CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Heideweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_vastgesteld_1_Toelichting_Bijlage 2 Ecologische Quickscan

Gemeenteraad 25 oktober 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan "Heideweg I, partiële herziening Buiengebied 2012" in Stroe8.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Ecologische quickscan

Heideweg 14 te Stroe In het ka de r van sl oo p , k a p e n h e ri n ri c h t i n g

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 ecologie@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

Betreft

Ecologische quickscan

Locatie

Heideweg 14 te Stroe

Auteur

B. Visser MSc

Collegiale controle

J. Mossink BSc

Contactpersoon

B. Visser (visser@deslijpkruik.nl)

Opdrachtgever

Camping de Stellingwerf

Datum

18-01-2023

Status

Versie 1.0

Projectcode

22STR08

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Wet Natuurbescherming). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2023) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V.

of de opdrachtgever. Wijze van citeren: Visser, B. (2023). Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe, De Slijpkruik Ecologie B.V. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Samenvatting In opdracht van de initiatiefnemer (Camping de Stellingwerf ) voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Heideweg 14 te Stroe. De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande camping her in te richten tot een weiland met enkele bomen aan de randen van het perceel. Om het effect op beschermde soorten en natuurgebieden van het voornemen te toetsen is een ecologische quickscan uitgevoerd. Hierbij wordt aan de hand van een een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek een deskundige inschatting gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna en gebieden. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen, maar wel nesten van algemene broedvogels zoals onder andere houtduiven. Tijdens het broedseizoen kunnen daarom broedgevallen voorkomen. Er zijn geen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Het plangebied is waarschijnlijk wel onderdeel van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Vervolgonderzoek naar deze functies is echter niet nodig. Het betreft namelijk niet-essentieel foerageergebied vanwege alternatieven in de omgeving en op het perceel zelf en de mogelijke vliegroute blijft behouden. Het plangebied is geschikt voor overige (vrijgestelde) zoogdieren.

Het is aannemelijk dat deze voorkomen echter betreft het geen essentieel leefgebied vanwege de aanwezigheid van alternatieven in de omgeving en op het perceel zelf. Er zijn geen mogelijke verblijfplaatsen van beschermde (niet vrijgestelde) zoogdieren aangetroffen. Vissen zijn niet aanwezig in het plangebied vanwege het ontbreken van oppervlaktewater. Het plangebied is geschikt als landhabitat voor vrijgestelde amfibieën waardoor het mogelijk is dat individuen aanwezig zijn. Reptielen zijn niet te verwachten in het plangebied omdat het plangebied geen landschapelijke binding heeft met leefgebied van beschermde reptielen en ongeschikt is voor beschermde reptielen. De dagvlinder grote vos kan aanwezig zijn binnen het plangebied en deze overwintert vaak in holle bomen. De boom met holte en de boom met scheur in het plangebied blijven daarom behouden. Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en effecten van de voorgenomen activiteiten zijn niet te verwachten. Daarnaast ligt het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ op 1,2 kilometer afstand en zijn directe effecten van de voorgenomen activiteiten op dit natuurgebied niet te verwachten. Indirecte effecten door stikstofemissie zijn mogelijk. Daarom is het uitvoeren van een stikstofberekening misschien nodig.

De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd vanwege het kunnen voorkomen van algemene broedgevallen. Lichtverstoring van niet-essentieel foerageergebied van vleermuizen dient te worden voorkomen. Voor de te verwachten soorten zoogdieren en amfibieën geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel is de zorgplicht van toepassing. De grote vos kan overwinterend voorkomen in het plangebied. Daarom worden de boom met holte en de boom met scheur behouden. Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt ook voor dit project de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit geldt met name voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Een provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden.

3

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1

Inleiding 5

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2

Soortenbescherming 8

2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Vissen 2.5 Amfibieën 2.6 Reptielen 2.7 Vaatplanten 2.8 Overige soortgroepen 2.9 Algemeen 3

Gebeidsbescherming 14

3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000-gebieden 4

Conclusies en aanbevelingen

16

4.1 Overzicht van de bevindingen 4.2 Conclusies en aanbevelingen Literatuurlijst 19 Bijlagen 20 Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied Bijlage 3 NDFF waarnemingen tabel Bijlage 4 Samenvatting wettelijk kader

4

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer (Camping de Stellingwerf ) voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Heideweg 14 te Stroe. De locatie bestaat nu uit een camping (afbeelding 1.3) en de initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie her in te richten (zie 1.2 voor de voorgenomen activiteiten). De toekomstige situatie bestaat uit weiland met aan de rand daarvan een aantal bomen die blijven staan (afbeelding 1.5). In het kader van een bestemmingsplanwijziging is toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ noodzakelijk omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of andere natuurgebieden zoals Gelders Natuurnetwerk (GNN) beoordeeld.

Er is geen sprake van kap van bomenrijen bestaande uit meer dan twintig bomen of houtopstanden groter dan in totaal tien are buiten de bebouwde kom en buiten een erf. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar.

Afbeelding. 1.1: Kaart van het plangebied (rode kader). Bron ondergrond: Google Earth 2022.

5

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het plangebied is gelegen aan de Heideweg 14 te Stroe (afbeelding 1.1). Het plangebied is ca. 7.000 m² groot en ligt in landelijk gebied tussen Stroe en Voorthuizen (afbeelding 1.2). Ten zuiden van het plangebied liggen bosrijke terreinen die ook ingericht zijn voor recreatief wonen. Verder naar het zuiden ligt de snelweg A1. Ten noorden, westen en oosten van het plangebied ligt overwegend agrarisch gebied. De locatie bestaat nu uit een camping met 23 plaatsen voor stacaravans en een 7-tal recreatiewoningen (afbeelding 1.3). Verder bestaat het terrein uit bomen, hagen en andere typen beplanting zoals heesters. 9/53

renvooi

9/54

(bedrijfs)woning

9/21 9/26

bijgebouw

9/22

9/25

bijgebouwen t.b.v. recreatie 8

3

recreatiewoning stacaravan onderlegger (GBKN)

2 4

5

perceelsgrens

A 14

1 7 14

14B 14C

/13 14

/12 14 /35 14

14/34

g we ide He

14 /06

6 16

9 8 0 14/3

/09 14

/32 14

/37 -14 /36 14

/27 14 /18 14 14 /38 -1 4/3 9

14/40

/20 14

20/606

gebouw functie

oppervlakte

1

bijgebouw

53,63 m2

2

houthok

11 m2

3

veranda

16,8 m2

4

werkplaats/berging

75,19 m2

5

bijgebouw

63,13 m2

6

bijgebouw

86,5 m2

7

bijgebouw

6,5 m2

8

veranda

12,5 m2

9

opslag/ stalling

140 m2

totaal:

465,25 m2

20/703 20/604

20/612 20/614

20/402

20/616

20/602

20/404 20/618 20/620 20/406

20/622

0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl

20/624

20/408

20/626

projectnr.

onderwerp

3544

BESTAANDE SITUATIE

LANDBORG

HOLEVOETPLEIN 301

POSTBUS 2

CAMPING DE STELLINGWERF - HEIDEWEG 14, STROE 3925 ZG

SCHERPENZEEL

033 - 30 31 060

INFO@LANDBORG.NL

datum:

25 april 2022

schaal:

1 : 1200

WWW.LANDBORG.NL

Afbeelding. 1.3: Huidige situatie. Bron: bestaande situatie, 3544, Landborg 2022.

De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie de recreatiewoningen, een opslagschuur en een bedrijfswoning te slopen, de beplanting te verwijderen en een aantal bomen te kappen (afbeelding 1.4). De toekomstige situatie bestaat uit weiland met aan de rand daarvan een aantal bomen die blijven staan (afbeelding 1.5). De bebouwing die gesloopt zal worden is aangegeven in afbeelding 1.4. In onderstaande tabel zijn de kenmerken van de te slopen bebouwing uitgewerkt.

6

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bebouwing

Muur

Geschakelde recreatiewoning 38 en 39 Enkelsteens betonblokken Geschakelde recreatiewoning 36 en 37 Hout Recreatiewoning 40 Deels hout en deels enkelsteens met betonblokken Recreatiewoning 35 Hout en de schoorsteen van bakstenen Recreatiewoning 34 Hout

Opslagschuur

Bedrijfswoning

Deels bakstenen/ betonblokken en deels metalen wandbeplating Dubbelsteens baksteen

Dak

Afbeelding

Golfplaten

2.1 en 2.2

Metalen platen Metalen platen

2.3 2.4

Dakpannen

2.5

Dakpannen en deels namaakpannen (golfplaten) Golfplaten

2.11

Dakpannen en houten overstek

2.7

2.6

De werkzaamheden die plaats zullen vinden op het terrein zijn: •

Sloop van een deel van de bestaande bebouwing (recreatiewoningen, opslagschuur en een bedrijfswoning);

•

Verwijderen van beplanting en kap van een aantal bomen.

1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), websites etc.), veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. In bijlage 3 zijn de gegevens weergegeven van waarnemingen in de directe omgeving (een straal van ongeveer 1km) van het plangebied in de afgelopen 5 jaar per soort(groep) vanuit de NDFF. Voor wat betreft vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben. De locatie is op 5 december 2022 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V.. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 6 0C en matige wind, ZW 2 bft. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V.

is kandidaat-lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert zijn richtlijnen, soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12. Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers.

7

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Soor tenbescher ming

De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds­ bescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van b ­ eschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)directe effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 2.1 Vogels 2.1.1 Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. In de omgeving rondom het plangebied zijn in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF, 2022 en bijlage 3).

Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1-4-soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. Daarnaast gaat het om categorie 5-soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) alleen onder bepaalde omstandigheden (bij zwaarwegende feiten en ecologische omstandigheden) beschermd zijn. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende categorie 1-4 soorten waargenomen: huismus, ransuil, sperwer en steenuil. Verder zijn verschillende categorie 5 soorten waargenomen (bijlage 3). Huismus Tijdens het veldbezoek is alle te slopen bebouwing gecontroleerd op geschiktheid voor nestgelegenheid voor huismussen. Huismussen bouwen hun nest voornamelijk onder dakpannen. Veel van de bebouwing heeft een dakbedekking van golf- of metalen platen. Dit soort dakbedekking heeft minder de voorkeur van huismussen als nestplaats. Nesten onder golf- of metalen platen kunnen wel voorkomen maar er zijn in deze gevallen geen dakbeschotten aanwezig. Hierdoor is deze bebouwing niet geschikt als nestplaats voor huismussen. Recreatiewoning 35 heeft een dakpannen dak. Een deel van de opening onder de dakpannen is begroeid met klimop waardoor de ruimte onder de dakpannen niet toegankelijk is voor huismussen (afbeelding 2.9).

De overige ruimte onder de dakpannen is tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en daar waren houten blokjes aanwezig die de opening onder de dakpannen blokkeren (afbeelding 2.8). Hierdoor is deze recreatiewoning niet geschikt als nestplaats voor huismussen. Recreatiewoning 34 heeft eveneens een dakpannen dak. Hier is er ook voor gezorgd dat de opening onder de dakpannen afgesloten is waardoor de ruimte onder de dakpannen niet toegankelijk is voor huismussen (afbeelding 2.11). De te slopen bedrijfswoning heeft soortgelijke maatregelen onder de dakpannen waardoor er geen opening is voor huismussen (afbeelding 2.10). Steenuil Tijdens het veldbezoek is alle te slopen bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid voor nestplaatsen van steenuil. In geen van de recreatiewoningen is een opening aanwezig waardoor steenuil binnen kan komen. Tevens zijn in de te slopen opslagschuur geen geschikte donkere nissen of hoeken aangetroffen die dienst kunnen doen als nestplaats. De reden hiervoor is dat er veel licht in de schuur valt. Daarnaast zijn er geen nestkasten voor steenuilen aanwezig in het plangebied.

8

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

De bomen in en rondom het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en er zijn geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten waargenomen. Ook zijn er geen geschikte holten (die dienst kunnen doen als nestplaats voor bijvoorbeeld steenuil) aangetroffen. Er zijn geen ooievaarspalen aanwezig in het plangebied. Ook zijn er geen geschikte invliegopeningen voor gierzwaluw aanwezig in de bebouwing. Er zijn vogelhuisjes opgehangen aan meerdere bomen en gebouwen in het plangebied. Deze kunnen worden gebruikt door categorie 5-soorten zoals pimpelmees en koolmees. Ook is er in het plangebied één boom met één holte aangetroffen (boom 15 van de bomeninventarisatie. Visser, 2022). Dit kan een nestplaats zijn van een categorie 5-soort zoals de grote bonte specht. Effect: Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van categorie 1-4-soorten. De aanwezigheid van nestplaatsen van huismussen in de te slopen bebouwing in het plangebied is uitgesloten vanwege de ontoegankelijkheid van de ruimten onder dakpannen en andere dakbedekkingen. Nesten van spreeuw of andere categorie 5-soorten die afhankelijk zijn van bebouwing zijn ook uitgesluiten vanwege de redenen die ook gelden voor huismus. De aanwezigheid van nesten van steenuil in het plangebied is uitgesloten vanwege de ongeschiktheid van de bebouwing voor steenuilen.

Ook zijn er geen nestkasten voor steenuil aangetroffen in het plangebied. Aanwezigheid van nestplaatsen van uilen of roofvogels zijn uitgesloten omdat er geen horsten of kraaiennesten zijn aangetroffen. Van andere vogels uit de categorie 1-4 is uitgesloten dat deze vaste rust- of nestplaatsen hebben in het plangebied. Ook is uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van de functionele leefomgeving van categorie 1-4-soorten. Wel zijn er geschikte plaatsen voor jaarrond beschermde nesten van categorie 5-soorten aangetroffen binnen het plangebied. Het gaat daarbij om de opgehangen vogelhuisjes en de holte in de boom. De boom met holte blijft behouden en de vogelhuisjes dienen buiten het broedseizoen op andere plekken gehangen te worden buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Bij inachtneming van deze maatregelen is vervolgonderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten niet nodig. 2.1.2 Overige broedvogels Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel, houtduif en roodborst. Tijdens het veldbezoek zijn er twee nesten in de bomen aangetroffen van algemene broedvogels (afbeelding 2.15). Deze nesten waren onbezet, maar gezien de bouw van de nesten gaat het vermoedelijk om nesten van houtduiven. Ook zijn er een aantal vogelhuisjes opgehangen in de bomen (afbeelding 2.18).

Deze vogelhuisjes kunnen naast de eerder genoemde categorie 5-soorten gebruikt worden door algemene vogelsoorten tijdens het broedseizoen. Effect: Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is. Eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif) kunnen voorkomen. Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.2 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen.

Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd.

9

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis (NDFF, 2022 en bijlage 3). Vanuit eigen gebiedskennis kan ervan uitgegaan worden dat de soorten ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis ook voorkomen in de omgeving van het plangebied. 2.2.1 Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Dat zijn vaak donkere, tochtvrije ruimte die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute. De bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en er zijn geen voor vleermuizen geschikte holten of scheuren aangetroffen. Er is één boom met een spechtengat aangetroffen (afbeelding 2.12 en boom 15 van de bomeninventarisatie. Visser, 2022) en deze is geïnspecteerd met een boomcamera. De holte liep niet door naar boven. Verder is één boom aangetroffen met een scheur in een tak (afbeelding 2.13 en boom 25 van de bomeninventarisatie. Visser, 2022). Deze scheur had aan beide zijden van de tak een opening, waardoor de ruimte erg tochtig is en nat bij regenachtig weer. Alle recreatiewoningen bestaan uit een enkelsteens of houten muur waardoor er geen open spouw aanwezig is (hoofdstuk 1.2).

Daarnaast zijn er in deze recreatiewoningen geen andere geschikte plekken aangetroffen die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen. De opslagschuur die gesloopt gaat worden heeft een muur die voor de onderste helft bestaat uit een dubbelsteens muur met bakstenen en betonblokken. De bovenste helft bestaat uit metalen wandbeplating. Tijdens het veldbezoek is de overgang van deze materialen geïnspecteerd en er was geen ruimte voor vleermuizen om in de spouw te komen. Ook is de wandbeplating één laag dik waardoor er geen tussenruimte is waar vleermuizen kunnen schuilen. De te slopen bedrijfswoning is ook geïnspecteerd en hier zijn geen openingen gevonden waar vleermuizen gebruik van kunnen maken om in geschikte ruimten te komen. In de te slopen bebouwing zijn geen andere plekken aanwezig die mogelijk geschikt zouden kunnen zijn als verblijfplaatsen voor vleermuizen. Effect: De bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd en er is een boom met holte en een boom met scheur aangetroffen. De holte liep niet door naar boven waardoor de holte niet geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. De scheur was aan beide zijden van de tak open en door de tocht en vocht niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast is de bebouwing in het plangebied geïnspecteerd en ook daar zijn geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen.

In het plangebied zijn dus geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het plangebied/in de te slopen bebouwing. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming Artikel 3.5 lid 1 (doden/ verwonden), 2 (opzettelijk verstoren) en 4 (beschadigen/vernielen verblijfplaatsen) betreffende vleermuizen is daarom uit te sluiten. Nader onderzoek naar genoemde soorten is niet noodzakelijk. 2.2.2 Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen vanwege de opgaande begroeiing in de vorm van bomen en andere beplanting in het plangebied. Het voornemen is om een aantal bomen aan de rand van het perceel te behouden, en de rest van de beplanting en bomen te verwijderen (afbeelding 1.4). Hierdoor gaat een deel van mogelijk foerageergebied verloren, maar doordat de bomen aan de randen van het perceel behouden blijven, blijft het plangebied voor een groot deel geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Ook is er voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de directe omgeving van het plangebied in de vorm van de terreinen ten zuiden van het plangebied en op het perceel zelf (het noordoostelijke deel blijft behouden).

Er zijn binnen het plangebied lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen aanwezig die vleermuizen als vliegroute kunnen gebruiken. Hierbij gaat het vooral om de bomen aan de randen van het perceel (afbeelding 2.14).

10

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Effect: Door de alternatieven in de directe omgeving en op het perceel zelf betreft het plangebied geen essentieel foerageergebied en de eventuele functie als foerageergebied blijft in de toekomst behouden. De bomen langs de randen van het perceel die dienst kunnen doen als vliegroute blijven behouden. Hierdoor is geen effect te verwachten op vliegroutes van vleermuizen. Daarbij is het wel van belang om lichtverstoring te voorkomen door alleen overdag te werken en geen nieuwe verlichting toe te passen in de nieuwe situatie. Nader onderzoek naar essentieel foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is vanwege voorgaande redenen niet noodzakelijk. 2.3 Overige zoogdieren Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marterachtigen. In de omgeving van het plangebied komen een paar grondgebonden zoogdieren voor (NDFF, 2022 en bijlage 3). Boommarter Verblijfplaatsen van boommarter ontbreken in het plangebied omdat er geen (grote) geschikte holten zijn aangetroffen. Ook zijn er geen takkenhopen aangetroffen in het plangebied. Hoewel er tijdens het veldbezoek geen sporen zijn aangetroffen van marterachtigen is het mogelijk dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van boommarter.

Wel is uitgesloten dat het om essentieel leefgebied van boommarter gaat vanwege de alternatieven in de vorm van de percelen ten zuiden van het plangebied en in het plangebied zelf (het noordoostelijke deel blijft behouden). Das Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen sporen van das aangetroffen. Ook is er geen dassenburcht aangetroffen in het plangebied. Verblijfplaatsen van dassen binnen het plangebied zijn daarom uitgesloten. Wel kan het plangebied onderdeel zijn van leefgebied van das. Dit betreft op voorhand niet-essentieel leefgebied vanwege de alternatieven in de directe omgeving (ten zuiden van het plangebied) en op het perceel zelf (het noordoostelijke deel zal behouden blijven). Eekhoorn Tijdens het veldbezoek zijn geen eekhoornnesten aangetroffen in het plangebied. Wel is volgens de eigenaar van de camping een eekhoornnest aanwezig in het noordoostelijke deel van het perceel. Dit deel van het perceel blijft behouden. Hier zijn ook eekhoornkasten aanwezig (afbeelding 2.16). Deze mogelijke verblijfplaatsen van eekhoorns blijven dus behouden. Het plangebied is mogelijk onderdeel van leefgebied van eekhoorns. Dit betreft op voorhand niet-essentieel leefgebied vanwege alternatieven in de directe omgeving (ten zuiden van het plangebied) en op het perceel zelf (het noordoostelijke deel zal behouden blijven).

Andere beschermde soorten Geschikte verblijfplaatsen voor andere beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt zijn ook uitgesloten. Dit omdat er geen sporen zijn gevonden van andere strikt beschermde soorten en ook zijn er geen structuren aangetroffen die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor deze soorten. Vrijgestelde en niet-beschermde soorten Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Ook algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht, zie artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Ook is aantasting van essentieel leef- of foerageergebied uitgesloten vanwege de alternatieven direct ten zuiden van het plangebied en op het perceel zelf (het noordwestelijke deel blijft behouden). Nader onderzoek naar strikt beschermde overige zoogdieren is daarom niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten.

Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn.

11

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.4 Vissen In de laatste vijf jaar zijn geen waarnemingen bekend van beschermde vissen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022 en bijlage 3). In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor aanwezigheid van vissen kan worden uitgesloten. Effect: Aanwezigheid van vissen in het plangebied is uitgesloten door de afwezigheid van oppervlaktewater. Nader onderzoek naar vissen is niet nodig. 2.5 Amfibieën In de laatste vijf jaar zijn waarnemingen bekend van amfibieën in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022 en bijlage 3). Het gaat daarbij om de soorten bruine kikker en kleine watersalamander. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van amfibieën kan worden uitgesloten. Vanwege de aanwezigheid van een poel op 30 meter afstand van het plangebied op het ten zuiden naastgelegen perceel kan het plangebied onderdeel zijn van landhabitat van de genoemde soorten. Voor genoemde soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast genoemde vrijgestelde soorten komen er in de omgeving van het plangebied geen andere amfibieën voor. Effect: Aanwezigheid van voortplantingsplaatsen binnen het plangebied is uitgesloten vanwege de afwezigheid van oppervlaktewater. Het plangebied kan gebruikt worden als landhabitat door beschermde amfibieën.

Voor de te verwachten soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Vervolgonderzoek naar amfibieën is daarom niet nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing. 2.6 Reptielen In de laatste vijf jaar is een waarneming bekend van de reptielensoort levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022 en bijlage 3). Deze waarneming is gedaan 1,2 kilometer ten noordoosten van het plangebied in gebied ‘Stroesche Zand’. Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met dit gebied en de kans dat de levendbarende hagedis vanuit het ‘Stroesche Zand’ in het plangebied komt is nihil. Bovendien is het plangebied ongeschikt als leefgebied omdat de voorkeurshabitat van levendbarende hagedis heide en hoogveen betreft. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden maar deze habitattypen zijn niet aanwezig in het plangebied. Effect: Aanwezigheid van beschermde reptielen is uitgesloten vanwege het ontbreken van voorkeurs habitattypen. Vervolgonderzoek naar reptielen is niet noodzakelijk. 2.7 Vaatplanten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Vanuit de NDFF zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde of bijzondere vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen vijf jaar (NDFF, 2022 en bijlage 3). Binnen het plangebied komen alleen algemeen voorkomende vaatplanten voor.

Bovendien betreft het een goed onderhouden camping waarbij er bijvoorbeeld geen ruigte aanwezig is. Het plangebied voldoet daarom niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Aanwezigheid en effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig.

12

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.8 Overige soortgroepen In de laatste vijf jaar is een waarneming bekend van overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2022 en bijlage 3). Het gaat daarbij om een waarneming van de dagvlinder grote vos. Grote vos komt vooral voor in vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Dergelijk habitat is aanwezig binnen het plangebied in de vorm van de aanwezige bomen. Individuen van grote vos zijn ten tijde van de werkzaamheden in overwintering. Typische overwinteringsplaatsen zijn stapels hout of holle bomen. Stapels hout zijn niet aangetroffen in het plangebied maar wel één boom met een holte (boom 15 van de bomeninventarisatie) en één boom met een scheur in een tak (boom 25 van de bomeninventarisatie)(Visser, 2022). Daarnaast is het mogelijk dat algemeen voorkomende soorten libellen en vlinders voorkomen binnen het plangebied. Het plangebied zal de functie van leefgebied voor deze soorten in de toekomstige situatie ook vervullen. Effect: De boom met holte en de boom met scheur dienen behouden te worden tijdens de werkzaamheden om een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van grote vos te voorkomen. Wanneer deze bomen behouden blijven is overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van grote vos uitgesloten.

Ook zijn effecten op algemeen voorkomende soorten libellen en vlinders niet te verwachten omdat het plangebied de functie van leefgebied zal blijven vervullen. Nader onderzoek naar overige soorten is niet nodig. 2.9 Algemeen • Ten aanzien van alle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van Economische Zaken (EZ)) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

13

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Gebiedsbescher ming

Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van ­beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) In het GNN is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’-principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. De onderzoekslocatie ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) (afbeelding 3.1). Het dichtsbijzijnde GNN-gebied ligt 1,2 km ten noordoosten van het plangebied en het dichtsbijzijnde GO-gebied ligt 1,3km ten noordwesten van het plangebied. In bepaalde gevallen dient extra gekeken te worden naar het externe effect van de ontwikkelingen op het GNN (Raad van state, 2019).

Gezien voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied en de afstand tot het dichtsbijzijnde GNN-gebied is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘nee, tenzij’-toets is niet aan de orde. Ook externe effecten op het GO zijn uitgesloten. In de omgeving van het plangebied komen geen weidevogelgebieden of rustgebieden voor winterganzen voor. Het dichtsbijzijnde gebied met deze functies (beide functies zijn daar van toepassing) bevindt zich op 12,5 km afstand in noordwestelijke richting. Zowel indirecte als directe effecten op deze gebieden van de voorgenomen activiteiten zijn op voorhand uitgesloten door de grote afstand.

1,2 km 1,3 km

Afbeelding 3.1: Afstand van het plangebied (rode stip) tot GNN (donkergroen) is ongeveer 1,2km. Afstand tot GO (lichtgroen) is ongeveer 1,3km. Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2022.

14

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3.2 Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ongeveer 1,2 km in noordoostelijke richting (afbeelding 3.2). Het perceel heeft geen landschappelijke binding met dit Natura 2000-gebied. Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de ligging op ruim 1,2 km van het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etcetera) door sloopwerkzaamheden en het toekomstige gebruik van het projectgebied op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een toename van stikstofemissie door de werkzaamheden. De bouwvrijstelling die geldig was vanaf 01-07-2021 is per 02-11-2022 vervallen. Een stikstofberekening kan dus nodig zijn voor de aangegeven werkzaamheden.

Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied (rode stip) tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (1,2km). Bron: AERIUS calculator, 2022.

15

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Conclusies en aanbevelingen

Vanuit de resultaten van de onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming

Aanwezig Effect

Vogels - jaarrond beschermde nesten Vogels - algemene broedvogels Vleermuizen - verblijfplaatsen Vleermuizen - essentieel foerageergebied Vleermuizen - vliegroutes Vleermuizen - lichtverstoring Overige zoogdieren - gebouwbewonend Overige zoogdieren - grond-/boombewonend Overige zoogdieren - vrijgestelde soorten Vissen - beschermde soorten Vissen - algemene soorten Amfibieën - beschermde soorten Amfibieën - vrijgestelde soorten Reptielen - beschermde soorten Flora - beschermde soorten Overige beschermde soorten

Nee Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk n.v.t. Nee Mogelijk Mogelijk Nee Nee Nee Mogelijk Mogelijk Nee Mogelijk

Gebeidsbescherming

Aanwezig Effect

Gelders Natuurnetwerk Groene Ontwikkelingszone Overige provinciaal beschermde gebieden Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen Natura 2000 - stikstof

Nee Nee Nee Nee n.v.t.

16

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

Geen Mogelijk Geen Geen Geen Mogelijk Geen Geen Geen Geen Geen Geen Mogelijk Mogelijk Geen Mogelijk

Geen Geen Geen Geen Mogelijk

Nader Planonderzoek wijziging Zie 4.2.1

Zie 4.2.1

Zie 4.2.1 Zie 4.2.1 Zie 4.2.1

Nader Planonderzoek wijziging

Zie 4.2.2

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4.2

Conclusies en aanbevelingen

4.2.1 Soortenbescherming Vogels •

Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van jaarrond beschermde nesten is daarmee uitgesloten. Vervolgonderzoek naar soorten met jaarrond beschermde nesten is daarom niet nodig.

•

Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten uit buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode.

Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) van de Wet natuurbescherming. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar gebouw- of boombewonende vleermuissoorten. • Er is sprake van lijnvormige structuren die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Ook is mogelijk geschikt foerageergebied aanwezig vanwege opgaande begroeiing en bomen. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet nodig omdat een groot deel van de bomen behouden blijven en er geen negatief effect te verwachten is vanwege voldoende alternatieven in de directe omgeving. Wel dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied en vliegroutes voorkomen te worden. Dit is mogelijk door tijdens de sloopfase, werkzaamheden en de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal drie meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig.

Overige zoogdieren • Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor boommarter omdat er geen grote holten of takkenhopen zijn aangetroffen in het plangebied. Het plangebied kan wel deel zijn van leefgebied van boommarter maar dit betreft op voorhand niet-essentieel foerageergebied door de vele alternatieven in de omgeving en op het perceel zelf. Nader onderzoek naar boommarter is daarom niet nodig. • Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor das omdat er geen dassenburcht is aangetroffen in het plangebied. Het plangebied kan wel deel zijn van leefgebied van das maar dit betreft op voorhand niet-essentieel foerageergebied door de vele alternatieven in de omgeving en op het perceel zelf. Nader onderzoek naar das is daarom niet nodig. • Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor eekhoorn omdat er geen eekhoornnesten zijn aangetroffen in het plangebied. Het plangebied kan wel deel zijn van leefgebied van eekhoorn maar dit betreft op voorhand niet-essentieel foerageergebied door de vele

17

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

alternatieven in de omgeving en op het perceel zelf. Nader onderzoek naar eekhoorn is daarom niet nodig. • Algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas en egel kunnen voorkomen in het plangebied. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing. Overige soortgroepen • Voor wat betreft overige soortgroepen (vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en flora) zijn geen beschermde soorten te verwachten in het plangebied of zijn geen effecten te verwachten van de voorgenomen activiteiten. Wel kunnen algemene soorten (amfibieën en ongewervelden) voorkomen in het plangebied. Voor de te verwachten soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Overige beschermde soorten • Ten behoeve van de dagvlinder grote vos dienen de boom met holte en de boom met scheur behouden te blijven. Overtreding van de Wet natuurbescherming is daarmee uitgesloten. Nader onderzoek naar deze en overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houd wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. Ten aanzien van zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming.

Dit geldt met namen voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Deze provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van Economische Zaken (EZ)) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 4.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO). De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN of GO. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. Ook aantasting van beschermde weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen is uitgesloten door de grote afstand van het plangebied tot deze gebieden. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project en de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000).

Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • Tijdens de werkzaamheden kan er mogelijk een toename in stikstofuitstoot optreden. Het uitvoeren van een stikstofberekening kan daarom nodig zijn.

18

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Literatuurlijst NDFF, 2022, Verspreidingsatlas, Opgehaald van ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/, geraadpleegd op 01-12-2022 Visser, 2022, Rapportage Bomeninventarisatie Heideweg 14 Stroe V2, De Slijpkruik Ecologie B.V. Raad van State, 2019, Uitspraak 201706905/1/R1 en 201805064/1/R1, Raad van State.

19

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Relevant kaartmateriaal

Afbeelding. 1.1: Kaart van het plangebied (rode kader). Bron ondergrond: GoogleEarth 2022.

Voorthuizen

Stroe

Afbeelding. 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode cirkel) ten opzichte van Voorthuizen en Stroe. Bron ondergrond: GoogleEarth, 2022.

20

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

9/53

renvooi

9/54

(bedrijfs)woning

9/21 9/26

bijgebouw

9/22

9/25

bijgebouwen t.b.v. recreatie 8

3

recreatiewoning stacaravan onderlegger (GBKN)

2 4

5

perceelsgrens

A 14

1 7 14

14B 14C

/13 14

/12 14 /35 14

g we ide He

14 /06

6

14/34

16

9 8 0 14/3

/09 14

/32 14

/37 -14 /36 14

/27 14 /18 14 14 /38 -1 4/3 9

14/40

/20 14

20/606

gebouw functie

oppervlakte

1

bijgebouw

53,63 m2

2

houthok

11 m2

3

veranda

16,8 m2

4

werkplaats/berging

75,19 m2

5

bijgebouw

63,13 m2

6

bijgebouw

86,5 m2

7

bijgebouw

6,5 m2

8

veranda

12,5 m2

9

opslag/ stalling

140 m2

totaal:

465,25 m2

20/703 20/604

20/612 20/614

20/402

20/602

20/616 20/404 20/618 20/620 20/406

20/622

0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl

20/408

20/624 20/626

projectnr.

onderwerp

3544

BESTAANDE SITUATIE

LANDBORG

HOLEVOETPLEIN 301

POSTBUS 2

CAMPING DE STELLINGWERF - HEIDEWEG 14, STROE 3925 ZG

SCHERPENZEEL

033 - 30 31 060

INFO@LANDBORG.NL

datum:

25 april 2022

schaal:

1 : 1200

WWW.LANDBORG.NL

Afbeelding. 1.3: Huidige situatie. Bron: bestaande situatie, 3544, Landborg 2022. 9/53

renvooi

9/54

bestaande/ nieuwe woning

9/21 9/26 9/25

nieuw bijgebouw

9/22

bestemmingsvlak 8

3

onderlegger (GBKN) perceelsgrens

2

waardevolle bomen behouden

14a

1.500,00 m2

7

14B

1

14C

g we ide He

1.500,00 m2

m2 / m 3

nummer functie

A 14

4

5

1.500,00 m2

6 16

8

woning

-1

- bijgebouw

53,63 m2

-2

- houthok

11 m2

-3

- veranda

16,8 m2

14b

woning

-4

- bijgebouw

75,19 m2

-5

- bijgebouw

63,13 m2

14c

woning

-6

- bijgebouw

86,5 m2

-7

- bijgebouw

6,5 m2

-8

- veranda

12,5 m2

** weiland ** 20/606

325,25 m2 oppervlakte en inhoudsbepalingen gebaseerd op rapport Inventarisatie inhoud woningen camping de

waardevolle bomen behouden

Stellingwerf - (Oramba) d.d.

20/604

20/612

- Gemeente

20/614

20/402

20/616

waardevolle bomen behouden

20/602

20/404 20/618 20/620

20/624

- sectie:

BARNEVELD C

- perceel nr.:

6357, 6358

- schaal:

1 : 600

20/406

20/622

0318 744 150 | Struikweg 8, Harskamp | struikhoeve.nl | sloopmeters.nl

Kadastraal bekend:

20/408

20/626

projectnr.

onderwerp

datum:

29 april 2022

3544

NIEUWE SITUATIE

CAMPING DE STELLINGWERF - HEIDEWEG 14, STROE

schaal:

1 : 1200

LANDBORG

HOLEVOETPLEIN 301

3925 ZG

WWW.LANDBORG.NL

POSTBUS 2

SCHERPENZEEL

033 - 30 31 060

INFO@LANDBORG.NL

Afbeelding. 1.4: Nieuwe situatie. Bron: nieuwe situatie, 3544, Landborg 2022.

21

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 2 Sfeerimpressie van het plangebied

Afbeelding. 2.1: Zuidwestzijde recreatiewoning 38 Afbeelding. 2.2: Zuidoostzijde recreatiewoning 38 en 39. en 39.

Afbeelding. 2.3: Recreatiewoning 36 en 37.

Afbeelding. 2.4: Recreatiewoning 40.

Afbeelding. 2.5: Recreatiewoning 35.

Afbeelding. 2.6: Te slopen opslagschuur.

22

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding. 2.7: Te slopen bedrijfswoning.

Afbeelding. 2.8: Dakpannen van recreatiewoning 35 met daaronder de driehoekige houten blokjes tegen huismussen.

Afbeelding. 2.9: Klimop over de rand van de Afbeelding. 2.10: Dakpannen van de bedrijfswoning. dakpannen bij recreatiewoning 35.

Afbeelding. 2.11: Dakpannen van recreatiewoning Afbeelding. 2.12: Aangetroffen spechtengat in een 34. boom.

23

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding. 2.13. Aangetroffen scheur in een tak Afbeelding. 2.14: Noordkant van het perceel. van een boom.

Afbeelding. 2.15: Nest in een boom.

Afbeelding. 2.16: Eekhoornkast in een boom in het noordoostelijke deel van het perceel.

Afbeelding. 2.17: Recreatiewoning 34.

Afbeelding. 2.18: Vogelhuisje in een boom.

24

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 3 NDFF waarnemingen tabel Soortgroep Vaatplanten Vogels ( jaarrond beschermde nesten)

Soort Bonte vliegenvanger

Boomklever Boomkruiper Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grote bonte specht Huismus Koolmees Pimpelmees Ransuil Sperwer Spreeuw Steenuil Zwarte kraai Zwarte roodstaart Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Grondgebonden Boommarter zoogdieren Das Eekhoorn Egel Haas Konijn Ree Wolf Vissen Amfibieën Bruine kikker Kleine watersalamander Reptielen Levendbarende hagedis Overige soortgroepen Grote vos

25

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

Aantal 1 2 3 2 1 3 3 5 3 2 1 5 2 3 1 1 54

Beschermingsregime Vogelrichtlijn (VR) (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 2) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 4) VR (Categorie 4) VR (Categorie 5) VR (Categorie 1) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) Habitatrichtlijn (HR)

1 2 32 10 9 2 1 72

Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten

3 1 1 1

Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 4 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

26

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf

Artikel Lid Verbodsbepaling

§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn

3.1

§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten

3.5

3.10

1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

2*

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren

3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

27

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.3 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genaamd). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.

Toets houtopstanden toevoegen cat5 soorten bepaalde omstandigheden toevoegen

28

Ecologische quickscan Heideweg 14 te Stroe

18 januari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9ef3263c-64d6-4378-be11-9c137622d90b