CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Heetkamperweg II_Toelichting_Bijlage 4 Verkennend bodem- en asbestonderzoek.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Heetkamperweg II.27.727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM HEETKAMPERWEG 21 TE STROE

Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Heetkamperweg 21 te Stroe Opdrachtgever

Lowijs advies Weegbree 6 8096 XW Oldebroek

Rapportnummer Versienummer

12782.003 D1

Status

Eindrapportage

Datum

21 juli 2020

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

Dhr. A.P. Bregman, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevr. M.G.B. Ellenkamp, MSc

Paraaf Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 3 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 5 Calamiteiten ...................................................................................................................... 5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 6 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 7 Terreininspectie ................................................................................................................ 7 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 8 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 8

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 9

5

VELDWERK .............................................................................................................................. 10 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 13 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen........................................................................................................................ 10 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................................ 10 Grondonderzoek ............................................................................................................. 11 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .......................... 11 Grondwateronderzoek .................................................................................................... 11 5.5.1 Uitvoering veldwerk .......................................................................................... 11 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................. 12

Uitvoering analyses ........................................................................................................ 13 Toetsingskader ............................................................................................................... 15 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 17 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 18

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 19

12782.003

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 5a. 5b.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit

12782.003

1

INLEIDING

Lowijs advies heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem op de locatie Heetkamperweg 21 te Stroe. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest ter plaatse van een deel van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond".

Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten worden getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Tevens is indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 1 van 22

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4,8 ha) ligt aan de Heetkamperweg 21 te Stroe (zie bijlage 1) en is kadastraal bekend gemeente Garderen, sectie K, perceelnummers 126, 129, 130, 417, 585, 767, 819, 1121 (al dan niet gedeeltelijk). De onderzoekslocatie (met toekomstige inrichting) is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Figuur 1. Contour onderzoekslocatie (witte stippellijn) en nieuwe situatie

Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland varieert de hoogte van het maaiveld tussen circa 19,2 m +NAP en circa 20,7 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 176.700, Y = 466.026.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 2 van 22

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (de heer B. Lowijs ), d.d. 7 mei 2020 Eigenaar (de heer E. Verdaasdonk ), d.d. juni 2020

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Barnveld (contactpersoon mevrouw P. Relou), d.d. 17 juni 2020 Omgevingsdienst De Vallei (contactpersoon de heer A. Venema), d.d. 24 juni 2020

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal/luchtfoto’s - basisregistratie grootschalige topografie - Atlas Gelderland (bodem) - Asbestdakenkaart Gelderland - kadastrale gegevens - hoogtekaart - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers - bodemverontreinigingen https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers - asbestdakenkaart www.kadaster.nl www.ahn.nl maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 25, 26 en 29 juni 2020

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie tot circa 1952 in gebruik was als landbouwgrond op de rand van het heidegebied Het Kootwijksche Veld. Op de kaart van 1953 is de eerste bebouwing zichtbaar, op het meest noordelijke deel van de locatie. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is de bebouwing verder uitgebreid waarbij ook het zuidelijke terreindeel is ingericht met enkele gebouwen. De paden op het terrein verschijnen op de kaarten na 1975. Het campingterrein krijgt in de volgende jaren steeds meer vorm. In 2010 is een uitbreiding gerealiseerd naar het zuidelijk gelegen grasland. De historische situatie is in figuur 2 weergegeven.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 3 van 22

1930

1950

1975 2005 Figuur 2. Historische kaartmateriaal (bron: www.topotijdreis.nl)

1960

2016

Op basis van informatie afkomstig van de gemeente Barneveld en de Omgevingsdienst De Vallei blijkt dat op het terrein in het verleden sprake was van een voormalige bovengrondse tank (3.000 liter HBO-tank) en een voormalig ondergrondse tank (5.000 liter HBO-tank). Deze zijn respectievelijk in 1993 en 1997 onder KIWA-certificaat gereinigd en verwijderd waarbij destijds visueel geen verontreinigingen zijn waargenomen. Een derde tank (ondergronds) staat geregistreerd voor de locatie Heetkamperweg nr. 23, welke in 1997 is gereinigd en gevuld met zand. De exacte ligging van deze tank is niet bekend, maar valt op basis van het adres buiten de onderzoekslocatie en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten. De ligging van de voormalige twee tanks is in figuur 3 weergegeven.

Figuur 3. Tekening met ligging voormalige tanks

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 4 van 22

Voor de locatie zijn diverse bouw- en hinderwegvergunningen afgegeven. Een overzicht is hieronder weergegeven. 93B/1952 4A/1953 251B/1953 146B/1956 25B/1956 225B/1958 53/1961

Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning

790/1961

Bouwvergunning

731/1965 550/1967 559/1969 234/1975 805/1977

Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Hinderwetvergunning Revisievergunning Bouwvergunning Bouwvergunning Melding Sloop

HW-13/1978 MV-1994-93 301/2001 479/2010 2018S1324

bouwen kampeerhuisje verbouwen kampeerhuisje tot woonhuis bouwen recreatiezaal bouwen (verplaatsen) zomerhuisjes bouwen 7 kampeerhuisjes bouw kantine vernieuwen en vergroten zomerhuisje vergroten/veranderen zomerhuisje, bouw kolenberging plaatsen nieuwe kozijnen vergroten toiletgebouw uitbreiden kampwinkel uitbreiden toiletgebouw uitbreiden woning uitbreiden zomerhuisje oprichten en in werking hebben van een opslag van propaan en butaangas aard inrichting niet vermeld verbouwen en uitbreiden van een woning oprichten van een sanitairgebouw het verwijderen van asbesthoudend materiaal

Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Verleend Geaccepteerd

De camping is voor zover bekend sinds 2018 niet meer in gebruik en is momenteel deels braakliggend met gedeeltelijk gesloopte vakantiehuizen en stacaravans op het terrein. Een sloopmelding is in 2018 ingediend, waarbij melding wordt gemaakt van het verwijderen van asbesthoudend materiaal van vier voormalige vakantiehuizen op het noordelijke deel van de camping. Als onderdeel hiervan is een asbestinventarisatie uitgevoerd en zijn de asbestplaten van de daken en de asbesthoudende afvoerbuizen op formele wijze verwijderd. Met betrekking tot het zuidelijke deel van de locatie betreft het agrarisch gebied (grasland en akker) welke sinds 2010 ook in gebruik is door de camping als staplaats voor campers en caravans. Een sanitairgebouw is in 2010 in de noordwestelijke hoek gebouwd. Deze gebouw is nog aanwezig. Op basis van de Risicokaart van de gemeente Barneveld is de betreffende locatie niet verdacht op de aanwezigheid van NGE. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De huidige recreatiebestemming (camping De Bokkesprong) zal worden gewijzigd in een woon- of agrarische bestemming. Binnen de locatie zijn twee huidige bedrijfswoningen aanwezig. Deze worden behouden. Binnen de contouren van de onderzoekslocatie worden verder in totaal 6 woonkavels gecreëerd. De huidige bedrijfswoningen krijgen een woonbestemming. Het centrale terreindeel (kavels met seizoenskampeerders) krijgt een agrarische bestemming. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de ge-

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 5 van 22

meente/Omgevingsdienst blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op een deel van de locatie is in 2009 een bodemonderzoek uitgevoerd (‘Verkennend bodemonderzoek aan de Heetkamperweg 21 te Stroe’, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, rapportnummer M09.0041, d.d. 15 mei 2009). Het onderzoek is uitgevoerd op een deel van het zuidelijke grasland ten behoeve van het in gebruik nemen van de locatie door de camping. In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, koper en zink gemeten. De verhoogde concentraties zijn naar verwachting van nature verhoogd, of mogelijk toe te schrijven aan agrarisch gebruik van de locatie (uitloging van meststoffen). De locatie van het onderzoek is in figuur 4 afgebeeld.

Figuur 4. Tekening uit bodemonderzoek 2009

Er zijn verder geen bodemonderzoeksrapporten bekend voor de onderzoekslocatie.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 6 van 22

3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich een landbouwperceel; aan de oostzijde bevindt zich de Provinciale weg N310 en verder bos- en heidegebied; aan de zuidzijde bevindt zich woonpercelen en landbouwgrond; aan de westzijde bevindt zich een woonperceel en landbouwgrond.

Op bodemloket.nl en het digitale atlas van Provincie Gelderland wordt voor het perceel aan de Bosbergerweg 11 een onderzoeksrapport vermeld uit 2002 (Midden Nederland Milieu, rapportnummer vo/vdb/2002/029, d.d. 25 maart 2002). De status vermeld dat in de grond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn gemeten. In het grondwater wordt de streefwaarde overschreden. Het perceel ligt ten zuiden en ten oosten van de huidige onderzoekslocatie op een afstand van circa 30 meter. Verder wordt op bodemloket.nl en het digitale atlas van Provincie Gelderland voor het perceel aan de Breeveenseweg 13 een onderzoeksrapport vermeld uit 2001 (Kattenbroek, rapportnummer DSVO01012, d.d. 29 januari 2001). De status vermeld dat in de grond geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde zijn gemeten. In het grondwater wordt de streefwaarde overschreden. Het perceel ligt ten westen van de huidige onderzoekslocatie aan de overkant van de Breeveenseweg, op een afstand van circa 25 meter. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie worden verder geen bodemonderzoeksrapporten, verontreinigingscontouren, saneringscontouren of zorgmaatregelen vermeld. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. Tijdens de locatieinspectie was te zien dat de camping al ruime tijd niet in gebruik is. Veel gebouwen en huisjes zijn verwijderd of deels gesloopt. Verspreid over het terrein is sprake van sloopafval in wisselende hoeveelheid, bestaande uit diverse materialen (bijvoorbeeld hout, ijzer, tegelbrokken, oude dakbedekking enzovoorts). Binnen de gehele locatie van deellocatie A is sprake van een heterogene verspreiding van dit materiaal. Tevens zijn door de veldwerker tijdens de locatieinspectie plaatselijk een aantal potentiele verontreinigingsbronnen waargenomen. Het betreft: Een kleine loods op het noordelijke deel van het terrein waar een trekker staat gestald. Op de tegelvloer lijkt sprake te zijn van een olievlek. Bij een stacaravan nabij de westelijke terreingrens is een olietankje aanwezig in een zelfgemaakte lekbak (oude kliko). Hierin is een gat gemaakt met mogelijke lekkage als gevolg. Op het zuidelijke terrein is sprake van brandplekken welke verdacht zijn op verhoogde gehalten aan PAK (er zijn koolresten op het maaiveld zichtbaar).

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 7 van 22

-

Op het noordelijke terrein van de camping waren in het verleden vier vakantiehuizen aanwezig met asbestdaken. Op basis van het beschikbaar asbestinventarisatierapport (d.d. 20 november 2018) hadden de daken geen dakgoot en was sprake van een asbesthoudend afvoerpijp in elk huis. De huizen zijn gesloopt (het asbest is op formele wijze verwijderd).

3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Er is geen informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondgehalten in de grond. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemfunctiezone "Overig” (niet Industrie of Wonen), van het gebied waarvoor de gemeenten Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel, Ede en Wageningen gezamenlijk een Bodemkwaliteitskaart hebben opgesteld (door Omgevingsdienst De Vallei). De boven- en ondergrond wordt op de ontgravingskaart ingedeeld in de zone met ontgravingsklasse ‘Landbouw/natuur’. Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen.

Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit haarpodzolgronden, kamppodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 18,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 8 van 22

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. Het gebied is opgedeeld in twee deellocaties: A – campingterrein; B – agrarisch gebied. Tevens zijn enkele lokale deellocaties aangemerkt (C tot en met F). Met betrekking tot de twee voormalige tanks (bovengronds en ondergronds) worden twee verificatieboringen uitgevoerd (A52 en A53) in aanvulling op de boringen binnen deellocatie A. Bij het eventueel zintuiglijk waarnemen van verontreinigingen worden separate monsters ingezet voor analyse. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.

Onderzoeksstrategie Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte stoffen

Onderzoeksstrategie

Terrein als geheel A

Campingterrein

3,2 ha

B

Agrarisch gebied

1,7 ha

metalen, minerale olie, PAK -

VED-HE-NL ONV-NL

Lokaal onderzoek op basis van locatieinspectie C

Oliespot in loods

< 100 m2

minerale olie

VEP

D

Tank in geïmproviseerde lekbak

< 10 m2

minerale olie

VEP

E

Brandplek

< 100 m2

PAK

VEP

F

4 voormalige huisjes met asbestdaken

gezamenlijk ca. 300 m2

asbest

VEP (NEN 5707)

Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740: ONV-NL: Onverdacht, niet lijnvormig VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig VEP: Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VEP (NEN 5707): Verdacht, plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern

Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFASverontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 9 van 22

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 25, 26, 29 juni, 3 juli en 10 juli 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heren A. Bruil, A.G.C. Rondeel en J.T. Bouwman. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De boringen en peilbuizen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en zuigerboor. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.

Het opgeboorde materiaal is tevens middels een olie-waterreactie beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld. 5.2

Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In tabel 3 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 3.

Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte van geïnspecteerde locatie

300 m²

Conditie toplaag

droog

Beperkingen van de inspectie

geen

Weersomstandigheden

Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m

Zand, klei/leem en/of veen

zand

Los of (deels) vastgereden

los

Geen/matige vegetatie

geen

Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)

90-100 %

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

nee

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 10 van 22

5.3

Grondonderzoek

Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. Tabel 4.

Uitgevoerde werkzaamheden Veldwerk

Analyses

Deellocatie Boringen/peilbuizen

Verharding

Grond*

Grondwater

Algemeen bodemkwaliteit campingterrein en agrarisch gebied A

Campingterrein

38 tot 0,5 m -mv 9 tot 2,0 m-mv 4 peilbuizen

grotendeels onverhard, 9 x bovengrond (verdachte laag) plaatselijk te4 x onverdachte ondergrond gels/klinkers.

4 x standaardpakket

B

Grasland/agrarisch gebied

19 tot 0,5 m -mv 5 tot 2,0 m-mv 3 peilbuizen

grasland/akker

4 x onverdachte bovengrond 3 x onverdachte ondergrond

3 x standaardpakket

Aanvullend lokaal onderzoek o.b.v. locatie-inspectie en vooronderzoek C

Oliespot in loods

2 tot 1,0 m -mv 1 peilbuis

tegels

1 x minerale olie (bovengrond)

1 x standaardpakket

D

Tankje in geïmproviseerde lekbak

1 tot 1,0 m -mv 1 peilbuis

onverhard

1 x minerale olie (bovengrond)

1 x standaardpakket

E

Brandplek

3 tot 1,0 m -mv

onverhard

1 x PAK (bovengrond)

- (*A)

F

Vml. asbestdaken

5 inspectiegaten ca. 1 meter lengte x 30 cm breed x 10 cm diep (druppelzone)

onverhard

1 x asbest-in-grond

n.v.t.

(*A): gecombineerd met deellocatie A.

5.4

Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend of zwak tot matig roesthoudend en oerhoudend. In de ondergrond van deellocatie B is plaatselijk en veenlaag aangetroffen in de ondergrond. De bovengrond is bij boring A46 bevat een zwakke bijmenging van baksteenresten. Verder is bij boring C01 in de loods (deellocatie C) onder de tegelverharding plaatselijk op passieve wijze een zwakke oliegeur waargenomen. 5.5

Grondwateronderzoek

5.5.1

Uitvoering veldwerk

Verdeeld over het onderzoeksgebied zijn peilbuizen geplaatst. De filterstellingen zijn weergegeven in tabel 5. Twee peilbuizen zijn specifiek uitgevoerd bij de twee verdachte locaties van deellocatie C (loods) en deellocatie D (tank in lekbak). De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 25 juni en 3 juli is ingeschat.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 11 van 22

5.5.2

Grondwaterbemonstering

De grondwaterbemonstering is op 3 juli en 10 juli 2020 uitgevoerd door de heer A.G.C. Rondeel en de heer J.T. Bouwman. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 5 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 5. Peilbuisnummer

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

Deellocatie A: Campingterrein A05

Centraal op noordelijk deel

3,30 - 4,30

2,72

390

11,8

6,9

A19

Noordwestelijk op terrein

3,60 - 4,60

3,12

120

14,2

7,1

A33

Oostelijk op middenterrein

3,70 - 4,70

3,21

90

8,02

6,8

A36

Zuidwestelijk op terrein

3,20 - 4,20

2,67

180

10,2

6,9

Deellocatie B: Grasland/agrarisch gebied B04

Noordoostelijke op terrein

3,00 - 4,00

2,48

240

13,8

7,2

B10

Centraal op terrein

3,00 - 4,00

2,49

240

24,6

7,2

B20

Zuidelijk op terrein

2,70 - 3,70

2,68

610

31,8

7,2

3,10 - 4,10

2,48

510

12

6,9

3,50 - 4,50

3,06

210

32

7,0

Deellocatie C: loods met olievlek C01

Ter plaatse van olievlek

Deellocatie D: tank in lekbak D01

Direct naast tank

De troebelheid van het grondwater is grotendeels hoger dan 10 NTU. Een hoge troebelheid kan mogelijk invloed hebben op de metingen van organische parameters. Indien onverwacht hoge concentraties aan organische parameters worden aangetoond in het grondwater kan herbemonstering met aandacht voor een verminderde troebelheid wenselijk zijn.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 12 van 22

6

LABORATORIUMONDERZOEK

6.1

Uitvoering analyses

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De zintuiglijk meest verontreinigde grondmonsters zijn gebruikt bij de samenstelling van de grondmengmonsters. De grondmengmonsters en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -

standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

minerale olie grond; droge stof, organische stof en minerale olie;

-

PAK grond; droge stof, lutum, organische stof en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Na bekend worden van de analyseresultaten is het grondwater uit peilbuis D01 opnieuw geanalyseerd op de parameter cadmium ter verificatie van de gemeten concentratie (vanwege de sterke afwijking met betrekking tot de overige grondwatermonsters op de locatie). Tabel 6 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 6.

Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten

Grond(meng)monster

Boorpunt en Traject (m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

Deellocatie A: Campingterrein MMA01

A01 (0,00 - 0,50) A04 (0,00 - 0,50) A08 (0,00 - 0,50) A09 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA02

A03 (0,00 - 0,60) A06 (0,00 - 0,50) A07 (0,00 - 0,50) A52 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA03

A13 (0,00 - 0,50) A14 (0,00 - 0,50) A23 (0,00 - 0,50) A25 (0,10 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA04

A15 (0,00 - 0,50) A21 (0,00 - 0,50) A22 (0,00 - 0,50) A53 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA05

A18 (0,15 - 0,50) A37 (0,12 - 0,50) A40 (0,12 - 0,50) A48 (0,12 - 0,35)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA06

A29 (0,00 - 0,50) A30 (0,00 - 0,50) A31 (0,00 - 0,50) A32 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA07

A28 (0,00 - 0,50) A33 (0,00 - 0,50) A41 (0,15 - 0,50) A47 (0,00 - 0,20)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 13 van 22

MMA08

A46 (0,00 - 0,10)

standaardpakket grond

bovengrond (zwakke bijmenging met baksteenresten)

MMA09

A35 (0,00 - 0,50) A43 (0,00 - 0,50) A45 (0,00 - 0,35) A49 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMA10

A03 (0,60 - 0,90) A03 (0,90 - 1,40) A05 (0,60 - 1,10) A09 (0,90 - 1,40) A11 (1,00 - 1,50) A11 (1,50 - 2,00) A52 (1,00 - 1,50) A52 (1,50 - 2,00)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMA11

A16 (0,50 - 0,70) A16 (0,70 - 1,00) A16 (1,00 - 1,50) A19 (0,70 - 1,20) A19 (1,20 - 1,50) A19 (1,50 - 2,00) A23 (0,50 - 0,70) A23 (0,70 - 1,10) A23 (1,10 - 1,50)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMA12

A33 (0,50 - 0,90) A33 (0,90 - 1,20) A33 (1,20 - 1,60) A39 (0,70 - 1,20) A39 (1,20 - 1,50) A39 (1,50 - 2,00) A47 (0,20 - 0,50) A47 (0,50 - 1,00) A47 (1,00 - 1,50)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMA13

A31 (0,80 - 1,30) A31 (1,30 - 1,80) A31 (1,80 - 2,00) A36 (0,50 - 1,00) A36 (1,00 - 1,50) A36 (1,50 - 2,00) A43 (0,70 - 1,00) A43 (1,00 - 1,50) A43 (1,50 - 2,00)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

Deellocatie B: Grasland/agrarisch gebied MMB01

B01 (0,00 - 0,50) B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMB02

B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMB03

B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B12 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMB04

B18 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) B20 (0,00 - 0,50) B21 (0,00 - 0,50) B22 (0,00 - 0,40) B23 (0,00 - 0,50) B24 (0,00 - 0,50) B25 (0,00 - 0,50) B26 (0,00 - 0,50) B27 (0,00 - 0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MMB05

B02 (0,60 - 0,80) B10 (0,50 - 0,75) B12 (0,60 - 1,00)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMB06

B02 (0,80 - 1,10) B10 (0,75 - 1,25)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

MMB07

B20 (0,50 - 0,65) B20 (0,65 - 1,15) B22 (0,60 - 1,00) B24 (0,60 - 0,80) B24 (0,80 - 1,20)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

minerale olie

verdachte bovengrond direct onder tegels (zwakke oliegeur)

minerale olie

verdachte bovengrond direct naast tank

PAK

Verdachte bovengrond ter plaatse van brandplek

Deellocatie C: loods met olievlek MMC01

C01 (0,04 - 0,40)

Deellocatie D: tank in lekbak MMD01

D01 (0,00 - 0,50) D02 (0,00 - 0,40)

Deellocatie E: brandplek MME01

E01 (0,00 - 0,25) E02 (0,00 - 0,25) E03 (0,00 - 0,30)

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 14 van 22

Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Ten aanzien van de parameter asbest is in het laboratorium in totaal 1 mengmonster geanalyseerd op het volgende analysepakket: -

asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 7.

Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket

(Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

Deellocatie F: voormalige huizen met asbestdaken ASB-MM1

6.2

F01 (0,00-0,10) F02 (0,00-0,10) F03 (0,00-0,10) F04 (0,00-0,10) F05 (0,00-0,10)

asbest kwantitatief

verdachte laag (mogelijke druppelzone)

Toetsingskader

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 15 van 22

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden.

In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 16 van 22

6.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek

Tabel 8 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 8.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Indicatieve toetsing Rbk

Deellocatie A: Campingterrein MMA01

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA02

0,00 - 0,60

PAK

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA03

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA04

0,00 - 0,50

PCB

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA05

0,12 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA06

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA07

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA08

0,00 - 0,10

PCB

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA09

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA10

0,60 - 2,00

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA11

0,50 - 2,00

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA12

0,20 - 2,00

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMA13

0,50 - 2,00

-

-

-

Altijd Toepasbaar

Deellocatie B: Grasland/agrarisch gebied MMB01

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB02

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB03

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB04

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB05

0,50 - 1,00

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB06

0,75 - 1,25

-

-

-

Altijd Toepasbaar

MMB07

0,50 - 1,20

-

-

-

Altijd Toepasbaar

-

-

-

Altijd Toepasbaar

-

-

-

Altijd Toepasbaar

-

-

-

Altijd Toepasbaar

Deellocatie C: loods met olievlek MMC01

0,04 - 0,40

Deellocatie D: tank in lekbak MMD01

0,00 - 0,50

Deellocatie E: brandplek MME01

0,00 - 0,30

In de grond zijn in drie mengmonsters in de bovengrond van deellocatie A licht verhoogde gehalten aan PAK of PCB gemeten. In de overige mengmonsters van de bovengrond en ondergrond als mede ter plaatse van de verdachte deellocaties zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 17 van 22

Tabel 9 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 9.

Overschrijdingen toetsingskader grondwater

Grondwatermonster

Situering peilbuis

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Deellocatie A: Campingterrein

A05-1-1

Centraal op noordelijk deel

barium

-

-

A19-1-1

Noordwestelijk op terrein

-

-

-

A33-1-1

Oostelijk op middenterrein

-

-

-

A36-1-1

Zuidwestelijk op terrein

zink

-

-

Deellocatie B: Grasland/agrarisch gebied

B04-1-1

Noordoostelijke op terrein

barium, cadmium, nikkel, zink

-

-

B10-1-1

Centraal op terrein

barium, nikkel, minerale olie

-

-

B20-1-1

Zuidelijk op terrein

barium, cadmium, nikkel

-

-

zink

-

-

barium, zink

-

cadmium (*A)

Deellocatie C: loods met olievlek

C01-1-1

Ter plaatse van olievlek

Deellocatie D: tank in lekbak

D01-1-1

Direct naast tank

(*A): bevestigd met heranalyse op cadmium

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. Bijlage 4c bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief). 6.4

Resultaten verkennend onderzoek asbest

Tabel 10 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 10.

Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)

(Meng)monster

Traject (m -mv)

Asbestgehalte (< 20 mm)

Deellocatie F: voormalige huizen met asbestdaken ASB-MM1

F01 (0,00-0,10) F02 (0,00-0,10) F03 (0,00-0,10) F04 (0,00-0,10) F05 (0,00-0,10)

< 0,3 mg/kg d.s.

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 18 van 22

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Econsultancy heeft in opdracht van Lowijs advies een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd aan de Heetkamperweg 21 te Stroe. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest ter plaatse van een deel van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Tijdens de locatieinspectie was te zien dat de camping al ruime tijd niet in gebruik is. Veel gebouwen en huisjes zijn verwijderd of deels gesloopt. Verspreid over het terrein is sprake van sloopafval in wisselende hoeveelheid, bestaande uit diverse materialen (bijvoorbeeld hout, ijzer, tegelbrokken, oude dakbedekking enzovoorts). Binnen de gehele locatie van deellocatie A is sprake van een heterogene verspreiding van dit materiaal.

Tevens zijn door de veldwerker tijdens de locatieinspectie plaatselijk een aantal potentiele verontreinigingsbronnen waargenomen. Het betreft: Een kleine loods op het noordelijke deel van het terrein waar een trekker staat gestald. Op de tegelvloer lijkt sprake te zijn van een olievlek. Bij een stacaravan nabij de westelijke terreingrens is een olietankje aanwezig in een zelfgemaakte lekbak (oude kliko). Hierin is een gat gemaakt met mogelijke lekkage als gevolg. Op het zuidelijke terrein is sprake van brandplekken welke verdacht zijn op verhoogde gehalten aan PAK (er zijn koolresten op het maaiveld zichtbaar). De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend of zwak tot matig roesthoudend en oerhoudend. In de ondergrond van deellocatie B is plaatselijk en veenlaag aangetroffen in de ondergrond. De bovengrond is bij boring A46 bevat een zwakke bijmenging van baksteenresten. Verder is bij boring C01 in de loods (deellocatie C) onder de tegelverharding plaatselijk op passieve wijze een zwakke oliegeur waargenomen.

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: campingterrein Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht heterogeen niet-lijnvormig" (VED-HE-NL). De bovengrond wordt aangemerkt als verdacht laag. De ondergrond wordt beschouwd als onverdacht. Zintuiglijk zijn in de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen, met uitzondering van boorpunt A46 waar een zwakke bijmenging met baksteenresten zijn waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK en PCB, vermoedelijk als gevolg van het antropogene gebruik van het locatie. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties aan barium of zink aange-

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 19 van 22

toond, welke hoogstwaarschijnlijk te relateren zijn aan het regionaal voorkomen van verhoogde concentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aanvaard. De aangetoonde gehalten in de grond en in het grondwater geven echter geen aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Deellocatie B: grasland/agrarisch gebied Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties aan barium, cadmium, nikkel, zink en minerale olie aangetoond. De aangetoonde lichte metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van verhoogde concentraties van metalen in het grondwater. De lichte verhoging met minerale olie in het grondwater van peilbuis B10 heeft geen duidelijke oorzaak.

De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "onverdacht, niet-lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie op basis van de licht verhoogde concentraties in het grondwater formeel verworpen. De aangetoonde concentraties in het grondwater geven echter geen aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Deellocatie C: loods met olievlek Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting" (VEP). De locatie wordt vanwege de visuele waarnemingen van olievlekken op de tegelverharding beschouwd als verdacht op het voorkomen van verontreiniging met minerale olie. Zintuiglijk is op passieve wijze een zwakke oliegeur waargenomen in de bovengrond van boring C01. In de grond van de overige twee grondboringen zijn zintuiglijk geen waarnemingen aangetroffen welke een verontreiniging doen vermoeden. In de grond onder de tegelverharding is analytisch geen overschrijding van de achtergrondwaarde voor minerale olie gemeten. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan zink gemeten. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen.

De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Deellocatie D: tank in geïmproviseerde lekbak Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting" (VEP). De locatie wordt beschouwd als verdacht op het voorkomen van verontreiniging met minerale olie. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond is analytisch geen overschrijding van de achtergrondwaarde voor minerale olie gemeten. In het grondwater is een sterk verhoogde concentratie aan cadmium aangetoond en verder licht verhoogde concentraties aan barium en zink. Op basis van de resultaten van een heranalyse van het grondwater voor de parameter cadmium is de sterk verhoogde concentratie bevestigd.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 20 van 22

De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt met betrekking tot de parameter minerale olie verworpen. Echter geeft het resultaat van de grondwateranalyse voor de parameter cadmium aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De gemeten concentratie is significant hoger dan in het grondwater van nabijgelegen peilbuizen op het campingterrein (beneden streefwaarde voor cadmium). Er is geen duidelijke oorzaak voor de verhoging met cadmium. Het is niet de verwachting dat dit direct te relateren is aan de tank in de lekbak. Aanvullend onderzoek is derhalve benodigd om de aard en omvang van de sterke verontreiniging met cadmium in het grondwater op de locatie verder in beeld te brengen. Aanbevolen wordt om de betreffende peilbuis na een wachttijd van minimaal 1 maand opnieuw te bemonsteren voor analyse op cadmium ter verificatie, waarna eventueel aanvullende peilbuizen geplaatst kunnen worden in de directe omgeving. Deellocatie E: brandplek Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, plaatselijke bodembelasting" (VEP). De locatie wordt beschouwd als verdacht op het voorkomen van verontreiniging met PAK. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen.

In de bovengrond is analytisch geen overschrijding van de achtergrondwaarde voor PAK gemeten. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt met betrekking tot de parameter PAK verworpen. De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de vier voormalige vakantiehuizen welke asbesthoudend dakbedekking bevatten. De huizen zijn inmiddels gesloopt waarbij het asbest na asbestinventarisatie op formele wijze is verwijderd. Het huidige onderzoek is gericht op de mogelijke druppelzones van de voormalige daken. Deellocatie F: voormalige huizen met asbestdaken In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "plaatselijk verdacht " dient te worden beschouwd, wordt verworpen. De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek.

Conclusie onderzoek Gelet op het regionale karakter van de lichte (en plaatselijk sterke) metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van noemenswaardige verontreinigingen in de grond kan de onderzoekslocatie grotendeels als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Wel wordt aanbevolen om peilbuis D01 opnieuw te bemonsteren na een wachttijd van minimaal 1 maand om de gemeten concentratie aan cadmium te bevestigen. Hierna kan eventueel aanvullend onderzoek worden uitgevoerd met betrekking tot het grondwater op dit gedeelte van de onderzoekslocatie.

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 21 van 22

Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Doetinchem, 21 juli 2020

Rapport 12782.003 versie D1

Pagina 22 van 22

GWS

0 Titel:

15

30

45

60

75 m A3

locatieschets: Heetkamperweg 21 Stroe PROJECT: 12782.003 SCHAAL: 1:1.500

DATUM: 16-7-2020

GETEKEND: ABr

BIJLAGE: 2a

GWS

0 Titel:

10

20

30

40

50 m A3

locatieschets: Heetkamperweg 21 Stroe PROJECT: 12782.003 SCHAAL: 1:1.000

DATUM: 16-7-2020

GETEKEND: ABr

BIJLAGE: 2a.2

GWS

0 Titel:

10

20

30

40

50 m A3

locatieschets: Heetkamperweg 21 Stroe PROJECT: 12782.003 SCHAAL: 1:1.000

DATUM: 16-7-2020

GETEKEND: ABr

BIJLAGE: 2a.3

GWS

0 Titel:

5

10

15

20

25 m A3

locatieschets: Heetkamperweg 21 Stroe PROJECT: 12782.003 SCHAAL: 1:500

DATUM: 16-7-2020

GETEKEND: ABr

BIJLAGE: 2a.4

Legenda Symbolen:

Polygonen:

Boringen:

Asfalt

Ontgravingsvak

Boring tot 0,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv

Klinker

Saneringslocatie

Boring tot 1,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv

Beton

Partij ontgraven grond

Boring tot 1,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv

Ontgravingsdiepte (m -mv)

Toekomstige bebouwing

Boring tot 2,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv

Partijhoogte (m +mv)

Voormalige bebouwing

Boring tot 2,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv

Opnamerichting foto

Asfaltverharding

Boring tot 3,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv

Vloeistofdichte vloer

Reparatievak asfalt

Boring tot 3,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv

Prefab betonnen vloerplaat

Opslagtank (bovengronds)

Boring tot 4,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv

Tegels

Opslagtank (bovengronds in lekbak)

Boring tot 4,5 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv

Golfplaat (asbest verdacht)

Opslagtank (ondergronds)

Boring tot 5,0 m -mv

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv

Boom

Struweel

Peilbuis (diep)

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)

Bos

Haag

Peilbuis

Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis

Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv

Kernboring 80 mm

Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv

Kernboring 120 mm

Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv

Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv

Struiken Gras

Lijnen:

Water

Bebouwing

Braak

Grens onderzoekslocatie

Grind

Toekomstige bebouwing

Onverhard

Voormalige bebouwing

Puinverharding

Beschoeiing

Talud

Hekwerk

Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv

Spoorlijn

Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv

Wandmonster

Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv

Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv

Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats

Verontreiniging:

Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm

Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv

Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv

Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)

Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv

Niet verontreinigd

Peilbuis voorgaand onderzoek

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv

Gehalte >AW/S-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv

Gehalte >T-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv

Gehalte >I-waarde

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv

Niet verontreinigd

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv

AW/S-waarde contour

Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv

Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=0ff75d7a-9494-467b-9194-f43eb79cf46f