Harderwijkerkarweg I, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlage 2 Memo stikstofberekening.pdf
Tekst van het document
Memo stikstofberekening Harderwijkerkarweg 11-01 en 13-03 te Stroe
Opdrachtgever
Fam. E. Jansen en J.O. Jansen Harderwijkerkarweg 13 3776 PS Stroe
Contactpersoon
Frits Bos advies@oramba.nl
Uitvoering
Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur Projectnummer 2019-009 Versie Apr.20-v2 Behandeld door Lex Groenewold Datum 17 april 2020
Dokter Holtropstraat 97 • 385113 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673.0025.27
Inhoudsopgave 1. 2. 3.
Aanleiding en doel ................................................................................................... 3 Situatie .................................................................................................................... 3 Natura 2000 ............................................................................................................. 4 3.1 Uitspraak PAS Raad van State ......................................................................... 4 3.2 Gevolgen woningbouw ..................................................................................... 5 3.3 Spoedwet stikstof.............................................................................................. 5 3.4 Beleidsregels intern en extern salderen ............................................................ 6 4. Situatie plangebied .................................................................................................. 7 4.1 Gebruiksfase .................................................................................................... 7 4.2 Aanlegfase ....................................................................................................... 7 5. Conclusie ................................................................................................................. 7
Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
2
Versie: 17 april 2020
1. Aanleiding en doel Initiatiefnemers woont op het perceel Harderwijkerkarweg 13 te Stroe, gemeente Barneveld. Dit perceel is, evenals de recreatiewoning Harderwijkerkarweg 13-03 in eigendom. De recreatiewoning Harderwijkerkarweg 11-01 is het eigendom van hun zoon. Wens is een functiewijziging van beide recreatiewoningen naar Kleine Woning. De gemeente heeft gevraagd inzichtelijk te maken of de realisatie leidt tot extra stikstofdepositie op Natura2000 gebied Veluwe. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd hiervoor een onderzoek uit te voeren.
2. Situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft twee percelen met in de huidige situatie een recreatiebestemming. Plan is de functie van Harderwijkerkarweg 11-01 en 13-03 te wijzigen naar wonen (kleine woning).
Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
3
Versie: 17 april 2020
3. Natura 2000 Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Het plan ligt op 320m afstand van Natura 2000 gebied Veluwe (zie figuur hiernaast PDOK januari 2020). Het betreft in de huidige situatie twee recreatiewoningen. Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bosen heidetypen. Specifieke bescherming is er voor diverse vogelsoorten (o.a. zwarte specht, draaihals, nachtzwaluw, roodborsttapuit, ijsvogel), amfibieën (o.a. kamsalamander), meervleermuis en vliegend hert. Geen van deze soorten is in het plangebied aangetroffen of te verwachten. Er verdwijnt door realisatie van de plannen ook geen leefgebied voor deze soorten. Hiermee zijn er geen negatieve effecten het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen. Aanvullend moet worden aangetoond dat het plan geen toename van de stikstofdepositie tot gevolg heeft in zowel de aanleg- als de gebruiksfase.
3.1 Uitspraak PAS Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het Ministerie van BiZa heeft op 2 juli een factsheet gemaakt hoe hiermee vooralsnog moet worden omgegaan. Een aantal relevante aspecten staan hieronder. De beslissing van de Raad van State heeft vergaande consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Hierdoor is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die effecten hebben voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan (zoals een bestemmingsplan) moet worden getoetst. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron neerslaat. Daarbij zijn er in Nederland momenteel 118 Natura 2000Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
4
Versie: 17 april 2020
gebieden met (dier)soorten.
overbelaste
stikstofgevoelige habitattypen en
leefgebieden
van
Nu het ecologisch onderzoek (“de passende beoordeling”) van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen, dat hun project of plan (zoals een bestemmingsplan) op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Pas daarna kan toestemming worden verleend. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds de uitspraak van 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt. Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist. Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningsplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is een beoordeling nodig om te bepalen of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Is dat het geval, dan is ook een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) noodzakelijk.
3.2 Gevolgen woningbouw Wordt in de voortoets op basis van objectieve gegevens geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied, dan kan volgens de factsheet van het ministerie worden volstaan met een voortoets en kan de gemeenteraad (voor wat betreft de stikstoftoets) het bestemmingsplan vaststellen. Dit is het geval als bijvoorbeeld geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie. Wordt woningbouw gerealiseerd op gronden waar voorheen bijvoorbeeld (planologisch legaal en ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan feitelijk bestaande) agrarische activiteiten plaatsvonden en die activiteiten worden gestaakt (omdat bijvoorbeeld op die gronden woningen worden gebouwd en als gevolg daarvan de agrarische functie verdwijnt) dan mag in beginsel de daarmee samenhangende vermindering van de stikstofdepositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van de woningbouw. Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van die agrarische functie). Er hoeft dan geen passende beoordeling te worden uitgevoerd.
3.3 Spoedwet stikstof Per 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden. Deze wet vormt de basis voor een nadere uitwerking in ‘Regeling spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur’ waarvan de internetconsultatie inmiddels is afgerond. Beoogde relevante regelgeving betreft o.a.: a. “Met dit pakket aan maatregelen wordt het in de woningbouwsector mogelijk om in 2020 de benodigde 75.000 woningen te realiseren. Gebiedsgericht moet hier invulling aan worden gegeven, waarbij er meer ruimte zal zijn in geval keuzes gemaakt worden voor locaties of projecten die de aanvullende stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden relatief beperkt houden.”
Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
5
Versie: 17 april 2020
b. “Daarnaast wordt in dit wetsvoorstel geregeld dat voor activiteiten die geen significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000vergunning meer aangevraagd hoeft te worden. Dit is in lijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn.” Woningbouwprojecten die een beperkte toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben worden naar alle waarschijnlijkheid meldingsplichtig. De inwerkingtreding van de regeling is echter nog niet bekend.
3.4 Beleidsregels intern en extern salderen Gedeputeerde Staten van Gelderland stelden op 10 december 2019 de Beleidsregels intern en extern salderen (Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent stikstof) vast. Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Activiteiten waarbij niks veranderd, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De nieuwe beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen:
Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan. De activiteiten moeten neerslag verminderen of tenminste niet meer worden. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning kan gebruikt worden. Extern salderen: Bedrijf maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde capaciteit mag gebruikt worden.
De beleidsregels traden op 13 december 2019 in werking. Deze beleidsregels gelden alleen voor het verlenen van vergunningen door gedeputeerde staten, niet voor het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenteraden.
Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
6
Versie: 17 april 2020
4. Situatie plangebied In de voorliggende situatie zijn met behulp van het rekenprogramma Aerius (versie 2019A) berekeningen gemaakt van de te verwachten stikstofdepositie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase.
4.1 Gebruiksfase In de voorliggende situatie geldt voor de bestaande situatie dat er twee recreatiewoningen aanwezig zijn, welke in gebruik zijn. Het plan is de functie van de beide woningen te wijzigen van recreatie naar wonen. In de praktijk wijzigt er verder weinig tot niets, behoudens mogelijk een kleine toename van de verkeersbewegingen. Er is voor de kleine woningen uitgegaan van gemiddeld 8 bewegingen per etmaal. Er is gerekend met 6 bewegingen richting Tolnegenweg en 10 richting Heideweg. Bij de Heideweg is weer gerekend met 5 per richting. Verkeersbewegingen worden ingevoerd totdat deze zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dat is met deze aantallen (< 1 per uur) vrijwel direct het geval. De Aeriusberekening geeft geen depositie hoger dan 0.00 mol/ha/jaar.
4.2 Aanlegfase Aangezien er niets wijzigt in de fysieke situatie ter plaatse bestaat de realisatiefase alleen uit een administratieve wijziging. Deze wijziging heeft geen stikstofemissie tot gevolg.
5. Conclusie Uit bovenstaande gegevens blijkt dat op basis van de aangevraagde ontwikkeling zowel in de realisatie- als gebruiksfase met zekerheid geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebied Veluwe. Het plan heeft daarmee vanwege de stikstofdepositie geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebied Veluwe.
Memo stikstofdep Harderwijkerkarweg 11 en 13 Apr20-v2.doc
7
Versie: 17 april 2020
Bijlage 1: Situatie
Aerius 2019a
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RicBQaUHp3pu (16 april 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
E. Jansen en J.O. Jansen
Harderwijkerkarweg 11-13, 3776 PS Stroe
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Functiewijziging
RicBQaUHp3pu
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
16 april 2020, 19:02
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksf: transportbew.
Situatie 1
RicBQaUHp3pu (16 april 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 3 Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RicBQaUHp3pu (16 april 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Bron 1 175127, 466667 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
5,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bron 2 175336, 466778 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
5,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bron 3 175150, 466986 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
6,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RicBQaUHp3pu (16 april 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Situatie 1
RicBQaUHp3pu (16 april 2020) pagina 5/5