CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Het Wulperveld_Toelichting_Bijlage 16 Watertoets, 24 mei 2022.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Het Wulperveld (Stroe)17.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WATERTOETS HET WULPERVELD ERICAWEG E.O. TE STROE

Rapportage watertoets Het Wulperveld Ericaweg e.o. te Stroe Opdrachtgever

Van de Kolk Ontwikkeling Koningsweg 29 3886 KC Garderen

Rapportnummer Versienummer

16771.001 D3

Status

Eindrapportage

Datum

24 mei 2022

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

De heer ing. R. van den Berg

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw M.G. van Meijel, BSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 14001:2015.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2

3

WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 3 3.1 3.2

4

OMGEVINGSASPECTEN .......................................................................................................... 5 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

4.6 4.7 4.8 5

Planvoornemen............................................................................................................... 11 Verhard oppervlak .......................................................................................................... 11 Waterbergingsopgave .................................................................................................... 11

PLANUITWERKING.................................................................................................................. 12 6.1 6.2

6.3 6.4 6.5 7

Hoogteligging .................................................................................................................... 5 Bodemopbouw .................................................................................................................. 5 Waterdoorlatendheid ........................................................................................................ 5 Geohydrologie .................................................................................................................. 5 Grondwater ....................................................................................................................... 6 4.5.1 Algemeen ........................................................................................................... 6 4.5.2 Literatuur ............................................................................................................ 6 4.5.3 Veldmetingen ..................................................................................................... 7 4.5.4 Conclusie ............................................................................................................ 8 Oppervlaktewater..............................................................................................................

8 Ontwatering ...................................................................................................................... 9 Riolering .......................................................................................................................... 10

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING ........................................................................................... 11 5.1 5.2 5.3

6

Waterschap Vallei en Veluwe ........................................................................................... 3 Gemeente Barneveld ........................................................................................................ 4

Randvoorwaarden en uitgangspunten ........................................................................... 12 Waterhuishouding ........................................................................................................... 13 6.2.1 Algemene omschrijving .................................................................................... 13 6.2.2 Waterberging op eigen terrein .......................................................................... 13 6.2.3 Waterberging binnen het plan .......................................................................... 13 6.2.4 Oppervlaktewater ............................................................................................. 15 6.2.5 Calamiteit.......................................................................................................... 15 Kwaliteit .......................................................................................................................... 16 Keur ................................................................................................................................ 17 Riolering .......................................................................................................................... 17

CONCLUSIE ............................................................................................................................. 17

16771.001

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

- Topografische ligging - Gegevens verkennend bodemonderzoek Hunneman Advies - Tekening ‘Bovengrondse situatie’ - Waterstromenkaart - Resultaat digitale watertoets - Locatieschets waterberging op eigen terrein - Locatieschets waterhuishouding - Tekening ‘Ondergrondse situatie’ 16771.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Van de Kolk Ontwikkeling opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Ericaweg e.o. te Stroe. De initiatiefnemer is voornemens meerdere woningen te realiseren. Voor de gronden vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012 geconsolideerd’ (vastgesteld 25-05-2021). De gronden zijn bestemd als ‘agrarisch‘. De ontwikkeling van woningen is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsstructuur. Om het plan te realiseren is een bestemmingsplanwijziging nodig. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht moet te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen.

De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Barneveld). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Hunneman advies uitgevoerd verkennend bodem- asbest, en asfaltonderzoek, d.d. 17-09-2021 (rapportnummer 210482) en informatie verkregen van de opdrachtgever (contactpersoon de heer R. Hoekstra). Als onderdeel van de watertoets is de digitale watertoets van het waterschap doorlopen. Waterschap Vallei en Veluwe is via deze weg van het ruimtelijk plan op de hoogte gebracht. Het resultaat van de digitale watertoets is bijgesloten in bijlage 5.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 1 van 17

2

LOCATIEGEGEVENS

De planlocatie (± 5,9 ha) is gelegen in het noordwesten van Stroe en is kadastraal bekend Garderen sectie I, nummers 992, 1532, 2266, 2267 en sectie K, nummer 697. De coördinaten van een centraal punt zijn X = 175.538, Y = 446.479. De planlocatie is in voor het overgrote deel in gebruik als weiland. Binnen de planlocatie is een woning (Ericaweg 22) gelegen. In het oosten van de planlocatie is een verharding bestaande uit asfalt gelegen. Deze verharding behoort tot een transportbedrijf dat is gevestigd aan de Wolweg. In figuur 1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 1. Ligging en begrenzing planlocatie

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 2 van 17

3

WATERRELEVANT BELEID

De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente Barneveld. 3.1

Waterschap Vallei en Veluwe

Het waterschap heeft wettelijk vastgelegde taken. Het (water)beleid van waterschap Vallei en Veluwe is onder andere vastgelegd in het Waterbeheerprogramma nieuwe stijl het ‘Ontwerp Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027’ (BOP). Het BOP is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe. Bij het opstellen van het BOP is rekening gehouden met het Nationaal- en Regionaal Waterprogramma en de door het Rijk en provincie opgestelde omgevingswaarden. Ook de Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn water en de Zwemwaterrichtlijn komen terug in het BOP. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. Daarnaast is het beleid met betrekking tot de omgang van water vastgelegd in de keur met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. In de keur is onder meer opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Voor het stedelijk- en landelijk gebied heeft dit geleid tot de volgende kerntaken/doelen:    

klimaatproof (waterrobuust) bouwen; zoveel mogelijk water sparen en vasthouden; schoon en vuil water zo veel mogelijk gescheiden; een goede oppervlaktewaterkwaliteit.

Het doel hierbij is de versnelde afvoer van neerslag afkomstig van verhard oppervlak in het beheersgebied te beperken tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet dus in principe, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalansneutraal plaatsvinden. Het watersysteem in stedelijk- en landelijk gebied moet tot een neerslaggebeurtenis die eens in de 100 jaar voorkomt (T=100, 60 mm) blijven functioneren. Hierbij worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd: 1. Bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak op oppervlaktewater geldt dat de hoeveelheid te lozen water geen nadelig effect mag hebben op het ontvangende watersysteem. 2. Aan het in het eerste lid gestelde wordt in ieder geval voldaan wanneer: a. het verharde oppervlak niet groter is dan 1.500 m² in stedelijk en 4.000 m² in het buitengebied, of; b. er niet meer dan de geldende landelijke afvoer vanuit het plangebied geloosd wordt, of; c. er een berging van 60 liter per m² verhard oppervlak wordt gerealiseerd, of; d. het nadelige effect op het watersysteem wordt gecompenseerd, of; e. er geloosd wordt vanaf verhard oppervlak dat hiervoor was aangesloten op het gemengd stelsel (afkoppelen) en het ontvangende oppervlaktewaterlichaam voldoende capaciteit heeft. 3. De in het tweede lid genoemde berging kan o.a. worden gerealiseerd door middel van: a.

een statische berging met een capaciteit van 600 m³ per hectare; b. een dynamische berging waarbij rekening wordt gehouden met infiltratie. De mate van infiltratie waarmee rekening gehouden mag worden dient door de initiatiefnemer te worden aangetoond.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 3 van 17

4.

3.2

De in het derde lid genoemde compensatie kan o.a. worden gerealiseerd door het benutten of creëren van overcapaciteit in het ontvangende watersysteem, onder andere door de inzet van stuwconstructies. Gemeente Barneveld

Het gemeentelijk waterbeleid is opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan Barneveld 2021 – 2026, hemelwater- en grondwaterplan. In deze plannen heeft de gemeente Barneveld samen met waterschap Vallei en Veluwe het waterbeleid vastgelegd. Voor de verwerking van hemelwater hanteert de gemeente de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Hierdoor wordt zoveel mogelijk water vastgehouden waar het valt om overlast te voorkomen en droogte tegen te gaan. Wanneer vasthouden niet mogelijk is wordt water zoveel mogelijk oppervlakkig (vertraagd) afgevoerd richting het regionale watersysteem. Hierdoor wordt schade voorkomen en overlast beperkt. Onder schade wordt verstaan water dat vanuit de openbare panden instroomt. Overlast, door water tussen de stoepranden, wordt geaccepteerd. Bij nieuwbouw dient hemelwater gescheiden te worden van vuilwater. Water dient zoveel als mogelijk vastgehouden te worden op de locatie waar het valt. Indien dit niet mogelijk is wordt het afgevoerd richting de openbare ruimte. Hierbij heeft de voorkeur om water een tweede functie te geven in zowel de openbare ruimte als op perceelniveau. Hemelwater wordt zoveel als mogelijk lokaal verwerkt. Afhankelijk van de locatie van de nieuwbouw gelden de volgende regels: Buiten de bebouwde kom: 1. Toename verhard oppervlak < 50 m2 .

Afvloeiend hemelwater mag niet op de drukriolering aangesloten worden, niet gebonden aan oplossingsrichtingen voor het verwerken van het afvloeiend hemelwater. 2. Toename verhard oppervlak van 50 - 4.000 m2 . Waterberging van 30 mm vanuit de gemeente vereist, oplossingsrichtingen worden aangedragen vanuit gemeente*. 3. Toename verhard oppervlak > 4.000 m2 . Watervergunning aanvragen bij het waterschap. Waterberging van 60 mm vanuit het waterschap vereist. Binnen de bebouwde kom: 1. Toename verhard oppervlak < 50 m2 . Geen wateropgave. 2. Toename verhard oppervlak van 50 – 1.500 m2 . Waterberging van 30 mm vanuit de gemeente vereist, oplossingsrichtingen worden aangedragen vanuit gemeente*. 3. Toename verhard oppervlak > 1.500 m2 . Watervergunning aanvragen bij het waterschap. Waterberging van 60 mm vanuit het waterschap vereist. *Bij waterberging op eigen terrein wordt rekening gehouden met de doorlatendheid van de bodem:  In Zwartebroek, Terschuur, De Glind, Voorthuizen, Barneveld en Kootwijkerbroek is de ondergrond opgebouwd uit klei/veen/zand met een matige tot slechte doorlatendheid. Hier dient een voorziening gerealiseerd te worden met een statische inhoud van 30 mm.  In Stroe, Garderen en Kootwijk is de ondergrond opgebouwd uit zand met een goede doorlatendheid. Hier dient een voorziening gerealiseerd te worden met een statische inhoud van 20 mm.

Hierbij wordt er vanuit gegaan dat 10 mm vlot infiltreert. Daarnaast dient bij nieuwbouw het vloerpeil 20-30 cm boven het straatpeil aangelegd te worden om de kans op wateroverlast te verkleinen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 4 van 17

4

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer, waterveiligheid en riolering. 4.1

Hoogteligging

Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland (ahn.nl), wordt het maaiveld gekenmerkt door een hoogteverloop in westelijke richting van circa 18,55 m +NAP ten hoogte van het transportbedrijf tot circa 17,50 m +NAP ten hoogte van de Wulpenweg. 4.2

Bodemopbouw

De originele bodem bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een veldpodzolgrond (Hn21), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zwak lemig, fijn zand. Uit locatiespecifiek onderzoek1, uitgevoerd op 16, 19, 21 en 30 juli en 13 september 2021, blijkt de bovengrond tot 0,5 m -mv voornamelijk te bestaan uit zwak humeus, matig siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat tussen 0,5 en 1,4 m -mv uit zwak tot matig siltig, lokaal zwak grindig matig fijn tot matig grof zand. Vanaf 1,4 m -mv tot de onderzochte diepte van 3 m -mv bestaat de ondergrond uit matig siltig, lokaal zwak humeus matig fijn zand. Er zijn geen storende lagen en gleyverschijnselen in de ondergrond waargenomen. In bijlage 2 zijn de gegevens van het locatiespecifiek onderzoek weergegeven. 4.3

Waterdoorlatendheid

Tijdens het locatiespecifiek onderzoek1, is op 4 plaatsen de doorlatendheid van de bodem bepaald. De doorlatendheid is bepaald middels de ‘omgekeerde boorgatmethode’ op een diepte tussen 0,5 en 1,5 m -mv. Aan de hand van deze metingen is een gemiddelde k-waarde berekend. De gemeten kwaarden varieerde van 3,0 m/dag tot 3,7 m/dag, met een gemiddelde van 3,3 m/dag. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 1,65 m/dag. Als rekenwaarde geldt het gemiddelde van alle metingen vermenigvuldigd met een veiligheidsfactor van 0,5. De gegevens van het locatiespecifiek onderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 2. 4.4

Geohydrologie

Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. Op basis van de gegevens uit de modellen van TNO blijkt het eerste watervoerend pakket te worden gevormd door respectievelijk de formaties van Boxtel, Drenthe, een gestuwde afzetting, Peize en Waalre. Het eerste watervoerende pakket heeft een dikte van ± 187 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Waalre formatie. 1

Verkennend bodemonderzoek Hunneman, d.d. 17-09-2021, rapportnummer 210482

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 5 van 17

Tabel 1. Geohydrologie Diepte m -mv

Formatie

Typering

Bodem

0 - 12

Boxtel

WVP

Zand

12 - 37

Drenthe

WVP

Zand

37 - 52

Gestuwde afzetting

WVP

Zand

52 - 187

Peize en Waalre

WVP

Zand

187 - 195

Waalre

SDL

Klei

DKL = deklaag

4.5

Grondwater

4.5.1

Algemeen

WVP = watervoerend pakket

SDL = slecht doorlatende laag

Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). 4.5.2 Literatuur TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In een straal van ± 1.000 m zijn meerdere grondwaterpeilputten gelegen. De grondwaterpeilputten zijn gelegen op een diepte van maximaal 7 m -mv. In tabel 2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen. In figuur 2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens van de geraadpleegde bronnen, in westelijke richting. Tabel 2. Overzicht grondwaterpeilputten TNO

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand t.o.v. locatie (m)

meetperiode

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B32F0827

Oost

1.000

24-01-2012 / 01-04-2019

17,31

18,23

B32F0166

Oost

700

04-09-2004 / 04-09-2012

17,07

17,89

B32F0848

Oost

100

05-12-2012 / 23-03-2020

16,35

17,40

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 6 van 17

Figuur 2. Situering grondwaterpeilputten TNO

4.5.3 Veldmetingen Ten tijde van locatiespecifiek onderzoek2, uitgevoerd op 16, 19, 21 en 30 juli en 13 september 2021, is een grondwaterstand gemeten tussen de 1,3 m -mv en de 1,6 m -mv. Door Hunneman Milieu Advies zijn in oktober 2021 op locatie 5 peilbuizen geplaats. In figuur 2 is de situering van de peilbuizen weergegeven. Twee maal per maand wordt de grondwaterstand handmatig gemeten. De gemeten grondwaterstanden zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3. Grondwaterstanden peilbuizen Wulperveld (waarden in m +NAP)

Peilbuis ID

Datum waarneming 27-10-2021

11-11-2021

22-11-2021

6-12-2021

20-12-2021

4-1-2022

20-1-2022

31

16,40

16,49

16,37

16,72

16,68

16,84

16,85

44

16,19

16,36

16,28

15,54

16,55

16,67

16,68

47

16,35

16,47

16,39

16,66

16,67

16,79

16,85

58

16,28

16,42

16,34

16,59

16,59

16,70

15,58

59

16,35

16,47

16,50

16,59

16,65

16,71

16,41

2 Verkennend bodemonderzoek Hunneman, d.d. 17-09-2021, rapportnummer 210482

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 7 van 17

57

59 44

47 31

Figuur 3: Situering peilbuizen Wulperveld

4.5.4 Conclusie Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de planlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op circa 17,0 m +NAP in het oosten van de planlocatie en op circa 16,90 m +NAP in het westen van de planlocatie. Hiermee zou de GHG zich tussen de ± 1,55 m en 0,55 m -mv bevinden. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings-, grondwaterwin-, attentiegebied of boringsvrijezone. 4.6

Oppervlaktewater

Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Vallei en Veluwe zijn de in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Zowel centraal op de planlocatie als ook ten zuiden en noorden zijn meerdere C-watergangen gelegen. Ten westen van de planlocatie is een B-watergang gelegen. In figuur 4 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 8 van 17

Figuur 4. Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Vallei en Veluwe

4.7

Ontwatering

Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.

Figuur 5. Ontwatering en drooglegging

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 9 van 17

De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Normen voor de ontwateringsdiepte zijn:     

Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m

Het huidige maaiveld is gelegen op een hoogte van oost naar west van circa 18,55 m + NAP tot 17,5 m +NAP. De GHG is ingeschat op een hoogte van 17,30 m +NAP in het oosten en 16,90 in het westen. De ontwatering zal ten aanzien van de (bouw)peilen in de toekomstige met name in het westen van de planlocatie onvoldoende zijn. Op basis van de grondwaterstanden en fluctuatie zullen inzake de ontwikkeling zowel voor, tijdens als wellicht na realisatie maatregelen genomen moeten worden. Geadviseerd wordt om de toekomstige bouwpeilen circa 20-30 cm hoger aan te leggen dan het naastgelegen wegpeil. 4.8

Riolering

In de ten zuiden en oosten van de planlocatie gelegen wegen is een gescheiden rioolstelsel gelegen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 10 van 17

5 5.1

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING Planvoornemen

Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van 115 woningen in combinatie met de realisatie van de ontsluiting en de openbare ruimte. 5.2

Verhard oppervlak

Op basis van waterstromenkaart is door GWW ingenieurs het verhard oppervlak (opnieuw) berekend. Daarbij is 40 % van het netto perceeloppervlak (perceeloppervlak - bebouwing) beschouwd als maximale percentage voor het toekomstig verhard oppervlak van bijbouwen en tuin/erfverharding. De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een waterpasseerbare verharding of -bestrating en worden daardoor als onverhard beschouwd. De binnen het plan gelegen vrijstaande kavels moeten het hemelwater (60 mm/m2) op eigen terrein verwerken, zie tabellen 4 en 5. De toekomstige plansituatie is opgenomen in bijlage 3. De waterstromenkaart is bijgevoegd in bijlage 4. Tabel 4.

Gegevens toekomstig verhard oppervlak

Type verharding

Oppervlak (m²)

Verhard %

Verhard totaal (m²)

Bebouwing

7.085

100

7.635

Kavels (excl. bebouwing)*

14.670

40

6.250

Infrastructuur

10.605

100

10.380

Parkeerplaatsen**

2.835

0

0 Totaal verhard

24.265

* Exclusief vrijstaande kavels, zie tabel 2 ** Uitgevoerd in een waterpasseerbare verharding of -bestrating

Tabel 5.

Gegevens toekomstig verhard oppervlak vrijstaande kavels

Type verharding

Oppervlak (m²)

Verhard %

Verhard totaal (m²)

Bebouwing

505

100

505

Kavels (excl. bebouwing)

3.035

40

1.215 Totaal verhard

1.720

Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 25.985 m2. 5.3

Waterbergingsopgave

Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 1.455 m3 (24.265 m2 x 60 mm / 1.000). De wateropgave van de vrijstaande kavels bedraagt ca. 100 m3 (1.720 m2 x 60 mm / 1.000).

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 11 van 17

6 6.1

PLANUITWERKING Randvoorwaarden en uitgangspunten

In het kader van de planontwikkeling is het proces van de digitale watertoets doorlopen. Op basis van de digitale watertoets dient de normale procedure te worden doorlopen. Omdat specifieke waterbelangen worden geraakt dient er overleg plaats te vinden met het waterschap. Het resultaat van de digitale watertoets is bijgesloten in bijlage 5. Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.     

    

     

 

     

Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toekomstig verhard oppervlak 25.985 m2. • Collectief: 24.265 m2. • Vrijstaande kavels: 1.720 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over het aantal m2. Wateropgave collectief 1.455 m3. Wateropgave vrijstaande kavels 100 m3. Toepassen van een regenton op de uitgeefbare percelen, Waterberging op eigen terrein uitgaande van het dakoppervlak en een minimale waterbergingseis van: • Rug aan rug woningen: 3 m3 per kavel. • Tussenwoningen en hoekwoningen zonder garage: 3 m3 per kavel. • Hoekwoningen met garage: 5 m3 per kavel. Overloop via de bladvanger in de regenpijp aan de voorzijde van de woning. Een rechtstreekse afvoer van overige oppervlakken naar openbaar terrein is toegestaan. Rekenwaarde waterdoorlatendheid 1,65 m/dag (incl. veiligheidsfactor 0,5). Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG. GHG ingeschat op 17,30 m +NAP in het oosten en 16,90 m +NAP in het westen. GHG op basis van nieuwe peilen: • Oosten: 1,5 m -mv; • Westen 1,2 m -mv. Waterberging bij voorkeur in de vorm van oppervlaktewater of wadi’s.

Voorkeur bovengrondse afvoer van hemelwater: • Minimaal goot verhang van 4‰; • Minimale afvoercapaciteit goten 30 l/sec/ha; • Geen wateroverlast bij bui 10 (210 l/sec/ha); Calamiteit in beschouwing nemen. Water mag niet de woningen inlopen (stresstest). Vloerpeilen 0,3 m boven wegpeil (daar waar dit niet mogelijk is i.v.m. toegankelijkheid 0,2 m). Grondwaterneutraal bouwen (geen verlaging of verhoging van de grondwaterstanden). Huidige afwatering waarborgen. Bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe. Geen gebruik van uitlogende materialen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 12 van 17

6.2

Waterhuishouding

6.2.1 Algemene omschrijving Binnen het planvoornemen vormt de waterkwantiteitstrits: vasthouden-bergen-afvoeren het uitgangspunt. Bij de uitwerking van de hemelwaterbehandeling wordt uitgegaan van infiltratie van hemelwater in de bodem. Hemelwater dat afstroomt van de verhardingen (gebouwen, wegen, parkeerplaatsen, etc.) wordt dichtbij de bron geborgen en geïnfiltreerd. Daar waar dit niet direct mogelijk is wordt hemelwater lokaal opgevangen en bovengronds afgevoerd richting enkele wadi’s die gesitueerd binnen het openbare groen. Wanneer de volledige waterbergingscapaciteit van het hemelwatersysteem is bereikt, zal overtollig water overstorten richting het oppervlaktewater. 6.2.2 Waterberging op eigen terrein De vijf vrijstaande kavels moeten de volledige wateropgave van 60 mm/m2 op eigen terrein verwerken. Binnen het plan zal afhankelijk van de kavelgrootte van de overige percelen een gedeelte van de wateropgave op eigen terrein worden geborgen. Het systeem op eigen terrein wordt voorzien van een overloop via de bladvanger in de regenpijp aan de voorzijde van de woning. De waterberging op eigen terrein van de overige kavels is doorberekend en bepaald op een waterberging van 404 m3, zie tabel 6 en bijlage 6. Tabel 6.

Verdeling wateropgave Berging per perceel (m3)

Aantal

Berging totaal (m3)

Rug aan rug woning

3

10

30

Tussenwoningen

3

45

135

Hoekwoning zonder garage

3

18

54

Hoekwoning met garage

5

37

185

110

404

Berging

Totaal

6.2.3 Waterberging binnen het plan Om het hemelwater op een duurzame manier te verwerken (hydrologisch neutraal) wordt in het toekomstig ontwerp daar waar mogelijk gewerkt met waterpaseerbare verhardingen. De toepassing van waterpasserende verhardingen zorgt ervoor dat het regenwater door de verhardingslaag heen kan stromen en kan wegzakken in de bodem. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van waterpasserende bestrating of halfverharding (grind, schelpen, steenslag). De wateropgave voor het plan dat nog opgevangen dient te worden in een meer centrale voorziening bedraagt nog circa 1.051 m3 (1.455 m3 - 404 m3). Hemelwater afkomstig van de bebouwingen en verhardingen wordt opgevangen in diverse wadi’s. Op basis van de waterstromenkaart is berekend hoeveel hemelwater richting een bepaald gebied stroomt, zie tabel 7.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 13 van 17

Tabel 7.

Verdeling wateropgave Gebied

Water (m3)

Noord

255

Midden

455

Zuid

185

Verbinding noord

0

Verbinding midden

33

Verbinding zuid

88

Tennis

35

Totaal

1.051

Op basis van de wateropgave is per gebied het benodigd oppervlak voor de aanleg van de wadi’s berekend. Hierbij is uitgegaan van een diepte van 0,5 m, een talud van 1 op 3 en een waterhoogte van 0,3 m (= waking 0,2 m). Voor de wadi’s in het zuidwesten (tennis) en de meest noordelijke verbindingswadi (verbinding noord) zijn delen van het talud uitgewerkt met schanskorven. De bergingscapaciteit is berekend op basis van de formule van de afgeknotte piramide. In tabel 8 zijn de kengetallen van de wadi’s opgenomen. Tabel 8.

Afmetingen wadi’s

Gebied

Deel

ID

West Noord

Lengte (m)

Breedte (m)

Oppervlak (m2)

Inhoud bij waterhoogte 0,3 m (m3)

115

7

805

165

115

7

805

165

A Oost

Midden

-

B

240

8,5

2.040

455

Zuid

-

C

185

5,5

1.018

185

Verbinding noord

-

D

25

6

150

40

Verbinding midden

-

E

20

8

160

30

Verbinding zuid

-

F

28

8

224

45

21

4*

84

17

24

6*

144

33

5.430

1.135

West Tennis

G Oost

Totaal * gemiddeld

Op basis van de huidige uitgangspunten is een overcapaciteit aanwezig van circa 84 m3. In bijlage 7 is de situering van de wadi’s weergegeven. De waterbergingsvoorzieningen zijn in 3 clusters met elkaar verbonden zodat in het hele plangebied een goede balans wordt gecreëerd tussen water en groen. In tabel * zijn per cluster de hoogtes van de wadi’s en het overstort niveau opgenomen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 14 van 17

Cluster

Gebieden

ID

Noord

A

Verbinding noord

D

Midden

B

Zuid

C

Verbinding midden

E

Verbinding zuid

F

Tennis

G

01

02

03

Insteek (m +NAP)

Bodem (m +NAP)

Overstort (m +NAP)

17,80

17,30

17,60

17,45

16,95

17,25

17,70

17,20

17,50

Door bij het ontwerp van de wadi’s daarnaast in breedte en eventueel diepte te variëren kunnen de wadi’s landschappelijk ingepast worden, zie figuur 6.

Figuur 6: impressie toepassing wadi (bron: https://stadszaken.nl/artikel/2982/7-ontwerpprincipes-voor-een-succesvolle-wadi)

6.2.4 Oppervlaktewater Als gevolg van de ontwikkeling worden de C-watergangen (WL_47613 en WL_44342) die centraal binnen het plangebied zijn gelegen deels gedempt. C-watergang WL_65723 zal over een lengte van ca. 85 m worden vervangen door een IT-riool. B-watergang OWL_42963 die ten westen van de planlocatie is gelegen, zal nabij de vrijstaande woningen deels worden vergraven en bij de inritten worden voorzien van duikers. De duikers mogen daarbij de huidige afvoercapaciteit niet belemmeren. De overige watergangen blijven gehandhaafd en worden daar waar nodig opgewaardeerd. 6.2.5 Calamiteit Het hemelwatersysteem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd ca 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt dan 60 mm kan tijdelijk overtollig water overstorten aan de noordzijde, westzijde en zuidzijde van het plan overstorten richting het oppervlaktewaterstelsel. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 15 van 17

6.3

Kwaliteit

Algemeen Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Bouwmaterialen Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt gebruik gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Onkruidwerende middelen Voor het gebruik van onkruidwerende middelen in groen en op verharding wordt het landelijke beleid gevolgd. Voor bestrijding op verhardingen zal gebruik, voor zover toegestaan, plaats vinden via de DOB-systematiek en zal gezocht te worden naar alternatieven zoals branden, heet water en/of borstelen.

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 16 van 17

6.4

Keur

Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zullen zeer waarschijnlijk voor de onderstaande onderdelen een watervergunning worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht:    6.5

Toename verhard oppervlak; Lozen van hemelwater op het oppervlaktewater; Het graven van water; Riolering

Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename in het aanbod van vuilwater op het riool. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er in totaal 115 woningen/bouwblokken worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 34,5 m³/dag. De berekening is gebaseerd op basis van aannames en betreft derhalve een indicatie van hoeveelheden. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. In overleg met de gemeente Barneveld en Van de Kolk Ontwikkeling is door GWW Ingenieurs een rioleringstekening gemaakt, zie bijlage 8.

7

CONCLUSIE

In onderhavige rapportage zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd hydrologisch positief uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure en uitvoering van het plan.

Econsultancy Boxmeer, 24 mei 2022

Rapport 16771.001 versie D3

Pagina 17 van 17

Bijlage 1

Topografische ligging

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

Bijlage 2 Gegevens verkennend bodemonderzoek Hunneman Advies

01

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

05 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep

50

1 -50

50 2

-70

0 -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

100 3 -140 150 4

02

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

200

-200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep

5

-50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

-250

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

06 gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, schep

klinker / cm t ov m aaiveld

1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

07 klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

0 -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep

-70

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

klinker / cm t ov m aaiveld

1 50

-50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

-8

-50

0

04

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

250

0

03

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an, oud m aaiveld.

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

0 -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-70

08

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1 50

11 0 -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, schep -50

2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

100 3

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

-70

-140

4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an, oud m aaiveld.

5

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

150

200

-200

12

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-250

250

-50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

09

t uin / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig grof, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

13

gras / cm t ov m aaiveld

0 -50

50

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

0

-50

50 -70

-90

100

150

10

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

-200

200 -50

2

4

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-90

100

14

150

gras / cm t ov m aaiveld

0 4

1 -200

200

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep -50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

-70

15

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

20 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

1 -50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

gras / cm t ov m aaiveld

0

-70

50

gras / cm t ov m aaiveld

0

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

cm t ov m aaiveld

0

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

-50

0 1 50

0

1

-50

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

24

cm t ov m aaiveld

0

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

-70

19

0

1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep

-8 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an -50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, schep -50

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

23

18

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, schep

50 -50

50

0

-60

22

17

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

-50

50

-40

-60

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

21

16

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

25

asfalt / cm t ov m aaiveld

0 1

33 0

asfalt 1

-20 2

50

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50

34 asfalt / cm t ov m aaiveld

0 1

asfalt

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

weiland / cm t ov m aaiveld

0 0 1 -20 50 -70

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

0 1 50 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

weiland / cm t ov m aaiveld 1

50 -40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

-100 3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

-40

0

-40

-100

100 100

0

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

0

weiland / cm t ov m aaiveld

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

35

31

1

-40

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

26

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-70

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

150

150

4 4

180

200 -200

200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

250 -280

280

36

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

32

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

37

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

41 0

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

0

-40

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

100

-100

150

38

4

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

42

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

39

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

43

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

40

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

0

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

50

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

44

1

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

47

1

gras / cm t ov m aaiveld

0

0

-40

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

50

0

-50

-90 100

100

-100

150

150 4

4

190 200

-200

200

200

-200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250

250

290

-290 300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

45

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

300

-300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

48

0

1 -40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50 -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

0

-40

-90 100

150

46

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

4 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

200

-50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

49

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

50

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

54 0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

50

0

-50

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

weiland / cm t ov m aaiveld

0

-90 100

150

51

4

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

55

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

52

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-60

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

56

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

53

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an -50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

57

1

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

60 0

1 -40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

100

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -100

3

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

-70

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

150 4

61

190 200

-200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

-50

50

290

-290

-90 100

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

0

150 4

58

200

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

50

-200

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

62

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

0

-50

50

-90 100

150 4 200

200

-200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig 250

300

-300

300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

59

1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-70

63

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

50

66 0

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an

-90 100

0

-90

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

150 4 200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

67

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50

64

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an -60

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -70

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

68

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 2

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an -90

65

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, schep

2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

50

0

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

-50

69

-90 100

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

150

50 4

200

-200

t ype g r on d b or in g dat um 3 0 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

t ype g r on d b or in g dat um 1 6 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, sporen puin, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht geel, ow: geen, edelm an -60

KW 1 0

gras / cm t ov m aaiveld

KW 4 0

0

50

-50

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an -90

100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

150

-150

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

KW 2 0

weiland / cm t ov m aaiveld

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

0

-40

-90

-150

150

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

KW 3 0

weiland / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

0

-40

-90

-150

150

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

N EN /V OA Er ica w e g 2 2 e . o. , St r oe . 210482 N EN 5 1 0 4

0

-40

-90

150

t ype g r on d b or in g dat um 1 9 -0 7 -2 0 2 1 boorm eest er J. Post m a

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

weiland / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, ow: geen, edelm an

-150

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=15a500e7-66ba-45e6-bb03-1eede06a0ff0