Heetkamperweg II_Regels_Bijlage 4 Landschappelijke inpassing.pdf
Tekst van het document
INLEIDING Voorliggend beplantingsplan is een nadere uitwerking van het stedenbouwkundige landschap- verkavelingplan voor het voormalige campingterrein ‘De Bokkesprong’ aan de Heetkamperweg nr. 21 en Breveenseweg nr. 10 te Stroe. De grenzen van het plangebied worden bepaald door de smalle en kronkelende wegen, zoals de Breveenseweg, de rechte Heetkamperweg, met parallel de Provinciale N310 en agrarische percelen. Het recreatief verblijfsgebruik van de camping is inmiddels beëindigd. Een deel van de bouwkundige voorzieningen op het terrein zijn nog aanwezig, maar verder niet meer in gebruik. Een deel van de caravans zijn door de eigenaren afgevoerd. Bijbehorende voorzieningen, zoals bijgebouwtjes zijn echter op het terrein achtergelaten. Met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, een deel van de bebouwing van de centrale voorzieningen en het recent gebouwde sanitair gebouw wordt alle overige bebouwing gesloopt.
De woningbouw wordt voor een deel ontwikkeld binnen het landschappelijke raamwerk van de bestaande houtwallen en houtsingels. De noordelijke bouwcluster sluit aan op een bestaande bouwlocatie. Hier wordt de bestaande bedrijfswoning herontwikkeld en wordt ruimte gemaakt voor de bouw van een woning en de bouw van de kapschuur. Dit deel van het plangebied lag historisch gezien open in het Kampenlandschap. De houtwallen aan de noord en westzijde in dit plangebied vormen het landschappelijke kader voor de woningbouw. Er wordt op de erfafscheiding tussen de voormalige bedrijfswoning en de woning een nieuwe houtsingel aangeplant
3
Na de planherziening wordt het gehele campingterrein gesaneerd en geschikt gemaakt als landbouwgrond en ingezaaid met een weidemengsel als paardenweide. Een deel van het plangebied wordt ingericht voor woningbouw. Het plangebied zal uiteindelijk worden getransformeerd tot een kwalitatief hoogwaardig woongebied voor 7 woningen. Ten behoeve van het landbouwkundig beheer wordt een veldschuur gebouwd. De voormalige bedrijfswoning en bebouwing van de centrale voorzieningen worden bestemd als burgerwoning. plangebied
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
LANDSCHAP PLANGEBIED Het plangebied maakt deel uit van het kleinschalige Kampenlandschap aan de oostzijde van het Veluwse dorp Stroe. Kenmerkend voor het Kampenlandschap is het reliëf in een overwegend vlak landschap. Dit reliëf is mede te danken aan de invloed van de ijstijden en werd in de loop van de eeuwen versterkt door het ophogen van de enken met zandhoudende potstalmest van de schapen. Vroegere zandpaden en latere wegen volgen het hoogteverschil en hebben daardoor veelal een grillig en bochtig verloop. Het landschap is vrij kleinschalig door de vele houtwallen, waardoor de verkaveling een onregelmatig en blokvormig karakter heeft. Bebouwing, veelal met een agrarische functie, volgt eveneens dat hoogteverschil en staat ook niet altijd haaks op de weg. De bebouwing staat veelal op zichzelf in het gebied, waardoor de afstand tot de weg varieert.
De contouren van het plangebied zijn al zichtbaar op oude topografische kaarten in 1850. De houtwallen rondom het plangebied zijn goed herkenbaar, evenals de talrijke zandpaden en wegen.
plangebied 1850-1900
plangebied 2020 + provinciale weg N310
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
Deze landschapsstructuur is sindsdien nauwelijks meer aangepast. Het aantal zandpaden is afgelopen decennia afgenomen en de resterende zijn verhard, eerst als klinkerweg, daarna voorzien van een asfaltdek. Lag het Kampenlandschap in 1850 als een enclave te midden van de woeste gronden/heidevelden, nu sluit het plangebied aan de oostzijde aan op de bosranden van het natuurgebied die behoren tot het Kootwijksche Veld. Een ruimtelijke en ecologische barrière tussen het plangebied en het Kootwijksche Veld vormt echter de Provinciale weg N310.
4
BESTAANDE BEPLANTINGEN De randen van het plangebied kenmerken zich hoofdzakelijk door de structuur van de oude houtwallen. Deze zijn binnen het plangebied nog grotendeels intact. De houtwallen langs de Breveenseweg zijn in redelijk goede conditie. Op enkele plaatsen zijn keerwanden in de houtwal aangebracht om meer ruimte voor de standplaatsen te maken. Langs de Heetkamperweg en gedeeltelijk langs de Breveenseweg is de houtwal geheel verdwenen. De erfgrenzen zijn hier met coniferenhagen beplant.
Op het open gedeelte met de seizoensplaatsen wordt een gedeelte van het terrein omzoomd met een beukenhaag. In de droge zomer van 2018 en 2019 hebben veel coniferenhagen op de kavelgrens en op de camping deze droogte niet overleefd. Door de droogte zijn ook een aanzienlijk aantal dennen en sparren dood gegaan.
In de bermen langs de Breveenseweg liggen watervoerende sloten. De houtwallen bestaan hoofdzakelijk uit een inheems sortiment (gebiedsgebonden), beplanting, zoals zomer eik, ruwe berk, lijsterbes, meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, vuilboom en Gelderse roos.
5
Daar waar het landschappelijke kader van het plangebied uit voornamelijk inheemse houtopstanden bestaat, komt op het campingterrein zelf vrijwel uitsluitend gebiedsvreemde en groenblijvende beplanting voor, die vooral bestaat uit haagconiferen en groepen dennen en sparren. Verspreid over dit deel van het terrein worden enkele solitaire loofbomen aangetroffen.
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
coniferenhaag zomer 2019
6
bestaande beplantingen plangebied
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
7
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
8
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
BEPLANTINGPLAN Het beplantingplan richt zich op het duurzaam in stand houden en waar nodig versterken van de karakteristieke lineaire houtwallenstructuur van het Kampenlandschap. Echter waar schaalvergroting in de landbouw het van oorsprong kleinschalige Kampenlandschap sterk heeft gedecimeerd, is de houtwallenstructuur binnen het plangebied en directe omgeving nog duidelijk aanwezig. Het is dat ook één van de best bewaarde gebieden van het karakteristieke Veluwse Kampenlandschap rond het dorp Stroe. De ruimtelijke structuur van het houtwallencomplex is dan ook sinds de ontginning van het plangebied nog vrijwel ongewijzigd gebleven. Dit gegeven vormt het landschappelijk raamwerk dat bijdraagt aan een sterk groen ruimtelijk kamereffect binnen het plangebied. Binnen dit kader wordt de woonbebouwing op een verantwoorde en ingetogen wijze ingepast. De houtwallen binnen het plangebied blijven gehandhaafd, alle coniferenhagen, sparren en dennen worden gekapt en het achterstallige onderhoud aan loofbomen en struiken wordt aangepakt. Waar natuurlijke aanwas van de beplantingen niet mogelijk is, worden de open stukken van een aanvullende streekeigen beplanting voorzien.
Landschappelijk raamwerk noordelijk deel plangebied Het noordelijke deel van het plangebied maakt in 1925 nog deel uit van de woeste gronden en heidevelden. Het is nooit omkaderd door een houtwal of houtsingel en maakte aanvankelijk geen deel uit van het Kampenlandschap. Doordat (zand)wegen verdwenen vormde de westelijke houtwal in de loop van de jaren de groene grens van de kavel. De houtsingels aan de noord- en westzijde van het perceel vormen nu het landschappelijk kader waar nieuwe beplantingen aan worden toegevoegd.
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
Langs de houtsingel aan de westzijde wordt achter de kapschuur een haag ingeplant, om naastliggend (agrarische)erf af te schermen. Op de erfgrens tussen de voormalige bedrijfswoning en het voorzieningengebouw op de hoek van de Breveenseweg 10 en Heetkamperweg 21 en de nieuw te bouwen woningen aan de Breveenseweg wordt een houtsingel aangeplant. De erfgrens tussen de voortuinen en openbare Breveenseweg worden voorzien van Fagus sylvatica (beuk) hagen. De aan de paardenwei grenzende erfgrens wordt beplant met Crataegus monogyna (meidoorn) haag. Op deze wijze maken we zowel visueel als functioneel een onderscheidt tussen het woongebied en het agrarische perceel. Ook op de erfgrens aan de Heetkamperweg wordt langs de woonkavel een beukenhaag en/of houtsingel aangeplant. Aanplant vindt plaats in overleg met de toekomstige bewoners en is in belangrijke mate afhankelijk van het uitzicht of de mate van privacy die de bewoners wensen.
Landschappelijk raamwerk zuidelijk deel plangebied Het gaat hier het deel van het plangebied dat was bedoeld voor toeristisch kamperen. In dit plangebied worden op de erfgrenzen houtsingels en nabij de woningen/ontsluiting een beukenhaag aangeplant. In het verlengde van de Heetkamperweg worden de haagconiferen gekapt en vervangen door een houtsingel, bestaande uit een inheems assortiment loofhout met boomvormers en een struiklaag. In de houtsingel langs de Breveenseweg wordt, waar nodig, achterstallig onderhoud en herstelwerk gedaan.
9
Groenkarakter kavels
Bomen
De groenstructuur, rond de percelen van de woonkavels vormen de opgaande wanden van de landschappelijke kamers. Deze randen bepalen het kader van de hoofdgroenstructuur. De houtwallen hebben een robuuste structuur en maat, waarbinnen de bebouwing landschappelijk wordt ingepast. De landschapsmaat van de landschapskamers respecteren we. Aanleg van nieuwe houtsingels wordt daarom beperkt tot aanleg op de erfgrens tussen de woningen onderling om de privacy te waarborgen. Ze zijn in omvang en maat ondergeschikt aan de bestaande houtwallen en houtsingels. Voorkomen moet worden de karakteristieke ruimte maat van de bestaande structuur van het Kampenlandschap op te delen en te versnipperen.
Op de kavels worden twee landschaps bepalende bomen geplant. Ze vormen de ‘groene’ hoofddragers van de kavels. Er worden alleen loofbomen toegepast die passend zijn in het gebied en tevens bijdragen aan verhoging van de biodiversiteit.
Op een lager schaalniveau is het verantwoord de erfgrenzen van de tuinen van de percelen van een lage lijnvormige beplanting te voorzien. Op deze wijze behouden we de gelaagdheid van het kleinschalige landschap. Tegelijkertijd wordt het historische karakter van de houtwallen versterkt en verrijkt met de aanleg van een nieuw lijnvormig beplantingselement.
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
Passend zijn de soorten: - Tilia cordata (kleinbladige linde) - Juglans regia ‘Buccaneer’ (okkernoot) - Fagus sylvatica (groene beuk) - Castanea sativa (tamme kastanje) De aanplant van zomereik (Quercus robur) heeft niet de voorkeur, dit met het oog op de eiken-processierupsen plaag.
10
11
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
12
beplantingplan plangebied
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
PLANTLIJSTEN Bij het beplantingplan is een plantlijst toegevoegd, waarin het toe te passen assortiment nader is beschreven en de kwaliteitseisen waaraan de beplanting bij levering en aanplant minimaal dient te voldoen zijn vermeld.
13
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
14
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
15
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
16
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
17
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
18
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe
PLANTPRINCIPE
19
beplantingplan Heetkamperweg 21 Stroe