Het Wulperveld_Toelichting_Bijlage 11 Ecologisch onderzoek soorten, 1 december 2021.pdf
Tekst van het document
QuickScan Wnb en Nader Onderzoek Ericaweg en Stroeërschoolweg te Stroe
Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Colofon Opdrachtgever
Van der Kolk Ontwikkeling B.V. Koningsweg 29 3886 KC Garderen
Rapportnummer
2020-013
Versienummer
D5
Status
Definitief
Datum
1 december 2021
Vestiging Ecologisch Advies
Kaales Natuur & Ondernemen Angerenstein 13 7339 BJ Ugchelen 085 – 06 541 82
Veldwerk:
Kaales Natuur & Ondernemen in samenwerking met Ecologisch adviesbureau Mulder
Opsteller
M.W. Kaales
-2-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Inhoudsopgave 1
Inleiding ------------------------------------------------------------------------ - 4 1.1
Aanleiding ----------------------------------------------------------------- - 4 -
1.2
Doelstelling en onderzoeksvragen --------------------------------------- - 5 -
2
Gebiedsbeschrijving en ingreep ----------------------------------------------- - 7 -
3
Gebiedsbescherming ---------------------------------------------------------- - 9 -
4
3.1
Inleiding ------------------------------------------------------------------- - 9 -
3.2
Natura 2000 --------------------------------------------------------------- - 9 -
3.3
Gelders Natuurnetwerk -------------------------------------------------- - 11 -
Soortbescherming ------------------------------------------------------------ - 12 4.1
5
Resultaten --------------------------------------------------------------------- - 14 5.1
6
Methode van nader onderzoek ------------------------------------------ - 12 -
Resultaten onderzoek beschermde soorten ---------------------------- - 14 -
5.1.1
Huismus ------------------------------------------------------------- - 14 -
5.1.2
Gierzwaluw ---------------------------------------------------------- - 14 -
5.1.3
Vleermuizen --------------------------------------------------------- - 14 -
5.1.4
Overige soorten ----------------------------------------------------- - 16 -
Conclusies en advies --------------------------------------------------------- - 17 6.1
Soortenbescherming ----------------------------------------------------- - 17 -
6.2
Gebiedsbescherming ----------------------------------------------------- - 17 -
Bijlage 1 --------------------------------------------------------------------------- - 18 Bijlage 2 --------------------------------------------------------------------------- - 27 -
-3-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Bij ruimtelijke plannen dient beoordeeld te worden of de betreffende nieuwe ontwikkeling niet op gespannen voet staat met wet- en regelgeving zoals de Wet natuurbescherming. Dit was voor Van der Kolk B.V. de aanleiding om aan Kaales Natuur & Ondernemen te vragen een natuurtoets Wet natuurbescherming uit te voeren voor het plangebied (afbeelding 1). Uit een eerste verkenning van het gebied werd duidelijk dat het plangebied geschikt is voor gebouwbewonende soorten. Er is voor gekozen om de Quickscan en het Nader onderzoek in één rapportage te doen. Het onderzoeksgebied is ruimer dan het plangebied dit om de ecologische context te kunnen bepalen. Dit betekent dat de weilanden aan de Stroeerschoolweg en Wulpenweg in de Quickscan ook zijn bekeken.
Afbeelding 1: Ligging plangebied in Stroe waarvoor een natuurtoets Wet natuurbescherming is uitgevoerd. Bron kaart: OpenStreetMap
-4-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Om te onderzoeken of de ruimtelijke ontwikkeling van de Ericaweg en Stroeërschoolweg op gespannen voet staat met wet- en regelgeving zijn in 1.2 onderzoeksvragen opgesteld. Deze onderzoeksvragen geven richting aan het onderzoek. In dit onderzoek worden de aspecten gebiedsbescherming en soortenbescherming behandeld.
1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen De doelstelling van een QuickScan is anders dan die van een Nader onderzoek. In een QuickScan wordt met betrekking tot beschermde soorten onderzocht of er in het onderzoeksgebied geschikte habitats voorkomen van beschermde soorten. Daarnaast wordt er door middel van een deskstudie gekeken of er mogelijke effecten ten aanzien van beschermde gebieden optreden. Een Nader onderzoek is een soortgericht onderzoek dat voortkomt uit een QuickScan. In de QuickScan moet er een aanleiding zijn om een Nader onderzoek op te starten. Dit betekent dat het onderzoeksgebied geschikt is voor het voorkomen van een soort. In een Nader onderzoek wordt niets uitgesloten, maar wordt aanwezigheid aangetoond en geïnterpreteerd. Soortenbescherming • Wat gaat er ruimtelijk veranderen in het plangebied? • Welke eigenschappen heeft het plangebied die mogelijk interessant zijn voor beschermde soorten? • Voor welke soorten is het onderzoeksgebied geschikt en welke soorten zijn er in het plangebied vastgesteld? Worden er verbodsbepalingen overtreden als gevolg van de ingreep? • Dient er een ontheffing aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag? Niet alleen de aanwezigheid van beschermde soorten is onderzoek. In deze natuurtoets is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij mogelijk effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen kan een vergunning vereist zijn. Ook wordt er in het kader van gebiedsbescherming getoetst aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om dit te onderzoeken zijn onderstaande onderzoeksvragen geformuleerd.
-5-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Gebiedsbescherming • Wat is de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied? • Is het aannemelijk dat, als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep, er sprake is van externe werking ten aanzien van de instandhoudingsdoelen waarvoor het betreffende Natura 2000 gebied is aangewezen? • Dient er een Aeriusberekening uitgevoerd te worden? • Zijn er effecten op het NNN te verwachten? • Dient er een vergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag?
-6-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
2 Gebiedsbeschrijving en ingreep In het plangebied liggende ten noordwesten van de bebouwde kom is nieuwbouw gepland. Er zijn twee erven aanwezig (Ericaweg 22 en Stroeërschoolweg 3). Bij het eerste erf behoren enkele kleine paardenweitjes, bij het tweede zijn enkele grote koeienweides.
Afbeelding 2: Overzicht van de te slopen gebouwen in het plangebied. Bron kaart: OpenStreetMap.
Aan de Ericaweg dient alle bebouwing geamoveerd te worden, bij de Stroeërschoolweg blijven de woning en een deel van de stallen behouden. In de nieuwe situatie wordt er tot aan de Wulpenweg ontwikkeld. De ruime opzet met groen en water zorgt ook in de toekomst voor een aantrekkelijk habitat voor diverse soorten vleermuizen, vogels, amfibieën en insecten. Door deze inrichting ontstaat er meer variatie met kansen voor meer biodiversiteit waaronder voor gebouwbewonede soorten.
-7-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Afbeelding 3: bebouwing erf Ericaweg dat ten behoeve van de ontwikkeling geamoveerd wordt.
Afbeelding 4: Enkele interessante details waar gebouwbewonende vleermuizen in theorie naar binnen zouden kunnen gaan voor hun verblijfplaats. Tijdens het onderzoek is hier extra aan geschonken.
-8-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
3 Gebiedsbescherming 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden in ons land. De volledige tekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn.
Deze
planologische
bescherming,
voorheen
bekend
als
Ecologische
hoofdstructuur (EHS), is tegenwoordig vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht. Het doel van de Wnb is het beschermen van biodiversiteit, niet het tegenhouden van ruimtelijke ontwikkelingen.
3.2 Natura 2000 Het plangebied ligt op korte afstand (ca. 500 m.) van Natura-2000 gebied de Veluwe, met bossen, droge heide en stuifzand nabij het dorp. Aan de rand van Natura2000 wordt daar voor Vliegend hert en Kamsalamander aangegeven dat het mogelijk bezet geschikt leefgebied betreft (webappviewer Gelderland). Voor diverse Vogelrichtlijnsoorten (Boomleeuwerik, Draaihals, Grauwe klauwier, Nachtzwaluw, Roodborsttapuit, Tapuit, Wespendief en Zwarte specht) is bezet geschikt leefgebied aanwezig.
Dit
zijn
soorten
met
zeer
specifieke
eisen
aan
hun
habitat.
Roodborsttapuit zou ook in de greppel in het weiland voor kunnen komen en incidenteel foerageren door Wespendief valt niet uit te sluiten. Tijdens alle bezoeken is ook naar deze soorten uitgekeken en er zijn geen indicaties voor voorkomen binnen het plangebied.
-9-
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Afbeelding 5: Ligging van het plangebied (locatie Stroeerschoolweg) ten opzichte van het Natura2000 gebied de Veluwe. Bron: ruimtelijkeplannen.nl / omgevingsverordening.
Directe effecten als gevolg van het initiatief, zoals verlies van areaal of leefgebied door ruimtebeslag of verstoring door mechanische effecten zijn niet aan de orde. Vanwege de invulling van tussenliggende gebieden (ligging tegen de bebouwde kom, de ligging achter de spoorlijn en snelweg A1), alsmede de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden zijn indirecte effecten (externe) effecten als versnippering, verdroging, verstoring (trillingen, geluid en optische verstoring) en verontreiniging uitgesloten, met uitzondering van vermestende en verzurende effecten door stikstofdepositie van emissie tijdens sloop-, aanleg- en gebruiksfase. Dit dient middels Aerius-berekeningen in kaart gebracht te worden.
- 10 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
3.3 Gelders Natuurnetwerk Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland, het GNN. In haar uitspraak van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2929) heeft de Afdeling overwogen dat ontwikkelingen op gronden die buiten de EHS of EVZ liggen niet kunnen leiden tot het oordeel dat sprake is van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS of de EVZ. Een verdere toetsing op grond van de Gelderse Omgevingsverordening is daarom niet nodig.
- 11 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
4 Soortbescherming 4.1 Methode van nader onderzoek Nader onderzoek is verricht naar Huismus, Gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen. Zie bijlage 2 voor resultaten van de QuickScan Wnb. Daarbij wordt gebruik gemaakt van landelijk gehanteerde methodes (onderzoeksprotocollen). Voor
Huismus
zijn
twee
bezoeken
afgelegd
's
morgens
(8-4
en
22-4).
Waarnemingen worden gedaan op zicht en geluid. Gedrag wordt vastgelegd (aanwezigheid paar, zang man, nestbezoek, voeren).
Voor Gierzwaluw zijn zes
bezoeken afgelegd 's avonds (20 mei, 10 juni, 1 juli). Gedrag wordt vastgelegd (gieren, nestbezoek, voeren). Voor vleermuizen werd het aantal afgelegde veldbezoeken vastgesteld op basis van de
grootte
kraamverblijf
van en
de
onderzoekslocatie
en
paarverblijf/baltsplaats
de
functies
voor
met
zomerverblijfplaats, name
de
gewone
Dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Gewone grootoorvleermuis. Er zijn zes bezoeken afgelegd: vier 's avonds (20 en 22 mei en 1 en 2 juli) en twee tegen zonsopgang (2 en 3 juli) in de kraamtijd en op ieder adres twee tegen middernacht in de paartijd (24 augustus en 2, 15 en 29 september). Op 8 april werd overdag ook gezocht naar sporen van vleermuizen in de gebouwen en bomen.
- 12 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Afbeelding 6: Vleermuisonderzoek wordt conform het Vleermuisprotocol met twee personen uitgevoerd. Hiervoor is de samenwerking gezocht met Ecologisch adviesbureau Mulder. De batdetectors worden vooraf afgesteld zodat roepende vleermuizen goed gedetecteerd kunnen worden.
De avondbezoeken van het vleermuisonderzoek is conform het Vleermuisprotol met twee personen uitgevoerd. De onderzoeken zijn in samenwerking met Ecologisch bureau Mulder uitgevoerd. De veldbezoeken zijn uitsluitend uitgevoerd wanneer de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen gunstig waren.
- 13 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
5 Resultaten 5.1 Resultaten onderzoek beschermde soorten 5.1.1 Huismus Huismussen werden tijdens alle veldbezoeken uitsluitend waargenomen bij de rijtjeshuizen aan de Ericaweg en nergens binnen het plangebied. Inspectie van de aanwezige gebouwen leverde ook geen indicaties voor vroeger gebruik op.
5.1.2 Gierzwaluw Op 20 mei werden pas om 20.55 uur drie exemplaren gezien vliegende boven het plangebied Ericaweg en wijde omgeving, die tot 21.46 uur aanwezig waren. Op 22 mei bij Stroeërschoolweg zelfs pas om 21.10 uur. Er zijn geen aan het plangebied gerelateerde gedragingen waargenomen. Op 10 juni werden beide plandelen gecombineerd. Er werden alleen enkele hoogvliegende exemplaren gezien. Op 1 juli werden maximaal 3 exemplaren hoogvliegend af en toe gezien boven dorp en boven spoorlijn. Er zijn geen indicaties voor verblijfplaatsen binnen het plangebied.
5.1.3 Vleermuizen De soorten Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis zijn waargenomen. Op het erf aan de Stroeërschoolweg is op 10 juni drie keer een Gewone dwergvleermuis gezien die vloog vanaf het erf/de groenstrook langs het erf langs de lange schuur richting het groen parallel aan de spoorlijn (19, 23 en 35 minuten na zonsondergang) en twee keer in de omgekeerde richting (32 en 56 minuten na zonsondergang).
- 14 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Afbeelding 7: Waargenomen vliegpatronen van gewone dwergvleermuizen. Bron kaart: OpenStreetMap.
Voor een overzicht van alle data, omstandigheden en waarnemingen wordt verwezen naar Bijlage 1. Op 2 juli werden daarmee vergelijkbare waarnemingen gedaan: enkele gewone dwergvleermuizen vlogen min of meer over of parallel (soms vrij ver er vandaan) aan de schuur richting spoorlijn en al vrij snel komen daarna ook enkele vliegbewegingen de andere kant op. Er lijkt sprake van een lokale vliegroute over het erf om van de haakse groenstrook naar het opgaande groen langs het spoor te komen. Het lijkt of de schuur daarbij als geleidende structuur gebruikt wordt. Tegen zonsondergang werd langdurig gefoerageerd op het erf door 1-2 gewone dwergvleermuizen. Er zijn geen indicaties verkregen voor verblijfplaatsen. In het najaar zijn gedurende de twee bezoeken tot rond middernacht binnen het plangebied geen gedragingen geregistreerd die te herleiden zijn tot paarverblijven. Op het erf aan de Ericaweg werd op 24 augustus en 15 september tot rond middernacht gecheckt op vleermuizen, in het bijzonder op paarterritoria. Er werden slechts sporadisch vleermuizen (Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis)
gehoord.
De
meeste
waarnemingen
betroffen
doorvliegende
exemplaren, maar van de Gewone dwergvleermuis ook enkele social calls gehoord. De waarnemingen betroffen van roepende beesten buiten het plangebied. - 15 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Op het erf aan de Stroeërschoolweg werd op 2 en 30 september een vergelijkend onderzoek uitgevoerd. Een Gewone dwergvleermuis kwam af en toe binnen hoor bereik en bleek vooral dichter bij het dorp te vliegen terwijl het werfroepen (social calls) uitstootte. Op het erf aan de Ericaweg is het beeld dat er circa twee gewone dwergvleermuizen en een Laatvlieger over/langs het erf vliegen en ca. 2 rosse vleermuizen hoog over het erf. Er zijn geen indicaties verkregen voor belangrijke functies als zomer-, kraam- of paarverblijfplaatsen of essentiële vliegroutes.
5.1.4 Overige soorten Op 2 en 15 september van dit jaar werd een roepende Steenuil gehoord. De vogel bevond zich in de bomen in de greppel midden in het weiland. Vermoedelijk betreft het hier een jonge vogel die op zoek is naar een nieuw territorium. Deze exemplaren zwerven eerst een tijdje al roepend rond in de hoop geschikt habitat te vinden. De locatie van de waarneming behoort niet tot het geschikte habitat. Het is gebied is te open en heeft te weinig structuur. Er zijn te weinig geschikte bomen, er zijn geen potentiële nestplekken aanwezig in de directe nabijheid. Vanwege de openheid en de ontsluitingswegen is de kans op verstoring groot.
Afbeelding 8: Locatie aanduiding van een roepende Steenuil in het najaar. Bron kaart: OpenStreetMap.
- 16 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
6 Conclusies en advies 6.1 Soortenbescherming Huismussen komen nabij het plangebied voor, maar territoria binnen het plangebied zijn niet aangetoond tijdens de veldbezoeken. Zeer lage aantallen gierzwaluwen vliegen ‘s avonds, vooral hoog, boven het plangebied. Nesten zijn niet aangetoond tijdens de drie veldbezoeken. In september bleek een roepende Steenuil aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk gaat het om een jong dier op zoek naar een nieuw territorium aangezien het gebied niet geschikt is als broedhabitat. Circa twee gewone dwergvleermuizen vliegen ‘s avonds over het erf aan de Ericaweg en foerageren daar soms ook enige tijd. Incidentele waarnemingen zijn gedaan aan Laatvlieger. Enkele rosse vleermuizen vliegen ‘s avonds hoog over het plangebied. Verblijfplaatsen van vleermuizen (zomer- en kraamverblijfplaatsen) zijn niet aangetoond en kunnen op grond van verricht onderzoek juridisch uitgesloten worden. Vliegroutes van zeer lage tot lage aantallen gewone dwergvleermuizen zijn geconstateerd. De schuur op het erf Stroeërschoolweg ligt op de vliegroute, maar lijkt niet essentieel voor de vliegroute. Het valt aan te raden bij de nieuwe inrichting op die plek wel een groenstructuur te realiseren.
6.2 Gebiedsbescherming Vanwege de relatieve korte afstand tot het Natura 2000-gebied wordt geadviseerd om Ariusberekening te laten uitvoeren om eventuele stikstofdepositie in de aanlegfase en gebruiksfase aan te kunnen tonen.
- 17 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Bijlage 1 Data, omstandigheden en waarnemingen 8-4-2020 Ericaweg+Stroeërschoolweg (huismus) bezoek 9.00-10.00 uur temperatuur 12-15 graden, windkracht 2, 0/8 bewolking
Op nr 22 zolder kapschuur en zolder schuur ernaast gecheckt: niets geen huismussen, wel bij rijtjeshuizen rondom Bij de boerderij (nr 3) houtduif, Turkse tortel, pimpelmees, koolmees, zwartkop, winterkoning, merel, zanglijster, groenling, laag overvliegende grote bonte specht. Bewoner wees op plek met stelletje duiven in dakrand: holenduif? Ca. 7 oude nesten boerenzwaluw, naar zeggen 1-2 paartjes per jaar. De bomenrij (haak) gecheckt: een lage stamholte (geen keutels)
22-4-2020 Ericaweg+Stroeërschoolweg (huismus) bezoek 9.15-10.00 temperatuur 10 graden, windkracht 3, 0/8 bewolking
bij boerderij boerenzwaluw, witte kwikstaart, holenduif, roodborst, zwartkop bij nr 22 niets greppel in grasland ook niets geen huismussen (wel bij rijtjeshuizen in de buurt: Ericaweg en Bremstraat)
- 18 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
20-5-2020 Ericaweg (gierzwaluw+vleermuizen) bezoek 19.30-23.30 uur temperatuur 20 graden, windkracht 2, 0/8 bewolking
21.10 eerste (twee) gierzwaluw boven gebied 21.20 drie gierzwaluwen 21.46 nog steeds drie vliegend boven gebied 21.51 Nn hoog overvliegend in zuidoostelijke richting 22.19 Es doorvliegend langs bomenrij richting dorp 22.21 Ppip doorvliegend over erf 22.26 Ppip f halve minuut op erf 22.27 Es (door)vliegend boven weide 22.39 Ppip doorvliegend over erf (niet gezien) tot 23.30 stil
22-5-2020 Stroeërschoolweg (gierzwaluw+vleermuizen) bezoek 19.30-23.30 uur temperatuur 19-16 graden, windkracht 3>4>2>3, 7/8>8/8 bewolking zonsondergang 21.35 uur
20.19 5 dieren hoog boven gebied 20.34 paartje holenduif op dak schuur 21.50 overvliegende Nn
- 19 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
21.54 (+19 min.) Ppip vliegt langs schuur over mestopslag richting groen langs spoorlijn 21.55 (+20 min.) Ppip f boven boomtoppen groenstrook langs erf 21.58 (+23 min.) Ppip vliegt langs schuur over mestopslag richting groen langs spoorlijn 22.07 (+32 min.) idem in omgekeerde richting 22.10 (+35 min.)Ppip vliegt langs schuur over mestopslag richting groen langs spoorlijn 22.19 Nn overvliegend 22.31 (+56 min.) Ppip vliegt langs schuur over mestopslag vanaf groen langs spoorlijn naar groen achter erf 22.53 Ppip gehoord, niet gezien, kort nabij schuurtje 23.08 Ppip kort hoorbaar op erf, Nn overvliegende23.18 Es kort gehoord op erf
10-6-2020 Ericaweg +Stroeërschoolweg (gierzwaluw) bezoek 20.00-22.00 uur temperatuur 17-15 graden, windkracht 2, 8/8 bewolking zonsondergang 21.55 uur
20.11 2 hoog vliegende 20.36 4 hoog vliegende 20.45 nog steeds vier hoog vliegend, ook soms giergeluid 21.06 nog maar 3 hoog vliegend 21.56 dieren hoog wegvliegend
- 20 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
1-7-2020 Ericaweg (gierzwaluw+vleermuizen)+Stroeërschoolweg (gierzwaluw) bezoek 20.00-00.00 uur temperatuur 20-18 graden, windkracht 3, 1/8 bewolking zonsondergang 21.59 uur
20.49 3 gierzwaluwen kort foeragerend bonen groen bij spoorlijn 21.06 3 hoog vliegend boven gebied 21.37 2 gierzwaluwen boven hoog Ericaweg 22.13 3 hoog boven Ericaweg 22.25 3 voor het laatst gezien enkele minuten boven dorp. 22.31 Nn hoog over 22.37 Ppip over caravan langs wilgen afbuigend naar grasland. 22.40 Nn over wilgen andere kant op dan Ppip 22.43 Nn 20m over wilgen naar achteren op erf 22.44 Ppip kort gehoord 22.55 Ppip f kort op erf. 23.37 Ppip langsvliegend 23.43 Ppip kort gehoord 23.46 Es zeer kort gehoord
Ericaweg (vleermuizen) bezoek 03.30-05.25 uur
- 21 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
temperatuur 15 graden, windkracht 2, 7/8 bewolking zonsopkomst 05.22 uur 04.33 Nn overvliegend 04.36 Nn overvliegend 04.46 Ppip kort aanwezig op erf, in zuidelijke richting wegvliegend 04.56 Nn hoog boven grasland, kort foeragerend, wegvliegend naar spoorlijn
2-7-2020 Stroeërschoolweg (vleermuizen) bezoek 20.00-00.00 graden, windkracht 2, 0/8-7/8 bewolking droog, vooraf regen, bijna volle maan zonsondergang 21.59 uur
22.20 Ppip r spoor over schuur 22.21 Ppip r spoor parallel aan schuur 22.23 2 Ppip r spoor parallel aan schuur 22.25 Nn hoog over r Ericaweg 22.29 Es hoog over schuur r spoorlijn 22.34 idem 22.40 Nn gehoord 22.44 Ppip r spoor parallel aan schuur 22.46 Ppip idem andere richting 22.51 Es f kort boven grasland met koeien. 22.59 Ppip r spoor parallel aan schuur vanaf spoorlijn 23.04 idem - 22 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
23.16 Ppip f tussen erf en spoorlijn 23.18 Ppip r spoor parallel aan schuur vanaf spoorlijn 23.30 Nn gehoord
3-7-2020 Stroeërschoolweg (vleermuizen) bezoek 03.30-05.25 uur temperatuur 14-15 graden, windkracht 2, 8/8 bewolking zonsopkomst 05.22 uur
04.11 Ppip f bij metaal afvalhoop 04.29-05.00 Ppip f tussen erf en spoorlijn 04.53 Ppip vliegt vanaf spoorlijn over vrachtwagen en erf naar achteren, daarna 2 (elkaar achtervolgende) Ppip f tussen erf en spoorlijn. 04.54 een van beide Ppip vliegt weg over schuur. 04.56 Ppip f iets meer richting woonboerderij. 04.59 2 Ppip f een tussen hooischuur en spoorlijn, ander nabij woning 05.00 Ppip (?) zonder geluid even bij woning. 05.01 Ppip voor het laatst gehoord/gezien. Geen zwermgedrag.
24-8-2020 Ericaweg temperatuur 16-15 graden, windkracht 2, 0/8 bewolking zonsondergang 20.40 uur 22.10-00.10 uur
- 23 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
22.11 Ppip zeer kort gehoord (doorvliegend 22.34 idem 22.50 idem 22.55 3 Ppip social calls richting onbepaald, geen echolocatiegeluid 22.56 Es zeer kort gehoord (doorvliegend) 23.04 Es f 10 sec gehoord, niet gezien 23.46 3 Ppip social calls richting onbepaald, geen echolocatiegeluid (ver)
2-9-2020 Stroeërschoolweg temperatuur 16-13 graden, windkracht 2, 1/8 bewolking 21.57-23.50 uur 22.12 eerste vleermuis: Nn overvliegend 22.28 Pp f kort aanwezig met enkele social calls 22.32 Pp kort hoorbaar (doorvliegend op afstand) 22.42 Pp social calls (zacht/ver) 22.43-23.19 heel lang stil 23.19 Pp van verre gehoord 23.20 drie steenuilroepen vanaf weide 23.20-23.48 geen vleermuizen 23.48 Pp zeer kort (1 sec) gehoord.
- 24 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
15-9-2020 Ericaweg temperatuur 21-20 graden, windkracht 2, 0/8 bewolking 22.05-00.05 uur
22.05 Nn overvliegend 22.16 Pp doorvliegend vanaf oprijlaan langs rand erf 22.24 steenuilroepje 22.25 Pp kort hoorbaar 22.32 steenuil 3x roepend vanuit bomen in greppel in weiland 22.36 Pp langsvliegend langs rand erf 23.01 Pp langsvliegend langs erf richting oprijlaan 23.03 idem 23.29 meerdere roepen van steenuil 23.40 Pp doorvliegend vanaf oprijlaan langs rand erf 23.42 Nn van verre hoorbaar (overvliegend).
30-9-2020 Stroeërschoolweg temperatuur 16-15 graden, windkracht 2, 8/8 bewolking 22.00-00.00 uur
22.02 Pp met enkele social calls zeer kort hoorbaar (meestentijds ver weg) 22.04 idem 22.06 idem
- 25 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
22.10 idem 22.16 idem 22.20 idem 22.34 Pp met social calls vaag hoorbaar (richting dorp) 22.43 Pp f 1 sec gehoord 22.45 Pp 3 sec gehoord met social calls 22.49 Pp 4 sec gehoord met social calls 22.57 idem 23.21 Pp f 1 sec boven schuur 23.33 Pp social calls van verre (uit richting dorp) 23.39 Ppf 1 sec net binnen hoorbereik
- 26 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Bijlage 2 QuickScan onderdeel beschermde soorten 1. Inleiding Een belangrijk onderdeel in een QuickScan is het onderzoek naar de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten onder de Wnb. Omdat de ruimtelijke ingreep niet in de weilanden binnen het onderzoeksgebied plaatsvindt is er alleen naar het weiland gekeken als foerageergebied voor soorten die mogelijk het plangebied gebruiken als foerageergebied. Immers het plangebied verandert, niet de weilanden binnen het onderzoeksgebied) er omheen. Dit geldt ook voor de groene singel die grenst aan de voormalige boerderij aan de Stroeërschoolweg. Dit blijft ongewijzigd.
Afbeelding 1: Begrenzing van het onderzoeksgebied en het plangebied. Bron: OpenStreetMap.
- 27 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Alleen het plangebied verandert vandaar dat hier de focus lag van het ecologisch onderzoek in de vorm van een Quickscan. Maar omdat gebouwbewonende vogels en vogels die hun nest in nestkasten maken gebruik kunnen maken van het omliggende gebied als foerageergebied is het goed om ter controle de directe omgeving ook te onderzoeken om zo de ecologische context beter te begrijpen. Dit geldt ook ten aanzien van kleine marterachtigen. Om een locatie op ecologische waarde te kunnen schatten is inzicht in de actuele ruimtelijke context van belang. Tijdens
de
QuickScan
fase
is
er
gekeken
voorkomende soorten en naar sporen.
- 28 -
naar
habitatgeschiktheid,
naar
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
2. Aanwezig habitat in relatie tot verwachte beschermde soorten
2.1 Inleiding Om een goed beeld te krijgen van de lokale situatie is ook de omgeving onderzocht. Dit is terug te zien in de afbeeldingen in de tekst. Er wordt ingegaan op het voorkomen van planten, vissen, amfibieeen, vogels en zoogdieren. 2.2 Planten In en rond het plangebied zijn geen beschermde planten waargenomen. Zowel de erven van de te amoveren bebouwing als de weilanden van het plangebied zijn niet de locaties waar beschermde flora wordt verwacht. Daar komt bij dat sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming het aantal planten dat beschermd is, is gedaald. Dit zijn planten die voornamelijk in natuurreservaten en onder speciale omstandigheden kunnen worden verwacht. Hiertoe behoort het plangebied niet. 2.3 Vissen In het plangebied komt geen water voor waardoor de aanwezigheid van het voorkomen van vissen uitgesloten kan worden. 2.4 Amfibieën Amfibieën komen zowel op het land als in het water voor waarbij salamanders gemiddeld langere tijd doorbrengen in het water dan kikkers of padden. Het plangebied
heeft
geen
water
waardoor
het
niet
gebruikt
wordt
als
voortplantingshabitat. Incidentele waarnemingen aan de rand van het gebied is altijd mogelijk. Amfibieën houden van vochtige relatief donkere plekken en kiezen voor habitats waar ze weg kunnen kruipen in holtes waar ze beschermd zijn tegen predatoren en tegen uitdrogen. Vanwege de openheid van het plangebied voldoet het plangebied ook niet aan deze eisen. In
de
omgeving
(zie
afbeelding
2)
zijn
wel
geschikte
locaties
voor
voortplantingswater gevonden, maar deze ecologische context ligt buiten de reikwijdte van het plangebied. Met andere woorden; de ontwikkeling van het plangebied zal geen enkele invloed hebben op deze locaties.
- 29 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Afbeelding 2: Locaties met geschikt voortplantingswater voor amfibieën. Deze locaties liggen allen buiten het plangebied. Bron: OpenStreetMap.
2.5 Vogels Het plangebied is geschikt voor huismussen en voor de locatie Ericaweg ook voor gierzwaluwen (maar niet optimaal). Het gebied is niet geschikt voor Kerkuil omdat de soort nergens in kan om te broeden. De open schuur van de Ericaweg heeft geen mogelijkheid voor een nest. Bij de locatie aan de Stroeërschoolweg zijn alle gebouwen gesloten en kan er geen Kerkuil in de schuren komen. Op beide locaties zijn geen nestkasten aanwezig. Gebied is daardoor niet geschikt voor Steenuil, want er zijn geen nestkasten aanwezig en natuurlijke nestgelegenheden zoals in knotwilgen zijn er ook niet. Ook zijn er geen schuren waar de Steenuil gebruik van kan maken. Het
plangebied
is
geschikt
als
foerageergebied
voor
Houtduif,
Holenduif,
kraaiachtigen, Huismus, Kerkuil en als leefgebied voor Roodborsttapuit (niet ideaal). Er is geen geschikt leefgebied voor Steenuil. Hiervoor is er te weinig structuur met dekking en is het plangebied te grootschalig. Steenuil is een korte afstandsvlieger en houdt niet van grootschalige habitats. Westelijk van het onderzoeksgebied is wel geschikt en kleinschalig habitat vastgesteld. - 30 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Alle vogels zijn beschermd en alle nesten die worden gebouwd, waar eieren in liggen en bebroed worden of waar jonge vogels in zitten zijn beschermd. Van een beperkt aantal soorten zijn ook de nesten beschermd buiten de broedperiode. Hiervan is het nest jaarrond beschermd. Enkele gebouwbewonende soorten zoals Huismus en Gierzwaluw vallen hier onder, maar ook enkele uilen. In het weiland binnen het onderzoeksgebied zijn 2 roodborsttapuiten waargenomen. Op het erf aan de Ericaweg is een zingende Merel waargenomen en een paartje Holenduif. Zowel in het plangebied als in het omringende onderzoeksgebied zijn geen kasten van steenuil waargenomen. Verder zijn is er jagende Huiskat in het gebied waargenomen. Dat er op 2 en op 15 september een Steenuil is gehoord is niet verwonderlijk omdat dit de periode is dat onvolwassen vogels op zoek gaan naar een nieuw territorium en tijdens die zoektocht regelmatig roepen. Eind september 2021 is er in de omgeving gericht gezocht naar geschikt habitat en gevonden. Langs de Ravenweg (zie kaart hieronder) is een Steenuil waargenomen. Dit is hemelsbreed (maar dan moet de Steenuil door de bebouwde kom vliegen) 1 km van het plangebied. Mogelijk dat deze vogel hier vandaan komt.
Afbeelding 3: Ligging van geschikt steenuilhabitat met de aanduiding (rode stip) van een Steenuil,
- 31 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
bron: M.W.Kaales (eind september 2021). Dit habitat ligt hemelsbreed op 1 km van het plangebied. Bron: OpenStreetMap.
Afbeelding 4: locatie met geschikt habitat voor Steenuil en een waarneming van 1 Steenuil, september 2021 door M. W. Kaales.
2.6 Grondgebonden zoogdieren In het weiland binnen het onderzoeksgebied zijn enkele hazen foeragerende hazen waargenomen. Van de grote zoogdieren zoals Edelhert, Ree en Wild zwijn wordt alleen Ree heel incidenteel verwacht om te foerageren. Omdat er verder geen beschutting is het voor het Ree is het plangebied geen interessant gebied om er te verblijven. Dit geldt ook voor Das en Vos. Van de grondgebonden zoogdieren zijn de kleine marterachtigen sinds 2019 beschermd. Kleine marterachtigen zijn namelijk in Gelderland bij de actualisatie van de Omgevingsvisie (2019) beschermd en van de vrijstellingslijst gehaald. Ook voor kleine marters geldt dat een geschikt leefgebied uit verschillende habitats bestaat die kunnen voorzien in meerdere ecologische functies zoals verblijven, foerageren en verplaatsen. Kleine marters staan erom bekend dat dekking op de grond
- 32 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
belangrijk is zodat er vanuit die dekking op kleine prooidieren gejaagd kan worden. Deze dekking wordt ook gebruikt om zich veilig te kunnen verplaatsen. Deze dekking is niet in het plangebied zelf aanwezig, maar wel aan de rand ervan. In onderstaande figuur is dat weergegeven met oranje gestippelde pijlen. Tussen het spoor en de Stroërschoolweg, welke ten noorden van het plangebied ligt, loopt een groenzone wat voldoet aan de eisen voor kleine marterachtigen. Dit ligt buiten de directe invloedsfeer van het te ontwikkelen plangebied.
Afbeelding 5: Overzicht van 2 gebieden die geschikt zijn om als leefgebied te dienen voor kleine marterchtigen in de omgeving van het plangebied. Bron: OpenStreetMap.
In de omgeving van het plangebied (ten westen) op ca 1,5 km. afstand komt geschikt habitat voor in de vorm van kleinschalige bosjes afgewisseld met kleine paarden- en schapenweides met ruige randen. Ten zuidoosten van het plangebied ligt ook een kleinschalig parkachtig landschap dat voldoet aan de eisen van kleine marterachtigen. Gezien de afstand en het open karakter van het plangebied heeft de ontwikkeling geen invloed op deze geschikte leefgebieden.
- 33 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
2.7 Vleermuizen De bebouwing in het plangebied is geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Vleermuizen zouden in theorie via kleine openingen in de bebouwing kunnen komen. Daarnaast is het plangebied geschikt als foerageergebied.
- 34 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
3. Conclusie Vanuit het habitatgeschiktheidsonderzoek is er aanleiding om Nader onderzoek te doen naar gebouwbewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Dit soortgericht onderzoek is bedoeld om aan te tonen dat er gebouwbewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen gebruikmaken of niet gebruik maken van de te amoveren opstallen. Er
is
geen
aanleiding
om
soortgericht
nader
onderzoek
te
doen
kleine
marterachtigen, vissen, amfibieën, reptielen of naar andere vogelsoorten omdat in het plangebied geen geschikt leefgebied is aangetroffen. Let op! Ten alle tijd geldt de Algemene Zorgplicht. De zorgplicht geldt voor zowel beschermde als niet beschermde soorten. Bij de uitvoering van het project is het van belang dat er aantoonbaar zorgvuldig gewerkt wordt om onnodige verstoring te voorkomen.
- 35 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Foto rapportage plangebied Boerderij Stroeërschoolweg
- 36 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
- 37 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
- 38 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
- 39 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
Foto rapportage plangebied Ericaweg
- 40 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
- 41 -
Nader Onderzoek in het kader van de Wet Natuurbescherming
- 42 -