Het Wulperveld_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het Wulperveld
juli 2022 bestemmingsplan Plannr. 1645
Het Wulperveld
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 INLEIDING
5
Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen 2.3 Ruimtelijke structuur
6 6 6 8
Hoofdstuk 3
10
PLANBESCHRIJVING
Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente
12 12 13 15 15 16
Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Trilling 5.14 Veiligheid 5.15 Verkeer 5.16 Water
25 25 27 28 30 32 33 33 36 37 37 39 39 39 40 41 42
Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving
44 44 49
Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Grondexploitatie
51 51
Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie 8.2 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.3 Inspraak 8.4 Zienswijzen
52 52 52 53 53
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan architectuur, 7 december 2021
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan openbare ruimte, 25 maart 2022
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder, 21 januari 2022
2
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
Bijlage 4
Archeologisch bureauonderzoek, december 2020
Bijlage 5
Inventariserend veldonderzoek, juni 2021
Bijlage 6
Inventariserend veldonderzoek karterende fase, september 2021
Bijlage 7
Verkennend bodem- en asbestonderzoek, 17 september 2021
Bijlage 8
BomenEffectAnalyse, 12 april 2022
Bijlage 9
Ecologich onderzoek gebiedsbescherming, 8 december 2021
Bijlage 10
Stikstofberekening, april 2022
Bijlage 11
Ecologisch onderzoek soorten, 1 december 2021
Bijlage 12
Externe veiligheidsanalyse, 14 februari 2022
Bijlage 13
Milieuonderzoek, 30 september 2021
Bijlage 14
Trillingenonderzoek, 31 januari 2022
Bijlage 15
Parkeerberekening, 31 mei 2022
Bijlage 16
Watertoets, 24 mei 2022
Bijlage 17
Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling, 31 mei 2022
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
3
Het Wulperveld
4
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
Toelichting Hoofdstuk 1
INLEIDING
Dit plan betreft het planologisch juridisch kader voor de realisatie van woningbouw aan de noordwestkant van Stroe. Het gaat om 115 nieuwe woningen. Met dit woningbouwplan wordt bijgedragen aan het voorzien in de behoefte aan betaalbare, middeldure en dure woningen met een goede ruimtelijke kwaliteit in Stroe. De agrarische bedrijven aan de Ericaweg 22 en de Stroeërschoolweg 3 zijn beëindigd zodat ook de hindercontour van beide bedrijven vervalt. Het woningbouwproject heeft de naam "Het Wulperveld" gekregen. De projectlocatie wordt begrensd door de Wulpenweg, Stroeërschoolweg, Ericaweg, Bremstraat en de bestaande woningen aan de Droserastraat. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de planlocatie weer. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2012". Daarom is de voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. De bestaande woningen aan de Droserastraat 2 t/m 10 en Bremstraat 1 en 3 maken ook onderdeel uit van dit bestemmingsplan, in verband met vergroting van enkele achter-/zijtuinen.
afbeelding 1: ligging planlocatie
Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan. "Het Wulperveld" (vastgesteld)
5
Het Wulperveld
Hoofdstuk 2 2.1
BESTAANDE SITUATIE
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de rand van de kern Stroe, aan de Ericaweg, Bremstraat, Wulpenweg en de Stroeërschoolweg. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie I, nummers 1532, 2266, 2267, 2315, 2316, 2317, en sectie K, nummers 985 t/m 991, 1287 en gedeeltelijk 1239. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Wulpenweg en aan de noordzijde begrensd door de Stroeërschoolweg. Aan de oostzijde vormt de Ericaweg de grens van het plangebied. De grens aan de zuidzijde wordt gevormd door de Bremstraat, bestaande woningen aan de Droserastraat en het terrein van de tennisbanen. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied weer.
afbeelding 2: begrenzing plangebied
2.2
Geldende bestemmingen
2.2.1
Bestemmingsplan
Het plangebied van de woningbouwontwikkeling ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en heeft de bestemmingen "Agrarisch", "Agrarisch - Paardenhouderij" en "Groen", zie afbeelding 3. Het perceel Stroeërschoolweg 3 heeft de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Realisatie van nieuwe woningen is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. 6
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
afbeelding 3: uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied 2012"
De bestaande woningen aan de Droserastraat 2 t/m 10 en Bremstraat 1 en 3 vallen binnen het geldende bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe", zie afbeelding 4.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
7
Het Wulperveld
afbeelding 4: uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Kootwijkerbroek-Stroe"
2.2.2
Voorbereidingsbesluit
Er geldt overigens ook een voorbereidingsbesluit van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening met betrekking tot hyperscale datacenters op deze locatie. Nu het plan geen hyperscale datacenter mogelijk maakt, is dit voorbereidingsbesluit niet relevant voor onderhavig plan.
2.3
Ruimtelijke structuur
De engen en essen van Stroe behoren tot de oudste droge kampontginningen in de Gelderse vallei. De overgangszone naar het Veluwemassief maakt dit een bijzonder gebied. De eerste ontginningen vonden plaats op de hogere delen te midden van natte woeste gronden. De oorspronkelijk – door houtwallen – gecompartimenteerde opbouw van de oude eng is deels nog te herleiden, maar op onderdelen ook verdwenen. De vroegere uitloop naar de heide, de begrenzing naar de woeste gronden, is in dit plangebied ook nog herleidbaar. 8
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
De huidige structuur van Stroe kan grotendeels als oude lintbebouwing worden beschouwd met de Wolweg als centrale verkeersader. Met de aanleg van de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn in 1876 en een halte in 1881 begon het huidige dorp zich te ontwikkelen. Het spoorwegpersoneel werd bij het station en langs de spoorlijn gehuisvest. Rond de vijftiger jaren van de vorige eeuw groeide het aantal beroepsmilitairen zodanig dat een aantal van 100 nieuwe woningen in de omgeving nodig waren. Vervolgens werd in de jaren zestig de snelweg A1 ten noorden van de spoorlijn aangelegd en de provinciale weg N310 richting Oosterbeek (Arnhem) langs de bosrand. In deze periode werden de linten langs de uitvalswegen verlengd. Vanaf de jaren zeventig groeide het dorp met een tweede nieuwbouwwijk uit naar het westen tot aan de oude karweg. Het is een compact dorp, waarbij de kern bestaat uit een woongebied en een gemengd gebied. De Wulpenweg, een oud karspoor, is een historische lijn. Dit was een oude handels- en verbindingsweg tussen Arnhem en Harderwijk.
afbeelding 5: huidig dorp Stroe
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
9
Het Wulperveld
Hoofdstuk 3
PLANBESCHRIJVING
Het betreft een uitbreidingslocatie aan de noordwestzijde van het dorp Stroe. Het gaat om het gebied ten noorden van de laatste uitbreidingen van het dorp tot aan de Stroeërschoolweg. In de huidige situatie is het terrein in gebruik als landbouwgrond. Binnen het plangebied bevinden zich een paardenhouderij en een veehouderij welke inmiddels zijn beëindigd. Bij de ontwikkeling naar een woongebied is het nodig aan de noordzijde rekening te houden met geluid om overlast van de snelweg en het spoor te voorkomen. Uitgangspunt voor het plan is verder onder meer duurzaam inpassen en het opnemen van bestaande waardevolle landschapselementen. Het opgestelde woningbouwplan betreft een groen adaptief (koelend, ademend, piek opvangend) en integraal vormgegeven plan. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn en de snelweg A1. Met behoud en aanvulling van de bestaande bomen aan de Stroeërschoolweg en losliggend ten zuiden daarvan een wijkontsluitingsweg, is een functionele afgeronde noordrand ontstaan. Ten zuiden van de wijkontsluitingsweg is een rij woningen bedacht, waarvan de noordgevels zullen worden uitgevoerd als 'dove gevels'. Aan de zuidzijde van deze rij woningen komt een groene zone met waterberging. Hiermee wordt een veilige geluidsbuffer bereikt voor de andere woningen binnen het plangebied.
De centrale groenzone biedt een mooie extra woonkwaliteit voor de noordelijke rijwoningen. De ontsluiting van het gebied loopt via de verbeterde Ericaweg. Direct in het begin van het plangebied volgt een splitsing, waarna deze wegen als een lus verbonden weer bij elkaar komen. Het plan is rondom opgehangen in een stevig groen casco en er zijn logische routeverbindingen gelegd met het bestaande dorp. Voor een goede aansluiting op de bestaande woonwijk aan de zuidoostzijde van het plangebied is een groene buffer aangehouden. Aan de zuidzijde grenst het plan aan de bestaande woningen aan de Droserastraat 2 t/m 10 en Bremstraat 3, welke zijn meegenomen in het stedenbouwkundig ontwerp. Deze bestaande woningen krijgen een diepere achter- en/of zijtuin in voorliggend plan.
afbeelding 6: schetsplan Het Wulperveld
Woningbouwplan In het plangebied komen in totaal 115 woningen in verschillende categorieën. Het gaat om 6 vrijstaande 10
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld woningen, 20 twee-onder-één-kap woningen en 89 rijwoningen. Het toevoegen van 115 woningen heeft een grote impact op het dorp Stroe, dat momenteel zo'n 600 woningen kent. Om de impact te verzachten is gewerkt met kleinere korrelgroottes, dus met kleine veldjes. Elk veld krijgt een eigen sfeer. Zo krijgen sommige veldjes een landelijke sfeer en andere een dorpse sfeer. De goot- en bouwhoogtes zijn daarom ook wisselend in het plan.
Beeldkwaliteit Zowel voor de bebouwing als voor de openbare ruimte is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Zie de bijlagen 1 en 2. Deze dienen als uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de woonwijk.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
11
Het Wulperveld
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Eén van de nationale belangen is 'Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.' Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er moet zoveel mogelijk worden gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio’s sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse.
Doorwerking in plangebied Dit plan past binnen het doel om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een gedifferentieerd woningaanbod passend bij de diversiteit aan woningvraag. De NOVI vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
4.1.2
Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt ervoor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat eruit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties 12
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld en kennisinstellingen. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.1.3
Crisis- en herstelwet
Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd (zie kamerstukken 33.135). De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I bedoelde projecten ten aanzien van wegen.
Doorwerking in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet van toepassing, want het project bestaat uit de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied (artikel 1.1, eerste lid onder a Chw jo. artikel 3.1 van Bijlage I Chw).
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening
De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
13
Het Wulperveld
4.2.1.1
Omgevingsvisie
Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat Doorwerking in plangebied De locatie ligt niet in een waardevol gebied voor de provincie, maar wel in een intrekgebied. Dit betekent dat er geen winning van fossiele brandstoffen is toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied is in overeenstemming met de omgevingsvisie.
Voorliggend plan past binnen de ambitie van de provincie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag. Het woningbouwplan past binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente.
4.2.1.2
Omgevingsverordening
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. De Omgevingsverordening is met ingang van 17 oktober 2014 in werking getreden. De provincie actualiseert regelmatig de Omgevingsverordening.
Doorwerking in plangebied In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de volgende kaarten: Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Wat betreft glastuinbouw, er geldt een tijdelijk verbod voor de hervestiging en nieuwvestiging van glastuinbouw. Ook de uitbreiding van bestaande glastuinbouw is tijdelijk verboden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in glastuinbouw. De betreffende regels uit de verordening zijn daarom irrelevant voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. Wat betreft water en milieu: het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied dat is aangewezen op grond van artikel 1.2, tweede lid onder sub a van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 2.38 van de Omgevingsverordening is bepaald dat intrekgebieden in een bestemmingsplan geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde.
14
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
Gelet op het bovenstaande is het plan in overeenstemming met de verordening.
4.3
Regio
4.3.1
Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe
Op 4 december 2020 is het Regionaal Adaptatie Plan Vallei en Veluwe (RAP) ondertekend door de Manifestregio. In de regio werken 28 gemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, provincies Utrecht en Gelderland, Vitens, Veiligheidsregio's en Rijkswaterstaat samen op het gebied van klimaatadaptatie. Met het RAP geeft de regio invulling aan de landelijke opgave voor overheden om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Deze opgave komt voort uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het klimaat verandert namelijk snel en merkbaar. Klimaatadaptatie is omgaan met het nieuwe klimaat met extremer weer: heftige buien of juist lange periodes van hitte en droogte. De omgeving waarin we leven, werken en ontspannen, maar ook de manier van leven moeten we daarop aanpassen. In het RAP zijn de regionale aandachtsgebieden voor de komende jaren bepaald, aanvullend op wat elke partij zelf moet of kan doen. Vooraf zijn voor het hele gebied de kwetsbaarheden van wateroverlast, droogte en hitte in kaart gebracht in een klimaateffectatlas. Tevens zijn risicodialogen met elkaar gevoerd over de gevolgen van klimaatverandering en de opgaven voor de regio.
Het RAP is een strategische agenda rondom 4 thema's: Prettig wonen en werken, Aangenaam recreëren, Basisfuncties (elektriciteit, hoofdwegennet, verpleeghuizen, etc.) veilig stellen en Natuurlijk bodem- en watersysteem. Per thema zijn (hoofd)ambities, speerpunten en maatregelen geformuleerd. Het thema prettig wonen ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingerichte stedelijke omgeving. Speerpunten zijn Ketenafspraken klimaatbestendig bouwen, Ontwikkelafspraken met woningcoöperaties, Instrumentenmix voor bestaand stedelijk gebied, Stimuleringsregeling klimaatbestendige maatregelen en Hitteplan. Het thema Aangenaam recreëren ambieert een klimaatbestendige, veilige en gezond ingericht recreatief buitengebied. Het speerpunt is Groen-blauwe recreatie. Het thema Basisfuncties ambieert een veilig en robuust ontworpen nutsvoorzieningen en infrastructuur. Speerpunten zijn Natuurbranden preventieplan, Overstromingsbestendige gebieden en gebouwen, (Hoofd)verdeelstations beoordelen en Doorgaande wegen klimaatrobuust. Het thema Natuurlijk bodem- en watersysteem ambieert een klimaatbestendig, robuust en veerkrachtig natuurlijk bodem- en watersysteembeheer. Speerpunten zijn Loofbomen advies, Waterbeschikbaarheidsstrategie, Duurzaam grondwatersysteem en Verkenning regio Vallei en Veluwe – 2120.
In Werkplannen wordt concreet aangegeven hoe de ambities in het RAP voor telkens een periode van 2 jaar worden uitgewerkt. De opgaven worden regionaal verdeeld en er worden verbindingen gelegd. Van belang is dat ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden betrokken.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten ten aanzien van klimaatadaptatie zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.4
Waterschap
4.4.1
Blauwe Omgevingsvisie 2050
De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: "Het Wulperveld" (vastgesteld)
15
Het Wulperveld 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.4.2
BOP 2022-2027Waterschap Vallei en Veluwe
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's. Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de Omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) doorvertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven.
Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen. Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen. Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem. Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving. Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie.
Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5
Gemeente
4.5.1
Structuurvisie Buitengebied Barneveld
De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld.(De vastgestelde versie is gepubliceerd op 29 december 2011 (Staatscourant, nr. 23938). De gemeente Barneveld heeft op 28 september 2016 de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgesteld. 16
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld De Strategische Visie geeft aan welke doelen het gemeentebestuur nastreeft voor de periode tot 2030. Daaraan voorafgaand heeft de raad in januari 2009 de Structuurvisie 2009 vastgesteld waarin de stedelijke ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zijn weergegeven. Mede op basis van de Strategische Visie is de Structuurvisie 2009 geactualiseerd door de vaststelling van de Structuurvisie Kernen 2022. De Structuurvisie Buitengebied is het derde en laatste onderdeel van deze beleidstrilogie. In de op 21 september 2011 vastgestelde Structuurvisie Buitengebied wordt specifiek ingegaan op onderwerpen als landbouw, recreatie en landschap in de periode tot 2020. De twee structuurvisies vullen elkaar hierbij inhoudelijk aan. De strategische visie geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn. Met deze Structuurvisie Buitengebied biedt de gemeente Barneveld ruimte voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon - en leefmilieu. Ontwikkelingen in de landbouw en bij recreatieve bedrijven zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap en woon- en leefomgeving. Deze omgevingskwaliteiten zijn ook de belangrijkste vestigingsfactoren voor het buitengebied.
Initiatieven beoordeelt de gemeente daarom mede op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon en leefmilieu, verkeer en natuur. Dit moet leiden tot een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen. Een buitengebied dat op die manier wordt ingericht is een aangename plek om te werken en te recreëren. De structuurvisie beoogt daarbij ontwikkelingsruimte te bieden aan goede initiatieven en wil een basis zijn voor samenwerking om die te realiseren. Bovenstaande aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast worden deelgebieden onderscheiden met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie (zie bijlage 8 Structuurvisie). Onderstaand is per deelgebied en zone een ontwikkelingsrichting met kwaliteitsbeeld beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum) eisen zijn kaderstellend voor het bestemmingsplan.
Agrarisch bedrijvenlandschap Intensieve landbouw is de belangrijkste gebruiksvorm van dit deelgebied. Het beleid is gericht op herstructurering en passende schaalvergroting, waarbij productieruimte beschikbaar komt voor de toekomst gerichte bedrijven die in staat zijn om te groeien en daarin te investeren.
Overgangszone landschap, landbouw en recreatie Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijk aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk. Voor het deel van deze zone ten zuiden van de A1 gaat het in hoofdzaak om een toename van klein landschapselementen zodat meer variatie ontstaat. In de gehele zone blijft ruimte voor de aanwezige agrarische bedrijven binnen de kaders van het reconstructieplan.
Ontwikkelingsfonds Platteland De structuurvisie beschrijft het type projecten die tot doel hebben de beschreven ruimtelijke kwaliteiten te realiseren. Investeringen voor die projecten kunnen, al dan niet gedeeltelijk, worden gefinancieerd uit het Ontwikkelingsfonds. Dit fonds wordt gevuld door bijdragen uit ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied, namelijk functieverandering, nieuwe landgoederen en stedelijke uitbreidingen. De werking van dit fonds beoogt hiermee samenhangende ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied met ruimtelijke en maatschappelijke winst. Voor de voorliggende uitbreidingslocatie in het noordwesten van het dorp Stroe is een bijdrage aan de orde.
Doorwerking in plangebied Binnen het plangebied bevinden zich een paardenhouderij en een veehouderij welke inmiddels zijn "Het Wulperveld" (vastgesteld)
17
Het Wulperveld beëindigd. Deze agrarische bedrijven worden geamoveerd en wegbestemd. Aan deze bedrijven hoeft geen ruimte meer te worden geboden. Voorliggend plan voorziet in een uitbreiding van de kern Stroe met woningbouw, wat passend is in de visie voor Stroe en passend binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de structuurvisie.
4.5.2
Structuurvisie Kernen Barneveld 2022
De gemeenteraad heeft op 22 november 2011 de "Structuurvisie Kernen Barneveld 2022" vastgesteld. De structuurvisie legt de gemeentelijke visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het eigen grondgebied vast. Het bestemmingsplan zal hierbinnen moeten passen. De structuurvisie bevat een uitvoeringsprogramma. Hierin laat de gemeente zien hoe het voorgenomen beleid gerealiseerd zal worden. In de structuurvisie is een groot aantal ruimtelijke projecten opgenomen, waarvoor investeringen in de openbare ruimte noodzakelijk zijn. Ook is er een groot aantal lopende en potentiële bouwmogelijkheden. Barneveld bereidt zich voor op een groei van de bevolking en zet in op gemengde wijken met een gedifferentieerd woningaanbod. De (extra) groei bovenop de autonome bevolkingsaanwas zal worden opgevangen in het bundelingsgebied Barneveld-Harselaar-Voorthuizen. In de overige kernen zijn er beperkte kleinschalige bouwmogelijkheden. In de kleine kernen is het beleid gericht op het voortborduren en benadrukken van de specifieke kwaliteiten per kern. Deze komen tot uiting in de: historische opbouw / wegen als drager; typering van de bebouwing, rooilijnen en oriëntatie; positionering van voorzieningen in het dorp; zichtlijnen en overgangen van de kern en landschap; groenstructuur (o.a. beken).
Bij verdere groei van de bevolking zal bijzondere aandacht worden geschonken aan het behoud van het dorpse karakter, dat in hoge mate de kwaliteit van de leefomgeving van de kernen bepaalt.
Doorwerking in plangebied Het plan betreft een uitbreidingslocatie aan de noordwestzijde van het dorp Stroe, ten noorden van de laatste uitbreidingen van het dorp tot aan het spoor. Binnen de kern zijn momenteel geen inbreidingslocaties meer aanwezig die de gewenste volkshuisvestelijke groei kunnen opvangen. Het accent van het woningbouwplan ligt op gemengd, met een gedifferentieerd woningaanbod, en met behoud van het dorpse karakter. Het plan is in overeenstemming met de structuurvisie.
4.5.3
Ruimtelijke visie Stroe
Op 21 april 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met de 'Ruimtelijke visie Stroe' als onderdeel van het actualiseringsplan Kootwijkerbroek-Stroe. Doel van de ruimtelijke visie en bijbehorende kaarten is vast te leggen wat de dorpsbewoners, maatschappelijke organisaties en het gemeentebestuur gezamenlijk overeen komen over het ruimtelijk beleid van het dorp Stroe en de toekomstige groei van deze kern. In deze visie is het projectgebied aangewezen als een zoekzone voor woningbouw.
18
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
afbeelding 7: kansenkaart Ruimtelijke visie Stroe
Voor de uitbreiding van woningbouw is de locatie aan de noordwestzijde, ten zuiden van de spoorlijn (ten oosten van de Wulpenweg) stedenbouwkundig een acceptabele locatie, zodat het dorp redelijk compact blijft. In de visie staat onderstaande tekstuitsnede:
Doorwerking in plangebied De in de Ruimtelijke visie opgenomen zoekzone voor woningbouw heeft een nadere uitwerking gekregen met het voorliggende woningbouwplan. In het noordelijke deel van het plangebied komt een dichte rij woningen welke inpandig zo ingedeeld zullen worden dat overlast van de snelweg en het spoor wordt voorkomen. Deze woningen hebben een diepe achtertuin aan de geluidluwe zijde. De rest van het plangebied krijgt een mooie invulling met woningbouw en groene ruimtes, waarbij bestaande "Het Wulperveld" (vastgesteld)
19
Het Wulperveld landschappelijke structuren behouden blijven danwel versterkt worden.
4.5.4
Bestemmingsplannen globaal en flexibel
Op 6 mei 2014 heeft de raad de kaderstellende notitie 'Bestemmingsplannen globaal en flexibel' vastgesteld. Met deze notitie geeft de raad voor met name grote(re) uitleggebieden kaders aan om bestemmingsplannen globaal en flexibel te maken, om adequaat te kunnen inspelen op maatschappelijke en marktontwikkelingen. Daarmee ontstaat enige ruimte om een plan te kunnen wijzigen, maar zonder significant verlies van kwaliteit in de openbare ruimte, beeldkwaliteit en rechtszekerheid. Globaal en flexibel zijn twee naast elkaar staande begrippen. Een globaal bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de belangrijkste uitgangspunten voor een gebied zijn vastgelegd. In een globaal bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden niet vastgelegd of gebonden aan een concreet perceel. Het tegenovergestelde van globaal bestemmen is gedetailleerd bestemmen, want een gedetailleerd bestemmingsplan legt juist wel een eindbeeld vast. Naast het begrip globaal, kennen we ook nog de begrippen star en flexibel. We spreken van een star bestemmingsplan als het niet of nauwelijks mogelijk is om van een bestemmingsplan af te wijken. Flexibel bestemmen is het tegenovergestelde. Flexibel bestemmen laat meer ruimte om in te spelen op initiatieven die niet direct zijn geregeld.
Flexibiliteit is in het bestemmingsplan in te bouwen door te werken met afwijkingsregels, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten. De notitie richt zich op toekomstige ontwikkelingen in de kernen, waarbij met name is gekeken naar de bestemmingen voor wonen en bedrijven. Doorwerking in plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende kaders uit de notitie toegepast: binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden in te bouwen; de hoofdstructuur van wegen, water en groen vast te leggen. 4.5.5
Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020
De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden.
Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning vanaf 1 juli 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Het beleid voor zeer energiezuinige bestaande gebouwen is nog in ontwikkeling. Warmtepompen 20
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energieopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden.
De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen - gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen. Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte.
Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.16). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
21
Het Wulperveld
4.5.6
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
De doelstelling van het Groenstructuurplan Barneveld (2011) is het beschrijven van de lange termijn visie ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen van de gemeente Barneveld om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Om de gewenste groenstructuur te realiseren worden in het groenstructuurplan een aantal verbetervoorstellen gedaan. De houtwallen in en om de kern zijn van belang voor de karakteristiek van Stroe. Houtwallen zijn onder andere te vinden langs de Stroeërschoolweg, Wulpenweg en de Groote Beek. De weides rondom Stroe vergroten het dorpse karakter en de beleefbaarheid van het landelijk gebied.
Doorwerking in plangebied De bestaande houtwallen aan de Stroeërschoolweg en Wulpenweg zorgen deels voor een diffuus beeld. Het nieuwbouwplan wordt verder ingepast, zodat een groene inkleding van de ruimtelijke ontwikkeling ontstaat. Hiermee wordt een groene, landschappelijke karakteristiek van de westelijke kernrand behouden. Door het plangebied loopt een nieuwe groenstructuur, welke aansluit op de bestaande structuren.
4.5.7
Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'
Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.
Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16).
4.5.8 Woonvisie Barneveld 2017-2021en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. Er is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen, waarvan gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog van € 230.000 tot € 280.000), 20% middeldure woningen (middendure huur tot € 1.000,- en koop van € 280.000 tot € 350.000) en 30% duurdere woningen vanaf € 350.000,- en 10% vrij in te delen. 22
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
In regio FoodValley zijn onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2017-2027 maximaal zo'n 3.800 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, Foodvalley, waarbij er in de periode 2020-2040 in Foodvalley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 6.000 woningen beteken. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken. In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van het project 'Faseren en doseren woningmarkt Barneveld' wordt jaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden).
Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2021 t/m 2024 is een programma van ruim 2.600 woningen voorzien. De ervaring leert dat hiervan circa 75-80% daadwerkelijk in de genoemde periode wordt gerealiseerd, dit betekent zo'n 500 woningen per jaar. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken. Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2021 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen (opgesplitst in sociale koop laag tot € 230.000 en sociale koop hoog € 230.000 - € 280.000) en middendure huurwoningen (prijsgrens van € 1.067,- in 2022).
In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen, goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Er geldt een bepaalde instandhoudingstermijn. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Voor middendure huurwoningen en sociale koop hoog ligt deze inkomensgrens voor huishoudens op € 65.000, voor sociale koop laag op € 55.000 en voor sociale huurwoningen is de grens vanuit de Woningwet van belang. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.
Doorwerking in plangebied In de kern Stroe wonen zo'n 1.650 inwoners en staan zo'n 600 woningen. Daarmee is het de 5e grootste kern van gemeente Barneveld. Na afronding van het bestemmingsplan Stroe VI in 2019 is het stil geworden met betrekking tot woningbouw in deze kern. Voor het behoud van de vitaliteit van deze kern (en het behoud van de aanwezige supermarkt, basisschool en het functioneren van het buurthuis en aanwezige verenigingen) is voor de komende jaren woningbouw gewenst. De planlocatie aan de Ericaweg kan hier in voorzien door een gefaseerde ontwikkeling van deze locatie. Er is behoefte aan zowel starterswoningen, ouderenwoningen als gezinswoningen voor doorstromers. De projectmatige bouw van 15 tot 20 woningen per jaar is derhalve gewenst, om zo vooral ook de lokale behoefte te faciliteren, waarvoor in 2020 t/m 2022 nauwelijks is gebouwd. Het is dan ook van belang dat de planlocatie 'Het Wulperveld' snel tot ontwikkeling komt, zodat in 2022 kan worden gestart met het bouwen van de eerste woningen (eerste opleveringen in 2023). De realisatie van het plan zal gefaseerd plaatsvinden in 4 fasen. De fasering wordt vastgelegd in een met de ontwikkelaar te sluiten overeenkomst. Het woningbouwplan 'Het Wulperveld' van 115 woningen bestaat uit de volgende differentiatie: "Het Wulperveld" (vastgesteld)
23
Het Wulperveld
In Stroe is van oudsher de behoefte aan sociale huurwoningen minder groot dan aan sociale koopwoningen. De sociale huur betreft in dit plan minder dan 20%, maar dit wordt gecompenseerd met de programmering van sociale koopwoningen. Het aandeel sociaal komt daarmee op 40%. Dit plan past binnen de ambitie om een duurzaam en divers woon- en leefklimaat te realiseren, met een gedifferentieerd woningaanbod passend bij de diversiteit aan woningvraag. Het woningbouwplan past binnen de totale woningbouwprogrammering van de gemeente.
24
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld
Hoofdstuk 5
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodem
5.1.1
Bodemkwaliteit
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. In dit geval is er sprake van een verdachte locatie en daarom is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 7 van de toelichting. Uit de onderzoeksresultaten (inclusief de in 2017 en 2018 uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse van respectievelijk perceel sectie I nummers 1532 en 2266) blijkt dat ter plaatse van het erf van Ericaweg 22 in de plaatselijk zwak (sporen) puinhoudende bovengrond licht verhoogde gehalten aan PCB's zijn aangetoond. In de zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van de onderzochte weilanden zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten. Dit geldt eveneens voor de zintuiglijk schone ondergrond van het gehele plangebied.
In het grondwater ter plaatse van het gehele plangebied zijn licht tot plaatselijk matig verhoogde concentraties aan barium, chroom, koper en/of nikkel aangetoond. De plaatselijk matig verhoogde concentraties aan nikkel in het grondwater (peilbuis 44 en 47) hebben naar alle waarschijnlijkheid een natuurlijke oorsprong. Als voor de voorgenomen nieuwbouw niet zal worden bemaald vormt de kwaliteit van het grondwater geen belemmering voor de bouw. Wel wordt geadviseerd om het grondwater ter plaatse niet op te pompen en te gebruiken voor beregening voor bijvoorbeeld een (moes)tuin of consumptief gebruik. Ter plaatse van Ericaweg 22 was sprake van een ondergrondse huisbrandolietank (3 m3) die in 1995 inwendig is gereinigd en verwijderd. Aangezien de exacte ligging van deze tank niet bekend is heeft ter plaatse geen bodemonderzoek plaatsgevonden. Onder de niet teerhoudende asfaltverharding in de inrit van Ericaweg 22 is zintuiglijk geen fundering aangetroffen. In het samengestelde mengmonsters van de grond direct onder de asfaltverharding zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters (inclusief asbest) gemeten. Dit geldt ook voor de onderzochte zwak (sporen) puinhoudende dammen in het plangebied. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgeboorde/opgegraven grond ter plaatse van het erf van Ericaweg 22 geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
In de samengestelde mengmonsters voor analyse op asbest ter plaatse van de aanwezige druppelzones en het overig terrein is analytisch geen asbest aangetoond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodem- en/of asbestonderzoek of -sanering en zijn voldoende voor de bestemmingsplanherziening. De aanwezige sloten in het plangebied zijn nog niet onderzocht. Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen herontwikkeling van het gebied en de daarbij behorende grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging (o.a. stortgaten, asbestverdacht materiaal etc.). Met name ter plaatse van het (voormalige) erf van Ericaweg 22 (perceel sectie I nummer 1532). Aan-/afvoer van grond, bouwstoffen etc. naar/van het plangebied dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader PFAS. Geconcludeerd wordt dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
25
Het Wulperveld
5.1.2
Ontplofbare oorlogsresten
Om de verdachtheid van het plangebied op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten vast te stellen is gekeken naar de risicokaart van de gemeente Barneveld. Hieruit bleek dat het plangebied deels verdacht was op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Om werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren is opsporing van ontplofbare oorlogsresten noodzakelijk. Eerst is door IDDS Explosieven B.V. het 'Projectplan Stroeërschoolweg Stroe' opgesteld (kenmerk A0706-04/SWE/pp1 d.d. 25 mei 2021) en na opsporing het 'Proces-verbaal van Oplevering Stroeërschoolweg Stroe' (kenmerk A0706-04/SWE/PvO1 d.d. 21 december 2021).
Opsporingswerkzaamheden Binnen het plangebied zijn opsporingswerkzaamheden uitgevoerd. De werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied bestonden uit oppervlaktedetectie, benaderen en ruimen. Er zijn afwijkingen ten opzichte van het projectplan voorgekomen, daarom is ervoor gekozen om het gehele projectgebied te detecteren en te benaderen. In de onderstaande afbeelding is de initiële afbakening weergegeven.
afbeelding 8: afbakening (bron: Proces-verbaal van Oplevering Stroeërschoolweg Stroe) Het resultaat van de oppervlaktedetectie is weergegeven in bijlage 2 van het Proces-verbaal van Oplevering. De significante objecten zijn zowel handmatig als machinaal door een benaderteam benaderd. Tijdens het benaderen zijn 15 ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. Ook is een geweer aangetroffen van het type Mannlicher M1895. De 15 ontplofbare oorlogsresten zijn overgedragen aan de EODD. Op 29 juni 2021 heeft de overdracht plaatsgevonden waarna de EODD de ontplofbare oorlogsresten vernietigd heeft. Het geweer, Mannlicher M1895, zal overgedragen worden aan museum Nairac te Barneveld.
Vrijwaring Het plangebied 'Het Wulperveld' is voor zover mogelijk vrijgegeven, zie onderstaande afbeelding. Verder 26
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
Het Wulperveld detectieonderzoek waar dat nog nodig is, zal worden uitgevoerd tijdens het bouwrijp maken.
afbeelding 9: vrijgavetekening (bron: Proces-verbaal van Oplevering Stroeërschoolweg Stroe)
Conclusie Het grootste gedeelte van het plangebied is vrij van ontplofbare oorlogsresten. Delen die nog niet vrijgegeven konden worden, worden aangepakt tijdens het bouwrijp maken zodat uiteindelijk het plangebied geschikt is voor bewoning. Dit staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
5.2
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over de volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving.
"Het Wulperveld" (vastgesteld)
27
Het Wulperveld
5.2.1 5.2.1.1
Archeologie Archeologie middelhoge verwachting
Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied middelhoge archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het plangebied waar de woningbouw gerealiseerd zal worden telt circa 5,5 ha. Daarmee worden de vrijstellingsgrenzen overschreden. Het onderzoeksbureau 'Laagland Archeologie' heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, zie bijlagen 4 en 5 van de plantoelichting. Er is vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek aanbevolen. Op basis van het uitgevoerde karterend booronderzoek, zie bijlage 6, is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van het paardenweitje in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt voor het paardenweitje nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het betreffende paardenweitje maakt echter geen onderdeel uit van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan. Het bevoegd gezag (de gemeente Barneveld) stemt, gelet op het door de regioarcheoloog uitgebrachte advies, in met de conclusie van het archeologisch onderzoek.