-aanduiding ‘manege’. Dit komt tot uiting in artikel 7.1 en 1.70 van het bestemmingsplan ‘Hunnenweg – Meeuwenveenseweg’. Op grond van artikel 7.1 sub a van dat plan is sprake van de volgende bestemmingsomschrijving: [Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

“De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding zoals in de onderstaande tabel is opgenomen, want daar is alleen de specifieke, met die aanduiding corresponderende sportvoorziening toegestaan: Aanduiding (ma): manege” Een manege is als volgt gedefinieerd in artikel 1.70 van het betreffende plan: “een sportvoorziening bestaande uit één of meerdere (binnen)rijbanen, welk in hoofdzaak is gericht op het bieden van paardrijmogelijkheden (inclusief wedstrijden) en het geven van instructie aan derden met gebruik van paarden.” In het kader van voornoemde planregels is het binnen de gewenste planologische situatie toegestaan om een manege te exploiteren en gebruiken waarbij ook derden de inrichting aan kunnen doen. Het gebruik als manege verschilt ten aanzien van een gebruiksgerichte paardenhouderij in de planologische referentiesituatie met betrekking tot het houden van paarden en verkeersaantrekkende werking niet. Ten aanzien van het organiseren van wedstrijden is het plan behelst het plan wel een wijziging van het toegestane gebruik. Ten aanzien van de bebouwingsmogelijkheden dient artikel 7.2.2 planregels beschouwd te worden, welke luidt als volgt: “Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a.

de goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 3,5 m uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)', want daar geldt de maximum goothoogte zoals op de verbeelding is weergegeven; b. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m; c. de totale bebouwde oppervlakte van gebouwen voor een sportvoorziening mag niet meer bedragen dan de in onderstaande lijst aangegeven oppervlakte: Straat

Huisnummer Oppervlakte (m2)

Hunnenweg 40

4200

Met dien verstande dat: onderbouwen zijn toegestaan met een totale oppervlakte van niet meer dan 60 m2 per bestemmingsvlak.” N.b.: er zijn meer gedetailleerde bouwregels opgenomen, voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Echter, deze regels vormen geen wezenlijke vergroting of intensivering van de bebouwingsmogelijkheden. Er is een maximering van de bebouwde oppervlakte van 4200 m2 opgenomen, terwijl dat niet meer bouwvolume oplevert dan het bouwvlak van ca. 5.700 m2 onder het voorgaande regime. Dit betekent dat bij een planologische vergelijking het gebruik intern te salderen is voor de activiteiten die samenhangen met de functies ‘wonen’, ‘agrarisch’, ‘houdeb van paarden’, ‘groen’, ‘natuur’ en de verkeersaantrekkende werking. De verkeersbewegingen welke toe te schrijven zijn aan het organiseren van wedstrijden en welke samenhangen met eventuele bouwactiviteiten dienen nader beschouwd te worden.

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

Onlosmakelijke samenhang Het voorgaande in acht nemende, dient de vraag beantwoord te worden of er sprake is van onlosmakelijke samenhang tussen de planologisch toe te staande activiteiten of dat deze als afzonderlijke ontwikkelingen beschouwd dienen te worden. Beide ‘nieuwe’ activiteiten, te weten het organiseren van wedstrijden en het eventueel gebruiken van bebouwingsmogelijkheden, staan ten dienste aan het realiseren van een manegebedrijf als zodanig. Dat er niet alleen in praktische zin een verband bestaat, maar ook in juridische zin blijkt uit de voorwaardelijke verplichtingen zoals opgenomen in artikel 15 van het bestemmingsplan ‘Hunnenweg – Meeuwenveenseweg’. Hieruit volgt dat er geen sprake is van een surplus aan bebouwingsmogelijkheden. Gelet op het vorenstaande is er sprake van onlosmakelijke samenhang van de verschillende deelactiviteiten, nu vast staat dat het gehele plan met elkaar samenhangt. Dit betekent dat in een vergelijking tussen de planologische referentiesituatie en gewenste planologische situatie intern gesaldeerd kan worden.

Nu de planologische referentiesituatie gerepresenteerd wordt door de vergunde situatie en het nieuwe plan geen wezenlijke andere activiteiten mogelijk maakt dan voortvloeien uit de positieve weigering kan de aanvraag zoals gedaan is in het projectspoor, met de daarbij behorende onderbouwing en het navolgende besluit in beginsel worden gebruikt in het planspoor. Deze wordt hierna kort beschouwd; voor een volledige beoordeling wordt verwezen naar de bijlagen. Beschouwing gebruikte interne saldering Aanlegfase Voor de aanlegfase, in casu ten behoeve van de bebouwingsmogelijkheden zoals opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan, de aanleg van groen en natuur, alsmede de aanleg van een parkeerterrein is intern gesaldeerd met de verleende vergunning. Ten aanzien van de bouw van een stalgebouw wordt een stal tijdelijk leeg gezet. Omdat voor deze bouwactiviteiten een vergunningsplicht geldt ingevolge de Omgevingswet, hoeft niet apart in het planspoor te worden geborgd dat deze stal leeg staat, immers dat volgt alsdan uit het vergunningtraject. Voor de opzet van de aanlegfase en interne saldering wordt verwezen naar de bijlage. Dienaangaande rijst de vraag of deze interne saldering risicoloos is te gebruiken. Voor PASvergunningen is dit niet altijd het geval.11,12 In casu gaat het echter om een pre-pas-vergunning welke destijds tot stand is gekomen met extern salderen.

Derhalve is gebruik te maken van deze salering. Gebruiksfase Voor de gebruiksfase, bestaande uit het houden van paarden, verkeersbewegingen en het organiseren van wedstrijden is eveneens intern gesaldeerd met de verleende vergunning. Voor het verdere gebruik bestaat geen beperking. Voor de opzet van de gebruiksfase en interne saldering wordt verwezen naar de bijlage. Conclusie In deze beknopte voortoets is op hoofdlijn besproken dat een plantoets en projecttoets van elkaar kunnen verschillen. De planologische situatie (zowel de referentiesituatie als de gewenste situatie) is beoordeeld. De details zijn niet wezenlijk anders, dus zijn de situaties beoordeeld naar eventuele, voor emissie en mogelijke depositie, relevante wijzigingen. Hieruit komt naar voren dat deze vooral zien op de realisatie van bebouwing en het organiseren van wedstrijden. Het houden van paarden met verkeersaantrekkende bewegingen van derden is niet veranderd. 11) RBOBR, 21 januari 2022, ECLI:RBOBR:2022:192, r.o. 5.7 12) ABRvS, 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2627

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

Er is sprake van een vergunde situatie in het projectspoor, welke in het kader van een besluit positieve weigering recent is getoetst. Deze situatie vormt de representatieve invulling van de planologische referentiesituatie. Om te beoordelen of deze toets uit het projectspoor ook passend is voor de toets in het planspoor dient beoordeeld te worden welke situaties in het planspoor mogelijk zijn gemaakt en of dit valt binnen de reikwijdte van de, in het kader van het projectspoor gedane, interne saldering en navolgende beoordeling. Beoordeeld is dat de situatie uit het projectspoor ook aansluit op de maximale planologische mogelijkheden in het nieuwe vast te stellen plan. Waar gewerkt is met een interne saldering sluit deze aan op een vergunningplicht en waar sprake is van verschillende type activiteiten is sprake van één en hetzelfde project, namelijk realisatie en gebruik van een manege en is er dienovereenkomstig sprake van onlosmakelijke samenhang. Gelet hierop kan de beoordeling uit het projectspoor worden toegepast in het planspoor en kan worden vastgesteld dat het plan niet leidt tot significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. Een passende beoordeling is daarmee niet nodig. Erop vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik. Met vriendelijke groet,

J.C. Vijfhuizen LL.B. Juridisch adviseur

Bijlagen: 1. Natuurvergunning kenmerk 2015-009217 2. Besluit positieve weigering kenmerk 2023-003727 met bijlagen 3. Toelichting op de aanvraag tot positieve weigering met bijlagen

[Craeft Advies B.V.] [06-25472688] [jvijfhuizen@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [Middelerf 14-B, 3851 SP Ermelo] [IBAN: NL30RABO0327792779] [KvK: 85966401] [BTW-ID: NL863808736B01]

Bijlage 1

BESLUIT WET NATUURBESCHERMING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Wnb hfdst 2 gebieden Artikel 2.7 lid 2 en 3, artikel 2.8 lid 3 en 9 en artikel 5.5 lid 3 Wet natuurbescherming en artikel 5.13 Besluit natuurbescherming

Datum besluit Onderwerp Activiteit

: 1 februari 2018 : Wet natuurbescherming gebieden – 2015-009217 – gemeente Barneveld : het uitbreiden van een paardenhouderij aan Meeuwenveenseweg 5, 3781 NT Voorthuizen Verlenen/weigeren : verlenen vergunning Aanvrager Zaaknummer

: D. Jacobs : 2015-009217

Documentnummer(s). inzagestukken: 02147958, 02147986, 02147989, 02147992, 02147993, 02147995, 02147996, 02160743, 02177351, 02407704, 02407876, 02408470

Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van D. Jacobs, Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen, hierna te noemen aanvrager, van 29 juni 2015 om een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (voorheen: Natuurbeschermingswet 1998). Aanvraag en procesverloop De aanvraag voorziet in het uitbreiden van een paardenhouderij. De inrichting is gelegen op ongeveer 340 meter van het Natura 2000-gebied Veluwe. Voor de beoordeling van de aanvraag is het aanvraagformulier Nbw 1998 agrarische bedrijven inclusief bijlagen, d.d. 25 juni 2015, gebruikt. De ontwerpvergunning heeft in de periode van 11 augustus tot 22 september 2015 ter visie gelegen. Op 12 augustus 2015 is door gemachtigde namens aanvraag een zienswijze ingediend waarin de aanvraag wordt aangepast. Dit heeft geleid tot een nieuwe beoordeling en derhalve e een 2 ontwerp besluit. Het gewijzigde ontwerpbesluit heeft vervolgens vanaf 21 juni 2016 tot 2 augustus 2016 ter inzage gelegen. Op 8 augustus 2016 hebben wij een zienswijze ontvangen van de heer W. Mulder, namens Paardensportvereniging ‘Veluweruiters’. Aangezien de zienswijze niet tijdig is ingediend, is deze niet ontvankelijk. Wij hebben de zienswijzen dan ook niet inhoudelijk bij onderhavige besluit betrokken. Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.

Besluit Gedeputeerde Staten van Gelderland; Gelet op artikel 2.7 lid 2 en 3, artikel 2.8 lid 3 en 9 en artikel 5.5 lid 3 van de Wet natuurbescherming en artikel 5.13 van het Besluit natuurbescherming; HEBBEN BESLOTEN D. Jacobs een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen onder het volgende voorschrift: 1

Deze vergunning dient op het bedrijf aanwezig te zijn.

2

De start en de oplevering van de bouwwerkzaamheden moeten een week van te voren worden gemeld bij post@gelderland.nl, onder vermelding van de naam van het betrokken Natura 2000-gebied, de naam van de locatie en het zaaknummer van de vergunning.

Beoordeling van de aanvraag De aanvraag betreft een paardenhouderij waarbij het aantal gehouden paarden wordt uitgebreid. Ten bate van deze uitbreiding worden drie nieuwe stallen gerealiseerd De mogelijk schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen worden uitsluitend veroorzaakt door stikstofdepositie. Voor dit bedrijf is niet eerder een vergunning danwel een

verklaring van geen bedenkingen (hierna vvgb) op grond van de Wet natuurbescherming (voorheen: Nbw 1998) verleend. Mogelijke effecten kunnen optreden op het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. De instandhoudingsdoelstellingen van het voor deze aanvraag relevante Natura 2000-gebied zijn vermeld in bijlage 1. Toetsing Depositie De aanvraag is ingediend voor 1 juli 2015. Op grond van het bepaalde in artikel 5.13 van het Besluit natuurbescherming in samenhang met artikel 5.5 lid 3 van de Wet natuurbescherming is het bij dergelijke aanvragen toegestaan wezenlijke kenmerken op de Natura 2000 gebieden met behulp van saldering te voorkomen. Teneinde vast te te stellen of sprake is van wezenlijke effecten op de Natura 2000 gebieden is het volgende van belang. Binnen de Natura 2000-gebieden zijn verschillende habitattypen aanwezig. Deze hebben een kritische depositiewaarde. Als de ammoniakdepositie boven deze waarde uitkomt, kunnen er soorten verdwijnen die kenmerkend zijn voor deze habitattypen. Nu sprake is van een wijziging van de bestaande activiteit kan, ondanks de te treffen maatregelen, een depositietoename op de stikstofgevoelige habitattypen per saldo niet op voorhand worden uitgesloten.

De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (uitspraak 201211640/1/R2) heeft er toe geleid dat bestaande rechten als volgt worden vastgelegd: Wanneer voor een veehouderij na de referentiedatum (7 december 2004 voor Habitatrichtlijngebieden, 24 maart 2000 voor Vogelrichtlijngebieden) een situatie is vergund of gemeld waarin de ammoniakemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum, wordt uitgegaan van de situatie met de laagste ammoniakemissie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum. Voor de inrichting zijn de onderstaande vergunningen verleend: Tabel 1 Vergunningenhistorie aanvrager Vergunning/melding Vergunning Wet milieubeheer

Datum 21 april 1999

Emissie (kg) 34,9

Op grond hiervan stellen wij vast dat ten tijde van de plaatsing als Habitatrichtlijngebied op de lijst van communautair belang danwel de aanwijzing in het kader van de Vogelrichtlijn nationale toestemming was verleend. Voor het bedrijf is geen situatie vergund of gemeld waarin de ammoniakemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum. Uit de aanvraag blijkt dat aanvrager wenst te salderen met het bedrijf aan de Hunnenweg 55 te Voorthuizen. Voor het saldeerbedrijf zijn de onderstaande vergunningen verleend: Tabel 2 Vergunningenhistorie saldeerbedrijf Vergunning/melding Vergunning Wet milieubeheer

Datum 20 januari 1999

3

Emissie (kg) 1.072,0

Op grond hiervan stellen wij vast dat ten tijde van de plaatsing als Habitatrichtlijngebied op de lijst van gebieden van communautair belang danwel de aanwijzing in het kader van de Vogelrichtlijn nationale toestemming was verleend. Voor het bedrijf is geen situatie vergund of gemeld waarin de ammoniakemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum. Uit de aangeleverde stukken blijkt dat 432 kg van de ammoniakemissierechten van de inrichting aan Hunnenweg 55 te Voorthuizen worden gebruikt ten behoeve van de aangevraagde saldering. Uit de aangeleverde stukken blijkt dat op 28 juni 2015 door deze inrichting bij de gemeente Barneveld een melding Activiteitenbesluit is ingediend, voor de gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning d.d. 20 januari 1999, voor wat betreft het houden van 144 vleesvarkens, ten bate van de Nbw-vergunning van D. Jacobs, Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen. In de brief d.d. 13 juli 2015 heeft de gemeente Barneveld de ontvangst van deze melding bevestigd en deze geaccepteerd. Veebezetting In tabel 3 is de vergunde veebezetting op 24 maart 2000 en de aangevraagde veebezetting van het aangevraagde bedrijf weergegeven. In tabel 4 is de vergunde veebezetting op 24 maart 2000 en de veebezetting na saldering weergegeven voor het bedrijf waarmee de aanvrager wenst te salderen.

Tabel 3 Veebezetting aanvrager Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen Vergunde veebezetting op 24 maart 2000 Diersoort Rav-code Volwassen pony’s (3 jaar en ouder) K3.100 Pony's in opfok (jonger dan 3 jaar) K4.100

Aantal 10 3

Aangevraagde veebezetting Diersoort Volwassen paarden (3 jaar en ouder) Volwassen pony’s (3 jaar en ouder)

Aantal 62 25

Rav-code K1.100 K3.100

Tabel 4 Veebezetting van het bedrijf dat N-rechten overdraagt: Hunnenweg 55 te Voorthuizen Vergunde veebezetting op 24 maart 2000 Diersoort Rav-code Aantal Vleesvarkens D3.100 144 Vleeskuikens E5.100 8.000 Veebezetting na saldering Diersoort Vleeskuikens

Rav-code E5.100

Aantal 8.000

Depositie Voor de dichtstbijzijnde habitattypen, die voor deze aanvraag relevant zijn, is de depositie in de verschillende situaties weergegeven in tabel 5. Een negatieve waarde in de kolom verschil houdt in dat er sprake is van een afname van de depositie op het betreffende habitattype. Tabel 5 NH3-depositie van de bedrijven in mol/ha/jr. Habitattype Depositie (berekening incl. saldering) 24 maart 2000 Aanvraag Verschil

4

Incl. saldering Veluwe: H4030: Droge heiden H9120: Beuken-eikenbossen met hulst H2310: Stuifzandheiden met struikhei

11,5 2,3 1,3

11,5 2,2 1,3

0,0 -0,1 0,0

Uit tabel 5 blijkt dat de aanvraag niet tot gevolg heeft dat de stikstofdepositie op de aanwezig stikstofgevoelige habitattypen toeneemt. Vanwege de directe samenhang tussen de bedrijven, is de vermindering van de veebezetting van het bedrijf gelegen aan Hunnenweg 55 te Voorthuizen te beschouwen als een mitigerende maatregel op grond waarvan is verzekerd dat de stikstofdepositie per saldo niet zal toenemen. Conclusie Op grond van het vorenstaande hebben wij gezien de passende beoordeling en de getroffen mitigerende maatregelen de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Nu tevens de belangen zoals vermeld in artikel 1.10 lid 3 Wet natuurbescherming niet aan de orde zijn, kan de vergunning worden verleend. Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

H. Boerdam

Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen beroep instellen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Fout! De hyperlinkverwijzing is ongeldig. bijlagen: Bijlage 1: Instandhoudingsdoelstellingen Bijlage 2: AAgro-Stacksberekening vergunde situatie inclusief saldering Bijlage 3: AAgro-Stacksberekening aangevraagde situatie inclusief saldering

5

BIJLAGE 1:

Instandhoudingsdoelstellingen van het voor deze aanvraag relevante Natura 2000-gebied

Veluwe (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn) Aanwijzing en aanmelding Het gebied Veluwe is op 11 juni 2014 definitief aangewezen als Habitatrichtlijngebied. De aanwijzing als Beschermd natuurmonument van de Leemputten bij Staverden en het mosterdveen is hiermee van rechtswege komen te vervallen. De Veluwe is op 24 maart 2000 aangewezen als Vogelrichtlijngebied. In 2003 is de Veluwe aangemeld als Habitatrichtlijngebied bij de Europese Commissie. Op 7 december 2004 heeft de Europese Commissie de communautaire lijst vastgesteld op basis waarvan Nederland het gebied moet aanwijzen. In onderstaande tabel staan de voor NH3 gevoelige instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Veluwe. Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (Bron: Aanwijzingsbesluit Veluwe) (= behoudsdoelstelling; > ontwikkelingsdoelstelling)

Doelstelling verspreiding = = = = = = = = = = =

Habitattypen H2310 Stuifzandheiden met struikhei H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen H2330 Zandverstuivingen H3130 Zwakgebufferde vennen H3160 Zure vennen H4010A Vochtige heiden op zandgronden H4030 Droge heiden H5130 Jeneverbesstruwelen 1 H6230 Heischrale graslanden H6410 Blauwgraslanden 1 H7110B Actief hoogveen H7140 Overgangs- en trilvenen H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen H7230 Kalkmoerassen H9120 Beuken-eikenbossen met hulst H9190 Oude eikenbossen 1 H91E0C Beekbegeleidende alluviale bossen 1 Prioritair habitattype

6

Doelstelling oppervlakte > = > = = > > = > > > = > = > > =

Doelstelling kwaliteit > = > = > > > > > > > = > = > > >

BIJLAGE 2:

AAgro-Stacksberekening vergunde situatie inclusief saldering

Naam van de berekening: Aagro Jacobs vergund Gemaakt op: 6-08-2015 14:15:03 Zwaartepunt X: 172,500 Y: 468,800 Cluster naam: D. Jacobs Berekende ruwheid: 0,40 m

Emissie Punten: Vol gnr. 1 2 3 4 5 6 7

BronID Stal 1 Stal 2 Stal 3 HW 55 stal 1 HW 55 stal 2 HW 55 stal 3 HW 55 pluimveestal

Xcoord. 172 617 172 619 172 615 172 409 172 413 172 418 172 431

YHoogte Gem.geb. Diam. Uittr. coord. hoogte snelheid 468 769 3,5 2,8 0,5 0,40 468 780 3,5 2,8 0,5 0,40 468 786 3,5 2,8 0,5 0,40 468 818 4,5 3,4 0,5 4,00 468 811 4,5 3,4 0,5 4,00 468 806 4,5 3,4 0,5 4,00 468 834 1,5 1,5 0,5 4,00

Gevoelige locaties: Volgnummer 1 2 3

Naam VW H4030 VW H9120 VW H2310

X coordinaat 173 017 174 066 175 089

Y coordinaat 469 477 469 930 469 221

Depositie 11,50 2,28 1,31

Details van Emissie Punt: Stal 1 (1210) Volgnr. 1

Code K3

Type Volwassen pony's

Aantal 5

Emissie 3.1

Totaal 15.5

Details van Emissie Punt: Stal 2 (1211) Volgnr. 1

Code K3

Type Volwassen pony's

Aantal 5

Emissie 3.1

Totaal 15.5

Details van Emissie Punt: Stal 3 (1212) Volgnr. 1

Code K4

Type Pony's in opfok

Aantal 3

Emissie 1.3

7

Totaal 3.9

Emissie 16 16 4 144 144 144 640

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 1 (1213) Volgnr. 1

Code D3.100

Type `Vleesvarkens

Aantal 48

Emissie 3

Totaal 144

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 2 (1214) Volgnr. 1

Code D3.100

Type Vleesvarkens

Aantal 48

Emissie 3

Totaal 144

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 3 (1215) Volgnr. 1

Code D3.100

Type Vleesvarkens

Aantal 48

Emissie 3

Totaal 144

Details van Emissie Punt: HW 55 pluimveestal (1216) Volgnr. 1

Code E5.100

Type Vleeskuikens

Aantal 8000

Emissie 0.08

8

Totaal 640

BIJLAGE 3:

AAgro-Stacksberekening aangevraagde situatie

Naam van de berekening: Aagro Jacobs aanvraag nieuw Gemaakt op: 25-08-2015 11:27:51 Zwaartepunt X: 172,500 Y: 468,800 Cluster naam: D. Jacobs Berekende ruwheid: 0,40 m

Emissie Punten: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Hoogte

1 2 3 4 5 6 7

172 633 172 649 172 641 172 409 172 413 172 418 172 431

468 833 468 775 468 773 468 818 468 811 468 806 468 834

5,8 9,0 9,0 4,5 4,5 4,5 1,5

Stal 1 nieuw Stal 2 nieuw Stal 3 nieuw HW 55 stal 1 HW 55 stal 2 HW 55 stal 3 HW 55 pluimveestal

Gem.geb Diam. Uittr. hoogte snelheid 5,0 0,5 0,40 6,5 0,5 0,40 6,5 0,5 0,40 3,4 0,5 4,00 3,4 0,5 4,00 3,4 0,5 4,00 1,5 0,5 4,00

Gevoelige locaties: Volgnummer 1 2 3

Naam VW H4030 VW H9120 VW H2310

X coordinaat 173 017 174 066 175 089

Y coordinaat 469 477 469 930 469 221

Depositie 11,47 2,24 1,27

Details van Emissie Punt: Stal 1 nieuw (1210) Volgnr. 1

Code K1.100

Type Volwassen paarden

Aantal 40

Emissie 5

Totaal 200

Details van Emissie Punt: Stal 2 nieuw (1211) Volgnr. 1 2

Code K3.100 K1.100

Type Volwassen pony's Volwassen paarden

Aantal 25 15

Emissie 3.1 5

Totaal 77.5 75

Details van Emissie Punt: Stal 3 nieuw (1212) Volgnr. 1

Code K1.100

Type Volwassen paarden

Aantal 7

9

Emissie 5

Totaal 35

Emissie 200 153 35 0 0 0 640

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 1 (1213) Volgnr.

Code

Type

Aantal

Emissie

Totaal

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 2 (1214) Volgnr.

Code

Type

Aantal

Emissie

Totaal

Details van Emissie Punt: HW 55 stal 3 (1215) Volgnr.

Code

Type

Aantal

Emissie

Totaal

Details van Emissie Punt: HW 55 pluimveestal (1216) Volgnr. 1

Code E5.100

Type Vleeskuikens

Aantal 8000

Emissie 0.08

10

Totaal 640

Bijlage 2

Besluit vergunningaanvraag intern salderen

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Onderwerp

Wet natuurbescherming gebiedsbescherming, positieve weigering vergunningaanvraag Inlichtingen bij

Stal Jacobs Hunnenweg 40a 3781 NN VOORTHUIZEN

Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad

1 van 15

Locatie

Gemeente

Hunnenweg 40a te Voorthuizen

Barneveld

Activiteit

Het wijzigen van een manege

Beste , Hierbij ontvangt u een definitief besluit op de aanvraag om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor de locatie Hunnenweg 40a te Voorthuizen. Definitief besluit Wij weigeren u deze vergunning omdat uw aanvraag niet vergunningplichtig is. U ontvangt nu het definitieve besluit. Wij publiceren dit besluit op www.overheid.nl. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend, kunnen in beroep gaan tegen het besluit. Wet natuurbescherming en de Omgevingswet De oorspronkelijke vergunningsaanvraag is ingediend volgens de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens het overgangsrecht blijft het oude recht van toepassing voor een vergunning Natura 2000activiteit tot het besluit onherroepelijk is, hetzij als er beroep tegen het besluit openstaat, hetzij wanneer het besluit van kracht is en er geen mogelijkheid tot beroep meer bestaat, zoals vastgelegd in artikel 2.9, eerste lid van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat de toelichting op ons besluit. De AERIUS-berekeningen zijn als bijlage 2 toegevoegd. Bijlage 3 bevat de quickscan natuurwaardenonderzoek en bijlage 4 de antwoorden van de opsteller van deze quickscan op onze vragen over de quickscan.

Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl

BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

2 van 15

Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

Erik Steenbergen Teammanager Vergunningverlening

Bijlagen  Bijlage 1 – Toelichting  Bijlage 2 – AERIUS-berekeningen o Verschilberekening voor de gebruiksfase (kenmerk RZ9fmAe5MZ2B d.d. 2 februari 2024) o Bijlage randeffecten bij verschilberekening met kenmerk RZ9fmAe5MZ2B o Beoogde situatie (kenmerk RnXKvLsUxqCA d.d. 5 februari 2024) o Verschilberekening voor aanlegfase (kenmerk: RzTiNWTYa1b6, datum 6 februari 2024)  Bijlage 3 Quickscan natuurwaardenonderzoek d.d. 30 januari 2023  Bijlage 4 Antwoorden op onze vragen over de quickscan, 11 januari 2024

Beroep

Degenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

3 van 15

BIJLAGE 1 TOELICHTING

1

Inleiding

1.1 Leeswijzer De opbouw van deze toelichting is als volgt: Allereerst wordt de activiteit omschreven; Dan volgt de procedure; Vervolgens is het beoordelingskader toegelicht; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie, overige verplichtingen en de juridische grondslagen. 1.2 Omschrijving activiteiten Manegebedrijf Stal Jacobs is al 30 jaar gevestigd op locatie Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen. Deze locatie is gelegen aan beide zijden van de weg. De activiteiten zullen zich centraliseren aan de zuidkant van de Meeuwenveenseweg. Daarbij is de aangrenzende locatie Hunnenweg 40/40a te Voorthuizen aangekocht. In de beoogde situatie wilt u 38 paarden, 25 paarden in opfok en 28 pony’s houden.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

4 van 15

U bent van plan de bestaande tijdelijke stallen te laten slopen en een nieuwe stal te laten bouwen. Daarnaast wilt u twee trainingsmolens en een materieelstalling laten bouwen.

2

Procedure

Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard. Op 7 maart 2023 hebben wij uw aanvraag voor een vergunning in het kader van hoofdstuk 2 Wet natuurbescherming ontvangen. De aanvraag is gewijzigd en aangevuld op 31 maart 2023, 11 en 21 september 2023, 30 oktober 2021, 7 november 2023 en 2 februari 2024. Aan dit besluit liggen, naast de bijlagen, de volgende documenten ten grondslag:  Hinderwetvergunning Hunnenweg 40, zaaknummer 129/92  Milieutekening bij vergunning met zaaknummer 2015-009217 d.d. 26 juni 2015  NBW-vergunning Meeuwenveenseweg 5, zaaknummer 2015-009217, d.d. 1 februari 2018  Aanvraagformulier d.d. 7 maart 2023  Toelichting d.d. 4 maart 2023  Verzoek om aanvullende gegevens d.d. 10 maart 2023  Brief van omgevingsdienst De Vallei d.d. 14 maart 2023  Aanvullende gegevens d.d. 29 maart 2023  Verzoek om aanvullende gegevens d.d. 5 en 8 december 2023  Aanvullende gegevens d.d. 2 februari 2024  Tekening van de mestplaat  Plattegrondtekening gewenste situatie d.d. 12 januari 2015 met kenmerk

2.1 Soortenbescherming Dit besluit geldt alleen voor gebiedsbescherming. U hebt een quickscan soortenbescherming laten uitvoeren. De conclusie was dat er geen ontheffing nodig is. Wij hebben deze quickscan beoordeeld. De opsteller van deze quickscan heeft onze vragen naar aanleiding ervan beantwoord. Wij voegen de quickscan en de beantwoording van onze vragen toe als bijlage bij dit besluit. Onder de voorwaarde dat u zich ervan verzekert dat de uitvoering van de werkzaamheden zorgvuldig geschiedt om te voorkomen dat kleine zoogdieren en amfibieën gedood worden als gevolg van de werkzaamheden, kunnen wij ons vinden in de conclusie dat een ontheffing niet nodig is.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

5 van 15

2.2 Houtopstanden Als er bomen of houtopstanden worden gekapt die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming dan dient er een kapmelding te worden gedaan en moet de houtopstand worden herplant.

3

Beoordelingskader

3.1 Bepalen vergunningplicht Als er delen van Natura 2000-gebieden zijn waar de totale depositie boven de kritische depositie grenswaarde ligt en het project zorgt voor een toename van stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/j), zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Vergunningplicht ontstaat wanneer significante gevolgen door het project kunnen ontstaan. Dit staat in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming: ‘het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Met de huidige aanvraag wordt intern salderen aangevraagd. Wij zullen dus op voorhand moeten beoordelen of vaststaat dat door het toepassen van intern salderen geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt ten opzichte van de referentiesituatie. Als dat het geval is, is er geen vergunningplicht, zoals blijkt uit de eerdergenoemde uitspraak inzake Logtsebaan. Deze beoordeling is gedaan op grond van de huidige plannen, het huidige recht (de huidige wet- en regelgeving en jurisprudentie) en het huidige beleid.

Indien de plannen in vorm of omvang veranderen of het recht, het beleid of de berekeningsmethodiek (een nieuwe AERIUS-versie) wijzigen, kan dat tot gevolg hebben dat aan dit besluit (de positieve weigering) geen rechten meer kunnen worden ontleend. Voorgaande betekent dat u opnieuw zult moeten toetsen of er een vergunningplicht is op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb als zich een van de volgende situaties voordoet: Het recht, het beleid of de berekeningsmethodiek verandert voordat de bouw of de voorbereidende werkzaamheden aanvangen; U voert de werkzaamheden uit op een andere wijze dan in de aanvraag en eventuele aanvullende informatie door u is aangegeven; U houdt zich niet aan de in dit besluit opgenomen beperkingen en/of voorwaarden. De referentiesituatie wordt als volgt bepaald: In het geval dat voor de bestaande activiteit een natuurvergunning is verleend die onherroepelijk is, bepaalt deze natuurvergunning de maximaal toegestane depositie op Natura 2000-gebieden;

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

6 van 15

-

Is voor de bestaande activiteit (nog) geen natuurvergunning verleend, dan is de referentiesituatie de laagst (vergunde) situatie vanaf de referentiedatum. Dat is de datum waarop een gebied waarop dit bedrijf invloed heeft werd aangewezen als Natura 2000 gebied of een voorloper hiervan. Dit betekent dat wij, als voor een bedrijf na de referentiedatum een situatie is vergund of gemeld waarin de activiteiten tot een lagere stikstofdepositie leiden dan in de situatie op de referentiedatum, uitgaan van die situatie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum1. De toestemming kan bestaan uit een Hinderwet-, milieuvergunning, omgevingsvergunning of milieumelding en mag niet zijn vervallen.

3.2 25 km afstandsbegrenzing Naar aanleiding van het rapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof is besloten de stikstofdeposities te berekenen tot een afstand van 25 km vanaf de projectlocatie. Dit is vastgelegd in de kamerbrief van 9 juli 2021 met kenmerk DGS / 21173346. In deze brief zijn de vervolgacties beschreven naar aanleiding van het eindrapport ‘Meer meten, robuuster berekenen’ van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof van 15 juni 2020. In de kamerbrief is aangegeven dat op basis van recente jurisprudentie de volgende juridische randvoorwaarden gelden voor het vaststellen van een afbakening voor stikstofdepositie van verschillende emissiebronnen:  Er is technisch modelmatig onderbouwd (balans tussen volledigheid en precisie van stikstofberekeningen) dat een berekende projectbijdrage voorbij een afbakening niet meer redelijkerwijs toerekenbaar is aan een project, en  Binnen die afbakening treft de initiatiefnemer van een project voor zover nodig maatregelen ten behoeve van de mitigatie van de stikstofdepositie, en  Er is verzekerd dat, waar nodig, passende maatregelen getroffen worden om een verslechtering van stikstofgevoelige habitats (in Natura 2000-gebieden) als gevolg van de totale stikstofdepositie, dat wil zeggen inclusief die buiten de gehanteerde projectafbakening, te voorkomen.

In AERIUS Calculator is ervoor gekozen om een rekenafstand van 25 km in te programmeren voor elke bron die wordt ingevoerd. Vanwege de keuze om een rekenafstand van 25 km per bron te programmeren betekent dit in de praktijk dat er rekeneffecten kunnen ontstaan in AERIUS op het moment dat een bron of enkele bronnen iets verschuiven in de aangevraagde situatie. Deze rekeneffecten treden op aan de rand van 25 km afstand van de verschoven bronnen. AERIUS geeft dan aan dat er een toename is van stikstofdepositie op enkele of een grotere groep van hexagonen. Van de berekende stikstofdepositietoenames op ongeveer 25 km afstand dient te worden bepaald of deze worden veroorzaakt door AERIUS rekeneffecten. Dit doen wij door te

1

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (uitspraak 201211640/1/R2).

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

7 van 15

bepalen of deze hexagonen binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. In de kamerbrief is immers aangegeven dat de effecten van het project moeten worden bepaald tot 25 km afstand en niet de effecten van individuele stikstofbronnen.

4

Beoordeling

4.1 Vergunningplicht Uit de ingediende AERIUS-berekeningen blijkt dat in de beoogde situatie stikstofdepositie plaatsvindt ter plaatse van Natura 2000-gebieden. Deze depositie heeft mogelijk significante gevolgen voor die betreffende Natura 2000-gebieden. Beoordeeld moet worden of de referentie al voorziet in een (minimaal) even grote stikstofdepositie. 4.2

Effecten stikstof

4.2.1 Vaststellen van de referentiesituatie Op 1 februari 2018 ontving u een vergunning voor de Natuurbeschermingswet 1998, met zaaknummer 2015-009217. Inmiddels hebt u de aangrenzende locatie Hunnenweg 40/40a aangekocht. Omdat er voor de laatstgenoemde locatie nog geen vergunning voor de Wet Natuurbescherming of de Natuurbeschermingswet 1998 is, bepalen wij de referentiesituatie van deze locatie aan de hand van andere milieutoestemmingen. Bedrijfsontwikkelingen die na de aanwijsdatum van Natura 2000-gebieden zijn uitgevoerd mogen volgens de Wet natuurbescherming geen significant nadelige gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen in deze Natura 2000-gebieden. De aanwijsdatum die relevant is voor deze locatie is 24 maart 2000. Immers, op die datum werden gebieden waarop dit bedrijf invloed heeft, aangewezen als Natura 2000 gebied, te weten de Veluwe. Als referentiesituatie geldt de milieutoestemming met de laagste stikstofuitstoot sinds de aanwijsdatum. Tabel 1. Milieutoestemmingen Hunnenweg 40 Datum

Zaaknummer

7 april 1993 128/92

Vergunningsoort

Omschrijving

Hinderwetvergunning 10 paarden, 2 schapen, 11 geiten

De vergunning van 7 april 1993 is voor de locatie Hunnenweg 40 de referentiesituatie, omdat voor het bedrijf geen situatie vergund of gemeld is waarin de stikstofemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum. De vergunning genoemd in tabel 1 is niet ingetrokken of geheel of gedeeltelijk komen te vervallen. De vereisten om te spreken van interne saldering betreffen op grond van Europese jurisprudentie dat het moet gaan om dezelfde locatie. In aansluiting hierop geldt dat de Wet natuurbescherming

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

8 van 15

in artikel 2.7 lid 2 Wnb spreekt van een 'project', waarbij de algemene uitleg is dat het moet gaan om een afgebakend geheel van activiteiten op een locatie. In het milieuspoor is het equivalent van het begrip project het begrip 'inrichting'. Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van één inrichting indien de bedrijfsgebouwen op een afstand van maximaal 500 m van elkaar liggen en er sprake is van een gezamenlijke bedrijfsvoering met dito administratie. Hier is sprake van voor de locaties 'tegenover Meeuwenveenseweg 5' en Hunnenweg 40/40a; de locaties liggen naast elkaar en vormen één inrichting. Daarom is sprake van één project, dat ook één inrichting vormt. Als referentie geldt de vigerende NBW-vergunning met kenmerk 2015-009217 in combinatie met de milieuvergunde referentiesituatie voor de locatie Hunnenweg 40/40a.

4.2.2 Vaststellen van vergunde capaciteit Voor het vaststellen van de vergunde capaciteit zijn de gegevens aangeleverd zoals weergegeven in tabel 2. Deze tabel is een samenvatting van situatie 1 uit de bijgevoegde AERIUSverschilberekening (bijlage 2). In deze berekening is tevens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

9 van 15

Tabel 2. vergunde capaciteit Bron/Stal

Soort

RAV-code

Aantal

Bron 1 (MV-weg 5)

paarden

K 1.100

40

Bron 2 (MV-weg 5)

paarden

K 1.100

15

pony's

K 3.100

25

Bron 3 (MV-weg 5)

paarden

K 1.100

7

Bron 4 (Hunnenweg 40)

paarden

K 1.100

10

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100

11

schapen

B 1.100

2

Overige stikstofbronnen: bedrijfswoningen

In de berekening van de referentiesituatie is de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden. Stikstofbronnen anders dan dieren hebben in het verleden nooit expliciet deel uitgemaakt van vergunningen. Voor zover deze onmisbaar zijn voor de vergunde activiteiten beschouwen we deze stikstofbronnen als impliciet vergund.

4.2.3 Aangevraagde situatie Onderstaande tabel 3 geeft de aangevraagde situatie weer. Deze tabel is een samenvatting van situatie 2 uit de bijgevoegde AERIUS-verschilberekening voor de gebruiksfase. (bijlage 2). Uit situatie 2 blijkt de aangevraagde situatie zoals deze wordt beoogd. In deze berekening is eveneens de emissie van alle bronnen en de daarbij behorende depositie terug te vinden.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

10 van 15

Tabel 3. aangevraagde situatie Bron/Stal

Soort

RAV-code

Bron 1

pony's

K 3.100

20

Bron 2

paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)

K 2.100

4

Bron 4

pony's

K 3.100

5

Bron 7

paarden

K 1.100

9

pony's

K 3.100

3

paarden

K 1.100

29

paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)

K 2.100

21

Bron 10

Aantal

Overige stikstofbronnen: bedrijfswoningen, mestopslag, wegverkeer 4.2.4

Beoordeling van de effecten van stikstofdepositie

Rekeneffecten 25 km AERIUS Volgens de AERIUS-verschilberekening (kenmerk RZ9fmAe5MZ2B , d.d. 2 februari 2022) van het project is er sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Vanwege het instellen van een rekenafstand van 25 km per emissiebron in AERIUS is geconstateerd dat er in de resultaten van de AERIUS-berekening nabij de 25 km een rekeneffect kan ontstaan. Het rekeneffect ontstaat doordat emissiebronnen in de aangevraagde situatie zijn verschoven of andere aangepaste variabelen hebben ten opzichte van de emissiebronnen in de referentiesituatie. In AERIUS worden hexagonen met mogelijk rekeneffect gedefinieerd als “…hexagonen waarvan het middelpunt op grotere afstand dan 25 km ligt van tenminste 1 puntbron of (deel van) een vlakbron.”. Bijlage 2 van dit besluit bevat een export uit AERIUS waarin onderscheid wordt gemaakt tussen hexagonen die wel of niet als randhexagonen zijn geclassificeerd. Hieruit blijkt dat er voor uw project geen toenames plaatsvinden op hexagonen die door AERIUS Calculator niet worden geclassificeerd als randhexagonen. Dit blijkt uit de onderstaande figuur, die uit de genoemde AERIUS-bijlage is overgenomen.

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

11 van 15

Het project bestaat uit verschillende stikstofbronnen in de referentiesituatie en de aangevraagde situatie. Deze bronnen en situaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen het project. Voor het bepalen van de effecten van het project tot 25 km hebben wij op basis van de AERIUSverschilberekening geconstateerd dat de betreffende hexagonen allemaal binnen 25 km afstand van de projectgrens liggen. De toenames zijn daarom ontstaan door rekeneffecten in AERIUS en betreffen geen depositietoenames die nader moeten worden beschouwd. De aangeleverde AERIUS-berekening voor de aanlegfase is gemaakt met versie 2023.01 van AERIUS Calculator. Wij baseren onze besluiten op berekeningen, gebaseerd op de meest recente versie van AERIUS Calculator. Omdat het rekenhart van AERIUS Calculator sinds de vorige versie niet gewijzigd is en de in te voeren parameters evenmin veranderd zijn, hebben wij een nieuwe AERIUS-berekening gemaakt door de aangeleverde berekening in AERIUS Calculator in te lezen en vervolgens te exporteren. Deze export is als bijlage aan dit besluit toegevoegd.

4.3

Overige gebiedseffecten

De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwe is 450 meter. U hebt een quickscan natuurwaardenonderzoek laten opstellen door natuurbank Overijssel te Aalten. Deze voegen wij als bijlage aan dit besluit toe. Het deel van de Veluwe op minder dan 500 meter heeft als habitattype “bos van arme zandgronden”. Het plangebied is niet of nauwelijks zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Daarom kunnen

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

12 van 15

naast effecten van stikstof ook overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden.

4.3.1

Beoordeling van de overige effecten van de aanvraag op de instandhoudingsdoelstellingen Wij onderschrijven de conclusies en de daaraan ten grondslag liggende motivaties van de stukken zoals bij de aanvraag gevoegd. Wij hebben op basis van deze ecologische beoordeling de zekerheid verkregen dat de aangevraagde activiteiten niet leiden tot significante effecten op de instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden. 4.4 Conclusie Gelet op de eerder vermelde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wij voornemens uw vergunningaanvraag te weigeren aangezien het aangevraagde project niet leidt tot een toename van effecten, waaronder de effecten van stikstofdepositie, ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom is er geen vergunning nodig.

5

Overige verplichtingen

U bent zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.

6

Zienswijzen

Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen binnengekomen.

7

Juridische grondslagen

Dit besluit is genomen op grond van:

Wet natuurbescherming artikel 2.4 Wet natuurbescherming, artikel 2.7, lid 2 en 3 Wet natuurbescherming artikel 5.3 lid 1 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Besluit natuurbescherming, artikel 2.14, lid 3 Uitspraak Raad van State inzake Logtsebaan, 201907146/1/R2 (ECLI:NL:RVS:2021:71) Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

13 van 15

BIJLAGE 2

Bijlage 2 – AERIUS-berekeningen o Verschilberekening voor de gebruiksfase (kenmerk RZ9fmAe5MZ2B d.d. 2 februari 2024) o Bijlage randeffecten bij verschilberekening met kenmerk RZ9fmAe5MZ2B o Beoogde situatie (kenmerk RnXKvLsUxqCA d.d. 5 februari 2024) o Verschilberekening voor aanlegfase (kenmerk: RzTiNWTYa1b6, datum 6 februari 2024)

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

14 van 15

BIJLAGE 3

Quickscan natuurwaardenonderzoek d.d. 30 januari 2022

Datum

12 april 2024 Zaaknummer

2023-003727 Blad

15 van 15

BIJLAGE 4

Antwoorden op onze vragen over de quickscan, 11 januari 2024

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Stal Jacobs Hunnenweg 40a, 3781NN Voorthuizen Stal Jacobs verschilberekening gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RZ9fmAe5MZ2B 02 februari 2024, 12:55 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9b1deaa7-cf7f-4814-8aac-86604edf1103