Het Wulperveld_Toelichting_Bijlage 7 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, 17 september 2021.pdf
Tekst van het document
Van de Kolk Ontwikkeling BV Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek op de locatie aan de Ericaweg 22 te Stroe projectnummer: 210482/lvh/sh datum: 17 september 2021
Opdrachtgever Van de Kolk Ontwikkeling BV Koningsweg 29 3886 KC GARDEREN Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 3 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 5 ONDERZOEKSSTRATEGIE ...................................................................................... 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASFALT ................................... 11 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 12
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 13 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 13 ASFALTVERHARDING ......................................................................................... 14 DOORLATENDHEIDSMETING ............................................................................... 14 SAMENVATTENDE CONCLUSIES .......................................................................... 14
BIJLAGEN: 1 Kadastraal overzicht 2 Boorbeschrijvingen 3 Toetsingstabellen, analyserapporten en foto’s boorkernen 3.1 vaste bodem 3.2 grondwater 3.3 asbest 3.4 asfalt inclusief foto’s boorkernen 4 Monsternemingsplan en -formulier asbest 5 Relevante historische informatie 6 Resultaten K-waarde bepalingen TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten, boringen en peilbuizen
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
1
INLEIDING
In opdracht van Van de Kolk Ontwikkeling BV is in juli en september 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een milieutechnisch bodem-, asbest- en asfaltonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Ericaweg 22 te Stroe. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw op de locatie. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem, het grondwater en de asfaltverharding. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman Milieu-Advies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar.
Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens 2.bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
C
D
E
F
G
O
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie provincie Gelderland; • informatie Omgevingsdienst De Vallei; • informatie gemeente Barneveld; • informatie voorgaande bodemonderzoeken; • informatie bodemloket; • www.topotijdreis.nl; • BagViewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
2
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie betreft een plangebied, welke bestemd is voor herontwikkeling. Het plangebied is gesitueerd aan de Ericaweg 22 te Stroe en bestaat uit de volgende kadastrale percelen: • gemeente Garderen, sectie K, nummer 697 oppervlakte ca 3.400 m2 • gemeente Garderen, sectie I, nummer 992 oppervlakte ca 10.000 m2 • gemeente Garderen, sectie I, nummer 1532 oppervlakte ca 9.905 m2 • gemeente Garderen, sectie I, nummer 2266 oppervlakte ca 13.400 m2 • gemeente Garderen, sectie I, nummer 2267 oppervlakte ca 21.100 m2 De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 57.805 m2. Aangezien perceel Garderen I 2266 afdoende is onderzocht, bedraagt de totale oppervlakte van onderzoekslocatie circa 44.405 m2. De bestemming wordt gewijzigd naar “Wonen”. Op de locatie aan de Ericaweg 22 is een woonhuis met bijgebouwen aanwezig. De inrit is verhard met asfalt (100 x 3,0 m1= 300 m2). Het erf is deels verhard met klinkers. Op de locatie zijn 2 rijbakken gesitueerd. De rijbakken zijn voorzien van aangebracht zand. Het voornemen bestaat om op de percelen woningen te gaan realiseren. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar de tekening 1-1. 2.3
Historische informatie
Uit informatie van “topotijdreis” en de BAG-viewer blijkt dat alle bebouwing in 1966 gebouwd is. Voor die tijd was de locatie als agrarisch perceel in gebruik. Aan de noordzijde van het plangebied heeft in het verleden een weg gelopen (figuur 1 en 2). Binnen de onderzoekslocatie zijn een aantal dammen gesitueerd. Figuur 1: situatie 1909
Figuur 2: situatie 1961
Figuur 3: situatie 1974
Figuur 4: situatie 1986
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
3
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
Op de locatie aan de Ericaweg 22 is in 2017 door Grondvitaal een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (kenmerk 1724004). De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn: • in de bovengrond zijn lokaal licht verhoogde gehalten aan PCB’s aangetoond; • in de ondergrond zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden; • in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond; • in de actuele contactzone is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. Op het perceel Stroe I 2266 is in 2018 door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 180817). De belangrijkste conclusies uit het rapport zijn: • in en op de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; • in de bovengrond zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden; • in de ondergrond zijn geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden; • in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Op basis van de asbestdakenkaart is binnen de onderzoekslocatie Ericaweg 22 een asbestdak aanwezig. Op deze locatie is een 3 m3 ondergrondse HBO-tank aanwezig geweest. De tank is in 1995 gesaneerd. Voor zover bekend is de tanklocatie niet eerder onderzocht. De exacte locatie is bij de Gemeente en Omgevingsdienst niet bekend. Figuur 5:
asbestdakenkaart provincie Gelderland
Figuur 6:
bodemverontreinigingenkaart provincie Gelderland
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
4
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw De locatie is gelegen in een gedeeltelijk opgevuld glaciaal bekken, de Gelderse Vallei. Oostelijk hiervan is het complex van opgestuwde rivierzanden gelegen, waaruit de Veluwse stuwwallen ontstaan. De gegevens over de bodemopbouw zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket
diepte (m-mv)
samenstelling
1e+2e+3e WVP Eemformatie, Formatie van Twente, Drenthe, Urk, Sterksel, Enschede en Harderwijk
0 - 205
matig fijn tot uiterst grof zand, soms slibhoudend
scheidende laag Formatie van Harderwijk
205 - 210
klei
4e WVP Formatie van Tegelen en Maassluis
210 >
fijne zanden
Toelichting: WVP = watervoerend pakket
Grondwaterstroming In het eerste watervoerend pakket stroomt het grondwater in zuid-zuidwestelijk richting. 2.5
Onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone/drupzones op het erf, de dammen en het voormalige wegtracé. De exacte locatie van de voormalige ondergrondse HBO-tank is niet bekend, derhalve is ter plaatse geen aanvullend onderzoek uitgevoerd. Voor de onderzoeksopzet voor de weilanden is uitgegaan van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op een grootschalig onverdachte locaties (“GR-ONV” uit de NEN-5740). Ter plaatse van het erf van de Ericaweg 22 is aangesloten op de onderzoeksstrategie “ONV” (onverdacht onderzoek), aangevuld met een verkennend asbestonderzoek conform de strategie voor een verdachte locatie (strategie 6.4.5. uit de NEN 5707). Het onderzoek is gecombineerd met de aanwezige drupzones van het asbestdak (0,0-0,2 m-mv). Gezien het onderzoek uit 2017 heeft een actualisatie van de bovengrond plaatsgevonden. Ter plaatse van de dammen en het voormalige wegtracé is aanvullend veld- en laboratoriumonderzoek uitgevoerd. In de omgeving van de toekomstige infiltratievoorzieningen zijn infiltratiemetingen uitgevoerd, om de doorlatendheid van de bodem vast te stellen. In totaal zijn 5 infiltratiemetingen (K-waarde bepalingen) uitgevoerd. De K-waarde is bepaald middels de zgn. ‘omgekeerde boorgat methode’.
Per meetpunt wordt de tijd gemeten die nodig is om een bepaalde hoeveelheid water in de bodem te laten infiltreren. Aan de hand hiervan wordt de K-waarde berekend. Voor de bepaling in welk traject de K-waarde wordt bepaald, wordt rekening gehouden met de verwachte aanlegdiepte van de infiltrerende voorzieningen. Voor de vaststelling van de kwaliteit van het vrijkomende asfalt uit de inrit van de Ericaweg 22 is het onderzoek uitgevoerd zoals omschreven in de CROW-publicatie 210 “richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” (2015 met wijzigingsbladen april 2017 en september 2018).
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
5
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
Als uitgangspunt voor de dikte van het vrijkomende asfalt gaan wij uit van een gemiddelde van 5 cm. De oppervlakte aan asfalt bedraagt circa 300 m2. Bij een gemiddelde dikte van 16 cm komt naar verwachting 48 m3 asfalt vrij (circa 120 ton). Voor het soortelijk gewicht van het asfalt, t.b.v. de omrekening in tonnages, gaan wij uit van factor 2,5. Op basis van de hierbij verkregen informatie zijn 2 boringen geplaatst. Van beide kernen is in het laboratorium de PAK-markertest en laagopbouw bepaald. Op basis van het tonnage en onderzoeksvakken is 1 PAK-analyse ingezet. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/ onderdeel Ericaweg 22 actualisatie erf opp. 4.800 m2 asbestonderzoek erf+drup rijbakken asfalt ca 300 m2
boringen tot 0,5 m-mv
veldonderzoek waarvan tot > 2 m-mv
met peilbuis
21
4
-
21#
4#
3 2
agrarische percelen verkennend GR-ONV 30 opp. 4 hectare aanvullend onderzoek 9# vm wegtracé/dammen infiltratiemetingen K-waarde 4 #: in combinatie met onderzoek onverdacht
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
3 x NEN-b.grond
-
-
5 x asbest (grond)
-
-
-
-
-
1 x NEN-grond 2 x constructie+marker 1 x DLC-analyse
9
5
3
-
4
4 #: putjes van 30 x 30 cm
3 x NEN-b.grond 3 x NEN-o.grond 2 x NEN-grond 2 x asbest (grond) -
5 x NEN-water -
-
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
6
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
7
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 16, 19, 21 en 30 juli en 13 september 2021. De milieutechnische veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de BRL-2001 en 2018 gecertificeerde medewerkers dhr. J. Postma en J. Molenkamp van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend onderzoek zijn 69 boringen geplaatst (1 t/m 26 + 31 t/m 69 en KD1 t/m KD4), waarvan 5 boringen zijn afgewerkt als peilbuis, voor de monstername van het grondwater. Voor het bepalen van de doorlatendheid zijn 4 boringen afgewerkt als tijdelijke peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,0 m-mv. Alle boringen zijn doorgezet tot minimaal 2,0 m-mv. Ten behoeve van het asfaltonderzoek zijn 2 kernboringen uitgevoerd (25A en 26A). De resultaten van het doorlatendheidsonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6. Voor de situatie van de monsterpunten, boringen en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is op het erf van de Ericaweg 22 een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn 21 monsterpunten uit het verkennend bodemonderzoek (1 t/m 21) handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm).
De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv) en de drupzone (0,0-0,2 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de doorlatendheidsmetingen zijn 4 handboringen KD1 t/m KD4 op 1,5 m-mv afgewerkt als tijdelijke peilbuis. De peilbuizen zijn voorzien van een filter van 1,0 meter. De K-waarde is bepaald middels de zgn. ‘omgekeerde boorgatmethode’. Per peilbuis is de tijd gemeten die nodig is om een bepaalde hoeveelheid water in de bodem te laten infiltreren. Aan de hand hiervan is de K-waarde berekend. De berekeningen van de K-waarde zijn opgenomen in bijlage 6. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per boring en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5 0,5 ~ 1,4 1,4 ~ 3,0
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel (bouwland) hoofdnaam toevoeging zand, matig fijn matig siltig, zwak humeus zand, matig grof tot matig fijn zwak tot matig siltig, lokaal zwak grindig zand, matig fijn matig siltig, lokaal zwak humeus grondwaterstand: circa 1,0 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijke waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gelet op afwijkende kleur of geur (passief) van de bodem. Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
8
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
In de vaste bodem, op het erf en in de dammen zijn lokaal sporen puin waargenomen. In de vaste bodem, ter plaatse van de weilanden, zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 8. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn mengmonsters geselecteerd voor analyse. De samenstelling van de (meng)-monsters is weergegeven in tabel 6, 7 en 10. De analyses zijn uitgevoerd door een, door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 8 en 10. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toetsen Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 t/m 8.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
9
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd. Tabel 6:
analyseresultaten vaste bodem en toetsing bouwland
% H* = 10 % L*= 25 monster
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06 1t/m3+ 10t/m15 31~34+40~43+ 4t/m8+18 22t/m24 66t/m69 9+16+17 +20 46+47 0,0~0,5 0,0~0,5 0,0~0,5 0,0-0,5 0,0~0,9 0,0~0,5 < < < < < < @ @ @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < 0,20• < < < < < < < < < AW AW IND AW AW AW
boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK
Tabel 7: % H* = 10 % L*= 25 monster
AW½ (AW+I) I-waarde waarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -
48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -
76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -
analyseresultaten vaste bodem en toetsing bouwland
traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK
gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-07 MM-08 MM-09 MM-10 MM-11 MM-12 35~39+44+ 51t/m60 31+41+47 35+44+48 54+57+59 61t/m65 45+48~50 0,0~0,4 0,0~0,5 0,4~2,0 0,4~2,0 0,4~2,0 0,0-0,5 < < < < < < @ @ @ @ @ @ < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < AW AW AW AW AW AW
Toelichting: < • •• •••
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
boring
standaard bodem (mg/kg d.s.)
standaard bodem (mg/kg d.s.) AW½ (AW+I) I-waarde waarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -
48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -
76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
10
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
Tabel 8:
analyseresultaten grondwater en toetsing
peilbuis filter (m-mv) pH EC (µs/cm) troebelheid [NTU] grondwater [m-mv] zware metalen arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (som) styreen naftaleen gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen som C+T 1,2-dichlooretheen dichloormethaan dichloorpropanen tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform) vinylchloride minerale olie bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
3.4
31 1,8-2,8 7,37 202 8,6 1,38
analyseresultaten (µg/l) 44 47 57 1,9-2,9 2,0-3,0 1,9-2,9 7,48 7,40 7,69 592 370 508 6,4 7,2 8,8 1,49 1,60 1,51
59 2,0-3,0 7,38 464 9,4 1,59
toetsingswaarden (µg/l)
< < < 2,8• < < < < < < <
< 190• < 4• < 22• < < < 70•• <
< 180• < 3,9• < 20• < < < 68•• <
< 140• < 4,6• < 27• < < < 40• <
< 130• < 4,6• < 27• < < < 36• <
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
< < < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < < < < < <
7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 @
453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 @
900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
S-waarde ½ (S+I) I-waarde
< : geen overschrijding detectiegrens en/of streefwaarde @ : geen toetsoordeel mogelijk -: niet bepaald
Toetsingscriteria en analyseresultaten asfalt
In de inrit zijn 2 asfaltkernen geboord en beide geselecteerd voor analyse in het laboratorium op PAK-marker en constructieopbouw. Naar aanleiding van de laboratoriumresultaten is 1 kern geanalyseerd op PAK. De geselecteerde kernen zijn weergegeven in tabel 9. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Voor hergebruik van asfalt geldt de norm van 75 mg/kg d.s. aan PAK-10. Indien het PAK (10)gehalte groter is dan 75 mg/kg d.s. dient het vrijkomende asfalt te worden afgevoerd naar een hiervoor erkende verwerker c.q. acceptant. Indien het PAK (10)gehalte kleiner is dan 75 mg/kg d.s. is het asfalt geschikt voor warm hergebruik. Tabel 9:
resultaten PAK-marker en PAK-analyses
uitslag PAK-marker uitslag PAK-marker PAK (10) Hunneman [mm] Laboratorium (mm) [mg/kg d.s.] 25A 136 geen 26A 183 geen < [laag 0-183 mm] * <75 : geschikt voor warm hergebruik : niet bepaald 75-250 : teerhoudend < : kleiner dan detectiegrens > 250 : teerhoudend en niet geschikt voor warm hergebruik nummer kern
dikte kern [mm]
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
11
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
3.5
Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 10:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)
monstergegevens Monster
Sleuf/MP
RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06 RE-07
1 t/m 3 11 t/m 17 4 t/m 10 18+19 20+21 66 t/m 69 61 t/m 65
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* traject monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte (m-mv) >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,2 0,0-0,2 0,0-0,5 0,0-0,5
-
< < < < < < <
n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.
< < < < < < <
asbesttype soort asbest
H/NH
-
-
Toelichting bij tabel: <: kleiner dan bepalingsgrens n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
12
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Van de Kolk Ontwikkeling BV is in juli en september 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een milieutechnisch bodem-, asbest- en asfaltonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Ericaweg 22 te Stroe. Het verkennend bodem- en asbestonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingswijziging en nieuwbouw op de locatie, en heeft tot doel het vaststellen van de actuele kwaliteit van de bodem, het grondwater en de asfaltverharding. 4.1
Asbestonderzoek
Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is op het erf van de Ericaweg 22 een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de vaste bodem, op het erf en in de dammen zijn lokaal sporen puin waargenomen. In de vaste bodem, ter plaatse van de weilanden, zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-01 t/m RE-03 [0,0-0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de drupzones binnen RE-04 en RE-05 [0,0-0,2 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone van de dammen en het voormalige wegtracé binnen RE-06 en RE07 [0,0-0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2
Vaste bodem en grondwater
In de bovengrondmengmonsters op het erf (MM-01 t/m MM-03) zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PCB’s in MM-03, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het licht verhoogde gehalte aan PCB’s overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. In het bovengrondmengmonster van de rijbakken (MM-04) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In de bovengrondmengmonsters van de weilanden (MM-06 t/m MM-08) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In de ondergrondmengmonsters van de weilanden (MM-09 t/m MM-11) zijn, van de geanalyseerde parameters geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In de bovengrondmengmonsters van de dammen en het voormalig wegtracé (MM-05 en MM-12) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
13
_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________
In het grondwater (peilbuis 31, 44, 47, 57 en 59) zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan nikkel (peilbuis 44 en 47) overschrijden de tussenwaarde, maar blijven beneden de interventiewaarde. De licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Aangezien geen aanwijsbare antropogene bron aanwezig is, die de verhoogde gehalten aan nikkel kan hebben veroorzaakt, verwachten wij dat dit van nature verhoogde achtergrondwaarden betreffen. 4.3
Asfaltverharding
De dikte van de asfaltverharding in de inrit is gemiddeld 16 cm. In de beoordeelde kernen is geen PAK-indicatie waargenomen die duidt op teerhoudend asfalt. De geanalyseerde asfaltkern is op basis van een uitgevoerde PAK-analyse niet-teerhoudend. 4.4
Doorlatendheidsmeting
Op 4 plaatsen binnen het herinrichtingsplan is de K-waarde (doorlatendheid) bepaald middels de zgn. ‘omgekeerde boorgatmethode’ op een diepte van 0,5 ~ 1,5 m-mv. Aan de hand hiervan is de gemiddelde K-waarde berekend. Een K-waarde van 01-0,5 wordt geïnterpreteerd als een matige doorlatendheid. Een K-waarde van 0,5-1 m/dag wordt geïnterpreteerd als een redelijke doorlatendheid. Een K-waarde van 1-5 m/dag wordt geïnterpreteerd als een goede doorlatendheid. De gemeten K-waarden variëren van 3,2 tot 3,7 m/dag. 4.5
Samenvattende conclusies
Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de vaste bodem, op het erf en in de dammen zijn lokaal sporen puin waargenomen. Zintuiglijk en analytisch is in de vaste bodem geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PCB’s op het erf, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De lokaal aangetoonde gehalten aan nikkel overschrijden de tussenwaarde en betreffen naar verwachting van nature verhoogde achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op 4 plaatsen binnen het herinrichtingsplan is de K-waarde (doorlatendheid) bepaald. De gemeten K-waarden variëren van 3,2 tot 3,7 m/dag, wat neerkomt op een goede doorlatendheid. De asfaltverharding in de inrit van de Ericaweg 22 is gemiddeld 14 cm dik en is nietteerhoudend. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Wij adviseren om bij de ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk).
Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden.
Verkennend bodem-, asbest- en asfaltonderzoek, Ericaweg 22 e.o. te Stroe
14
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 210482
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Garderen I 1532
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 13 augustus 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
05 0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50
1 -50
50 2
-70
0 -8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
klinker / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
100 3 -140 150 4
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
200
-200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep
5
-50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
-250
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
06 gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep
klinker / cm t ov m aaiveld
1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
07 klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
0 -8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep
-70
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
klinker / cm t ov m aaiveld
1 50
-50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
-8
-50
0
04
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an
250
0
03
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an, oud m aaiveld.
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
0 -8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-70
08
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
11 0 -8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50
2
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
100 3
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
-70
-140
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an, oud m aaiveld.
5
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an
150
200
-200
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-250
250
-50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
09
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig grof, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 -50
50
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an
0
-50
50 -70
-90
100
150
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an
-200
200 -50
2
4
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-90
100
14
150
gras / cm t ov m aaiveld
0 4
1 -200
200
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
-70
15
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
20 0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
50
1 -50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
gras / cm t ov m aaiveld
0
-70
50
gras / cm t ov m aaiveld
0
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
cm t ov m aaiveld
0
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
-50
0 1 50
0
1
-50
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
24
cm t ov m aaiveld
0
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-70
19
0
1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep
-8 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an -50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
-8
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep -50
50
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
0
klinker / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
23
18
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep
50 -50
50
0
-60
22
17
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an
-50
50
-40
-60
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an
21
16
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
25
asfalt / cm t ov m aaiveld
0 1
33 0
asfalt 1
-20 2
50
weiland / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
50
34 asfalt / cm t ov m aaiveld
0 1
asfalt
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an
weiland / cm t ov m aaiveld
0 0 1 -20 50 -70
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
0 1 50 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
weiland / cm t ov m aaiveld 1
50 -40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-100 3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-40
0
-40
-100
100 100
0
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
0
weiland / cm t ov m aaiveld
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
35
31
1
-40
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
26
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-70
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
150
150
4 4
180
200 -200
200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
250 -280
280
36
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
32
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
37
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
41 0
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
0
-40
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
100
-100
150
38
4
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
42
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
39
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
43
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
40
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
50
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
44
1
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
47
1
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
-40
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
50
0
-50
-90 100
100
-100
150
150 4
4
190 200
-200
200
200
-200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250
250
290
-290 300
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
45
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
300
-300
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
48
0
1 -40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50 -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
weiland / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
0
-40
-90 100
150
46
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
4 0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
200
-50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
49
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
50
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
54 0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
50
0
-50
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
weiland / cm t ov m aaiveld
0
-90 100
150
51
4
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
55
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
52
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-60
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
56
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
53
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an -50
50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
57
1
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
60 0
1 -40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
100
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -100
3
weiland / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-70
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
150 4
61
190 200
-200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
-50
50
290
-290
-90 100
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
0
150 4
58
200
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
50
-200
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70
t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
62
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
0
-50
50
-90 100
150 4 200
200
-200
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250
300
-300
300
t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
59
1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
-70
63
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an
50
66 0
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
50 2
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an
-90 100
0
-90
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
150 4 200
-200
t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
67
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1 50
64
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an
0
-40
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an -60
t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep
50
-50
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70