Hanzeweg-Zuid I_Toelichting_Bijlage 15 aanmeldnotitie MER, SPA, mei 2022
Tekst van het document
Rapport 22100224.r02 Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Aanmeldnotitie mer
www.SPAWNP.nl
Datum: 10 mei 2022
Opdrachtgever:
Flying Bikes De heer W. Mudde Essenerweg 59 3774 CB Kootwijkerbroek
Auteur/adviseur: De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert
Goedgekeurd: De heer ing. L.F.A. Theuws
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Aanmeldnotitie mer
IN
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 22100224.r02
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
22100224.r02
PAGINA
1.
INLEIDING 1.1 Gegevens initiatiefnemer 1.2 Aanleiding 1.3 Situering 1.4 Besluit milieueffectrapportage 1.5 Wat is een m.e.r. beoordelingsplicht? 1.6 Doel en belang aanmeldingsnotitie 1.7 Procedure
3 3 3 3 3 4 4 5
2.
KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Omvang en het ontwerp van het project 2.2 Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen 2.4 Productie van afvalstoffen 2.5 Verontreiniging en hinder 2.6 Risico van zware ongevallen en/of rampen 2.7 Risico’s voor de menselijke gezondheid 2.8 Conclusie kenmerken van het project
6 6 6 6 7 7 8 8 9
3.
LOCATIE VAN HET PROJECT 3.1 Bestaand en goedgekeurd landgebruik 3.2 Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen 3.3 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu 3.4 Cultuurhistorie en archeologie 3.5 Conclusies locatie van het project
9 9 9 9 10 10
4.
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT 10 4.1 De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten 10 4.2 De aard van het effect 10 4.3 Grensoverschrijdende karakter van het effect 10 4.4 Intensiteit en complexiteit van het effect 10 4.5 Waarschijnlijkheid van het effect 10 4.6 Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect 11 4.7 Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten 11 4.8 Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen 11 4.9 Conclusie kenmerken van het potentiële effect 11
5.
CONCLUSIE
11
BIJLAGEN 1
Akoestisch onderzoek
2
Onderzoek luchtkwaliteit
3
Onderzoek stikstofdepositie
4
Ecologisch onderzoek
5
Archeologisch onderzoek
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
1.
INLEIDING
1.1
Gegevens initiatiefnemer
1.2
22100224.r02
Initiatiefnemer:
Flying Bikes
Kadastrale gemeente:
Barneveld
Kadastrale sectie en percelen:
B: 6388, 6390
Contactpersoon:
De heer W. Mudde
Aanleiding In opdracht van Flying Bikes is een aanmeldnotitie opgesteld. Aanleiding is de ruimtelijke procedure voor de kavel op kadastraal perceel B 6388 en 6390, gelegen aan de Hanzeweg in Barneveld. Het beoogde initiatief is de oprichting van een BMX en MTB terrein. De locatie is in de huidige situatie bestemd als ‘Agrarisch’. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling heeft het bevoegd gezag verzocht, om een aanmeldnotitie m.e.r. in het kader van het Besluit milieueffectrapportage op te stellen.
1.3
Situering Het plangebied ligt ten zuidoosten van het bedrijventerrein ‘Harselaar-Zuid’ en wordt verder omringd door agrarische percelen, watergangen en de Hanzeweg. In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Afbeelding 1: Locatie plangebied
1.4
Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Er is sprake van een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht, wanneer het te realiseren project wordt genoemd in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit mer: 1. Activiteiten waarvoor de m.e.r.-plicht geldt (bijlage, onderdeel C); 2. Activiteiten waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt (bijlage, onderdeel D). Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
22100224.r02
Daarnaast dient, ook bij activiteiten onder de drempelwaarden uit onderdeel D, getoetst te worden of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Dit betreft de zogenoemde m.e.r. beoordeling. De voorgenomen activiteiten aan de Hanzeweg in Barneveld zijn het beste onder te verdelen onder de volgende categorie van het Besluit m.e.r.: Tabel 1: Categorie Besluit m.e.r. Categorie
Activiteiten
Drempelwaarde
D.11.2
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
100 hectare
De genoemde drempelwaarde bij deze activiteit bedraagt 100 hectare of meer. De ontwikkeling blijft met de grootte van de percelen van 3,97 hectare ruim onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D, waardoor een aanmeldingsnotitie opgesteld dient te worden. 1.5
Wat is een m.e.r. beoordelingsplicht? Voor activiteiten, waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.,) moet het bevoegd gezag beoordelen of er een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Deze verplichting is in de Wet milieubeheer (Wm, artikel 7.2 lid 4) omschreven. Bij de beoordeling of een milieueffectrapport moet worden opgesteld, wordt met name gelet op de aard, omvang, ligging en effecten van het project. Het opstellen van een milieueffectrapport is alleen noodzakelijk, indien er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De bijzondere omstandigheden waaronder de activiteit wordt ondernomen, kunnen betrekking hebben op: · de kenmerken van de voorgenomen activiteit (aard en omvang); · de plaats van de voorgenomen activiteit; · de kenmerken van de belangrijkste nadelige gevolgen (reikwijdte).
1.6
Doel en belang aanmeldingsnotitie In deze notitie wordt de informatie gegeven op basis waarvan het bevoegd gezag kan beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, die het noodzakelijk maken om een milieueffectrapport op te stellen. Hierin zijn alle, ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan gewijzigde, activiteiten betrokken om een volledige toetsing mogelijk te maken. Een en ander is uiteraard onderzocht in relatie tot eventuele cumulatie met andere projecten in de omgeving. De aanmeldnotitie geeft de milieugevolgen aan die kunnen ontstaan als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Hierbij moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU en de wijzigingsrichtlijn 2014/52/EU. Deze volgende criteria zijn in de hoofdstukken 2, 3 en 4 per paragraaf uitgewerkt. 1. Kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder het volgende in overweging worden genomen: · de omvang en het ontwerp van het gehele project; · de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
22100224.r02
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen; de verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; · de risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). · · · ·
2. Locatie van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: · het bestaande grondgebruik; · de relatieve rijkdom aan, alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; · het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, waarbij in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: · wetlands; · kustgebieden; · berg- en bosgebieden; · reservaten en natuurparken; · gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn); · gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; · gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; · landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project met inachtneming van: · de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); · de aard van het effect; · het grensoverschrijdend karakter van het effect; · de waarschijnlijkheid van het effect; · de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; · de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; · de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. 1.7
Procedure Het bevoegd gezag wordt gevormd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld. De beoordeling of een milieueffectrapport moet worden gemaakt, vindt plaats nadat het bevoegd gezag de aanmeldnotitie heeft ontvangen. De initiatiefnemer maakt met het indienen van de aanmeldnotitie aan het bevoegd gezag kenbaar, in hoeverre het opstellen van een milieueffectrapport naar haar mening in dit geval noodzakelijk is en op grond waarvan bevoegd gezag haar m.e.r. beoordelingsbesluit baseert.
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
2.
KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1
Omvang en het ontwerp van het project
22100224.r02
De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een BMX en MTB terrein. Op het terrein van de inrichting is een BMX track met parc fermé, een pumptrack, een parkeerterrein en een clubgebouw met terras aanwezig. Om de BMX-track zit een grasveld die gebruikt kan worden voor het plaatsen van tenten door bezoekende teams en de plaatsing van een demontabele tribune. In de huidige situatie is het terrein onbebouwd. De volgende afbeelding geeft een impressie van het initiatief. Afbeelding 2: Voorgenomen ontwikkeling
2.2
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Cumulatie met andere projecten in de nabijheid van het plangebied is niet aan de orde. Er zijn geen andere ontwikkelingen of activiteiten in de omgeving die de milieueffecten vanuit de inrichting beïnvloeden en omgekeerd.
2.3
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van het Flying Bikes terrein. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. Dit zou echter op elke willekeurige locatie het geval zijn. De gevolgen hiervan zijn dusdanig beperkt van omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Door het gebruik van duurzame energie wordt tijdens de gebruiksfase het gebruik van natuurlijke hulpbronnen beperkt. Ook wordt het gebruik van natuurlijke hulpbronnen gelimiteerd tot het clubgebouw in de gebruiksfase. Wat betreft dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
2.4
22100224.r02
Productie van afvalstoffen Het ontstaan van afval tijdens de bouw van het terrein is vanzelfsprekend. Het bouwafval wordt zoveel mogelijk hergebruikt of afgevoerd naar een erkende verwerker. Het afval van het toekomstige clubgebouw zal volgens de geldende regelgeving worden gerecycled/verwerkt. Dit zou op elke locatie het geval zijn. Er is geen aanleiding om dit aspect nader te laten onderzoeken in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport.
2.5
Verontreiniging en hinder Geluid Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek (bijlage 1) blijkt, dat in de maatgevende bedrijfssituatie waarbij muziek ten gehore wordt gebracht in de dag- en avondperiode niet wordt voldaan aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG publicatie. Wel wordt er voldaan aan stap 3 van de VNG-publicatie. Ook wordt, rekening houdend met het stemgeluid, voldaan aan de standaard geluideisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de nachtperiode wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde van stap 2 voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat. De nationale wedstrijden vinden maximaal 2 keer per jaar in de dagperiode plaats. De regionale wedstrijden vinden ongeveer 15 keer in de avondperiode plaats. De maatgevende bedrijfssituaties vinden daarmee beperkt, ongeveer 17 keer per jaar, plaats. Gezien het hiervoor gestelde en dat er voor beide maatgevende situaties in de dag- en avondperiode voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 3 van de VNG-publicatie en de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, wordt gesteld dat er ten aanzien van deze maatgevende bedrijfssituaties bij de omliggende woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
In de overige bedrijfssituatie(s) wordt geen muziek ten gehore gebracht (geen 10 dB(A) strafcorrectie voor muzieklawaai), zodat in de dag-, avond- en nachtperiode ruimschoots voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 2 en er bij de omliggende woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Bodem(kwaliteit) In kader van de aankoop van de percelen heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden (Vink, projectnummer P19M0111 d.d. 24 oktober 2019). Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geeft een globaal beeld van de bodemkwaliteit (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone boven - en ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en plaatselijk licht verhoogde concentraties aan koper en/of nikkel aangetoond. Zintuiglijk is op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In de grond zijn PFASgehalten tussen de 0,22 en 0,74 µg/kg d.s. gemeten. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. (Afval)water Tijdens de bouw van het plan wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen.
Als gevolg van het plan ontstaat geen bedrijfsafvalwater, er is alleen sprake van afvalwater van het clubgebouw. Met de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een toename aan verhard oppervlak. Ter compensatie worden hiervoor waterbergingen gerealiseerd.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
22100224.r02
Lucht Ten behoeve van het plan is beoordeeld of, op basis van de verkeerstoename, het aspect luchtkwaliteit relevant is. Hiervoor is een onderzoek (bijlage 2) uitgevoerd welke deel uitmaakt van de bijlagen. Uit het onderzoek blijkt dat het plan niet of nauwelijks bijdraagt aan de luchtverontreiniging en in dat opzicht niet in betekenende mate is. Daarom is verder onderzoek naar de luchtkwaliteit en/of toetsing aan de grenswaarden in dit verband niet nodig. Verkeer en vervoer Het verkeer en vervoer bestaat in de beoogde situatie uit verkeersbewegingen bij trainingen, wedstrijden en bevoorrading van de kantine. De onderstaande tabel geeft het aantal verkeersbewegingen per jaar weer. Tabel 3: Verkeersbewegingen beoogde situatie Type activiteit
Aantal per jaar
Aantal bewegingen (licht verkeer)
Wedstrijden (club/regionaal)
15
6.000
n.v.t
Wedstrijden (nationaal)
2
1.200
n.v.t
Trainingen*
260
46.800
n.v.t
Bevoorrading kantine*
260
n.v.t
520
54.000
520
Totaal
Aantal bewegingen (zwaar verkeer)
Uit de verkeersbewegingen blijkt een toename te zijn van licht verkeer met 54.000 en van zwaar verkeer met 520. De Hanzeweg is voldoende gedimensioneerd om deze stijging op te vangen. Ook is de toename niet in betekende mate en leidt het niet tot onevenredige milieuhinderhinder. Geur Er vinden bij de voorgenomen activiteiten in de bouw- en gebruiksfase geen relevante geur veroorzakende werkzaamheden plaats. Trillingen Binnen de inrichting zijn geen trillingsbronnen aanwezig, overlast met betrekking tot trillingen is daarmee uitgesloten. 2.6
Risico van zware ongevallen en/of rampen Met de ontwikkeling wordt geen Bevi-inrichting gerealiseerd. Zware ongevallen of rampen zijn door de ontwikkeling niet te verwachten. Het plaatsgebonden- en groepsrisico vormt om die reden geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
2.7
Risico’s voor de menselijke gezondheid De risico’s voor de menselijke gezondheid als gevolg van de voorgenomen activiteit, zijn van beperkte omvang. De ontwikkeling betreft als bovenstaand uiteengezet geen risicovolle inrichting. Bij een ongeval als brand ontstaan naast ‘reguliere’ rookgassen, geen (zeer) gevaarlijke verbrandingsproducten die de gezondheid van omwonenden in gevaar kan brengen. De normale voorzorgsmaatregelen (ramen en deuren van woningen dicht) zijn afdoende ter bescherming van de gezondheid.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
2.8
22100224.r02
Conclusie kenmerken van het project Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de referentiesituatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat het verschil tussen de milieueffecten van het nieuwe plan en de milieueffecten van de referentiesituatie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
3.
LOCATIE VAN HET PROJECT
3.1
Bestaand en goedgekeurd landgebruik Het bestaande grondgebruik bestaat uit agrarische grond met grasland. In de omgeving zijn ook voornamelijk agrarische percelen gelegen.
3.2
Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen Binnen het plangebied is grasland aanwezig. Hiermee is geen sprake van rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Wel is het plangebied gelegen in de Groene Ontwikkelingszone (GO), hier is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Er wordt gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing wat deze samenhang ten goede gaat.
3.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden Doordat in de directe omgeving van het plangebied geen wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden zijn, is er geen sprake van invloed op het opnamevermogen. Natuurreservaten- en parken, vogel- en habitatrichtlijnen Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Veluwe) bevindt zich op ongeveer vijf kilometer ten oosten van het plangebied. Voor de ontwikkeling is een AERIUS berekening (bijlage 2) uitgevoerd voor de gebruiksfase, welke deel uitmaakt van de bijlagen. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van het provinciale beleidskader is er geen aanvullende verplichting voor een Wnb-vergunning. Uit ecologisch onderzoek in de bijlagen blijkt, dat aanvullend onderzoek naar buizerd, sperwer, kleine marterachtigen, boombewonende vleermuizen en foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen noodzakelijk is. Uit het aanvullende onderzoek zal blijken of er ontheffing en/of het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk is. Met inachtneming hiervan vormt dit aspect geen belemmering. Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Het gebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Barneveld. Het betreft geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
3.4
22100224.r02
Cultuurhistorie en archeologie Binnen het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012 geconsolideerd’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ opgenomen. Ten behoeve van de ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd welke deel uitmaakt van de bijlagen. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat er zich archeologische waarden bevinden in de dekzandrug. Geadviseerd wordt om bij de ontgraving voor de fundering van het startplatform archeologische begeleiding ter plaatse te hebben. Ook is besproken om delen van het terrein zodanig te verhogen om zo buiten de archeologische laag en de vastgestelde bufferzone te blijven. Door middel van de aanpassingen in het planontwerp zullen eventuele archeologische waarden niet worden aangetast en is behoud van de waarden mogelijk. Er wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren.
3.5
Conclusies locatie van het project De realisatie van het project heeft geen negatieve gevolgen voor flora en fauna, de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000 gebied ‘Veluwe’ en/of invloed op waardevolle structuren of elementen in het gebied. Door het treffen van diverse maatregelen is de invloed van het project op de omgeving zeer gering.
4.
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT
4.1
De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten Het bereik van deze milieuaspecten (geografisch en naar grootte van de bevolking gemeten) is lokaal van aard en beperkt. De effecten zijn van een gangbare omvang. Er is geen aanleiding het bereik van het effect in het kader van het opstellen van een milieueffectrapport nader te onderzoeken.
4.2
De aard van het effect De aard van het effect wordt beschreven in de technische rapporten, welke onderdeel zijn van de ruimtelijke procedure.
4.3
Grensoverschrijdende karakter van het effect Gezien de ligging van de inrichting en de effectafstanden is geen sprake van een grensoverschrijdend karakter.
4.4
Intensiteit en complexiteit van het effect Voor zover beoordeeld kan worden zijn er geen complexe, onoverzichtelijke effecten te verwachten. De intensiteit en complexiteit van de effecten zijn beperkt en worden voldoende ondervangen.
4.5
Waarschijnlijkheid van het effect Het optreden van effecten is zeer waarschijnlijk. De effecten tijdens de realisatiefase zijn tijdelijk van aard. De andere effecten treden op bij gebruik van het terrein en de daarbij gepaard gaande verkeersgeneratie. Deze effecten zijn niet onomkeerbaar, maar wel marginaal.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
4.6
22100224.r02
Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De initiatiefnemer is voornemens in 2022 te starten met het realiseren van het Flying Bikes terrein. Na afronding wordt het terrein voor onbepaalde tijd in gebruik genomen.
4.7
Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten Er is geen relevante bijdrage van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’, ook in cumulatie met andere projecten. Met de ontwikkeling is geen sprake van cumulatie van belangrijke nadelige effecten met overige in de omgeving milieubelastende activiteiten/projecten.
4.8
Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Zoals beschreven zijn de verwachte effecten (verkeer, geluid, luchtkwaliteit) verwaarloosbaar. Voor de aangetroffen beschermde soorten is ten tijde van deze notitie vervolgonderzoek gaande. Er is geen aanleiding mogelijkheden te onderzoeken om effecten doeltreffend te verminderen.
4.9
Conclusie kenmerken van het potentiële effect Uit de hiervoor genoemde kenmerken en effecten, waaronder de diverse genoemde onderzoeken in het kader van het bestemmingsplan, kan geconcludeerd worden dat er als gevolg van het voorgenomen plan geen effecten zijn die belangrijke nadelige gevolgen op de omgeving hebben.
5.
CONCLUSIE Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de huidige situatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden gesteld dat het verschil tussen de milieueffecten van de aangevraagd situatie en de milieueffecten van de huidige situatie geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Er zijn geen essentiële milieueffecten die door middel van een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. Er is derhalve geen m.e.r.-procedure noodzakelijk.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 11
BIJLAGEN
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.1
22100224
Rapport 22100224.r01 Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Akoestisch onderzoek
www.SPAWNP.nl
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.2
22100224
Datum: 6 mei 2022
Opdrachtgever:
Flying Bikes De heer W. Mudde Essenerweg 59 3774 CB KOOTWIJKERBROEK wouter@brunsveldingenieurs.nl
Auteur/adviseur: De heer ing. J. Ploos van Amstel
Goedgekeurd: De heer ir. A.C.W.M. Appels
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
info@SPAWNP.nl | SPAWNP.nl ISO 9001:2015
| kvk 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01
DENKKRACHT
Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Akoestisch onderzoek
IN
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Rapport 22100224.r01
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.3
SPA WNP ingenieurs INHOUD
22100224
22100224.r01 PAGINA
1.
INLEIDING
4
2.
SITUATIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Algemeen 2.2 Beschikbare gegevens
4 4 4
3.
BEDRIJFSSITUATIE 3.1 Algemeen 3.2 Trainingen 3.3 Kleine, club- en regionale wedstrijddagen 3.4 Nationale wedstrijddagen 3.5 Onderzochte maatgevende bedrijfssituaties
4 4 5 5 6 6
4.
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT)
7
5.
GESTELDE GELUIDVOORWAARDEN
7
6.
ONDERZOEKMETHODE
10
7.
REKENMODEL 7.1 Geluidbronnen 7.2 Gebouwen 7.3 Bodemgebieden 7.4 Hoogtelijnen 7.5 Ontvangerpunten
11 11 12 12 12 12
8.
RESULTATEN 8.1 Bijzondere geluiden en trillingen 8.2 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus [LAr,LT] 8.3 Maximale geluidniveaus [LAmax] 8.4 Equivalente geluidniveaus [LAeq] voor de indirecte hinder
12 12 13 14 14
9.
CONCLUSIES 9.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus [LAr,LT] 9.2 Maximale geluidniveaus [LAmax] 9.3 Indirecte hinder
15 15 15 15
10.
AANBEVELING
15
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.4
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
FIGUREN 1 2 3
Overzicht Bronnen Gebouwen, bodemgebieden, ontvangers
BIJLAGEN 1 2 3 4 5
Bronnen Gebouwen, bodemgebieden, ontvangers Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Maximale geluidniveaus Equivalente geluidniveaus indirecte hinder
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.5
SPA WNP ingenieurs 1.
22100224
22100224.r01
INLEIDING Door gemeente Barneveld is een wijziging van het bestemmingsplan in voorbereiding, voor de realisatie van een BMX en MTB terrein aan de Hanzeweg in Barneveld. Voor de wijziging van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit akoestisch onderzoek is het bepalen van de geluidemissie van Flying Bikes. Voor het beoordelen van de geluidkwaliteit ter plaatse van de woningen, wordt gebruik gemaakt van het toetsingskader geluid uit hoofdstuk 5 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009”. Ook is de situatie beoordeeld in het kader van het Activiteitenbesluit. In de voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten en de resultaten van het akoestisch onderzoek weergegeven.
2.
SITUATIE EN UITGANGSPUNTEN
2.1
Algemeen Flying Bikes omvat een BMX en mountainbike terrein. Op het terrein van de inrichting is een BMX track met parc fermé, een pumptrack, een parkeerterrein en een clubgebouw met terras aanwezig. Om de BMX-track bevindt zich een grasveld dat gebruikt kan worden voor het plaatsen van tenten van bezoekende teams en de plaatsing van een demontabele tribune. In figuur 1 is een overzicht gegeven van het terrein van de inrichting en de directe omgeving.
2.2
Beschikbare gegevens Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; Activiteitenbesluit milieubeheer; digitale ondergrond (kadastrale kaart, luchtfoto) uit PDOK services; gegevens over de bedrijfsvoering, verstrekt door Flying Bikes; tekening “Indeling terrein Flying Bikes” d.d. 26-01-2021; document “Beoogd gebruik BMX en MTB terrein Hanzeweg”, d.d. 08-03-2021, door W.J. Mudde; · technische documentatie: “Barneveld BMX Track Design – Building instructions”, d.d. 15 december 2020, door My Tracks. · · · · · ·
3.
BEDRIJFSSITUATIE
3.1
Algemeen Hieronder volgt een beschrijving van de onderzochte bedrijfssituaties. De bedrijfstijden van de relevante geluidbronnen op het terrein van de inrichting zijn aangegeven door Flying Bikes. Flying Bikes is 6 dagen per week in bedrijf. De activiteiten die plaatsvinden op het terrein van de inrichting zijn in te delen in drie verschillende bedrijfssituaties, namelijk: · Trainingen; · club- en regionale wedstrijden; · nationale wedstrijden.
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.6
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
Flying bikes biedt plaats voor maximaal 400 leden. De leden komen grotendeels met de fiets naar het terrein van de inrichting. Op het terrein van de inrichting is een kantine aanwezig. Op het dak van de kantine staat een buitenunit van een lucht-water warmtepomp. Voor het onderzoek is ervan uitgegaan dat deze buitenunit een bronvermogen heeft van maximaal 80 dB(A). De kantine is gedurende de trainingsavonden geopend tussen 18.00 uur en 21.30 uur en op wedstrijddagen tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Ten behoeve van de bevoorrading van de kantine, kan er één vrachtwagen in de dagperiode op het terrein komen. 3.2
Trainingen Dagelijks wordt het terrein gebruikt voor trainingen en oefenwedstrijden in clubverband. De trainingen en oefenwedstrijden vinden plaats tussen 18.00 uur en 21.30 uur. Gedurende de trainingen en/of oefenwedstrijden zijn er gelijktijdig maximaal 20 personen aanwezig op de BMX baan, 20 personen op de MTB-track en 20 personen op de pumptrack. Op een trainingsavond rijden 50 personenwagens het terrein van de inrichting op en na de trainingen weer af. Dit betekent dat er op een trainingsavond maximaal 100 voertuigbewegingen (totaal) op het terrein van de inrichting plaatsvinden. Tijdens de trainingen zijn er op het terras van de kantine maximaal 60 personen aanwezig. In het onderzoek is voor het stemgeluid uitgegaan van een effectieve spreektijd van 50% van de tijd dat er personen op het terras aanwezig zijn. Tijdens de trainingen wordt geen gebruik gemaakt van de omroep- en wordt buiten geen versterkte muziek ten gehore gebracht.
3.3
Kleine, club- en regionale wedstrijddagen Ongeveer 15 keer per jaar worden er kleine club- of regionale wedstrijden gehouden, doordeweeks op een avond of in het weekend overdag. De tijdsduur van de wedstrijden varieert tussen 2,5 uur tot 5 uur. De wedstrijden vinden plaats op een avond tussen 18.00 uur en 21.00 uur of in het weekend in de dagperiode (tussen 07.00 uur en 19.00 uur). Aan de wedstrijden kunnen maximaal 200 personen deelnemen en zullen maximaal 300 bezoekers aanwezig zijn. De deelnemers en bezoekers komen naar het terrein met maximaal 250 personenwagens. Voor het parkeren wordt zowel het eigen parkeerterrein als een gedeelte van het bedrijventerrein (openbare weg) gebruikt. Voor het onderzoek is ervan uitgegaan dat er op een wedstrijddag of -avond maximaal 300 voertuigbewegingen (150 personenwagens komen en vertrekken) op het eigen parkeerterrein plaatsvinden. De overige voertuigbewegingen vinden plaats op openbaar terrein (beoordeeld in het kader van de indirecte hinder). Gedurende de wedstrijden zullen de toeschouwers en deelnemers op het terras en rondom de BMX baan verspreid zijn. Voor het onderzoek is ervan uitgegaan dat er: · op het terras van de kantine maximaal 100 personen gelijktijdig aanwezig zijn. Hier wordt gesproken met verheven stem. Er is een effectieve spreektijd van 50% van de tijd; · rondom de BMX baan 200 personen aanwezig zijn.
Hier wordt met normale stem gesproken. Er is een effectieve spreektijd van 30% van de tijd.
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.7
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
Tijdens de wedstrijden wordt gebruik gemaakt van de omroepinstallatie. Gedurende de wedstrijden wordt versterkte muziek afgespeeld, waarvoor ook de omroepinstallatie wordt gebruikt. Aangezien er voor het ten gehore brengen van muziek via de omroepinstallatie geen bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast, is deze situatie maatgevend voor het onderzoek. De bezoekers van de avondwedstrijden bevinden zich voornamelijk rondom de kantine. Daarom worden voor deze wedstrijden alleen de omroepspeakers rondom de kantine gebruikt. Ter plaatse van het Parc Fermé wachten de rijders tot ze kunnen beginnen aan hun wedstrijd. De activiteiten (stemgeluid) die ter plaatse van het Parc Fermé plaatsvinden zijn meegenomen in het stemgeluid van de aanwezige personen op het terrein rondom de BMX baan. 3.4
Nationale wedstrijddagen Twee keer per jaar zal er in het weekend tussen 07.00 uur (begintijd) en 19.00 uur (uiterlijke eindtijd) een nationale wedstrijd gereden worden. Aan deze wedstrijddag zullen maximaal 750 deelnemers meedoen en maximaal 1500 bezoekers aanwezig zijn. Afhankelijk van het aantal deelnemers en wedstrijden duurt een wedstrijddag 5 uur tot 12 uur. De deelnemers en bezoekers komen naar het terrein met maximaal 500 personenwagens. Er wordt zowel geparkeerd op het eigen parkeerterrein als het bedrijventerrein (openbaar terrein). Voor het onderzoek is ervan uitgegaan dat er op een wedstrijddag maximaal 600 voertuigbewegingen (300 personenwagens komen en vertrekken) op het eigen parkeerterrein plaatsvinden. De overige voertuigbewegingen vinden plaats op openbaar terrein (indirecte hinder). Voor de toeschouwers zal er een tribune gebouwd worden. Gedurende de wedstrijden zullen de toeschouwers en deelnemers rondom de BMX baan verspreid zijn. Voor het onderzoek is ervan uitgegaan dat er: · op het terras van de kantine maximaal 150 personen gelijktijdig aanwezig zijn; · op de tribune maximaal 1500 toeschouwers gelijktijdig aanwezig zijn; · rondom de BMX baan 600 personen aanwezig zijn. Bij het onderzoek is voor het stemgeluid uitgegaan van een effectieve spreektijd van 30% van de tijd van de wedstrijddagen.
Tijdens de wedstrijden wordt gebruik gemaakt van de omroepinstallatie, voor het verslaan van wedstrijden en het ten gehore brengen van muziek. Aangezien voor het ten gehore brengen van muziek via de omroepinstallatie geen bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast, is deze situatie maatgevend voor het onderzoek. Ter plaatse van het Parc Fermé wachten de rijders tot ze kunnen beginnen aan hun wedstrijd. Op het terrein van de inrichting worden er door de teams/clubs tenten opgezet om de rijders af te schermen. De activiteiten (stemgeluid) die ter plaatse van het Parc Fermé en de tenten plaatsvinden zijn meegenomen in het stemgeluid van de aanwezige personen op het terrein rondom de BMX baan.
3.5
Onderzochte maatgevende bedrijfssituaties Op basis van de hierboven beschreven bedrijfssituaties, zijn de maatgevende bedrijfssituaties onderzocht waarbij muziek ten gehore wordt gebracht. Dit is voor de dagperiode de nationale wedstrijddag en voor de avondperiode een regionale wedstrijddag.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.8
SPA WNP ingenieurs 4.
22100224
22100224.r01
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT) Door Flying Bikes zijn de hierna beschreven Beste Beschikbare Technieken (BBT) toegepast om de geluidemissie van de inrichting zoveel mogelijk te beperken: · de motoren van bedrijfswagens zijn tijdens het laden en lossen alleen in werking indien dit voor het laden en lossen noodzakelijk is; · de maximale rijsnelheid binnen de inrichting is beperkt tot 10 km/uur; · de rijroutes binnen de inrichting zijn verhard en vlak afgewerkt; · de hoogte van de speakers is beperkt tot is 2,5 meter boven het plaatselijk maaiveld, zodat het bronvermogen van de speakers wordt beperkt. De weergegeven Beste Beschikbare Technieken (BBT) zijn meegenomen in het voorliggende onderzoek.
5.
GESTELDE GELUIDVOORWAARDEN Toetsingskader ruimtelijke ordening In het kader van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009” gebruikt als hulpmiddel. Deze handreiking geeft onder andere richtafstanden en stappenplannen om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van gevoelige functies nabij bedrijven. Gebiedstypen In hoofdstuk 2 van de VNG brochure zijn 2 omgevingstypen gedefinieerd. Dit zijn het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ wordt de volgende omschrijving gehanteerd: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. ” Als definitie van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt de volgende omschrijving gehanteerd: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Toetsingskader geluid Als toetsingskader is uitgegaan van bijlage 5.3 ‘Voorbeeld toetsingskaders voor ontheffingen en planherzieningen’. Het toetsingskader voor geluid bestaat uit 4 stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.9
22100224
22100224.r01
Stap 1 Toetsen aan de richtafstanden voor het aspect geluid. Indien deze niet worden overschreden kan een verdere beoordeling van geluid in beginsel achterwege blijven. Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is, is een geluidonderzoek noodzakelijk en dient bij het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ voldaan te worden aan de volgende richtwaarden · 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; · 65 dB(A) etmaalwaarde voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden); · 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ dient voldaan te worden aan de volgende richtwaarden: · 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; · 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden); · 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is, is voor woningen gelegen in een ‘rustige woonwijk’ een maximale geluidbelasting mogelijk van: · 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; · 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden); · 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking.
Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is een maximale geluidbelasting mogelijk van: · 55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; · 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximaal geluidniveau (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; · 65 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Als voldaan wordt aan de bovenstaande richtwaarden is buitenplanse aanpassing mogelijk. Het bevoegd gezag dient te motiveren waarom zij in deze concrete situatie de geluidbelasting acceptabel acht. Tevens dient de cumulatie met eventueel aanwezige geluidbelasting te worden betrokken. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal het doorgaans niet mogelijk zijn om medewerking te verlenen aan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Indien het bevoegd gezag toch van mening is dat medewerking aanvaardbaar is, dan dient dit grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met cumulatie van aanwezige geluidbronnen. Voorliggende situatie De omgeving van het terrein van Flying Bikes Barneveld kan het beste worden omschreven als ‘rustige woonwijk’. Indien bij de woningen wordt voldaan aan de richtwaarden die hiervoor worden gehanteerd, kan worden gesteld dat er bij de woningen sprake is van een goed woonen leefklimaat.
In het voorliggende onderzoek wordt uitgegaan van de richtwaarden zoals omschreven in stap 2.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.10
22100224
SPA WNP ingenieurs
22100224.r01
Toetsingskader milieu Hieronder zijn de geldende eisen uit het “Activiteitenbesluit milieubeheer” weergegeven. (bron: www.wetten.nl) Artikel 2.17 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b.
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;
Stemgeluid In het Activiteitenbesluit (ex. art. 2.18 lid 1a en b.) is opgenomen dat het stemgeluid van personen op een onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting en het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten, buiten beschouwing blijft bij de toetsing van zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus als van de maximale geluidniveaus. Ondanks dat deze geluidbronnen van het stemgeluid van de bezoekers uitgezonderd zijn van toetsing aan de geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit, zijn de veroorzaakte geluidniveaus bij de nieuwe geluidgevoelige gebouwen toch in kaart gebracht. Dit omdat de gemeente in het kader van een goede ruimtelijke ordening de belangen van de sportvereniging dient af te wegen tegen de mogelijke hinder. Op basis van het “Activiteitenbesluit milieubeheer” (ex. art. 2.17 lid 3a en 3b) zijn maximale geluidniveaus (piekgeluiden) ten gevolge van het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen, waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden en het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan, uitgezonderd van toetsing.
Onder het komen en gaan van bezoekers worden ook bijbehorende activiteiten verstaan zoals het slaan van autoportieren, manoeuvreren, wegrijden, starten en gas geven bij het wegrijden van de voertuigen.
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.11
22100224
SPA WNP ingenieurs
22100224.r01
Muziekgeluid Voor de berekeningen van de geluidniveaus bij woningen in de directe omgeving van de inrichting, is voor de binnenniveaus uitgegaan van muziek met het standaard achtergrondmuziekspectrum, zoals beschreven in de ‘Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven’ van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) d.d. maart 2015 en weergegeven in tabel 1. Tabel 1: De A-gecorrigeerde standaard muziekspectra Frequentie in Hz Correctie in dB
63
125
250
500
1000
2000
4000
achtergrond
-34
-20
-11
-7
-5
-5
-8
In het Activiteitenbesluit (ex. art. 2.18 lid 2) is aangegeven dat, voor de periode waarin de muziek wordt gedraaid, geen bedrijfsduurcorrectie mag worden toegepast. Ook dient bij de beoordeling van de geluidniveaus bij de woningen van derden, als de muziek als zodanig herkenbaar is, een strafcorrectie van 10 dB te worden toegepast. Indirecte hinder Vanuit de VNG publicatie moet de indirecte hinder onderzocht worden. Er zijn specifieke richtwaarden opgenomen. In het “Activiteitenbesluit milieubeheer” is aangegeven, dat maatwerkvoorschriften kunnen worden opgesteld om indirecte geluidhinder vanwege wegverkeer te voorkomen. Daarbij gaat het in de voorliggende situatie om de aan- en afvoerbewegingen die direct verband houden met de inrichting. De aan- en afvoerbewegingen vinden plaats over de Hanzeweg. Hierbij kan de circulaire van 29 februari 1996 van de minister van VROM, getiteld “Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer”, als hulpmiddel dienen. Het verkeer moet beoordeeld worden door de equivalente geluidniveaus te bepalen en de waarden daarvan te toetsen aan de streefwaarde van 50 dB(A).
Op basis van uitspraken van de Raad van State (onder andere nummer E03.95.0233) hangt de reikwijdte van de indirecte hinder af van de interpretatie van de term "opgenomen in het heersende verkeersbeeld". Het gaat er om of een voertuig, wat betreft de snelheid, rij- en stopgedrag, onderscheiden kan worden van het overige verkeer. De indirecte hinder is niet meer van toepassing als voertuigen eenzelfde snelheid en eenzelfde rij- en stopgedrag vertonen bij zijstraten, kruisingen et cetera als het overige verkeer. Alleen in de directe nabijheid van de ingangen van het terrein van de inrichting is er nog onderscheid te maken.
6.
ONDERZOEKMETHODE De onderzoekmethode is gebaseerd op de “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999”, van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, versie 2004 zoals die op het internet is geplaatst. Deze handleiding is voorgeschreven in het “Activiteitenbesluit milieubeheer” in artikel 1.11.9.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.12
22100224
SPA WNP ingenieurs 7.
22100224.r01
REKENMODEL Alle berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van een computerprogramma, dat is gebaseerd op de berekening van de overdracht overeenkomstig de methode II.8 uit de "Handleiding meten en rekenen Industrielawaai", 1999, van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM).
7.1
Geluidbronnen In bijlage 1 zijn de bronnummers, de broncoördinaten en spectrale verdelingen van de bronsterkten gegeven. Verder zijn in deze bijlage voor de puntbronnen, de mobiele bronnen en de lijnbronnen de tijden en de perioden vermeld waarin de verschillende geluidbronnen in bedrijf zijn. Voor de mobiele bronnen zijn het aantal rijlijnpassages per periode weergegeven, de snelheid en de lengte van de rijlijnen. De bronsterkten van de bronnen zijn gebaseerd op kentallen bekend bij SPA WNP ingenieurs. Geluidbronnen bepalend voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus De geluidbronnen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn in het rekenmodel ingevoerd op de posities zoals aangegeven in figuur 2.1. In bijlage 1.1 t/m 1.3 zijn de bronnummers, de broncoördinaten en spectrale verdelingen van de bronsterkten gegeven. Verder zijn in deze bijlage de perioden vermeld waarin de verschillende geluidbronnen in bedrijf zijn. Voor het equivalente geluidniveau vanwege de omroepinstallatie, is uitgegaan van een gemiddelde van 70 dB(A) daar waar de bezoekers aanwezig zijn. Dit resulteert in een akoestisch bronvermogen van 100 dB(A) van de omroepspeakers. In bijlage 1.4 zijn de geluidniveaus ter plaatse van de bezoekers weergegeven. Op figuur 3.4.1 zijn de controlepunten weergegeven voor het bepalen van het akoestisch bronvermogen van de omroepspeakers.
Voor het stemgeluid van de bezoekers is uitgegaan van gegevens afkomstig uit de VDI richtlijn 3770. Voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus is voor de bezoekers uitgegaan van zeer luid spreken met een bronvermogen van 75 dB(A). Geluidbronnen bepalend voor de maximale geluidniveaus Door een aantal activiteiten op het terrein van de inrichting kunnen relevante maximale geluidniveaus optreden. Deze activiteiten zijn genoemd en de gebruikte bronsterkte is vermeld: · · · ·
het rijden van de vrachtwagens het omroepen door de omroepinstallatie het rijden van personenwagens het zeer luid roepen bezoekers en deelnemers (bron: VDI 3770)
LWA,max = 110 dB(A); LWA,max = 110 dB(A); LWA,max = 100 dB(A); LWA,max = 95 dB(A).
De geluidbronnen die maximale geluidniveaus kunnen veroorzaken zijn in het rekenmodel ingevoerd op de posities, zoals aangegeven in figuur 2.2. In bijlage 1.1 en 1.3 zijn de bronnummers, de broncoördinaten en spectrale verdelingen van de bronsterkten gegeven. Verder zijn in deze bijlage de perioden vermeld waarin de verschillende geluidbronnen in bedrijf zijn. Geluidbronnen bepalend voor de indirecte hinder Voor het geluidonderzoek naar de invloed van het verkeer over de Hanzeweg, is met behulp van een computermodel de geluidbelasting op een aantal ontvangerpunten langs deze weg bepaald.
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.13
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
In figuur 2.3 en bijlage 2.2 worden de relevante invoergegevens weergegeven. Het wegdek van de Hanzeweg is geasfalteerd. De voertuigen mogen hier 80 km/uur rijden. Gezien de aard van de weg, rijden de voertuigen hier met snelheden tot gemiddeld 50 km/uur. De bronsterkte van voertuigen die met deze snelheden rijden bedraagt circa: · 96 dB(A) voor personenwagens; · 109 dB (A) voor vrachtwagens. 7.2
Gebouwen De gebouwen en andere relevante objecten zijn in het rekenmodel ingevoerd met hun werkelijke hoogte en een reflectiecoëfficiënt, zodat de wanden van de ingevoerde gebouwen zowel een afschermende als reflecterende functie kunnen vervullen. De ligging van de gebouwen is gegeven in figuur 3.1 en in bijlage 2.1. In deze bijlage zijn de coördinaten van de hoekpunten gegeven. Er is aangegeven welke hoogte de gebouwen hebben ten opzichte van het plaatselijk maaiveld en welke tophoekcorrectieterm voor de afscherming is toegepast.
7.3
Bodemgebieden De ligging van de bodemgebieden is gegeven in figuur 3.2 en in bijlage 3.2. In deze bijlage zijn de coördinaten van de hoekpunten gegeven en is de absorptiefactor vermeld. De standaard bodemfactor heeft een waarde van 1,0 (akoestisch zachte bodem). Deze bodemfactor is van toepassing op de gebieden van het geluidmodel waarvoor geen bodemgebieden zijn ingevoerd.
7.4
Hoogtelijnen Op basis van hoogtegegevens zijn hoogtelijnen ingevoerd. Deze hoogtelijnen zijn geïmporteerd in het geluidmodel. De hoogtelijnen zijn weergegeven in figuur 3.3 en bijlage 2.3.
7.5
Ontvangerpunten In figuur 3.4 is een overzicht gegeven van de gebruikte ontvangerpunten rond de inrichting. De situering van de ontvangers is bepaald in overleg met de omgevingsdienst. De ontvangers liggen bij de woningen in de directe omgeving. Het “Activiteitenbesluit milieubeheer” schrijft geen beoordelingshoogte voor. Gelet hierop, is voor de beoordelingshoogte aangesloten bij het gestelde in de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” en de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai”. De waarneemhoogte op alle ontvangers bedraagt voor de dagperiode 1,5 meter boven het plaatselijk maaiveld en 5,0 meter voor de avond- en de nachtperiode. De relevante gegevens van de ontvangers zijn tevens gegeven in bijlage 2.4.
8.
RESULTATEN
8.1
Bijzondere geluiden en trillingen Muziekgeluid In de situaties waarin muziek ten gehore wordt gebracht, is een strafcorrectie (K3) van 10 dB toegepast op de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. De strafcorrectie is verwerkt als in het geluidmodel als een groepsreductie van -10 dB op de betreffende geluidbronnen.
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.14
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
Trillingen en laagfrequent geluid Binnen de inrichting zijn vrachtwagens als potentiële trillingsbronnen aanwezig. Door de afstand van de werkplekken tot de woningen en omdat er op het terrein wordt gereden met een beperkte rijsnelheid en over een geëgaliseerd terrein, worden er bij woningen van derden geen relevante trillingen verwacht. Binnen de inrichting zijn geen bronnen bekend die laagfrequent geluid veroorzaken. Hierdoor wordt bij de woningen in de omgeving geen hinder als gevolg van laag frequent geluid verwacht. 8.2
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus [LAr,LT] De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn berekend voor de maatgevende bedrijfssituatie, de situatie dat er muziek ten gehore wordt gebracht in de dag- en avondperiode. Voor de dagperiode is uitgegaan van een Nationale wedstrijddag en voor de avondperiode is uitgegaan van een regionale wedstrijddag, waarbij muziek ten gehore wordt gebracht. In tabel 2 en in bijlage 3.1 zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de ontvangerpunten gegeven, zoals deze veroorzaakt worden in de maatgevende bedrijfssituatie. De weergegeven resultaten zijn inclusief 10 dB strafcorrectie voor muzieklawaai. In de tabel zijn ook de richtwaarden uit de VNG publicatie en de geluideisen uit het activiteitenbesluit weergegeven. Tabel 2: Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) in dB(A) Ontvangerpunt (zie figuur 3.4) Id.
Omschrijving
01 Woning ten westen 02 Woning ten oosten 03 Woning ten zuiden 04 Woning ten noordoosten 05 Woning ten oosten 06 Woning ten zuidwesten Richtwaarde stap 2 VNG Richtwaarde stap 3 VNG Eis Activiteitenbesluit
Maatgevende bedrijfssituatie Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
48 45 47 45 44 35 45 50 50
45 44 44 43 43 43 40 45 45
27 25 25 24 24 24 35 40 40
In de bijlagen 3.2 is de bijdrage gegeven van de verschillende geluidbronnen aan de totale geluidniveaus op de ontvangerpunten. Uit de resultaten blijkt dat in de maatgevende bedrijfssituatie waarbij muziek ten gehore wordt gebracht, in de dag- en avondperiode niet wordt voldaan aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG publicatie. Wel wordt er voldaan aan stap 3 van de VNG-publicatie. Ook wordt er, zelfs als rekening wordt gehouden met het stemgeluid, voldaan aan de geluideisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de nachtperiode wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde van stap 2 voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat. De nationale wedstrijden vinden maximaal 2 keer per jaar in de dagperiode plaats. De regionale wedstrijden vinden ongeveer 15 keer in de avondperiode plaats. De maatgevende bedrijfssituaties vinden daarmee beperkt plaats, ongeveer 17 keer per jaar. Gezien het hiervoor gestelde en dat er voor beide maatgevende situaties in de dag- en avondperiode voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 3 van de VNG-publicatie en de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, wordt gesteld dat er ten aanzien van deze maatgevende bedrijfssituaties bij de omliggende woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.15
SPA WNP ingenieurs
22100224
22100224.r01
In de overige bedrijfssituatie(s) wordt geen muziek ten gehore gebracht (geen 10 dB(A) strafcorrectie voor muzieklawaai), zodat in de dag-, avond- en nachtperiode ruimschoots voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 2 en er bij de omliggende woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 8.3
Maximale geluidniveaus [LAmax] In bijlage 5.1 zijn de maximale geluidniveaus weergegeven zoals deze ter plaatse van de woningen in de directe omgeving kunnen optreden. Uit de resultaten blijkt, dat de maximale geluidniveaus die optreden bij de omliggende woningen ruimschoots lager zijn dan 60 dB(A), waarmee voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 2 uit de VNG-publicatie. Bij de woningen in de omgeving is vanwege de maximale geluidniveaus sprake van een goed woon- en leefklimaat. In de bijlagen 5.2 zijn de belangrijkste maximale geluidniveaus weergegeven op de ontvangerpunten.
8.4
Equivalente geluidniveaus [LAeq] voor de indirecte hinder Uit de berekeningen blijkt, dat de etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting die wordt veroorzaakt door het verkeer op de Hanzeweg, bij de woningen maximaal 41 dB(A) bedraagt. Dit is ruim lager dan 50 dB(A), waarmee voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van de circulaire van 29 februari 1996 over dit onderwerp.
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.16
SPA WNP ingenieurs 9.
CONCLUSIES
9.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus [LAr,LT]
22100224
22100224.r01
Uit de resultaten blijkt, dat in de maatgevende bedrijfssituatie waarbij muziek ten gehore wordt gebracht in de dag- en avondperiode niet wordt voldaan aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG publicatie. Wel wordt er voldaan aan stap 3 van de VNG-publicatie. Ook wordt, rekening houdend met het stemgeluid, voldaan aan de standaard geluideisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de nachtperiode wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde van stap 2 voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat. De nationale wedstrijden vinden maximaal 2 keer per jaar in de dagperiode plaats. De regionale wedstrijden vinden ongeveer 15 keer in de avondperiode plaats. De maatgevende bedrijfssituaties vinden daarmee beperkt, ongeveer 17 keer per jaar, plaats. Gezien het hiervoor gestelde en dat er voor beide maatgevende situaties in de dag- en avondperiode voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 3 van de VNG-publicatie en de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, wordt gesteld dat er ten aanzien van deze maatgevende bedrijfssituaties bij de omliggende woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
In de overige bedrijfssituatie(s) wordt geen muziek ten gehore gebracht (geen 10 dB(A) strafcorrectie voor muzieklawaai), zodat in de dag-, avond- en nachtperiode ruimschoots voldaan wordt aan de richtwaarde van stap 2 en er bij de omliggende woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. 9.2
Maximale geluidniveaus [LAmax] Uit het onderzoek blijkt dat er in de onderzochte maatgevende situatie ruim wordt voldaan aan de richtwaarden voor een goede ruimtelijke ordening.
9.3
Indirecte hinder In de onderzochte situatie wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
10.
AANBEVELING Aanbevolen wordt om de beschreven bedrijfssituaties voor te leggen bij het bevoegd gezag.
SPA WNP ingenieurs
Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.17
22100224
FIGUREN
SPA WNP ingenieurs
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.18
22100224
22100224
Figuur 1.1
0m
300 m schaal = 1 : 8000
464000
463500
Terrein van de inrichting
463000
462500
171000 171500 Industrielawaai - HMRI, industrie, [22100224r01 Flying Bikes - Bedrijfssituatie 2: wedstrijden, muziek] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Overzicht van het terrein van de inrichting en de omgeving
172000
SPA WNP ingenieurs SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.19
22100224
22100224 Figuur 1.2
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.20
22100224
SPA WNP ingenieurs
22100224 Figuur 2.1 Puntbronnen Gebouwen
463400
0m
70 m schaal = 1 : 1600
463300
max_38
1516
max_31
max_17 max_04 04
max_30
max_19 max_37 max_1803 max_28
max_02 02 max_29
max_27 max_26
max_2501 max_01
05 max_05
max_32
max_36
max_24 max_23 max_22
463200
max_33
06
max_21 07 max_07 max_34
08 max_35
463100
171300 171400 171500 Industrielawaai - HMRI, industrie, [22100224r01 Flying Bikes - Bedrijfssituatie 2: wedstrijden, muziek] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Overzicht van de ingevoerde puntbronnen
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.21
22100224
SPA WNP ingenieurs
22100224 Figuur 2.2.1 Mobiele bron Gebouwen
0m
40 m schaal = 1 : 1000
0 mb
01 mb _ x ma
1
max_mb0 mb02 2
463300
463200
463100
171200 171300 Industrielawaai - HMRI, industrie, [22100224r01 Flying Bikes - Bedrijfssituatie 2: wedstrijden, muziek] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede
Flying Bikes aan de Hanzeweg in Barneveld Overzicht van de ingevoerde mobiele bronnen
SPA WNP ingenieurs
Aanmeldnotitie m.e.r. - Bijlage 1.22
22100224
SPA WNP ingenieurs
22100224 Figuur 2.2.2 Mobiele bron Gebouwen
0m
100 m
0 mb
01 mb _ x ma
1
max_mb0 mb02 2
schaal = 1 : 3500
463200
01 ih_mb02
462800
171200 Industrielawaai - HMRI, industrie, [22100224r01 Flying Bikes - Bedrijfssituatie 2: wedstrijden, muziek] , Geomilieu V2021.1 Licentiehouder: SPA WNP ingenieurs - locatie Ede