CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Grote Muntweg II, partiële herziening Buitengebied 2012_Toelichting_Bijlage 7 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Grote Muntweg II, partiële herziening Buitengebied 20125.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Ecologische quickscan

Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek In h e t k ade r va n s l o o p e n n i e u w b o u w

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

Betreft Ecologische quickscan Locatie

Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

Auteur

B. Visser, ecoloog

Contactpersoon B. Visser, ecoloog visser@deslijpkruik.nl 06-39713509 Opdrachtgever

Struikhoeve Advies B.V.

Datum

19-06-2023

Status

Versie 2.0

Projectcode

22STR05 QS Grote Muntweg 2-4 Kootwijkerbroek

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2

Resultaten beschermde flora en fauna

9

2.1 Bron- en literatuuronderzoek 2.2 Vaatplanten 2.3 Vogels 2.4 Vleermuizen 2.5 Grondgebonden zoogdieren 2.6 Overige soortgroepen 2.7 Algemeen 3 Gebeidsbescherming 15 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) 3.2 Natura 2000 4

Conclusies en aanbevelingen

17

4.1 Overzicht van de bevindingen 4.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen Bijlage A Wettelijk Kader

3

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

19

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek. Voor de bestaande situatie zie afbeelding 1.3. De locatie bestaat nu uit een woning (afbeelding 1.3, E en F), een paardenschuur (D), open kapschuren (C en B) en een kalverschuur (A). Verder bestaat het terrein uit verharding, en weiland. De initiatiefnemer heeft het voornemen om op de locatie een aantal schuren te slopen (afbeelding 1.4). De toekomstige situatie bestaat uit 6 woningen met bijbehorende bijgebouwen (afbeelding 1.5). De woning en schuur D zullen behouden blijven. Toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ is noodzakelijk omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura-2000 gebieden of andere natuurgebieden zoals Gelders Natuur Netwerk (GNN) beoordeeld.

Er is geen sprake van kap van bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen of houtopstanden groter dan in totaal 10 are buiten de bebouwde kom. Een Toets Houtopstanden is dus niet nodig. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het plangebied is gelegen aan de Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek (afbeelding 1.1). Het plangebied is ca. 7.000 m² groot en ligt in landelijk gebied ten noordoosten van Kootwijkerbroek (afbeelding 1.2). Het landschap rondom het plangebied bestaat overwegend uit agrarisch grasland. Ten zuiden van het plangebied ligt de doorgaande weg N800. Ten noorden, westen en oosten van het plangebied ligt agrarisch gebied. Het plangebied bestaat uit de woning en de eerder genoemde schuren. De bebouwing die gesloopt zal worden is aangegeven in afbeelding 1.4. De kalverschuur A bestaat grotendeels uit een dubbelsteens muur met ook nog een deel metalen wandbeplating. Schuur A heeft asbestplaten als dakbedekking.

Open kapschuur B bestaat uit een metalen dak en wanden die deels zijn opgetrokken uit steen en deels uit hout. Een deel van de woning (F) bestaat uit een dubbelsteens muur, houten overstek en een plat dak. Schuur C betreft een open kapschuur met deels steen en deels hout als muren. Verder heeft deze schuur metalen platen als dakbedekking. De werkzaamheden die plaats zullen vinden op het terrein zijn: •

Sloop van een deel van de bestaande bebouwing (zie afbeelding 1.4 voor alle te slopen bebouwing);

•

Nieuwbouw van 6 woningen met bijbehorend bijgebouw.

1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen,

4

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 21 november 2022 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) verblijfplaatsen van jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van marterachtigen en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 5 0C en matige wind, ZW 1 bft. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12. Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend.

Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

5

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 1.1: Kaart van het plangebied met de bebouwing (rode kader). Bron ondergrond: GoogelEarth 2022.

Kootwijkerbroek

Afb. 1.2: Kaart met de globale ligging van de onderzoekslocatie (rode cirkel) ten opzichte van Kootwijkerbroek. Bron ondergrond: GoogleEarth, 2022.

6

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

OPPERVLAKTES

³ ³ Totaal:

A

F

D

742 m³

C

E B

N

Grote Muntweg 4, Kootwijkerbroek Onderdeel: Bestaande situatie

DU-01: Blad 02 1:600 schaal: A3 formaat: 16-05-2022 datum: JT getekend:

Afb. 1.3: Huidige situatie. Bron: bestaande situatie, Toppzo OPPERVLAKTES

³

A

F

D

C

E B

N Grote Muntweg 4, Kootwijkerbroek Onderdeel: Sloopoverzicht

DU-01: Blad 03 schaal: 1:600 A3 formaat: 16-05-2022 datum: JT getekend:

Afb. 1.4: Overzicht van te slopen bebouwing. Bron: sloopoverzicht, Toppzo

7

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

RENVOOI Nieuwe Woningen 1,2,5 & 6

³

²

Bestaande Boerderij no.3 ³ ²

Bestaande Kapschuur no.4 ³ ²

5. 6.

1.

4.

3.

2.

N

Grote Muntweg 4, Kootwijkerbroek Onderdeel: Nieuwe situatie

DU-01: Blad 01 1:600 schaal: A3 formaat: 16-05-2022 datum: JT getekend:

Afb. 1.5: Nieuwe situatie. Bron: nieuwe situatie, Toppzo

8

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Bron- en literatuuronderzoek In onderstaande tabel zijn de gegevens weergegeven van waarnemingen in de directe omgeving (ongeveer een straal van ongeveer 1km) van het plangebied in de afgelopen 5 jaar per soort(groep) vanuit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Voor vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben. Soortgroep Vaatplanten Vogels

Soort Boomkruiper Buizerd Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Koolmees Steenuil Torenvalk Zwarte roodstaart

Aantal 2 1 5 1 1 2 1 1 5

Beschermingsregime VR (Categorie 5) VR (Categorie 4) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5) VR (Categorie 1) VR (Categorie 5) VR (Categorie 5)

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Egel Haas Wolf

3 1 4 7 2

HR HR Wnb - andere soorten Wnb - andere soorten HR

Vissen

-

-

Amfibieën

-

-

Reptielen

-

-

Overige soortgroepen -

-

Grondgebonden zoogdieren

9

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.2 Vaatplanten Binnen het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Vanuit de NDFF zijn ook geen waarnemingen bekend van beschermde of bijzondere vaatplanten in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar. Binnen het plangebied komen alleen algemeen voorkomende vaatplanten voor. Aangetroffen soorten zijn onder andere: engels raaigras, brandnetel, paardenbloem en fluitekruid. Het plangebied is te voedselrijk om geschikt biotoop te vormen voor beschermde/bijzondere flora. Het plangebied voldoet derhalve niet aan de eisen die beschermde vaatplanten aan hun leefgebied stellen. Aanwezigheid van beschermde planten is derhalve uitgesloten. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen. Geschikte omstandigheden voor bijzondere vegetatie ontbreken. Effecten op beschermde planten zijn uitgesloten, nader onderzoek is niet nodig. 2.3 Broedvogels Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt.

Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd. Denk hierbij aan jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. In de NDFF zijn in de omgeving rondom het plangebied in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij categorie 1-4 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn en categorie 5 soorten alleen onder bepaalde omstandigheden. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende categorie 1-4 soorten waargenomen: buizerd en steenuil. Verder zijn verschillende categorie 5 soorten waargenomen (tabel 2.1). Tijdens het veldbezoek zijn alle te slopen schuren en bebouwing gecontroleerd op de geschiktheid voor nestplaatsen van steenuil. Geschikte donkere nissen of hoeken die dienst kunnen doen als nestplaats zijn niet aangetroffen doordat er veel licht in de schuren valt. Het voorkomen van nesten van steenuil in het plangebied kan daarom ook uitgesloten worden. Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat er binnen het plangebied geen geschikte nestplaatsen voor buizerd aanwezig zijn. Dit omdat geschikte, hoge bomen die dienst kunnen doen als nestplaats voor buizerd ontbreken in het plangebied. Bovendien blijven de bomen in het plangebied behouden.

De bomen in en rondom het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen horsten, kraaiennesten of andere mogelijk jaarrond beschermde nesten waargenomen. Aanwezigheid van nestplaatsen van uilen of roofvogels is derhalve uitgesloten. De te slopen bebouwing is niet geschikt als nestplaats voor huismus omdat de te slopen schuren geen pannendak hebben. Huismussen hebben een sterke voorkeur voor pannendaken als nestplaats maar kunnen ook in andere hoeken/gaten van bebouwing nestelen. Dergelijk hoeken/ gaten zijn ook niet aangetroffen tijdens het veldbezoek en daarom is de te slopen bebouwing niet geschikt als nestplaats voor huismussen. Ook zijn er geen andere geschikt openingen voor andere broedvogels die van bebouwing afhankelijk zijn zoals de gierzwaluw. De woning op het perceel heeft wel een pannendak, maar de onderste helft daarvan is erg steil. Huismussen hebben niet de voorkeur voor zulke steile dakpannen omdat de invliegopening minder groot is. De kleine aanbouw tegen de woning zal verwijderd worden en vanwege voorgaande reden wordt een effect op huismussen niet verwacht.

10

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Verder is alle te slopen bebouwing geïnspecteerd en er zijn geen nesten aangetroffen in de stallen/ schuren. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten (van categorie 5 soorten) binnen het plangebied kan dus uitgesloten worden. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Effect: Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen en ook zijn er geen geschikte plaatsen voor jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied. Vervolgonderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten is niet noodzakelijk. Overige broedvogels Het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels, zoals onder andere merel en houtduif. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen van algemene broedvogels. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen nesten beschadigd/vernietigd of verstoord worden waardoor ouders het nest permanent verlaten. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door met de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode half maart - half augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is maar eerdere of latere broedgevallen (van met name houtduif ) kunnen voorkomen.

Van de te verwachten overige broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. 2.4 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn zwaar beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Uit de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Vanuit eigen gebiedskennis kan ervan uitgegaan worden dat de soorten ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis ook voorkomen in de omgeving van het plangebied. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. De bomen in het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd en er zijn geen voor vleermuizen geschikte holten of scheuren aangetroffen.

Bovendien worden alle bomen behouden. De (te slopen en de nabijgelegen te behouden) bebouwing in het plangebied is ook geïnspecteerd en ook daar zijn geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. Er is geen ruimte voor vleermuizen om in de open spouw van schuur A te kruipen. Dit omdat er houten boeiplanken aanwezig zijn waardoor geen ruimte is voor vleermuizen (afbeeldingen 2.9 en 2.10). het deel van schuur A dat uit metalen wandbeplating bestaat is ook niet geschikt voor vleermuizen aangezien de wandbeplating te glad is en vleermuizen er daarom niet op kunnen landen (afbeelding 2.12). Alle andere schuren bestaan uit houten wanden, waardoor geen voor vleermuizen geschikte ruimtes aanwezig zijn (afbeeldingen 2.1 en 2.7). Het overstek van het te slopen deel van de woning sluit strak aan op de muur waardoor er geen ruimte is voor vleermuizen (afbeelding 2.6). Ook het overstek van de woning zelf nabij de aanbouw die gesloopt zal worden,

11

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

sluit strak aan op de muur waardoor er geen ruimte is voor vleermuizen om in de spouw te komen. Andere plekken die mogelijk geschikt zouden kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen ontbreken in de te slopen bebouwing. Er is daarom geen sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 ( beschadigen/vernielen van verblijfplaatsen) ten aanzien van vleermuizen. Het uitvoeren van nader onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk. Effect: Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het plangebied/in de te slopen bebouwing of dichtbij te slopen bebouwing. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming Artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden), 2 (opzettelijk verstoren) en 4 (beschadigen/ vernielen verblijfplaatsen) betreffende vleermuizen is daarom uit te sluiten. Nader onderzoek naar genoemde soorten is niet noodzakelijk. Foerageergebied en vliegroutes Het terrein is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen vanwege de opgaande begroeiing in de vorm van bomen in het plangebied. Daarbij gaat het vooral om de bomenrijen lamgs de Grote Muntweg, de Veluweweg en aan de andere randen van het plangebied. Alle bomenrijen en het opgaande groen zullen behouden blijven waardoor geen negatief effect is te verwachten op foerageergebied van vleermuizen.

Wel dient (tijdelijke) lichtverstoring van foerageergebied gedurende de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Er zijn binnen het plangebied lijnvormige structuren in de vorm van bomenrijen aanwezig die vleermuizen als vliegroute kunnen gebruiken. Deze structuren blijven behouden. Nader onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen is daarom niet noodzakelijk. 2.5 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen een paar grondgebonden zoogdieren voor volgens de NDFF (tabel 2.1). Geschikte verblijfplaatsen voor beschermde zoogdieren (zonder vrijstelling) ontbreken binnen het plangebied. Dit komt doordat er (vrijwel) geen begroeiing of takkenhopen aanwezig zijn op het erf waar werkzaamheden zullen plaatsvinden. Het erf bestaat namelijk vooral uit verharding en gazon. Verder zijn er geen voor steenmarter geschikte openingen/ruimten aangetroffen in de te slopen bebouwing doordat alles dicht zit en doordat er teveel licht is in de open kapschuren. Het voorkomen van soorten als konijn, haas en egel is niet geheel uit te sluiten. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Algemene kleine zoogdiersoorten zoals veldmuis, aardmuis, huismuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis en bruine rat kunnen voorkomen in de omgeving van het onderzoeksgebied. Voor deze soorten geldt eveneens een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Effect: Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig voor beschermde grondgebonden zoogdieren. Daarom is nader onderzoek naar deze soortgroep niet nodig. De overige soorten die te verwachten zijn binnen het plangebied, zijn vrijgesteld of niet beschermd of er zijn geen effecten te verwachten op deze soorten. Aangaande deze soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn.

12

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.6 Overige soortgroepen Vanuit de NDFF zijn in de laatste 5 jaar geen waarnemingen bekend van vissen, amfibieën, reptielen of overige soortgroepen in de omgeving van het plangebied. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor aanwezigheid van vissen en amfibieën kan worden uitgesloten. Ook voldoet het plangebied niet aan voorwaarden die reptielen aan hun leefgebied stellen. Voorkomen van deze soortgroep kan daarom ook uitgesloten worden. Het is verder niet waarschijnlijk dat algemeen voorkomende soorten libellen en vlinders voorkomen binnen het plangebied. Nader onderzoek naar genoemde soortgroepen is niet noodzakelijk. 2.7 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

13

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.1: Overzichtsfoto van schuur C.

Afb. 2.2: Binnenkant van schuur C, begane grond.

Afb. 2.3: Binnenkant van schuur C, dak.

Afb. 2.4: Binnenkant van schuur C, bergzolder.

Afb. 2.5: Overzichtsfoto van de aanbouw aan de Afb. 2.6: Geen ruimte tussen het overstek en de woning. muur van de aanbouw van de woning.

14

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afb. 2.7: Overzichtsfoto van schuur B.

Afb. 2.8: Binnenkant van schuur B.

Afb. 2.9: Foto van de gevel van schuur A.

Afb. 2.10: Zuidkant van schuur A. Geen ruimte voor vleermuizen door aanwezige boeiplanken.

Afb. 2.11: Binnenkant van schuur A.

Afb. 2.12: Noordkant van schuur A. Geen ruimte voor vleermuizen door aanwezige boeiplanken.

15

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Gebiedsbescher ming

De Wet natuurbescherming maakt onderscheidt tussen soort- en gebieds­bescherming. Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van ­beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000-gebieden en overige onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland en de beoordeling of er van het voornemen een (in)directe effect uitgaat behandeld. Is er sprake van een mogelijk negatief effect, dan is planaanpassing en/of nader onderzoek nodig.

3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) De onderzoekslocatie ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk. Het dichtsbijzijnde GNN gebied ligt 1,5 km ten noorden van het plangebied (afbeelding 3.1). In het Gelders Natuurnetwerk is het ruimtelijke beleid gericht op behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten. Voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het ‘nee, tenzij’ principe. Indien voorgenomen werkzaamheden significant negatieve gevolgen hebben voor de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen van het deelgebied kunnen deze alleen plaatsvinden indien de nadelige gevolgen worden gemitigeerd en de resterende schade gecompenseerd. Gezien voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied en de afstand tot het dichtsbijzijnde GNN gebied is een negatief extern effect op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN uitgesloten. Het uitvoeren van een ‘Nee, tenzij’-toets is niet aan de orde. 3.2 Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ ligt op ongeveer 2,4 km in oostelijke richting (afbeelding 3.2). Het perceel heeft geen landschappelijke binding met dit Natura 2000-gebied.

Gezien de voorgenomen activiteiten en de toekomstige inrichting en de ligging op ruim 2,4 km van het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etcetera) door sloopwerkzaamheden en door het toekomstige gebruik van het projectgebied op aangewezen soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten. De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een toename van stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase door de extra verkeersbewegingen. Uitstoot tijdens de sloop- en bouwfase kan ook optreden. De bouwwvrijstelling die geldig was vanaf 01-07-2021 is per 02-11-2022 vervallen. Een stikstofberekening kan dus nodig zijn voor de aangegeven werkzaamheden.

16

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 3.1: Afstand van het plangebied (rode stip) tot Gelders Natuurnetwerk (GNN) is ongeveer 1,5km. Bron: Webkaart provincie Gelderland, 2022.

Afbeelding 3.2: Afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (2,4km). Bron: AERIUS calculator, 2022.

17

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Conclusies en aanbevelingen 4.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Flora - beschermde soorten nee geen geen Vleermuizen - verblijfplaatsen nee geen geen Vleermuizen - vliegroutes mogelijk geen geen Vleermuizen - essentieel foerageergebied mogelijk geen geen Vleermuizen - lichtverstoring n.v.t. mogelijk zie 4.2.1 Zoogdieren - gebouwbewonend nee geen geen Zoogdieren - grond-/boombewonend nee geen geen Zoogdieren - vrijgestelde soorten mogelijk mogelijk zorgplicht Vogels - jaarrond beschermde nesten nee geen geen Vogels - algemene broedvogels mogelijk mogelijk zie 4.2.1 Amfibieën - vrijgestelde soorten nee geen geen Overige beschermde soorten nee geen geen Gebiedsbescherming Aanwezig Effect Aanbevelingen Natura 2000 - doelsoorten/habitattypen nee geen geen Natura2000 - stikstof n.v.t mogelijk zie 4.2.2 GNN nee geen geen

4.2

Conclusies en aanbevelingen

4.2.1 Soortenbescherming Vleermuizen • Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) van de Wet natuurbescherming. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar gebouw- of boombewonende vleermuissoorten. • Er is sprake van lijnvormige structuren die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Ook is mogelijk geschikt foerageergebied aanwezig vanwege opgaande begroeiing en bomen. Vervolgonderzoek naar deze soortgroep is niet noodzakelijk omdat de bomen en broeiing behouden blijven en geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied en vliegroutes voorkomen te worden. Dit kan door tijdens de sloop-, bouwfase en de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig.

Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond • Het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten

18

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

zoals bijvoorbeeld konijn, haas en egel. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Vogels - jaarrond beschermde nesten •

Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar soorten met jaarrond beschermde nesten is daarom niet noodzakelijk.

Vogels - algemene broedvogels • Tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden.

• Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 4.2.2 Gebiedsbescherming • De locatie ligt buiten het GNN. De activiteiten zullen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN. Een ‘nee, tenzij’-toets is daarom niet aan de orde. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project en de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nadere toetsing naar effecten op aangewezen doelsoorten voor Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde. • Zowel in de sloop- en bouwfase als in de toekomstige gebruiksfase kan er mogelijk een toename in stikstofuitstoot optreden. Het uitvoeren van een stikstofberekening kan daarom nodig zijn.

19

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vind u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurge bieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht bepaald. Hierin is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden voldaan om ontheffing of vrijstelling te verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina te vinden (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de VR en HR zijn vastgesteld door de EU. voor de soorten uit de derde categorie geld dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

20

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf

Artikel Lid Verbodsbepaling

§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn

3.1

§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten

3.5

3.10

1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

2*

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren

3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

21

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura2000 gebieden. Natura2000 gebieden zijn op te delen in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnnen hebben op Natura-2000 gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat doorde geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur EHS genaamd). Dit De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.

22

Ecologische quickscan Grote Muntweg 2-4 te Kootwijkerbroek

19 juni 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=b6af933d-6144-46b6-bb61-1adaad8863ad