Hunnenweg-Meeuwenveenseweg_vastgesteld_1_Regels_Bijlage 3 231123Versterkingsplan Hunnenweg 40A Voorthuizen
Tekst van het document
Versterkings- & compensatieplan Hunnenweg 40a en Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen
Versterkings- & compensatieplan Hunnenweg 40a en Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen
Colofon
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever: Craeft Advies Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 4646 versie 1.0 Ligging plangebied: Hunnenweg 40 Voorthuizen Auteur: Ing. P.Leemreise
Status: definitief Rapportdatum: 22-11-2023
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
HOOFDSTUK 1
INLEIDING ............................................................................................................................. 5
1.1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 5 1.2 Doel van de notitie ....................................................................................................................................... 5 1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling ............................................................................................... 5 HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED ................................................................................................................ 10
2.1 Situering...................................................................................................................................................... 10 2.2 Beschrijving van het plangebied ................................................................................................................. 10 Hoofdstuk 3
Beleidskader ................................................................................................................................. 8
3.1 Algemeen...................................................................................................................................................... 8 3.2 Beleidsregels voor de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk .......................................................... 8 3.3 Beleidsregels Groene Ontwikkelingszone .................................................................................................... 9 3.4 Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ................................................ 10 Hoofdstuk 4
Versterkingsplan .......................................................................................................................... 12
4.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 12 4.2 Verlies GNN ................................................................................................................................................ 12 4.3 Opgave compensatie .................................................................................................................................. 15 4.3.1 Compensatie bos ................................................................................................................................. 15 4.3.2 Compensatie overig ............................................................................................................................. 15 4.4 Voorstel compensatie GNN ........................................................................................................................ 16 Hoofdstuk 5
Het versterkingsplan.................................................................................................................... 17
5.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 17 5.2 Bepalen verliesfactoren .............................................................................................................................. 17 5.3 Bepalen impactfactor ................................................................................................................................ 18 5.4 Versterkingsmaatregelen ........................................................................................................................... 22 5.5 Conclusie..................................................................................................................................................... 24 Hooofdstuk 6
Toets aan kerkkwaliteiten en samenhang............................................................................... 25
6.1 Toets aan de kernkwaliteiten ..................................................................................................................... 25 6.2 Toets aan de samenhang ............................................................................................................................ 26 Hoofdstuk 7
Beheer en inrichtingsplan ........................................................................................................... 27
7.1 Inrichtingsplan ............................................................................................................................................ 27 7.1.1 beplanting ............................................................................................................................................ 27 7.1.2 Bloem- en faunarijk grasland ............................................................................................................... 29 7.1.3 Poel ...................................................................................................................................................... 29 7.2 Beheerplan ................................................................................................................................................. 30 7.2.1 Bos ....................................................................................................................................................... 30 7.2.2 Houtsingel............................................................................................................................................ 30 7.2.3 Bloem- en faunarijk grasland ............................................................................................................... 30 3
7.2.4 Poel ...................................................................................................................................................... 30 Hoofdstuk 8
Monitoring ................................................................................................................................... 31
8.1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 31 8.2 Monitoring .................................................................................................................................................. 31
4
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Inleiding Op de adressen Hunnenweg 40A en Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen is Stal Jacobs gevestigd. Er zijn concrete plannen voor wijziging van het bestemmingsplan. Deze wijziging is noodzakelijk om de wenselijke ontwikkeling mogelijk te maken en enkele reeds gerealiseerde zaken planologisch te verankeren. Omdat het plangebied tot de Groene ontwikkelingszone (deels) en Gelders Natuurnetwerk (deels) behoort, dienen de voorgenomen ontwikkelingen getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van de Groene ontwikkelingszone en Gelders Natuurnetwerk , zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022).
1.2 Doel van de notitie De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening beleidsregels voor de bescherming van het GNN en GO opgenomen. Mits voldaan kan worden aan gestelde voorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen in GNN en GO, wil de provincie onder voorwaarden, medewerking verlenen aan de wenselijke realisatie van het erf. Eén van de eisen, zoals verwoord in de Omgevingsverordening Gelderland, is het opstellen van een versterkingsplan. In voorliggend rapport is het versterkingsplan voor deze ontwikkeling opgenomen.
1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling Hunnenweg Ten opzichte van de huidige situatie worden de volgende ontwikkelingen voorgesteld in deelgebied Hunnenweg 40A: • Amoveren bestaande (tijdelijke) stallen • Legaliseren bebouwing • Nieuwbouw stalruimte • Nieuwbouw twee trainingsmolens • Nieuwbouw materieelstalling • Legaliseren buitenbak in het bestemmingsplan • Aanleggen paddocks
5
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld Hunnenweg.
Meeuwenveenseweg In deelgebied Meeuwveenseweg wordt een parkeergelegenheid aangelegd. Deze wordt aan twee zijden ontsloten. De parkeerplaatse wordt voorzien van grastegels. Tevens wordt een bestaande woning planologisch gesplitst in twee woningen. In het plangebied worden verder verschillende gebouwen en andere bouwwerken geamoveerd. Op onderstaande afbeelding wordt de wenselijke ontwikkeling op kaart weergegeven.
6
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld Meeuwveenseweg.
lanologische vertaling Om de wenselijke ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, wordt voorgesteld het bestemmingsplan te wijzigen. Op onderstaande afbeelding wordt de huidige begrenzing van de bestemming ‘sport’. Deze bestemming heeft een oppervlakte van 5.500m2. Op onderstaande luchtfoto wordt de begrenzing van de paardenhouderij weergegeven. Op de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het voorstel voorziet in de volgende wijzigingen: 1. Omzetten van gronden met een agrarische bestemming naar ‘groen’ 2. Omzetten van gronden met een agrarische bestemming naar ‘sport’
Op de bestemmingsplankaart staat tevens gronden ingetekend als ‘agrarisch’, ‘wonen’ en ‘recreatie – verblijfsrecreatie’. Dit zijn reeds bestaande bestemmingen en deze wijzigen niet qua oppervlakte. Deze bestemmingen worden derhalve buiten het het compensatie en versterkingsplan gelaten. Hieronder wordt de plankaart weergegeven met het wenselijke eindbeeld.
7
Plankaart (eindconcept). Op basis voor voorliggende studie zullen enkele aanpassingen plaats vinden.
Op onderstaande luchtfoto wordt de wenselijke begrenzing van de bestemming ‘sport’ aangegeven. Deze bestemming wordt aangeduid met de groene lijn.
8
Wenselijke begrenzing van de bestemming sport (gele lijn).
9
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden, te weten Hunnenweg 40A en Meeuwenveenseweg 5 te Voorthuizen. Beide deelgebieden liggen naast elkaar, maar worden gescheiden van elkaar door de Meeuwenveenseweg. Beide deelgebieden liggen in het buitengebied, op circa 1,5 kilomer te noordoosten van de woonkern Voorthuizen. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Hunnenweg 40A Op dit adres is Stal Jacobs gevestigd. Het bestaat uit bebouwing, erfverharding, opgaande beplanting en (ruig) grasland. In het plangebied staan een bedrijfswoning, enkele stallen, een rijhal, paddocks, stapmolens en twee buitenrijbakken. Meeuwenveenseweg 5/5A Dit deelgebied bestaat uit agrarisch cultuurland en een woonerf. Het grenst aan de west- en zuidzijde aan een houtsingel en aan de overige zijden aan erf en agrarisch cultuurland.
10
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleidskader voor het mogelijk maken van ontwikkelingen in het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk . Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk . De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities, zoals stilte.
De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities.
3.2 Beleidsregels voor de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk Het vigerende bestemmingsplan voorziet niet in deze ontwikkelingen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Er is sprake van uitbreiding van een bestaande functie. Omdat de bestemming gewijzigd wordt, dient het initiatief functie. Omdat sprake is van een nieuwe ontwikkeling in de GO en GNN dienen deze getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van de GO het GNN. De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening regels opgenomen voor de bescherming van het GNN en GO. Hieronder worden de regels weergegeven. Beleidsregels GNN 1. Voor zover een bestemmingplan betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: buiten het Gelders Natuurnetwerk; of in het Gelders Natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.
In afwijking van bovenstaande kan een bestemmingsplan een uitbreiding van een bestaande activiteit in het Gelders natuurnetnetwerk alleen toelaten als: - er voor die uitbreiding geen alternatieve locatie beschikbaar is; de kernkwaliteiten van het gebied in hun onderlinge samenhang bezien per saldo worden versterkt; en deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 8
Compensatie Er is geen sprake van aantasting van de oppervlakte GNN, als deze gecompenseerd wordt. De provincie heeft hiervoor ook beleidsregels opgesteld. 1. De omvang van de fysieke natuurcompensatie is gelijk aan de oppervlakte van het aangetaste areaal, vermeerderd met de volgende toeslag: geen toeslag bij natuur met een ontwikkeltijd van vijf jaar of minder; - 1/3e deel van de oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd tussen vijf en 25 jaar; - 2/3e deel van de oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 25 en 100 jaar; of een door Gedeputeerde Staten te bepalen oppervlakte bij natuur met een ontwikkeltijd van meer dan 100 jaar. 2. De compensatie wordt uitgevoerd in overeenstemming met bijlage Gelijkwaardige natuurbeheertypen. 3. Voor de ontwikkeltijd per natuurbeheertype geldt de periode genoemd in bijlage Ontwikkeltijd natuurbeheertypen (onderdeel van de Provinciale ruimtelijke verordening). 4. Planologische verankering van fysieke natuurcompensatie vindt plaats in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan als waarin de wijziging van de bestemming wordt geregeld, die de aanleiding vormt voor de compensatie. 5.
De uitvoering van de compensatie wordt verzekerd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan, waarin wordt bepaald dat: - alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden als de maatregelen overeenkomstig het compensatieplan worden uitgevoerd binnen een termijn van vijf jaar, of zo mogelijk een kortere termijn, na vaststelling van het bestemmingsplan waarin de activiteit is toegelaten; en - de maatregelen overeenkomstig het compensatieplan in stand worden gehouden. 6. In afwijking van het vijfde lid, onder a, geldt dat als op de locatie van de fysieke ingreep een beschermde inheemse diersoort of een soort, genoemd in de nationale Rode Lijsten, voorkomt, alleen gebruik kan worden gemaakt van de bouw- of gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan nadat de maatregelen conform het compensatieplan zijn uitgevoerd.
3.3 Beleidsregels Groene Ontwikkelingszone De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening regels vastgesteld voor ontwikkelingen binnen de Groene ontwikkelingszone. 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Om een voorstel voor versterking van de kernkwaliteiten te kunnen beoordelen, heeft de provincie Gelderland beleidsregels vastgesteld. Daarbij wordt gewerkt met verliesfactoren, impactfactoren en versterkingsmaatregelen.
9
3.4 Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied behoort gedeeltelijk tot het Gelders Natuurnetwerk en voor het overige deel tot de Groene ontwikkelingszone. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) in de omgeving van het plangebied.
Beschrijving kernkwaliteiten Het plangebied ligt in twee deelgebieden van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.
Deelgebied Hunnenweg Deelgebied Hunnenweg ligt in deelgebied 125 (Wilbrinksbos). Voor dit deel van het Gelders Natuurnetwerk /Groene onwikkelingszone zijn de volgende kernkwaliteiten voor natuur en landschap vastgesteld: • Samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug: Voorthuizer Poort • Kwelgebied met bossen, heide en schraallanden, ook kleine elementen; verdroogd en versnipperd • Verbindingen voor o.a. das, vlinders en reptielen • Leefgebied das • Leefgebied steenuil • Leefgebied kamsalamander • Gevarieerd natuurlijk dekzandlandschap • Open essen • Landgoederen Voor dit deelgebied zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld: 10
Natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) • Verder ontwikkelen samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug (Voorthuizer Poort) • Verder ontwikkelen van bossen en heide Natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone • Verder ontwikkelen samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug (Voorthuizer Poort en evz 24 Meerveld - Erica) • Behoud/ontwikkeling open essen • Verminderen barrièrewerking N301, N303, A1en spoorlijn Apeldoorn - Amersfoort Ecologische verbindingen met evz-model • Meerveld - Erica: das, hagedis en vuurvlinder; • N. Veluwe - landgoederen Veldbeek: das, hagedis, vuurvlinder
Deelgebied Meeuwenveenseweg Deelgebied Meeuwenveenseweg behoort tot deelgebied 82 (Huinerveld – Boeschoten). Voor dit deel van het Gelders Natuurnetwerk /Groene onwikkelingszone zijn de volgende kernkwaliteiten voor natuur en landschap vastgesteld: • Onderdeel van grootschalig aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen en heide; plaatselijk ontginningen • Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe • Onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten • Groot wild: m.n. edelherten, wilde zwijnen • Leefgebied das • Uitwisselingsmogelijkheden naar de omgeving: Voorthuizer Poort • Cultuurhistorische waarden van o.m.
grafheuvels, oude ontginningen en boerderijen, • Abiotiek: aardkundige waarden, bodem, grondwaterreservoir Voor dit deelgebied zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld: Natuur en landschap GNN (omvorming, natuurontwikkeling) • Ontwikkeling natuurlijke bossen en bosranden • Ontwikkeling bos met houtproductie • Ontwikkeling heide en droge, schrale graslanden • Ontwikkeling migratiemogelijkheden naar de Gelderse Vallei via de Voorthuizer Poort en andere verbindingen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone • Ontwikkeling natuurlijke bosranden • Ontwikkeling droge, schrale graslanden • Ontwikkeling migratiemogelijkheden naar de Gelderse Vallei via de Voorthuizer Poort en andere verbindingen • Ontwikkeling ecologische waarden van cultuurgrond in de ontginningen • Ontwikkeling cultuurhistorie en beleefbaarheid • Verminderen barrièrewerking N344 en N797
11
HOOFDSTUK 4
VERSTERKINGSPLAN
4.1 Inleiding In de Omgevingsverordening Gelderland zijn regels opgenomen voor de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk. Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, is het mogelijk een uitbreiding van een bestaande ontwikkeling mogelijk te maken in de het Gelders Natuurnetwerk. Ter compensatievoor de realisatie van bedrijfsontwikkeling, eist de provincie versterking van natuur en landschapswaarden. Verlies van oppervlakte Gelders Natuurnetwerk dient gecompenseerd te worden.
4.2 Verlies GNN Om het verlies areaal GNN te bepalen, wordt de bestemmingsplankaart als uitgangspunt behanteerd. Een deel het GNN krijgt een andere bestemming. Dit deel is 1.504 m2 groot.
Deel van het GNN waarvan de bestemming gewijzigd wordt in ‘sport’. De begrenzing van de huidige bestemming manege wordt aangeduid met de paarse lijn.
Het deel van de GNN dat verloren gaat heeft de bestemming ‘natuur’. In de praktijd bestaat het uit solitaire loofbomen, verharding, bebouwing en verruigd grasland. Om de wijze van compensatie vast te kunnen stellen is het van belang om de oppervlakte van de afzonderlijke ecotopen vast te stellen. Op basis van een analyse van de luchtfoto gaat
12
Areaal bos dat verloren gaat binnen GNN. Dit wordt met de okergele kleur aangeduid.
Totaal oppervlakyte GNN Bos dat verloren gaat Overige natuur dat verloren gaat
1504 m2 869 m2 635 m2
Onderverdeling van GNN in ecotopen.
Het bos dat verloren gaat wordt in het Natuurbeheerplan van de provincie Gelderland aangeduid als N15.02; Dennen- eiken- en beukenbos. (www.geoportaal.gelderland.nl, toelichting via BIJ12). Het bos in het plangebied wordt voor een klein deel beschouwd als een gemengde houtopstand met zomereik, ruwe berk en grove den. Beuken ontbreken. Alleen in het noordelijke deel is sprake van een erfbosje, het smalle gedeelte bestaat grotendeels uit een smalle rij bomen en bos zonder ondergroei, in gebruik t.b.v. opslag.
13
Impressie van het ‘bos’ in GNN.
Ontwikkeltijd Bos in GNN dat verloren gaat beschouwd als dennenbos. Voor deze natuurdoeltypen geld een ontwikkeltijd van 5-25 jaar.
Gelijkwaardige natuurdoeltypen Compensatie van een natuurdoeltype, dat verloren gaat, dient gecompenseerd te worden door een bepaald ander natuurdoeltype. Daarvoor zijn vervangingstypen vastgesteld voor algemene natuur, bijzondere natuur en topnatuur. De indeling in een bepaalde categorie is aan de beoordelaar. Binnen het GNN treffen we de volgende natuurdoeltypen aan: • dennenbos • Niet bos – kruidenrijk, faunarijk grasland (zeer ten dele toepasbaar) In onderstaande tabel worden beide natuurdoeltypen weergegeven.
14
Vervangingscategorieën voor natuurdoeltypen die verloren gaan. Met het rode kader wordt aangeduid, welk natuurdoeltype in dit project verloren gaat en welke vervangende natuurdoeltypen daarbij horen.
4.3 Opgave compensatie 4.3.1 Compensatie bos Hierdoor dient de compensatie gelijk te zijn aan het areaal dat verloren gaat, vermeerderd met 1/3 van de oppervlakte. Omdat 869m2 bos verloren gaat, dient 1.156 m2 bos gecompenseerd te worden, bestaande uit dennenbos. 4.3.2 Compensatie overig Met uitzondering van areaal bos, gaat 635 m2 GNN verloren. Dit dient elders gecompenseerd te worden. Conclusie: - Er dient 1.156 m2 bos aangelegd te worden buiten GNN - Er dient 635 m2 ‘natuur’ aangelegd worden buiten GNN De totale opgave nieuwe natuur bedraagt 1.791, waarvan 1.156 m2 bos.
15
4.4 Voorstel compensatie GNN Voorgesteld wordt de totale compensatie in te vullen als nieuw bos met een minimale oppervlakte van 1.791 m2. Op onderstaande afbeelding wordt de locatie van het nieuwe bos weergegeven met het donkergroene vlak.
Compensatievoorstel nieuwe natuur buiten GNN (groene vlak).
16
HOOFDSTUK 5
HET VERSTERKINGSPLAN
5.1 Inleiding Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, is het een nieuwe ontwikkeling of activiteit mogelijk te maken in de GO. Ter compensatie voor de realisatie van het nieuwe erf, eist de provincie versterking van natuur en landschapswaarden. Zij heeft daarvoor een systematiek ontwikkeld waarbij een verliesfactor en impactfactor bepaald worden en de voorgestelde versterking van natuur en landschap kwantitatief getoetst kan worden aan de hand van versterkingsmaatregelen. Hiervoor is een rekenmodule ontwikkeld in een excel-tabel. De volgende aspecten worden meegenomen in deze beoordeling: -wijziging bestemming binnen GO t.b.v. sport -woningsplitsing
5.2 Bepalen verliesfactoren In deze alinea worden de verliesfactoren bepaald. In totaal vindt er een wijziging van de bestemming plaats op 14.550 m2 grond, die nu aan agrarische bestemming heeft, en de bestemming sport gaat krijgen. Totale oppervlakte bestemming sport Reeds bestaande bestemming paardenhouderij Nieuw areaal sport in GO
20.058 m2 (21.562 – 1.504) 5.508 m2 14.550 m2
Binnen deze begrenzing verdwijnt in totaal 1.115 m2 bos/houtsingel. Het overige bestaat uit ‘erf’ , in gebruik als grasland, bebouwing, paddocks en bomen. Op onderstaande afbeelding wordt areaal bos/houtsingel binnen de nieuwe bestemming ‘sport’ weergegeven.
Areaal bos/houtsingel binnen de bestemming sport.
Dit leidt tot 334,5 verliespunten. 1. Verliesfactor categorie
voorbeelden van beheertypen L01.15, L01.01, N04.02
Natuurvriendelijke oever, poel, zoete plas Houtwal, houtsingel, L01.02, L01.03, L01.07,L01.08 leeftijd < 25 jaar elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd hout opstand) leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Hoogstamboomgaard L01.09 Moeras, rietland N05.04 Nat schraalland / vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen bos die niet N14, N15, N16 en N17 Wnb beschermd houtopstand zijn
punten /eenheid 4000
opperpunten vlakte (ha) 0
3000
0,1115
334,5
4000 5000 4000
0 0 0
2700 2700 2000
0 0 0
1000
0
1000 1000
0 0
leeftijd < 25 jaar
1000 3000
0 0
leeftijd 25-100 jaar leeftijd >100 jaar
4000 5000
0 0 334,5
VERLIESPUNTEN
5.3 Bepalen impactfactor De volgende impactfactoren dienen onderzocht te worden omdat die als verhoging gelden; 1 Wel of geen nieuwe functie 2 Open landschap 3 Aardkundige waarden 4 Ligging in EVZ Ad 1 Het betreft een uitbreiding van een bestaande functie (incl. bestemming ‘sport’ ten noorden van de Meeuwveenseweg. Ad 2. Het plangebied behoort niet tot waardevol open landschap. Zie kaart onder.
Ligging van open landschap in de omgeving van het plangebied (cirkel) (bron: provincie Gelderland).
Ad 3. Het plangebied behoort niet tot gebied met aardkundige waarden. Zie kaart onder.
Ligging van gebied met aardkundige waarden in de omgeving van het plangebied (cirkel) (bron: provincie Gelderland).
Ad 4. Het plangebied behoort niet tot een ecologische verbindingszone. Zie kaart onder.
Ligging van ecologische verbindingszones in de omgeving van het plangebied (cirkel) (bron: provincie Gelderland).
Conclusie Er is geen sprake van waarden die leiden tot het verhogen van de impactfactor. Bepalen impactfactor Ten opzichte van de huidige bestemming, wijzigt 14.550 m2 van bestemming ‘agrarisch’ naar sport ( zie tabel onder). Totale oppervlakte bestemming sport Reeds bestaande bestemming paardenhouderij Nieuw areaal sport in GO
20.058 m2 (21.562 – 1.504) 5.508 m2 14.550 m2
De ondergrond bestaat uit verharding, buitenbak, grasland, bebouwing en paddock. Het areaal bebouwing, paddock en erfverharding in het plangebied neemt toe met 8.537 m2. Daarvan bedraagt 3.991 m2 bebouwing en 4.546 verharding en paddock. Het areaal bebouwing ( 3.991) wordt beschouwd als bedrijventerrein en het areaal verharding en paddock (4.546 m2) wordt beschouwd als parkeerterrein. Het overgrote deel van de bestemming ‘sport’ wordt niet bebouwd, verhard of gebruikt als paddock. Deze gronden worden ingericht als grasland en een deel bestaat uit solitaire bomen of boomgroepen. Het is niet ‘fair’ deze gronden in het kader van het bepalen van de impactfactor te beschouwen als verharding of bedrijventerrein. In deze studie wordt de impactfactor bepaald op 50% van de impactfactor van bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2. Het areaal wordt daarom met 50% verkleind (zie tabel onder). Het totaal areaal bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 bedraag daarom 7.553 m2. type
Categorie
Opp m2
Bebouwing
Bedrijventerrein cat. 1 en 2 Parkeerplaats
Paddock en verharding
Oppervlakte m2
4.546
Verrekening factor 0
3.991
0
3.991
4.546
Overige gronden, hoofdzakelelijk grasland, solitaire bomen en boomgroepen
Bedrijventerrein cat. 1 en 2
6.013
0,5
3.007
Vertaling van nieuwe gebruiksfuncties binnen de bestemming ‘sport’.
Op onderstaande afbeelding wordt een eindbeeld van het plangebied weergegeven. Op deze tekening zijn nieuwe bebouwing, parkeerplaatsen en paddocks zichtbaar.
Tekening van het wenselijke eindbeeld met daarop aangegeven bebouwing, parkeerplaatsen en paddocks (bron: Dirk Luijendijk).
Het areaal woonbestemming blijft gelijk. Als gevolg van woningsplitsing neemt het aantal woningen toe van 1 naar 2.
Tabel 2 IMPACTFACTOR toeslagfactoren aantal nieuwe indien van open eenheden functie op toepassing landschap deze factor locatie verhogen
categorie
eenheid
woningen
wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 400 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 600
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine *
zonnepark parkeerterrrein wegen <80 km/uur middel 80-99 km/uur wegen >= 100 km/uur
basispunten /eenheid
1
2 2 2 2
0,7553
2 2 2 1,5
1,5
600 1000 2000 3000 4000
0,3991
2 2 2 2
Impactpunten indien van aardkundig indien van ligging in indien van basis incl. toetoepassing e waarden toepassing EVZ toepassin slagen factor voor zover factor g factor verhogen BUITEN verhogen verhogen open landschap
1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2 2
1 1 1 1 1
1,5
1 1 1
1,5
1 1 1 1 1
1,25
1,5 1,5 1,5 1,5
1,5 1
1,5 1,5 1,5 1,5
1 1 1 1 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1,5 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1 1 1 1 1
20
20 0 0 0 0 1132,95 1132,95 0
0
0
1 1 1
1 1 1 1 1
0 0
0 399,1
IMPACTPUNTEN
De impactfactor bedraagt 1.752.
5.4 Versterkingsmaatregelen Voor het plangebied is een landschapsontwerp opgesteld. Het versterkingsplan voorziet in de aanleg van de volgende elementen:
type houtsingel houtsingel houtsingel houtsingel houtsingel
opp. M2 624 382 598 1424 550
bos
4.027
poel
200
bloem- en faunarijk grasland pad 1005 bloem- en faunarijk grasland poel 472 Oppervlakte nieuwe natuur.
0 0 0
0 0 0
0 598,65 0 0 0 1752
Plan voor erfinpassing en versterking van het landschap (bron: Dirk Luijendijk).
Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen
basis
opp (ha)
factor indien van factor tijdelijke toepassing bijdrage maatregel factor EVZ verlagen
Natuurvriendelijke L01.15 oever Poel (max. 0,3 hectare L01.01 per stuk) Houtwal, houtsingel, L01.02 en L01.03 elzensingel, Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) L01.07
3000
0,3578
0,7
1
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis incl. toeslagen 1,25 1073,4 1 1073,4
3000
0,02
0,7
1
1,25
1
60
60
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
Rij knotwilgen L01.08 Hoogstamboomgaard L01.09 Zoete plas N04.02 Dynamisch moeras N05.04 Nat schraalland / Vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen natuurlijk bos N14, N15, N16 en N17
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 0 0 0 0
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1 1
1,25
1 1
147,7
147,7 0
1 1
1,25
0,7
1,25
1 1
805,4
0 805,4
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels
VEREISTE VERSTERKING
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
per m2 functioneel oppervlak das, bever, kleine marters e.a. reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
1000 1000 1000 2000
0,7 0,7 0,7
0,1477
0,7 0,7
0,4027
0,7
1,25 1,25 1,25
1,25
1,25
VERSTERKINGSPUNTEN 2086,1 BALANS
5.5 Conclusie Indien bovenstaande elementen aangelegd worden, is sprake van een positieve balans en voldoet voorgenomen initiatief aan de beleidsregels voor ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone.
0 0 0
0 0
0
2086,5 0,4
HOOOFDSTUK 6
TOETS AAN KERKKWALITEITEN EN SAMENHANG
6.1 Toets aan de kernkwaliteiten Huidige situatie Het plangebied bestaat uit gronden met de bestemming ‘agrarisch’ en ‘natuur’. De gronden zijn grotendeels in gebruik bij een paardenhouderij en bestaan uit bebouwing, erfverharding, paddocks, verruigd grasland, houtsingel en solitaire bomenrijen. Een deel van de houtingel, solitaire bomen en grasland is in gebruik als opslagplaats en bebouwing (zie onder).
Impressie van GNN/GO in het plangebied.
De actuele landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het plangebied zijn zeer beperkt. Dat wordt vooral veroorzaakt door het gebruik van de gronden. Als gevolg van het de inrichting en het gebruik is er een sterke mate van verstoring door geluid en optische verstoring door de mens.
Mogelijkheden voor versterking kernkwaliteiten Het plangebied ligt in twee verschillende deelgebieden van het Gelders Natuurnetwerk. Ter compensatie voor verlies areaal GNN wordt voorsteld nieuw bos aan te leggen. Om ontwikkelingen in de GO te compenseren wordt voorsteld een poel, bloem- en faunarijk grasland, bos en houtsingel aan te leggen. In het zuidelijke deel wordt geen GNN gecompenseerd. Wel vinden versterkingsmaatregelen plaats. Voor dit gebied worden de volgende versterkingsmaatregelen voorgesteld: Verder ontwikkelen samenhang in bosjes, natuur, landschapselementen, schraallandjes, beken in een gordel tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug (Voorthuizer Poort en evz 24 Meerveld - Erica) In het noordelijke deel wordt voorgesteld de compensatie GNN te realiseren en versterkingsmaatregelen GO toe te passen. Voor dit gebied worden de volgende versterkingsmaatregelen GNN/GO voorgesteld:
GNN ✓ Ontwikkeling natuurlijke bossen en bosranden ✓ Ontwikkeling heide en droge, schrale graslanden Groene Ontwikkelingszone ✓ Ontwikkeling natuurlijke bosranden ✓ Ontwikkeling droge, schrale graslanden ✓ Ontwikkeling ecologische waarden van cultuurgrond in de ontginningen
✓ Ontwikkeling cultuurhistorie en beleefbaarheid De voorgesteld maatregelen ter compensatie van verlies GNN passen aan de gestelde voorwaarden (ontwikkeling natuurlijke bossen en bosranden). Ook de voorgestelde maatregelen voor versterking passen aan de gestelde voorwaarden. Het aan te leggen wandelpad vormt een versterking van de beleefbaarheid en de ontwikkeling van bos, houtsingels, bomenrijen, bloem- en faunarijk grasland en een nat landschapselement, dragen bij aan de ontwikkeling van ecologische waarden van cultuurgrond in de ontginningen. Conclusie De voorgestelde maatregelen voor versterking van het landschap zijn passende maatregelen voor versterken van de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.
6.2 Toets aan de samenhang Het voornemen bestaat een deel van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone een bestemming ‘sport’ te geven. Binnen deze bestemming wordt een paardenhouderij uitgeoefend. De mate waarin bebouwing mag worden opgericht door door het nieuwe bestemmingsplan gereguleerd. Het nieuwe gebruik (inrichting en beheer) vormt geen barrière voor planten of dieren. Ook heeft de ontwikkeling geen negatief effect op bossen of houtsingels buiten het plangebied. Het deelgebied, ten noorden van de Meeuwveenseweg heeft geen bestemming ‘sport’ en sluit aan bij een woonbestemming en minicamping. De locatie voor de aanleg van nieuwe landschapselementen bestaan nu uit intensief gebruikt agrarisch cultuurland. Het aanleggen van nieuwe landschapselementen versterkt de samenhang van bestaande bossen en houtsingels buiten het plangebied.
HOOFDSTUK 7
BEHEER EN INRICHTINGSPLAN
7.1 Inrichtingsplan 7.1.1 beplanting Voor het plan is een separaat inrichtingsplan opgesteld door ontwerpbureau Luijendijk. Hieronder wordt relevante informatie uit dit plan overgenomen. Noordelijke deel Het landschappelijk beplantingsplan is opgesteld met een aantal randvoorwaarden. Ten behoeve van de ‘leesbaarheid’ van het landschap is gekozen voor een sortiment die past bij de cultuurhistorie van het ontginningslandschap, bijvoorbeeld door middel van het gebruik van Robinia. Het sortiment voor de inheemse houtsingels komt voort uit de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV), wat inhoud dat er soorten worden gekozen uit de bosgemeenschap die zich op deze bodemsoort van nature zou ontwikkelen. Tot slot is er rekening gehouden met ‘paardvriendelijke’ soorten. Bomenrijen Gekozen voor soorten uit de PNV zoals zomereik. Onder andere gekozen voor de zilverlinde met diens verdraagzaamheid op droge grond. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt worden de bomenrijen gecombineerd met Robinia. Houtsingels Het sortiment voor de houtsingels en erfbosschages komt voort uit de PNV. Er is rekening gehouden met paardvriendelijke soorten (uitkijken voor doorns, giftige vruchten of loof). Daarom zijn soorten als meidoorn in de ‘achterste gelederen’ van de houtsingels toegepast. Er is gebruik gemaakt van grote groepen zodat er geen soorten onder concurrentiedruk verdwijnen.
Hoger wordende soorten veelal in het midden, soorten die lager blijven staan buitenlangs. Beplanting wordt geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 m1. Bos Beplanting wordt geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 m1.
Inrichtingsplan noordelijke deel (bron: Dirk Luijendijk).
Plantlijst noordelijke deel.
Zuidelijke deel: Het landschappelijk beplantingsplan is opgesteld met een aantal randvoorwaarden. Ten behoeve van de ‘leesbaarheid’ van het landschap is gekozen voor een sortiment die past bij de cultuurhistorie van het ontginningslandschap, bijvoorbeeld door middel van het gebruik van Robinia. Het sortiment voor de inheemse houtsingels komt voort uit de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV), wat inhoud dat er soorten worden gekozen uit de bosgemeenschap die zich op deze bodemsoort van nature zou ontwikkelen. Tot slot is er rekening gehouden met ‘paardvriendelijke’ soorten. Bomenrijen Gekozen voor soorten uit de PNV zoals zomereik. Onder andere gekozen voor de zilverlinde met diens verdraagzaamheid op droge grond. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt worden de bomenrijen gecombineerd met Robinia Houtsingels Het sortiment voor de houtsingels en erfbosschages komt voort uit de PNV. Er is rekening gehouden met paardvriendelijke soorten (uitkijken voor doorns, giftige vruchten of loof). Daarom zijn soorten als meidoorn in de ‘achterste gelederen’ van de houtsingels toegepast. Er is gebruik gemaakt van grote groepen zodat er geen soorten onder concurrentiedruk verdwijnen. Hoger wordende soorten veelal in het midden, soorten die lager blijven staan buitenlangs. Beplanting wordt geplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 m1.
Inrichtingsplan zuidelijke deel (bron: Dirk Luijendijk).
Plantlijst zuidelijke deel.
Inboet Maximaal 20% van de beplanting mag uitvallen zonder dat nieuwe beplanting geplant. Hierdoor krijgt de potentiële natuurlijke vegetatie kans zich te ontwikkelen en ontstaat een structuurrijke singel en bos.
7.1.2 Bloem- en faunarijk grasland Bloem- en faunarijk grasland wordt ontwikkeld op agrarische cultuurgrond, momenteel in gebruik als grasland. De ontwikkeling van een soortenarme vegetatie naar bloem- en faunarijk grasland, vindt plaats op gelijdelijke, natuurlijke wijze. Het grasland wordt niet gevreesd of geschuurd. 7.1.3 Poel De poel wordt ingericht als voortplantingsbiotoop voor amfibieën. Daarom mag de poel in een droge zomer, aan het einde van de (droge) zomer droog vallen. De noord- en oostoever wordt voorzien van flauwe oevers (minimaal 1:4). De zuid- en westoever hebben een minder flauw talud (minimaal 1:2). Er
worden geen water- of oeverplanten in de poel gebracht. De vegetatie dient zich op eigen kracht te ontwikkelen. Er wordt geen vis in de poel uitgezet en er wordt geen eiland in de poel aangelegd.
7.2 Beheerplan 7.2.1 Bos Het bos mag zich op natuurlijke wijze ontwikkelen. Geen beheer. 7.2.2 Houtsingel De houtsingels worden beheerd als hout met overstaander. De singels worden voor het eerst afgezet na 15 jaar, en vervolgens iedere 10-20 jaar. Bij iedere onderhoudsbeurt blijft 30% van de boomvormers gespaard, tot een minimum van een overstaander per 50 meter singel. Zo ontstaat een structuurrijke houtsingel. Tak- en tophout wordt in een ril in het element gelegd of afgevoerd. Er mogen geen bulten snippers in het element geblazen worden. 7.2.3 Bloem- en faunarijk grasland Bloem- en faunarijk grasland wordt jaarlijks één à twee maal gemaaid. Eerste maaibeurt na 15 juni. Maaisel wordt afgevoerd. Het perceel wordt niet bemest en er worden geen herbiciden toegepast. Er worden geen mollen gevangen in het perceel. 7.2.4 Poel Jaarlijks wordt 30-50% van de oever gemaaid (maaisel afvoeren of op ril leggen). Alle vegetatie wordt minimaal éénmaal, per drie jaar gemaaid.
HOOFDSTUK 8
MONITORING
8.1 Inleiding Juist toegepast beheer draagt bij aan de ontwikkeling van landschapselementen, zoals beoogd in dit plan. Door de ontwikkeling te monitoren, kan het beheer bijgestuurd worden.
8.2 Monitoring De landschapselementen worden gedurende 10 jaar periodiek gemonitord. De eerste monitoringsronde vindt plaats in het eerste jaar na aanleg. Tijdens deze ronde, wordt de mate van inboet bepaald. Vervolgbezoeken worden uitgevoerd in jaar twee (na uitvoeren inboet) en vijf jaar. In het monitoringsverslag wordt concreet aangegeven welke inrichtings- en/of beheersmaatregelen uitgevoerd moeten worden. De monitoring wordt uitgevoerd door een terzake deskundige en beoordeeld aan de hand van de uitgangspunten, zoals verwoord in dit rapport. Resultaten van de monitoring worden op schrift gesteld en beschikbaar gesteld aan eigenaar/beheerder en bevoegde gezag. Rapportage vindt plaats voor het einde van het kalenderjaar waarin de beoordeling is uitgevoerd.