[Gewijzigd] TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg_Regels
Tekst van het document
19.2
Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden
Ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hogere geluidswaarde' is in afwijking van de standaardwaarden het volgende maximale gezamenlijke geluid toegestaan. In de onderstaande tabel is de locatie en het maximale gezamenlijke geluid met bijbehorende geluidsbron weergegeven. Dit zoals weergegeven in Bijlage 12. Locatie
maximale gezamenlijke geluid
Geluidsbron
Bovenwoning (rekenpunt 01)
54 Lden
Laan van verzet
19.3
Milieuzone - geurzone
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geurzone' is de locatie ook bedoeld voor de bescherming van de geur veroorzakende activiteit.
19.3.1 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geurzone' geldt dat op die gronden geen geurgevoelige objecten mogen worden opgericht.
19.3.2 Specifieke functieregels a. Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geurzone' geldt dat gebouwen niet als geurgevoelige objecten mogen worden gebruikt; b. Op de buitengrens van de aanduiding 'milieuzone - geurzone' bedraagt de maximale geurbelasting als gevolg van de agrarische bedrijven aan Peutweg 1 en 3 in Barneveld ten hoogste 6 odour units (6,0 OUE/m3). De hier genoemde waarde wordt bij het verlenen van een vergunning krachtens de Omgevingswet als uiterste grenswaarde in acht genomen. De buitengrens is de als zodanig aangeduide rode lijn op de kaart in bijlage 3 - voor zover gelegen binnen de grens van het Plan.
26
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg
Artikel 20 20.1
Overige regels
Parkeren
20.1.1 Parkeernorm Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 1 bij hfst. 22a Nota Parkeernormen (2020)). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. 20.1.2 Uitzondering Het in bepaalde in 20.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning. 20.2
bebouwingscontour geur
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bebouwingscontour geur' geldt een bebouwingscontour geur, als bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving met een grenswaarde toelaatbare geur van 6 OUE/m3 .
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)
27
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg
Hoofdstuk 4 Artikel 21
Overgangsregels
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits; a. deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar niet zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 22
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
28
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a azc Nijkerkerweg" (vastgesteld)