GEWIJZIGD RAADSVOORSTEL vaststellen Omgevingsvisie
Tekst van het document
Aandachtsgebied: Leefomgeving Team Beleid Leefomgeving E-mailadres: W.deBoer2@barneveld.nl Telefoonnummer: 0612466699
Raadsvoorstel nr. 4141 Barneveld, 10 juni 2025 Portefeuillehouder: B. Wijnne
Onderwerp: Vaststelling Omgevingsvisie Barneveld 2040 Samenvatting raadsvoorstel Dit raadsvoorstel behelst het ter vaststelling aanbieden van de Omgevingsvisie Barneveld 2040 als strategische visie voor de fysieke leefomgeving. De visie biedt richting voor thema’s als wonen, mobiliteit, energie, landbouw en natuur. Inwoners, ondernemers, organisaties en experts zijn betrokken via participatie en zienswijzen, die voor zover nodig en mogelijk ook in de visie zijn verwerkt. De visie voldoet aan de Omgevingswet en vormt de basis voor toekomstige thema- en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s.
Aan de raad,
Gevraagde beslissing: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De Omgevingsvisie Barneveld 2040 vast te stellen (inclusief erratum), inclusief de bijbehorende Omgevingseffectrapportage (OER) en het toegevoegde addendum op het OER; De Nota Zienswijzen vast te stellen (inclusief erratum); Kennisnemen van het advies van de commissie mer; In te stemmen met de wijze waarop het advies van de commissie mer is verwerkt; Het college op te dragen tot uitwerking van de Omgevingsvisie in gebiedsgerichte en thematische beleidsprogramma’s en daarvoor een uitvoeringsplan op te stellen; De Structuurvisie Kernen 2022 en de Structuurvisie Buitengebied 2022 te laten vervallen en het overige gemeentelijke beleid inzake de fysieke leefomgeving onverkort te handhaven, totdat dit is verankerd in beleidsplannen of het omgevingsplan.
1. Inleiding Voor u ligt de Omgevingsvisie Barneveld 2040 – het strategisch kompas voor de fysieke leefomgeving van onze gemeente in de komende vijftien jaar. Deze visie beschrijft hoe we als gemeente willen omgaan met de ruimte waarin we wonen, werken, reizen, ontspannen en zorgen voor natuur, landschap en gezondheid. De Omgevingsvisie wordt daarmee hét integrale beleidsdocument waarin we onze ambities, keuzes en richtinggevende uitgangspunten voor de fysieke leefomgeving vastleggen voor de toekomst van Barneveld. De Omgevingsvisie geeft richting in de opgaven in de leefomgeving van dit moment voor de hele gemeente, maar met inachtneming van de identiteit van onze dorpen, het agrarisch ondernemerschap en de kwaliteit van het landschap. De Omgevingsvisie is opgesteld in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en regionale partners. De gemeenteraad is gedurende de periode zowel kaderstellend als toetsend betrokken geweest. In november 2023 en juni 2024 is het Voorkeursalternatief besproken. In maart 2025 heeft consultatie plaatsgevonden over de conceptvisie. Vervolgens heeft de ontwerpvisie heeft van 24 maart tot en met 6 mei 2025 ter inzage gelegen. In deze periode zijn circa 60 zienswijzen ingediend. Daarnaast is advies ontvangen van de Commissie m.e.r. over de Omgevingseffectrapportage.
Deze zienswijzen en het advies zijn voor zover nodig en mogelijk zorgvuldig verwerkt in de nu voorliggende definitieve visie.
-2Dit voorstel biedt de Omgevingsvisie Barneveld 2040 aan ter vaststelling, inclusief de afweging van de ingediende zienswijzen en adviezen. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie voldoet de gemeente Barneveld aan de verplichting uit de Omgevingswet om uiterlijk per 1 januari 2027 een gemeentelijke Omgevingsvisie vast te stellen. Tegelijkertijd markeert dit besluit het begin van een nieuwe fase: de uitwerking van de visie in beleidsprogramma’s, het omgevingsplan en concrete projecten.
2. Beoogd effect Het beoogde effect van de Omgevingsvisie Barneveld 2040 is het bieden van een integraal strategisch kader voor de fysieke leefomgeving van de gemeente tot 2040. Dit betekent concreet: • Richting geven aan ruimtelijke keuzes op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie, landbouw, natuur en gezondheid en voorzieningen, met de wetenschap van nu en het besef dat er in 15 jaar nog veel kan gebeuren • Aansluiting op de Omgevingswet, door de hoofdlijnen van beleid te bundelen en te vertalen in een toekomstgerichte visie • Creëren van beleidsmatige samenhang tussen verschillende visies, thema’s en belangen, inclusief de verbinding tussen het fysieke en het sociale domein • Richting geven voor maatwerk via thema- en gebiedsgerichte uitwerking in beleidsprogramma’s en het omgevingsplan
3. Argumenten 1.1 De Omgevingsvisie voldoet aan de Omgevingswet Iedere gemeente is volgens artikel 3.1 van de Omgevingswet verplicht een Omgevingsvisie vast te stellen, waarin de hoofdlijnen van het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, Deze vaststelling moet – conform aanwijzing van de Minister – vóór 1 januari 2027 hebben plaatsgevonden. De wordingsgeschiedenis van de Omgevingsvisie Barneveld 2040 omvat een periode van bijna vijf jaar. Daarin is in verschillende stappen overwogen hoe de ontwikkeling van onze gemeente er tot 2040 uit zou kunnen zien, tegen de achtergrond van lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen in onze samenleving en fysieke leefomgeving. Uiteindelijk leidt dat tot de Omgevingsvisie die nu voorligt en de ontwikkelrichtingen en hoofdlijnen van beleid die daarin worden voorgesteld. Voor de beoordeling en monitoring van de effecten van deze keuzes is een daarvoor verplichte omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. De Omgevingsvisie Barneveld 2040 kan worden vastgesteld. 1.2 De Omgevingsvisie is het strategisch kader voor de fysieke leefomgeving De visie biedt een integrale langetermijnvisie tot 2040. In de visie wordt een directe verbinding gelegd tussen het fysieke en het sociale domein. Nadruk wordt niet alleen gelegd op de kwaliteit van de leefomgeving, maar ook hoe die wordt benut door de veranderende samenleving.
Dit komt ook tot uiting in de wijze van afweging van ontwikkelingen aan de hand van de lagenbenadering (ondergrond, netwerken, gebruik, sociale structuur). De omgevingsvisie verbindt thema’s als wonen, werken, mobiliteit, duurzaamheid, energie, landbouw, natuur en gezondheid. De visie bevat integrale ruimtelijke en toekomstgerichte keuzes, onder meer op het gebied van woningbouwlocaties, agrarische ontwikkeling, energieopwekking, bedrijvigheid en mobiliteit. Daarbij is rekening gehouden met landschappelijke, ecologische en sociale waarden. 2.1 Voor de visie heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden Over de Omgevingsvisie is in de afgelopen jaren uitgebreid geparticipeerd. Veel inwoners, ondernemers en organisaties hebben daaraan deelgenomen. De resultaten zijn opgenomen in verschillende rapportages. In de keuzes die in de visie zijn gemaakt, is rekening gehouden met de resultaten van de participatie, maar wel als onderdeel van een integrale afweging van belangen. De Ontwerp-Omgevingsvisie is gepubliceerd via diverse kanalen en heeft zes weken ter visie gelegen. Ook de deelnemers aan de participatie zijn per mail of nieuwbrief op de publicatie attent gemaakt. Op de
-3tervisielegging zijn circa 60 zienswijzen ontvangen. Deze zijn in bijgaande Nota Zienswijzen samengevat en van reactie voorzien. Een aantal zienswijzen is aanleiding geweest om de visie op onderdelen aan te passen. Een groot deel van de zienswijzen heeft betrekking op een aantal specifieke thema's. Dit betreft: grootschalige opwekking windenergie woningbouw in de dorpsranden agrarisch ondernemerschap groene buffers 3.1 Het advies van de Commissie m.e.r. is verwerkt De OER is conform de eisen ter onafhankelijke toetsing voorgelegd aan de onafhankelijk Commissie m.e.r. De commissie heeft het OER positief beoordeeld, maar adviseerde aanvullende onderbouwing op vier punten. Zie hiervoor het bijgaande toetsingsadvies en de reactie daarop. Deze aanvullende informatie achtte de commissie noodzakelijk om tot een goede besluitvorming te kunnen komen. Deze informatie is opgenomen in een addendum dat onderdeel uitmaakt van de OER. De informatie in het addendum biedt voldoende houvast om de besluiten over bijvoorbeeld de realiseerbaarheid van de visie met het oog op natuurontwikkeling en de keuze voor de aanleg van oostelijke rondweg. Daarnaast geeft de commissie ook aanbevelingen voor de doorontwikkeling van de visie in beleidsprogramma's en omgevingsplan. Deze adviezen nemen we ter harte en betrekken bij de verdere uitwerking.
4.1 De Omgevingsvisie is de verankering van bestaand en nieuw beleid De Omgevingsvisie omvat de hoofdlijnen van beleid en de uitwerking op gebiedsniveau, eveneens op hoofdlijnen. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Kernen en de Structuurvisie Buitengebied en sluit aan op de Omgevingswet. Ze vormt het strategisch kader voor het toekomstige omgevingsplan en de beleidsprogramma’s. De overige beleidsuitwerkingen en beleidsstukken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (waaronder de structuurvisie Wind en de Zonneladder) blijven onverkort van kracht en behouden expliciet hun gelding als gemeentelijk beleid. Het beleid wordt gaandeweg betrokken bij de op te stellen beleidsprogramma’s en het Omgevingsplan. De visie biedt daarin de noodzakelijk ruimte voor maatwerk en fasering. De planning voor de transitie van dit beleid wordt opgenomen in het aangekondigde uitvoeringprogramma. 5.1 De Omgevingsvisie uitwerken in een uitvoeringsplan De uitwerking van de Omgevingsvisie in beleidsprogramma's is noodzakelijk om de ambities en doelen uit de visie concreet en uitvoerbaar te maken. Een uitvoeringsplan geeft richting aan de prioritering, planning en inzet van middelen, en zorgt voor bestuurlijke en ambtelijke sturing op de uitvoering.
4. Kanttekeningen 2.1 Proces van participatie, publicatie en inspraak Enkele zienswijzen uiten kritiek op de toegankelijkheid en beschikbaarheid van de stukken die ter inzage hebben gelegen. De stukken waren inderdaad omvangrijk. Maar alle beschikbare kanalen zijn gebruikt en de stukken zijn zowel online als fysiek beschikbaar geweest. Ook was er de mogelijkheid voor persoonlijk contact. Enkele indieners geven ook aan dat er volgens hen onvoldoende is geluisterd naar de reacties tijdens de participatie. Dit kan te maken hebben met persoonlijke verwachtingen en de verbinding tussen individueel, lokaal en algemeen belang. Als het gaat om de toekomst van de fysieke leefomgeving in Barneveld heeft de gemeente de verplichting tot integrale besluitvorming in het algemeen belang. Dat kan afwijken van de inbreng tijdens participatie en inspraak. Voor een deel kan dit punt ook te maken hebben met de gekozen strategie om de uitbreidingsrichtingen voor woningbouw en bedrijven te publiceren gelijktijdig met het opleggen van voorkeursrecht op een aantal percelen. In de participatie is aan de tafels wel over mogelijke uitbreidingslocaties van de dorpen gesproken en de suggesties zijn uiteraard meegenomen. De uiteindelijke keuze in de gepubliceerde
-4ontwerpvisie kan voor sommigen als een verrassing zijn overgekomen. In kanttekening 2.2 worden de reacties op een aantal specifieke onderwerpen benoemd en toegelicht. 2.2 Specifieke onderwerpen uit de zienswijzen Veel zienswijzen richten zich op een beperkt aantal specifieke onderwerpen, waarbij verzocht wordt om de visie op die thema’s aan te passen. Het gaat daarbij om: Grootschalige opwekking windenergie Veel zienswijzen uiten zorgen over gezondheid, slagschaduw, geluidsoverlast, natuurwaarden en woningwaarde. Er is weerstand tegen de windturbines, mede vanwege de schaalgrootte en de nabijheid van woongebieden. De provincie vraagt om een stevigere verankering van windenergie in de visie. De Omgevingsvisie verwijst in dit kader naar de Structuurvisie Wind (2021). Bij het opstellen daarvan heeft de discussie over en onderzoek naar de effecten plaatsgevonden. De Structuurvisie Wind blijft ook na de vaststelling van de Omgevingsvisie van kracht. De locatie op De Harselaar blijft als zoekgebied gehandhaafd. Bij de daadwerkelijke realisatie is de actuele normering een randvoorwaarde en zal uiteraard de verplichte participatie en wettelijk procesverloop plaatsvinden. De visie is op dit punt aangevuld. Woningbouw aan de dorpsranden In dorpen als Kootwijkerbroek, Voorthuizen en Garderen is er discussie over de locatiekeuzes voor uitbreiding.
Bij Stroe wordt ook de omvang van de uitbreiding (500 woningen) nog door inwoners betwijfeld. De inwoners vrezen verlies van landschappelijke kwaliteit, grotere verkeersdrukte en aantasting van het dorpse karakter. In sommige gevallen wijkt de visie af van eerdere structuurvisies of dorpsvisies. De keuzes volgen uit toepassing van de integrale lagenbenadering (ondergrond, netwerken, gebruik, sociale structuur). Wij zien geen aanleiding om de voorgenomen uitbreidingsrichtingen aan te passen naar aanleiding van de zienswijze. Bij de verdere uitwerking wordt wel maatwerk toegepast. Voor Stroe wordt een gebiedsgericht programma opgesteld. Agrarisch ondernemerschap Diverse zienswijzen geven aan dat de ontwerpvisie onvoldoende perspectief biedt voor agrarische bedrijven, met name voor niet-grondgebonden bedrijven. Er is zorg over verplaatsingsruimte, ontwikkelruimte en de balans tussen landbouw en natuur. De Omgevingsvisie is op dit punt aangevuld en genuanceerd. Er wordt expliciet verwezen naar het Programma Waardevol Landelijk Gebied. Daarin vindt de verdere uitwerking plaats. De visiekaart is aangepast om ruimte voor ontwikkeling in het westelijk buitengebied beter te duiden. De tekst is genuanceerd om het toekomstig belang van de sector beter te weerspiegelen.
Groene buffers Zienswijzen pleiten voor de groene buffer Zeumeren voor meer ruimte voor economische ontwikkeling en woningbouw. Er is spanning tussen recreatie, natuur en stedelijke functies. De Omgevingsvisie handhaaft de primaire keuze voor het behoud van het groene karakter als buffer tussen het dorp en A1 en de functie voor recreatie en uitloopgebied. Alleen functies die bijdragen aan het bestaande recreatiegebied Zeumeren of verplaatsing van maatschappelijke functies uit de kern worden overwogen. De visie is op dit punt verder verduidelijkt.
5. Financiën De vaststelling van de Omgevingsvisie heeft geen directe financiële gevolgen. De visie dient als beleidskader voor verdere doorwerking. De kosten en inzet voor het uitvoeringsprogramma en verdere realisatie van de visie via toekomstige programma’s en projecten worden afzonderlijk of via de reguliere
-5P&C-cyclus aan de raad voorgelegd. Bij deze doorwerking speelt ook het opgelegde voorkeursrecht, waarvoor de Omgevingsvisie de basis vormt.
6. Participatie en communicatie a) Participatie De visie is tot stand gekomen met brede participatie van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en belangenverenigingen in een aantal stappen, gedurende de afgelopen jaren. Daarvan zijn participatieverslagen beschikbaar. De ontwerpvisie heeft ter inzage gelegen. De zienswijzen zijn zorgvuldig behandeld, van reactie voorzien en waar mogelijk en nodig verwerkt. Daarvoor wordt verwezen naar de Nota Zienswijzen (bijlage). De participatie wordt voortgezet bij de uitwerking in programma’s en het omgevingsplan. Bij uitwerking naar concrete initiatieven en gebiedsontwikkelingen zijn ook ontwikkelende partijen gehouden om participatie toe te passen conform het gemeentelijke participatiebeleid. b) Communicatie De Omgevingsvisie wordt na vaststelling gepubliceerd via de officiële bekendmakingen, de gemeentelijke website en via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
7. Vervolgstap Na vaststelling: Publicatie via DSO en communicatie via gemeentelijke kanalen. Verzending formele reactie naar de indieners van zienswijzen. Daarna: Inbedding van de beleidscyclus Omgevingswet: Opstellen uitvoeringsprogramma Uitwerking in gebiedsgerichte en thematische omgevingsprogramma’s Inbedding in het Omgevingsplan, Beleidstransitie Monitoring en uitvoering.
8. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 6. 7.
Omgevingsvisie Barneveld 2040 Visiekaart Omgevingsvisie Barneveld 2040 Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Barneveld 2040, inclusief addendum Toetsingsadvies Commissie mer, inclusief verwerkingsvoorstel Nota Zienswijzen Omgevingsvisie Barneveld 2040 Erratum op Omgevingsvisie en Nota zienswijzen Advies ASD Omgevingsvisie april 2025 (zienswijze bijlage erratum) 605357-2025-05-03-zienswijze (zienswijze bijlage erratum)
Burgemeester en wethouders van Barneveld, de secretaris, de burgemeester,
-6W. Wieringa
J. van der Tak